Bijlage 2 - Lijst van wijzigingen APV 2026
Tekst van het document
Lijst van wijzigingen APV 2025 Legenda kleurgebruik APV Kerkrade 2025 - Geel: (tekstuele) wijzigingen - Groen: nieuw artikel - Doorgehaald: vervallen Artikelnummer Artikel 1:1 Definities
Artikel 2:1 lid 2 en 3
Huidige tekst
Nieuwe tekst
Reden / onderbouwing van wijziging / toevoeging artikel In deze verordening wordt verstaan Toevoeging in het kader van het onder: nieuwe artikel 5:6a. - Aanhangwagen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder d van de Wegenverkeerswet 1994;
2. In het belang van de openbare 2. In het belang van de openbare Tekstuele wijziging. orde, het voorkomen of orde, het voorkomen of beperken van overlast, het beperken van overlast, het voorkomen of beperken van voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied kan het college een gebied aanwijzen waar door aanwijzen waar door politieambtenaren of bijzonder politieambtenaren of opsporingsambtenaren aan een buitengewoon persoon, die zich bevindt op de opsporingsambtenaren aan een weg of plaats, die deel uitmaakt persoon, die zich bevindt op de van dit gebied, gedurende de weg of plaats, die deel uitmaakt
2. Artikel 2:35 lid 4
uren daarbij genoemd, het bevel van dit gebied, gedurende de worden gegeven zich uren daarbij genoemd, het bevel onmiddellijk in een bepaalde worden gegeven zich richting te verwijderen. onmiddellijk in een bepaalde 3. Een ieder, die op een openbare richting te verwijderen. plaats aanwezig is bij enig 3. Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor gevende gebeurtenis, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevindt in of aanwezig is bij een een daartoe strekkend bevel van samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie of een bijzonder opsporingsambtenaar een ambtenaar van politie of een buitengewoon zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door te verwijderen. hem aangewezen richting te verwijderen.
In deze afdeling wordt verstaan onder: * Alcoholhoudende drank, * Leidinggevende, * Horecabedrijf, * Horecalokaliteit, * Inrichting *Paracommerciële rechtspersoon, * Sterke drank,
In deze afdeling wordt verstaan Tekstuele wijziging. onder: a. Alcoholhoudende drank, b. Leidinggevende, c. Horecabedrijf, d. Horecalokaliteit, e. Inrichting f. Paracommerciële rechtspersoon, g. Sterke drank,
Artikel 2:38
* Slijtersbedrijf, en * Zwak-alcoholhoudende drank, * dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
h. Slijtersbedrijf, en i. Zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:38 Persoonseisen
Artikel 2:38 Persoonseisen
1.De natuurlijke persoon die een vergunning aanvraagt voor de exploitatie van een alcoholvrij bedrijf overeenkomstig deze verordening moet: a. De leeftijd van 18 jaren hebben bereikt; en b. Aan de persoonseisen bij of krachtens de artikelen 8 tot 10 van de Alcoholwet voldoen met uitzondering van de leeftijdseis; c. Een recente verklaring omtrent gedrag van de leidinggevende overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. d. een document overleggen waaruit zijn rechtmatige verblijf in Nederland blijkt. 2.De eisen gesteld in lid 1 gelden ook voor leidinggevenden. 3.Indien de vergunning wordt aangevraagd door een rechtspersoon dient de natuurlijke persoon die de rechtspersoon
Het artikel kan vervallen. Het (gewijzigde) artikel 2:40 lid 1 sub b 1.De natuurlijke persoon die een verwijst naar de persoonseisen zoals vergunning aanvraagt voor de vermeld in de Alcoholwet. exploitatie van een alcoholvrij bedrijf overeenkomstig deze verordening moet: a. De leeftijd van 18 jaren hebben bereikt; en b. Aan de persoonseisen bij of krachtens de artikelen 8 tot 10 van de Alcoholwet voldoen met uitzondering van de leeftijdseis; c. Een recente verklaring omtrent gedrag van de leidinggevende overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. d. een document overleggen waaruit zijn rechtmatige verblijf in Nederland blijkt. 2.De eisen gesteld in lid 1 gelden ook voor leidinggevenden. 3.Indien de vergunning wordt aangevraagd door een rechtspersoon dient de natuurlijke persoon die de rechtspersoon
