Bestuursrapportage BsGW 3e kwartaal 2020 versie 1.4 DEF (1).pdf
Tekst van het document
19
Ontwikkeling ziekteverzuim % per kwartaal 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 2019
BsGW
2020
Landelijk
Verzuim % BsGW Landelijk Sector Openbaar bestuur > 100 werknemers
Sector Openbaar bestuur
1e kw
2e kw 6,7 4,7 6,1 5,6
> 100 werknemers
2019 2020 3e kw 4e kw 1e kw 2e kw 3e kw 5,2 3,6 3,8 6,6 3,7 3,5 4,3 4,0 4,5 5,2 4,5 5,2 5,0 5,6 6,3 4,7 5,0 4,8 5,3 6,0 5,1
Bron: CBS
Daarnaast is in sprake van frequent verzuim op alle afdelingen van BsGW. Onder frequent verzuim wordt verstaan het aantal keren dat een medewerker zich heeft ziek gemeld in de afgelopen 12 maanden. Dit verzuim wordt gemonitord waarna leidinggevenden deze informatie gebruiken om concrete afspraken met een medewerker te maken ten aanzien van verwachte werkhervattingsdatum en dergelijke. In de eerste helft van 2020 zijn er in totaal 91 (1e kwartaal 56, 2e kwartaal 70) ziektemeldingen geweest en ten opzichte van 93 herstelmeldingen (1e kwartaal 60, 2e kwartaal 76). De meldfrequentie (dit is het aantal meldingen/aantal medewerkers) bedraagt van januari tot en met september 0,51. Vooral in de maand maart is een verhoging geweest welke mogelijk te wijten was aan de huidige Corona-situatie. Na maart is de frequentie weer lager met weer een kleine verhoging in september. Dit is conform landelijke trend. In heel 2019 was dit voor BsGW 1,04. De daling (2020 versus 2019) in de meldfrequentie en in het verzuim lijkt toegeschreven te kunnen worden aan het gewijzigde beleid, waarbij leidinggevende gedurende de eerste vijf weken van het verzuim meer hun rol kunnen pakken.
20
5. Lopende projecten 5.1 Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 (OOP) Ondernemingsplan BsGW 2018-2020 x 1.000 Organisatorische ontwikkelingen Management ontwikkelingen Personele ontwikkelingen IC T, processen, gegevens en systemen Totaal tijdelijke kosten
Ondernemingsplan Realisatie 2020 x 1.000 Organisatorische ontwikkelingen Management ontwikkelingen Personele ontwikkelingen IC T, processen, gegevens en systemen Totaal tijdelijke kosten
€ € € € €
Begroting 450 550 2.500 500 4.000
€ € € € €
Begroting 450 550 2.500 500 4.000
t / m 4 e k w 2 0 19
€ € € € €
Prognose 250 550 2.400 800 4.000
€ € € € €
Realisatie 245 465 1.983 526 3.219
t / m 1e k w 2 0 2 0
Realisatie € 245 € 468 € 2.082 € 694 € 3.489
t/ m 2e kw 2020
€ € € € €
Realisatie 245 468 2.158 760 3.631
t/ m 3e kw 2020
€ € € € €
Realisatie 245 468 2.190 845 3.748
Eind 2017 is het Ondernemings- en ontwikkelingsplan 2018-2020 vastgesteld (AB 14-12-2017), waarin ook een doorvertaling is gemaakt van de financiële gevolgen hiervan. De middelen die nodig zijn voor de in het plan beschreven ontwikkelingen moeten worden gezien als investeringen om BsGW toekomstbestendig te maken. Het investerings- en ontwikkelbudget voor het uitvoeren van dit ondernemingsplan bedraagt € 4 miljoen, waarvan voor 2018 € 2 miljoen is voorzien en voor 2019 en 2020 ieder € 1 miljoen. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, wil BsGW zich committeren aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. De formatiereductie van 20 fte betekent uiteindelijk een structurele lastenverlaging van € 1,3 miljoen en vormt de dekking voor deze investering. Vanaf 2028, uitgaande van een zeker scenario, leidt de formatiereductie van 20 fte uiteindelijk tot een structurele verlaging van de bijdragen van de deelnemers van € 1,3 miljoen per jaar. In het voorstel aan het Algemeen Bestuur ‘Dekking ondernemings- en opleidingsplan 2018-2020’ (14 december 2017) is dit nader uitgewerkt. De ontwikkelingen, zowel inhoudelijk als financieel (budgetuitputting, gemaakte kosten en terugverdieneffecten) worden gemonitord door BsGW zelf maar ook door het Dagelijks bestuur, Algemeen bestuur en de deelnemers. Het ondernemingsplan is een vast onderdeel van de P&C-cyclus van BsGW.
De voortgang van het ondernemingsplan wordt periodiek gerapporteerd via deze paragraaf in de bestuursrapportage. Daarnaast vindt jaarlijks een accountantscontrole plaats op de rechtmatigheid en getrouwheid van de aan dit project toegewezen kosten, plus een jaarlijkse tussentijdse herijking van de dekking van de projectkosten; de taakstellende formatie- en kostenreductie zoals weergegeven in het ondernemingsplan, dan wel in de hieruit voortvloeiende, specifiek uitgewerkte (deel)projectplannen. Tot en met het derde kwartaal 2020, is € 3,748 miljoen aan kosten gerealiseerd. Het betreft kosten voor flankerend beleid voor borging continuïteit, assessments, opleiding-, coaching- en outplacementtrajecten, kosten externe leden van de plaatsingsadviescommissie en de samenwerking op ICT-gebied. Per 1-1-2020 heeft er een prognosewijziging plaatsgevonden op de budgetten per categorie binnen het totale investerings- en ontwikkelbudget voor het uitvoeren van het ondernemingsplan. Het budget van de categorie ICT, processen en systemen werd aanvankelijk lager ingeschat dan werkelijk benodigd tot en met 2020. In de volgende alinea’s wordt conform de prognose uit het Ondernemings- en ontwikkelingsplan 2018-2020, de stand van zaken inhoudelijk weergegeven. Naar de huidige inzichten is het projectbudget afdoende en zal de formatiereductie conform planning worden gerealiseerd.
Los van het gegeven dat voor het terugverdieneffect van een zeker/voorzichtig scenario wordt uitgegaan, is de uitvoering van het OOP naar tevredenheid verlopen. Nagenoeg alle medewerkers zijn geplaatst, waarbij een deel van de medewerkers op dit moment nog voorlopig geplaatst is. Een enkele medewerker is niet geplaatst maar heeft wel werk dat aansluit bij de kennis, vaardigheden 21
en ervaring van deze medewerker. Het medewerkersonderzoek dat onlangs plaatsgevonden heeft, leert ook dat een meerderheid van alle medewerkers tevreden is over het plaatsingsproces: zowel qua communicatie, informatie en voorbereiding als ook over de vorm en inhoud van de gesprekken; en niet onbelangrijk over de uitkomsten hiervan. Naast het herinrichten van de organisatie is een start gemaakt met verbeteringen in processen, gegevens en meer. Een belangrijke stap in het verbeteren van de kwaliteit van gegevens vindt plaats middels het opwerken van objectgegevens in en parallel aan het proces ‘waarderen op basis van gebruikersoppervlakte’. Maar ook andere gegevens en processen worden aangepast. Implementatie hiervan zal deels parallel lopen aan onder meer de implementatie van het aan te besteden belastingpakket. De kosten die in 2020 gemaakt zijn en worden, vallen binnen de begroting; de ontwikkelingen die voor 2020 gepland zijn, zullen merendeels worden gerealiseerd. Omdat alles dat ook binnen en bij BsGW opgepakt en georganiseerd moest worden in verband met alle coronamaatregelen en zaken die hiermee samenhangen, zal een deel van de organisatorische en procesmatige ontwikkelingen doorschuiven naar 2021. Bovendien zal 2021 samen met 2022 hét jaar van standaardisatie moeten worden.
