beantwoording vraag fractie SP Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport.pdf
Tekst van het document
Eindrapport Verkenning samenwerking zorg-veiligheid SVBBL gemeenten
BMC 12 februari 2021 Minke Poppens en Wouter Witteveen Projectnummer:PO016887 Classificatie: Vertrouwelijk Status: definitief
BMC Advies B.V. P.O. box 490 3800 AL Amersfoort
Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort
T +31 (0)33 496 52 00 www.bmc.nl
KVK 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Inhoud Hoofdstuk 1 Algemene inleiding
3
1.1 Verkenning Zorg en Veiligheid SVBBL
3
1.2 Opzet verkenning
3
Kick-off
3
Documentenstudie en groepsinterview per gemeente
4
Analyse overeenkomsten en verschillen → benoemen kansen en aandachtspunten samenwerking
4
1.3 Leeswijzer en samenhang tussenrapportage individuele gemeente
4
Hoofdstuk 2 Overeenkomsten en verschillen
6
2.1 Jeugd en veiligheid
6
2.2 Ex-gedetineerden
6
2.3 Ondermijning en fraude met sociale voorzieningen
6
2.4 Woonoverlast en Hoarding
7
2.5 Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA), mensenhandel en niet-gereguleerde prostitutie
8
2.6 Radicalisering en polarisatie
9
2.7 Verward gedrag, gedwongen zorg en zorgwekkende zorgmijders
9
Hoofdstuk 3 Kansen en aandachtspunten samenwerking SVBBL
10
3.1 Kansen voor de samenwerking
10
3.2 Aandachtspunten voor de samenwerking
11
Dit document is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
2/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
Hoofdstuk 1
Algemene inleiding
1.1 Verkenning Zorg en Veiligheid SVBBL Sommige inwoners hebben te maken met dermate complexe problematiek dat één enkele organisatie geen oplossing kan bieden. In deze gevallen hebben meerdere organisaties en afdelingen een aandeel in de aanpak van het probleem. Vaak is er sprake van een combinatie van zorg- en veiligheidsvraagstukken. Met het oog op goede ondersteuning en zorg, én in het belang van veiligheid en leefbaarheid, is het belangrijk dat zorg- en veiligheidsprofessionals goed met elkaar samenwerken. Het basisteam van de politie en de lokale driehoek hebben een werkgebied van vijf gemeenten: Simpelveld, Voerendaal, Beekdalen, Brunssum en Landgraaf (SVBBL). In de ambtelijke driehoek SVBBL zijn regelmatig gesprekken gevoerd over het thema ‘zorg en veiligheid’. Op basis van deze gesprekken lijkt er sprake te zijn van verschillen tussen de gemeenten in hoe zij het onderwerp en de thema’s hierbinnen benaderen. De vijf gemeenten hebben daarop een opdracht gegeven tot een verkenning naar de wijze waarop de gemeenten de opgave rond zorg en veiligheid invullen en welke overeenkomsten en verschillen er zijn tussen de vijf gemeenten. Het doel van de verkenning is om in beeld te brengen welke invloed de overeenkomsten en verschillen van de gemeenten hebben op de samenwerking tussen de vijf gemeenten.
