Bijlage 2 - soortenbescherming en isoleren
Tekst van het document
Bijlage Soortenbescherming en isoleren Na-isoleren en soortenbescherming De opgave om duizenden woningen in Nederland te verduurzamen staat op gespannen voet met (Europese en nationale) wet- en regelgeving op het gebied van natuur- en soortenbescherming. Bij het (na)isoleren van woningen/panden kunnen kwetsbare - en daarom beschermde - dieren verstoord worden of zelfs gedood worden. Dit is niet toegestaan volgens de regels voor flora en fauna in de Omgevingswet, voorheen bekend als de Wet Natuurbescherming. Deze wet verbiedt - kortgezegd - onder andere het verwonden en doden van beschermde dieren- en plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. Hier moet iedereen zich aan houden om Nederlandse planten en dieren te beschermen. Dus ook de particuliere woning- of pandeigenaar die het gebouw wil verduurzamen. Het gaat daarbij vooral om spouwmuur-, binnen- en buitengevel- en binnen- en buitendakisolatie. Beschermde soorten die voorkomen in de gebouwde omgeving zijn voornamelijk vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Via de Lokale Aanpak Isolatie gaan gemeenten het verduurzamen van koopwoningen stimuleren. Hiervoor worden onder meer subsidies ingezet. Echter als overheid zijnde kan de gemeente geen subsidie verstrekken of collectieve inkoopacties aanbieden voor werkzaamheden die strijdigheden met de wet veroorzaken.
Oplossingen – ‘lange termijn’ Dè manier om deze problematiek te tackelen is het laten opstellen van een Soortenmanagementplan (SMP) voor de hele gemeente. Dit is een gedetailleerd plan dat is ontworpen om specifieke diersoorten in een bepaald gebied te beschermen en hun leefomgeving te verbeteren. De gemeente laat ecologisch onderzoek doen in de hele gemeente naar de aanwezigheid van de beschermde soorten. Op basis hiervan wordt bepaald welke maatregelen op gebiedsniveau genomen moeten worden om het doden of verwonden van de aanwezige beschermde soorten te voorkomen. Deze zaken worden vervolgens beschreven in het SMP, waarmee de gemeente een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aanvraagt bij het bevoegd gezag, de provincie Limburg. Deze kan voor 10 jaar worden afgegeven. Het opstellen van een SMP duur circa 2 jaar. Tijdens de looptijd van het ecologische onderzoek voor een SMP kan een gemeente gebruik maken een pre-SMP met een daarbij behorende twee jaar durende gebiedsgerichte omgevingsvergunning. Oplossingen – ‘korte termijn’ Ondertussen heeft het rijk de (tijdelijke) Landelijke werkwijze natuurvriendelijk isoleren (NVI) bekendgemaakt, die het mogelijk maakt dat woningeigenaren zonder ecologisch onderzoek en een omgevingsvergunning hun woning kunnen laten isoleren door een isolatiebedrijf dat natuurvriendelijk isoleert.
Een onderdeel van de aanpak is dat gemeenten zorgen voor alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen waarvan 80% is gerealiseerd voor 15 februari 2025. Hoeveel alternatieve verblijfplaatsen dat zijn, verschilt per gemeente. Andere voorwaarden zijn: • De aanpak geldt alleen voor grondgebonden koopwoningen • In de komende 3 jaar mag maximaal 6% van de koopwoningen per CBS-buurt worden geïsoleerd (verdeeld over 3% in jaar 1, 2% in jaar 2 en 1% in jaar 3) • De isolatie mag alleen worden uitgevoerd door een isolatiebedrijf dat de training natuurvriendelijk isoleren heeft gevolgd en werkt binnen de voorwaarden van NVI, waaronder de natuurkalender volgen en de woning voor isolatie natuurvrij maken De werkwijze geldt voor 3 jaar. In de tussentijd wordt gewerkt aan het opstellen van een pré-SMP / SMP. Kortom: de soortenbescherming legt beperkingen op aan het verduurzamen van panden. Aan het krijgen van een SMP en een gebiedsgerichte omgevingsvergunning kan voorlopig geen invulling worden gegeven door de gespannen marktsituatie en de tijdelijke NVI-werkwijze staat slechts 6% te isoleren woningen toe
over 3 jaar. Het gevolg hiervan is dat het tempo van het verduurzamen van de gebouwde omgeving waarschijnlijk zal achterblijven bij onze ambitie en onze opgave. De inzet zal gericht blijven op het stimuleren wat wèl kan en het zoeken naar manieren om tot een SMP en een gebied dekkende omgevingsvergunning te komen. Ook worden signalen hiervoor -via de VNG- ingebracht bij de betrokken ministeries.