Agendabundel
Tekst van het document
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 22 van 58
gesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden. Het aanhouden van weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor het beleidsmatige kader zie de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’, februari 2022. De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 8. Risicoanalyse.
Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 1,339 miljoen. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2022 (vóór resultaatbepaling 2022) bedraagt € 1,19 miljoen. De ratio komt hiermee uit op 0,89 en valt binnen de bandbreedte van de 0,8 en 1,4 waardoor er geen aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen (zie ook de kadernota Risicomanagement, AB 24-3-2022). Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven.
Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
JR2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2026
21,4%
14,2%
12,7%
11,2%
9,7%
8,5%
7,3%
21,4%
14,2%
12,7%
11,2%
9,7%
8,5%
7,3%
-4,0% nvt nvt nvt
13,8% nvt nvt nvt
14,2% nvt nvt nvt
14,7% nvt nvt nvt
15,2% nvt nvt nvt
15,8% nvt nvt nvt
16,4% nvt nvt nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2021 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2022 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctu-
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 23 van 58
aties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 3.5.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 3.5.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer.
Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 26 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2024 uit op een bedrag van € 2,1 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 24 van 58
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,1 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,Gem. netto vlottende schuld (1)
Kwartaal 1 5.366
Kwartaal 2 5.366
Kwartaal 3 5.366
Kwartaal 4 5.366
Kasgeldlimiet (2)
1.800
1.800
1.800
1.800
Ratio (1)/(2)
298%
298%
298%
298%
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2021 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2022 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen.
Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 25 van 58
In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 3.5.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt.
Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode.
In de tabel in bijlage 8 worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. 3.5.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 26 van 58
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Meerjarenperspectief
Realisatie
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
bruto lonen
9.666
10.639
11.316
11.689
12.075
12.358
sociale lasten
2.841
3.405
3.615
3.735
3.858
3.949
overige personeelskosten
440
692
714
738
762
787
personeel derden
-47
0
0
0
0
0
Personeelskosten
12.899
14.736
15.644
16.162
16.695
17.094
Huisvestingkosten
679
808
829
851
873
896
Afschrijvingkosten
366
357
357
357
357
357
3.322
5.271
2.775
2.949
3.026
3.105
1
12
12
12
13
13
print/kopieerwerk
193
179
183
188
193
198
porti
419
518
532
545
560
574
telefonie/datacommunicatie
114
25
26
27
28
28
1
0
0
0
0
0
313
383
393
403
413
424
Bedragen x € 1.000
Lasten
ICT-kosten drukwerk
incassokosten kosten brongegevens overige operationele kosten
0
112
114
117
120
124
Overige operationele kosten
1.041
1.228
1.260
1.293
1.326
1.361
Diensten door derden
1.918
863
886
909
932
956
Tegemoetkoming proceskosten
1.467
3.057
3.136
3.218
3.302
3.388
Overige operationele kosten
4.426
5.148
5.282
5.419
5.560
5.705
Algemene kosten
580
452
464
476
488
501
Onvoorzien Algemene kosten
0 580
328 781
332 797
341 817
350 838
359 860
bankkosten
205
273
280
288
295
303
rentekosten
0
32
33
33
33
33
205
306
313
320
328
336
0
0
0
0
0
0
22.477
27.406
25.998
26.876
27.678
28.352
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie
0
0
0
0
0
0
22.477
27.406
25.998
26.876
27.678
28.352
423
437
452
315
Renteopbrengsten
3
13
13
13
13
13
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
96
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
96
0
0
0
0
0
Totaal lasten Baten
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.093
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
2.192
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
20.285
25.231
23.822
24.701
25.503
26.178
0
0
0
0
0
0
21.242
25.231
23.822
24.701
25.503
26.178
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen Totaal bijdragen Bijdragen samenwerkingsportaal
333
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
