Bijlage 2 - Omgevingseffectrapport ontwerp Omgevingsvisie gemeente Kerkrade (4 april 2025)
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport ontwerp Omgevingsvisie gemeente Kerkrade Gemeente Kerkrade 4 april 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE KERKRADE
Contactpersoon ARCADIS NEDERLAND B.V.
Arcadis Nederland B.V. Postbus 137 8000 AC Zwolle Nederland
2
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel van het Omgevingseffectrapport
5
1.3
Procesbeschrijving
6
1.4
Opbouw van het rapport
6
De omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade
8
2.1
8
Samenvatting omgevingsvisie
3
Proces ontwerpend Omgevingseffectrapport
10
4
Beoordelingsmethodiek
12
4.1
Foto van de Leefomgeving
12
4.2
Beoordeling op doelbereik
13
4.3
Beoordeling op milieueffecten
14
5
Foto van de Leefomgeving
15
6
Beoordeling
16
6.1
Beoordeling op doelbereik
16
6.1.1
Beoordeling
16
6.1.2
Toelichting beoordeling
18
6.1.2.1
Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn
18
6.1.2.2
Werkende stad, waar werken en wonen onlosmakelijk verbonden is
21
6.1.2.3
Meergeneratie stad, een goede stad voor 8 en 80 jarigen is goed voor iedereen
25
6.1.2.4
Klimaatbestendige stad, wonen in een sterk landschappelijk raamwerk natuur
28
6.1.3
Belangrijkste bevindingen
32
6.2
Beoordeling op milieueffecten
34
6.2.1
Beoordeling
34
6.2.2
Toelichting beoordeling
38
6.2.2.1
Bodem
38
6.2.2.2
Omgevingskwaliteit
40
3
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
6.2.2.3
Klimaatadaptatie
43
6.2.2.4
Economie
46
6.2.2.5
Leefomgeving
49
6.2.2.6
Mobiliteit
52
6.2.2.7
Gezondheid & milieu
54
6.2.2.8
Duurzaamheid
57
6.2.2.9
Energietransitie
58
6.2.3
Belangrijkste bevindingen
61
7
Conclusies en aanbevelingen
63
8
Monitoring
66
Colofon
4
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
67
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De Omgevingswet verplicht iedere gemeente tot het opstellen van een Omgevingsvisie, waarin een integrale doorkijk naar toekomstige, lange termijn opgaven op verschillende beleidsvelden wordt geschetst: ruimte, energie, water, milieu, natuur en landschap zijn hier voorbeelden van. Een Omgevingsvisie komt in de plaats van structuurvisies, stadsdeelvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De gemeente Kerkrade stelt momenteel haar Omgevingsvisie op, die naar verwachting in de tweede helft van 2025 vastgesteld wordt. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is de milieueffectrapportage voor plannen (plan-mer). Hiervoor is een strategisch milieueffectrapport, in de vorm van een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld dat in beeld brengt in hoeverre de ambities van de gemeente Kerkrade in samenhang realiseerbaar zijn en wat de effecten van het beleid in de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn.
Voorliggende Omgevingseffectrapport is het product van de plan-mer-procedure en levert informatie op die van belang is voor de besluitvorming over de Omgevingsvisie en het gemeentebestuur helpt bij het maken van keuzes.
1.2
Doel van het Omgevingseffectrapport
Een Omgevingseffectrapportage is een instrument dat gebruikt wordt als hulpmiddel voor de besluitvorming voor plannen en projecten bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een planMER brengt in beeld welke milieugevolgen een plan gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming over dat plan. Voor een Omgevingsvisie wordt een planMER veelal een Omgevingseffectrapport genoemd. Een Omgevingseffectrapport heeft een bredere insteek en beschrijft, naast de gevolgen voor de leefomgeving, ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de mer-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Het Omgevingseffectrapport geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken. Het Omgevingseffectrapport beoordeelt of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Het doel van de beoordelingen in voorliggend Omgevingseffectrapport is om de Omgevingsvisie, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen. Het Omgevingseffectrapport voor de Omgevingsvisie van Kerkrade is benut als ontwerpinstrument.
Dat wil zeggen dat de concept ontwerp Omgevingsvisie is beoordeeld op doelbereik en milieueffecten. Deze beoordeling heeft als input gediend voor de definitieve ontwerp Omgevingsvisie. Op basis van de beoordeling op de concept ontwerp Omgevingsvisie is de definitieve Omgevingsvisie aangescherpt.
Proces ontwerpend Omgevingseffectrapport. De procedure is gestart met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau1 (NRD) die van 3 juli tot en met 28 augustus 2024 ter inzage heeft gelegen. De NRD beschrijft het voornemen van de gemeente Kerkrade om een Omgevingseffectrapport op te stellen en geeft inzicht in de aanpak en de beoordelingsmethodiek en de vervolgprocedure van de effectbeoordeling.
1
5
https://www.kerkrade.nl/notitie-reikwijdte-en-detailniveau-onderzoek-naar-effecten-op-de-omgeving
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
1.3
Procesbeschrijving
De gemeente Kerkrade heeft ervoor gekozen om ondersteunend aan haar Omgevingsvisietraject een mer-procedure te doorlopen. Dit heeft te maken met het nieuwe toekomstverhaal “Parkstad biedt ruimte” dat gericht is op groei in plaats van krimp (augustus 2024). Er vindt wisselwerking plaats tussen de beoordeling op doelbereik en milieueffecten binnen de mer-procedure en de inhoudelijke uitwerking van de Omgevingsvisie. Deze twee sporen zijn daardoor nauw met elkaar verweven. De mer-procedure kent een aantal procedurestappen: 1. Kennisgeving over het voornemen tot het doorlopen van de mer-procedure voor de Omgevingsvisie via de publicatie van de NRD. Deze kennisgeving is op 3 juli 2024 gepubliceerd. 2. Inspraak en advies over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen Omgevingseffectrapport. 3. Uitwerking van het Omgevingseffectrapport in samenhang met de ontwerp Omgevingsvisie. Deze stap heeft plaatsgevonden van november 2024 t/m maart 2025. 4. Ter visie legging van het Omgevingseffectrapport en de ontwerp Omgevingsvisie. 5. Inspraak en advisering over het Omgevingseffectrapport en de ontwerp Omgevingsvisie. 6. Toetsingsadvies door de Commissie mer over het Omgevingseffectrapport. 7. Vaststelling van het Omgevingseffectrapport en de Omgevingsvisie door de gemeenteraad van Kerkrade. 8. Bekendmaking van het besluit.
De Commissie mer adviseert de gemeente Kerkrade over het voorliggende Omgevingseffectrapport. De Commissie mer is onafhankelijk, bij wet ingesteld en bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggende Omgevingseffectrapport. Na de inspraakperiode op het Omgevingseffectrapport en de ontwerp Omgevingsvisie brengt zij haar toetsingsadvies uit. Dit advies wordt meegenomen bij de vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad.
