Beantwoording van de vragen van de fracties BB, LA en CDA
Tekst van het document
Aan de leden van de commissie Burgers en Samenleving
Datum Zaaknummer Uw kenmerk Ambtenaar Bijlage Ons kenmerk
Gemeente Kerkrade Markt 33, 6461 EC Kerkrade Postbus 600, 6460 AP Kerkrade www.kerkrade.nl gemeentehuis@kerkrade.nl Telefoon 14 045
2 februari 2026
J. Schillings N.v.t. 26u0002394
Onderwerp: Beantwoording technische vragen over voorstel “Financiële bijdrage voor borging van con nuïteit jeugdhulp door de Mutsaerss ch ng” (commissievergadering B&S 03.02.2026). Geachte commissieleden, In reactie op het voorstel “Financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting” is een aantal schriftelijke vragen gesteld. De antwoorden op deze vragen luiden als volgt.
Fractie Burgerbelangen Vraag 1: In mei 2026 vallen de terugbetaling van de VWS-subsidie en de bijdrage van ZuidLimburg samen, waardoor het netto-effect voor Mutsaers nul is. Hoe wordt specifiek geborgd dat Mutsaers in mei 2026 aan haar lopende verplichtingen kan voldoen, zodat het risico op zorgdiscontinuïteit daadwerkelijk wordt gematigd. Antwoord: De liquiditeitsborging rond mei 2026 bestaat uit meerdere samenhangende maatregelen. Mutsaers werkt met een sluitende begroting voor 2026 en wordt maandelijks gemonitord door de gemeenten en de Jeugdautoriteit, zodat tijdig kan worden bijgestuurd wanneer zich afwijkingen voordoen. Noord- en Midden-Limburg onderzoeken via de MGR (Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein) de mogelijkheid om, indien nodig, tijdelijk kwartaalbevoorschotting toe te passen, wat extra liquiditeitsruimte creëert zonder aanvullende middelen. Tegelijkertijd vindt overleg plaats met VWS over de timing van de verplichte terugbetaling van de subsidie. 1
De meest effectieve borging ontstaat echter wanneer Zuid-Limburg tijdig de vastgestelde bijdrage verstrekt, omdat deze betaling de terugbetaling aan VWS vervangt en daarmee de liquiditeitspiek in mei 2026 wegneemt. Vraag 2: Voor Kerkrade (€ 297.675) kan uitbetaling plaatsvinden vóór formele hypotheekinschrijving, op basis van een onderlinge overeenkomst. Welke concrete juridische zekerheden heeft Kerkrade op het moment van uitbetaling, zolang de hypothecaire zekerheid nog niet formeel is gevestigd? Antwoord De gemeenten in Zuid-Limburg sluiten aan op de al bestaande uitvoeringsovereenkomst tussen Noord- en Midden-Limburg en de Mutsaersstichting. Voordat Zuid-Limburg formeel aansluit, worden aanvullende afspraken opgenomen om de door Zuid-Limburg vastgestelde voorwaarden expliciet te borgen. Deze afspraken worden opgesteld onder begeleiding van de stadsadvocaat van de centrumgemeente Maastricht (Paulussen Advocaten). De overeenkomst bepaalt onder meer dat bij een eventuele uitwinning van zekerheden de opbrengst naar rato van ieders inbreng wordt verdeeld, ongeacht de rangorde van de hypotheek. Het hypotheekrecht wordt centraal geregeld via de centrumgemeente Venlo. Het geld wordt door de Centrumgemeente Venlo verstrekt in de vorm van een subsidie met terugbetalingsverplichting.
