CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 12 oktober 2022, gemeente Kerkrade40.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Onderzoek Bestuurlijk

advies naar ingekomen

Regionaal Ecosysteem

raad 12 oktober 2022 https://berenschot.eu.

stukken qualtrics

.com/jfe/form/SV-CYKjAvUmVi 9R3Su

Dassen-Housen

K

Gemeente Kerkraãe nr.

22it02299

INGEKOMEN STUKKEN RAAD 12 oktober 2022

VRAGEN ex ARTIKEL 38 RvO RAAD Datum vraag

Datum stuk

Onderwerp

Toelichting

22-09-2022

22-09-2022

SP: leningen

voor beantwoording

Datum antwoord aan het

college, ter kennisname ingekomen

naar

stukken raad 12

oktober 2022 01-07-2022

30-06-2022

CDA: Toenemende

voor beantwoording

jeugdoverlast centrum

college, ter kennisname ingekomen

aan het

stukken raad 14 juli

202212 oktober 2022

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering DŕvōÕÌ van de raad, De griffier.

dr. T.P. Dassen-Housen

D.G.M.G. Franssen

d.d. 12 oktober 2022

naar

27-07-2022

lARCHlEF

6.1 Ontwerpbesluit herbenoeming voorzitter en leden Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie gemeente Kerkrade 1 22it02136 (Her)benoeming voorzitter(s) en leden Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie.pdf

Agendapunt nr.:

GemeenteKerkrade Registratienummer: Kerkrade, 2022

Sector: Bestuursdienst

Aanbiedingsbrief aan de raad.

Nr.: 22it021 36 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissingeenontwerpbesluit, nr. 22Rb068inzake(her)benoeming voorzitter(s),ledenen plaatsvervangende ledenvan deCentraleBezwaarschriftenen Klachtencommissie gemeente Kerkradeaan,dit in hetkadervande4-jaarlijkse (her)benoeming. In denotavantoelichting, nr. 22Tİ045,diehetontwerpbesluit vergezelt,zijn deoverwegingen en nadere gronden waarophetontwerpbesluit berust. aangegeven

Het college,

De Secretaris,

dr. T.P. Dassen-Houben.

R.M.J.S. Stijns.

MIX

FSC

www.fsc.ofg

Papiervan verantwoorde herkomst

FSC* C017488

*3b

Parkstad Limburg Gemeente KerkrademaaktdeeluitvanParkstadLimburg

įc

1 22Rb068 (Her)benoeming voorzitter(s) en leden Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie ontwerpbesluit.pdf

[ARCHIEF

GemeenteKerkrade Conformontwerpbesluit ís besloten ín de raadsvergadering

d.d.

Ontwerpbesluit

Nr.: 22Rb068 De raad

van de gemeente

Kerkrade;

overwegende, dat ingevolge de verordening behandeling bezwaarschriften en externe klachten Gemeente Kerkrade 2006,de gemeenteraad na gehouden gemeenteraadsverkiezingen een besluit dient te nemen omtrent benoeming en/of herbenoeming van voorzitter(s), leden en plaatsvervangende leden van de onderscheiden kamers van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie;

de nota van toelichting, nr. 22Tİ045,behorende bij dit besluit; de beraadslagingen in de commissie algemene zaken en middelen

gelet op, « programma: « gemeentelijk/regionaalbeleidskader: » wetsartikel: artikel 6, lid 1 van de verordening behandeling klachten Gemeente Kerkrade 2006.

d.d. 26september

bezwaarschriften

2022;

en externe

besluit: De volgende personen te (her)benoemen: I. De heer mr. L.J.M. Bindels, Algemeen voorzitter, voorzitter Algemene kamer, voorzitter ROVOM-kamer en voorzitter Klachten kamer; II. De heer mr. L.G.H.M. Zweipfenning, lid Algemene kamer, lid ROVOM-kamer en lid 2e SOZAkamer; III. De heer mr. P.H. de Jonge, voorzitter SOZA-kamer, lid Algemene kamer, lid ROVOM-kamer en algemeen plaatsvervangend lid; IV. De heer mr. H.J.A. Bertholet, lid SOZA-kamer (nieuw); V. De heer mr. E. Boersma, lid SOZA-kamer (nieuw); VI. De heer mr. L.M.A. Schrieder, lid Algemene kamer, lid ROVOM-kamer, lid Klachtenkamer en plaatsvervangend voorzitter Klachtenkamer; VII. Mevrouw mr.). van Eck-Hagelstein, lid Klachtenkamer;

Aldus vastgesteld

door de raad

der gemeente

Kerkrade,

in zijn openbare vergadering

d.d. 12 oktober

2022

De voorzitter van de raad,

dŕrŤrPrBSśśéŕT-Ĥousen

mr.drs. D.G.M.G. Franssen

MIX FSC

Papier van verantwoorde herkomst

FSC* C017488

Parkstad Limburg Gemeente

Kerkrade

maakt deel uit van Parkstad Limburg

1 22Tl045 (her)benoeming CBC 2022 nota van toelichting.docx

Nota van toelichting Nummer.: 22Tl045

Kerkrade, 5 oktober 2022

Behorend bij ontwerpbesluit nummer 22Rb068

Onderwerp (Her)benoeming voorzitter(s) en leden Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie gemeente Kerkrade. Beslispunten Als gevolg van de recent gehouden gemeenteraadsverkiezingen dient uw raad derhalve een besluit te nemen omtrent eventuele (her)benoeming van de thans zittende commissieleden en 2 nieuwe leden. De samenstelling van de commissie is thans als volgt: 1. De heer mr. L.J.M. Bindels, Algemeen voorzitter, voorzitter Algemene kamer, voorzitter ROVOM-kamer en voorzitter Klachtenkamer; 2. De heer mr. L.G.H.M. Zweipfenning, lid Algemene kamer, lid ROVOM-kamer en lid 2e SOZA-kamer; 3. De heer mr. P.H. de Jonge, voorzitter SOZA-kamer, lid Algemene kamer, lid ROVOM-kamer en algemeen plaatsvervangend lid; 4. De heer mr. H.J.A. Bertholet, lid SOZA-kamer (nieuw); 5. De heer mr. E. Boersma, lid SOZA-kamer (nieuw); 6. De heer mr. L.M.A. Schrieder, lid algemene kamer, lid ROVOM-kamer, lid Klachtenkamer en plaatsvervangend voorzitter Klachtenkamer; 7. Mevrouw mr. J. van Eck-Hagelstein, lid Klachtenkamer; Inleiding De bezwaarschriften- en klachtencommissie: Algemeen De gemeente Kerkrade beschikt over een gemeentelijke bezwaarschriften- en klachtencommissie wier taak bestaat uit de voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren en uit het onderzoeken en beoordelen van en rapporteren omtrent schriftelijke klachten aan betreffend verantwoordelijk bestuursorgaan.

