Agendabundel
Tekst van het document
De
m ee n
I
ke
d ien n od
hun
n
hebben
seerd
kennis genomen hebbende van, . de nota van toelichting, nr. 24T1008, behorende bij dit besluiU . de beraadslagingen in de gezamenlijke commissievergaderinS d.d. 8 april2024
gelet op,
. ¡ r r
Mrx
./..) Ðocume ^ "ïï$îiiiiåi' nFs
Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de BsCW; Artikel 61 van de Wet gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot het Cegevenshuis; Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht
nummer: 24Rb0O7
Ø
Parkstod Liwbur Gemeente Kerkrade maakt deel uit van Parkstad Limbu
J
Gerneerute I{erkrade
besluit: lid, van Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 1, vierde en vijfde wijziging tot besluiten het tot verlenen te toestemming de Wet gãmeenschappelijke regelingen van de õemeenschappeli¡ke regelingen: BsCW, Het Cegevenshuis, CCD Zuid-Limburg, Kredietbank Limburg, omnibuiz, RUD, Rd4, Veiligheidsregio, woZL, wsP en stadsregio Parkstad Limburg overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit'
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d'
De voorzitter van de raad,
dr. T.P. Dassen-Housen
.â
FSC
MIX
tþe¿lm tnummer: 24R5OO7 vsran&oorde horkomst FSC. C017135
24 april2024
De griffier,
D.C.M.C. Franssen
Ø
Parkstqd Limbut' cemee¡te Kerkrade maakl deel úit van Parkstad Limbu
Nota van toelichting Nummer.: 24Tl008
Kerkrade, 24 april 2024
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 24Rb007 Onderwerp Wijziging Gemeenschappelijke regelingen - Toestemmingsprocedure gemeenteraad Beslispunten Het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het besluiten tot wijziging van de Gemeenschappelijke regelingen: BsGW, Het Gegevenshuis, GGD Zuid-Limburg, Kredietbank Limburg, Omnibuzz, RUD, Rd4, Veiligheidsregio, WOZL, WSP en Stadsregio Parkstad Limburg overeenkomstig het aan de raad gezonden ontwerpbesluit. Inleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd ter verbetering van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. De doelstelling van deze wetswijziging is om gemeenteraden meer te betrekken bij en meer invloed te geven op gemeenschappelijke regelingen. Alle gemeenschappelijke regelingen moeten daarom vóór 1 juli 2024 worden aangepast om te voldoen aan de nieuwe wetgeving. In samenwerking met Boels Zanders Advocaten is er een gezamenlijk traject gestart om te komen tot gezamenlijke wijzigingen. In dit traject is tevens gekeken naar andere wetswijzigingen zoals de Aanpassingswet Wnra, de Wet elektronische publicaties en de Archiefwet. Gemeenschappelijke regelingen die complexer zijn of teveel afwijken, doorlopen een aparte procedure.
De zienswijzeprocedure is inmiddels doorlopen. De 31 Limburgse gemeenteraden, provinciale staten van Limburg en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van zienswijzen op de wijzigingsvoorstellen zoals die eerder in het gezamenlijk traject naar voren zijn gekomen. De gemeenteraad van de gemeente Kerkrade heeft op 4 oktober jongstleden een positieve zienswijze afgegeven onder de voorwaarde dat enkele aanvullingen worden opgenomen in de gewijzigde gemeenschappelijke regelingen. De door de gemeenteraden (waaronder de gemeenteraad van de gemeente Kerkrade), provinciale staten van Limburg en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg ingediende zienwijzen betreffen een viertal onderwerpen: 1. Zienswijzen 2. Inspraak (burgerparticipatie) 3. Evaluatie 4. Aanlevertermijnen begroting In de bijgevoegde matrix (bijlage 2) heeft Boels Zanders Advocaten per deelnemer en per gemeenschappelijke regeling inzichtelijk gemaakt welke voorkeuren de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het Waterschap hebben uitgesproken. In dit overzicht zijn voor de duidelijkheid alleen de gemeenschappelijke regelingen opgenomen waaraan de gemeente Kerkrade deelneemt. In de reactienota (bijlage 1) heeft Boels Zanders Advocaten aan de hand van de ingediende zienswijzen uniforme wijzigingsvoorstellen opgesteld.
Deze wijzigingen zijn in de definitieve gemeenschappelijke regelingen opgenomen 1
en dienen nu voor toestemming aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Voor een duidelijke communicatie richting de raad is ervoor gekozen om de wijziging van de 11 gemeenschappelijke regelingen middels één groot raadsvoorstel voor te leggen. Na toestemming van de raad kunnen de gewijzigde regelingen worden vastgesteld door het college en bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Na bekendmaking treden de gewijzigde gemeenschappelijke regelingen in werking. Doelstelling Het college toestemming te geven voor het besluit tot wijzigen van de volgende gemeenschappelijke regelingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
BsGW Het Gegevenshuis GGD Zuid-Limburg Kredietbank Limburg Omnibuzz RUD Zuid-Limburg Rd4 Veiligheidsregio Zuid-Limburg WOZL WSP Stadsregio Parkstad Limburg
Argumenten De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd ter verbetering van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Alle regelingen moeten daarom vóór 1 juli 2024 worden aangepast. De hiervoor genoemde gemeenschappelijke regelingen hebben meegedaan aan een gezamenlijk traject van Limburgse gemeenschappelijke regelingen onder begeleiding van Boels Zanders Advocaten om zo te komen tot gezamenlijke wijzigingen. Ook de Kredietbank Limburg en de Stadsregio Parkstad Limburg hebben aansluiting gezocht bij de uniforme wijzigingsvoorstellen van Boels Zanders Advocaten en worden hierbij ook meegenomen in de toestemmingsprocedure. De zienswijzeprocedure is inmiddels voor alle voornoemde gemeenschappelijke regelingen doorlopen. De ingediende zienswijzen zijn door Boels Zanders Advocaten uniform verwerkt, waardoor er aangepaste wijzigingsvoorstellen tot stand zijn gekomen die gehoor geven aan de ingediende zienswijzen. In de reactienota (bijlage 1) heeft Boels Zanders Advocaten de verwerking van de zienswijzen uitgewerkt en toegelicht. Hieronder wordt per gemeenschappelijke regeling aangegeven hoe de reactienota van Boels Zanders Advocaten is verwerkt.