Uitbetaling van de bijdrage uit Zuid-Limburg vindt pas plaats nadat het totale juridische zekerhedenpakket volledig is vastgelegd. Vraag 3: De bijdrage wordt als eenmalige lening verstrekt en aanvullende steun is uitgesloten. Kan het college bevestigen dat het maximale financiële risico voor Kerkrade is begrensd op € 297.675 en dat er geen scenario’s zijn waarin aanvullende bijdragen van gemeenten worden gevraagd? Antwoord: Ja. Het college stelt een eenmalige, renteloze lening voor, waarbij aanvullende gemeentelijke bijdragen aan het continuïteitsplan van de Mutsaersstichting niet aan de orde zijn. De voorwaarden, zekerheden en monitoring zijn erop gericht het risico te beperken tot het toegekende bedrag. Binnen het herstelpad is geen aanvullende financiering voorzien, en door tijdig te handelen wordt bovendien voorkomen dat VWS via indeplaatsstelling hetzelfde bedrag alsnog dwingend zou opleggen. Vraag 4: Het herstel wordt gevolgd via monitoring en KPI’s, met de mogelijkheid tot ingrijpen bij falend herstel. Welke concrete toetsmomenten en grenswaarden gelden voor het herstel? Op welk specifiek moment (bijvoorbeeld na hoeveel kwartalen van negatieve afwijking van de KPI's) treedt het 'noodremscenario' in werking?
2
Antwoord: De voortgang wordt maandelijks beoordeeld aan de hand van financiële en operationele rapportages, inclusief ratio’s voor liquiditeit, solvabiliteit en weerstandsvermogen. De exacte grenswaarden worden uitgewerkt in de uitvoeringsovereenkomst. De noodrem wordt toegepast wanneer monitoring uitwijst dat de noodzakelijke herstelstappen niet worden behaald en wanneer eind 2026 geen reëel perspectief is op duurzaam herstel. In dat geval worden de vooraf uitgewerkte scenario’s voor ordelijke zorgoverdracht in werking gesteld, zodat de continuïteit van de jeugdhulp gewaarborgd blijft. Vraag 5: Indien Mutsaers binnen twee jaar geen duurzaam herstel realiseert, volgt overdracht van zorg. Zijn de financiële en organisatorische gevolgen van een dergelijk overdrachtsscenario inzichtelijk gemaakt, inclusief mogelijke kosten? Antwoord: De regio werkt samen met Noord- en Midden-Limburg en de Mutsaersstichting aan uitgewerkte scenario’s voor een ordelijke overdracht van zorg, die vóór mei 2026 gereed zijn. Deze scenario’s richten zich op de continuïteit van zorg voor de jeugdigen die bij Mutsaers in zorg zijn en omvatten onder meer de benodigde capaciteit, het tijdpad en organisatorische consequenties. Een gedetailleerde kostenraming wordt onderdeel van deze scenario’s en is nu niet beschikbaar.
Het uitgangspunt blijft uiteraard primair dat discontinuïteit wordt voorkomen en faillissement van een systeemrelevante aanbieder wordt vermeden.
Fractie Lokaal Alternatief Vraag 1: In het Ontwerpbesluit wordt gesproken over een hypothecaire zekerheid. Welk vastgoed heeft de Mutsaersstichting als hypothecaire zekerheid aangeboden c.q. voor ogen? Antwoord: De Mutsaerss ch ng biedt onder andere haar vastgoed in Venlo als hypothecaire zekerheid. Dit betre met name het instellingsterrein. De totale vastgoedportefeuille is in opdracht van de Rabobank recent is getaxeerd op € 17 miljoen. Onder dit vastgoed vallen het klinische gebouw (‘de Waaier’) en overige opstallen op het terrein. Een deel van het terrein wordt momenteel benut, terwijl voor een ander deel een gebiedsvisie wordt uitgewerkt om verkoop en vastgoedontwikkeling mogelijk te maken. Deze waardeontwikkeling is nog niet in de taxa e verwerkt. De Zuid-Limburgse gemeenten sluiten aan op dezelfde zekerheidsstructuur die al in Noord- en Midden-Limburg geldt, waarbij een derde hypotheek wordt geves gd en de opbrengst bij eventuele uitwinning naar rato van ieders inbreng wordt verdeeld, ongeacht de rangorde van de hypotheek.