De commissie bestaat uit 4 ‘meerhoofdige’ kamers. Voor wat betreft de behandeling van bezwaarschriften zijn dit de “Algemene kamer”, “de SOZA-kamer” en de “ROVOM-kamer”. Voor wat betreft de behandeling van klachten is dit de “Klachtenkamer”. Behandeling van bezwaarschriften Taakstelling De commissie heeft als taak advies uit te brengen over ingediende bezwaarschriften tegen (publiekrechtelijke) besluiten van het college van burgemeester en wethouders, de raad of de burgemeester. De commissie behandelt geen bezwaarschriften die betrekking hebben op besluiten inzake gemeentelijke belastingen. De commissie is onafhankelijk, wat wil zeggen dat zij voor haar taakuitoefening niet ondergeschikt is aan een bestuursorgaan van de gemeente. De commissie is voor wat betreft de behandeling van bezwaarschriften verdeeld in de “Algemene kamer”, de “SOZA-kamer” en de “ROVOMkamer. De afzonderlijke kamers bestaan uit een voorzitter en twee leden. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

In de Algemene kamer worden voornamelijk bezwaarschriften met betrekking tot besluiten betreffende verkeer, handhaving (bestuursdwang, last onder dwangsom), sluitingen ingevolge de Opiumwet, subsidieverzoeken, Woo-verzoeken en aanverwante zaken behandeld. Daarnaast behandelt de SOZAkamer met name bezwaarschriften met betrekking tot de Participatiewet, Jeugdwet en WMO terwijl de ROVOM-kamer voornamelijk bezwaarschriften behandelt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en handhavingskwesties op het terrein van het ruimtelijk bestuursrecht. Hoorzittingen De hoorzittingen vinden maandelijks per kamer plaats volgens een vooraf vastgesteld vergaderschema. De hoorzitting is bedoeld om de indiener van het bezwaarschrift in staat te stellen een mondelinge toelichting te geven. Daarnaast wordt de gelegenheid geboden aan het bestuursorgaan en eventuele andere belanghebbenden om op de bezwaren in te gaan. Het bestuursorgaan wordt tijdens de zitting vertegenwoordigd door een vakmedewerker. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. In de uitnodiging voor de hoorzitting staat een datum tot wanneer nadere stukken kunnen worden ingediend bij de commissie. Tijdig bij de commissie ingediende stukken liggen voor de hoorzitting ter inzage in het gemeentehuis. De hoorzittingen worden gehouden in de commissiekamer van het Raadhuis.

Advies van de commissie Na de hoorzitting beraadt de commissie zich over het aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. Die beraadslaging is niet openbaar. In het advies staat aangegeven welke beslissing naar de mening van de commissie op het bezwaarschrift moet worden genomen. Het bestuursorgaan beslist vervolgens op het bezwaarschrift (dit is de beslissing op het bezwaar) en betrekt daarbij het advies van de commissie. Het bestuursorgaan is niet verplicht het advies op te volgen; afwijken van het advies moet echter door het bestuursorgaan in de beslissing worden gemotiveerd. Behandeling van klachten Algemeen De klachtbehandeling vindt plaats volgens het bepaalde in Hoofdstuk 9, Titel 9.2. van de Algemene wet bestuursrecht. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan (ambtenaren danwel bestuurders) zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Het bestuursorgaan draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van deze mondelinge en schriftelijke klachten. In eerste aanleg worden klachten in Kerkrade afgehandeld door de directeur van de verantwoordelijke vaksector en pas nadat deze weg gevolgd is, kan een verzoekschrift worden ingediend bij de “klachtenkamer” van de commissie.

Werkwijze In tweede aanleg kan dus een schriftelijk verzoek worden ingesteld bij de “klachtenkamer” met het verzoek een onderzoek in te stellen. Deze klachtenkamer bestaat uit een voorzitter en 2 leden welke worden benoemd voor een periode van 6 jaar. De Klachtenkamer komt op ad hoc basis bijeen en de secretaris van de commissie plant in voorkomende gevallen het tijdstip voor een te houden hoorzitting waarin de verzoeker, het bestuursorgaan en degene op wiens gedraging het verzoek betrekking heeft, de gelegenheid krijgen hun standpunten toe te lichten. Wanneer een onderzoek is afgesloten stelt de klachtenkamer een rapport op van bevindingen. Anders dan de bezwaarschriftprocedure, bevat het rapport van bevindingen van de klachtenkamer het resultaat van het door de commissie gehouden onderzoek en haar oordeel over de ingediende klacht. Het betreft dus géén advies aan het bestuursorgaan, maar een zelfstandig eindoordeel en conclusie. Wel kan de klachtenkamer aanbevelingen doen aan het betreffende bestuursorgaan. Contact met de commissie De commissie wordt ondersteund door een secretariaat bestaande uit twee ambtelijk secretarissen en een secretarieel medewerkster.

Doelstelling De verordening behandeling bezwaarschriften en externe klachten Gemeente Kerkrade 2006 bepaalt, dat de voorzitter, de leden en de respectievelijke plaatsvervangers van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie (CBC) worden benoemd voor een periode van 4 jaren en dat zij aftreden op de dag van het aftreden van de leden van de gemeenteraad als gevolge van gehouden gemeenteraads-verkiezingen. De verordening behandeling bezwaarschriften en externe klachten Gemeente Kerkrade 2006 bepaalt dat de voorzitter en de leden van de Klachtencommissie worden benoemd voor een periode van 6 jaren. Zij blijven hun functie vervullen tot de dag waarop in hun opvolging, al dan niet door herbenoeming is voorzien. Alle commissieleden en hun plaatsvervangers hebben te kennen gegeven voor herbenoeming in aanmerking te willen komen. Omdat niets zich verzet tegen hun eventuele herbenoeming wordt voorgesteld betreffende personen wederom te benoemen in de commissiefunctie(s) die zij ook thans reeds vervullen. Argumenten

Kanttekeningen

Financiën

Communicatie

Uitvoering

6.2 Ontwerpbesluit Instellen Rekenkamer en bemensing rekenkamer 1 22Rb064 instelling rekenkamer ontwerpbesluit en verordening.pdf

ft Gemeente Kerkrade

Agendapunt nr.: b 2^ .

Conformontwerpbesluitis beslotenin de raadsvergadering

d.d.

Ontwerpbesluit Nr.: 22RÒ064

De raad

van de gemeenteKerkrade;

overwegende, » dat sinds het voorstelvan minister Plasterk in 2015 om gemeentente verplichten tot het instellenvan een rekenkamer en raadsleden niet langer toe te staan als lid van een rekenkamercommissie al op landelijk niveau wordt gediscussieerd over een aanpassing van de Gemeentewet waardoor gemeentenverplicht worden om een rekenkamer in te stellen en andere constructieswettelijk niet langer zijn toegestaan; « dat de Tweede Kamer onlangsheeft ingestemd met het wetsvoorstelVersterkingdecentrale rekenkamers en dit waarschijnlijk definitief beslotenwordt door de Eerste Kamer in de 2e helft van 2022; » dat er nu maar éénverordeningis voorzowel Rekenkamercommissie als Rekeningcommissieen de landelijke ontwikkelingen, geziende uiteenlopendesamenstelling,werkzaamheden en doelstellingenvan beide commissies, een logisch momentbieden om beiden van elkaar los te koppelen; . dat dit, in combinatie met de nieuwgestarte raadsperiode, een goed momentis om voorte sorterenopde landelijke ontwikkelingen en een volledig onafhankelijke rekenkamer in te stellen; . dat het budget, de vergoedingssystematieken de hoogtevan de vergoedingvoorde leden van die rekenkamer door de raad vastgesteld dienen te worden;

geletop, » programma: 10 . bestuuren bedrijfsvoering; » deelprogramma:10.1 bestuurlijkhandelen; » gemeentelijk/regionaal beleidskader: « wetsartikelen: HoofdstukIVa, Paragraaf 1, Gemeentewet;

besluit:

I. II.

de VerordeningRekenkamercommissie en RekeningcommissiegemeenteKerkrade 201 7 in te trekken; de Verordeningopde Rekenkamer gemeenteKerkrade 2022, welke als zodanig deel uitmaakt van dit besluit, vast te stellen; de vergoedingvoorde voorzitteren de externe leden van de Rekenkamer Kerkrade vast te stellen op250 europer maand voorde voorzitteren 200 europer maand voorde externe leden; het budget voorde rekenkamer opte hogen tot 45.000 europer jaar.

