CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording van de vragen van de Fractie Ons Kerkrade.docx

Commissie Algemene Zaken en Middelen 26 juni 2023, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake wensen bedenkingen Meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Limburg 2024-2027994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

beantwoording van de vragen van de Fractie Ons Kerkrade m.b.t. de Commissie AZM 26 juni 2023 over agendapunt 7 (Ontwerpbesluit inzake wensen bedenkingen Meerjarenbeleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Limburg 2024-2027.) 1- P&O: A) In 2026 moeten de eerste medewerkers die vanaf 2026 bij incidente bestrijding in dienst zijn getreden, een tweede loopbaan oppakken. Het zou wenselijk zijn indien deze medewerkers bij hun tweede loopbaan wederom als vrijwilliger kunnen worden aangesteld; is dit überhaupt een optie en zo nee, waarom niet? Antwoord: Ja, Dit is in theorie mogelijk. De 20 bezwarende dienstjaren gelden alleen voor een beroepsfunctie en zijn niet van toepassing voor een vrijwilliger. De betreffende medewerker dient dan uiteraard wel te voldoen aan de gestelde eisen om vrijwilliger te worden, waaronder een geldig Periodiek |preventief Medisch Onderzoek (PPMO). B) Tevens kunnen zij bijdragen aan de tekorten vrijwillige brandweerlieden. Wenselijk is het ook dat deze medewerkers hun deskundigheid in anderen ondernemingen zeer nuttig kan zijn. Kunt U aangeven wat te doen, indien er voor een brandweerman/-vrouw na 20 dienstjaren geen passende tweede loopbaan voorhanden is? (Mn. gelet op het inkomen en Pensioen-bijdrage). Antwoord: Het tweede loopbaanbeleid (hoofdstuk 9a CAR-UWO) is onderdeel van landelijke besprekingen WVSV met de vakbonden.

Vooruitlopend op (wellicht) andere arbeidsvoorwaarden is landelijk afgesproken dat medewerkers in een bezwarende functie vanaf 15 dienstjaren een verzoek kunnen indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie van 20 jaar, zodat zij niet na 20 jaar de dienst moeten verlaten. 2- Beschikbaarheid: In de jaren 2017-2022 werd duidelijk dat 9,6% van de vrijwillige kazernes minder dan 4 mensen bij alarmering zijn opgekomen: Uitrukken is dan niet meer mogelijk. Hoe gaat men hier in de toekomst mee om? Antwoord: Brandweervrijwilligers werken volgens het concept van vrije instroom en hebben dus geen harde verplichting om op te komen bij een alarm. Conform Europese regelgeving mag zo’n verplichting ook niet onder de vlag van vrijwilligheid. De opkomst van vrijwilligers is al meer dan 10 jaar een knelpunt, dat overdag meer dan in de avond, nacht en het weekend op kan spelen. Repressief zijn daarom de volgende maatregelen genomen: 1. De vrijwilligers hebben een pager waarbij ze bij alarm aangeven of ze opkomen. De meldkamer heeft binnen één minuut daardoor inzicht of er voldoende vrijwilligers opkomen en kan indien nodig dan direct door alarmeren. 2. Bij een gebouwbrand worden standaard twee basis eenheden gealarmeerd. Indien een van beide niet voldoende opkomst heeft wordt een derde basiseenheid gealarmeerd.

Een van deze drie basiseenheden komt altijd van een beroepskazerne. Op deze wijze komt er altijd een complete basiseenheid ter plaatse. Uiteraard kan dit wel gevolgen hebben voor de opkomsttijd. Behoud vrijwilligheid is al jaren een belangrijk thema voor de VRZL. Ook in het beleidsplan 2024-2027 is hier weer aandacht aan besteed. Maar ook landelijk worden hier programma’s voor ontwikkeld.

3- Oefenverplichting: Oefenverplichting rampenbestrijdingsplan hoogwater VRZL en L-NOORD: deze verplichting is eens in de drie jaar. Gezien de klimaatsveranderingen, met oa. een zeer waarschijnlijk toenemend hoogwater-risico, is het mogelijk wenselijk deze oefenfrequentie te verhogen: Is dit een optie? Antwoord: Het besluit veiligheidsregio’s stelt dat ten minste eenmaal per drie jaar gezamenlijk met de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing een oefening dient te worden gehouden waarbij een rampbestrijdingsplan op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid moet worden getoetst. De oefenverplichting van het Rampenbestrijdingsplan [RBP] Hoogwater Limburg is daarom dus ook vastgesteld op eens per drie jaar. Echter vinden er naast desbetreffende fysieke oefeningen van het de crisisteam [ROT en BT] veel meer opleidings- en trainingsactiviteiten plaats in kader van dit RBP plaats. Zo is In 2020 de E-learning module hoogwater gelanceerd voor leden in de crisisteams welke op ieder moment te volgen is, en zijn er naar aanleiding van de ramp in 2021, in datzelfde jaar en 2022 verschillende evaluaties uitgevoerd, werkgroepen gevormd en zijn er veranderingen in onder andere de planvorming doorgevoerd.

Dit jaar is er gedurende de “GRIP-workshopdagen” voor crisisfunctionarissen CaCo, CoPI en ROT aandacht besteed aan het RBP Hoogwater Limburg door presentaties van Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio rondom de updates van het RBP, evaluatie punten en is er voor diezelfde crisisfunctionarissen een filmpje opgenomen met daarin uitleg over de nieuwe zaken in het RBP. Voor de komende jaren staat er voor 2024 in het voorjaar gepland om het Impact Analyse Team (IAT), een nieuw op te richten scenarioteam voor het ROT, in te trainen en zijn we voornemens om in het najaar een oefening CoPI/ROT/IAT te houden tezamen met de waterpartners en VRLN. In 2025 worden ook stappen gezet door het verder inoefenen van het IAT en nieuwe zaken uit het RBP door middel van oefeningen. Ondanks dat er dus een frequentie van eens per drie jaar staat beschreven, wordt er op de achtergrond meer gedaan dan enkel eens per 3 jaar oefenen.

4- Opslag kernafval: Het is voor Ons Kerkrade zeer wenselijk dat de Veiligheidsregio Zuid Limburg betrokken wordt bij het onderzoek naar een locatie voor opslag van kernafval en tevens de controle houdt op de uitvoering: Of is het zo dermate technisch dat de VRZL er ‘op afstand’ bij betrokken zal worden? Antwoord: Ik vermoed dat deze vraag betrekking heeft op een al ouder onderzoeksrapport van TNO naar mogelijke opslaglocaties voor kernafval (alias waar zou dit mogelijk kunnen)? Vooralsnog wordt alle kernafval in Zeeland opgeslagen.Voor z\over nu bekend is, is er nog geen sprake van beleid ten aanzien van nieuwe / extra locaties. Vooralsnog ligt er alleen dat onderzoeksrapport. Mochten nieuwe locaties aangewezen worden voor de eindberging van kernafval, dan gaat dit vermoedelijk pas daadwerkelijk gebeuren over minimaal 100 jaar. De VRZL wil n.a.v. deze vraag echter e.e.a. nog duidelijk op een rijtje zetten en spreekt daarom op korte termijn met haar contactpersoon vanuit de ANVS. Ik stel daarom voor dat ik na dat contactmoment bij u terug kom met een reactie via de e-mail.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=3801b0f0-d66d-428c-91f1-aeb806ef728e