De eerste opmaat is hiervoor gemaakt en in 2021 zal een van de belangrijke aangelegenheden voor de nieuwe directeur dit onderwerp betreffen. Al met al kan worden gesteld dat OOP niet alleen op koers ligt, maar ook daadwerkelijk leidt tot de beoogde resultaten. Hieronder wordt per onderdeel ingegaan op de diverse ontwikkelingen. Organisatorische ontwikkelingen Het doorontwikkelproces van BsGW is grotendeels afgerond. De belangrijkste ontwikkeling is het plaatsingsproces van de medewerkers. Een aantal medewerkers zijn tijdelijk geplaatst. Hiermee zijn ontwikkelafspraken gemaakt. De voortgang van dit proces wordt bewaakt door de (interne) stuurgroep en het managementteam van BsGW. In dit proces zijn de werknemers van BsGW vertegenwoordigd door de Ondernemingsraad (OR) en het Georganiseerd Overleg (GO). De grootste ontwikkeling naast dit proces was de overgang naar de Wnra en cao Waterschappen. De totale kosten gemoeid met organisatorische ontwikkelingen bedragen aan het einde van het derde kwartaal van 2020 € 245 duizend. Dit betreft met name de inhuurkosten implementatie-manager en inhuur externe adviseurs voor de plaatsingsadviescommissie. In 2019 is ingezet op procesoptimalisatie en de (interne) standaardisatie van regelgeving en uitvoering. Procesoptimalisatie en standaardisatie worden in 2020 voortgezet.
Zeker gezien de fase van ontwikkeling waarin de organisatie zich nu bevindt zoals de ontwikkelde I-visie maar ook zaken als een samenhangende objectenregistratie, landelijke voorzieningen, gegevensuitwisseling en meer vragen om standaardisatie. Coronamaatregelen hebben dit proces deels beïnvloed maar standaardisatie is simpelweg geen sinecure en vraagt draagvlak; en dus een langere doorlooptijd. Management ontwikkelingen Tot 1 december 2019 waren alle managementposities bezet. Het afdelingshoofd IPA heeft de organisatie verlaten om terug te keren naar de vorige werkgever. Gezien de fase van ontwikkeling waarin BsGW verkeert, is besloten deze functie tijdelijk in te vullen door een interim-afdelingshoofd. Het ‘Management-Development’-programma is volop in beweging. Eenheid van leiding geven is van belang om de ontwikkeling van en binnen BsGW vorm en inhoud te geven. Een van de onderdelen van deze ontwikkeling is het opstellen van een strategische agenda voor BsGW en voor het managementteam zelf. Hiertoe zijn voor 2020 afdelingsplannen opgesteld waarbij visie, SWOTanalyse, doorkijk en ontwikkelingen van mensen en processen worden beschreven. In 2019 is opdracht gegeven voor het ontwikkelen van een gezamenlijke I-strategie. De I-strategie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst.
De I-strategie inclusief stappenplan en financiële consequenties zal in het derde kwartaal 2020 worden gepresenteerd waarna gestart wordt met de implementatie. De kosten met betrekking tot managementontwikkeling bedragen tot en met het derde kwartaal € 468 duizend. In 2020 zijn nog kosten te verwachten voor coaching trajecten, voortzetting van het ‘Management-Development’-programma en de I-strategie. Personele ontwikkelingen De plaatsingstrajecten en interne mobiliteit zijn eind 2019 afgerond. De ontwikkeltrajecten van het personeel en eventuele externe mobiliteit als gevolg van de herijking zullen langere tijd door blijven lopen. In dit kader worden ontwikkelafspraken en soms ook individuele maatwerkafspraken gemaakt om te komen tot duurzame oplossingen. In dit kader wordt mede gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling, waar medewerkers in 2024 voor het laatste jaar in kunnen stappen. Sinds eind 22
oktober 2019 is bekend welke medewerkers die in aanmerking komen voor de stimuleringsregeling op welk moment aan de regeling gaan deelnemen. Tot en met het derde kwartaal van 2020 bedragen de gerealiseerde kosten voor flankerend beleid, assessments, opleiding- en coaching- en outplacementtrajecten in totaal € 2,19 miljoen. In 2020 zijn nog kosten te verwachten met betrekking tot ontwikkeltrajecten personeel. ICT, processen, gegevens en systemen Om voor BsGW de stap van groei naar consolidatie en borging mogelijk te maken worden - op het gebied van ICT, processen, gegevens en systemen - een aantal randvoorwaarden genoemd, zoals het zorgen voor eenheid in systemen, standaardisatie van de applicaties, minder applicaties en centrale aansturing. BsGW is op het gebied van ICT de samenwerking aangegaan met de Regionale Belastinggroep (RBG) en Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). De hieruit voortgekomen samenwerking wordt aangeduid als BRB. Begin juli 2019 heeft de migratie plaatsgevonden naar de centrale BRB-omgeving (ICT). In 2020 zullen eerste stappen richting aanbesteden van hardware en softwarepakket(ten) worden gemaakt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de integrale I-visie die in het derde kwartaal 2020 gepresenteerd wordt.
Naast deze visie zal voor de toekomst van BsGW het succes van standaardisatie een rol spelen in de ontwikkelingen in de diverse pakketten. Veelal wordt software een service en bestaat niet langer de optie om hier zelf wijzigingen en toevoegingen in aan te brengen. Vooruitlopend hierop is eind vorig jaar gestart met de realisatie van het zogenaamde belastingplatform waarbij een aantal processen, met name het proces bezwaar en beroep anders in te richten om onder andere de personele inzet en de kosten te reduceren. Aan het einde van het derde kwartaal 2020 bedragen de kosten € 845 duizend.
23
5.2 Project Waarderen op gebruiksoppervlakte Waarderen Gebruikersoppervlakte
t / m 4 e k w 2 0 19
t / m 1e k w 2 0 2 0
t/ m 2e kw 2020
Realisatie
Realisatie
Realisatie
t/ m 3e kw 2020
x 1.000
Begroting
Inzet tijdelijk personeel (incl. projectmanagement)
€
1.717
€
444
€
475
€
565
€
Realisatie
IC T kosten inclusief ondersteuning
€
118
€
23
€
35
€
50
€
50
Licenties applicaties
€
1.083
€
635
€
829
€
1.146
€
1.706
Overige algemene kosten
€
150
€
63
€
63
€
70
€
79
Onvoorzien
€
6
Totaal tijdelijke kosten
€
3.074
€
1.165
€
1.402
€
1.831
€
2.527
692
Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Momenteel gebruikt BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Pas na goedkeuring door de Waarderingskamer mag BsGW de WOZ-beschikkingen en belastingaanslagen versturen. Het niet kunnen aantonen van de kwaliteitseisen kan ertoe leiden dat de OZB-aanslagen voor woningen niet of later verzonden worden. De belangrijkste overwegingen van de wetgever om het waarderen van woningen op oppervlakte verplicht te stellen zijn: Aansluiting op de markt en beleving bij burgers: de gebruiksoppervlakte is beter herkenbaar voor burgers en vastgoedorganisaties (woningcorporaties en makelaars) dan de bruto inhoud. Daarom is de gebruiksoppervlakte uit de BAG nu ook al zichtbaar in het WOZwaardeloket. Invulling geven aan het stelsel van basisregistraties: de gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of samenwerkingen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers neemt BsGW de regie van dit project op zich, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. De kosten worden verrekend met de individuele gemeenten, op basis van een per gemeente opgesteld plan van aanpak inclusief kostenraming (AB 13-12-2018).
De gemeenten die deelnemen aan het project Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte hebben in het voorjaar van 2019 een voorstel ontvangen met daarin de kosten voor de gemeente en de individuele keuzes met betrekking tot digitalisering van de bouwvergunningen en/of deelname aan mutatiedetectie. In 2019 hebben alle gemeenten een keuze gemaakt en is op basis van impactanalyse en de individuele wensen van de gemeenten het totale projectbudget vastgesteld op € 3,074 miljoen. Om de gebruiksoppervlakte te kunnen bepalen is via aanbesteding een applicatie (rekentool) aangeschaft. Via mutatiedetectie worden de BAG en de WOZ zowel administratief als ook geometrisch op elkaar afgestemd. Via aanbesteding is aan een tweetal leveranciers de uitvoering van de mutatiedetectie voor 22 gemeenten gegund. Er zijn 6 gemeenten die de mutatiedetectie zelf hebben aanbesteed. Halverwege 2019 is gestart met de digitalisering van de bouwvergunningen en de mutatiedetectie. Met de deelnemers zijn individueel afspraken gemaakt door BsGW voor tijdige oplevering van de bouwvergunningen door de gemeenten. De controle en verwerking van de mutatiedetectie loopt op schema en is nagenoeg afgerond, er is veel afstemming met de gemeenten. . Alle gemeenten zijn opgeleverd en er zijn er nog een aantal bezig met het verwerken van de resultaten van de mutatiedetectie.