1.4
Opbouw van het rapport
Dit Omgevingseffectrapport bestaat uit een beknopte, zelfstandig leesbare samenvatting en een uitgebreid hoofdrapport. Het hoofdrapport bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 – Inleiding In de inleiding wordt de context van het Omgevingseffectrapport en de Omgevingsvisie geschetst. Hoofdstuk 2 – De Omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade In dit hoofdstuk wordt de link vanuit het Omgevingseffectrapport naar de Omgevingsvisie van Kerkrade gelegd. In het hoofdstuk is een korte samenvatting van de Omgevingsvisie opgenomen. Hoofdstuk 3 – Proces ontwerpend Omgevingseffectrapport De gemeente heeft gekozen voor een ontwerpend Omgevingseffectrapport. De systematiek en het proces wordt nader toegelicht. Hoofdstuk 4 – Beoordelingsmethodiek Dit hoofdstuk beschrijft het gevolgde proces in de totstandkoming van dit Omgevingseffectrapport. Het beoordelingskader dat gebruikt is voor de beoordeling en het gebruik van het Rad van de Leefomgeving wordt toegelicht. Beschreven wordt hoe de beoordeling van dit Omgevingseffectrapport is opgebouwd. Hoofdstuk 5 – Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving beschrijft en beoordeelt voor ieder beleidsveld in het beoordelingskader de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling zijn deze beoordelingen weergegeven op een Rad van de Leefomgeving.
De Foto van de Leefomgeving sluit af met relevante bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 6.1 – Beoordeling op doelbereik Het voorgenomen beleid in de (concept) Ontwerp Omgevingsvisie is getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per ambitie/ doel beoordeeld is of - en zo mogelijk in welke mate - de voorgenomen randvoorwaarden een bijdrage leveren aan de gestelde ambities/ doelen.
6
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Hoofdstuk 6.2 – Beoordeling op milieueffecten Dit hoofdstuk heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve neveneffecten. In dit hoofdstuk wordt thematisch beschreven waar belangrijke afhankelijkheden en resterende vraagstukken zijn geconstateerd, die in de Omgevingsvisie beantwoord moeten worden. Hoofdstuk 7 – Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het Omgevingseffectrapport beschreven. Hoofdstuk 8 – Monitoring In hoofdstuk 8 gaat in op de monitoring van de Omgevingsvisie na vaststelling.
7
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
2
De omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade
Het opstellen van een Omgevingsvisie is een omvangrijk traject, waarbij bestaand beleid geïnventariseerd wordt, ambities en opgaven worden geformuleerd, de toekomstagenda bepaald wordt en voor ieder beleidsveld het langetermijnbeleid wordt vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op de komende decennia en maakt belangrijke keuzes over de toekomstige ruimtelijke ordening binnen alle beleidsvelden van de gemeente. Bestuurders, burgers, bedrijven, ketenpartners en andere maatschappelijke organisaties dienen vanuit de geest van de Omgevingswet bij het opstellen van de Omgevingsvisie nauw betrokken te worden. Het planproces van de Omgevingsvisie is als pilot voor participatie aangemerkt. Er is een intensief participatietraject gevolgd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 1.4 en bijlage 2 van de Omgevingsvisie Kerkrade.
2.1
Samenvatting omgevingsvisie
In de omgevingsvisie presenteert de gemeente Kerkrade de strategische visie op de fysieke leefomgeving richting 2050. Dit gebeurt vanuit een integraal perspectief, waarbij in samenhang wordt gekeken naar thema’s zoals ruimte, wonen, water, klimaatadaptatie, natuur, landschap, gezondheid, veiligheid, infrastructuur en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie biedt het ruimtelijk kader voor de verdere ontwikkeling van de stad, zodat er ruimte is om te wonen, werken en recreëren. De omgevingsvisie vervangt de huidige “Structuurvisie Kerkrade 2010-2020” (2011) met een uitwerking in de drie stadsdeelvisies (Kerkrade-West, Kerkrade Oost I en Kerkrade Noord en Oost II, 2011-2014) en schetst een beeld van Kerkrade, haar geschiedenis en hoe de gemeente, samen met inwoners en andere partijen, de komende jaren verder wil werken aan de stad. Kerkrade is een middelgrote stad met 45.485 inwoners in het oostelijk deel van Zuid-Limburg, in de stadsregio Parkstad Limburg. Kerkrade heeft veel te bieden. Zo is er de prijswinnende dierentuin GaiaZOO, het moderne VIE en een prachtig voetbalstadion aan de levendige Rodaboulevard. Kerkrade is rijk aan cultuur en geschiedenis, met bezienswaardigheden de oude Abdij Rolduc, het Discovery Museum en het enige stuwmeer van Nederland. Daarnaast bevinden zich in de buurten een aantal parels, zoals de Schacht Nulland, de mijnkolonie Hopel en de Botanische Tuin.
Kerkrade beschikt over een aantal kernkwaliteiten die als rode draad door de omgevingsvisie lopen: de verschillende buurten zijn verbonden door een lintenstructuur, een krachtige bevolking, sterke woon-werk identiteit en een uniek en hoogwaardig landschap. Deze kernkwaliteiten staan echter onder druk. Voor de toekomst zijn er verschillende uitdagingen, zoals het op peil houden van het voorzieningenniveau en het verenigingsleven, omgaan met de vergrijzingspiek rond 2035 en de inzet op groei, het zorgen voor een diversiteit aan banen en het beschermen van het buitengebied. Om deze uitdagingen aan te pakken, zijn vier verhaallijnen ontwikkeld die bijdragen aan een toekomstbestendig Kerkrade. De thema’s gezondheid, landschap, erfgoed en energiezekerheid spelen een belangrijke rol in de toekomst en komen in elke verhaallijn aan bod: 1. Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn: Kerkrade kent in 2050 een goed voorzieningenniveau in vergelijking met de rest van Nederland. Onderwijs, zorg, boodschappen, sport en cultuur zijn voor alle buurten dichtbij. De nabijheid van voorzieningen zorgt ervoor dat bewoners niet per se de auto hoeven te gebruiken, wat uitnodigt tot gezond bewegen, zoals wandelen of fietsen. Dit bevordert ook meer ontmoetingen tussen bewoners. 2.
Werkende stad, waar werken en wonen onlosmakelijk is verbonden: Kerkrade heeft verschillende werkgebieden, waaronder bedrijventerreinen die aantrekkelijk zijn voor internationale bedrijven, zoals in de logistiek en MedTech sector. Kerkrade is goed bereikbaar via belangrijke wegen, wat onder anderen heeft geleid tot een toename van arbeidsplaatsen in de laatste 10 jaar. De volgende stap is het verbeteren van het ruimtegebruik en werkklimaat, zodat Kerkrade zich verder ontwikkelt als werkende stad. Met een focus op gezonde werkomgevingen, samenwerking tussen MKB en onderwijs en het bieden van geschikte woningen en voorzieningen om talent aan te trekken en te behouden.
8
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
3. Meergeneratie stad, een goede stad voor 8- en 80-jarigen is goed voor iedereen: in Kerkrade krijg je veel woning voor je geld. De afgelopen 10 jaar lag de focus in de Stadsregio Parkstad Limburg op ‘minder maar betere woningen’, nu richt de regio zich op gematigde groei. Dit betekent dat naast herstructurering en verduurzaming, er ook ruimte voor nieuwbouw nodig is. De nieuwbouw moet divers zijn, zodat er voor veel verschillende doelgroepen geschikte woonruimte beschikbaar is. Ook zullen we de openbare ruimte en het voorzieningenniveau moeten aanpassen. 4. Klimaatbestendige stad, wonen in een sterk landschappelijk raamwerk en natuur: het landschap van Kerkrade is van hoge kwaliteit, met de wilde natuur van het Wormdal en de Anstelvallei nabij de stad. Kerkrade is niet alleen een trekpleister voor toerisme gericht op natuurbeleving, maar biedt ook een uniek en afwisselend landschap om in te wonen en te recreëren. Om deze kwaliteit in de toekomst te behouden, moet het landschappelijke raamwerk en natuur worden beschermd. In het hoger gelegen stedelijk gebied, op de plateaus, wordt het hemelwater langer vastgehouden en wordt hittestress aangepakt door minder verharding en meer vergroening. Om de verschillende verhaallijnen en ambities te kunnen uitvoeren, is een strategie ontwikkeld waarin de gebieden verder gedefinieerd worden.