III. IV.

Aldus vastgesteld door de raad

der gemeenteKerkrade in zijn openbarevergadering d.d. 12 oktober2022.

De voorzittervan de raad,

De griffiei

dr. T.P. Dassen-Housen

mr.drs. D.G.M.G. Franssen

MIX

FSC

Papier van verantwoorde herkomst

FSC* C017488

ParkstadLimburg Gemeente Kerkrade maakt deel uit van Parkstad

Limburg

Behoort bij raadsbesluit 22Rb064 d.d. 12 oktober2022

VERORDENING REKENKAMER KERKRADE 2022

Artikel1 Begripsbepalingen In deze verordeningwordt verstaan onder: a. wet: Gemeentewet; b. voorzitter:voorzittervan de rekenkamer; c. lid: extern lid van de rekenkamer; d. college:collegevan burgemeesteren wethouders; e. rekenkamer: de rekenkamer van de gemeenteKerkrade. Artikel2 1. 2. 3.

Artikel3 1.

2.

3. 4. 5. 6.

Rekenkamer

Er is een rekenkamer. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waarvan éénvoorzitter. De rekenkamer kan zich laten ondersteunendoor een secretaris. Benoemingleden

De raad benoemtde leden en de voorzittervan de rekenkamer opaanbeveling van de commissie AlgemeneZaken en Middelen in samenspraak met de rekenkamer vooreen periode van zes jaar. De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat, bevattende: a. de mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden; b. een overzicht van de openbare betrekkingendie hij bekleedt. De bepalingeninzake de onverenigbaarheden, zoals opgenomen in hoofdstuk IVa van de wet zijn van toepassing. Bij ontstentenis van de voorzittertreedt het langstzittende lid opals voorzitterdan wel, als de overigeleden een gelijke periode zittinghebben gehad, het oudste lid in járen. Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitteren de overigeleden van de rekenkamer pleegt de commissie overlegmet de rekenkamer. De raad besluit vóórde afloopvan de benoemingsperiode over eventueleherbenoemingvan de voorzitteren de leden van de rekenkamer vooreen periode van zes jaar.

Artikel4

Ontslagen non-activiteit

1.

De commissie bericht de raad als éénvan de ontslaggronden zich voordoet,bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, ofvan artikel 81d, eerste oftweede lid van de wet. 2. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de commissie de raad over de vraag ofal dan niet moet wordenovergegaan tot ontslag, respectievelijk het opnon-activiteitstellen van het desbetreffende lid. 3. De commissie adviseert de raad tevens met betrekkingtot een beslissingtotverlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste oftweede lid. Artikel5 1. 2.

Takenen bevoegdheden vande rekenkamer

De rekenkamer heeft de taken en bevoegdheden zoals geregeld in de wet. De taakverdeling bij uit te voerenonderzoekenen deelname aan regionaleonderzoekenwordt onderlinggeregeld. 3. De voorzitter: a. draagt zorgvoorhet tijdig bijeenroepenvan de vergadering van de rekenkamer en het leiden van de vergadering; b. bevordert de voortgang van de activiteiten van de rekenkamer en bewaakt de onderzoeksopdracht; c. is budgetverantwoordelijke;

Behoort bij raadsbesluit 22Rb064 d.d. 12 oktober2022 d. e.

investeert in de relaties van de rekenkamer met de raad gemeenteKerkrade; stuurtde secretaris aan.

Artikel6

en met andere actoren in de

ReglementvanOrde

De rekenkamer stelt een reglementvan orde voorhaar vergaderingenen werkzaamheden zendt dit reglementna vaststelling ter kennisname naar de raad. Artikel7

vast. Zij

Contactmet de raad

1.

De commissie AlgemeneZaken en Middelen fungeertals aanspreekpuntvoorde rekenkamer voorwat betreft: a. het adviseren van de raad over de rekenkamer in het algemeen; b. het onderhouden van contact tussende raad en de rekenkamer; c. het in samenspraak met de rekenkamer aanbevelen van de kandidaten voorhet lidmaatschap van de rekenkamer; d. het in samenspraak met de rekenkamer aanbevelen van leden voorherbenoeming. 2. Het adviseren van de raad over de rapportenvan de rekenkamer gebeurtniet per definitie in de commissie AlgemeneZaken en Middelen, maar in de raadscommissie waar het onderwerpvan onderzoekin thuishoort. Artikel8 Vergaderingen 1. De rekenkamer vergadert zo veel als zij nodigacht. 2. De rekenkamer vergadert in beslotenheid; haar rapportenzijn openbaar. 3. De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. Artikel9

Onderwerpselectie en opdrachtverlening

1.

De rekenkamer bepaalt de onderwerpen,die zij onderzoekt,formuleertde probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 2. De in het vorigelid bedoelde onderzoeksopzetwordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad verstuurd. 3. De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellenvan een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen2 maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. 4. De rekenkamer overlegtjaarlijks met de commissie AlgemeneZaken en Middelen over de onderzoeksagenda, waarna de rekenkamer besluit welke onderzoekenworden uitgevoerd. Artikel10 1. 2. 3.

4. 5. 6.

Uitvoeringonderzoeken

De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voorde uitvoering,begeleidingen sturingvan het onderzoekvolgensde door haar vastgestelde onderzoeksopzet. De rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is om de raad tussentijds te informeren. De rekenkamer is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelingeen schríftelijke inlichtingenin te winnen,die zij nodigacht voorde uitvoering van de onderzoeken.De leden van het gemeentebestuuren de ambtenaren van de gemeentezijn verplicht de gevraagde inlichtingenen bescheiden, registraties, besluiten,notulenetc. binnende door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken. Voorde uitvoering van het onderzoekkan de rekenkamer, met inachtnemingvan het beschikbare budget, externe personenof bureaus inschakelen. Bij de uitvoering van onderzoekenkan samenwerkinggezocht worden met andere gemeenten en/ofandere gemeentelijkeof regionalerekenkamer(functie)s. Voordat de rekenkamer totvaststelling en openbaarmaking van een onderzoeksrapport overgaat, stelt zij de onderzochte partijen schríftelijk opde hoogtevan het conceptrapport daarvan.