624
In bovenstaande tabel zijn de gerealiseerde, nog niet door de accountant gecontroleerde, cijfers opgenomen. In de definitieve meerjarenraming 2025-2027 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 27 van 58
Meerjarenperspectief
Realisatie
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Gemeente Beek
234
284
268
278
287
294
Gemeente Beekdaelen
513
624
587
609
629
645
Gemeente Beesel
212
255
240
249
257
264
Gemeente Bergen
186
224
212
220
227
233
Gemeente Brunssum
464
557
526
545
563
578
Gemeente Echt-Susteren
495
592
559
580
598
614
Gemeente Eijsden-Margraten
441
543
510
529
546
561
Gemeente Gennep
259
312
295
306
316
324
Gemeente Gulpen-Wittem
214
257
242
251
260
266
Gemeente Heerlen
1.609
1.917
1.818
1.885
1.946
1.998
Gemeente Kerkrade
829
1.001
944
979
1.011
1.037
Gemeente Landgraaf
568
682
644
668
689
707
Gemeente Leudal
494
593
559
580
599
615
Gemeente Maasgouw
359
431
407
422
435
447
Gemeente Maastricht
1.970
2.361
2.229
2.311
2.386
2.449
Gemeente Meerssen
339
400
381
395
408
419
Gemeente Mook en Middelaar
118
146
137
142
146
150
Gemeente Nederweert
233
283
266
276
285
293
Gemeente Peel en Maas
599
720
679
704
727
746
Gemeente Roerdalen
309
372
351
364
376
386
Gemeente Roermond
887
1.058
1.004
1.041
1.074
1.103
Bedragen x € 1.000
Bijdragen
Gemeente Simpelveld
163
196
185
192
198
203
1.540
1.844
1.746
1.810
1.869
1.918
Gemeente Stein
397
473
448
464
479
492
Gemeente Vaals
184
225
212
219
227
233
Gemeente Valkenburg a/d Geul
262
315
297
308
318
326
2.054
2.403
2.309
2.394
2.472
2.537
Gemeente Voerendaal
181
217
205
212
219
225
Gemeente Weert
747
887
843
874
902
926
4.381
5.059
4.722
4.896
5.055
5.189
21.242
25.231
23.822
24.701
25.503
26.178
0
0
0
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg Totaal bijdragen Bijdragen samenwerkingsportaal
333
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
624
4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (6) opgenomen. In de kadernota 2024 worden enkele (landelijke en wettelijke) ontwikkelingen beschreven, die ertoe leiden dat BsGW geconfronteerd wordt met extra uitvoeringstaken en -kosten in 2024 en verdere jaren. Deze taken en kosten waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2027 nog niet bekend en zijn derhalve ook niet in die meerjarenraming opgenomen. Vandaar dat BsGW hier nu extra formatie voor vraagt. Daarnaast is als gevolg van de wereldwijde economische situatie de loonindex verhoogd. Deze betrof in de begroting 2023 2,5%. Voor 2024 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 3,3%.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 28 van 58
Tevens is sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig te anticiperen in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst.
2024
2025
2026
2027
1,0
1,0
1,0
-
tijdelijk / structureel tijdelijk
PO
0,5
0,5
0,5
0,5
structureel
C ommunicatiemedewerker
0,5
0,5
0,5
-
tijdelijk
Recordmanager
0,8
0,8
0,8
0,8
structureel
Totaal
2,8
2,8
2,8
1,3
Trainees
2024
2025
2026
Trainee 1
1,0
1,0
Trainee 2
1,0
1,0
Noodzakelijke fte's Juridisch adviseur
Trainee 3
1,0
Trainee 4
1,0
Totaal
Aantal fte's incl. trainees Totale kosten
2,0
2,0
2,0
2024
2025
2026
E V A L U A T I E
2027 1,0 1,0 2,0
2027
4,8
4,8
4,8
3,3
€ 423.462
€ 437.436
€ 451.871
€ 300.031
Indexering goederen en diensten Voor 2024 is uitgegaan van een kosteninflatie van 2,6 % ten opzichte van 2023. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 2 opgenomen. ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 29 van 58
In de begroting 2023 is uit hoofde van het programma aanbesteding Hosting en Applicaties € 2,275 miljoen opgenomen. Deze kosten zullen naar verwachting niet meer in 2024 voorkomen. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd. Hiertoe was reeds een bedrag opgenomen van € 250 duizend per jaar in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2027. Dit wordt nu voor de jaren 2025 tot en met 2027 verhoogd naar € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen geven. Dit is in lijn met de kosten van het Samenwerkingsportaal voor 2022 – 2024 ad. € 333 duizend. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie (voorheen niet jaarlijks) waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover staat een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Daarnaast worden de kosten uit hoofde van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) met ingang van 2023 centraal gefinancierd. De centrale financiering, via een structurele uitname uit het gemeentefonds, maakt een einde aan de naheffingen voor de ontwikkeling en het gebruik van de voorzieningen in de GDI. Deze centrale financiering leidt daarmee tot minder administratieve lasten4.
Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Eveneens zijn door de toegenomen (meer dan begrote) WOZ-bezwaren en -beroepen ook de hieraan gelieerde uitvoeringskosten toegenomen, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers). Deze kosten zijn begroot onder ‘diensten door derden’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen. De post onvoorzien 2024 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente.
In de begroting 2024 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%. Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering. Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dage-
4 Bron: VNG, GDI vanaf 2023 centraal gefinancierd, 13 oktober 2022 (https://vng.nl/nieuws/gdi-vanaf-2023-centraal-gefinancierd)
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 30 van 58
lijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Toelichting op de meerjarenraming 2024-2028 In de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 3,3% op de personele lasten en 2,6% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2024, worden in navolgende tabel weergegeven.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 31 van 58
Bijdrage 2024 per deelnemer
Totaal
Gemeente Beek
267.647
Gemeente Beekdaelen
587.380
Gemeente Beesel
240.342
Gemeente Bergen
211.735
Gemeente Brunssum
525.662
Gemeente Echt-Susteren
558.983
Gemeente Eijsden-Margraten
510.401
Gemeente Gennep
294.853
Gemeente Gulpen-Wittem
242.447
Gemeente Heerlen
1.818.002
Gemeente Kerkrade
944.057
Gemeente Landgraaf
643.748
Gemeente Leudal
559.446
Gemeente Maasgouw
406.760
Gemeente Maastricht
2.228.762
Gemeente Meerssen
381.014
Gemeente Mook en Middelaar
136.526
Gemeente Nederweert
266.411
Gemeente Peel en Maas
678.941
Gemeente Roerdalen
350.877
Gemeente Roermond
1.003.588
Gemeente Simpelveld
184.731
Gemeente Sittard-Geleen
1.745.527
Gemeente Stein
447.888
Gemeente Vaals
211.633
Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert
296.958 2.309.052 204.933 842.847
Waterschap Limburg
4.721.744
Totaal bijdragen
23.822.896
De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2024 is € 23,822 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2024. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2024 zijn toegewezen aan de vier producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 32 van 58
Tarief Producten
2024
Heffen Waarderen Innen Klantzaken Parkeerbelasting Ondersteuning & ontwikkeling
€ € € € € €
3.774.454 8.673.973 133.882 3.303.931 382.194 7.554.462
Totaal producten
€ 23.822.896
Verdeelsleutels
Aantal
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
Aantal (bruto) aanslagregels Aantal WOZ-objecten Aantal biljetten Aantal klantcontacten Aantal aanslagregels Aandeel uitvoeringskosten
4.028.915 565.334 1.311.262 443.887 37.276 100%
€ 0,94 € 15,34 € 0,10 € 7,44 € 10,25 nvt
€ 1,01 € 17,26 € 0,21 € 7,90 € 10,17 nvt
€ 0,84 € 13,44 € 0,14€ 6,54 € 9,37 nvt
€ 0,82 € 11,04 € 0,16€ 6,40 € 9,14 nvt
€ € € € €
€ € € € €
€ € € € €
0,82 9,25 0,178,61 8,94 nvt
0,78 8,31 0,247,56 8,58 nvt
0,76 7,09 0,276,04 8,39 nvt
2015 2017 € 0,75 € 6,97 € 0,30€ 5,94 € 9,25 nvt
€ € € € €
2014
2013
0,74 7,66 0,146,50 9,50 nvt
€ 0,77 € 12,43 € 0,16 € 9,82 € 16,29 nvt
De tarieven 2013-2023 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De daling van de tarieven in 2024 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het programma AHA in 2024 is afgerond en de GDI centraal wordt gefinancierd. Deze daling in de tarieven wordt deels opwaarts gecompenseerd door de hogere indexering van de salariskosten, goederen en diensten en de extra benodigde fte’s. 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2024 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2024-2027 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2024. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting.
(Ontwerp)begroting BsGW 2024 en MJR 2025-2027
pagina 33 van 58