Beantwoording aanvullende vragen fractie OK
Tekst van het document
Op 21 januari 2022 heeft Thuis Partners advocaten advies uitgebracht over (1) de vraag in hoeverre de raad gebonden zal zijn aan de in de raadsvergadering van 26 januari 2022 te geven instemming en (2) de mogelijkheden draagvlak verder te concretiseren. Op basis van dit advies heeft wethouder de heer H. Wiermans de raad nader geïnformeerd. De fractie Ons Kerkrade heeft naar aanleiding hiervan een aantal nadere vragen gesteld. Die vragen worden in deze notitie beantwoord. A) gebondenheid 1. Vraag van de fractie Ons Kerkrade: Het omschreven antwoord ‘naar alle waarschijnlijkheid niet’ klinkt niet als een definitief ‘NEE’ cq. als geen definitieve toezegging: Klopt dit? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Op basis van het aangepaste ontwerpbesluit met beslispunt IV (met dien verstande dat deze instemming geen toezegging inhoudt dat de raad zijn planologische medewerking zal verlenen in de uiteindelijke besluitvorming in fase 3, nu daarvoor een volledige belangenafweging dient te worden gemaakt en de betrokken (ruimtelijke) belangen daarvoor in dit stadium onvoldoende inzichtelijk zijn) en de onderliggende stukken die er nu liggen, kan de betreffende instemming niet gekwalificeerd worden als een definitieve toezegging. 2. Vraag van de fractie Ons Kerkrade: Als later, na goedkeuring van de huidige Raad d.d.
26.01.22, blijkt dat dit tóch als een toezegging gezien had moeten worden, wat zijn dan de gevolgen voor Kerkrade en wat zijn dan nog de instrumenten van de Kerkraadse Raad om in een later stadium alsnog tégen de komst van de windmolens te (kunnen) stemmen? Antwoord: Onder verwijzing naar vraag 1 kan de instemming niet gekwalificeerd worden als definitieve toezegging. B) Draagvlak 3. Vraag van de fractie Ons Kerkrade: Mogen wij uit de bovenvermelde Memo-conclusies concluderen dat het aspect ‘voldoende draagvlak’ geen juridisch aspect zal vormen en dus geen enkele invloed zal (kunnen) hebben waarop de Windmolens uiteindelijk door de raad/partijen tegen gehouden kunnen worden? Zo ja, waarom wel? Antwoord: De conclusie dat het aspect ‘voldoende draagvlak’ “geen enkele invloed” zal hebben klopt niet. Uit de rechtspraak van de ABRvS volgt dat er geen wettelijke regel is die bepaalt dat een ruimtelijk plan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. De raad mag echter wel streven naar voldoende draagvlak. Dat streven is een van de belangen die de raad mee dient te nemen bij de beoordeling of een ruimtelijke ontwikkeling (zoals een windpark) aanvaardbaar is.
Alle belangen dienen in die afweging te worden betrokken, waaronder enerzijds het (algemene) belang bij een duurzame energievoorziening en anderzijds de belangen van omwonenden en het draagvlak in de omgeving. Het ontbreken van draagvlak is volgens de ABRvS niet zonder meer het meest zwaarwegende argument en het enkele ontbreken daarvan is daarom geen dragend argument. Maar: het is wel een van de mee te wegen argumenten. De raad mag daar dus zeker wel iets van vinden. 4. Vraag van de fractie Ons Kerkrade: Zijn wij juist in de veronderstelling uit de memo-conclusie dat het voldoende is dat ‘initiatiefnemers de verplichting worden opgelegd een bepaald participatie- en communicatietraject te doorlopen’ en
als dit gedaan is door de initiatiefnemers, zij dan aan de juridische aspecten hebben voldaan wat betreft draagvlak-onderzoek, ongeacht de uitslag hiervan? Zo nee, waar zit onze denkfout? Antwoord: Volgens de rechtspraak van de ABRVS kan aan initiatiefnemers een verplichting worden opgelegd een bepaald participatie- en communicatietraject te doorlopen. Als de initiatiefnemer niet aan die verplichting voldoet, kan dat voor de raad reden zijn planologische medewerking te weigeren (ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209). Daar staat tegenover dat het enkele feit dat een ruimtelijke ontwikkeling niet bij alle betrokkenen/omwonenden op bijval kan rekenen, dat niet betekent dat de initiatiefnemer niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting (ABRvS 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2475). In beide situaties (de initiatiefnemer heeft wel of niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan) zal de raad altijd een belangenafweging moeten maken. Het wel voldoen aan de inspanningsverplichting dient daarin te worden meegewogen. 5. Vraag van de fractie Ons Kerkrade: Zijn wij juist in de veronderstelling dat uit de memo-conclusie blijkt dat het door een aantal politieke partijen benoemde aspect "voldoende draagvlak anders geen windmolens in Kerkrade" middels bovenvermelde juridische verklaring en na goedkeuring van dit agendapunt in de raad d.d.
26.01.22, niet meer relevant is daar er geen juridische grondslag (meer) is? Zo nee, hoe moeten wij dit bovenvermelde dan precies interpreteren na goedkeuring van de raad d.d. 26.02.22 mbt (on)voldoende draagvlak in verhouding tot het mogelijk nog tegen kunnen houden van windmolens? Antwoord: Zoals hierboven aangegeven, mag de raad streven naar voldoende draagvlak. Het al dan niet ontbreken van draagvlak is een van de belangen die de raad in zijn besluitvorming dient te betrekken. Het aspect is dus wel relevant, zij het dat dit op zichzelf niet doorslaggevend is. In de raadsvergadering van 26 januari 2021 zal de raad een beslissing nemen over het instemmen met een verdere uitwerking van het project door Statkraft en de Coöperaties. Een van de uit te werken aspecten is het participatie- en communicatietraject, zoals omschreven in de Windvisie. De verdere uitwerking en uitvoering van dat traject zal onderdeel zijn van de uiteindelijke besluitvorming door de raad. Indien de raad instemt met een gezamenlijke uitwerking door deze partijen, betekent dat dus nog niet dat de raad planologische medewerking zal verlenen aan het project, ongeacht de resultaten van het participatie- en communicatietraject. Nogmaals: dat is onderdeel van de belangenafweging die de raad in het ruimtelijk traject dient te maken.