Op basis van de verkenning wil SVBBL toewerken naar een betere uniforme samenwerking, waaronder het uitwisselen van kennis en het efficiënt aanvliegen van thema’s. En zodoende een ongewenst ‘waterbedeffect’, scheefgroei aan inzet en het verschil in dienstverlening beperken. Ten slotte wordt er binnen de regio Zuid-Limburg gewerkt aan een nieuwe governance structuur Zorg en Veiligheid. Ten behoeve van deze ontwikkeling hebben de SVBBL-gemeenten er profijt van in de gesprekken rond de governance structuur te beschikken over een ‘startfoto’ en een overzicht van kansen en aandachtspunten op het gebied van de gemeentelijke samenwerking op vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid. 1.2 Opzet verkenning De verkenning kende verschillende stappen, die hieronder kort worden toegelicht. Kick-off Op 13 oktober heeft een kick-off sessie plaatsgevonden waar alle SVBBL gemeenten door één of meerdere beleidsambtenaren vanuit zorg/sociaal domein en veiligheid waren vertegenwoordigd. Tijdens de sessie is bepaald wat de gemeenten uit de verkenning willen halen, welke thema’s en welke vragen per thema beantwoord moeten worden en welke documenten daarbij kunnen
3/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
ondersteunen. De volgende thema’s hebben daarbij een plek gekregen in de verkenning: 1. Jeugd en veiligheid 2. Ex-gedetineerden 3. Ondermijning en fraude met sociale voorzieningen 4. Woonoverlast en Hoarding 5. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA), mensenhandel en niet-gereguleerde prostitutie 6. Radicalisering en polarisatie 7. Verward gedrag, gedwongen zorg en zorgwekkende zorgmijders. Bij bovenstaande thema’s gaat het steeds om de wijze waarop de verbinding zorg-veiligheid is georganiseerd. Documentenstudie en groepsinterview per gemeente Elke SVBBL gemeente is gevraagd op deze thema’s documenten aan te leveren, op gemeentelijk, Parkstad en Zuid-Limburg niveau. Op basis van de gezamenlijke informatie van de kick-off sessie en de documenten is vervolgens een op de betreffende gemeente gerichte documentenstudie uitgevoerd en heeft een groepsinterview plaatsgevonden met ambtenaren uit de betreffende gemeente. Dit heeft geleid tot een tussenrapportage per gemeente. Analyse overeenkomsten en verschillen → benoemen kansen en aandachtspunten samenwerking Op basis van de verschillende tussenrapportages voor de SVBBL gemeenten is een SVBBL-brede analyse van overeenkomsten en verschillen tussen de vijf gemeenten uitgevoerd.
Met een ambtelijke vertegenwoordiging uit de vijf gemeenten zijn op basis daarvan gezamenlijk de kansen en aandachtspunten voor de samenwerking op SVBBL-niveau benoemd. Uit dit gesprek is op onderdelen ook nieuwe informatie per gemeente naar voren gekomen. Het is dus mogelijk dat dit eindrapport elementen bevat die in de tussenrapportage nog geen plek hadden gekregen. In de overkoepelende eindrapportage die nu voorligt zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de vijf gemeenten beschreven en de kansen en aandachtspunten die deze overeenkomsten en verschillen met zich meebrengen met betrekking tot de samenwerking op zorg en veiligheid op SVBBL-niveau. 1.3 Leeswijzer en samenhang tussenrapportage individuele gemeente De tussenrapportages die per gemeente zijn opgesteld (zie paragraaf 1.2) hebben als basis gediend voor de analyse van overeenkomsten en verschillen. In die rapportages is ook opgenomen wat op (sub-)regionaal niveau is georganiseerd op de diverse thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid. Omdat dit eindrapport alleen ingaat op overeenkomsten en verschillen tussen de SVBBL-gemeenten, biedt dit geen volledig beeld van wat er binnen de gemeente
4/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
beschikbaar is en gebeurt op de thema’s. Het is dus aan te bevelen om dit eindrapport te lezen in samenhang met het tussenrapport van uw gemeente. In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de SVBBL-gemeenten opgenomen. In hoofdstuk drie zijn, onder meer op basis van de overeenkomsten en verschillen, kansen en aandachtspunten benoemd voor de samenwerking op SVBBL-niveau.
5/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
Hoofdstuk 2 verschillen
Overeenkomsten en
In dit hoofdstuk staan de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de SVBBL gemeenten beschreven. Bij het in beeld brengen van overeenkomsten en verschillen zijn zaken die op het niveau van Limburg, Zuid-Limburg of Parkstad zijn georganiseerd niet meegenomen, omdat we ervan uitgaan dat daarin tussen de SVBBL-gemeenten geen verschil zit. Er is dus alleen gekeken naar lokale aanvullingen daarop of uitwerkingen daarvan. Wanneer individuele gemeenten binnen de SVBBL afwijken van zaken die op (sub-)regionaal niveau georganiseerd zijn is dit wel vermeld. Hieronder zijn per thema de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de SVBBL-gemeenten op hoofdlijnen weergegeven. 2.1 Jeugd en veiligheid ● In alle vijf de gemeenten is aangegeven dat de korte lijnen op uitvoeringsniveau een belangrijke kracht zijn in de aanpak van veiligheidsproblematiek onder jeugdigen. ● Landgraaf, Simpelveld en Brunssum maken gebruik van het Jeugd Preventie Platform. Voerendaal en Beekdaelen doen dat niet: in Beekdaelen wordt gebruik gemaakt van de Integrale interventieteams, in Voerendaal van een Netwerkoverleg sociaal domein. Dit zijn beide gremia waarin bredere problematiek geagendeerd kan worden, waaronder dus overlast en criminaliteit door jeugdigen. ● Landgraaf heeft een integrale groepsaanpak onder de naam ‘Jongeren Op Straat’ (JOS).