Behoort bij raadsbesluit 22Rb064 d.d. 12 oktober2022 7. De rekenkamer stelt de betrokkenpartijen in de gelegenheid tot ambtelijk wederhoor. Betrokkenpartijen kunnenbinneneen door de rekenkamer te bepalen termijn die minimaal twee weken bedraagt schríftelijk reageren opde bevindingenin het onderzoeksrapportofeen door de rekenkamer geselecteerd deel daarvan. 8. De rekenkamer kan het collegebinneneen door de rekenkamer te bepalen termijn van minimaal twee weken in de gelegenheid stellen tot bestuurlijkewederhoor. Deze bestuurlijke reactie wordt integraal opgenomen in het rapport. 9. Na de in het T en 8e lid bedoelde termijn sluit de rekenkamer haar onderzoekaf en stelt zij een definitief rapportop,waarin de bevindingen,conclusiesen aanbevelingen, de eventuele bestuurlijkereactie van het college,alsmede het nawoord van de rekenkamer zijn opgenomen. 10. Het definitieve rapportwordt vergezeld van een door de rekenkamer opgesteldraadsvoorstel naar de raad gezonden. Artikel11

Vergoeding

1.

De voorzittervan de rekenkamer ontvangtvoorzijn werkzaamheden een vergoedingvan 250 europer maand, inclusiefreiskostenvoorwoon-werkverkeer. 2. De leden van de rekenkamer ontvangenvoorhun werkzaamheden een vergoedingvan 200 euro per maand, inclusiefreiskostenvoorwoon-werkverkeer. 3. Voorincidentele dienstreizen (vergaderingenof begeleidingonderzoekbuitenKerkrade) ontvangenzowel voorzitterals leden van de rekenkamer een reiskostenvergoeding op declaratiebasis mits deelname vooraf door een meerderheid van de rekenkamer is goed­ gekeurd. Artikel12

Budget

1.

De rekenkamer is bevoegd binneneen aan haar bij begroting beschikbaar gesteld budget uitgavente doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorigbegrotingsjaarin het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185,derde lid van de wet. 3. De voorzitterdoet jaarlijks vóór1 junieen voorstelaan de raad voorde nodigemiddelen voor een goede uitoefening van de taken. Artikel13

Titel

Deze verordeningkan worden aangehaald 2022. Artikel14

als Verordeninggemeentelijkerekenkamer Kerkrade

Inwerkingtreding

Deze verordeningtreedt in werkingmet ingangvan de dag volgendophet raadsbesluit.

Aldus vastgesteld door de raad

van de gemeenteKerkrade in zijn vergadering van 12 oktober2022.

De voorzitter,

De griper,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr.drs. D.G.M.G. D.G. Franssen.

ARCHIEF!

1 22Rb065 bemensing rekenkamer ontwerpbesluit.pdf

#C

pAîiontkipunt

ņŗ.; é.Z.

GemeenteKerkrade Conform ontwerpbesluit raadsvergadering

is besloten

ļ in de

d.d.

On twerpbesluit Nr.: 22RÒ065

De raad

van de gemeente

Kerkrade;

overwegende, « dat er een landelijke verplichting komt voor gemeenten om een rekenkamer in te stellen waarbij elke andere rekenkamerfunctie wettelijk niet meer wordt toegestaan; » dat de nieuwe raadsperiode mede aanleiding is om vooruitlopend op die landelijke verplichting zelf al een rekenkamer in te stellen; « dat gelet op artikel 3, lid 1, van de Verordening op de Rekenkamer Kerkrade 2022, de raad de voorzitter en de leden van de rekenkamer benoemt; » dat de voorzitter en de externe leden mede vanwege de continuïteit ook deel gaan uitmaken van de Rekenkamer Kerkrade, waarbij de al verstreken tijd van de zittingstermijnen in acht worden genomen; . dat de zittingstermijn van de voorzitter en één extern lid van de rekenkamercommissie nog niet verstreken is; dat de voorzitter op basis van de verordening op de rekenkamercommissie al twee keer herbenoemd is en dit dus zijn laatste termijn is; dat de zittingstermijn van het tweede externe lid, de heer Hannen, eindigt; dat de heer Hannen te kennen heeft gegeven voor herbenoeming door uw raad in aanmerking te willen komen; _______________________________ _____________

» » »

gelet op, » programma: 10. bestuur en bedrijfsvoering; » deelprogramma: 10.1 bestuurlijk handelen; » gemeentelijk/regionaalbeleidskader: Verordening » wetsartikel: artikel 81c Gemeentewet;

Rekenkamer

Kerkrade

2022;

besluit:

I.

het ontwerpbesluit 22Rb033 houdende de benoeming van de heren Essers en Noël als lid van de reken kamercommissie in te trekken; de heer L. Cloodt te benoemen als voorzitter van de Rekenkamer Kerkrade voor de resterende tijd van zijn laatste zittingstermijn (tot december 2024); de heer R. Sluijsmans te benoemen als extern lid van de Rekenkamer Kerkrade voor de resterende tijd van zijn huidige zittingstermijn (tot december 2024); de heer S. Hannen te (her)benoemen als extern lid van de Rekenkamer Kerkrade voor een tweede zittingsperiode van zes jaar (tot oktober 2028).

II. III. IV.

Aldus vastgesteld

door de raad

der gemeente

Kerkrade

in zijn openbare

vergadering

d.d. 12 oktober 2022.

De voorzitter van de raad,

dTrH ’ľ'DãSsen-Housen

ndrs. D.G.M.G. Franssen

MIX Papier verantwoorde

van herkomst

FSC® C017488

Parkstad Limburg Gemeente

Kerkrade

maakt deel

uit van Parkstad

Limburg

1 22Tl042 Rekenkamer def.docx

Nota van toelichting Nummer.: 22Tl042

Kerkrade, 15 juli 2022

Behorend bij ontwerpbesluiten nummers 22Rb064 en 22Rb065

Onderwerp Instellen Rekenkamer en bemensing rekenkamer Beslispunten Instellen rekenkamer I. de Verordening Rekenkamercommissie en Rekeningcommissie gemeente Kerkrade 2017 in te trekken; II. de Verordening op de Rekenkamer gemeente Kerkrade 2022, welke als zodanig deel uitmaakt van dit besluit, vast te stellen; III. de vergoeding voor de voorzitter en de externe leden van de Rekenkamer Kerkrade vast te stellen op 250 euro per maand voor de voorzitter en 200 euro per maand voor de externe leden; IV. het budget voor de rekenkamer op te hogen tot 45.000 euro per jaar. Bemensing rekenkamer I. het ontwerpbesluit 22Rb033 houdende de benoeming van de heren Essers en Noël als lid van de rekenkamercommissie in te trekken; II. de heer L. Cloodt te benoemen als voorzitter van de Rekenkamer Kerkrade voor de resterende tijd van zijn laatste zittingstermijn (tot december 2024); III. de heer R. Sluijsmans te benoemen als extern lid van de Rekenkamer Kerkrade voor de resterende tijd van zijn huidige zittingstermijn (tot december 2024); IV. de heer S. Hannen te (her)benoemen als extern lid van de Rekenkamer Kerkrade voor een tweede zittingsperiode van zes jaar (tot oktober 2028).