Voor elk gebiedstype (centrumgebied, woongebied, werkgebied, buitengebied en infrastructuur) is een strategie uitgewerkt met randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven. Op basis van deze strategieën kunnen de doelen en ambities in de fysieke leefomgeving worden gerealiseerd: 1. Centrumgebieden: intensiveren van bestaande centra, om de meerkernigheid en het voorzieningenniveau van Kerkrade te behouden en te versterken. 2. Woongebieden: nieuwbouw moet bijdragen aan een evenwichtige en diverse woningvoorraad. Er wordt ingezet op woningen in een hoger segment (doelgroep en prijs) en het aandeel goedkope huurwoningen wordt teruggebracht. Herontwikkeling en inpassing van nieuwe woningen in bestaande buurten heeft nog altijd prioriteit, onder voorwaarden kan er worden gekeken naar een uitleglocatie. 3. Werkgebieden: om Kerkrade weer een sterke woon-werkidentiteit te geven is het nodig om de werkgebieden een eigen categorie te geven, waarbij aandacht is voor vergroening, bereikbaarheid, werkgelegenheid en energietransitie. 4. Landschappelijk raamwerk (buitengebied): het prachtige landschap van Kerkrade staat onder druk. Er is een krachtige bescherming nodig. Zowel van plekken volledig voor de natuur, als plekken waar andere functies een rol spelen. 5.
Ruimte voor mobiliteit: Kerkrade kent een goede autobereikbaarheid, maar door onder andere in te zetten op de transformatie van historische linten naar fiets- en wandelstraten, zetten we in op een Kerkrade waar de auto wel een plek heeft, maar niet voor iedere reis gebruikt hoeft te worden. De Omgevingsvisie is de start van de beleidscyclus die voortvloeit uit de Omgevingswet. De ambities en keuzes die voortvloeien uit de omgevingsvisie worden vervolgens vertaald in omgevingsprogramma’s (gebiedsgericht en thematisch), het omgevingsplan en omgevingsvergunningen.
9
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
3
Proces ontwerpend Omgevingseffectrapport
Dit Omgevingseffectrapport is in een ontwerpend proces tot stand gekomen met als doel beleid in relatie tot de effecten op de fysieke leefomgeving een volwaardige plek te geven in de afweging van de Omgevingsvisie. Het Omgevingseffectrapport vormt de basis voor de monitoring op effecten en heeft daardoor invloed op de Omgevingsvisie in de toekomst In een vroeg stadium hebben diverse sessies plaatsgevonden om vroegtijdig effecten in beeld te brengen en op punten de Omgevingsvisie aan te passen. De verschillende stappen in het proces van het Omgevingseffectrapport hebben bijdragen geleverd aan de totstandkoming en aanscherping van de Omgevingsvisie. Navolgend worden de stappen in het proces toegelicht. Alternatieven Idealiter worden in een Omgevingseffectrapport voor een Omgevingsvisie verschillende alternatieven of toekomstperspectieven tegen elkaar afgewogen om op deze manier maximaal inzicht te krijgen in de bestuurlijke afwegingsruimte van een gemeente. Omdat de mer-procedure voor de Omgevingsvisie van de gemeente Kerkrade startte op het moment dat er al een concept richting bepaald was in het verhaallijnendocument is er voor gekozen geen alternatieven af te wegen.
In plaats daarvan zijn in dit ontwerpend Omgevingseffectrapport in verschillende fasen aandachtspunten op het gebied van milieu- en omgevingseffecten geïdentificeerd en hebben deze aandachtspunten vervolgens een plek gekregen in bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Voorfase – Van gebiedsbiografieën naar verhaallijnen naar een omgevingsvisie In de voorfase heeft het ontwerpende karakter van het OER een rol gespeeld bij de ontwikkeling van het beleid. Stedenbouwkundig bureau PosadMaxwan heeft ter voorbereiding op de Omgevingsvisie gebiedsbiografieën en thematische factsheets opgesteld. De gebiedsbiografieën en thematische factsheets zijn de eerste inhoudelijke stap geweest in de richting van een integrale, strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Kerkrade. In de gebiedsbiografieën en thematische factsheets is begonnen met het inventariseren en analyseren van de huidige (ruimtelijke) situatie en het bestaande (ruimtelijke) beleid, onder andere voor de thema’s gezondheid, veiligheid, wonen, cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, ruimtelijke ordening, economie, gezondheid, milieu, natuur en water. Spiegelsessies Belangrijke (maatschappelijke) trends en ontwikkelingen en de belangrijkste opgaven binnen de gemeente zijn uitgebreid geïnventariseerd en besproken in deze spiegelsessie.
Hierin is de relatie tussen de fysieke omgeving en maatschappelijk opgaven uitvoerig besproken. Op basis van de in beeld gebrachte ruimtelijke knelpunten, conflicten en mogelijkheden zijn de eerste beleidskeuzes gemaakt. Deze uitkomsten zijn geland vier verhaallijnen, die ieder de ambities voor een specifiek gebiedsdeel binnen de gemeente uiteenzetten. De gemeente heeft samen met PosadMaxwan en Arcadis een spiegelsessie gehouden om deze punten te bespreken en in beeld te brengen. Vanuit de vier verhaallijnen is vervolgens de Omgevingsvisie opgesteld. Fase 1 – Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving vormt de referentiesituatie voor de beoordeling op doelbereik, de milieueffecten en effecten op de fysieke leefomgeving. De Foto van de Leefomgeving is opgesteld in het derde kwartaal van 2024. Voor iedere ruimtelijke opgave, die terugkomt in de Omgevingsvisie, is op basis van beschikbare openbare informatie en expert judgement middels het beoordelingskader dat in de NRD beschreven is, beoordeeld in welke mate voldaan wordt aan de voor die opgave gestelde ambitie. Deze beoordeling vormt de referentiesituatie voor de Omgevingsvisie en is daarmee belangrijke input voor de Omgevingsvisie. Verder worden in de Foto van de Leefomgeving bouwstenen benoemd.
Dit zijn de belangrijkste opgaven, aandachtspunten, kansen of risico’s die uit de Foto van de Leefomgeving naar voren zijn gekomen. De Foto van de Leefomgeving geeft hiermee het vertrekpunt voor de Omgevingsvisie. Fase 2 – Beoordeling op basis van de (concept) Ontwerp Omgevingsvisie Botsproeven Deze fase bestaat uit twee stappen. In de eerste stap heeft een botsproevensessie plaatsgevonden naar aanleiding van de eerste opzet van de Omgevingsvisie. Deze botsproeven hadden tot doel om verschillende ambities tegen elkaar af te zetten, om te onderzoeken waar de koppelkansen en conflicten zaten. Deze botsproeven zijn op hoofdlijnen uitgevoerd en hebben een bijdrage geleverd aan het verder uitwerken van de Omgevingsvisie.