● Landgraaf en Voerendaal hebben gezamenlijk beleid met Heerlen op het gebied van jeugdhulp. Ten aanzien van veiligheid gaat het dan bijvoorbeeld over het maken van risico-inschattingen, toepassen van signs of safety en de inzet van acute zorg. 2.2 Ex-gedetineerden ● Geen van de SVBBL-gemeenten heeft specifiek beleid opgesteld ten behoeve van de doelgroep van ex-gedetineerden. ● Waar andere SVBBL-gemeenten aangeven dat Veiligheidshuis Parkstad de meldingen namens hen ontvangt, stelt Brunssum deze zelf rechtstreeks te ontvangen. ● In Landgraaf is de ervaring dat meldingen vaak laat binnenkomen, andere gemeenten hebben die ervaring niet. ● In Beekdaelen wordt als aandachtspunt de interne integrale afstemming op casusniveau benoemd. ● In Voerendaal wordt samenwerking met de lokale woningcorporatie op dit dossier als moeizaam ervaren. 2.3 Ondermijning en fraude met sociale voorzieningen ● De beleidsregels rond Damocles en Victoria zijn in samenspraak tussen de vijf SVBBL-gemeenten tot stand gekomen. Het ligt in de planning om ook ten aanzien van de Wet Bibob gezamenlijk tot beleidsregels te komen.
6/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
● ●
●
●
●
●
In Landgraaf en Simpelveld wordt momenteel gewerkt aan een uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid waarin ondermijning een plek krijgt. Landgraaf kent een lokaal overleg dat vooraf gaat aan een eventueel overleg op de SVBBL-ondermijningstafel; het ‘Lokaal overleg bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad’. Alle vijf de SVBBL-gemeenten geven aan dat er signalen worden gedeeld tussen het sociaal domein en veiligheid / toezicht en handhaving rond ondermijning en andere criminele zaken ‘achter de voordeur’. In de meeste gevallen zijn afspraken daarover niet formeel vastgelegd. Op het gebied van fraude met sociale voorzieningen heeft Landgraaf het nodige ingeregeld. De aanpak is vastgelegd in beleid en wordt momenteel hernieuwd. Er wordt gewerkt aan een soort toezichtkader/stappenplan. Ook zijn toezichthouders Wmo en Jeugd aangesteld en is de gemeente aangesloten bij het Informatieknooppunt zorgfraude. Voerendaal probeert fraude met pgb’s preventief tegen te gaan. De gemeente houdt de bestedingen van alle pgb’s in de gaten door 4x per jaar het bestedingspatroon te controleren en bij (vermoedens van) misbruik over te gaan tot actie. De andere drie gemeenten hebben nog niet zo uitgebreid invulling gegeven aan de aanpak van fraude. In Simpelveld en Brunssum moet het beleid verder uitgewerkt en het toezicht nog belegd worden.
In Beekdaelen bestaat de wens om meer preventief onderzoek te doen om zorgfraude te voorkomen. Hier is nog geen concrete invulling aan gegeven.
2.4 Woonoverlast en Hoarding ● De beleidsregels rond Damocles en Victoria zijn in samenspraak tussen de vijf SVBBL-gemeenten tot stand gekomen. ● Alle vijf de gemeenten hebben woonoverlast opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). ● Landgraaf heeft als enige van de vijf gemeenten beleidsregels opgesteld in het kader van de Wet aanpak woonoverlast. ● In Beekdaelen wordt ook woonoverlast in de integrale interventieteams besproken. ● In Voerendaal is er een maandelijks Netwerkoverleg sociaal domein, waar ook woonoverlast geagendeerd kan worden. ● In Brunssum bestaat de Brede Overlegtafel, waar ook woonoverlast wordt besproken. ● In Simpelveld is er een maandelijks IAWW overleg (Integrale Aanpak Wijkgericht Werken) waarbij woonoverlast ook besproken kan worden. Binnengekomen overlastmeldingen worden in samenwerking met de wijkagenten opgepakt. Indien noodzakelijk worden hier ook andere netwerkpartners, of collega’s bij betrokken. Daarnaast is er overleg tussen maatschappelijk werk en de woningstichting over o.a. deze thematiek. ● In Brunssum en Landgraaf wordt samengewerkt met een welzijnsinstelling ten behoeve van bemiddeling in gevallen van woonoverlast.