De eerste fase van het aanleveren en verwerken van de digitale bouwvergunningen, de stapelbouw, is afgerond. Er is een start gemaakt met het opvragen en verwerken van digitale bouwvergunningen die niet via Way2Go (3D tool) kunnen worden bepaald. . Verder is gezamenlijk met de softwareleverancier van de waarderingsapplicatie (Ortax) een nieuw model ingericht om te waarderen op oppervlakte. Er is veelvuldig gecontroleerd en het model is akkoord bevonden door de taxateurs van BsGW. Een aantal gemeenten zullen voor 2021 op gebruiksoppervlakte worden gewaardeerd. De Waarderingskamer zal in haar controle ook naar de resultaten kijken en goedkeuring verlenen om te mogen beschikken. Naast de daadwerkelijke omzetting van het bestand van m3 naar m2, dienen de gegevens actueel te worden gehouden en in beheer genomen te worden. Voor het inrichten van de beheerfase is in 24
samenwerking met een aantal gemeenten en Het Gegevenshuis door BsGW een werkgroep gevormd. De uitkomsten van de werkgroep zijn met de gemeenten gedeeld en er is aan het bestuur een voorstel voorgelegd hoe gemeenten en BsGW de gegevens op orde kunnen houden. De kosten van de beheerfase zijn niet opgenomen in de kosten voor het voornoemde project. Deze kosten zijn in het bestuurlijke voorstel worden meegenomen. Bovenstaande is een onderdeel van de landelijke ontwikkeling naar een Samenhangende Object Registratie (SOR). Op korte termijn zal een onderzoek plaatsvinden om te bepalen hoe en waar de SOR het beste kan worden uitgevoerd. Op diverse momenten en via verschillende kanalen worden de gemeenten zowel algemeen als ook vakinhoudelijk op de hoogte gehouden van de voortgang van het project. Mede door de beperkingen die Covid-19 met zich mee brengt dreigt er bij enkele gemeenten een achterstand te ontstaan met name in het aanleveren van gedigitaliseerde bouwvergunningen. Met iedere gemeente is afzonderlijk contact hierover en worden afspraken op maat gemaakt. Vooralsnog lijkt er qua budget geen probleem te ontstaan door de vertraging. Mocht zich dat in de toekomst wel gaan voordoen dan zal met de desbetreffende gemeente individueel gesproken worden.
25
6. Aanslagoplegging, Kwijtschelding, Oninbaar, Afdrachten en Openstaande vorderingen
Belastingen
Belastingjaar 2020
bedragen x € 1.000,-
Prognose
%
t/m 3e kw
%
Aanslagoplegging
700.956
100,0%
673.771
96,1%
667.452
95,3%
643.337
91,9%
Kwijtschelding
18.293
2,6%
13.505
2,0%
12.465
1,9%
10.811
1,7%
Oninbaar
3.875
0,6%
418
0,1%
219
0,0%
37
0,0%
Netto te innen belasting
678.788
96,8%
659.849
94,1%
654.768
93,4%
632.489
90,3%
Afdracht
678.788
100,0%
516.433
76,1%
350.930
51,7%
107.988
15,9%
- waarvan in 2020
631.834
100,0%
516.433
81,7%
350.930
0,0%
107.988
0,0%
- waarvan in 2021
46.954
100,0%
-
0,0%
-
0,0%
-
0,0%
Realisatie
Realisatie t/m 2e kw
Realisatie %
t/m 1e kw
%
Aanslagoplegging: De aanslagoplegging 2020 verloopt goed. In februari – net voor de uitbraak van COVID-19 – zijn de combi-aanslagen opgelegd. Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW 95% van de aanslagen 2020 op heeft gelegd per einde februari. Door de met de jaren steeds verbeterde voorbereidingen en planningen, haalt BsGW dit de laatste jaren ruimschoots. In de eerste weken zijn er veel verschillende verzoeken, wensen en plannen ontvangen van de deelnemers hoe de belastingplichtigen tegemoet te komen in deze (financieel) onzekere tijden. Vrijwel meteen zijn in verband met de COVID-19 het kohier van 31 maart en alle volgende kohieren uitgesteld om zo tegemoet te komen aan de wens om ondernemers en ZZP’ers te ontzien. Ook is om deze reden uitstel van betaling verleend aan deze belastingplichtigen. Hiermee volgde BsGW de landelijke lijn en de bestuurlijke wens van de deelnemers van BsGW. Daarna heeft BsGW een aantal scenario’s uitgewerkt hoe de maanden daarna het heffen (inclusief de consequenties daarvan op innen) van lokale lasten vorm te kunnen geven. Daarbij is aangedrongen op instandhouding van de gezamenlijke lijn vanuit alle deelnemers omdat uniformiteit voor BsGW vanuit haar bedrijfsvoering van belang is om fouten en vergissingen te voorkomen. Ook voor ondernemers die in meerdere gemeenten gevestigd zijn, is eenduidigheid en uniformiteit belangrijk.
De aanslagen die financieel “positief” voor bedrijven en burgers zijn, werden al per 31 maart 2020 opgelegd. Deze zijn in het voordeel van de belastingplichtigen. Dit zijn de definitieve aanslagen Zuiveringsheffing Bedrijven 2018 en 2019 en de definitieve aanslagen Toeristenbelasting 2019, beide zijn verrekeningen van eerder opgelegde voorlopige aanslagen. Daarnaast zijn in 2e kwartaal de parkeerbelasting, leges en waterschapsbelastingen van niet-deelnemende gemeenten (Horst, Venray, Mook en Middelaar) opgelegd. De aanslagen toeristenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, BIZ-en marktgelden worden aan ondernemers opgelegd en gezien de omstandigheden was het voorstel van BsGW om deze allemaal pas per 30 juni op te leggen. De invordering van deze aanslagen begint dan 31 juli te lopen. Dit geeft de ondernemers enige lucht en is ook in overeenstemming met eerder genomen maatregelen om ondernemers tegemoet te komen tijdens deze crisis. Daarnaast was het voor elke individuele gemeente mogelijk om afwijkende afspraken te maken voor een of meer van deze belastingen (niet opleggen, lagere bedragen opleggen of vernietigen al opgelegde aanslagen), geformaliseerd via een raadsbesluit. BsGW heeft uiteindelijk via maatwerk dit alles kunnen uitvoeren en opleggen conform de wens van de gemeente(n).
De financiële gevolgen van de COVID-pandemie zijn vooral merkbaar bij deze belastingen. Enerzijds is er een risico dat belastingplichtigen niet kunnen betalen (daarover meer bij sub paragraaf ‘afdrachten’), maar juist bij deze belastingen is op verzoek van de deelnemer niet of minder 26
belastingen opgelegd (precariobelasting, reclamebelasting, BIZ-en marktgelden) en/of is sprake van minder overnachtingen dan gebruikelijk als gevolg van COVID-19 en de landelijke maatregelen. In kwartaal 2 was dit duidelijk zichtbaar door de intelligente lockdown, of dit in het 3 e kwartaal (deels) is goedgemaakt, wordt pas in november duidelijk (indien kwartaalaangifte) of in mei 2021 (indien jaaraangifte). Wat dat betreft is het moeilijk voor BsGW om de precieze (financiële) gevolgen van COVID-19 op de belastingopbrengsten in te schatten. De deelnemer zelf heeft vaak meer informatie beschikbaar via het ondernemersloket of anderszins. Wel willen we zoveel mogelijk informatie verschaffen als mogelijk om de deelnemer te ondersteunen bij een inschatting hiervan. Naast de uitvoeringsrapportage op deelnemerniveau per kwartaal, ontvangt elke deelnemer nu maandelijks ook een zogenaamde impactanalyse waarin cumulatief op maandbasis de aanslagoplegging en afdrachten in euro’s worden weergegeven, afgezet tegen 2019. Op deze manier is zowel de verhouding aanslagoplegging en belastingontvangsten zichtbaar (heeft COVID-19 effect op betalingsgedrag belastingplichtigen) en is zichtbaar wat het effect is van uitstel of afstel/minder opleggen. Kwijtschelding: De verleende kwijtschelding 2020 ontwikkelt zich vooralsnog binnen de prognose kwijtschelding.