Inleiding/aanleiding De gemeente Kerkrade heeft nu één verordening voor zowel de Rekenkamercommissie als de Rekeningcommissie. De rekenkamercommissie en de rekeningcommissie zijn twee aparte commissies met een andere samenstelling, andere doelen en andere werkzaamheden. Daarnaast heeft de Tweede Kamer onlangs ingestemd met het wetsvoorstel Versterking decentrale rekenkamers. Hierin wordt voorgesteld om gemeenten te verplichten om een rekenkamer in te stellen, waardoor andere constructies, zoals een rekenkamercommissie of een andere invulling van de rekenkamerfunctie, wettelijk niet meer is toegestaan. Het definitieve besluit van de Eerste Kamer volgt waarschijnlijk in de 2e helft van 2022. Daarover later meer. Door de aanstaande wettelijke verandering ten aanzien van de rekenkamer(commissies) is nu een moment om de verordening te splitsen. Doel Door middel van het bijbehorende raadsbesluit wordt uw raad voorgesteld om voor het rekenkamerwerk een aparte verordening vast te stellen en vooruitlopend op de wetswijziging nu al de stap te zetten om de rekenkamercommissie om te zetten in een rekenkamer.

1

Argumenten Een stukje geschiedenis Voortvloeiend uit de invoering van de Wet dualisering in 2002 zijn gemeenten sinds 1 januari 2006 verplicht om een rekenkamer of een rekenkamerfunctie in te stellen. De gemeenteraad van Kerkrade besloot in september 2005 tot het instellen van een rekenkamerfunctie in de vorm van een rekenkamercommissie. Tijdens dezelfde vergadering werd de bijbehorende verordening vastgesteld. Er werd gekozen voor een rekenkamercommissie in plaats van een rekenkamer, omdat hierin ook raadsleden zitting kunnen nemen. In de verordening werd bepaald dat de Rekenkamercommissie Kerkrade zou bestaan uit zes leden, waarvan drie externe leden en drie raadsleden. Van de drie raadsleden zouden twee leden van de coalitie zijn en één lid van de oppositie. Het lid van de oppositie zou tevens voorzitter van de rekenkamercommissie zijn. Die samenstelling is zo gebleven tot de aanpassing van de verordening op de rekenkamercommissie in 2017. Deze aanpassing was bedoeld om een aantal zaken te formaliseren. Zo was er destijds vanuit de oppositie geen animo om een voorzitter te leveren. In de nieuwe verordening werd de samenstelling dan ook zodanig gewijzigd, dat er nog maar twee interne leden waren; een raadslid namens de oppositie en een raadslid namens de coalitie. In de nieuwe verordening werd het voorzitterschap voortaan ingevuld door één van de externe leden.

Het budget voor de werkzaamheden van de rekenkamercommissie werd destijds vastgesteld op 50.000 euro. Met het vaststellen van de begroting 2014 heeft de raad in oktober 2013 ingestemd met een halvering van dat budget naar 25.000 euro. Ontwikkelingen Sinds het voorstel van minister Plasterk in 2015 om gemeenten te verplichten tot het instellen van een rekenkamer en raadsleden niet langer toe te staan als lid van een rekenkamercommissie wordt er op landelijk niveau al gediscussieerd over een aanpassing van de Gemeentewet. Die aanpassing verplicht gemeenten om een rekenkamer in te stellen, waardoor eventuele andere constructies (rekenkamercommissie of andere invulling van de rekenkamerfunctie) wettelijk niet langer zijn toegestaan. Eind mei 2022 is het wetsvoorstel Versterking Decentrale Rekenkamers door de Tweede Kamer aangenomen. Een amendement van het CDA om toch de rekenkamerfunctie te behouden werd verworpen. Als de Eerste Kamer in de tweede helft van 2022 ook instemt, vervalt binnenkort dan ook de mogelijkheid van een rekenkamerfunctie voor gemeenten. Invoeringsdatum wordt dan naar verwachting 1 januari 2023. Uit evaluatiegesprekken met de interne leden, die zitting hadden in de rekenkamercommissie in de periode 2018-2022, is gebleken, dat zij hun deelname aan de rekenkamercommissie niet echt als een meerwaarde voor de commissie hebben ervaren.

Dit terwijl het een intensieve commissie is met veel leesvoer en regelmatige vergaderingen. Een mogelijkheid is om af te wachten tot de wetswijziging een feit is, maar de nieuwe raadsperiode is een goed moment om vooruitlopend op die wetswijziging als gemeente de regie in eigen hand te nemen en zelf de stap te zetten om een rekenkamer met enkel onafhankelijke externe leden in te stellen, ook gezien de ervaringen van de interne leden. Op landelijk niveau staan ook de budgetten van rekenkamers ter discussie. Er is een motie overgenomen door de minister, die oproept om de budgetten van rekenkamers en rekenkamercommissies in kaart te brengen en een indicatie te geven van een redelijk normbedrag voor het budget om het werk ook goed te kunnen uitvoeren. De Kamer sprak over normbedragen, omdat gemeenteraden in de ogen van de Kamer onverantwoord bezig zijn door weinig uit te geven aan hun rekenkamercommissie. De hoogte van dat normbedrag is nog niet helder. Er is discussie over een op te leggen normbedrag, omdat dat in feite ingrijpt op het budgetrecht van de raad. Daarover later meer.

2

Belangrijkste verschillen tussen een rekenkamer versus een rekenkamerfunctie Rekenkamer

Rekenkamerfunctie

Ingesteld op basis van de wet

Ingesteld op basis van een gemeentelijke verordening

Onafhankelijkheid gewaarborgd in de wet

Onafhankelijkheid afhankelijk van invulling raad

Verstrekkende bevoegdheden via de wet geregeld

Beperkte bevoegdheden via de wet geregeld, aanvullende verordening noodzakelijk

Benoeming lid/leden voor 6 jaar

Benoemingsperiode is een keuze van de raad (in Kerkrade externe leden ook 6 jaar)

Altijd externe invulling

Ook mogelijk om raadsleden (interne leden) te Benoemen (termijn gelijk aan bestuurstermijn)

Secretaris mag niet tevens werk verrichten voor een ander orgaan van de gemeente

Secretaris mag uit de gemeentelijke organisatie komen (meestal griffie)

Afstemming behoeften van de raad moet separaat geregeld worden via klankbordgroep, auditcommissie of ander gremium (bijv. seniorenconvent)

Afstemming behoeften van de raad door inbreng interne leden

De Gemeentewet regelt tot nu toe voor de rekenkamerfunctie alleen de taken en bevoegdheden, het uitbrengen van adviezen en rapporten en de regeling voor onverenigbare functies. De overige zaken dient de gemeenteraad zelf via een verordening te regelen. Een rekenkamer is verankerd in de Gemeentewet. Voor een rekenkamer zijn zaken verstrekkender geregeld in die wet. Zo is de rekenkamer bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken. Verder mag een rekenkamer informatie inwinnen en onderzoeken instellen bij publiekrechtelijke en privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden waaraan de gemeente deelneemt. Beide zaken zijn voor de rekenkamercommissie niet in de wet geregeld. Er zijn gemeenten, die dat voor hun rekenkamerfunctie wel ‘geregeld’ hebben in een verordening. Het is echter de vraag of zo’n bevoegdheid wel in een verordening kan worden geregeld. Met een dergelijke bepaling worden namelijk andere organen dan het eigen gemeentebestuur gebonden aan regels, die gesteld worden door de gemeenteraad. Daar is feitelijk een wettelijke grondslag voor nodig, die de Gemeentewet niet biedt. Zo kan een rekenkamercommissie niet zomaar onderzoek doen bij een gemeenschappelijke regeling. Een rekenkamer heeft die bevoegdheid wel. Onderzoek naar GR-en wordt ook steeds belangrijker.