10
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Beoordeling concept Ontwerp Omgevingsvisie In februari 2025 is het doelbereik van de gestelde ambities getoetst aan het voorgenomen beleid uit de (concept) Ontwerp Omgevingsvisie. Ook zijn de milieueffecten van het voorgenomen beleid getoetst. De Omgevingsvisie is beoordeeld op basis van de fysieke leefomgeving in brede zin en de klassieke milieueffecten, ruimteclaims en botsproeven. Deze beoordeling heeft input gegeven aan het proces van de Omgevingsvisie en heeft geleid tot een aanscherping van de Omgevingsvisie. Beoordeling Ontwerp Omgevingsvisie De aangescherpte Omgevingsvisie is vervolgens opnieuw getoetst op doelbereik en milieueffecten. Voorliggend Omgevingseffectrapport toont hiervan het resultaat. Hierin zijn ook een aantal concrete aanbevelingen voor de definitieve Omgevingsvisie en het proces daarna (uitwerking in programma’s) opgenomen. Zie hiervoor hoofdstuk 7. Fase 3 – Van Ontwerp Omgevingsvisie naar definitieve Omgevingsvisie in Omgevingseffectrapport Na de aanscherping van de Omgevingsvisie als gevolg van inspraak, opmerkingen van de Commissie MER of ambtshalve wijzigingen wordt een volgende beoordeling uitgevoerd, op basis van de definitieve Omgevingsvisie.
Om dit ontwerpend proces op transparante manier weer te geven zal in hoofdstuk 6 Beoordeling met oranje teksten aangegeven worden in hoeverre de Omgevingsvisie is aangescherpt en of en op welke wijze dit heeft geleid tot een aanpassing van de beoordeling. Als deze beoordeling heeft geleid tot een aanpassing in score, wordt de aanpassing in oranje in de beoordelingstabel toegevoegd. Na het Omgevingseffectrapport – Monitoring Monitoring van omgevingsaspecten die van belang zijn voor de doelen uit de Omgevingsvisie is van groot belang. Hiervoor is een monitoringskader nodig dat de gemeente in staat stelt om aan de hand van eenduidige en reproduceerbare indicatoren periodiek een meting uit te voeren van de staat van de leefomgeving. Het voor dit Omgevingseffectrapport opgestelde beoordelingskader met toetsbare indicatoren kan hierbij een ondersteunend middel zijn. Monitoring is nader beschreven in hoofdstuk 8.
11
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
4
Beoordelingsmethodiek
4.1
Foto van de Leefomgeving
De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiekader voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Voor iedere ruimtelijke opgave, die terugkomt in de Omgevingsvisie, is op basis van beschikbare informatie en expert judgement beoordeeld in welke mate anno 2024 voldaan wordt aan de voor die opgave gestelde ambitie. Er is gebruik gemaakt van bestaande informatie en de informatie die beschikbaar is uit openbare bronnen voor deze beschrijvingen en beoordelingen. Dit verschilt per beleidsveld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen informatie, in aflopende mate van concreetheid en cijfermatigheid: • Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en dus meetbaar, bijvoorbeeld data uit meetgegevens en rekenmodellen. • Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig en dus lastig meetbaar, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal. • Expert judgement: in het geval dat er geen kwantitatieve en kwalitatieve informatie beschikbaar is, wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten. Huidige situatie De huidige situatie, zoals omschreven in de Foto van de Leefomgeving, wordt zoveel mogelijk kwantitatief en gebiedsgericht beschreven. Voor beleidsvelden als de woningmarkt, de energiemix, de verkeerssituatie en de arbeidsmarkt zijn veel kwantitatieve gegevens beschikbaar.
Door de Foto van de Leefomgeving zoveel mogelijk kwantitatief in te steken, worden opgaven en knelpunten in het ruimtelijk domein van de gemeente zo scherp mogelijk neergezet. Het literatuuronderzoek maakt gebruik van landelijk beschikbare bronnen zoals de Atlas van de Leefomgeving en gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), alsmede van beleidsstukken en lokale of regionale onderzoeken. Het resultaat van dit onderzoek is een beschrijving van de huidige situatie voor alle te beoordelen beleidsvelden en een duiding van het kwaliteitsniveau ten opzichte waarvan de (concept) Ontwerp Omgevingsvisie op doelbereik en effecten is beoordeeld. Autonome ontwikkeling Volgend op de beschrijving van de huidige situatie zijn ook autonome ontwikkelingen, die naar verwachting plaats zullen vinden in de periode tot ongeveer 20402, in beeld gebracht. Deels komt dit voort uit al vastgesteld beleid op bijvoorbeeld het gebied van woningbouw, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Deels worden voor de autonome ontwikkelingen ook externe ontwikkelingen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente en/of de Omgevingsvisie beschreven. Denk daarbij aan onder meer klimaatverandering, de landelijke energietransitie en verschuivingen in de bevolkingsopbouw in de gemeente Kerkrade.
Voor de referentiesituatie die hieruit volgt is voor iedere opgave bepaald of in vergelijking met de huidige situatie een (grote) verbetering, (grote) verslechtering of geen verschil op zal treden en tot welke beoordeling dit leidt. Om dit kwaliteitsniveau te beoordelen, wordt gekeken naar de beschikbare referentiewaarde. Hierbij wordt middels een ladder van aflopende kwaliteitsniveaus onderscheid gemaakt in: • Wettelijke normen. • Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen. • Advieswaarden van instituten. • Vraag versus aanbod. • Benchmarks ten opzichte van het landelijk gemiddelde of vergelijkbare gemeenten. • Expert judgement. Het toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur omdat dit leidt tot de meest navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het te beoordelen beleidsveld, worden beleidsnormen of -doelstellingen toegepast. Indien deze ook niet beschikbaar zijn, wordt de ladder verder afgelopen. De Foto van de Leefomgeving is door de gemeente gebruikt voor het opstellen van de concept ontwerp Omgevingsvisie.
2 Na oplevering van de Foto van de Leefomgeving is besloten om de planhorizon van de Omgevingsvisie te verruimen tot 2050. Dit
om de ambities haalbaarder en realistischer te maken. Daarom is in de Foto van de Leefomgeving gekeken naar de periode tot 2040 en in de Omgevingsvisie tot 2050.
12
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Rad van de Leefomgeving De beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving dat voor de gemeente Kerkrade opgesteld is. Het Rad is onderverdeeld in negen hoofdthema’s, en geeft de score op elk beoordeeld aspect binnen deze thema’s weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de Omgevingsvisie die in het Omgevingseffectrapport beoordeeld zijn. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal (Figuur 4.1). De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de toekomstperspectieven, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp Omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk. Symbool Toelichting ++
De staat van de leefomgeving is overal goed. Er wordt overal voldaan aan normen en/of streefwaarden
+
De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Er wordt grotendeels voldaan aan normen en/of streefwaarden
+/-
De staat van de leefomgeving is redelijk. Er wordt verspreid niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
-
De staat van de leefomgeving is matig. Er wordt op meerdere locaties of punten niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
--
De staat van de leefomgeving is slecht. Er wordt overwegend niet voldaan aan normen en/of streefwaarden
Figuur 4.1 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling van de opgaven in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (links) en een uitleg van de visualisatie van deze beoordeling op het Rad van de Leefomgeving (rechts).
4.2
Beoordeling op doelbereik
Het voorgenomen beleid in de (concept) ontwerp Omgevingsvisie is in dit Omgevingseffectrapport getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per opgave beoordeeld is in hoeverre de beleidsmaatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre ambities haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De structuur van dit Omgevingseffectrapport sluit daarmee zoveel mogelijk aan op die van de ontwerp Omgevingsvisie. Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2040 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per hoofdambitie beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de ambities te behalen. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden (zie paragraaf Foto van de Leefomgeving). In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beoordeling is uitgevoerd. Op basis van een 5-puntsschaal is beoordeeld in hoeverre de maatregelen uit de ontwerp Omgevingsvisie een bijdrage leveren aan de ambities uit de ontwerp Omgevingsvisie.