Wel is een lichte toename in het aantal kwijtscheldingsverzoeken waar te nemen. De afhandeling verloopt volgens planning. Oninbaar: Ook de oninbaar percentages 2020 ontwikkelen zich vooralsnog in totaliteit en per deelnemer binnen de prognose. Vooralsnog is er geen sprake van een stijging van faillissement ten opzichte van voorgaande jaren. De verwachting is dat (in de loop van) 2021 het effect van COVID-19 pas echt merkbaar wordt. Een en ander is in sterke mate afhankelijk van de verlenging en de omvang van de steunmaatregelen van het kabinet. Afdracht: De aanslagoplegging tot en met september 2020 bedraagt €659,8 miljoen. De afdrachten aan de deelnemers zijn tot en met september geprognosticeerd op €519,1 miljoen, waarvan €516,4 miljoen is afgedragen. De achterblijvende ontvangsten van de voorgaande maanden zijn nagenoeg ingelopen. Tot 30 juni hebben er geen (dwang)invorderingsactiviteiten plaatsgevonden bij particulieren en ondernemers. Daarnaast is er in het eerste en tweede kwartaal nauwelijks automatisch geïncasseerd bij ondernemers en ZZP‘ers. Met verzoeken om uitstel van betaling en/of betalingsregelingen wordt coulant omgegaan. Hierdoor liepen de afdrachten aan de deelnemers achter op de prognose in 2020. Maandelijkse aanslag en afdracht over heffingsjaar 2020 € 700.000.000 € 600.000.000
€ 500.000.000 € 400.000.000 € 300.000.000 € 200.000.000 € 100.000.000
€jan-20
feb-20
mrt-20
apr-20
mei-20
jun-20
jul-20
aug-20
sep-20
Realisatie Prognose afdrachten
Realisatie afgedragen
okt-20
nov-20
dec-20
Forecast LE afdracht
Netto opgelegd
27
Vanaf 1 juli zijn de invorderingsacties geleidelijk weer opgestart. Het uitstel van betaling is niet verlengd omdat niet alle ondernemers en ondernemingen betalingsproblemen hebben. Ondernemers kunnen uiteraard te allen tijde verzoeken om een vorm van betalingsregeling en hiermee zal coulant worden omgegaan: zeker richting ondernemers die zich in die hoek bevinden waar de hardste klappen vallen, zoals bijvoorbeeld toerisme, horeca, recreatie en cultuur. Het opstarten gebeurt geleidelijk omdat het niet wenselijk is om vanuit extreem coulant invorderen gedurende de afgelopen onzekere maanden direct de stap richting stringent invorderen te maken. De kosteloze betalingsherinneringen – tevens kennisgeving richting belastingplichtigen over het weer opstarten van de inning van de belastinggelden – zijn op 4 en 11 juli verstuurd. De aanmaningen zijn eind augustus verstuurd. De volgende stap als een belastingplichtige niet kan of wil betalen is dan het versturen van een dwangbevel. Dit vindt plaats vanaf begin oktober. Na het versturen van de dwangbevelen zullen particulieren en ondernemers die geen uitstel of betalingsregeling aangevraagd hebben, actief benaderd worden om alsnog tot betaling over te gaan. Aanvullende vervolgstappen binnen de dwanginvordering zijn loonvordering en overheidsvordering.
BsGW heeft voorgesteld om deze niet meer plaats te laten vinden in 2020, maar mee te nemen in de planning van 2021. In september zijn de gerealiseerde afdrachten alweer bijna op het niveau van de prognose. Dat wil niet zeggen dat alle tot nog toe opgelegde bedragen ad € 659,849 miljoen ook daadwerkelijk zijn ontvangen per einde jaar. De afdrachtprognose is altijd lager dan de netto-aanslagoplegging omdat rekening wordt gehouden met belastingplichtigen die niet kunnen of willen betalen en betalingsregelingen, gebaseerd op ervaringscijfers. Openstaand saldo belastingvorderingen bedragen x € 1 miljoen Nog te ontvangen
Totaal
2016
2017
2018
2019
2020
Waarvan vervallen
153,39
0,29
0,70
2,07
10,20
140,13
32,62
Totaal
2016
2017
2018
2019
2020
Waarvan vervallen
100,0%
0,2%
0,5%
1,3%
6,7%
91,4%
21,3%
in procenten In verhouding tot het openstaand saldo
Nog te ontvangen
In verhouding tot de opgelegde aanslagen in procenten
Totaal
2016
2017
2018
2019
2020
Waarvan vervallen
Nog te ontvangen
4,8%
0,0%
0,1%
0,3%
1,5%
20,8%
1,0%
Uit de tabel ‘openstaand saldo belastingvorderingen’ blijkt dat het openstaand saldo voor belastingjaar 2020 per 30 september 2020 € 140,13 miljoen bedraagt. Ervan uitgaande dat de (voornamelijk) burgers die gebruik maken van automatisch incasso ook de komende drie maanden aan hun betalingsverplichting voldoen, staat er rond de € 24 miljoen open van de tot en met september opgelegde aanslagen. Voor een bedrag van € 10 miljoen zijn betalingsregelingen getroffen, de overige € 14 miljoen betreft voor een klein deel recent opgelegde aanslagen maar voornamelijk aanslagen waarvoor BsGW verdere dwanginvorderingsactiviteiten zal uitzetten. Het invorderingsproces verloopt goed. Op basis van ervaringscijfers is het opstaand bedrag van € 24 miljoen in deze fase van de invorderingscyclus zelfs aan de lage kant. De vraag is echter of gezien COVID-19 de ervaringscijfers voor succesvolle (dwang)invordering geëxtrapoleerd kunnen worden.
28
7. Kwaliteit van de dienstverlening In de vorige bestuursrapportages is vermeld dat deze paragraaf verder vorm wordt gegeven middels een projectgroep. Deze heeft door de huidige corona-situatie tijdelijk stil gelegen. Op 4 november staat de eerste bijeenkomst gepland met de projectgroep Kwaliteitsnormatiek, waarin financieel adviseurs van diverse deelnemers en medewerkers van BsGW deelnemen. Kwaliteitsnormatiek is een instrument om meer (in)zicht te krijgen op de uitkomsten van de diverse werkprocessen. Het is gereedschap waarmee kan worden aangetoond dat (al dan niet) is voldaan aan afgesproken resultaten en aan de voorgeschreven kwaliteitseisen. De redactie van de kwaliteitsnormatiek zal twee dimensies kennen: een interne operationele dimensie en een externe bestuurlijke dimensie (middels deze paragraaf). Verder dient de redactie van de kwaliteitsnormatiek – waar mogelijk en opportuun - ook dienstbaar te zijn aan de Verbijzonderde interne controles, de controles van de externe accountant en van de Waarderingskamer. De kwaliteitsnormatiek bestaat uit een (jaarlijks te ijken) kwaliteitsplan met kwalitatieve en kwantitatieve prestatie-indicatoren op basis van het SMART-principe. Doelstelling is om eind maart 2021 de opzet gereed te hebben. Vooralsnog is deze paragraaf voornamelijk gebaseerd op de bestuursrapportage oude stijl.
De cijfers over de klanttevredenheid zijn, gezien voornoemde project, niet meer opgenomen en zullen op een andere wijze terugkomen in de nieuwe opzet ten aanzien van de kwaliteitsnormatiek. Daarbij zullen gegevens worden opgenomen ten aanzien van klanttevredenheid welke objectief en meer frequent gemeten worden. De visie op dienstverlening en het bijbehorende dienstverleningsconcept van BsGW vormt hierbij het kader. Norm Prestatie indicatoren dienstverlening Gemiddelde doorlooptijd afgehandelde kwijtscheldingen % Afgehandelde WOZ-bezwaren Afgehandelde overige bezwaren
12 weken vóór 1-10 afhandeltermijn (nntb)
2019 Realisatie 2020 Cum 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw Cum 8,2 99,2
1,9 15,6
5,0 39,5
8,2 67,9
Kritische Succes Factor
Prestatie indicator
Predicaat waarderingskamer Goedkeurende controleverklaring accountant jaarrekening Goedkeurende controleverklaring accountant jaarafrekening Klachten Klanttevredenheidsmeting
Predicaat goed waarderingskamer Goedkeurende controleverklaring accountant Goedkeurende controleverklaring accountant Procedure wordt wettelijk gevolgd minimaal 7
Resultaat
x -
Predicaat ‘goed’ Waarderingskamer De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Hiervoor heeft zij een aantal instrumenten ter beschikking, waar ook BsGW op wordt getoetst: Voortgangsevaluatie (zelfevaluatie) In april en oktober is een digitale voortgangsinventarisatie, de zogenaamde zelfevaluatie, aangeleverd aan de Waarderingskamer. De resultaten van de aprilrapportage zijn in juli teruggekoppeld aan de BsGW en de resultaten van de oktoberrapportage zijn begin december door de Waarderingskamer teruggekoppeld aan BsGW, waarbij BsGW wordt afgezet tegen het landelijk beeld. Bij de aprilrapportage ligt de nadruk op het beschikken van het aantal objecten per gemeente, kengetallen over de ontvangen WOZ-bezwaren over belastingjaar 2019 en de voortgang van de afhandeling van de voorgaande jaren. De oktoberrapportage is met name gericht op de inrichting van de processen.