BsgW De BsGW heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) grotendeels overgenomen en reageert middels een eigen reactienota hierop (bijlage 3.1). Met betrekking tot het aanleveren van de ontwerpbegroting wijkt de BsGW af van de reactienota met dien verstande dat de ontwerpbegroting uiterlijk 1 maart moet zijn aangeleverd in plaats van 30 april. Dit past beter bij de uitvoering in de praktijk van de BsGW. Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 3.2: compareversie, bijlage 3.3: definitieve versie). Het Gegevenshuis Het Gegevenshuis heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) grotendeels overgenomen en reageert middels een eigen reactienota hierop (bijlage 4.1). Met betrekking tot de evaluatie wijkt het Gegevenshuis af van de reactienota met dien verstande dat het Gegevenshuis ervoor kiest om verplicht eens in de vijf jaar te evalueren. Omdat Het Gegevenshuis voornemens is om nog te groeien in de toekomst hebben zij gekozen voor de evaluatiebepaling voor de grotere gemeenschappelijke regelingen. Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 4.2: compareversie).
GGD Zuid-Limburg De GGD Zuid-Limburg heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 5.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 5.2: compareversie, bijlage 5.3: nieuwe versie). 2
Kredietbank Limburg De Kredietbank Limburg heeft voor de wijzigingsprocedure het bureau PROOF Adviseurs ingeschakeld. Dit heeft ermee te maken dat de Kredietbank al eerder was gestart met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. PROOF Adviseurs is tevens betrokken bij het traject met Boels Zanders Advocaten waardoor de wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling van de Kredietbank Limburg aansluiten bij de voorstellen van Boels Zanders. De Kredietbank Limburg heeft de uniforme uitkomsten uit de reactienota van Boels Zanders (bijlage 1) grotendeels overgenomen in de ontwerpregeling. Op twee punten wordt afgeweken dan wel aangevuld (zie de reactienota in bijlage 6.1): ▪ Op verzoek van de Kredietbank is bij de evaluatie nog toegevoegd dat er niet vaker dan eens per vier jaar zal worden geëvalueerd (een raadsperiode) om te voorkomen dat te vaak evalueren het functioneren van de Kredietbank Limburg zou kunnen belemmeren en derhalve niet leidt tot meer democratische invloed van de gemeenten. ▪ De ontwerpbegroting moet voor 30 april aan de gemeenteraden worden toegezonden, zoals ook bij de andere gemeenschappelijke regelingen het geval is. Hieraan heeft de Kredietbank toegevoegd dat voor 1 februari de kadernota moet zijn toegezonden. Dit sluit voor de Kredietbank het beste aan bij de praktische uitvoering van de regeling.
Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 6.2: definitieve versie). Omnibuzz Omnibuzz heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 7.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 7.2: compareversie, bijlage 7.3: nieuwe versie). RUD Zuid-Limburg De RUD Zuid-Limburg heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 8.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 8.2: compareversie, bijlage 8.3: nieuwe versie). Rd4 De Rd4 heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 9.1). Daarnaast heeft de Rd4 een foutje in de regeling hersteld naar aanleiding van de inwerkingtreding van de WNRA (Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren). Er werd nog verwezen naar een reeds vervallen artikel. Dit is geschrapt.
Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 9.2: compareversie, bijlage 9.3: nieuwe versie). Veiligheidsregio Zuid-Limburg De Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) grotendeels overgenomen. Met betrekking tot de evaluatie wijkt de Veiligheidsregio af van de reactienota met dien verstande dat het Veiligheidshuis heeft gekozen voor een tussenvariant. Evaluatie vindt plaats als ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio een aanvullende reactie gegeven op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 10.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 10.2: compareversie, bijlage 10.3: nieuwe versie). WOZL WOZL heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 11.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 11.2: compareversie, bijlage 11.3: nieuwe versie). 3
WSP WSP heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen en geeft verder middels een reactienota nog een aanvullende reactie op de reeds ingediende zienswijzen (bijlage 12.1). Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 12.2: compareversie, bijlage 12.3: nieuwe versie). Stadsregio Parkstad Limburg De Stadsregio Parkstad Limburg was geen onderdeel van het gezamenlijke traject van Boels Zanders Advocaten. Dit heeft ermee te maken dat de Stadsregio Parkstad Limburg een meer afwijkende regeling is waarbij meerdere zaken moesten worden aangepast. Wel is nadrukkelijk aangesloten op de uniforme voorstellen van Boels Zanders Advocaten en zijn deze uniforme wijzigingen al in de ontwerpregeling verwerkt. De ontwerpregeling heeft voor zienswijze in de gemeenteraden voor gelegen en is nu klaar voor de toestemmingsprocedure, waardoor deze nu gelijktijdig met de andere 10 GR-en aan de gemeenteraden kan worden voorgelegd. De Stadsregio Parkstad Limburg heeft de verwerking van de zienswijzen zoals opgenomen in de reactienota van Boels Zanders Advocaten (bijlage 1) overgenomen. Bijgevoegd de gewijzigde gemeenschappelijke regeling (bijlage 13.1: compareversie, bijlage 13.2: nieuwe versie).