13
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Tabel 1 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling op doelbereik.
Symbool
Toelichting
++
Sterke bijdrage aan doelbereik
+
Beperkte bijdrage aan doelbereik
+/-
Geen impact op doelbereik
-
Beperkte negatieve impact op doelbereik
--
Sterk negatieve impact op doelbereik
4.3
Beoordeling op milieueffecten
De maatregelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen kunnen een positief of negatief hebben op de doelen die gesteld zijn per omgevingsaspect. Daarnaast kunnen ontwikkelingen positieve of negatieve effecten op verschillende omgevingsaspecten hebben – zo draagt meer stedelijk groen bij aan het tegengaan van de gevoeligheid voor wateroverlast en hittestress, en leidt meer gemotoriseerd verkeer tot een slechtere luchtkwaliteit en meer geluidsoverlast. De beoordeling op milieueffecten heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve (neven)effecten van de maatregelen die gesteld zijn in de Omgevingsvisie. In deze beoordeling wordt ook de koppeling gemaakt met de in de Foto van de Leefomgeving opgestelde bouwstenen (belangrijkste aandachtspunten uit de Foto van de Leefomgeving), om te analyseren of de gestelde ambities en maatregelen alle knelpunten aanpakken, of dat er nog knelpunten overblijven die niet worden geadresseerd in de omgevingsvisie. Tabel 2 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling op milieueffecten.
Symbool
14
Toelichting
++
Sterk positief effect
+
Beperkte positief effect
+/-
Geen effect
-
Beperkt negatief effect
--
Sterk negatief effect
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
5
Foto van de Leefomgeving
De gemeente Kerkrade heeft in de periode juni t/m oktober 2024 de Foto van de Leefomgeving opgesteld, waarin de huidige situatie en relevante autonome ontwikkelingen (samen de referentiesituatie) per beleidsveld beschreven zijn. De Foto van de Leefomgeving is onder begeleiding van Arcadis opgesteld. Op verschillende momenten in het proces heeft Arcadis de foto gecontroleerd en aangevuld. In Figuur 1 zijn de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Figuur 1 laat zien hoe de beoordeling verandert op basis van de autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. De blauwe lijnen geven de score van de huidige situatie weer, de oranje lijnen geven de score van de autonome ontwikkelingen weer. Als de beoordeling van de autonome ontwikkeling lager is dan de huidige situatie, is er sprake van een negatief effect op het beleidsveld. Als de beoordeling van de autonome ontwikkeling hoger is dan de huidige situatie is er sprake van een positief effect op het beleidsveld. De buitenste ring betreft de hoogste score (++) en de binnenste ring betreft de laagste score (--).
Figuur 1 het Rad van de Leefomgeving voor de huidige situatie (blauwe lijn) en de autonome ontwikkeling (oranje lijn).
15
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
6
Beoordeling
Het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie is in dit Omgevingseffectrapport getoetst op doelbereik. Deze beoordeling is te vinden in paragraaf 6.1. Ook is de Omgevingsvisie beoordeeld op basis van milieueffecten. Deze beoordeling is te vinden in paragraaf 6.2. De wijze van beoordeling wordt aan het begin van de paragrafen toegelicht.
6.1
Beoordeling op doelbereik
Het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie is in dit Omgevingseffectrapport getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per opgave beoordeeld is in hoeverre de opgestelde randvoorwaarden voor ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre ambities haalbaar zijn en welke randvoorwaarden een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden (zie paragraaf Foto van de Leefomgeving). Deze beoordeling is uitgevoerd door middel van expert judgement. De structuur van dit Omgevingseffectrapport sluit daarmee zoveel mogelijk aan op die van de ontwerp Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie heeft de gemeente vier verhaallijnen benoemd. Deze verhaallijnen zijn uitgangspunten die in beleid, projecten en afspraken met partners verder worden vormgegeven, leiden tot prioritering en het stellen van de juiste randvoorwaarden. De vier verhaallijnen waaraan wordt getoetst zijn: 1. Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn 2. Werkende stad, waar werken en wonen onlosmakelijk verbonden zijn 3. Meergeneratiestad, een stad voor 8 en 80 jarigen is goed voor iedereen 4.
Klimaatbestendige stad, wonen in een uniek landschappelijk raamwerk Beoordeling op doelbereik op basis van randvoorwaarden en ambities Voor vier verhaallijnen zijn in hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie ambities geformuleerd. De ambities zijn onderverdeeld in een aantal speerpunten waar de gemeente Kerkrade invulling aan wil geven. Vanuit de ambities zijn in hoofdstuk 4 handelingsperspectieven gesteld met randvoorwaardes. Deze randvoorwaardes dienen als houvast voor nieuwe initiatieven en als basis voor de toekomst waar de gemeente Kerkrade naartoe wil groeien. Uitleg beoordelingskader Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2040 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per thema beoordeeld of de randvoorwaarden voldoende zijn om de ambities te behalen. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden (zie paragraaf Foto van de Leefomgeving). Op basis van een 5-puntsschaal is beoordeeld in hoeverre de randvoorwaarden uit de ontwerp Omgevingsvisie een bijdrage leveren aan de ambities uit de ontwerp Omgevingsvisie (zie paragraaf 4.2 voor een uitleg van de beoordelingsmethodiek).
6.1.1
Beoordeling
Op de volgende pagina is een overzichtstabel met de beoordeling op doelbereik opgenomen. Op de verticale as zijn de ambities uit de Omgevingsvisie weergegeven. Op de horizontale as zijn de randvoorwaarden opgenomen. Per randvoorwaarde is middels een score (-- tot ++) en kleur aangegeven hoe deze bijdraagt aan het doelbereik van de verschillende ambities. Zo kan het zijn dat een randvoorwaarde positief kan bijdragen aan meerdere ambities, maar ook negatieve effecten kan hebben op specifieke ambities. Na de tabel is uitgelegd waarom de scores per randvoorwaarde en ambitie zijn toegekend en wat de opvallendste bevindingen ten aanzien van het doelbereik zijn.
16
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Klimaatbestendige stad, wonen in een sterk landschappelijk raamwerk natuur
Meergeneratie stad, een goede stad voor 8 en 80 jarigen is goed voor iedereen Werkende stad, waar werken en wonen verbonden is Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn
Geen impact op doelbereik Beperkte negatieve impact op doelbereik Sterk negatieve impact op doelbereik
Verhaallijn
17 Ambitie Complete wijkknooppunten Maatwerk (inzetten op vitale buurtcentra) Ruimte voor buurtinitiatieven (bewoners en verenigingen) Een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten Een prettige werkomgeving Koesteren van het lokale MKB Groei in werkgelegenheid, ook voor de eigen inwoners Plek voor de energietransitie Veilige buurtroutes binnen het 15-minuten eiland Gezonde en veilige schoolomgevingen Divers en duurzaam woningaanbod Recreëren en ontmoeten in koele groengebieden nabij huis Ondersteunen van de ecologische basis Wilde natuur verbonden met het stedelijk weefsel Versterken van de sponswerking en waterhuishouding van het gehele systeem Ontwikkeling van hoogwaardig toerisme Beleefbaar, recreatief stadsgroen
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Programma veilig fietsen en wandelen: onderzoek naar verkeersknelpunten ten aanzien van fietsers en voetgangers
Initiatieven stimuleren hergebruik van reststromen en verminderen afvalstromen in de regio.