29
In september start de Waarderingskamer vanuit het toezichtsplan met het onderzoek ‘interne beheersmaatregelen’ bij BsGW. Dit start met een voorgesprek, waarna een onderzoeksdag wordt gepland. Het onderzoek wordt afgerond met een evaluatie waarin de resultaten worden besproken. De verwachting is dat dit onderzoek in het 4e kwartaal wordt afgerond. Kwaliteitscontrole op taxaties Daarnaast vindt er een jaarlijkse kwaliteitscontrole plaats op de taxaties om goedkeuring te verkrijgen van de Waarderingskamer, zodat in 2020 beschikt mag worden. Begin januari 2020 heeft de BsGW hierover bericht ontvangen om te mogen beschikken voor alle gemeenten. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de Wet WOZ voor alle deelnemers luidt “voldoende”. Tot en met 2019 zijn de jaarafrekeningen belastingen met deelnemers steeds met goedkeurende accountantsverklaring uitgevoerd, zo ook de definitieve eindafrekeningen heffingsjaren 2005 tot en met 2015. De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor de jaarrekening 2019. Alle klachten zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld.
30
8. Actuele stand van zaken proceskosten, kengetallen WOZ bezwaren en maatregelen In dit hoofdstuk wordt nadere informatie gegeven over de: actuele stand proceskosten per heffingsjaar actuele stand kengetallen bezwaren tegen de waarde
Actuele stand van zaken proceskosten 2018: voorziening Ontwikkelingen proceskosten BsGW
schatting 31-12-2019
2018
gerealiseerde proceskosten bezwaar-beroepfase
schatting 31-3-2020
2018
-
€
1.608.196
schatting 30-6-2020
schatting 30-9-2020
2018
2018
2018
€ 1.636.970
€ 1.668.602
€ 1.636.882
€
€
€
nog te verwachten proceskosten
1.302.660
€
91.804
totale procekosten 2018
1.302.660
€
1.700.000
€ 1.700.000
€ 1.700.000
€ 1.700.000
begrotingspost proceskosten (5-3 incl aanvulling)
-1.302.660
€
-1.700.000
€ -1.700.000
€ -1.700.000
€ -1.700.000
€
€
€
benodigde aanvulling begrotingspost
-
€
-
63.030
-
31.398
-
63.118
-
Met ingang van het begrotingsjaar 2018, zijn de proceskosten - in tegenstelling tot voorgaande jaren - volledig in de begroting van BsGW opgenomen. Het totale budget proceskosten 2018 bedroeg in eerste instantie € 1,303 miljoen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2018 d.d. 31-12-2018 is het totaalbedrag van de proceskosten op basis van een gedegen onderbouwing bijgesteld tot een bedrag van € 1,7 miljoen. De overschrijding van € 397 duizend wordt enerzijds veroorzaakt door de stijging van het aantal objecten waartegen bezwaar is aangetekend, ten opzichte van voorgaande jaren. Het betreft een stijging van ruim 6% ten opzichte van 2017. De overschrijding wordt echter bovenal veroorzaakt doordat aanzienlijk meer burgers en bedrijven het bezwaar hebben ingediend via een van de gemachtigde bureaus. Ten tijde van het opstellen van deze mededeling is bovenstaande onderbouwing nogmaals grondig getoetst, aan de hand van de meest actuele cijfers. Dit leidt niet tot andere inzichten met betrekking tot de verwachte proceskosten 2018 die mogelijk nog voortvloeien uit de nog onderhanden zijnde beroepsprocedures. De voorziening proceskosten 2018 is actueel en afdoende. Actuele stand van zaken proceskosten 2019: voorziening Ontwikkelingen proceskosten BsGW gerealiseerde proceskosten bezwaar-beroepfase
2019 -
schatting schatting schatting schatting 30-6-2019 31-12-2019 31-3-2020 30-6-2020 2019 32.170
2019 976.848
2019
2019
1.183.651
1.232.815
schatting 30-9-2020 2019 1.306.085
nog te verwachten proceskosten
1.306.323
1.824.153
879.475
316.349
267.185
193.915
totale procekosten 2019
1.306.323
1.856.323
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
begrotingspost proceskosten
-1.306.323
-1.306.323
-1.306.323
-1.500.000
-1.500.000
-1.500.000
550.000
193.677
benodigde aanvulling begrotingspost
-
-
-
-
Het bezwaar-afhandelproces 2019 nadert zijn voltooiing. Een gering aantal bezwaren is in behandeling en zullen op zeer korte termijn worden voltooid. In de begroting 2019 is het totale budget proceskosten 2019 voorzien op € 1,306 miljoen. BsGW verwachtte eind 2018/begin 2019 een toename in de proceskosten van € 1,7 miljoen (jaarrekening 2018) naar € 2 miljoen (ontwerpbegroting 2020). Op basis van deze verwachting zijn in de prognosekolom de begrote proceskosten 2019 toen naar boven bijgesteld met € 550 duizend naar € 1,856 miljoen. Inmiddels is de bezwaarfase (nagenoeg) afgerond en de beroepsfase onderhanden. Naar de huidige inzichten zullen de proceskosten 2019 lager uit gaan komen, namelijk op € 1,5 miljoen. 31
Ondanks het minder aantal ingediende objecten onder bezwaar, dalen de verwachte proceskosten 2019 minder dan evenredig, doordat er relatief meer bezwaren zijn ingediend waarvoor een proceskostenvergoeding is gevraagd. Het betreft dan voornamelijk de overige gemachtigden, niet zijnde de grotere WOZ-bureaus, naast de toename bij de grote gemachtigden (NCNP’s). Logischerwijs stijgt hiermee de gemiddelde proceskostenvergoeding per object. Ten tijde van het opstellen van deze mededeling is bovenstaande onderbouwing nogmaals grondig getoetst, aan de hand van de meest actuele cijfers. Dit leidt niet tot andere inzichten met betrekking tot de verwachte proceskosten 2019 die mogelijk nog voortvloeien uit de nog onderhanden zijnde beroepsprocedures. De voorziening proceskosten 2019 is actueel en afdoende. Actuele stand van zaken proceskosten 2020:
Ontwikkelingen proceskosten BsGW
voor-
schatting
schatting
schatting
ziening
31-3-2020
30-6-2020
31-10-2020
2020
2020
2020
gerealiseerde proceskosten bezwaar-beroepfase
-
2020 7.117
1.580.158 1.119.842
nog te verwachten proceskosten
2.000.000
2.000.000
1.992.883
totale procekosten 2020
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.700.000
begrotingspost proceskosten
-2.000.000
-2.000.000
-2.000.000
-2.000.000
benodigde verwachte aanvulling begrotingspost
-
-
-
700.000
De bezwaarafhandeling 2020 is in volle gang. Het aantal ingediende bezwaren is dit jaar aanzienlijk hoger dan in 2019, een toename van bijna 50%. Oorzaken hiervan zijn met name de waardestijgingen ten opzichte van 2019 en de geïntensiveerde wervings- en reclamecampagnes door de NCNP-bureaus. Dit blijkt ook wel uit het feit dat het aantal ingediende bezwaren via een NCNPbureau meer dan verdubbeld is. De bezwaren via een gemachtigde zijn in totaal toegenomen met 76%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met 21% ten opzichte van 2019. Deze trend is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een NCNP-bureau of andere gemachtigden blijkt uit de voorlopige cijfers van de Waarderingskamer (april). Dit is nog vroeg in het proces. Zodra de landelijke cijfers over ingekomen bezwaren definitief zijn, wordt hierop teruggekomen in deze paragraaf van de bestuursrapportage. Aantallen bezwaren per indiener d.d. 30-09-2020 2020
2019
verschil
in %
NC NP Overige indieners Totaal indieners
12.395 2.056 14.451
5.490 2.717 8.207
6.905 -661 6.244
126% -24% 76%
Bedrijven & Particulieren
10.822
8.910
1.912
21%
Totaal
25.273
17.117
8.156
48%
Hoewel het nog te vroeg is om een gedegen onderbouwde schatting over de hoogte van de uit te betalen proceskosten 2020 op te stellen, is het aannemelijk dat op basis van de ingediende aantallen en vooral de stijging van het aantal bezwaren dat ingediend is via een gemachtigde, de voorziening 2020 overschreden zal worden. In de begroting 2020 is een post voor proceskosten opgenomen van 2,0 miljoen. Een voorzichtige schatting op basis van de nu voorhanden zijnde gegevens ervaringscijfers voorgaande jaren gecombineerd met de voor 2020 voorhanden zijnde toekenningspercentages en vergoedingen - komt uit op een bedrag van € 2,7 miljoen. In de volgende bestuursrapportage zijn hardere cijfers beschikbaar en is hier meer zicht op.