Daarnaast heeft de Stadsregio Parkstad Limburg gebruik gemaakt van deze wijzigingsmogelijkheid om ook meteen het zogenoemde Blauwe Schema aan te passen. Dit schema dateert al van 2014 en moest geactualiseerd worden. Bijgevoegd het nieuwe Blauwe Schema (bijlage 13.3: compareversie, bijlage 13.4: nieuwe versie). Kanttekeningen N.v.t. Financiën N.v.t. Rechtmatigheid De wijziging van de gemeenschappelijke regelingen is in overeenstemming met artikel 1, 51 en 61 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast is er rekening gehouden met de ingediende zienswijzen. De gemeenteraad mag toestemming voor de gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alleen weigeren als er sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Communicatie Als de gemeenteraad toestemming verleent, zullen de gemeenschappelijke regelingen na vaststelling door het college worden gepubliceerd in het Gemeenteblad. Burgerparticipatie In alle gemeenschappelijke regelingen is een bepaling met betrekking tot burgerparticipatie opgenomen. Uitvoering Als de gemeenteraden toestemming verlenen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen kunnen deze door het college worden vastgesteld en worden gepubliceerd in de Gemeentebladen van de deelnemende gemeenten.
De regeling treedt na bekendmaking in werking. Gezondheid en Vitaliteit N.v.t. 4
Reactienota
Aan
Colleges van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en dagelijks bestuur waterschap
1.
Afschrift aan
Dagelijkse besturen gemeenschappelijke regelingen
Van
Anouk Hofman en Rob de Greef
Plaats/Datum
Venlo, 22 november 2023
Betreft
Reactienota zienswijzen raden, provinciale staten en algemeen bestuur waterschap
Ingekomen zienswijzen De 31 Limburgse gemeenteraden, provinciale staten van Limburg 1 en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van zienswijzen op de wijzigingsvoorstellen zoals die eerder in het gezamenlijk traject naar voren zijn gekomen. De ingediende zienwijzen zien op enkele verschillende onderwerpen: (1) Zienswijzen (2) Inspraak (burgerparticipatie) (3) Evaluatie (4) Aanlevertermijnen begroting Hierbij moet worden opgemerkt dat sommige gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap de oorspronkelijke wijzigingsvoorstellen hebben voorgelegd voor besluitvorming. Soms zijn er dan vervolgens geen zienswijzen ingediend, hetgeen als een ondersteuning van dat oorspronkelijke voorstel kan worden gezien. Andere gemeenteraden hebben ervoor gekozen om gewijzigde voorstellen voor te leggen waarbij de handreiking van de raadswerkgroep Noord-Limburg (bijlage 2) is gevolgd, dan wel de voorstellen zoals deze in eerdere brieven vanuit Brunssum, Stein en Voerendaal naar voren zijn gekomen (bijlage 3). In onze eerdere legal opinion zijn wij reeds op de juridische haalbaarheid van deze voorstellen ingegaan (bijlage 4). Een groot aantal gemeenteraden heeft deze voorstellen omarmd.
Tot slot zijn er ook individuele zienswijzen ingediend door sommige gemeenteraden, ongeacht wat het behandelde voorstel was. In de bijgevoegde matrix (bijlage 1) hebben wij per deelnemer én per gemeenschappelijke regeling inzichtelijk gemaakt welke voorkeuren de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben uitgesproken. 2
1
Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december
beslissen 2
Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december
beslissen. Reactienota op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
1/6
In deze reactienota leggen wij u de uitkomsten voor. Wij kiezen daarbij wederom voor uniforme voorstellen voor alle gemeenschappelijke regelingen, dat was immers het uitgangspunt van het traject dat doorlopen is. Uiteindelijk kan natuurlijk besloten worden om voor bepaalde gemeenschappelijke regelingen hiervan af te wijken, maar vanuit het principe van comply or explain moet dit dan wel nadrukkelijk worden toegelicht. Voor gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap is het immers overzichtelijker wanneer zij voor alle gemeenschappelijke regelingen waarin hun colleges/dagelijkse besturen participeren (grotendeels) dezelfde instrumenten hebben. 2.
Zienswijzen 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld om het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor gemeenschappelijke regelingen met vijf of minder deelnemers: 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden:
2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Dit sluit ook aan bij de toezegging op verzoek van de gemeentesecretarissen uit het gezamenlijke traject om dit te verwerken. Zie ons eerder toegezonden memo d.d. 12 juni 2023. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
2/6
Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht krijgen (lid 2) als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. 3.
Inspraak / Burgerparticipatie 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor de gemeenschappelijke regelingen tot en met vijf deelnemers: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht (lid 3) krijgen als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
3/6
4.