Artikel 2:40 lid 1 sub b
Artikel 2:42 lid 1, sub e
Artikel 2:55 lid 1, sub c
rechtsgeldig vertegenwoordigt te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid. Een vergunning wordt door het bevoegd orgaan geweigerd indien: 1) De (natuurlijke) exploitant/ondernemer: b. door de ondernemer c.q. degenen die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(en) en/of leidinggevende(n) niet wordt voldaan aan de persoonseisen zoals bedoeld in artikel 2:38. 1. De vergunning wordt door het bevoegd orgaan ingetrokken indien: … e. Niet langer wordt voldaan aan de persoonseisen zoals bedoeld in artikel 2:38; f. Binnen een termijn van 6 maanden na dagtekening van de vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, anders dan wegens overmacht; g. Op verzoek van de vergunninghouder(s). 1. Met het toezicht op openbare inrichtingen zijn belast: …
rechtsgeldig vertegenwoordigt te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid. Een vergunning wordt door het bevoegd orgaan geweigerd indien: 1) De (natuurlijke) exploitant/ondernemer: b. door de ondernemer c.q. degenen die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(en) en/of leidinggevende(n) niet wordt voldaan aan de persoonseisen zoals bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de Alcoholwet. 1. De vergunning wordt door het bevoegd orgaan ingetrokken indien: … e. Niet langer wordt voldaan aan de persoonseisen zoals bedoeld in artikel 2:38; e. Binnen een termijn van 6 maanden na dagtekening van de vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, anders dan wegens overmacht; f. Op verzoek van de vergunninghouder(s). 1. Met het toezicht op openbare inrichtingen zijn belast: …
Artikel 2:38 komt te vervallen. Er wordt nu rechtstreeks verwezen naar de artikelen in de Alcoholwet.
Dit lid kan vervallen. Dit wordt al gedekt door sub d van het artikel.
Dit lid is overbodig aangezien de medewerkers van het interventieteam aangewezen
Artikel 2:55 lid 2 t/m 7
c. De onder a en b gezamenlijk optredende ambtenaren ter algemene controle van openbare inrichtingen (flexteam). 2. De aanwezige exploitant en/of leidinggevende dient aan een controle, uitgevoerd door ambtenaren bedoeld in lid 1, volledige medewerking te verlenen. 3. Ter handhaving van de voorwaarden en eisen bij de openbare inrichting mogen de onder lid 1 genoemde ambtenaren de tot de bedrijfsvoering behorende ruimtes betreden. 4. Op vordering van een van de in lid 1 genoemde ambtenaren dient de exploitant en/of leidinggevende de gevraagde bescheiden te overleggen. 5. De onder lid 1 genoemde ambtenaren kunnen de nodige maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de geldende regelgeving te doen naleven en/of om de openbare orde, veiligheid en rust te doen naleven. 6. Indien een exploitant en/of leidinggevende enige medewerking, bedoeld in leden
c. De onder a en b gezamenlijk optredende ambtenaren ter algemene controle van openbare inrichtingen (flexteam). 2. De aanwezige exploitant en/of leidinggevende dient aan een controle, uitgevoerd door ambtenaren bedoeld in lid 1, volledige medewerking te verlenen. 3. Ter handhaving van de voorwaarden en eisen bij de openbare inrichting mogen de onder lid 1 genoemde ambtenaren de tot de bedrijfsvoering behorende ruimtes betreden. 4. Op vordering van een van de in lid 1 genoemde ambtenaren dient de exploitant en/of leidinggevende de gevraagde bescheiden te overleggen. 5. De onder lid 1 genoemde ambtenaren kunnen de nodige maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de geldende regelgeving te doen naleven en/of om de openbare orde, veiligheid en rust te doen naleven. 6. Indien een exploitant en/of leidinggevende enige medewerking, bedoeld in leden
toezichthouders zijn zoals genoemd in sub b. Deze leden kunnen vervallen. Deze regels zijn allemaal in de Algemene Wet Bestuursrecht opgenomen. Dit is hogere wetgeving, dus die gaat voor op de APV.
