Beantwoording vragen SP.pdf
Tekst van het document
Beantwoording Vragen SP begroting 2022 en bijstelling begroting 2021. NB: De nummers van de vragen verwijzen naar de paginanummers in de begroting. Bijstellingen begroting 2021 9. De begroting 2021 opbrengst parkeerbelasting moet opnieuw met €300.000 naar beneden worden bijgesteld. Wat is hier de reden voor? De wethouder hield bij onze opmerkingen daarover toch steeds vol dat het in de begroting 2021 genoemde bedrag reëel was. Op pag. 19 wordt gesteld dat deze lagere inkomsten nog wel even zo blijven, toch worden weer de volledige bedragen opgenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 t.m. 2025. De afgelopen jaren zijn de parkeerinkomsten als gevolg van de implementatie van het nieuwe parkeerregime, verbouwing van het Centrum en de Corona pandemie achter gebleven. Onder “normale omstandigheden” is de verwachting dat de begrote opbrengsten voor het jaar 2022 worden gehaald. 9. Waaruit bestaat de mutatie van €200.000,- bedrijventerrein? Kennelijk worden deze projecten in het vierde kwartaal 2021 uitgewerkt (zie pag.19). Waarom worden deze dan niet gewoon opgenomen en verwerkt in de begroting van 2022.
Waarom is het nodig de begroting 2021 op dit punt aan te passen? Deze € 200.000 heeft betrekking op het inrichten van een ondernemersfonds voor het entameren van collectieve projecten (gezamenlijke marketing, uitstraling, onderzoeken verkeer etc) op de bedrijventerreinen, om het ondernemingsklimaat op deze terreinen te verbeteren. Via de bijstelling in 2021 kunnen wij starten met de voorbereidende werkzaamheden voor een dergelijk fonds en kunnen wij hier in 2022 verder uitvoering aan geven. 9. Klopt het dat het de bedoeling is om de professionele instellingen vanaf 2022 vier jaar te korten met €100.000,-. Kunt u aangeven welke instellingen het betreft? Zie ook pag.51. Klopt het dat we enerzijds €100.000,- korten en anderzijds het bedrag verhogen met €100.000,Nee, juist niet. Het is juist de bedoeling om professionele instellingen te compenseren voor prijs- en loonontwikkelingen. Hoe dit concreet wordt ingevuld, moet nog nader worden uitgewerkt. Dit leidt tot een nadeel voor het begrotingssaldo, vandaar op pagina 9 een ‘min’ voor het bedrag. 9. Klopt het dat het de bedoeling is om vanaf 2022 jaarlijks €250.000,- te bezuinigen op openbaar groen? Zo ja, wordt er dan minder onderhoud gedaan of verdwijnt er groen? Nee dit klopt niet.
Voorgesteld wordt juist om in de exploitatiebegroting vanaf het jaar 2022 een bedrag van € 250.000,- structureel extra beschikbaar te stellen voor het onderhoud van het openbaar groen (zie tekst pagina 94 onder c. Groen). Dit betekent een nadeel voor het begrotingssaldo, vandaar een ‘min’ voor het bedrag. 10 Waaruit bestaat de investering ict van €351.000? Dit heeft betrekking op het meer hybride werken. Middels het vaststellen van de jaarrekening 2020 heeft de raad, als onderdeel van de resultaatbestemming 2020, voorlopig een bedrag van € 300.000 vrijgemaakt voor hybride werken. Circa € 36.000 hiervan is besteed aan onderzoek en communicatie. In 2021 zijn voor een bedrag van € 351.000,00 hybride laptops voor het personeel ineens aangekocht. Dit had uiteindelijk de voorkeur boven een in de tijd gefaseerde aanschaf, zowel kostentechnisch als beheersmatig. Reeds bestaande maar inmiddels verouderde laptops worden zo ook ineens vervangen. In de beschikbare ICT investeringsruimte jaarschijf 2021 ontbrak zodoende een bedrag van € 87.000 (€ 351.000 - € 300.000 – € 36.000). Dit ontbrekende bedrag kon worden aangevuld door van de beschikbare ICT-ruimte 2022 t/m 2024 jaarlijks een bedrag van € 29.000,00 naar voren te halen.
De jaarlijks beschikbare ICT investeringsruimte wordt daardoor in elk van de jaren 2022 t/m 2024 met € 29.000 verlaagd (van € 327.000,00 naar € 298.000,00) ten gunste van 2021. Per saldo is deze verschuiving over de jaren heen neutraal.