Evaluatie Bij de evaluatie is het beeld wat anders. 17 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. Dat komt er op neer dat 2 deelnemers kunnen vragen om een evaluatie, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel moet doen. 8 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben zich uitgesproken voor het oorspronkelijke voorstel, waarbij het algemeen bestuur in meerderheid beslist of een evaluatie moet plaatsvinden, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel doet. Eén gemeenteraad heeft zich uitgesproken voor een evaluatie wanneer 1/4 van de deelnemers hierom vraagt, maar in elk geval eens in de zes jaren. 6 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor een periodieke evaluatie eens per 5 jaar. Hoewel de meerderheid gering is, stellen wij toch voor het voorstel van de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg, zoals uitgewerkt in de legal opinion, op te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen met maximaal 14 deelnemers (de “kleinere” gemeenschappelijke regelingen). Dit voorstel luidt: De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.
Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Voor de grotere gemeenschappelijke regelingen (met 15 of meer deelnemers) werkt een dergelijke bepaling naar ons oordeel niet. Dat zou ertoe leiden dat een dergelijke gemeenschappelijke regeling constant onderworpen kan worden aan evaluaties, bijvoorbeeld wanneer twee gemeenten het niet eens zijn met een door de overgrote meerderheid gekozen route. Om die reden wordt voor Omnibuzz, de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschap Limburg (BsGW), de Veiligheidsregio en Gemeentelijke Gezondheidsdienst Limburg-Noord, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de GGD Zuid-Limburg, de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord en de Regionale uitvoeringsdienst Zuid-Limburg voorgesteld om te kiezen voor het alternatief waarbij ééns in de vijf jaar verplicht wordt geëvalueerd. Het voorstel voor de gemeenschappelijke regelingen luidt: De werking van de regeling zal om de vijf jaar geëvalueerd worden, voor het eerst in [datum invullen]. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.
Daarbij zal een rooster worden ontwikkeld waarbij ieder jaar per regio één gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd. Dit om te voorkomen dat met name de deelnemers overspoeld worden met evaluaties in één bepaald jaar. Wel kan het zo zijn dat bijvoorbeeld beide Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
4/6
Regionale uitvoeringsdiensten gelijktijdig worden geëvalueerd, zodat kan worden samengewerkt. Dat kan ook gelden voor de veiligheidsregio’s dan wel de gemeentelijke gezondheidsdiensten, maar omdat in Limburg-Noord beide in één gemeenschappelijke regeling zitten, zal dan gekozen moeten worden of wordt aangesloten bij de Veiligheidsregio ZuidLimburg of juist bij de GGD Zuid-Limburg. 5.
Begrotingsprocedure Sommige gemeenteraden hebben ook nog een zienswijze aangenomen omtrent de begrotingscyclus en de jaarlijkse kadernota. In ons memo d.d. 12 juni 2023 was naar aanleiding van het overleg met de gemeentesecretarissen reeds toegezegd dat in de gemeenschappelijke regelingen wordt verwerkt dat de ontwerpbegroting voor 30 april aan de gemeenteraden (provinciale staten resp. algemeen bestuur waterschap) moet worden verzonden. Dat zal in de gemeenschappelijke regelingen verwerkt worden. Zoals in de legal opinion is opgenomen kunnen hieromtrent dan nog nadere werkafspraken worden gemaakt.
6.
Vervolgproces Het vervolgproces is opgenomen in het onderstaande schema: Voor de overzichtelijkheid spreken wij in dit schema enkel van de colleges van B&W en de gemeenteraden. Uiteraard dienen daaronder ook Provinciale Staten en het AB van het Waterschap te worden begrepen Tijdlijn
Procedurestap
Tot 15 december 2023
Inventarisatie opbrengst zienswijzen bij colleges, juristen, DB's en AB's van de gemeenschappelijke regelingen
Medio december 2023 – medio januari 204
Aanpassing van de gemeenschappelijke regelingen op basis van de ingediende zienswijzen
Medio januari 2024
Aangepaste regelingen worden door de gemeenschappelijke regelingen voor toestemming naar de colleges en accounthouders verzonden
Februari – mei 2024
De raden hebben de tijd om toestemming te geven tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regelingen
Juni 2024
De collegebesluiten over de aangepaste gemeenschappelijke regelingen worden vastgesteld
Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
5/6
1 juli 2024
Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
De wijzigingen treden in werking
6/6
Wijziging van de GR van:
Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg aan den Geul Gemeente Venlo Gemeente Venray Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Provincie Limburg Waterschap Limburg Wijziging bij:
Veiligheidsregio Zuid-Limburg BsGW x x x x x x x x x x x x x x x x x x
x x
x x x x x
x
x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
Omnibuzz x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
RUD Zuid-Limburg x x
GGD Zuid-Limburg Rd4 x x x
Het Gegevenshuis WSP Parkstad
WOZL
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x x
x x
x x
x
x x
x x
x x
x x
x x
x
x
x x
x x
x x x x x
x x x x x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
2/3e (art. 33)
2/3e (art.
x x 2/3e (art. 12.3)
2/3e 3/4e (art. (art. 28) 23)
x unaniem (art. 35)
3/4e (waarbij minimaal 2/3e
2/3e (art.