32
Actuele stand kengetallen bezwaren tegen de waarde Definities en uitgangspunten Onderstaande tabellen tonen verschillende kengetallen met betrekking tot de bezwaren tegen de WOZ-waarde. Omdat een bezwaar betrekking kan hebben op meerdere objecten, wordt het aantal objecten onder bezwaar vermeld en niet het aantal bezwaarschriften. Als uitgangspunt voor de kengetallen dient de definitie van de Waarderingskamer (Waka). Twee keer per jaar (in april en oktober) levert BsGW cijfers aan de Waarderingskamer, waaronder de stand van zaken met betrekking tot de bezwaren tegen de beschikking. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen bezwaren tegen de belanghebbende (Ik ben niet de eigenaar van dit pand) en bezwaren tegen de waarde (Ik ben het niet eens met de beschikte waarde van dit pand). Daarnaast wordt er hierbij een splitsing gemaakt naar woningen (particulieren) en niet-woningen (bedrijven). Voor deze mededeling zijn alleen de bezwaren tegen de waarde relevant. De woningen onder beheer van woningcorporaties worden buiten beschouwing gelaten. Deze bezwaren hebben sowieso geen proceskosten tot gevolg: woningcorporaties dienen nauwelijks een verzoek in tot vergoeding van bezwaar- en beroepskosten. De afhandeling van deze bezwaren verloopt heel anders dan een bezwaar ingediend door, of namens, een individuele eigenaar van een woning.
De praktijk is, dat een groot deel van de objecten waartegen bezwaar is aangetekend uiteindelijk wordt ingetrokken. De bezwaren van woningcorporaties vertroebelen daardoor de uitkomsten en conclusies van een meerjarige vergelijking qua aantallen en waarde, de toekenningspercentages en proceskosten. In het beheersgebied van BsGW zijn 35 woningcorporaties (WOCO’s) actief die 140.000 huurwoningen onder beheer hebben. Tabel kengetallen In de volgende tabel worden voor de belastingjaren 2018 t/m 2020, de aantallen objecten waarvoor bezwaar en beroep is gemaakt tegen de waarde vermeld. Uitgesplitst naar woningen (particulieren) en niet-woningen (bedrijven). In het tweede deel worden de toegekende waardeverminderingen en de daaruit voortvloeiende verminderingen van de belastingopbrengsten Onroerende Zaakbelastingen (OZB) gepresenteerd. In het derde (onderste) deel staan de uitbetaalde proceskosten. In de tabel worden de standen van de belastingjaren 2018-2020 per 30-09-2020 gepresenteerd. De cijfers met betrekking tot belastingjaar 2018, 2019 en 2020 zijn nog niet definitief, het betreft hier dan ook een momentopname. Wat de bezwaarschriften betreft, zijn de aantallen 2018 en 2019 in geringe mate gestegen als gevolg van met name nieuwe ambtshalve bezwaren.
Bezwaren 2020: nog onderhanden Per 30 september is er ten opzichte van 2019 een aanzienlijk hoger aantal bezwaarschriften ontvangen. Oorzaak hiervan zijn de WOZ-waardestijging in vergelijking met 2019 en de geïntensiveerde reclame- en wervingscampagnes door de gemachtigdenbureaus. De stijging doet zich vooral voor bij de burgers en bedrijven die zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigdenbureau. Het inboekproces is nagenoeg afgerond en het aantal bezwaren zal dan ook nog nauwelijks toenemen. Bezwaren 2019: nagenoeg afgerond en beroepen 2019: nog onderhanden De bezwaarafhandeling 2019 nadert zijn voltooiing. Nagenoeg alle bezwaren zijn afgehandeld dan wel waarde technisch beoordeeld. Slechts een zeer gering aantal bezwaren is nog in volledige behandeling. De beroepsfase is in volle gang. Bezwaren en beroepen 2018: nagenoeg afgerond De bezwaarafhandeling en de beroepsprocedures zijn nagenoeg afgerond.
33
Kengetallen bezwaren en beroepen tegen de waarde d.d. Exclusief woningcorporaties
30-9-2020
2020
2019
2018
Aantallen beschikkingen Aantal beschikkingen niet-woningen - bedrijven
52.894
53.953
54.263
Aantal beschikkingen woningen - particulier
368.031
365.419
362.991
Aantal beschikkingen particulieren en bedrijven
420.925
419.372
417.254
Aantallen objecten onder bezwaar
*
Aantal niet-woningen onder bezwaar
2.499
4,7%
2.725
8,6%
4.029
9,8%
Aantal woningen onder bezwaar
22.774
6,2%
14.392
3,9%
17.868
3,9%
Totale objecten onder bezwaar
25.273
6,0%
17.117
4,5%
21.897
4,7%
* Aantal unieke objecten waarvoor bezwaar is ingediend tegen de waarde uitgedrukt in aantal beschikkingen in enig belastingjaar Afhandelpercentage bezwaren
67,9%
99,3%
99,6%
Aantallen beroepen
Aantallen beroepen
224
606
573
Afhandelpercentage beroepen
8,9%
65,8%
96,5%
Beschikte waardes
x 1.000
Beschikte waarde niet-woningen
€
23.575.723
23.916.628
€
23.581.651
Beschikte waarde woningen
€
87.281.103
80.414.120
€
75.494.490
Totale beschikte waarde excl WOC O's
€ 110.856.826
€ 104.330.748
€
99.076.141
Verminderde waardes OZBE x 1.000
**
Verminderde waarde niet-woningen
€
84.717
0,36%
274.897
1,15%
€
390.138
1,65%
Verminderde waarde woningen
€
276.147
0,32%
295.020
0,37%
€
315.043
0,42%
Totale verminderde waarde excl WOC O's
€
360.864
0,33%
569.917
0,55%
€
705.181
0,71%
1.618.452
€
** Waardevermindering uitgedrukt in percentage van de beschikte waarde in enig belastingjaar Verminderde heffing Verminderde heffing niet-woningen
€
452.404
1.212.027
€
Verminderde heffing woningen
€
410.939
439.892
€
563.849
Totale verminderde heffing excl WOC O's
€
863.343
1.651.919
€
2.182.301
€
Uitbetaalde proceskostenvergoeding Uitbetaalde proceskosten niet-woningen
€
16.089
1%
191.994
15%
€
268.449
Uitbetaalde proceskosten woningen
€
1.221.509
99%
1.114.091
85%
€
1.368.436
84%
Totaal uitbetaalde proceskostenvergoeding
€
1.237.598
100%
€
1.306.085
100%
€
1.636.885
100%
Waarvan aan NCNP
€
1.121.199
91%
€
842.028
64%
€
1.129.514
69%
In bovenstaande overzicht zijn, t.o.v. de vorige versie, aantallen / afhandelpercentages beroepen toegevoegd.