Bedrijventerreinen reserveren ruimte voor energieopslag met aandacht voor veiligheidsrisico’ s.
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
Bedrijventerreinen combineren energieopwekking, groene daken en samenwerking in collectieve energiehubs. Fietsgebruik wordt gestimuleerd door uitbreiding van deelfietsen en aanleg van nieuwe regionale verbindingen. Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving. Mobiliteitstransitie richt zich op minder autoverkeer en meer gebruik van OV, fietsen en wandelen.
Nieuwbouw draagt bij aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de behoeften van diverse doelgroepen. Overbodige verharding wordt verwijderd om naar 20% minder verharding in 2050 toe te werken.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Ontwikkelingen mogen de kwaliteit van grondwater niet verslechteren.
Nieuwe woningbouwplannen houden rekening met netcapaciteit en toegang tot drinkwater.
Verharding mag niet toenemen bij nieuwe ontwikkelingen, met een doelstelling van 20% minder verharding in 2050. Hemelwateropvang op eigen terrein is verplicht, met ruimte voor toekomstige extreme weersomstandigheden.
Openbare ruimte wordt toegankelijk en inclusief ontworpen, zodat iedereen er gebruik van kan maken.
Groen wordt aangelegd met inheemse en klimaatbestendige beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit. Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden.
Volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie worden beschermd en behouden.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand. 40% schaduw wordt gerealiseerd bij belangrijke wandelen fietsroutes om hittestress te verminderen.
Bedrijfsinitiatieven moeten aansluiten bij het landschap en rekening houden met klimaatadaptatie en mobiliteit.
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie. Verblijfsrecreatie wordt ontwikkeld nabij toeristische voorzieningen of in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Water en bodem zijn leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen. Beeldbepalende en cultuurhistorische waarden worden behouden, versterkt en gerespecteerd.
Sterke bijdrage aan doelbereik Beperkte bijdrage aan doelbereik
6.1.2
Toelichting beoordeling
In deze paragraaf worden de randvoorwaarden uit de omgevingsvisie beoordeeld op hun bijdrage aan het behalen van de gestelde ambities. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de randvoorwaarden die de gemeente Kerkrade heeft uitgewerkt in haar Omgevingsvisie om deze ambities te realiseren. Voor elke ambitie wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde randvoorwaarden voor ontwikkelingen bijdragen aan het doelbereik. Hieronder wordt per verhaallijn op de verschillende ambities ingegaan en bekeken in hoeverre de gestelde randvoorwaarden bijdragen aan het behalen van deze ambities. Tevens is per verhaallijn een conclusie ten aanzien van het doelbereik getrokken. Deze conclusies zijn daarnaast in tabelvorm weergegeven.
6.1.2.1
Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn
Complete wijkknooppunten De gemeente Kerkrade streeft naar vitale buurtcentra met een compleet aanbod aan dagelijkse voorzieningen op fietsen loopafstand van woningen, zoals supermarkten, apotheken en scholen. Om de leefbaarheid op peil te houden en alle ruimte goed te benutten wil de gemeente Kerkrade leegstand kunnen verminderen en voorkomen. Het huidige voorzieningenniveau binnen de gemeente Kerkrade is op dit moment goed. Zo zijn er ten opzichte van het Nederlands gemiddelde relatief veel voorzieningen zoals huisartsen, supermarkten en treinstations aanwezig. De gemeente voorziet echter in de toekomst negatieve ontwikkelingen waarin steeds meer voorzieningen zullen verdwijnen en overgebleven voorzieningen compacter ingedeeld worden. Dit resulteert in een betere verdeling van de voorzieningen, maar gaat het groeiend percentage leegstand niet tegen. De gemeente Kerkrade zet zich daarom in om zoveel mogelijk voorzieningen te behouden en waar mogelijk verder te verbeteren. Om de buurtcentra te versterken, worden zij verbonden met zorg- en maatschappelijke voorzieningen, nieuwe woningen en mobiliteitshubs. Daarnaast wordt ingezet op levendige ontmoetingsplekken in een veilige, toegankelijke en groene openbare ruimte. Deze plekken bieden ruimte voor ontmoeting, ontspanning, festiviteiten en spelen, met aandacht voor klimaatadaptatie en behoud van cultureel erfgoed.
Een voorbeeld hiervan is de entree van bedrijventerrein Julia naar het centrum van Eygelshoven, waar de parkeerplaats aan de Hermanstraat als mobiliteitshub kan dienen en de Putstraat als groene entree kan worden ontwikkeld. Beoordeling Randvoorwaarden en maatregelen zoals de multifunctionele inrichting van pleinen (sport, spel, ontmoeting), groen bij scholen en speeltuinen, en mobiliteitsmaatregelen (fietsen en wandelen stimuleren, verminderen van het autogebruik) dragen sterk bij aan de totstandkoming van vitale buurtknooppunten. Door deze uitgangspunten aan te houden bij de inrichting wordt direct een positief effect verwacht op de leefomgeving. Waar ruimte schaars kan zijn, zoals bijvoorbeeld in het centrumgebied, is het koppelen van functies interessant, zo draagt vergroening bij aan een prettige leefomgeving terwijl het ook bijdraagt aan het verlagen van hittestress en uitnodigend is om te bewegen. De focus op klimaatadaptieve en groene openbare ruimte sluit goed aan bij de ambitie om levendige en duurzame wijkcentra te ontwikkelen. De voorwaarde dat nieuwe bouwplannen minimaal 20% groen bevatten en bestaand groen zo veel mogelijk wordt behouden draagt bij aan het behoud en vergroenen van de woonbuurten. De gemeente geeft in haar Omgevingsvisie aan het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de buurten na te streven.
Het is niet realistisch om in te zetten op het vergroten van het voorzieningenniveau, omdat dit sterk samenhangt met de demografische ontwikkeling en daar heeft de gemeente niet (direct) invloed op. Wel kan worden ingezet op behoud en de kwaliteit van het voorzieningenniveau. In de Omgevingsvisie zijn echter nog geen concrete randvoorwaarden opgenomen om te waarborgen dat het complete aanbod aan dagelijkse voorzieningen vitaal blijft. Het volledige doelbereik is hierin nog niet geborgd. Niet alle maatregelen op dit vlak zijn enkel aan de gemeente. De gemeente kan echter in haar uitwerking nadere invulling geven aan bijvoorbeeld goede voor de bereikbaarheid van voorzieningen, het parkeren van fietsen, het bundelen van parkeervoorzieningen en het compacter maken van de centrumgebieden waarbij leegstaande aanloopstraten omgevormd worden naar woonstraten. De ambitie complete wijkknooppunten wordt daarom beoordeeld met een +/-. Maatwerk (inzetten op vitale buurtcentra) De ontwikkeling van vitale buurtcentra vereist een gerichte aanpak. Niet overal is voldoende draagvlak voor het behoud of de toevoeging van voorzieningen en winkels. In de Omgevingsvisie wordt benoemd dat op veel plekken gekozen moeten worden waar concentratie van voorzieningen en winkels realistisch is. Waar dit niet het geval is, moet worden gekeken naar transformatie naar wonen of andere functies.