2/3e van A + B (art. 31)
Kleurlegenda zienswijze: Voorstellen BZC Voorstellen Noord-Limburg /Griffies + tekstvoorstellen BZC Voorstellen Noord-Limburg + tekstvoorstellenBZC + evaluatie bij 1/4 deelnemers, maar in ieder geval 1x per 6 jaar Voorstellen Noord-Limburg + tekstvoorstellen BZC met evaluatie om de vijf jaar Toestemming verleend Voorstellen Noord-Limburg + Tekstvoorstellen BZC + evaluatie: gelijke regeling als bij participatie (1/5e van de deelnemers / 2 deelnemers) Voorstellen BZC + begroting 30 april Voorstellen Noord-Limburg/Griffies + tekstvoorstellen BZC --> uittreedkosten over termijn van 2 jaar
Reactienota BsGW
Aan
Colleges van burgemeester en wethouders van de Limburgse gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg
Betreft
1.
Reactienota zienswijzen, specifiek voor BsGW
Aanvullende nota op algemene reactienota Dit memo bevat een aanvullende reactie op de zienswijzen die door enkele gemeenten specifiek zijn ingediend en waarop de reactienota van 22 november 2023 niet ziet. Die reactienota ziet op de onderwerpen zienswijzen, inspraak, evaluatie en aanlevertermijnen begroting en komen thans aldus niet aan bod.
2.
Aanvullende zienswijzen De aanvullende zienswijzen hebben betrekking op de volgende onderwerpen: (1) Verankering werkafspraken en termijnen voor aanleveren kadernota; (2) Inzet raadsadviescommissie; (3) Uitwerking actieve informatieplicht; (4) Verankering delegatie / mandaat. 2.1
Verankering werkafspraken en termijnen voor aanleveren kadernota
In de eerste plaats is in de zienswijzen – conform het voorstel zoals dat was voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg – voorgesteld om bij de wijziging van de GR uitvoering te geven aan een aantal werkafspraken die betrekking hebben op de planning voor het aanleveren van financiële stukken. Zoals ook volgde uit de legal opinion van Boels Zanders / Cooperación van 9 september 2023, nemen de gemeenschappelijke regelingen dit verzoek tot het maken van werkafspraken over. Dit betekent concreet dat deze voorstellen – met uitzondering van de termijn voor het toezenden van de ontwerpbegroting – niet in de regelingen worden verwerkt, maar dat er over deze onderwerpen wel maatwerkafspraken kunnen worden gemaakt. Mocht het overigens zo zijn dat een voorgestelde termijn niet past, dan treden de gemeenschappelijke regelingen daarover tijdig in overleg.
Reactienota op zienswijze raden/AH/BZ/3. Reactienota BsGW
1/3
Overigens was door vier1 gemeenteraden nog voorgesteld om de datum voor het aanbieden van de kadernota ook expliciet in de regeling te verankeren. Nu de gevraagde termijnen een aanpassing van onze huidige werkwijze vergen, past het model van "werkafspraken", zoals door de overgrote meerderheid van de gemeenteraden wordt verzocht, beter. 2.2.
Inzet raadsadviescommissie
Twee gemeenteraden (Beesel, Peel en Maas) hebben verzocht om een adviserende rol in te nemen over de mogelijkheid tot het instellen en inzetten van een regionale raadsadviescommissie. De gemeenschappelijke regelingen geven daarover mee dat het in de eerste plaats de bevoegdheid van de raden zelf is om een raadsadviescommissie in te stellen. De griffies zouden daarin eventueel een adviserende rol kunnen vervullen. Via het overleg met de accounthouders kan hier daarna een verder gevolg aan worden gegeven. Overigens heeft de gemeenteraad van Beesel nog verzocht om in de regeling op te nemen hoe een adviescommissie kan worden ingesteld. Uit artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen volgt echter al expliciet op welke wijze de raadsadviescommissie kan worden vormgegeven en ingesteld. Een aparte regeling in de gemeenschappelijke regeling is daarom niet nodig. Wel kunnen de door Beesel gestelde vragen desgewenst besproken worden in het overleg met de accounthouders. 2.3
Uitwerking van de actieve informatieplicht
Eén gemeenteraad (Peel en Maas) heeft verzocht om de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de actieve informatieplicht nader uit te werken. De actieve informatieplicht geldt voor alle besluiten en alle andere aangelegenheden binnen de gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraden zullen daarover op de gebruikelijke wijze geïnformeerd worden, dat wil zeggen door toezending van de jaarstukken en ontwerpbegroting. Over ontwikkelingen die door het jaar heen spelen, zal ad hoc de meest passende wijze van informatieverstrekking worden bepaald. 2.4
Verankering delegatie/mandaat
De gemeenteraad van Beesel heeft verder nog als zienswijze meegegeven dat zij graag duidelijk in de regeling opgenomen wenst te zien of het een regeling betreft op basis van mandaat of delegatie. De vraag of dit een regeling betreft op basis van mandaat of delegatie heeft geen betrekking op de thans voorliggende wijzigingsvoorstellen en heeft daar ook geen invloed op. De wijze waarop taken bij een gemeenschappelijke regeling zijn belegd (delegatie of mandaat) wijzigt namelijk niets aan de thans voorliggende instrumenten om de raad beter in
1
Bergen, Venlo, Mook en Middelaar en Brunssum
3. Reactienota BsGW
2/3
positie te brengen (informatieplichten, evaluatie, inspraak en zienswijzemogelijkheden). Vanwege de voortgang van het proces is er daarom voor gekozen om deze zienswijze niet in de regelingen te verwerken. Uiteraard zijn wij wel bereid om de door uw raad gestelde vraag verder door te spreken in het accounthoudersoverleg en om hier – bij een volgende wijziging van de regeling – aandacht voor te hebben. ***
3. Reactienota BsGW
3/3
Gemeenschappelijke Regeling BsGW Het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg, Venlo, Voerendaal, Weert; Overwegende dat:
het uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency gewenst is om hun samenwerking bij de beleidsvoorbereiding, heffing en invordering, behandelen van bezwaar en beroep van waterschapbelastingen en gemeentelijke belastingen, alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven op basis van een gemeenschappelijke regeling;