Vooruitlopend op de op handen zijnde wijziging van de wetgeving wordt in deze nota dan ook voorgesteld om een rekenkamer in te stellen en daarvoor een verordening vast te stellen. Samenstelling Ook bij de instelling van een rekenkamer zijn er varianten mogelijk ten aanzien van de personele invulling. In de huidige rekenkamercommissie hebben op dit moment drie externe leden – waarvan één voorzitter – zitting. Bij de overstap naar een rekenkamer kunnen die externe leden deel gaan uitmaken van de rekenkamer. De raad beslist uiteraard over het aantal leden, maar gezien de huidige personele bezetting 3

van externen wordt voorgesteld om dat voor de toekomst te continueren en ook voor de rekenkamer drie externe leden te benoemen, waarvan één voorzitter (artikelen 2 en 3 van de verordening). De lopende zittingstermijnen kunnen dan ook worden voortgezet in de rekenkamer. In de huidige rekenkamercommissie werd de behoefte van de raad gepeild via de beide interne leden. In de nieuwe rekenkamer wordt de afstemming met de raad gezocht via de bestaande raadscommissies (artikel 7). Taken/taakverdeling De taak van de rekenkamer is net als bij een rekenkamercommissie het onderzoeken van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentebestuur. In de uit te voeren onderzoeken wordt de vraag beantwoord of bijvoorbeeld het geld van de gemeente zinnig, zuinig en zorgvuldig is besteed. De taakverdeling binnen de rekenkamer gebeurt normaliter in onderling overleg (artikel 5). Er wordt besproken wie van de externe leden (waaronder ook de voorzitter) een onderzoek gaat begeleiden. Van de voorzitter wordt initiërend en inspirerend leiderschap verwacht en creativiteit in het vinden van manieren om de gemeenteraad te ondersteunen. Daarnaast is de voorzitter verantwoordelijk voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamer, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de onderzoeksopdracht en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming.

Verder is de voorzitter verantwoordelijk voor adequate en tijdige informatievoorziening naar zowel leden als externen en voor de functionele aansturing van de ambtelijk secretaris. De voorzitter is daarnaast het eerste aanspreekpunt voor de vertegenwoordiging van de rekenkamer naar buiten en treedt op als woordvoerder. Indien aard en/of omvang van een onderwerp daar aanleiding voor geeft, kan de voorzitter een ander lid van de rekenkamer aanwijzen als vertegenwoordiger c.q. woordvoerder. De totstandkoming van een onderzoek gebeurt volgens een vast stramien. Voor de toekomst is het goed als de rekenkamer dat zelf vastlegt in een soort onderzoeksprotocol, zodat voor eenieder helder is welke stappen in dat traject doorlopen worden. Secretaris In de huidige wetgeving mogen ambtenaren, die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, niet ook werkzaamheden verrichten voor een ander orgaan van de gemeente. Met de komst van de nieuwe wet wil de wetgever een uitzondering maken voor ambtenaren, die werkzaam zijn op de griffie (wijziging van artikel 81j, 3e lid). Het vierde lid van artikel 81j blijft ongewijzigd, nl. dat ambtenaren die werkzaam zijn voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de rekenkamer. In de huidige situatie is een medewerker van de griffie de secretaris van de rekenkamercommissie.

Gezien de huidige capaciteit kan dit met het oog op de uitzondering in de nieuwe wet ook in de toekomst voortgezet worden. Mocht de rol van secretaris in de toekomst groeien of de werkbelasting van de medewerker bij de griffie groeien, dan zal dit echter heroverwogen moeten worden (artikel 2). Vergoeding In het verleden is de vergoeding voor externe leden van de rekenkamercommissie bepaald op 200 euro per vergadering, exclusief reiskosten. De reiskosten werden bepaald op 0,19 euro per kilometer, waarbij de afstand v.v. tussen woonadres en raadhuis leidend was. De vergoeding per vergadering was eerst bepaald op 125 euro per vergadering, maar is destijds op basis van de functie-eisen van de externe leden van de rekenkamercommissie opgeschroefd naar 200 euro per vergadering. Die eisen omvatten destijds ook onderzoekskennis en aantoonbare ervaring met het analyseren, beoordelen en interpreteren van informatie. Bij de overstap naar een rekenkamer moet ook de vergoedingssystematiek en de hoogte van de vergoeding voor de leden en de voorzitter door de raad worden vastgesteld. Systematiek vergoeding 4

Ten aanzien van de systematiek van de vergoeding komen een aantal varianten voor: een vaste vergoeding per maand; een vaste vergoeding per vergadering; een variabele vergoeding op declaratiebasis; een combinatie van een vaste vergoeding per vergadering en een variabele vergoeding op declaratiebasis voor werkzaamheden buiten de vergadering. Elke vergoedingsvorm heeft zijn voor- en nadelen. Een vaste vergoeding per uur (uur vergaderen of uur begeleiding/onderzoek) heeft volgens de NVRR (Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies) als nadeel, dat de vergoeding variabel is. Een correcte registratie van de uren vergt daarnaast ook enige administratie. Bovendien kan een dergelijk model leiden tot een ongewenst neveneffect; een prikkel om meer uren te declareren. Advies van de NVRR is dan ook om geen gebruik te maken van vergoedingen per uur. Een vaste vergoeding per vergadering heeft ook een nadeel, aangezien het begrip vergadering in de praktijk moeilijk te definiëren is. Een vergadering duurt niet altijd even lang. Daarnaast betekent een vergoeding per vergadering, dat er geen juridische grondslag ligt voor een vergoeding voor het begeleiden van onderzoek of andere werkzaamheden, omdat er dan geen sprake is van een vergadering conform de onderliggende verordening.

In de praktijk zijn er dan ook gemeenten waar het begrip vergadering ruim geïnterpreteerd wordt om op die manier een vergoeding toe te kennen voor uren, die besteed worden aan begeleiding. Een dergelijk ruime interpretatie van ‘vergadering’ is echter niet wenselijk, omdat elke grens dan discutabel wordt. Een vergoeding per vergadering zou kunnen, maar dan moet het begrip vergadering goed gedefinieerd worden, zodat daar geen misverstand over kan bestaan. Ook zaken zoals een presentatie in een commissie of het aanhaken bij een regionaal onderzoek vergen immers tijd van de externe leden. Die extra werkzaamheden zouden naast de vergoeding per vergadering ook per uur betaald kunnen worden (de genoemde mengvorm), maar ook dan geldt dat een correcte registratie enige administratie vergt en er ook weer een ongewenst neveneffect kan optreden. De voorkeur van de NVRR gaat uit naar een vaste vergoeding per maand, omdat externe leden dan een vaste vergoeding ontvangen. Daarbij is de vergoeding voor een voorzitter in de regel hoger dan voor een lid, omdat de voorzitter een aantal extra taken heeft (zie Taken/taakverdeling hiervoor). Een vaste vergoeding per maand biedt helderheid voor de externe leden en heeft daarnaast het voordeel, dat voor de rekenkamer helder is welk beslag de vergoeding voor externe leden legt op het budget en wat er daarna nog over is voor onderzoek.