3
Fractie CDA Vraag 1: In de nota is een tabel opgenomen waarin de financiële bijdrage per gemeente binnen Zuid-Limburg wordt weergegeven op basis van een vastgestelde verdeelsleutel. Voor de gemeente Kerkrade wordt daarbij uitgegaan van een bijdrage van 2,76% (€ 297.675). Ter illustratie laat de tabel zien dat voor de gemeente Heerlen een bijdrage van 2,57% wordt gehanteerd. Kunt u nader toelichten op basis van welke concrete criteria en onderliggende data (zoals cliëntenaantallen, type zorg of zorgvolume) deze verdeelsleutel is opgebouwd, en hoe dit in de praktijk leidt tot het voor Kerkrade vastgestelde percentage van 2,76%, mede in het licht van de verschillen tussen gemeenten zoals zichtbaar in de tabel? Antwoord: De verdeelsleutel die in Limburg is vastgesteld voor de verdeling van de kosten van het herstelplan van de Mutsaerss ch ng bouwt voort op het landelijke Draaiboek Con nuïteit Jeugdhulp, maar wijkt daarvan op een belangrijk punt af. Het landelijke draaiboek schrij namelijk uitsluitend voor om uit te gaan van het aantal jeugdigen dat een cruciale aanbieder per gemeente in zorg hee . Dat criterium is in Limburg onvoldoende gebleken, omdat het zorggebruik per regio sterk verschilt in zowel zwaarte als type zorgvorm.
In Noord- en Midden-Limburg wordt bijvoorbeeld meer gebruikgemaakt van bepaalde specialis sche vormen van behandeling dan in Zuid-Limburg, terwijl Zuid-Limburg weer rela ef meer ambulante zorg inzet. Deze verschillen zouden bij een eenvoudige cliëntentelling leiden tot een scheve en feitelijk onjuiste verdeling. Daarom is in Limburg gekozen voor een gewogen verdeelsleutel die recht doet aan deze regionale verschillen. De regievoerder hee hiervoor per regio vastgesteld: (1) hoeveel cliënten Mutsaers in zorg hee , (2) welke zorgvormen deze cliënten ontvangen en (3) welke gemiddelde kosten per zorgvorm horen bij de inzet in die regio. Door deze zorgvormen afzonderlijk te wegen ontstaat een totaalbeeld van het ‘gewogen zorggebruik’ per gemeente. Gemeenten die rela ef meer zware of duurdere zorgvormen inze en tellen daardoor zwaarder mee dan gemeenten waar de inzet voornamelijk uit lichtere of minder kostbare zorgvormen bestaat. Dit zorgt voor een evenwich ge en inhoudelijk correcte verdeling over alle gemeenten in de regio’s waar Mutsaers ac ef blij . Het percentage van 2,76% voor Kerkrade komt voort uit deze verhouding tussen het gewogen Mutsaers-zorggebruik in Kerkrade en het totale gewogen zorggebruik in de drie Limburgse regio’s gezamenlijk.
Kerkrade hee een zorgmix die in zwaarte en volume overeenkomt met een middenposi e binnen Zuid-Limburg: zwaarder dan de kleine gemeenten met een lichte zorgmix, maar aanmerkelijk lager dan de grote gemeenten die veel meer jeugdigen en intensievere Mutsaers-zorg inze en. De door de regievoerder berekende weging leidt daarmee tot het vastgestelde aandeel van 2,76%. Kortom: waar het landelijke draaiboek alleen vraagt te kijken naar aantallen jeugdigen, is in Limburg een zorgvuldig gewogen model toegepast dat verschillen in zorgzwaarte en zorgtype corrigeert. Dat maakt de verdeelsleutel transparanter, eerlijker en inhoudelijk beter onderbouwd, en verklaart hoe het aandeel van Kerkrade tot stand is gekomen.
4
Bij een vergelijking van de percentages van de gemeenten Heerlen en Kerkrade moet rekening worden gehouden met het feit dat JENS voor de gemeente Heerlen een groot deel van de ambulante jeugdhulp verzorgt. Met vriendelijk groet,
René van Drunen Portefeuillehouder jeugdzorg
5