34
16%
Tabel afhandel- en toekenningspercentages In onderstaande tabel worden per belastingjaar de toekenningspercentages weergegeven van bezwaren ingediend via de particulier of het bedrijf/organisatie zelf of bezwaren ingediend namens deze burger of bedrijf via een beroepsmatige gemachtigde. De Waarderingskamer maakt daarbij nog onderscheid naar de beroepsmatige gemachtigde op ‘no cure, no pay’ basis, de zogenaamde NCNP’s. Afhandel- en toekenningspercentages bezwaren tegen de waarde d.d.
30-9-2020
Exclusief wo ningco rpo raties
2020
2019
2018
Afhandelpercentages woningen onder bezwaar
72,2%
99,5%
99,8%
Toekenningspercentages
39,4%
37,7%
39,9%
- Particulier
46,6%
44,8%
48,2%
- Beroepsmatige gemachtigde
37,0%
36,1%
33,0%
35,7%
34,9%
35,7%
Afhandelpercentages niet-woningen onder bezwaar
30,2%
97,9%
98,9%
Toekenningspercentages
47,9%
37,1%
39,2%
- Bedrijf
58,0%
58,9%
54,3%
- Beroepsmatige gemachtigde
47,9%
33,1%
29,0%
41,1%
27,2%
24,3%
waarvan NCNP
waarvan NCNP
Net als voorgaande jaren start BsGW met de WOZ-bezwaren die via de Persoonlijke Pagina worden ingediend (streefdatum afhandeling is 1 juli), hetgeen zichtbaar is in het hogere afhandelpercentage woningen ten opzichte van niet-woningen. Per 30 september is 98,3% van deze bezwaren volledig afgehandeld, de resterende 1,7% is wel in behandeling genomen maar nog niet volledig afgerond
De door BsGW genomen maatregelen om de proceskosten te reduceren Al enkele jaren voert BsGW actie om proceskosten te kunnen beheersen. Naast de maatregelen die wij zelf hebben genomen, is ook overleg gevoerd met andere belastingsamenwerkingsverbanden. Alle gemeenten en samenwerkingsverbanden in Nederland hebben immers last van dit fenomeen. Dit heeft in samenwerking met de VNG wel geleid tot acties richting de wetgever, echter met vooralsnog onvoldoende resultaat. Maatregelen 2014-2016 De maatregelen die in deze fase zijn ingevoerd, worden nog steeds toegepast en worden steeds verder verfijnd/ toegesneden. Dit betreft • Voormelding WOZ-waarde • Invoering ‘Flitsbezwaar’ • Aanpassen route bij telefonisch contact met BsGW • Gemakkelijker rechtstreeks digitaal bezwaar indienen bij BsGW • Voorlichting en promotie De wetgever heeft in 2014 het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) met ingang van 1 januari 2015 gewijzigd waarmee werd beoogd de proceskostenvergoedingen in WOZ-procedures te beperken. BsGW heeft in het streven tot matiging in proceskosten de wijzigingen betrokken in de afhandeling van WOZ-bezwaren. BsGW heeft in vier procedures hoger beroep ingesteld nadat Rechtbank Limburg de door BsGW toegepaste matiging in de proceskostenvergoeding heeft afgewezen. Het Hof is niet meegegaan in de zienswijze van BsGW met betrekking tot matiging.
Helaas heeft het gewijzigde Bbp, ook landelijk, niet geleid tot lagere proceskosten. De wijzigingen in de wet zijn te algemeen van aard gebleken en onvoldoende toegespitst op de Wet WOZ. 35
Maatregelen 2017 In 2017 heeft BsGW stevig doorgepakt om de ontwikkeling te keren. Deze maatregelen waren zowel preventief als curatief van aard. Rode draad in deze strategie is een modelmatige aanpak van de bezwaarprocedure met een strakke hantering van termijnen. Hierdoor werden WOZ-bezwaren sneller afgehandeld. Met deze aanpak wordt met name ook de burger gediend. Per 1-10-2017 waren alle zaken afgedaan dan wel in procedure genomen. Daarmee hebben klanten (burgers en ondernemers) in 2017 sneller antwoord ontvangen dan in voorgaande jaren. Een nieuwe aanpak van de afhandeling van (o.a.) WOZ-bezwaren was onder meer wenselijk om de burger sneller van antwoord te voorzien maar ook om meer betrouwbare prognoses af te kunnen geven. Daarnaast was de wens en hoop tevens de sterk oplopende proceskosten te reduceren. Preventief is er door promotie en Google-marketingacties naar gestreefd om burgers te bewegen hun bezwaar rechtstreeks in te dienen bij BsGW. Een prikkel die hierbij werd aangeboden is dat BsGW voorrang verleent aan de afhandeling van WOZ-bezwaren die rechtstreeks zijn ingediend via de Persoonlijke Pagina.
Maatregelen 2018 en 2019 Het verdienmodel voor gemachtigde bureaus om namens burgers WOZ-bezwaren in te dienen is blijkbaar dermate lucratief dat reclame- en wervingscampagnes om burgers te activeren om een WOZ-bezwaar in te dienen steeds intensiever en omvangrijker worden. En vooralsnog met resultaat; veelgehoord van burgers is dat zij hun WOZ-bezwaar hebben ingediend onder invloed van deze wervingscampagnes. Het is voor BsGW dan ook noodzaak om de ingezette maatregelen door te zetten, verder te verfijnen en nieuwe methodes te ontwikkelen om verdere stijging van proceskosten te voorkomen. BsGW heeft processtappen kritisch beoordeeld, processegmenten verbeterd en de digitalisering van afhandeling verder ontwikkeld. BsGW hanteert een modelmatige aanpak van de bezwaarprocedure met een strakke hantering van termijnen. Met de grote NCNP-bureaus, zijn zowel in 2018 als in 2019 afspraken gemaakt om samen te kunnen werken in de afhandeling van WOZ-bezwaarschriften. Alle andere bezwaarschriften over de WOZ-waarde worden vóór 1 oktober afgehandeld dan wel in behandeling genomen. En voor de WOZ-bezwaren, die rechtstreeks zijn ingediend via de Persoonlijke Pagina geldt, dat BsGW 1 juli als streefdatum afgehandeld heeft gesteld. Per 1 juli is 94,4% van deze bezwaren volledig afgehandeld, de resterende 5,6% is wel in behandeling genomen maar nog niet volledig afgerond.
In 2018, 2019 en 2020 hebben wij de eerdere maatregelen toegepast, verfijnd en uitgebreid: •
Voorlichting en promotie: Via website, persmedia, sociale media en publiekskanalen van deelnemende gemeenten en de bijsluiter bij het aanslagbiljet, zijn burgers en bedrijven bewust gemaakt dat bezwaar indienen via externe bureaus echt niet gratis is. Het digitaal insturen van bezwaarschriften rechtstreeks bij BsGW is qua afhandelingstermijn sneller en voor wat betreft de kosten veel voordeliger. Ook is de google-marketingcampagne geïntensiveerd, waardoor wellicht meer mensen rechtstreeks naar BsGW worden geleid voor het indienen van een bezwaar of vraag over de WOZ-waarde. Via de voormelding WOZ-waarde kunnen burgers vooraf de voorlopige WOZ-waarde van hun woning inzien, controleren en waar nodig wijzigen. Na beoordeling door een taxateur zal de juiste WOZ-waarde worden vastgesteld zodat een correcte WOZ-beschikking en belastingaanslag wordt verstuurd.
•
Rechtstreeks contact met de taxateur: Indien de burger na ontvangst van de aanslag bezwaar wil indienen tegen de WOZ-waarde wordt deze gestimuleerd om vóór het indienen van een bezwaar telefonisch contact op te nemen met BsGW (een zogenoemd flitsbezwaar). In de piek na aanslagverzending worden klanten die telefonisch contact opnemen met BsGW via een keuzemenu rechtstreeks doorverbonden met een WOZ-taxateur voor directe specialistische beantwoording van vragen en behandeling van potentiële bezwaren. Hierdoor kan het probleem mogelijk direct worden opgelost en het indienen van een formeel bezwaarschrift worden voorkomen. Burgers hebben massaal gebruik gemaakt 36
van deze optie, ten opzichte van voorgaande jaren. In totaal zijn er in 2018 ruim 2.500, in 2019 circa 2.500 flitsbezwaren en in 2020 circa 3.000 in behandeling genomen en afgehandeld. In het formele traject zijn voor deze objecten nog zijn v.w.b. 2018 slechts rond de 160 (6,5%) en v.w.b. 2019 slechts 240 (2019, 12%) bezwaren ontvangen. Met ingang van 2018 voert BsGW inpandige opnames uit waarbij panden in bezwaar of vanuit bovenstaand telefonisch contact met de taxateur, de woning door een taxateur van BsGW wordt bezocht. Een groot aantal panden zijn vanaf 2018 inpandig door een taxateur opgenomen (2018: 4.000 objecten, 2019: 2.500 objecten). De algemene tendens in de opgedane ervaringen is dat burgers positief reageren op het persoonlijk contact met de taxateur en hun verhaal kwijt kunnen. Met de inpandige opnames verwacht BsGW op termijn een positief effect op de beleving en het vertrouwen van de burgers met betrekking tot de door BsGW vastgestelde WOZ-waardes. De effecten van de inpandige opnames zullen tevens dienen als input voor de (her)waardering en leiden tot kwalitatief betere waardebepalingen. Wat 2020 betreft, worden er als gevolg van de corona-crisis vooralsnog geen inpandige opnames gedaan.