7/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
● ● ●
● ●
In Brunssum wordt in het kader van de Participatieverklaring van inwoners die van buiten Nederland komen specifiek aandacht besteed aan wat het in Nederland betekent om een ‘goede buur’ te zijn. In Brunssum wordt samengewerkt met de wijkagent in gevallen van woonoverlast. In Landgraaf is er een intern regulier overleg met Toezicht en Handhaving, OOV, Sociale Recherche en de wijkagent. In dit overleg kan ook woonoverlast geagendeerd worden. In de aanpak wordt samengewerkt met de wijkagent. In Landgraaf is een brede lokale aanpak (beleid en protocollen) rondom Hoarding in ontwikkeling, onder regie van brede integrale projectgroep. In de andere vier gemeenten is in geval van Hoarding vooral sprake van maatwerk.
2.5 Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA), mensenhandel en niet-gereguleerde prostitutie ● Alle vijf de gemeenten hebben een of meerdere aandachtsfunctionarissen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. In Simpelveld is de aandachtsfunctionaris nog in opleiding, in de tussentijd fungeert de gedragswetenschapper als aandachtsfunctionaris. ● Alle gemeenten hebben professionals in de uitvoering geschoold in gebruik van de meldcode. Het verschilt per gemeente hoe breed dit is gebeurd. Er is bij de scholing veelal gebruik gemaakt van e-learning (Augeo) en/of scholing door een interne aandachtsfunctionaris. ● Landgraaf heeft lokale focuspunten vastgesteld op basis van het regionale programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. ● Landgraaf maakt gebruik van een ‘knooppunten-structuur’ op scholen, waarbinnen zorg in samenspraak met ouders wordt bepaald en gemonitord. Er is ook een ‘Algemeen knooppunt’ waarin meer procesmatige zaken besproken worden. ● Simpelveld heeft een lokale aanpak Kindermishandeling. De burgemeester van Simpelveld is ambassadeur Kindermishandeling voor Zuid-Limburg. ● In Brunssum zijn professionals geschoold in risicogestuurde zorg voor stabiele veiligheid en de drie fasen van gefaseerde ketenzorg. Vooralsnog is dit alleen in Heerlen en Brunssum gebeurd.
Op Parkstadniveau is de afspraak gemaakt dat in 2021 scholing in alle Parkstad-gemeenten plaatsvindt en dat een Parkstadbrede aanpak risicogestuurde zorg wordt opgesteld en geïmplementeerd. ●
● ●
Het onderwerp Mensenhandel wordt vooral regionaal aangevlogen. Brunssum en Landgraaf spelen daarin een grotere rol: Brunssum is trekker van het project 1863 over Mensenhandel en prostitutie en de burgemeester van Landgraaf is portefeuillehouder op het onderwerp Mensenhandel voor Limburg. Zij dragen ook allebei bij aan intensieve controles in het kader van illegale prostitutie. Alle gemeenten hebben in hun APV opgenomen dat een seksinrichting of escortbedrijf zonder vergunning verboden is. Brunssum heeft een mobiele seksinrichting voor personen met een geestelijke beperking.