Begroting 2022 Bestuur en ondersteuning. 19. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is jaarlijks meer dan € 3 miljoen (75% VAN HET TE VERWACHTEN BEDRAG) opgenomen voor te ontvangen EXTRA COMPENSATIE TEKORTEN JEUGDZORG. Hoe zeker is het dat deze bedragen ook daadwerkelijk worden ontvangen, zeker gelet op de formatiebesprekingen? Deze bedragen zijn opgenomen conform de richtlijnen van de toezichthouder. Op basis van de huidige inzichten mag ervan worden uitgegaan dat de compensatie voor 2022 substantieel worden doorgetrokken in de navolgende jaren. De exacte bedragen zijn thans nog niet bekend. In de commissievergadering van oktober hebben we de leden van commissie Burgers en Samenleving een en ander uitgelegd en daarnaast ook de kanttekeningen benoemd in relatie tot het verloop van de reserve Sociaal Domein. Deze staan ook verwoord in de begroting 2022. 25. De formatie in de begroting omvat 9,5 fte per 1000 inwoners en de apparaatskosten bedragen €901 per inwoner. In 2018 bedroeg de formatie c.q bezetting nog 7,4 FTA en de apparaatskosten in totaal €672.000. Hoe is deze verhoging van ruim 30% in 3 jaar te verklaren? De stijging van de Fte/inwoner-indicator wordt veroorzaakt door enerzijds een stijging van het aantal Fte en anderzijds door de daling van het inwoneraantal de afgelopen 3 jaar.
De stijging van het aantal Fte heeft voornamelijk plaatsgevonden in het sociaal domein, meer in het bijzonder in 2019 in verband met de uitvoering van de Jeugdwet. De stijging van de apparaatskosten/inwoner-indicator wordt veroorzaakt door enerzijds meer overheadkosten en anderzijds door de daling van het inwoneraantal de afgelopen 3 jaar. Voor een betere vergelijkbaarheid van baten en lasten van gemeenten is bij de vernieuwing van het BBV de definiëring van de overhead aangepast. Er werden méér kosten als ‘overhead’ aangemerkt dan voorheen. Hierdoor zijn de overheadkosten bij de actualisering van de kostentoerekening voor de periode 2020-2023 substantieel gestegen. 28. Hoe vaak heeft de burgemeester in 2021 gebruik gemaakt vaar bevoegdheid om bij overlast de overlastgever een aanwijzing te geven? En is hier ook op gecontroleerd? Overlast in de buurt en dan met name overlast die leidt tot burenruzies is een groot probleem en heeft een behoorlijke impact op de betrokken bewoners, de ervaren veiligheid en leefbaarheid in de buurt. Zowel landelijk als ook binnen de gemeente Kerkrade speelt deze problematiek. Afgelopen jaar, vermoedelijk mede door de geldende Covid-19 maatregelen en de daarbij bestaande lock-down, heeft dit tot een toename in meldingen met betrekking tot geluidsoverlast en het aantal burenruzies geleid.
Daarnaast is ook een toename van heftigheid in deze burenruzies waargenomen. Om de veiligheid en leefbaarheid te verhogen wordt ingezet op het terugdringen van de overlast in de buurt. Door de Wet aanpak woonoverlast hebben de burgemeesters de mogelijkheid gekregen om gedragsaanwijzingen op te leggen aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. De wet vereist dat de burgemeester een specifieke gedragsaanwijzing pas kan opleggen wanneer de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden gestopt, bijvoorbeeld door de inzet van buurtbemiddeling, een gesprek en/of een waarschuwing. Het moet aannemelijk zijn gemaakt dat het tegengaan van de woonoverlast niet op een andere wijze kan worden bereikt. Daarvoor moet een gedegen dossier worden opgebouwd dat bestaat uit oa objectieve waarnemingen van de ervaren overlast, sfeerrapportages van de politie. Elke overlastsituatie nemen wij zeer serieus. Samen met betrokken partijen (inwoners, handhaving, politie, buurtbemiddeling, woningcorporaties, eigenaren/verhuurders en zorgaanbieders) wordt vanaf de
eerste melding de escalatieladder bewandeld. We maken een beeld van de situatie en zoeken naar een oplossing. Ook kijken we nadrukkelijk naar oplossingen op vrijwillige basis, zeker daar waar de objectieve waarneming van de ervaren overlast niet eenvoudig is In 2021 hebben we de mogelijkheid van een gedragsaanwijzing niet gebruikt. Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat de overlast al in een eerder stadium teruggedrongen was door de toepassing van andere mogelijkheden en anderzijds met het feit dat in enkele, ingewikkelde casussen de bewijslast van de ervaren overlast complex was. En daarmee de juridische basis voor de gedragsaanwijzing onvoldoende. Dat wil dus niet zeggen dat inwoners geen overlast ervaren, maar dat het objectief vaststellen daarvan in de praktijk lastig was. Juist in deze situaties hebben we alternatieve mogelijkheden aangereikt aan de betrokken inwoners mede gelet op de impact van de situatie. De burgemeester informeert de raad op hoofdlijnen via de reguliere rapportages in de commissie zoals recent nav het IVP. 50. Sport cultuur en recreatie. Kunt u aangeven waarvoor de posten MEDIA die zowel bij lasten als baten staan, zijn bedoeld? Het gaat hier om de bibliotheek. De lasten zijn de exploitatiebijdragen aan de bibliotheek, de baten zijn de huurinkomsten. 52.