Hoogte van de vergoeding De wetgever schrijft in artikel 81k Gemeentewet dat leden van de rekenkamer een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. De wetgever schrijft niet voor hoe hoog de vergoeding moet zijn. In de praktijk is deze (maandelijkse) vergoeding afhankelijk van het aantal uren en de vergoeding per uur. Leden van commissies die zelf onderzoek doen (onderzoekscommissies), besteden over het algemeen meer tijd aan de (neven)functie en ontvangen een hogere vergoeding per maand (meestal in de vorm van een vaste vergoeding per maand of per gewerkt uur). Commissies die de onderzoeken laten uitvoeren door een onderzoeksbureau (begeleidingscommissies) ontvangen een lagere vergoeding per maand (vaak in de vorm van een vaste vergoeding per vergadering). De vergoeding per uur ligt in de praktijk ergens tussen de € 25 en € 80 per uur. Het besluit over de te hanteren systematiek en de hoogte van de vergoeding is aan uw raad. Voorgesteld wordt om de voorkeur van de NVRR te volgen en voor zowel voorzitter als leden een vergoeding per maand te gaan hanteren. Ook uit de vergelijking met andere gemeenten (bijlage B) blijkt dat in de meeste gevallen een maandelijkse vergoeding wordt toegepast. Op basis van dat overzicht van vergoedingen kan 5

geconcludeerd worden, dat de vergoedingen voor leden van rekenkamers die zelf onderzoek verrichten hoger liggen dan voor leden van rekenkamers die het onderzoek uitbesteden. In de huidige situatie worden de onderzoeken uitbesteed. Voorgesteld wordt om voor nu de huidige werkwijze ook in de toekomst te continueren en daar ook de vergoeding op te baseren. Om een beeld te krijgen van een billijke vergoeding voor de toekomst zijn de gemiddelde vergoedingen (per bijgewoonde vergadering inclusief eventuele reiskosten) over de afgelopen jaren (vanaf januari 2018 t/m juli 2022) van de drie externe leden in kaart gebracht. De vergoeding per lid, omgerekend naar gemiddelde bedragen per maand, bedroeg als volgt: • 125,43 euro • 143,51 euro • 140,29 euro De afgelopen twee jaar vertonen echter ook een toename in de werkzaamheden. Als dezelfde rekenmethode wordt toegepast over de afgelopen 2 jaar (juli 2020 tot en met juni 2022) bedroeg de vergoeding, omgerekend naar gemiddelde bedragen per maand, als volgt: • 150,97 euro • 204,82 euro • 183,91 euro Het verschil in gemiddelden tussen de drie leden heeft te maken met het feit, dat één lid in die periode een regionaal onderzoek heeft begeleid (extra onderzoek bovenop reguliere werkzaamheden). In bovenstaande bedragen (omgerekend naar bedragen per maand) is de betaalde reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer al meegenomen.

Om de personele kosten zo helder mogelijk te houden, wordt voorgesteld om deze reguliere reiskosten ook niet meer apart op te nemen, maar te verdisconteren in de maandelijkse vergoeding. Het totale bedrag aan vergoeding is natuurlijk afhankelijk van diverse factoren, zoals wel of niet een (regionaal) onderzoek begeleiden, wel of niet een presentatie in de commissie verzorgen, etc.. Uit bijlage B blijkt, dat de vergoedingen nogal uiteenlopen, maar dat dat deels ook te maken heeft met de werkwijze. Uitgaande van een continuering van de huidige werkwijze (geen eigen onderzoek) wordt voorgesteld om de vergoeding van de voorzitter vast te stellen op 250 euro per maand en de vergoeding van de externe leden op 200 euro per maand (artikel 7). De hogere vergoeding voor de voorzitter heeft te maken met het feit, dat deze ook expliciete extra taken heeft, zoals eerder in dit stuk is aangegeven. Dat betekent, dat de kosten voor vergoedingen maandelijks 650 euro gaan bedragen en dat resulteert in een jaarlijkse last van 7.800 euro. Budget In de hele landelijke discussie over de Wet versterking decentrale rekenkamers speelt zoals gezegd ook het budget van rekenkamers een rol. Artikel 81j lid 1 van de wet luidt: De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.

In de wet wordt er dus van uitgegaan dat de raad het budget van de rekenkamer vaststelt in overleg met die rekenkamer. In de Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer (gepubliceerd door het ministerie van BZK in november 2020; zie bijlage) biedt het tweede inspiratiekader hulp bij de bepaling van het budget. Er wordt echter geen concrete ondergrens genoemd, omdat dat strijdig zou zijn met het budgetrecht van de raad. 6

Men spreekt van een passend budget en er worden overwegingen en stappen meegegeven voor het vaststellen van dat budget. Zo wordt aan de hand van een tabel op pagina 23 in een voorbeeldscenario op basis van het inwonersaantal een indicatie meegegeven voor het aantal uit te voeren onderzoeken per jaar. Bij een inwonertal tussen 20.000 en 50.000 wordt daarbij uitgegaan van 1,5 tot 2,5 onderzoek per jaar. Op diezelfde pagina wordt ook de uit 2004 daterende informele norm van 1 euro per inwoner genoemd die – geïndexeerd – nu minimaal 1,30 euro per inwoner zou bedragen (kaders dateren uit 2020). Uitgaande van het voorbeeldscenario zou ook die eerste informele norm van 1 euro per inwoner al te krap zijn. Het budget van de rekenkamercommissie van Kerkrade was vroeger 50.000 euro. Budget dat niet werd opgesoupeerd, vloeide terug in de algemene middelen. Bij het vaststellen van de begroting 2014 is dat budget gehalveerd tot 25.000 euro. De rekenkamercommissie van Kerkrade verricht de onderzoeken niet zelf, maar besteedt deze uit aan externe onderzoeksbureaus. Elk onderzoek wordt volgens de aanbestedingsregels van de gemeente Kerkrade aanbesteed; in de regel gebeurt dat zelfs meervoudig onderhands. Gegund wordt op basis van de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).

Bij het uitzetten van een dergelijke aanbesteding is vooraf niet helder voor welke prijs de externe bureaus zullen inschrijven. Gunnen op basis van EMVI betekent, dat de prijs in principe niet doorslaggevend is. Bij het halveren van het budget heeft de gemeenteraad aangegeven bereid te zijn om het budget te verhogen als een onderzoek duurder zou uitvallen en het reguliere budget ontoereikend zou zijn. Dat is in de praktijk echter moeilijk te regelen. Als blijkt dat het budget niet toereikend is voor de economisch meest voordelige inschrijving zou het verhogen van het budget moeten worden voorgelegd aan de raad. Dat kost tijd, terwijl de beslissing over de gunning ook aan tijd gebonden is. Dat betekent, dat een besluit van de raad vóórdat de beslissing over de gunning genomen moet worden, in de regel niet haalbaar is. Bij het bepalen van het jaarprogramma en bij de opdrachtverstrekking houdt de huidige rekenkamercommissie al zo veel mogelijk rekening met het beschikbare budget en zijn daarnaast ook inschrijvende partijen op de hoogte van dat budget. Een gang naar de raad om deze te vragen om extra middelen voor een onderzoek betekent – nog los van de haalbaarheid in tijd – dat de wettelijk vastgelegde onafhankelijke positie van de rekenkamer in het gedrang is. Ter illustratie de cijfers over de afgelopen twee jaar.