Parkeren wordt als een knelpunt genoemd en tegelijkertijd vraagt het behoud van bereikbaarheid om oplossingen voor parkeren die voorkomen dat de openbare 18
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
ruimte wordt gedomineerd door stilstaande auto's. De auto wordt geregeld als vervoersmiddel gebruikt waardoor er een conflict kan bestaan tussen ruimte voor parkeren en het stimuleren van wandelen en fietsen, terwijl voorzieningen goed bereikbaar moeten blijven. In de visie wordt uitgegaan van maatwerkingrepen. Ook in kleine openbare ruimtes, die als herkennings- of ontmoetingspunten dienen zonder gekoppelde functies, blijft het waarborgen van kwaliteit essentieel. Beoordeling De gemeente Kerkrade heeft enkele maatregelen opgesteld ten opzichte van het realiseren van maatwerk voor buurtcentra. Een daadwerkelijke uitwerking van de maatregelen ontbreekt. Maatregelen die meer impliciet een bijdrage leveren aan deze ambitie zijn bijvoorbeeld het multifunctioneel inrichten van pleinen, dit sluit goed aan bij het versterken van de sociale en functionele vitaliteit van de buurtcentra. Het benutten van achterterreinen, het combineren van maatregelen op het gebied van energie en het leidend zijn van water en bodem bieden flexibiliteit en klimaatbestendigheid, maar de impact blijft zeer sterk afhankelijk van de specifieke invulling per locatie. De gemeente Kerkrade heeft aangegeven de centrumgebieden compacter te ontwikkelen en leegstaande aanloopstraten om te willen vormen naar woonstraten.
Hoewel deze maatregelen gesteld zijn, missen er specifieke en concrete maatregelen ten aanzien van het tegengaan van leegstand en het behoud van vitale voorzieningen. Dit is een aandachtspunt voor de gemeente Kerkrade. De ambitie maatwerk wordt daarom beoordeeld met een +/-. Ruimte voor buurtinitiatieven (bewoners en verenigingen) De gemeente Kerkrade wil buurtinitiatieven stimuleren door ontmoetingsplekken in stand te houden en te versterken. Locaties zoals voetbalclubs, buurthuizen, harmonieën en markten spelen hierin een belangrijke rol, maar staan vaak onder druk door teruglopende ledenaantallen en vrijwilligers. Om dit tegen te gaan, wordt gekeken naar het combineren van verenigingen en ruimtes binnen de wijk, bijvoorbeeld door multifunctionele sportaccommodaties te realiseren. Multifunctionele sportaccommodaties dragen bij aan een gezond stedelijk leven, waarin sporten, recreëren en sociale verbindingen centraal staan en waar tegelijkertijd sociale banden aangehaald worden. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van het Patronaat (Bleijerheide) en het Catherinahoes (Holz) tot sociale wijkpunten, waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en terecht kunnen voor ondersteuning. Dit wordt verder uitgewerkt in het ambitieplan Kerkrade-Oost.
Beoordeling Het omvormen van leegstaande kerken naar woningen of maatschappelijke functies levert mogelijk een bijdrage aan het behalen van de ambitie. Bewoners en verenigingen hebben vaak goede ideeën wat te doen met de invulling van dit soort leegstaand vastgoed. Het biedt meerwaarde de omgeving actief te betrekken bij plannen rond dergelijke ontwikkelingen. Daarnaast biedt de herontwikkeling van kerken mogelijk ook ruimte voor het creëren van ontmoetingsplekken. In de Omgevingsvisie zijn geen randvoorwaarden of concrete maatregelen geformuleerd om ruimte voor buurtinitiatieven te stimuleren. Er zijn wel al een aantal concrete projecten voor de ontwikkelingen van sociale wijkpunten, maar zoals de gemeente zelf aangeeft wordt dit nog verder uitgewerkt in het ambitieplan Oost. Het verdient aanbeveling om in deze uitwerking een concretisering te maken van wat de stimulering inhoudt. Het doelbereik van de ambitie ruimte voor buurtinitiatieven wordt daarom op basis van de benoemde randvoorwaarden in de Omgevingsvisie beoordeeld met een +/-. Een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten De historische linten in Kerkrade verbinden belangrijke dagelijkse bestemmingen en fungeren als de levensaders van de stad. Linten die aansluiten op wijkknooppunten worden op bepaalde locaties omgevormd tot fietsstraten, waar fietsen en wandelen aantrekkelijk is in een groenere omgeving.
De auto is hier te gast en beperkt tot bestemmingsverkeer. Deze linten, met hun historische en architectonische kwaliteit, bieden unieke herkenningspunten en versterken de identiteit van de stad. Door deze transformatie worden de linten niet alleen aantrekkelijker als woonomgeving, maar ontstaan er ook ontwikkelkansen voor leegstaande panden. Op de linten komt meer ruimte voor de fiets, de voetganger en groen. Hier mag richting 2050 maximaal 30 km/u gereden worden, deze transitie is nu al in gang gezet op het historisch lint de Bleijerheiderstraat.
19
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Beoordeling De mobiliteitsmaatregelen (minder autoverkeer, meer fietsroutes en wandelpaden), 40% schaduw bij belangrijke fietsen wandelroutes, de realisatie van deelfietsen en aanleg van nieuwe regionale fietsverbindingen sluiten goed aan bij de ambitie om veilige en aantrekkelijke linten te ontwikkelen. De bescherming van volwassen bomen en de aanleg van groen langs routes dragen bij aan een gezonde leefomgeving. Het terugbrengen van de maximum snelheid is nog niet omschreven als een te nemen maatregel, maar kan actief bijdragen aan een veiligere en gezondere omgeving. Het inrichten als een fietsstraat stimuleert het wandelen en fietsen en draagt daarbij aan een veilige en prettige verkeerssituatie. Er zijn een drietal randvoorwaarden die sterk bijdragen aan deze ambitie, waardoor de ambitie een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten wordt beoordeeld met ++. Concluderend De beoordeling van de randvoorwaarden laat zien dat de gemeente Kerkrade een solide basis heeft gelegd voor het realiseren van de ambities binnen de verhaallijn "Leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn". Er zijn echter duidelijke verschillen in de mate van doelbereik per ambitie.
De ambitie complete wijkknooppunten scoort neutraal (+/-), waarbij de nadruk op multifunctionele pleinen, compacter maken van centrumgebieden, vergroening, en klimaatadaptatie bijdraagt aan de beleefbaarheid van buurtcentra. Toch zijn de randvoorwaarden en maatregelen vooral gericht op fysieke aanpassingen en minder op het versterken van het sociale of economische fundament van de wijkcentra. Met name op het gebied van het behouden van het voorzieningenniveau en een passende spreiding over de gemeente ontbreekt het in de Omgevingsvisie nog aan concrete maatregelen om dit te bewerkstelligen. De gemeente geeft hierbij aan in te willen zetten op maatwerk, maar is niet concreet in hoe zij daarmee het voorzieningenniveau wil behouden. Het advies is om bij de uitwerking van de Omgevingsvisie concrete kaders mee te geven waarbinnen maatwerk mogelijk is, om in ieder geval te zorgen dat het voorzieningenniveau gehandhaafd kan blijven. Daarbij kan het helpen om inzichtelijk te maken welke basisvoorzieningen in ieder geval behouden moeten blijven en dit eventueel wijkgericht nader te concretiseren. Voor de ambitie maatwerk is sprake van een beperkte bijdrage (+/-). Hoewel multifunctionele pleinen, het benutten van achter terreinen, en de focus op water en bodem flexibiliteit bieden, is de impact afhankelijk van de specifieke invulling per locatie.