Waardoor wordt het project Kanjermonument Rolduc vertraagd, zodat de investering van 2021 €400.000,- doorgeschoven kan worden naar 2022? Bisschoppelijk College Rolduc is, met ondersteuning van Provincie en Gemeente Kerkrade, aan de slag met het uitwerken van een business-case en integraal toekomstplan die moeten leiden tot een toekomst bestendig Rolduc. Zaak is om niet ad-hoc en op zichzelf staande plannen uit te voeren maar toe te werken naar een integrale visie voor Rolduc en omgeving. Nieuwe projecten moeten passen en bijdragen aan het totale toekomst concept. Daarnaast moeten ze ook concreet en uitvoerbaar zijn. Het betrekken van (potentiele) marktpartijen en investeerders is essentieel in dit proces maar vanwege de Corona crisis moeizaam en het kost meer tijd dan voorzien. Het ontwikkelen een totaal visie op basis waarvan geïnvesteerd kan worden, wordt ook door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) geëist (vanuit haar rollen als subsidieverstrekker en uitvoerder van wet- en regelgeving). De rijkssubsidie kan gedurende 10 jaren ingezet worden voor Rolduc (gebouwen en groene monument) en geeft wat dat betreft ook voldoende ruimte (in de tijd gezien) om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten tbv het toekomst bestendig maken van Rolduc. 59 6.2 wijkteams lasten: 2020 €4,2m, 2021 €2.0 m, 2022 en volgende jaren meer dan €6m.
Wat is de verklaring hiervoor? Op dit taakveld wordt, conform voorschriften, o.a. de eerstelijns jeugdzorg verwerkt. Het verschil wordt vooral veroorzaakt door de verwerking van de uitkomsten meicirculaire en septembercirculaire, waar met name op het onderdeel jeugd extra middelen beschikbaar werden gesteld door het Rijk. De kosten staan op dit taakveld. De opbrengsten algemene uitkering vallen onder taakveld 0.7. In de commissie B&S van oktober bent u al nader geïnformeerd over de impact op het totale sociaal domein. Volksgezondheid en milieu. 66. Afval. Klopt het dat het de bedoeling is om de afvalverwerking budgetneutraal te laten plaatsvinden? C.q dat de gemeente er geen geld aan over mag/wil houden? De vraag lijkt te suggereren dat er in 2022 iets “nieuws” zal plaatsvinden in de vorm “afvalverwerking budgetneutraal” en “gemeente er geen geld aan over mag/wil houden”. Er vindt echter geen wijziging plaats. Afvalverwerking is steeds budgetneutraal voor de gemeentelijke begroting geweest en blijft dit ook in 2022. Kosten voor afvalverwerking staan weliswaar met kosten en inkomsten in de gemeentelijke begroting, de kosten worden echter tegelijkertijd voor 100% doorberekend aan de inwoners in de Afvalstoffenheffing. Het komt voor dat er in enig jaar een tekort of overschot aan Afvalstoffenheffing
ontstaat doordat de geraamde kosten afwijken ten opzichte van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Deze tekorten of overschotten aan Afvalstoffenheffing worden aangevuld uit of gestort in de Egalisatiereserve Afvalstoffenheffing. Overschotten komen dus niet “ten gunste” van de gemeentelijke begroting (is ook niet toegestaan), maar blijven binnen de gesloten geldstroom Afvalverwerking. Er vindt in 2022 dus geen wijziging plaats ten opzichte van voorgaande jaren. We zien bij de lasten bij afval een bedrag van €4,7 m en bij de baten €6,1 m. Waaruit bestaat het verschil? Een bedrag van € 1.482.500 wordt conform de BBV voorschriften vanuit andere taken doorbelast aan afval. Het betreft toerekenbare overhead € 237.000, straatreiniging € 144.300, kwijtschelding € 458.400 en compensabele btw € 642.800. Op blz. 80 van de begroting is e.e.a. zoals gebruikelijk in beeld gebracht. 69. Op het gebied van duurzaamheid heeft Kerkrade besloten om binnen het domein duurzaamheid het accent te leggen op hernieuwbare elektriciteit. Waardoor is het te verklaren dat we met name op dit gebied (5,9%) achter lopen bij de rest van Limburg (6,5%) en zeker bij Nederland (20,1%)? We gaan ervan uit dat de cijfers die in de vraag genoemd worden de cijfers uit de Klimaatmonitor van 2019 betreffen, waarbij het percentage hernieuwbare elektriciteit in Kerkrade 5,0% bedraagt (niet 5,9%).