In 2020 heeft de rekenkamercommissie 12.624 euro uitgegeven; in dat jaar is mede door corona geen onderzoek opgestart, maar enkel een eerder opgestart onderzoek afgerond. In 2022 bedroegen de totale kosten ten laste van de rekenkamercommissie echter 27.059 euro. Dat betekende een overschrijding van het budget met 2.059 euro; deze is opgevangen binnen de budgetten van de raad/griffie. Bij het bepalen van een budget moet bekeken worden welk deel van dat budget per jaar op gaat aan vergoedingen voor de externe leden en het lidmaatschap van de NVRR. Wat overblijft, is beschikbaar voor onderzoek. En dat resterende bedrag zou voldoende moeten zijn om minstens één goed onderzoek per jaar uit te voeren. Uitgaande van de berekening hiervoor zou bij een vergoeding van 250 euro voor de voorzitter en 200 euro voor de leden 7.800 euro begroot moeten worden voor de vergoedingen. Bij een budget van 25.000 euro zou er dan nog 17.200 euro overblijven voor onderzoek. In het rapport “De staat van de rekenkamer” van de NVRR van februari 2013 staat het volgende: “Het gemiddelde budget per inwoner ligt op € 1,08 en varieert tussen € 0 en € 6,54 per inwoner.”. Zoals al eerder aangegeven, is er ook op landelijk niveau nog discussie over wat een passend budget nou precies is.

Vooruitlopend op de uitkomst daarvan wordt het met name met het oog op die onafhankelijke positie en de mogelijkheid om tenminste één onderzoek per jaar te kunnen uitvoeren wel al voorgesteld om het budget van de rekenkamer aan te passen. Voorgesteld wordt dan ook om vooralsnog het gemiddelde van ca. 1 euro per inwoner (op basis van cijfers van 2013) te hanteren en het budget van de rekenkamer op te hogen naar 45.000 euro per jaar. 7

Kanttekeningen Het instellen van een rekenkamer brengt een aantal wijzigingen met zich mee, die vragen kunnen oproepen. Bij de vaststelling van de verordening op de rekenkamercommissie heeft de raad meer vrijheid t.a.v. op te nemen bepalingen dan bij een verordening op de rekenkamer. Er kunnen wel nadere bepalingen in de verordening worden opgenomen, zoals de bezetting van de rekenkamer, systematiek van de vergoeding en de hoogte van die vergoeding, maar verder is er in de wet al veel geregeld voor een rekenkamer. Daarmee zijn er ook zaken geregeld, die in het geval van een rekenkamercommissie niet goed geregeld kunnen worden, zoals het onderzoeken van verbonden partijen. Daarnaast hebben ook de ervaringen van de interne leden uit de afgelopen periode bijgedragen aan de timing van dit voorstel. Zij hebben vier jaar zitting gehad in de rekenkamercommissie; gedurende die periode vele vergaderingen bijgewoond en heel veel stukken gelezen. Zij hebben hun aanwezigheid en inbreng echter niet ervaren als een meerwaarde voor het functioneren van de rekenkamercommissie. Uitgangspunt van deze verordening is de modelverordening van de VNG en de verordening op de rekenkamercommissie en hier en daar een actualisering op basis van de praktijk. Op diverse plaatsen in de verordening wordt verwezen naar artikelen uit de Gemeentewet.

Voor de helderheid zijn deze ondergebracht in een bijgevoegd overzicht (Bijlage A). Een en ander kan geëvalueerd worden op basis van het jaarlijks jaarverslag van de rekenkamer. Dat biedt dan de mogelijkheid om als raad samen met de rekenkamer jaarlijks het gesprek te voeren over jaarverslag en toekomst. Financiën Het opplussen van het budget naar 45.000 euro per jaar betekent een structurele toename van 20.000 euro. Voorgesteld wordt om het verhoogde budget te laten ingaan per 1 januari 2023. Bij een positief besluit van de raad dienen de financiële consequenties verwerkt te worden in de begroting 2023 en volgende. Communicatie De verordening wordt openbaar gepubliceerd. Vergaderingen van de rekenkamer zijn niet openbaar. Vergaderstukken in iBabs zijn enkel voor leden te raadplegen. De onderzoeksrapporten en jaarverslagen zijn wel openbaar. Deze zullen ook openbaar via de website te raadplegen zijn.

8

1 BIJLAGE A Relevante artikelen Gemeentewet inzake Rekenkamer.docx

BIJLAGE A Tekst uit de Gemeentewet De verordening regelt zaken, aanvullend op dat wat in de Gemeentewet is bepaald. Voor een volledig beeld is hierna de tekst uit de wet vermeld. Hoofdstuk IVa. De rekenkamer Paragraaf 1 De gemeentelijke rekenkamer Artikel 81a 1. De raad kan een rekenkamer instellen. 2. Indien de raad een rekenkamer instelt, zijn de navolgende artikelen van dit hoofdstuk alsmede hoofdstuk XIa van toepassing. 3. Indien de raad geen rekenkamer instelt, is hoofdstuk IVb van toepassing. Artikel 81b De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast. Artikel 81c 1. De raad benoemd de leden van de rekenkamer voor de duur van zes jaar. 2. Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit de leden de voorzitter. 3. De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4. De raad kan een lid herbenoemen. 5. Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, pleegt de raad overleg met de rekenkamer. 6. Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een functie, die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c.

indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 7. Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen: a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; b. indien hij handelt in strijd met artikel 81h. Artikel 81d 1. De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien: a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;

b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 2. De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden, die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a en zevende lid, onder a zouden kunnen leiden. 3. De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. Artikel 81e Artikel 121 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer. Artikel 81f 1. Een lid van de rekenkamer is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f.

substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; h. gedeputeerde van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; i. secretaris van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; j. griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; k. lid van de raad; l. burgemeester van de betrokken gemeente; m. wethouder van de betrokken gemeente; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. lid van een commissie van de betrokken gemeente; p. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan onderschikt; q. ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q., kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand;

b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. Artikel 81g 1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!») Artikel 81h Artikel 152, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer. Artikel 81i 1. De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden vast en, indien zij uit twee of meer personen bestaat, tevens voor haar vergaderingen. 2. De rekenkamer zendt het reglement ter kennisneming aan de raad. Artikel 81j 1.

De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 2. Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit het college tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 3. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente. 4. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer. Artikel 81k De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. Hoofdstuk XIa. De bevoegdheid van de Rekenkamer Artikel 182 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid. 2. Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen.

Artikel 183 1. De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 2. Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht. 3. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. Artikel 184 1. De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: a. openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c.

andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. 2. De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling, die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen. 3. De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde bestuur van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=46ac85db-f6f3-47c3-8548-a842691177f9