Er ontbreekt een concrete aanpak om maatwerk structureler te ondersteunen. Bij de ambitie ruimte voor buurtinitiatieven wordt het doel op basis van de randvoorwaarden die nu in de visie zijn opgenomen deels bereikt (+/-). Zowel de flexibele inzet van leegstaande kerken als de realisatie van multifunctionele sportaccommodaties sluit mogelijk aan bij de ambitie, waarbij bewoners en verenigingen ruimte krijgen om initiatieven te ontwikkelen. Andere maatregelen dragen niet voldoende bij aan het stimuleren van buurtinitiatieven zoals bedoeld in de ambitie. Het verdient aanbeveling om in een nadere uitwerking aandacht aan concrete maatregelen te besteden. De ambitie om een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten te creëren scoort het hoogst, met een sterke bijdrage (++), dankzij de focus op mobiliteitsmaatregelen zoals fietsroutes, wandelpaden, en de reductie van autoverkeer. Daarnaast versterken randvoorwaarden zoals 40% schaduw langs routes en het aanleggen van groen de leefomgeving en maken deze maatregelen de linten aantrekkelijker en veiliger. De gemeente zet hiermee zeer duidelijk in op het creëren van aantrekkelijke en veilige linten en bevordert daarmee fietsen en wandelen ten opzichte van het autogebruik.
Over de hele linie scoort de gemeente goed op fysieke randvoorwaarden en maatregelen die de leefomgeving verbeteren, zoals vergroening, mobiliteitsaanpassingen en klimaatadaptatie. Voor ambities die sterk afhankelijk zijn van sociale betrokkenheid en maatwerk, zoals "Maatwerk" en "Ruimte voor buurtinitiatieven", is echter meer aandacht nodig voor gerichte ondersteuning, participatie, en concrete uitvoeringsmaatregelen om het doelbereik te vergroten. De gemeente heeft hierbij aangegeven dat de nadere uitwerking van de plannen/ projecten volgt zoals bijvoorbeeld het ambitieplan Kerkrade-Oost (historisch lint Bleijerheiderstraat en Dr. Ackensplein). Dit wordt als een positieve stap gezien.
20
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Achterterreinen bij historische linten worden benut voor groen, parkeren of kleinschalige woningbouw.
Recreatieve fiets- en wandelroutes verbinden groengebieden en stimuleren een beweegvriendelijke omgeving.
Fietsgebruik wordt gestimuleerd door uitbreiding van deelfietsen en aanleg van nieuwe regionale verbindingen.
Scholen en speeltuinen worden groen, beweegvriendelijk en rookvrij ingericht, weg van drukke wegen.
Pleinen worden multifunctioneel ingericht met ruimte voor sport, spel en ontmoeting in plaats van parkeren.
Openbare ruimte wordt toegankelijk en inclusief ontworpen, zodat iedereen er gebruik van kan maken.
Gebouwen en buitenruimtes worden ingericht met natuurlijke materialen en ruimte voor hemelwateropvang.
Nieuwe bouwplannen bevatten minimaal 20% groen en bestaand groen wordt zoveel mogelijk behouden.
Volwassen bomen en bomenstructuren met een hitte- of landschapsfunctie worden beschermd en behouden.
40% schaduw wordt gerealiseerd bij belangrijke wandelen fietsroutes om hittestress te verminderen.
Iedere woning moet zicht hebben op 3 bomen, 30% boomkroonbedekking en een groene ruimte op 300 meter afstand.
Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een groene, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Maatregelen
Leegstaande kerken worden herbestemd en alleen gesloopt als er geen andere opties zijn volgens de Kerkenvisie.
Beoordeling doelbereik
Ambitie Complete wijkknooppunten
+
Maatwerk (inzetten op vitale buurtcentra)
+/-
Ruimte voor buurtinitiatieven (bewoners en verenigingen)
+/-
Een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten
++
6.1.2.2
Werkende stad, waar werken en wonen onlosmakelijk verbonden is
Een prettige werkomgeving Bedrijventerreinen beslaan 17% van het grondgebied van Kerkrade en bieden in haar huidige vorm kansen voor verbetering. De gemeente wil deze terreinen klimaatadaptief inrichten en transformeren tot gezonde werkomgevingen met faciliteiten zoals buitenruimtes om te vergaderen, lunchen, wandelen en zelfs sporten. Bedrijventerreinen zijn soms moeilijk bereikbaar doordat ze wat verscholen liggen in het buitengebied. Om bedrijventerreinen beter te integreren in de stad worden verbindingen aangelegd voor langzaam verkeer, zoals voetgangers en fietsers, richting nabijgelegen treinstations en buitengebieden. Voorbeelden hiervan zijn betere ontsluitingen van het bedrijventerrein Julia naar het Wormdal en van bedrijventerrein Dentgenbach naar het Strijthagerbeekdal. Dit verhoogt de aantrekkelijkheid van de werkomgeving. Door goede verbindingen vanuit het centrum naar werkgebieden en de groene gebieden waarbij werknemers gebruik kunnen maken van de groene gebieden. Bij de herontwikkeling van bedrijventerreinen moet ook aandacht zijn voor een betere ontsluiting naar het aangrenzende buitengebied waardoor werknemers en bewoners meer gebruik maken van de groene gebieden. Dit draagt dit bij aan de kwaliteit van de werkomgeving en de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor bedrijven.
De Omgevingsvisie gaat in op nieuwe kleinschalige bedrijvigheid (met een mogelijk effect op de leefomgeving) en dat deze bij voorkeur plaatsvinden op de bedrijventerreinen en niet in de woongebieden. Binnen de centrumgebieden is er wel ruimte voor dienstverlening en MKB ondernemerschap. Grootschalige bedrijvigheid (met een mogelijk effect op de leefomgeving) vindt altijd plaats op een van de bedrijventerreinen, passend bij het profiel van het bedrijventerrein. 21
Onze referentie: 2TP374UNCRA3-61643547-129:1.0 - Datum: 4 april 2025 - Public
Beoordeling De gestelde randvoorwaarden die bedrijventerreinen klimaatadaptief en duurzaam inrichten (zoals het toepassen van groene daken en het stimuleren van samenwerkingen in collectieve energiehubs) dragen sterk bij aan een gezonde en aantrekkelijke werkomgeving. Het verminderen van verharding versterkt de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden en zorgt er voor dat de bedrijventerreinen meer klimaatadaptief worden ingericht. De randvoorwaarden die bijdragen aan de ambitie zijn gefocust op het creëren van een groenere buitenruimte, niet alleen op bedrijventerreinen maar ook op andere werkplekken zoals de centrumgebieden. Groenere inrichting en een vermindering van verharding hebben een positief effect op het verlagen van hittestress, wat voor een prettigere en gezondere omgeving zorgt. Ook de extra aandacht voor veiligheidsrisico’s die in de Omgevingsvisie wordt genoemd als randvoorwaarde voor ontwikkelingen heeft een positieve bijdrage aan een prettige en veilige werkomgeving. Door bedrijvigheid op basis van grootschaligheid en mogelijke effecten op de leefomgeving in te richten en op de juiste plekken te concentreren ontstaat een gezondere leefomgeving. Dat zorgt voor balans in bedrijventerreinen in de gemeente. Alles in ogenschouw nemend worden de randvoorwaarden voor de ambitie een prettige werkomgeving beoordeeld met ++ (sterk positieve bijdrage aan het doelbereik).