Volgens de Klimaatmonitor is dit percentage gebaseerd op de opwek met zonnepanelen (productie in 2019 van 47 TJ met enkel zon-PV). Het betreffen verouderde cijfers die niet meer representatief zijn voor de huidige situatie. Zo zijn in Kerkrade in de jaren na 2019 nog een tweetal zonnevelden gerealiseerd, die niet in de genoemde percentages zijn opgenomen. Volgens de gegevens op https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/Energietransitie/ scoort de gemeente Kerkrade hoger dan Nederland met betrekking tot bijvoorbeeld zon op dak bij woningen. Dat Kerkrade (en andere Parkstad-gemeenten) lagere percentages hernieuwbare elektriciteit opwekken, wordt grotendeels veroorzaakt doordat in deze verstedelijkte gemeenten hernieuwbare elektriciteit vooral opgewekt wordt door zon-PV (op daken of op land). Meer landelijke gemeenten (en Nederland in het algemeen) hebben ook meer mogelijkheden voor de opwek met windenergie. De opbrengst van 1 windturbine van 4 MW levert bij 3000 vollasturen jaarlijks circa 12 MWh op. Dit is circa 43 TJ en staat gelijk aan de opwekcapaciteit van circa 14 hectare aan zonnepanelen. Daar waar windenergie kan worden ingezet, stijgt het percentage opwek hernieuwbare energie dan ook sterker dan daar waar enkel met zon-PV gewerkt wordt. Binnen de gemeente Kerkrade is beperkte potentie voor windenergie aanwezig.
Als deze potentie benut kan worden, kan ook het aandeel voor de gemeente Kerkrade toenemen. Dit betreft een politieke keuze die aan de gemeenteraad van Kerkrade is. 75. We stellen vast, dat Kerkrade ten opzichte van Limburg en Nederland een erg lage gemiddelde woningwaarde heeft en dat de gemiddelde woonlasten, met name de OZB, hoger zijn dan gemiddeld. We hebben deze discussie vaker gevoerd. Zie ook pag.82. Daar zien we duidelijk dat de wwonlasten in de buurt liggen van omliggende gemeenten, maar dat de gemiddelde woningwaarde in Kerkrade op Heerlen na, het laagste is. Bent u het met ons eens dat vanuit het gezichtspunt van de inwoner er sprake is van een gemiddeld lagere woningwaarde en hogere woonlasten, door het uitzonderlijk hoge tarief OZB in Kerkrade (los van het feit dat besloten is de opbrengst OZB niet te verhogen)? De systematiek is reeds aan de orde geweest bij de begrotingsbehandeling vorig jaar, bij de behandeling van de Tarievennota 2021 en de naar aanleiding daarvan conform toezegging op 14 juni 2021 georganiseerde informele bijeenkomst over de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en in de presentaties van de heer van Vugt van Deloitte in de commissie AZM.
De totale woonlasten volgens COELO (Kerkrade 2021: 869 euro) worden naast de OZB (336 euro) nog in belangrijke mate bepaald door de rioolheffing (Kerkrade: 229 euro) en de afval/reinigingsheffing (304 euro). De OZB is dus wel een belangrijke factor, maar niet zeker niet de enige factor in de woonlasten.
De lasten van de rioolheffing en de afval/reinigingsheffing worden overigens óók beïnvloed door de keuze van de raad om ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen’. Burgers kunnen voor deze 2 heffingen kwijtschelding krijgen als zij aan de voorwaarden voldoen. De kosten daarvan worden toegerekend aan riool en afval. Het gaat om een totaalbedrag van ongeveer € 1,1 miljoen dat door de overige burgers (die niet in aanmerking komen voor kwijtschelding) moet worden opgebracht. Wil een gemeente bepaalde OZB-opbrengsten realiseren, gegeven een gemiddeld lagere woz-waarde, zal het tarief inderdaad hoger dan gemiddeld moeten zijn. De inwoners hebben dan gemiddeld een lagere woningwaarde, en hebben dan via het hoger dan gemiddelde tarief een bepaalde ozb-last. In de paragraaf lokale lasten is een overzicht van de woonlasten (waaronder de OZB) opgenomen (pag.82), ook in verhouding tot het landelijk gemiddelde, het Limburgs gemiddelde en tot de diverse Parkstadgemeenten. Specifiek de gemiddelde OZB-last 2021: In de Parkstadgemeenten varieert dit tussen de 302 en 418 euro. In Nederland varieert dit tussen 123 euro (Texel) en 859 euro (Bloemendaal). Het gemiddelde 2021 in Nederland is 305 euro. In 52 procent van de gemeenten ligt de gemiddelde OZBaanslag tussen 275 euro en 375 euro, aldus COELO.