dat de grondslag van de gemeenschappelijke regeling is gebaseerd op hoofdstuk V, Regelingen tussen gemeenten en waterschappen, artikel 61 en volgende van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
het dagelijks bestuur van het waterschap en het college van burgemeester en wethouders van hun algemeen bestuur, respectievelijk gemeenteraad daartoe de vereiste toestemming heeft verkregen;
dat het gezien de samenvoeging van de waterschappen, opgedane ervaringen en adviezen, leesbaarheid en wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen wenselijk is de bestaande regeling aan te passen en te verduidelijken;
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Waterschapswet, de Waterwet, de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken; besluiten: vast te stellen de derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen met ingang van 1 juli 2024, waardoor deze als volgt komt te luiden:de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen te wijzigen, met ingang van de dag na bekendmaking, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
1
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen In deze Gemeenschappelijke Regeling wordt verstaan onder: a. regeling: Gemeenschappelijke Regeling “Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen”; b. deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg; c. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg; d. belastingen: de belastingen en rechten genoemd in hoofdstuk XV van de Gemeentewet dan wel belastingen die overeenkomstig artikel 219, eerste lid van de Gemeentewet krachtens een andere wet worden geheven en de belastingen genoemd in hoofdstuk XVI, XVII en XVIIb van de Waterschapswet dan wel belastingen of rechten die overeenkomstig artikel 113 van de Waterschapswet krachtens een andere wet worden geheven; e. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; f. combibiljet: de onroerende zaakbelasting, beschikking ex artikel 17 Wet Waardering onroerende zaken, rioolheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting en waterschapheffingen verenigd op één aanslagbiljet; g.
uitvoeringsregels: de navolgende uniforme regels die samenhangen met het combibiljet: - aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie - toekennen van ambtshalve vermindering - horen van een belastingplichtige in de bezwaarfase - toepassing automatische incasso - verlenen van uitstel bij bezwaarschriften - toepassing van de bestuurlijke boete - toepassing proceskosten bestuursrecht - aangifte, voorlopige aanslag en de toepassing van invorderingsrente - leidraad invordering h. gemeenten in Noord-Limburg: Beesel, Bergen, Gennep, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo; i. gemeenten in Midden-Limburg: Echt-Susteren, Leudal, Nederweert, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Weert; j. gemeenten in Zuid-Limburg: Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal; k. grote gemeente: gemeente met een inwonertal van meer dan 70.000; l. middelgrote gemeente: gemeente met een inwonertal tussen 25.000 en 70.000; m. kleine gemeente: gemeente met een inwonertal minder dan 25.000; n. BsGW: het openbaar lichaam Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
2
Hoofdstuk II Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam Artikel 2: Openbaar lichaam 1. 2. 3.
Er is een openbaar lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid van de wet genaamd “Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen”. De BsGW is gevestigd in Roermond. Het rechtsgebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten evenals het beheergebied van het waterschap.
Artikel 3: Bestuursorganen Het bestuur van de BsGW bestaat in ieder geval uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
3
Hoofdstuk III Te behartigen belangen, taken en bevoegdheden Artikel 4 Te behartigen belangen 1.
De regeling wordt getroffen in het belang van de deelnemers voor het: a. heffen en invorderen van belastingen; b. afhandelen van bezwaar- en beroepschriften inzake belastingen; c. uitvoeren van de Wet waardering onroerende zaken.
2.
Het dagelijks bestuur adviseert de deelnemers omtrent de belastingen waarvan de heffing en invordering krachtens deze regeling is opgedragen aan de BsGW.
Artikel 5 Overdracht en mandaat bevoegdheden. 1. Aan het dagelijks bestuur wordt overgedragen de bevoegdheid tot: a. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als heffingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder a van de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; b de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als invorderingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder b van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid onder b van de Waterschapswet, bevoegd tot het invorderen van belastingen; c. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder d van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder d van de Waterschapswet; d. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als ambtenaar van de BsGW als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder c van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onder c van de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen en invorderen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; e. het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding; f. het vaststellen van uitvoeringsregels samenhangend met het combibiljet. 2.
Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van de: a. onroerende zaak belasting als bedoeld in artikel 220 van de Gemeentewet; b. hondenbelasting als bedoeld in artikel 226 van de Gemeentewet; c. afvalstoffenheffing als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; d. rioolheffing als bedoeld in artikel 228 van de Gemeentewet; e. watersysteemheffing als bedoeld in artikel 117 van de Waterschapswet;
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
4
f. g. h. 3.
zuiveringsheffing als bedoeld in artikel 122d van de Waterschapswet; verontreinigingsheffing als bedoeld in artikel 7.2 van de Waterwet; uitvoering van de wet WOZ.