8/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
2.6 Radicalisering en polarisatie ● Alle vijf de gemeenten hebben professionals in hun organisatie getraind in het herkennen van en acteren op signalen van radicalisering. Het verschilt per gemeente hoe breed dit is gebeurd. ● In Brunssum voert de gemeente vier keer per jaar een gesprek met de plaatselijke moskee, onder meer over eventuele signalen van radicalisering. ● In Landgraaf zijn werkafspraken gemaakt met de Maatschappelijke Opvang over het delen van signalen van radicalisering. ● Landgraaf heeft contact met scholengemeenschap SVOPL over het beleid rond radicalisering. ● Beekdaelen en Landgraaf zijn de enige twee gemeenten binnen SVBBL die het CTER-convenant niet hebben ondertekend. 2.7 Verward gedrag, gedwongen zorg en zorgwekkende zorgmijders ● Simpelveld, Voerendaal en Landgraaf hebben een lokale appendix opgesteld in aanvulling op de regionale Bouwstenennotitie rond verward gedrag. ● Landgraaf en Brunssum maken gebruik van een FACT-team om outreachende inzet te plegen bij personen met verward gedrag. ● In Voerendaal biedt het maandelijkse Netwerkoverleg sociaal domein een platform voor het bespreken van personen met verward gedrag, waardoor de lijnen kort zijn. ● In Simpelveld wordt de casuïstiek omtrent personen met verward gedrag besproken in het maandelijks IAWW overleg. ● Voerendaal, Brunssum en Landgraaf beschikken over een Inloop GGZ. ●
● ●
●
●
Alle vijf de gemeenten hebben een vaste plek waar meldingen in het kader van de Wet verplichte GGZ en zorgwekkend gedrag binnenkomen. Ook hebben zij allen consulenten geschoold ten behoeve van triage. Het aantal meldingen in het kader van de WvGGZ ligt in alle vijf de gemeenten laag. In Brunssum, Beekdaelen en Landgraaf zijn afspraken gemaakt met GGZ-partijen die een rol kunnen spelen bij de triage en eventueel een verkennend onderzoek. Brunssum geeft als enige van de vijf gemeenten zelf invulling aan de hoorplicht in het kader van de Wet verplichte GGZ. De andere vier zijn aangesloten bij de regionale werkwijze, waarin de hoorplicht is belegd bij Khonraad. In het kader van bemoeizorg geven alle vijf de gemeenten aan dat de gegevensuitwisseling met de GGZ vaak moeizaam verloopt.
9/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
Hoofdstuk 3 Kansen en aandachtspunten samenwerking SVBBL In dit hoofdstuk staan de kansen en aandachtspunten beschreven die op basis van de verkenning naar voren zijn gekomen. In een gezamenlijke sessie met vertegenwoordiging uit de vijf gemeenten is besproken welke kansen en aandachtspunten hier wat hen betreft in zouden moeten terugkomen. De in dit hoofdstuk benoemde kansen en aandachtspunten moeten worden beschouwd als input voor vervolggesprekken over de samenwerking. Of kansen ook echt benut kunnen worden en wat de aandachtspunten betekenen voor de (wijze van) samenwerking vraagt nadere uitwerking op basis van gesprekken hierover tussen de SVBBL gemeenten en mogelijk ook met andere gemeenten in de (sub-)regio. 3.1 Kansen voor de samenwerking ● Op het thema ‘Jeugd en veiligheid’ is geopperd om meer gemeente-overstijgend samen te werken op het terrein van jeugdoverlast. Een van de suggesties die werd gedaan was om het Jeugd Preventie Platform in alle vijf de gemeenten een plek te geven. ● Rond de re-integratie van ex-gedetineerden is de wens om vaker en sneller gemeente-overstijgend te schakelen. Soms kan een persoon bijvoorbeeld beter uitstromen naar een buurgemeente, dan terug te keren naar de gemeente van herkomst. Afstemming hierover kan van meerwaarde zijn. Wellicht dat de infrastructuur rond Veiligheidshuis Parkstad hiertoe mogelijkheden biedt.
● Er worden ook kansen gezien als het gaat om het maken van afspraken maken met woningcorporaties voor bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld ex-gedetineerden. Deze samenwerking zou wellicht ook op Parkstad niveau, in het kader van regionale prestatieafspraken, vormgegeven kunnen worden. ● Er wordt waarde gehecht aan uitwisseling van informatie over ondermijning en fraude. Ondernemers die in de ene gemeente worden geweigerd of aangepakt, kunnen zich mogelijk in een andere gemeente weer vestigen. De ondermijningstafel, onder regie van het RIEC, biedt hier reeds een platform voor. ● Vanaf 2022 moeten alle gemeenten aangesloten zijn bij het Informatieknooppunt Zorgfraude. Ook moet een werkwijze worde geïmplementeerd en moeten toezichthouders worden aangewezen op het gebied van zorgfraude. Landgraaf is reeds aangesloten, de andere vier gemeenten nog niet. Dit zal voor hen alle vier het komende jaar aan de orde zijn. Dat biedt mogelijkheden om hierin gezamenlijk op te trekken, met input van Landgraaf op basis van hun kennis en ervaring op dit terrein. ● De SVBBL-gemeenten hebben te maken met een klein aantal meldingen in het kader van de Wet verplichte GGZ. In Voerendaal was bijvoorbeeld sprake van 1 melding in 2020, die uiteindelijk ook niet heeft geleid tot het uitvoeren van een verkennend onderzoek.
Wellicht biedt het kansen om de infrastructuur hieromtrent op SVBBL-niveau in te richten. Denk aan een gezamenlijk meldpunt en triage. Het vraagt nader onderzoek om te
10/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport
bezien welke mogelijkheden hiertoe, ook juridisch gezien, bestaan en onder welke voorwaarden. Hierbij moet worden opgemerkt dat eerder bewust niet gekozen is voor gezamenlijk optrekken hierin, omdat de verwachting was dat dit de interne slagkracht tussen zorg en veiligheid teveel zou beperken. 3.2 Aandachtspunten voor de samenwerking De aandachtspunten die naar voren zijn gekomen, betreffen vooral algemene aandachtspunten die op (vrijwel) alle thema’s van toepassing zijn. Dit zijn ook aandachtspunten die bij (een deel van) de beschreven kansen voor samenwerking (zie paragraaf 3.1) in ogenschouw moeten worden genomen. ● Het eerste aandachtspunt betreft de verschillende schaalniveaus waarop gewerkt wordt. Dit is soms sterk van invloed op hoe makkelijk de samenwerking tot stand komt. Zo wordt zorg veelal op het niveau van Zuid-Limburg en/of Parkstad georganiseerd, terwijl Openbare Orde en Veiligheidsvraagstukken vaak binnen de driehoek van SVBBL aan de orde komen. Het Veiligheidshuis acteert op haar beurt weer op Parkstad niveau. Deze discrepantie maakt dat samenwerking vaak niet vanzelfsprekend is en de nodige inspanning vraagt. ● Een ander aandachtspunt is dat de problematiek waar zorg- en veiligheid speelt, zich vaak niet (slechts) binnen gemeentegrenzen afspeelt.
De geografie van de regio maakt dat sommige jeugdigen bijvoorbeeld eerder op Heerlen of Kerkrade georiënteerd zijn, dan op hun eigen gemeentelijke voorzieningen. Daarbij komt dat stedelijke gebieden in algemene zin een aanzuigende werking kunnen hebben. Anderzijds kan de overlast die zich in een gemeente voordoet veroorzaakt worden door een persoon of groep die uit een (of meerdere) andere gemeente(n) afkomstig is. Het adequaat aanpakken van problematiek vraagt dus samenwerking, zowel binnen als buiten SVBBL-verband (in het bijzonder Heerlen/Kerkrade). Ook pleit dit voor meer onderlinge uitwisseling van informatie. ● Een aandachtspunt dat daaruit voortvloeit, heeft te maken met privacywetgeving. Bij samenwerking op casusniveau worden gegevens uitgewisseld. Zorgvuldigheid is geboden: kan voldoende verantwoord worden waarom op bovengemeentelijke schaal informatie wordt gedeeld? Kan voldoende gewaarborgd worden dat gegevens veilig en met bepaalde waarborgen worden verstrekt en verwerkt? In de huidige situatie is bovendien de ervaring dat in voorkomende gevallen privacyfunctionarissen verschillende standpunten innemen, wat de samenwerking compliceert. Indien gekozen zou worden voor intensievere samenwerking op casusniveau, zou dus naast zorgvuldigheid ook borging van beleid rond gegevensuitwisseling in de vijf gemeenten zijn geboden.
Naast deze algemene aandachtspunten is benoemd dat Beekdalen en Landgraaf het convenant CTER niet hebben ondertekend. Dit betekent dat er minder mogelijkheden zijn om met deze gemeenten gegevens uit te wisselen rond radicalisering.
11/11 Verkenning zorg en veiligheid SVBBL - Eindrapport