We zien hier dus dat ondanks het hoger dan gemiddelde tarief de uiteindelijke gemiddelde ozb-last relatief wat hoger is, maar niet uitzonderlijk afwijkt. Dat geldt overigens ook voor de totale woonlasten. 79. In de begroting 2022 is rekening gehouden met de tarieven 2022. De tarievennota wordt echter pas in december vastgesteld. Wij hebben reeds eerder aangegeven dat dit in onze ogen een minder wenselijke gang van zaken is. Een afwijking van de tarievennota zou dan meteen leiden tot een bijstelling van de een maand eerder vastgestelde begroting. Is het technisch mogelijk om de tarievennota samen met de begroting vast te stellen? Deze vraag is vorig jaar ook gesteld en beantwoord. Wij beantwoorden hierna deze vraag meer uitvoerig. Het indienen van een door de raad goedgekeurde begroting bij de Provincie kent een wettelijke deadline van 15 november. Gelet op alle stappen die doorlopen moeten worden (tijdig verzenden aan raad, vragen beantwoorden, behandeling raad, etc) is het noodzakelijk om de Begroting al gauw een maand eerder (medio oktober) aan te bieden voor behandeling door de raad. De nieuwe tarieven moeten vóór 1 januari van het nieuwe jaar door de Raad zijn vastgesteld. Wij willen voor de tariefstelling uitgaan van de meest actuele essentiële gegevens en ontwikkelingen.
Zo ontvangen wij medio oktober de eerste basisgegevens van BsGW, gevolgd door nadere gegevens in november. Dit is een tijdpad dat samen met alle andere deelnemende gemeenten is afgesproken en is al eens vervroegd op verzoek van de deelnemers. Het is voor BsGW niet mogelijk om de taxatieprocessen nog eerder met voldoende betrouwbaarheid te hebben afgerond. Bovendien zijn zij vanuit de Waarderingskamer óók verplicht om de meest actuele ontwikkelingen mee te nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de marktontwikkeling, of de stand van zaken van bezwaar/beroep. Voor de prognose van afval en riool gaan wij uit van de meest recente cijfers over kwijtschelding. Voor de prognose van afval gaan wij uit van de meest recente cijfers van RD4, zoals het aantal ledigingen. Soms zijn er bij sommige leges ook vanuit het Rijk pas vrij laat gegevens bekend. Om de prognoses zo nauwkeurig mogelijk te laten zijn is het dus beter om de Tarievennota zo laat mogelijk te behandelen. Wij koersen daarom op de laatste raadsvergadering van het jaar. Het achterliggende logistieke traject én besluitvormingstraject maakt het niet mogelijk om de Tarievennota op een efficiënte c.q. zinvolle wijze tegelijk met de Begroting te behandelen. In die zin is dit een discussie die vergelijkbaar is met de ‘kip-ei’ discussie. Welke stel je als eerste vast c.q.
bij welk document voert de raad een discussie en neemt een besluit over de heffing of hoogte van de heffing van het komende jaar? Het voeren van die discussie hoeft niet te wachten tot de Tarievennota, maar kan ook al bij de begroting worden gedaan. De tarieven vloeien immers voort uit de raming van de gewenste (netto) opbrengsten. Het is dus vanuit die optiek niet noodzakelijk om beide documenten tegelijk te behandelen. 79. Kwijtschelding. De kosten van kwijtschelding voor Riool en afval worden doorbelast. Wat wordt hiermee bedoeld?
Dat betekent dat de geraamde kosten van kwijtschelding voor riolen en afval resp. € 624.900 en € 458.400 (op blz. 80 van de begroting is dat zoals gebruikelijk in beeld gebracht) als kostenpost worden meegenomen voor de tariefstelling van riolen en afval. 80. Marktgelden en promotie. De loonkosten en overhead (€228.000) zijn hoger dan de directe kosten €104.000,-. Hoe kan dit worden verklaard? De uitvoering van de diverse belastingen en heffingen vraagt ook om inzet van personeel. De mate waarin verschilt. Ook de uurtarieven van het benodigd personeel kunnen verschillend zijn. De kosten van de overhead zijn gebaseerd op de naar de betreffende producten toegerekende uren. Daar waar sprake is van meer arbeidsintensieve processen wordt relatief ook meer overhead toegerekend. Voor wat betreft de markten hebben de loonkosten en overhead betrekking op de kosten van personeel en voertuigen die benodigd zijn voor het organiseren etc. van 3 weekmarkten, alsook het toezicht op deze weekmarkten, inclusief opbouw tot en met reiniging van de marktterreinen (bijv. Eygelshoven vanaf circa 04.30 tot circa 20.30 uur). Lijkbezorgingsrechten. De loonkosten en overhead (€121.000) zijn hoger dan de directe kosten €112.000). Hoe kan dit worden verklaard? Zie in algemene zin het antwoord op de vorige vraag.