2 tot en 4, weigert kan dit leiden tot een bestuurlijke maatregel overeenkomst hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht of zelfs het tijdelijk sluiten van de betreffende openbare inrichting. 7. Ten behoeve van lid 6 kunnen nadere regels worden gesteld. Afdeling 6a Kamerverhuur Artikel 2:75 Definities Artikel 2:75, 2:76, 2:77, 2:82 en 2:83. a) Bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie. b) Buurt: deel van een wijk volgens de wijk- en buurtindeling van de gemeente Kerkrade. c) College: het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade. d) Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van woonruimte of een gebouw. Onder "eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek" wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het
2 tot en 4, weigert kan dit leiden tot een bestuurlijke maatregel overeenkomst hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht of zelfs het tijdelijk sluiten van de betreffende openbare inrichting. 7. Ten behoeve van lid 6 kunnen nadere regels worden gesteld. Artikel 2:75 Definities a) Bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie. b) Buurt: deel van een wijk volgens de wijk- en buurtindeling van de gemeente Kerkrade. c) College: het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade. d) Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van woonruimte of een gebouw. Onder "eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek" wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het
De gehele afdeling Kamerverhuur komt te vervallen. Er zijn geen panden meer met een kamerverhuurvergunning (op grond van de APV) in Kerkrade. Er zullen ook geen kamerverhuurvergunning meer op grond van de APV verleend gaan worden. De artikelen zijn dan ook overbodig geworden. Indien er overlast vanuit de panden wordt ervaren waar mogelijk sprake is van kamerverhuur, kan er opgetreden worden op grond van de Wet Aanpak Woonoverlast of de Gemeentewet.
gebruiksrecht van een woonruimte is verleend. e) Gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van drie of meer onzelfstandige woonruimtes. f) Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. g) Huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand. h) Kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw met, of geschikt te maken voor, drie of meer kamers, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Besluit bouwwerken Leefomgeving, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. i) Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet samen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt
gebruiksrecht van een woonruimte is verleend. e) Gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van drie of meer onzelfstandige woonruimtes. f) Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. g) Huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand. h) Kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw met, of geschikt te maken voor, drie of meer kamers, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Besluit bouwwerken Leefomgeving, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. i) Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet samen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt
is voor bewoning door een huishouden. j) Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen (zoals douche, keuken en toilet) buiten die woonruimte. k) Onzelfstandige woonruimte: een verblijfsruimte die door de aard van de inrichting en gebruik, het privédomein is van één bewoner die daarbij is aangewezen op het gebruik van gemeenschappelijke en wezenlijke voorzieningen buiten zijn verblijfsruimte. l) Bijzondere woonruimte: deze woonruimtes vallen vanwege hun bijzondere karakter niet onder de vergunningsplicht. Onder bijzondere woonruimte wordt in ieder geval verstaan: seniorencomplexen, herstelinrichtingen of verzorgingstehuizen. m) Omzetting woonruimte: het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte.
is voor bewoning door een huishouden. j) Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen (zoals douche, keuken en toilet) buiten die woonruimte. k) Onzelfstandige woonruimte: een verblijfsruimte die door de aard van de inrichting en gebruik, het privédomein is van één bewoner die daarbij is aangewezen op het gebruik van gemeenschappelijke en wezenlijke voorzieningen buiten zijn verblijfsruimte. l) Bijzondere woonruimte: deze woonruimtes vallen vanwege hun bijzondere karakter niet onder de vergunningsplicht. Onder bijzondere woonruimte wordt in ieder geval verstaan: seniorencomplexen, herstelinrichtingen of verzorgingstehuizen. m) Omzetting woonruimte: het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte.