Om toch een goed beeld van de feitelijke situatie te krijgen en daarmee tot een betere afweging te komen, hebben 479 burgers en bedrijven met een mogelijk treffend flitsbezwaar van BsGW een brief ontvangen, met het verzoek om basis van een beslissingstabel aanvullende informatie, waaronder foto’s, aan te leveren. Ondanks een werkvoorraad nog in te boeken post, zijn er een week na verzending van het schrijven inmiddels al 110 geregistreerde reacties ontvangen. Dit aantal zal naar verwachting nog stijgen. •
Digitaal bezwaar: Om de keuze van een burger voor een WOZ-bureau te voorkomen moet het indienen van een bezwaarschrift zo gemakkelijk mogelijk te zijn. BsGW biedt hiervoor via de website een eenvoudige module aan. Jammer genoeg blijkt de wettelijke vereiste identificatie middels DigiD een stevige drempel op deze weg. Een prikkel die hierbij wordt aangeboden is dat BsGW voorrang verleent aan de afhandeling van WOZ-bezwaren die rechtstreeks zijn ingediend via de Persoonlijke Pagina. Het doel is om deze digitale bezwaren voor 1 juli te hebben afgehandeld, dan wel in behandeling te hebben genomen.
•
Procesoptimalisatie bezwaar & beroep: De afgelopen jaren zijn verbeteringen doorgevoerd in het proces voor de afdoening van bezwaar – en beroepschriften. Na het invoeren van de modelmatige aanpak van de bezwaarprocedure met strakke hantering van termijnen vanaf 2017, is in 2018 en 2019 ingezet op procesoptimalisatie. Het hele ketenproces is tegen het licht gehouden, zo zijn onder meer inefficiënte processtappen eruit gehaald, is meer ingezet op het digitale kanaal voor zowel burgers als gemachtigden en zijn extra (juridische en financiële) toets momenten ingebouwd. Momenteel vinden de voorbereidingen plaats voor het in 2020 verder automatiseren van het proces bezwaar en beroep.
Landelijke ontwikkelingen inzake proceskosten De gemeenten Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en Venlo hebben op 15 februari 2018 een brief verzonden naar de VNG inzake de proceskosten die de no-cure-no-pay organisaties in rekening brengen bij BsGW. In de schriftelijke reactie van de VNG op genoemde brief d.d. 9 april 2018 wordt medegedeeld dat de VNG de situatie waarin bepaalde bureaus oneigenlijk gebruik maken van de regeling voor proceskosten herkent. De regeling is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten voor de belastingbetalers in het geval van bezwaar- en beroepsprocedures bij de Wet WOZ. Maar de regeling wordt in de praktijk gehanteerd als verdienmodel door bepaalde no-cure-no-pay organisaties. Het besluit proceskosten procesrecht wordt door de VNG geëvalueerd. De uitkomsten/evaluaties van de ingevulde vragenlijsten van o.a. de LVLB en de enquête van Onderzoekcentrum Drechtsteden zijn voor de VNG noodzakelijk om de zorgen en argumenten te kunnen onderbouwen met voorbeelden en cijfers bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. 37
Onderzoek LVLB no-cure-no-pay organisaties BsGW heeft in 2018 deelgenomen aan het onderzoek van de LVLB inzake de problematiek rondom de no-cure-no-pay organisaties bij WOZ-bezwaren. De LVLB heeft de resultaten van dit onderzoek beschikbaar gesteld aan diverse instanties. Onderzoek impact no cure no pay op belastingsamenwerkingen BsGW heeft in 2018 deelgenomen aan een onderzoek met 13 andere belastingsamenwerkingen naar de impact van no cure no pay bedrijven op deze organisaties. De conclusie van dit onderzoek is dat er een discrepantie is tussen de hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van onze organisaties. Daarnaast bedient men zich van strategieën die in toenemende mate een belemmering dreigen te vormen om ingekomen bezwaarschriften tijdig af te handelen (dwangsommen). De uitkomsten van het onderzoek zijn verstrekt aan VNG, UvW, Waarderingskamer en het ministerie van BZK. Bron: Brief aan VNG van BghU, namens de 14 belasting samenwerkingen d.d. juli 2018
Waarderingskamer De stijgende populariteit van no-cure-no-pay organisaties baart ook de Waarderingskamer zorgen. Betrof het aandeel WOZ-bezwaarschriften op basis van no cure, no pay in 2017 landelijk net geen kwart, in 2018 staan de tellers op 32,4 respectievelijk 34,4 procent. De instantie ontvangt in toenemende mate signalen over ongewenste praktijken van dergelijke bureaus. Voorbeelden zijn het sponsoren van verenigingen op basis van het aantal leden dat een machtiging afgeeft, het verkrijgen van machtigingen door bijvoorbeeld mensen te laten tekenen op bijvoorbeeld de Huishoudbeurs en het hanteren van doorlopende machtigingen, waardoor belanghebbenden soms niet op de hoogte zijn dat een bureau wederom bezwaar heeft ingediend. De Waarderingskamer schat in dat met de afhandeling van deze bezwaarschriften landelijk inmiddels zo’n 15 tot 20 miljoen euro gemoeid is. Omdat dat soort signalen en misstanden de Waarderingskamer met zorg vervullen, heeft de Waarderingskamer middels een brief de staatssecretaris, om samen met minister Dekker voor Rechtsbescherming, gemeenten en zo mogelijk ook met vertegenwoordigers van de branche een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het functioneren van de bureaus. De minister heeft inmiddels hiermee ingestemd (zie onderdeel Kamervragen). Bron: Binnenlandsbestuur opmars no cure, no pay-bureaus bij WOZ-bezwaren
Kamervragen Naar aanleiding van bovenstaande, zijn inmiddels ook kamer vragen gesteld (ingezonden 14-7-2018) aan de ministers voor rechtsbescherming en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De ministeries van Financiën en Justitie en veiligheid stellen een onderzoek in naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zullen oplossingen voor de no cure, no pay-problematiek worden bezien. Onderzoek naar ontwikkeling aantal bezwaren door no-cure-no-pay organisaties tegen WOZbeschikkingen Minister Dekker heeft begin juli 2019 gereageerd op de brief van 12 april 2019 van de gemeente Maastricht, mede namens diverse andere gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, waarin een aanpassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepleit wordt. Aanleiding voor die aanpassing is de rol van no-cure-no-pay bedrijven bij het maken van bezwaar en instellen van beroep tegen onder meer beschikkingen op grond van de wet WOZ. In zijn antwoord op Kamervragen heeft minister Dekker een onderzoek toegezegd, met als doel scherp te krijgen in hoeverre no-cure-no-pay bedrijven juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen.
Het onderzoek zal worden uitgevoerd door het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) en zal nog dit jaar van start gaan. In het kader van het onderzoek worden twaalf casestudies uitgevoerd bij gemeenten en belastingsamenwerkingen, waaronder de BsGW. Op deze wijze wil het WODC inzicht krijgen in de 38
belasting van de organisatie, de opbrengsten voor de bezwaarmakers en het verdienmodel van de no cure no pay-bedrijven. bron: Kamerbrief 2 juli 2019, kenmerk 2623241/ brief WODC 14 januari 2020
Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een internetconsultatie over een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40% als de burger procedeert met bijstand van een advocaat. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding bij kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan) tot hogere proceskostenvergoedingen voor de burger die gelijk krijgt bij de bestuursrechter.