De loonkosten en overhead hebben in dit geval betrekking op de kosten van eigen personeel, voertuigen, machines en magazijngoederen die benodigd zijn voor het reguliere onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen. De directe kosten hebben betrekking op kosten van derden (bijvoorbeeld extra inhuur tijdens piekperiodes onkruidgroei, reiniging en afval door RD-4, waterverbruik, uitvoeren sociale begravingen, etc. ). 87. Risico. Parkstad Limburg Stadion. Wij wijzen wederom op het feit dat er ook sprake kan zijn dat Roda niet failliet gaat maar elders gaat voetballen en daardoor geen huur betaald. Is deze situatie afgedekt door een overeenkomst met Roda? Nee. Zie ook de beantwoording van uw vragen Roda naar aanleiding van commissievergadering 15 juni 2020 (uw vraag 6), waarbij u Roda via een overeenkomst wilde verplichten om in Kerkrade te blijven voetballen: “Uw voorstel gaat veel verder en houdt in dat Roda JC tot en met 2046 effectief geen opzegmogelijkheid wordt geboden. Nog los van de vraag of de initiatiefnemers hiermee akkoord kunnen gaan, is de inschatting dat een rechter een dergelijke voorwaarde niet redelijk en billijk zal vinden. Van belang is verder nog dat in dat geval ook de verhuurder (Stadion) hierdoor voor eenzelfde termijn wordt beperkt. Het college is daarom geen voorstander van het opleggen van de door u voorgestelde voorwaarde.” 88.
zinsnede: ..mist de gemeente rentevergoeding. Klopt het dat Roda nog slecht tot 2025 rente betaald en dan nog slechts een zeer beperkt bedrag over de lening van de oorspronkelijk hypotheek? Vraag: hoeveel rente betaalt Roda in totaal in de jaren 2022 tot en met 2026 over de lening van ruim €18 miljoen? Nee, dat klopt niet. De zinsnede uit de risicoparagraaf die u aanhaalt heeft betrekking op de situatie dat Roda daadwerkelijk failliet gegaan is en geeft een doorkijk van de bedragen die we dan gaan missen t/m 2025. Er is geen sprake van een lening van € 18 miljoen met Roda. Roda moet alleen huur betalen. En uit deze ontvangsten moet Stadion op termijn de lening van € 18 miljoen aan gemeente terugbetalen. Roda betaalt wel rente over het bedrag van de tijdelijk verlaagde later in te halen huur (raadsbesluit 2018, 2020). Dit is verankerd in de cessie met de KNVB conform raadsbesluit. Via de cessie 2018-2020 ging het om circa € 36.000, via de cessie 2021-2023 gaat het om een bedrag van bijna € 134.000. Het bedrag neemt toe omdat het later in te halen bedrag ook toeneemt. De cessies zijn met de raad gedeeld. Op dit
moment liggen alle betalingen van de cessie op schema. De bedragen voor de jaren vanaf 2024 moeten nog worden bepaald. 89. We zien dat de solvabiliteitsratio iets opkrabbelt van 10,2 begroting 2021 naar 14,3 begroting 2022. Is in dit bedrag VIE al geactiveerd? Ja, bij de berekening van het kengetal solvabiliteitsratio wordt rekening gehouden met het verwachte verloop van het meerjarig investeringsprogramma (waaronder VIE) conform pagina 160. 92. Hebben we in Kerkrade een achterstand bij het onderhoud van wegen en riolering? Zo ja, graag een indicatie van de daarmee gemoeide bedragen. Het college heeft de laatste jaren extra middelen vrijgemaakt voor het onderhoud wegen. Daarmee is een inhaalslag ingezet. Medio volgend jaar zal de nieuwe raad door het nieuwe college worden verzocht het wegenbeheerplan wederom te actualiseren 92. Rechtszaak. Wat is de SCHATTING van omvang van schade als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld? Zolang de rechtszaak loopt kan de gevraagde schatting niet worden gemaakt. 96. Civieltechnische kunstwerken. Voor dagelijks onderhoud is in 2022 €13.300,- beschikbaar. Vanaf 2022 wordt dit bedrag verhoogd met €50.000,-. Was dit bedrag in het verleden dan niet veel te laag en is dit wellicht de verklaring voor het gebrekkige onderhoud van tunnels en bruggen? De voorgestelde verhoging met € 50.000,- betreft de exploitatie.
Dit bedrag is benodigd is om de noodzakelijke inspecties, eventueel noodzakelijke aanvullende inspecties en kleine onderhoudswerkzaamheden structureel uit te blijven voeren. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De kosten van het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken zijn zeer sterk afhankelijk van het soort, type en de omvang van de kunstwerken. Voor volgend jaar is er onderhoud gepland aan de Tunnelbak van de Roderlandbaan. Deze heeft zoals bekend een enorme lengte en daarmee dus ook forse kosten. Bekend is ook dat het viaduct aan de St. Pieterstraat schade heeft. Momenteel is een onderzoek gaande naar de beste oplossing hiervoor. Er is momenteel geen indicatie dat er op andere grotere bouwwerken moet worden ingegrepen. Er is wel zicht op maatregelen aan een duiker in de Hammolenweg. De duiker in de Schutterstraat zal vervangen moeten worden. De duiker onder de Hamstraat/Spoorbaan wordt momenteel onderzocht nav het hoogwater van afgelopen zomer. Dat onderzoek moet (ivm de waterstand) in de winterperiode worden uitgevoerd. 100. Leningen. Wij wijzen u er op, dat er bij deze begroting geen overzicht is bijgevoegd van langlopende leningen (zie begroting 2015).