Ten aanzien van de in het tweede lid genoemde belastingen wordt aan het dagelijks bestuur mandaat verleend tot: a. het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van een belastingaanslag als bedoeld in artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 144, vijfde lid, van de Waterschapswet; b. toepassing geven aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; c. het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een bij beschikking opgelegde boete als bedoeld in artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel 6 Aanvullende overdracht en mandaat bevoegdheden De bevoegdheden als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid kunnen ter zake van andere belastingen dan genoemd in artikel 5, tweede lid aan het dagelijks bestuur worden overgedragen dan wel gemandateerd. Deze overdracht en mandatering behoeft de goedkeuring van het algemeen bestuur.
Artikel 7 Dienstverleningsovereenkomst 1.
Ter uitvoering van de in artikel 4 opgenomen belangen worden meerjarige dienstverleningsovereenkomsten aangegaan tussen het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers.
2.
De dienstverleningsovereenkomsten dienen ten minste te bevatten: a. te leveren producten en diensten; b. uit te voeren processen; c. kwaliteit van producten en diensten; d. verantwoording door BsGW; e. afdracht van inkomsten; f. relaties/gegevensuitwisseling; g. relatiebeheer; h. accountantsverklaring; i. toetreding en investeringsfee.
Artikel 7a Inspraak Ingezetenen van de provincie Limburg en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers onderscheidenlijk het dagelijks Gemeenschappelijke Regeling BsGW
5
bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Hoofdstuk IV Het algemeen bestuur Artikel 8 Omvang, samenstelling en beëindiging lidmaatschap 1.
Aan het hoofd van de BsGW staat het algemeen bestuur, bestaande uit zoveel leden als er deelnemers zijn.
2.
Het college van iedere deelnemende gemeente en het dagelijks bestuur van het waterschap wijst uit zijn midden één lid aan als lid van het algemeen bestuur. Gelijktijdig wordt/worden een of meer vaste plaatsvervanger(s) aangewezen. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap is benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap.
3.
Bij tussentijdse toetreding vindt aanwijzing van het lid met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid plaats gelijktijdig met het besluit tot toetreding.
4
Het lidmaatschap eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap te zijn.
5.
Indien tussentijds een vacature ontstaat wijst het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap ten spoedigste een nieuw lid aan.
6.
Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de voorzitter en aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen. Het lidmaatschap duurt voort tot het moment waarop in de opvolging is voorzien.
Artikel 9 Werkwijze 1.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en verder zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordeelt of wanneer tenminste twee leden dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoeken.
2.
De vergaderingen zijn openbaar.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
6
3.
De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt.
4.
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
5.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
Artikel 10 Stemverhouding 1.
Er wordt voorzien in meervoudig stemrecht.
2.
Het stemrecht van een lid wordt gebaseerd op het aandeel in de kosten van de BsGW van de deelnemer die dat lid vertegenwoordigt, zoals dat voortvloeit uit de actuele begroting.
Artikel 11 Besluitvorming 1.
Besluiten worden op basis van gewone meerderheid van stemmen genomen.
2.
Besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal leden is opgekomen, welke leden tenminste tweederde van de stemmen vertegenwoordigen.
3.
Indien niet meer dan de helft van het aantal leden is opgekomen welke leden tenminste tweederde van de stemmen in een vergadering vertegenwoordigen, roept de voorzitter een nieuwe vergadering bijeen onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In die vergadering kunnen met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid besluiten worden genomen, ongeacht of aan het bepaalde in het tweede lid is voldaan.
4.
Bij het stemmen over personen zijn de artikelen 29 tot en met 31 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 De taak en de bevoegdheden 1.
Tot de taak en de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de kostenverdelingssystematiek; c. het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers in de kosten van de BsGW; d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van verordeningen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de BsGW ;
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
7
f. g. h. i. j. k.
het vaststellen van een treasury-statuut; het vaststellen van de winstbestemming/verliesdekking; het vaststellen van de voorwaarden voor toetreding; het opleggen van de vergoeding voor uittreding; het doen van voorstellen aan de deelnemers tot toetreding en uittreding van (andere) deelnemers; oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
2.
Een besluit over het in het vorige lid, aanhef en onder k genoemde onderwerp wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap een ontwerpbesluit is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen naar voren te brengen.
3.
Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het dagelijks bestuur te brengen.
Artikel 13: Informatie- en verantwoordingsplicht 1.
Een lid van het algemeen bestuur verstrekt het college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen en de raad van de gemeente dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die worden gevraagd.
2.
Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen en door de raad van de gemeente dan wel het algemeen bestuur van het waterschap te allen tijde ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
3.
Een lid van het algemeen bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen, kan door het college van burgemeester en wethouders dan
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
8
wel het dagelijks bestuur van het waterschap worden ontslagen. In dat geval draagt het college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen. 4.
Het algemeen bestuur verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.
5.
Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
9
Hoofdstuk V Het dagelijks bestuur Artikel 14 Omvang, samenstelling en beëindiging lidmaatschap 1.