Artikel 2:76 Werkingsgebied Artikel 2:76 Werkingsgebied Het bepaalde in deze verordening is Het bepaalde in deze verordening is van toepassing op alle woonruimten van toepassing op alle woonruimten
in bestaande en nieuwe gebouwen in bestaande en nieuwe gebouwen binnen het gebied van de gemeente binnen het gebied van de gemeente Kerkrade. Kerkrade. Artikel 2:77 Kamerverhuur Met het oog op de bescherming van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woning is het verboden om: 1. Een zelfstandige woonruimte gelegen in het artikel 2:76 genoemde werkingsgebied om te zetten in onzelfstandige woonruimten; 2. Een kamerverhuurpand te exploiteren of te doen exploiteren. Artikel 2:82 Toezicht, controle en handhaving. 1.Met het toezicht en de controle op en de handhaving van de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren van de gemeente. 2.Voor het toezicht en handhaving van, bij of krachtens, een andere wettelijke regeling met betrekking tot de het pand resp. de locatie waar kamerverhuur plaatsvindt zijn daarvoor aangewezen ambtenaren bevoegd.
Artikel 2:77 Kamerverhuur Met het oog op de bescherming van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woning is het verboden om: 1. Een zelfstandige woonruimte gelegen in het artikel 2:76 genoemde werkingsgebied om te zetten in onzelfstandige woonruimten; 2. Een kamerverhuurpand te exploiteren of te doen exploiteren. Artikel 2:82 Toezicht, controle en handhaving. 1.Met het toezicht en de controle op en de handhaving van de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren van de gemeente. 2.Voor het toezicht en handhaving van, bij of krachtens, een andere wettelijke regeling met betrekking tot de het pand resp. de locatie waar kamerverhuur plaatsvindt zijn daarvoor aangewezen ambtenaren bevoegd.
Artikel 2:123
3.Toezicht en handhaving van hetgeen bij of krachtens deze afdeling is bepaald kan door verschillende ambtenaren voor of namens de gemeente worden uitgeoefend (flexteam).
3.Toezicht en handhaving van hetgeen bij of krachtens deze afdeling is bepaald kan door verschillende ambtenaren voor of namens de gemeente worden uitgeoefend (flexteam).
Artikel 2:83 Medewerking bij toezicht en controle De pandeigenaar en/of beheerder van een pand waar kamerverhuur plaatsvindt of gaat plaatsvinden is ten allen tijde gehouden medewerking bij controles en toezicht in het pand en alle toegankelijke gemeenschappelijke ruimtes in dat pand te verlenen.
Artikel 2:83 Medewerking bij toezicht en controle De pandeigenaar en/of beheerder van een pand waar kamerverhuur plaatsvindt of gaat plaatsvinden is ten allen tijde gehouden medewerking bij controles en toezicht in het pand en alle toegankelijke gemeenschappelijke ruimtes in dat pand te verlenen.
Het is verboden op of aan de weg, op 1. Het is verboden op of aan de een andere openbare plaats of in een weg, op een andere openbare voor publiek toegankelijk gebouw plaats of in een voor publiek middelen als bedoeld in de artikelen toegankelijk gebouw, voor zover 2 of 3 van de Opiumwet of daarop die weg of plaats dan wel dat gelijkende waar te gebruiken, toe te gebouw deel uitmaakt van een dienen, dan wel voorbereidingen door de burgemeester daartoe te verrichten of ten behoeve aangewezen gebied, middelen van dat gebruik voorwerpen of als bedoeld in de artikelen 2 of 3 stoffen voorhanden te hebben. van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
Het is niet toegestaan (net als bij het alcoholverbod) de gehele gemeente aan te wijzen. Dat moet per buurt / wijk als aangetoond is dat het drugsgebruik in de openbare ruimte voor hinder zorgt. Drugsgebruik is in Nederland niet verboden en levert ook niet in alle gevallen overlast op. Lid 2 geeft echter de ruimte om altijd op te treden, in elk gebied, als het drugsgebruik gepaard gaat met
Artikel 2:127
verrichten of ten behoeve van overlast of andere gedragingen die dat gebruik voorwerpen of de openbare orde verstoren. stoffen voorhanden te hebben. 2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 1. In het belang van de openbare 1. In het belang van de openbare Tekstuele wijziging. orde, het voorkomen of orde, het voorkomen of beperken van overlast, het beperken van overlast, het voorkomen of beperken van voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de personen of goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid de gezondheid of zedelijkheid kan de burgemeester of een kan de burgemeester of een daartoe aangewezen daartoe aangewezen politieambtenaar of bijzonder politieambtenaar of
Artikel 3:7 lid 1 sub b
opsporingsambtenaar aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel bepaalde periode niet anders dan in een openbaar middel van vervoer in een of meer bepaalde, door het collega aangewezen delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
buitengewoon opsporingsambtenaar aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel bepaalde periode niet anders dan in een openbaar middel van vervoer in een of meer bepaalde, door het college aangewezen delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
b. de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel of anderszins niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, eerste lid sub b en c van de Alcoholwet worden gesteld. 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan drie dagen per maand op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en 1. Het is verboden een voertuig dat andere voertuigen voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;
Op deze manier wordt verwezen naar het juiste artikel in de Alcoholwet.
Uit handhavingsoogpunt is ervoor gekozen om het artikel aan te passen. Het artikel bleek (voornamelijk m.b.t. aanhangers) in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Er is daarom ook gekozen om een apart artikel
b. langer dan 30 dagen per parkeren waar dit naar zijn voor aanhangers toe te voegen aan kalenderjaar op de weg te plaatsen oordeel schadelijk is voor de APV. of te hebben; het uiterlijk aanzien van de gemeente. c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, 2. Het college kan ontheffing waar dit naar zijn oordeel schadelijk verlenen van het verbod, is voor het uiterlijk aanzien van de bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a 3. Het eerste lid is niet van gestelde geldt niet voor zover er toepassing op sprake is van vier achtereenvolgende beperkingengebiedactiviteiten dagen gedurende 4 gelegenheden met betrekking tot een weg per jaar. waarvoor regels zijn gesteld bij 3.Het college kan ontheffing of krachtens de provinciale verlenen van het verbod, bedoeld in omgevingsverordening het eerste lid, aanhef en onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 4.Het eerste lid is niet van toepassing van de Algemene wet op beperkingengebiedactiviteiten bestuursrecht (positieve fictieve met betrekking tot een weg beschikking bij niet tijdig waarvoor regels zijn gesteld bij of beslissen) niet van toepassing. krachtens de provinciale omgevingsverordening.
5.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikelen 5:6a Aanhangwagens
1. Het is verboden een aanhangwagen a. langer dan drie dagen per maand op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Het artikel wordt toegevoegd. In de praktijk bleek het bestaande artikel 5:6 moeilijk handhaafbaar. Er is veel (parkeer)overlast door aanhangwagens die op de weg geplaatst worden. Daarnaast ontstond er veelal discussie of een aanhangwagen wel onder artikel 5:6 zou vallen. De praktijk wees uit dat aanhangwagens (bijvoorbeeld) drie dagen in het ene parkeervak geplaatst werden. Dan één dag op de oprit en daarna weer in een andere parkeervak. Er is daarom gekozen voor een maximaal aantal te plaatsen dagen per maand. Tevens is in de begrippenlijst opgenomen wat onder aanhangwagen wordt verstaan, zodat ook hierover geen discussie meer kan ontstaan.