Kan dit overzicht jaarlijks worden opgenomen? C.q als bijlage worden verstrekt? Een gedetailleerd overzicht is niet verplicht en wordt al langer niet meer ‘standaard’ toegevoegd om de hoeveelheid (detail) informatie te beperken. De raad wilde immers ook de omvang van de boekwerken terugbrengen daar waar dat mogelijk is en het totaalbedrag wordt wel gemeld. In het kader van de Werkgroep Begroting is afgesproken om ‘standaard’ aan te bieden de begroting en de financiële productenbegroting. Uiteraard is het detailoverzicht van de lopende langlopende leningen wel beschikbaar en wordt als bijlage bij deze beantwoording toegevoegd. Het is aan de raad om te bepalen of en op welke wijze dit overzicht voortaan ‘standaard’ moet worden opgenomen of verstrekt. NB: Dit betreft een overzicht van de daadwerkelijk per heden langlopende leningen en het verloop daarvan in het jaar 2022. 100. Als de begroting structureel in evenwicht is, de OZB tot het hoogste zijn opgerekt, en in het sociaal domein niet meer geld wordt uitgeven dan we ontvangen van de overheid, wat is dan de reden voor de
nieuwe langlopende leningen 2021 €15m, 2022 €15m, 2023 €14m,, terwijl er in deze jaren iets meer dan €10m wordt afgelost? Pas in 2024 en 2025 wordt er meer afgelost dan nieuw geleend. Dit heeft te maken met het verschil tussen ‘begroten/boekhouden’ (hier gaat het om kosten/opbrengsten en hoe dek je je lasten) en ‘financieren’ (hoe zorg je dat je genoeg geld op de rekening hebt om alles te betalen). Het belangrijkste verschil wordt veroorzaakt door het investeringsprogramma. Investeringen hebben een meerjarig nut, daarom mag je de kosten in de tijd spreiden. Je gaat dan afschrijven op de investering, bijvoorbeeld 25 jaar lang. Maar de aannemer wil ‘nu’ zijn geld hebben, niet pas over 25 jaar. Die financiering moet dus ‘nu’ geregeld worden om de facturen te kunnen betalen. Het investeringsprogramma 2021-2025 omvat een bedrag van ruim € 74 miljoen aan nieuwe investeringen. En op bestaande langlopende leningen lossen wij in die periode naar verwachting zo’n € 52 miljoen af. In diezelfde periode verwachten wij ‘slechts’ € 60 miljoen aan nieuwe langlopende leningen aan te moeten trekken, terwijl de dagelijkse financiering van alle reguliere activiteiten ook doorloopt. Zoals de heer van Vugt van Deloitte al opmerkte in zijn presentatie in de commissie AZM van september 2021:
100. U schrijft herfinanciering niet van toepassing. Er wordt €10 miljoen afgelost en €15m geleend, dan is toch sprake van herfinanciering. Graag uw visie hierop. Bedoeld wordt het ‘oversluiten’ of opnieuw (1 op 1) afsluiten van reeds bestaande leningen. De totale financieringsbehoefte wordt steeds opnieuw bekeken en vervolgens wordt het nieuw benodigde bedrag bepaald. Wij houden daarbij rekening met de aflossingen die gedaan moeten worden. 100. Wij gebruikten hiervoor de term het “Griekse systeem”. Wij bedoelen daarmee dat een lening wordt afgelost met een nog grotere nieuwe lening. Daarvan is hier toch sprake? Graag uw zienswijze. Van een door u genoemd “Grieks systeem” is geen sprake. Zie het antwoord op de vorige 2 vragen. 100. Eind 2022 bedragen de langlopende leningen €144 miljoen. Op dit moment zijn er aanwijzingen dat de rente gaat stijgen. Is dit geen risico voor financierbaarheid in de toekomst? Voor de duidelijkheid. Het overzicht op pag. 99 van het renterisico en de rentenorm hebben we gelezen. Opgemerkt zij dat de € 144 miljoen voor het overgrote deel bestaande langlopende leningen zijn, met een gespreide opbouw en lange termijn. In de paragraaf weerstandsvermogen, en verder specifiek in de
bijlage ‘Overige risico’s op pagina 172 gaan wij nader in op het risico van de financiering en welke maatregelen wij nemen om dit risico te beheersen: 109. De BV Holding stadion wordt gezien als een verbonden partij. Kerkrade is bovendien eigenaar hiervan. Moet de begroting en rekening daardoor niet jaarlijks besproken worden in de raad? De BV is alleen wettelijk verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen en deze te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Formeel heeft de raad geen rol in dit traject. Bij een GR bijvoorbeeld is dat anders. Wel wordt de raad steeds jaarlijks de jaarrekening van deze BV aangeboden. Het is aan de raad of zij het stuk wil agenderen voor bespreking. De belangrijkste ontwikkelingen worden overigens ook gemeld in de paragraaf verbonden partijen in de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Los van het antwoord op de vorige vraag: Dient de raad dan gelet op de omvang van ongeveer €20m, niet in elk geval ongevraagd de stukken hierover te ontvangen? De SP wil die stukken in elk geval ontvangen. Wanneer kunnen we die tegemoet zien? Zoals hiervoor aangegeven, na jaarlijkse vaststelling van de jaarrekening, krijgt de raad het stuk in elk geval aangeboden. De jaarrekening 2020 zal u naar verwachting medio november 2021 worden aangeboden. 155. Voor het klosster Bleijerheide is in 2020 €17.000 besteed en voor €2021 is €538.000,- begroot.
Het klooster zou toch, in elk geval gedeeltelijk, worden afgebroken? Hoe is dit bedrag samengesteld en hoeveel bedragen de sloopkosten? Dat is niet correct. Op verzoek van de raad is de beoogde sloop aangehouden en is een onderzoek naar een mogelijke renovatie en herbestemming van de kloostervleugel opgestart. Hierbij zal mogelijk een gedeelte van het resterende budget kunnen worden ingezet om de renovatie mogelijk te maken.Inzet is om de commissie voor het einde van het jaar nader te informeren over het resultaat van het herbestemmingsonderzoek en de inzet van de resterende financiële middelen. In 2020 en zijn diverse voorbereidingskosten gemaakt voor het project Kloostervleugel Pannesheide. Het betrof hierbij kosten ter hoogte van ca. € 17.000 voor o.a. asbestonderzoek, bodemonderzoek en ecologisch onderzoek. Het restant budget ter hoogte van € 538.000 was bedoeld voor de aankoop van de kloostervleugel, de sloop van het pand en de herinrichting van het gebied. Geraamde aankoopkosten: € 180.000 Geraamde sloopkosten: € 230.000 Geraamde Herinrichtingskosten: € 128.000 159. Geprognosticeerde balans. We zien het eigen vermogen licht oplopen van €29,8m in 2021 naar €32,7m in 2025. We hebben in het kader van VIE toch ongeveer €15 miljoen subsidies ontvangen? Die zouden we toch moeten terugzien in toename van het eigen vermogen. Graag een toelichting.
De subsidies Vie hebben geen effect op het eigen vermogen. Bij de geprognosticeerde balans is als uitgangspunt gehanteerd dat de subsidiebaten dienen ter dekking van (een deel van) de lasten van het project Vie.
Bijlage langlopende leningen
Overzicht opgenomen langlopende geldleningen per 2022 lening per 1.1.2022
aflossing 2022
rente 2022
lening per 1.1.2023
2024
1.634
545
84
1.089
5,4700
2026
1.815
363
83
1.452
10.000.000
5,4690
2027
2.400
400
115
2.000
2003-03
17.500.000
4,8550
2028
4.900
700
234
4.200
2005-01
10.000.000
3,5850
2030
3.600
400
121
3.200
2006-01
11.000.000
3,7980
2031
4.400
440
153
3.960
2009-01
7.000.000
4,6100
2034
3.640
280
166
3.360
2010-01
5.000.000
4,6100
2035
2.800
200
121
2.600
2012-01
10.000.000
2,0950
2022
1.000
1.000
14
0
2013-01
11.000.000
2,9700
2038
7.480
440
212
7.040
2015-01
11.000.000
1,2200
2035
7.700
550
90
7.150
2016-01
10.000.000
1,2950
2036
7.500
500
92
7.000
2017-01
6.000.000
1,3950
2037
4.800
300
64
4.500
2017-02
14.000.000
1,1900
2037
11.200
700
132
10.500
2018-01
12.000.000
1,3600
2038
10.200
600
131
9.600
2018-02
12.000.000
1,1900
2038
10.200
600
119
9.600
2019-01
10.000.000
1,2000
2039
9.000
500
102
8.500
2019-02
10.000.000
0,6800
2044
9.200
400
61
8.800
2020-01
10.000.000
0,5850
2045
9.600
400
55
9.200
2020-02
8.000.000
0,5300
2040
7.600
400
39
7.200
2021-01
15.000.000
0,1900
2041
15.000
750
27
14.250
135.669
10.468
2.215
125.201
leningnr.
lening
1999-04
13.613.406
5,3100
2001-02
9.075.604
2002-01
totalen
rente-% eindjaar