Het dagelijks bestuur bestaat minimaal uit drie en maximaal uit zeven personen uit het algemeen bestuur waaronder het lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het dagelijks bestuur van het waterschap. Voor de overige personen geldt dat zij door en uit het algemeen bestuur op de volgende wijze worden aangewezen: - één lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de grote gemeenten in Noord- en Midden Limburg; - één lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de grote gemeenten in Zuid-Limburg; - één lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de middelgrote gemeenten in Noord- en Midden-Limburg; - één lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de middelgrote gemeenten in Zuid-Limburg; - één lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de kleine gemeenten in Noord- en Midden-Limburg: - een lid van en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de kleine gemeenten in Zuid-Limburg..
2.
De leden treden af met ingang van de dag waarop zij aftreden uit het algemeen bestuur. Een lid kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen geniet van het algemeen bestuur.
3.
Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur met zich mee.
4.
Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan het algemeen bestuur en aan het college van burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in het dagelijks bestuur totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 15 Werkwijze 1.
Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter dit nodig oordeelt of één van de leden van het dagelijks bestuur daarom verzoekt.
2.
Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft een stem.
3.
Besluiten worden op basis van gewone meerderheid van stemmen genomen.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
10
Artikel 16 De taak en de bevoegdheden Tot de taak en de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren: a. het voeren van het dagelijks bestuur van de BsGW voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden of uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de BsGW; d. personeelambtenaren te benoemen, te schorsen of te ontslaan; e. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de BsGW, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 64a van de wet; f. het namens de BsGW, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen van conservatoire maatregelen en alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit; h. het afkondigen van de besluiten, waarvan de afkondiging bij de wet of bij besluit van het algemeen bestuur is voorgeschreven; i. het beheren van de inkomsten en uitgaven van de BsGW; j. het toezicht op het beheer en het onderhoud van alle werken en eigendommen van de BsGW; k.
het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding of uitvoering van de werken, leveringen en diensten ten behoeve van de regeling, waarvan de vaststelling het algemeen bestuur niet aan zich heeft voorbehouden; l. het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten; m. het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere rechtspersonen die taken uitoefenen op het gebied van belastingen; n. houden van toezicht op al hetgeen de regeling aangaat; o. het aangaan van geldleningen en rekening-courantovereenkomsten; p. het uitlenen van gelden.; q. benoeming, schorsing en ontslag van personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Artikel 17 Informatie en verantwoordingsplicht 1.
Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geven het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
2.
Het dagelijks bestuur is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
11
3.
Het reglement van orde van het algemeen bestuur houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de leden van het dagelijks bestuur de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen.
4.
Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks gelijktijdig met de jaarrekening ter vaststelling een verslag aan over de werkzaamheden van de BsGW over het afgelopen jaar.
5.
Het dagelijks bestuur zendt het verslag na de vaststelling door het algemeen bestuur toe aan het college van de deelnemende gemeente, het dagelijks bestuur van het waterschap en aan Gedeputeerde Staten.
6.
Het dagelijks bestuur verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.
7.
Het dagelijks bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
12
Hoofdstuk VI De voorzitter Artikel 18 Voorzitterschap 1.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan. Het dagelijks bestuur zal hiervoor een voorstel doen aan het algemeen bestuur.
2.
De (vice-)voorzitter treedt af op de dag waarop de deelnemer heeft voorzien in de vacature van lid van het algemeen bestuur én een nieuw dagelijks bestuur is gevormd.
3.
De voorzitter verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.
Artikel 19 De taak en de bevoegdheden 1.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt ervoor zorg dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.
2.
De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.
3.
De voorzitter vertegenwoordigt de BsGW in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging schriftelijk aan een door hem aan te wijzen persoon opdragen.
4.
Indien de voorzitter behoort tot het college van een deelnemende gemeente of het dagelijks bestuur van het waterschap dat partij is bij een geding waarbij de BsGW is betrokken, oefent de vice-voorzitter met betrekking tot dat geding de in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.
Artikel 19a Informatieplicht 1.
De voorzitter verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.
2.
De voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
13
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
14
Hoofdstuk VII De directeur Artikel 20 De directeur 1.
De BsGW heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat.
2.
Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
3.
De directeur staat tevens, als secretaris, de bestuursorganen van de BsGW bij in de vervulling van hun taak. De directeur is aanwezig in de vergadering van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
4
Alle uitgaande stukken van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de directeur mede ondertekend.
5.
Het bepaalde in het derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing op degene die de directeur vervangt.
Gemeenschappelijke Regeling BsGW
15
Hoofdstuk VIII Financiën Artikel 21 Verdeling kosten 1.
De deelnemers dragen de kosten.
2.
De kosten worden verdeeld overeenkomstig de kostenverdelingssystematiek.
Artikel 22:Verdeling risico 1.
De risico’s met betrekking tot de bedrijfsvoering komen voor rekening van de BsGW. De overige risico’s, waaronder de risico’s met betrekking tot de eigen belastingopbrengst, komen voor rekening van de deelnemers.
2.
De deelnemers zullen er steeds voor zorgdragen dat de BsGW te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen.
3.
De deelnemers staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boete en kosten van de door de regeling af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden naar verhouding van de kostenverdelingssystematiek als bedoeld in artikel 21.
Artikel 23 Begroting 1.
Het dagelijks bestuur zendt vóór de in artikel 67a van de wet genoemde datum 3015 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene en financiële en beleidsmatige kaders toe aan de radenaad van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.
2.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 maart een ontwerpbegroting met de daarbij behorende toelichting op voor het daarop volgende jaar. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting zo spoedig mogelijk maar tenminste twaalf weken acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap.