Agendabundel
Tekst van het document
Rolduckerveld en Componist). • De kosten voor dagelijks levensonderhoud blijven stijgen. Dit heeft o.a. effect op investeringsmogelijkheden om woningen te verbeteren en te verduurzamen. Woningprijzen worden daardoor navenant hoger. Het kan ertoe leiden dat deze investeringen niet, minder of later worden uitgevoerd. • In 2024 was er wederom sprake van een lichte bevolkingsgroei in Kerkrade door een positief migratiesaldo op regionaal niveau: hierdoor daalde de bevolking minder hard dan eerder berekend en voorspeld was. • De woonbehoefte is al een aantal jaren hetzelfde. De vraag naar levensloopbestendig wonen en naar kwalitatief hoogwaardige duurzame woningen blijft aanwezig net als onze opgave om de woningmarkt te vernieuwen zodat deze aansluit bij de kwalitatieve vraag. • De wet ‘Versterking regie op de Volkshuisvesting’ is in juli 2025 aangenomen. Indien de Eerste Kamer instemt is de verwachting dat de wet in de loop va 2026 in werking treedt. • In 2025 is het Kabinet voortijdig gestopt en komen er nieuwe verkiezingen. Dit kan invloed hebben op het rijksbeleid. (bronnen o.a. www.parkstadincijfers.nl en de Etil Woonatlas) Woonvisie - Vitale veerkrachtige woonwijken • De regionale en lokale woonvisie is 31 mei 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze visie is nog steeds actueel.
We sturen met dit beleidsinstrument op een integrale benadering van volkshuisvesting en leefbaarheid in brede zin. Kortom: gezonde gemengde woonwijken waar het aangenaam vertoeven is. We werken domeinoverstijgend en bekijken wat de wijk/buurt nodig heeft. • Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid, herstructurering van wijken, transformaties van bestaand vastgoed en investeringen in het openbaar gebied. • De mindset is definitief omgezet van krimp naar kans. • Kwaliteit is hierbij een van de uitgangspunten waarbij nieuwbouw en herstructurering centraal staan. Zowel type woning, mix van doelgroepen, betaalbaarheid, waardevol en duurzaam. Daarnaast gaat het ook om de huisvesting van aandachtsgroepen, de bijbehorende zorgvraag en de invloed op de leefbaarheid van een buurt/wijk. We sturen meer en meer op vitale woonwijken waarbij het aantal vragers en dragers met elkaar in evenwicht is. • De wet Versterking regie op de volkshuisvesting zorgt voor een goede regionale verdeling van betaalbare woningen tussen gemeenten. Gemeenten die weinig sociale huurwoningen hebben en onder het landelijk gemiddelde zitten, zullen verplicht méér sociaal moeten bouwen. Zij moeten
82
•
•
30% sociale huurwoningen opnemen in hun programmering. Gemeenten die juist boven het landelijk gemiddelde zitten qua woningvoorraad van sociale huurwoningen, waaronder Kerkrade, verplicht 40% moeten bouwen voor middeninkomens. Zij vullen hun nieuwbouwopgave in met in ieder geval 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Zo ontstaat een goede balans in de regio en maken mensen met een midden- en laag inkomen in de hele regio kans op een woning. (bron: www.volkshuisvestingnederland.nl) Conform de wet Versterking regie op de volkshuisvesting dienen gemeenten een Volkshuisvestelijk Programma op te stellen, die de woonvisies gaan vervangen. In de huidige woonvisie is reeds voor gesorteerd op dit programma. Het dient echter nog verder opgewerkt te worden. Om de ingezette koers in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid te ondersteunen en meer grip te krijgen op de ontwikkelingen binnen de kwetsbare wijken in Kerkrade, is besloten om (in navolging van Heerlen) een aanvraag te doen in het kader van de Wbmgp (Wet bijzondere maartregelen grootstedelijke problematiek). In de volksmond ook wel de Rotterdamwet genoemd, maar voor Parkstad omgedoopt tot de Parkstadwet. De gemeente Heerlen heeft de aanvraag inmiddels ingediend, de aanvraag voor Kerkrade (en ook Brunssum) wordt in de gemeenteraad van december 2025 ter goedkeuring aangeboden.
Naast de Parkstadwet, worden ook nog enkele andere sturingsinstrumenten via de Huisvestingsverordening voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit zijn onder andere de opkoopbescherming en de zelfbewoningsplicht. Deze laatste 2 instrumenten zijn bedoeld om in de particuliere woningvoorraad ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan.
Woondeal Limburg In maart 2023 is de Woondeal Limburg met het Rijk vastgesteld, met als doel een goede balans te krijgen op de Limburgse Woningmarkt door het realiseren van minimaal 26.550 nieuwbouwwoningen met een ambitie voor 20.000 extra. Voor de regio Parkstad betekent dit een bruto opgave van 6.775 en een extra ambitie van 3000 woningen. Voor Kerkrade komt dit neer op bruto 1.240 woningen. De provincie heeft de lead bij de uitvoering, proces en monitoring. Kerkrade participeert hierin. Dit is een voortdurend proces voor de komende jaren. Focus beleidsveld wonen 2026 e.v. De focus voor het beleidsveld wonen ligt de komende periode op: • Uitvoering woonoffensief: o.a. advisering, aanjagen, ondersteunen en vermarkten van nieuwe woningbouwplannen en opstellen ontwikkelkaart. Invoering diverse sturingsinstrumenten woningmarkt en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau zoals in ieder geval de opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht en de aanvraag voor en implementatie van de Parkstadwet (Wbmgp) • Uitvoering geven aan de nieuwe regionale/lokale woonvisie en opwerken naar een Volkshuisvestelijk Programma. • Nieuwe woningbouwinitiatieven worden getoetst op woonbehoefte, kwaliteit en kwantiteit en het effect op de woonomgeving. • Aanpak particulier bezit middels aankoop woningen via het Volkshuisvestingsfonds.
• Deelname aan en input geven bij de uitvoering van de Toekomstvisie Wonen, welzijn en zorg zowel regionaal als lokaal niveau. • Deelname aan en input geven aan het project sociaal veilig. • Voorbereiden en implementeren van nieuwe verordeningen conform de wet Versterking regie op de volkshuisvesting. • Opstellen van de prestatieafspraken jaarschijf 2026 corporaties en de huurdersorganisaties. • Kwalitatieve verbetering van de woningen en de woonomgeving. • Onderzoeken en aanvragen nieuwe (tranches) van rijksregelingen (b.v. regiodeal, VHF, WBI etc). • Uitvoering van nieuwbouwprojecten op de woningmarktprogrammering. • Onderzoek toepassing Wvg ten behoeve van realisatie plannen Volkshuisvestingsfonds. • Samenwerking op regionaal niveau en provinciaal niveau. • Samenwerking versterken tussen domeinen.
83
2. 2. Goede inbedding van de Omgevingswet en Omgevingsvisie Relatie met taakveld(en): 8.4 De Omgevingswet biedt de basis voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving. Voor het inbedden van de Omgevingswet in de gemeentelijke organisatie maken we, voor de komende jaren, onderscheid in: - De verdere implementatie Omgevingswet (juridisch, digitaal en organisatie); - Het opstellen van de gemeentelijke Omgevingsvisie met programma’s; - Het opstellen van een gemeentelijk Omgevingsplan. Verdere implementatie Omgevingswet Voor het behandelen van initiatieven, meldingen, vergunningen, het houden van toezicht en de handhavingsplicht zijn werkprocessen vanuit de bedoeling van de Omgevingswet ontwikkeld. Deze processen leiden tot een andere manier van (samen) werken, waarbij het doel is om binnen de keten van de fysieke leefomgeving nog beter te werken volgens de ja-mits gedachte. De lopende vergunningstrajecten van vóór 2024 zijn op een enkele na afgerond, waardoor medewerkers niet langer met twee verschillende procedures hoeven te werken (vóór en ná de invoering van de Omgevingswet). Inmiddels hebben we ook voor projecten een samenwerkingsvorm ontwikkeld waardoor in een vroegtijdig stadium bekend wordt welke procedures doorlopen moeten worden en welke documenten en onderzoeken er nodig zijn.
We merken dat het merendeel van de initiatiefnemers eerst een zogenaamd principe verzoek indient alvorens een formele aanvraag ingediend wordt. Hiermee wordt aan de voorkant al duidelijk welke ontwikkeling gewenst is wat initiatiefnemer daarvoor moet doen. De formele fase kan daardoor voor de burger/initiatiefnemer efficiënter worden behandeld. De organisatie blijft bij het behandelen van initiatieven, meldingen, vergunningen en plannen goed oog houden voor de participatieverordening en de participatieleidraad voor initiatieven. Bij de omgevingsvergunning ligt de verantwoordelijkheid van participatie bij de initiatiefnemer, participatie bij de Buitenplanse Omgevings Planactiviteit (BOPA) blijft extra aandacht verdienen bij initiatiefnemers. De ‘Impactanalyse financiële gevolgen Omgevingswet’ wordt naar verwachting eind 2025 opgeleverd. De impactanalyse brengt de financiële en personele gevolgen van de Omgevingswet voor de korte en lange termijn in beeld. De veranderingen die beoogd zijn met de Omgevingswet zullen niet van vandaag op morgen geregeld zijn. We zitten in een periode van transitie. Deze periode loopt zeker tot 1 januari 2030. Omgevingsvisie en burgerparticipatie Eind 2022 is gestart met het traject om te komen tot een gemeentelijke omgevingsvisie. Dit planproces, waarin burgerparticipatie een intensieve rol heeft gespeeld, heeft bijna drie jaar geduurd.
In het vierde kwartaal van 2025 is de omgevingsvisie vastgesteld met de titel ‘Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt’. Voor een omgevingsvisie geldt een wettelijke verplichting om een mer-procedure te doorlopen. Hiervoor is een Omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. Een OER gaat verder dan de klassieke milieuthema’s van een MER, zoals bodem, geluid en luchtkwaliteit. De Commissie mer heeft advies uitgebracht over de ontwerp-omgevingsvisie; dit advies samen met de ingekomen zienswijzen is meegenomen in de besluitvorming. De nieuwe visie is een dynamisch en strategisch document dat beter aansluit op de snel veranderende maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen. Naar verwachting zal de omgevingsvisie regelmatig (vermoedelijk in iedere raadsperiode) worden geactualiseerd, waarbij de beleidscyclus en monitoring een belangrijke rol zullen spelen. Met de vaststelling van de omgevingsvisie beschikt de gemeente over nieuw strategisch omgevingsbeleid op thema’s als wonen, werken (economie), klimaat, groen en landschap, voorzieningen (winkels, sport, zorg, onderwijs), cultuurhistorisch erfgoed, gezondheid, recreatie en toerisme en mobiliteit. De visie vormt de basis voor het ruimtelijke beleid en het strategische kader waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst.
Daarnaast is de visie het fundament om verder te werken aan het omgevingsplan en diverse omgevingsprogramma’s die thematisch en gebiedsgericht (Kerkrade-oost) zullen zijn. Een voorbeeld van een thematisch programma zijn wonen, duurzaamheid en vergroening. Burgerparticipatie speelt een belangrijke rol bij de implementatie van de Omgevingswet. Het opstellen van de omgevingsvisie is aangemerkt als pilot voor burgerparticipatie. Ook bij andere kerninstrumenten: het omgevingsplan, programma’s en de omgevingsvergunning, wordt burgerparticipatie ingezet.
84
Omgevingsplan In het omgevingsplan worden alle regels voor de fysieke leefomgeving samengebracht. Dit is een complexe opgave die een zorgvuldige voorbereiding vereist. Vanaf 2026 kunnen gemeenten geen gebruik meer maken van de zogenoemde TAM-IMRO-plannen (een tijdelijke variant om urgente gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken). Vanaf dat moment moet de gemeente werken volgens de nieuwe digitale standaarden om een wijziging van het omgevingsplan mogelijk te maken. Dit gaat via de nieuwe standaard: Standaard officiële publicaties en toepassingsprofielen (STOP-TPOD). Na vaststelling van de omgevingsvisie start de gemeente in 2026 met het opstellen van een nieuw omgevingsplan. Hierin worden nieuwe ruimtelijke regels opgesteld, de Bruidsschat (een set aan Rijksregels die zijn overgedragen naar gemeenten) verwerkt en alle verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving geïntegreerd. Gemeenten hebben tot uiterlijk 2032 de tijd om te komen tot één integraal nieuw omgevingsplan.
3. Realiseren stedenbouwkundige her-invulling van het terrein rondom Kaalheide, onder meer via 'Kaalheide bruist' Relatie met taakveld(en): 8.2 Partijen hebben in 2025 gewerkt aan het uitwerken van hun afzonderlijke businesscases. Begin 2026 wordt naar verwachting de samenwerkingsovereenkomst getekend. Op basis hiervan kan de gemeentelijke grondexploitatie worden opgesteld en ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Daarna worden de ruimtelijke procedures opgestart voor de vergunning voor fase 1 en de wijziging van het omgevingsplan.
4. Implementeren van wijk- en buurtbudgetten Relatie met taakveld(en): 8.2 Het leefbaarheidsbudget/wijkbudget is een stimuleringsbudget bedoeld om activiteiten ter bevordering van de leefbaarheid en de sociale cohesie in de wijken c.q. buurten aan te jagen. We zien dat o.a. betrokken bewoners, ondernemers, verenigingen activiteiten ontplooien die een wezenlijke bijdrage leveren in het kader van participatie. Het individueel kunnen meedoen aan activiteiten wordt hierdoor voor vele mensen mogelijk gemaakt. Om dit soort activiteiten te financieren wordt dikwijls een beroep gedaan op het leefbaarheidsbudget c.q. het wijkbudget. De gemeente kan het leefbaarheidsbudget/wijkbudget inzetten als cofinanciering bij verschillende activiteiten. In de drie wijken wordt gestreefd om het leefbaarheidsbudget/wijkbudget zo efficiënt en gelijkmatig in te zetten in de verschillende buurten per wijk. Daarnaast wordt het ook ingezet voor het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven die een wezenlijke bijdrage leveren voor de buurt en of wijk.
5. Herinvulling ruimte voormalig complex D’r Pool Relatie met taakveld(en): 8.2 Tegen de vaststelling door de raad van het bestemmingsplan D’r Pool is in juli 2024 door een aantal omwonenden beroep aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Onduidelijk is wanneer het beroep behandeld zal worden; naar verwachting voorjaar 2026. De sloop van D'r Pool is behoudens de kelderwand parallel aan de Engerweg, inmiddels grotendeels afgerond. De kelderwand aan de Engerweg dient nog gesloopt te worden. De bouwput wordt vervolgens met grond aangevuld en bouwrijp gemaakt. Na verkrijging van een onherroepelijk bestemmingsplan c.q. omgevingsplan na een positieve uitspraak van de Raad van State m.b.t. het tegen het bestemmingsplan ingestelde beroep, zal door de ontwikkelaar de bouwrijpe grond worden verworven. Ook zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd, Een bouwstart is eind 2026 / begin 2027 voorzien. De bouwwerkzaamheden zullen naar verwachting circa 21 maanden in beslag nemen. Noot: afhankelijk van de kosten van sloop van de kelderwand aan de Engerweg en de kosten van het bouwrijp maken bestaat de kans dat een aanvullend budget aangevraagd dient te worden.
85
6. Gemeentelijke infrastructuur Relatie met taakveld(en): 8.2 De knelpunten in de gemeentelijke infrastructuur worden onderzocht en zullen dienen als onderlegger voor het programma wegreconstructies en civieltechnische kunstwerken. In het kader van versnelling woningbouw in Kerkrade Centrum is in 2023 een Rijkssubsidie ad €6,55 miljoen excl. btw ontvangen voor het verbeteren van de bereikbaarheid door het verbeteren van een aantal infrastructurele knooppunten (zie paragraaf 2 Verkeer, vervoer en waterstaat). Bij de Rijkssubsidie hoort tevens een resultaatverplichting voor de realisatie van 290 woningen.
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 8
REK.
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2025
2026
2024
2027
2028
2029
LASTEN 8.1 Ruimte en leefomgeving
423
531
516
511
511
511
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
901
2.046
234
23
23
23
8.3 Wonen en bouwen
5.261
5.518
5.025
4.311
4.266
4.251
TOTAAL LASTEN
6.586
8.096
5.774
4.845
4.800
4.786
8.1 Ruimte en leefomgeving
73
38
29
29
29
29
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
966
1.333
625
173
193
213
8.3 Wonen en bouwen
3.821
2.371
1.033
966
966
966
TOTAAL BATEN
4.860
3.742
1.686
1.167
1.187
1.207
BATEN
Investeringen bedragen * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2025
2026
2027
2028
2025 2029
2029
I Reguliere investeringen 8.1
Proj. Volkshuisvestingsfonds 1.0
u
m
400
140
140
280
0
960
8.1
Proj. Volkshuisvestingsfonds 2.0
u
m
167
167
167
167
167
835
8.1
Proj. Volkshuisvestingsfonds 4.0
u
m
150
150
150
150
150
750
8.3
Herinrichten woonwagenplaatsen
u
e
150
150
150
150
150
750
8.3
Gbe Rolduckerveld
u
e
450
450
450
450
450
2.250
u
e
312
0
0
0
0
312
-
-
1.500
0
0
0
0
1.500
3.129
1.057
1.057
1.197
917
7.357
II Overige investeringen 8.3
Leefbaarheid centrum
III Leningen 8.3
Startersregeling
Totaal Programma 8 ¹ V = vervangingsinvestering, U = uitbreidingsinvestering
² E = investering met economisch nut, M = investering met maatschappelijk nut
86
D. Toelichting op financiële mutaties en overige vermeldenswaardige zaken Financiële mutaties Exploitatie Wijkbudgetten Gebiedsregisseurs (8.3) Vanaf 2025 is er structureel € 45.000 in de begroting beschikbaar voor de gebiedsregisseurs. Het college heeft gekozen om wijkgericht werken integraal op te pakken. Dit zorgt in de wijk ook voor integrale intiatieven die vanuit diverse domeinen worden ondersteund. Met deze ophoging van de wijkbudgetten kan ook aan fysieke initiatieven in de wijk een bijdrage worden geleverd. Leges (8.3) Door enkele grote bouwprojecten binnen de gemeente Kerkrade vallen de legesinkomsten voor 2025 hoger uit dan begroot. Het betreft hier vooral bouwactiviteiten op bedrijventerreinen en enkele projectmatige bouwlocaties van woningstichtingen. Daarnaast is het totaal aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen in Kerkrade (conform een landelijke trend) in 2025 toegenomen. Voor het jaar 2025 kunnen de leges positief worden bijgesteld met € 850.000. Voor het afhandelen van de vergunning en het toezicht houden op de bouwwerkzaamheden is voor het jaar 2025 een inhuurbudget van € 275.000 voorzien. Per saldo resteert een meevaller van € 575.000. Verder wordt verwezen naar programma 0 diverse belastingen en leges.
Investeringen Projecten Volkshuisvestingsfonds 4.0 In september heeft de raad ingestemd met de regeling herstructurering Volkshuisvestingsfonds (VHF 4) met de cofinanciering van € 1.495.000. Hiervoor is er vanaf 2025 jaarlijks € 150.000 beschikbaar in het investeringsprogramma.
Overige vermeldenswaardige zaken Project 13 bouwkavels SUPERLOCAL De verkoopprocedure van 13 van de 20 bouwkavels in het plangebied van SUPERLOCAL is in juli 2025 afgerond. Projectontwikkelaar HVG Real Estate heeft de verkoopprocedure gewonnen. Met de verkoop is een bedrag van € 430.092,72 excl. btw gemoeid welke ten gunste wordt gesteld aan de grondexploitatie SUPERLOCAL. Project kloostervleugel Pannesheide (Vlinderheide) + parkomgeving In december 2024 heeft de gemeente Kerkrade, met inachtneming van diverse randvoorwaarden en uitgangspunten, medewerking verleend aan het verzoek om projectduurverlenging tot 1 oktober 2026 van projectontwikkelaar Steenvlinder. Het handelt zich hierbij om de gemeentelijke subsidie ad. €300.000 t.b.v. de renovatie van de historische kloostervleugel. Daarnaast is er vanuit het investeringsprogramma 2025 bij het onderdeel 5.7 “Leefbomenbos/ Park Klooster Pannesheide” een bedrag ad. €250.000 beschikbaar gesteld voor de herinrichting van Park Vlinderheide. In de eerste helft van 2025 is fase 1 van het park aangelegd. In het plantseizoen 2025/2026 zal worden gestart met de tweede fase van de aanleg en aanplant van het park. Industriestraat-Koempelstraat In Q3 van 2025 is gestart met het bouwrijp maken van de bouwlocatie Industriestraat-Koempelstraat. De bouw van de woningen wordt door Wonen Zuid uitgevoerd in de eerste helft van 2026.
Aansluitend wordt het woonrijp maken van de openbare ruimte opgepakt door de gemeente, wat op basis van de huidige inzichten in Q3 van 2026 zal worden afgerond. Daarna kunnen de woningen door Wonen Zuid worden verhuurd. Kaffebergsweg In het kader van het woonoffensief zijn locaties aan de Kaffebergsweg naar voren gekomen om woningbouw te realiseren. De gronden zijn in eigendom van de gemeente. Het is wenselijk kavels uit te geven voor het realiseren van woningen in het duurdere koopsegment en voor woningen beneden de
87
NHG-grens. Op basis van de stedenbouwkundige visie zal worden bepaald op welke manier de kavels zullen worden uitgegeven: aan een ontwikkelaar of aan particulieren. De financiële consequenties zullen worden uitgewerkt in een grondexploitatie. Het plan met de grondexploitatie wordt in 2026 aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Volkshuisvestingsfonds Uit het Volkshuisvestingsfonds 4e tranche heeft de gemeente wederom middelen gekregen om vervolg te geven om slechte particuliere woningen aan te kopen. Voor deze nieuwe subsidieronde wordt gefocust op Bleijerheide en Spekholzerheide. Inmiddels zijn de gemeente en de betrokken partijen volop aan de slag met de projecten Rolduckerveld, Bleijerheide 1, 2 en 3, Spekholzerheide 1 en 2 en Mucherveld 1 en 2. Door de extra financiële impuls van het Volkshuisvestingsfonds 4.0 kunnen we de ingeslagen weg van het verbeteren van de woningvoorraad voorzetten.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Gemiddelde WOZwaarde
CBS
Nieuw gebouwde woningen
BAG
Demografische druk Gemeenschappelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeenschappelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
CBS
Eenheid
Periode
Kerkrade
2025
214
398
312
2024
5,8
8,4
4,7
2025
79,0
70,7
76,8
€ 1.000 Aantal per 1.000 woningen %
Nederland
Limburg
COELO
€
2025
969
957
963
COELO
€
2025
1.044
1.050
1.040
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
algemene kwaliteit van de woonomgeving
burgeronderzoek
score (0 - 10)
gesloopte woningen
BAG
aantal
toegevoegde woningen : - nieuwbouw - verbouwing leegstand woningen in relatie tot woningvoorraad (1 jan.) leegstand nietwoningen in relatie tot voorraad niet-woningen (1 jan.)
BAG
aantal
2020
2021 6,9
2023
2024
7,3
-
2
1
205
65
71 9 4,2
159 11 6,3
5 6 5,8
119 79 4,0
22,4
19,7
17,4
27,5
BsGW Limburg (woz-registratie)
%
32 87 3,9
BsGW Limburg (woz-registratie)
%
22,7
88
2022
Paragrafen
89
90
§1. Lokale heffingen
Algemeen In deze paragraaf staan het beleid van en de opbrengsten over de gemeentelijke heffingen en leges. In de jaarlijkse Tarievennota staan de tarieven, uitgangspunten en ontwikkelingen.
a. Beleid lokale heffingen en kwijtschelding Tarieven De tarieven 2026 moeten nog worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2026 (raad december 2025) zal de raad hierover een besluit nemen. Voor 2026 is gerekend met de verhoging van 1,5% waartoe al eerder is besloten. De ozb-druk wordt daarmee € 7 hoger t.o.v. 2025. Zie ook de toelichting bij programma 0. Bij afval en riool bedragen de verhogingen circa € 10 resp. € 3 per jaar, als gevolg van de gestegen kosten. In totaal stijgt daarmee de gemiddelde lastendruk naar huidige inzichten met circa € 20 in 2026 (hetgeen neerkomt op € 1,67 per maand). Wat dit betekent voor onze plaats op de lijst met gemeentelijke woonlasten is op dit moment nog
91
niet te zeggen. De tarieven 2026 moeten nog definitief worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2026 (raad december 2025) zal de raad hierover een besluit nemen. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door BsGW. Bij het kwijtscheldingsbeleid wordt de maximale toegestane norm gehanteerd. Dat is 100% van de bijstandsnorm. De landelijke minimale norm is 90%. De kwijtscheldingsregeling beperkt zich tot de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing (vast tarief) en het rioolrecht. Voor het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding worden de criteria van de Invorderingswet 1990 gehanteerd. Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, worden de kosten van kwijtschelding voor riool en afval doorbelast. Kostendekkendheid Voor zowel heffingen als rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Het gaat hier om de Rioolheffing, Afvalstoffenheffing, Markt- en marktpromotiegelden, Leges en Lijkbezorgingsrechten. Bij de berekening van de kostendekkendheid wordt rekening gehouden met directe kosten, salariskosten en kosten van overhead. De kosten van overhead zijn gebaseerd op de naar de producten toegerekende uren. • Rioolheffing en Afvalstoffenheffing In onderstaande tabellen is een indicatief overzicht opgenomen naar de inzichten van juli 2025.
Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de tarieven 2026 zullen de cijfers worden geactualiseerd. De geraamde mutaties van de voorziening en reserve kunnen dus nog wijzigen. Kostendekkendheid riool Directe kosten* Kapitaallasten Mutatie in voorziening Doorbelastingen vanuit andere taken** Totaal kosten Rioolheffing Overige opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2026 1.860.900 1.515.600 0 2.304.200 5.680.700 5.678.500 2.200 5.680.700 100%
* Dit betreft kosten van inspecties en onderhoud (€ 682.700), BSGW (€ 180.000), salarissen en sociale lasten (€ 379.500), Waterschapslasten (€ 102.800), kolkenzuigen (€ 80.000), ongediertebestrijding (€ 50.000), onderhoud ZL-bassins (€ 100.000), recognities (€ 23.000) en overige kosten (€ 262.900) ** Dit betreft overhead (€ 602.400), straatreiniging (€ 419.200), rente oude investeringen (€ 770.000), kwijtschelding (€ 449.200), en toerekening compensabele btw (€ 83.400)
Kostendekkendheid afval Directe kosten* Doorbelastingen vanuit andere taken**
2026 6.263.800 1.423.200
Totaal kosten Afvalstoffenheffing– vastrecht variabele opbrengst Dividend RD 4 NV Egalisatie reserve Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
7.687.000 7.156.000 31.000 500.000 7.687.000 100%
* Directe uren (€ 288.900), kosten Rd4 (€ 5.647.900), kosten BSGW (€ 326.000) en overige kosten (€ 1.000) ** Overhead (€ 144.600), straatreiniging (€ 117.800), kwijtschelding (€ 518.000) en (toerekening) compensabele btw (€ 642.800)
92
•
Overige rechten en heffingen
Kostendekkendheid Marktgelden/ -promotie Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2026 108.000 351.100 459.100 109.200 109.200 24%
Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2026 112.500 60.500 173.000 54.300 54.300 31,4 %
Kostendekkendheid Leges Titel 1* Titel 2* 204.800 610.000 884.800 464.900 1.089.600 1.074.900 556.000 796.700 556.000 796.700 51% 74%
Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
Titel 3* 1.000 171.300 172.300 21.200 21.200 12%
* Titel 1 Algemene dienstverlening, Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning, Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn.
93
2026 Totaal 815.800 1.521.000 2.336.800 1.373.900 1.373.900 59%
b. Raming opbrengsten uit heffingen (overzicht op hoofdlijnen) bedragen * € 1.000
Taakveld 0.2
Opm. 3
2026 Leges persoonsdoc., burg.stand, rij/reisdocumenten
2027
2028
2029
547
570
570
570
16.116
16.502
16.517
16.717
0.61/0.62 1
Onroerendezaakbelastingen
0.63/2.2
1, 4
Parkeergelden/boetes
619
619
619
619
0.64
1
Hondenbelasting
89
89
89
89
0.64
1
Reclamebelasting
54
54
54
54
0.64
1
Precariorechten
83
83
83
83
1.2
Diverse leges uitvoering bijzondere wetten
21
21
21
21
3.3
Markt- en marktpromotiegelden
95
95
95
95
Toeristenbelasting en Marketingbijdrage GaiaZoo
266
266
266
266
Kermissen
16
16
16
16
3.4
1
3.4 7.2
2
Rioolheffing
5.756
5.851
5.947
6.047
7.3
2
Afvalstoffenheffing
7.156
7.472
7.472
7.672
7.5
Lijkbezorgingsrechten
44
44
44
44
8.3
Leges omgevingsvergunning
797
802
802
802
Div.
Diverse leges
35
35
35
35
31.694
32.519
32.630
33.130
Totaal
1. Niet bestedingsgebonden en geen eisen m.b.t. kostendekkendheid. 2. Verloopt budgettair neutraal via de voorziening riolen resp. egalisatiereserve afvalverwerking. 3. Onder aftrek van de af te dragen rijksleges. 4. Inclusief opbrengsten parkeergarages welke privaatrechtelijk worden geïnd.
Voor een toelichting op de diverse belastingen en heffingen wordt verwezen naar de jaarlijkse Tarievennota.
c. Lokale lastendruk De lokale lastendruk 2025 is door COELO (bronhouder) gemiddeld becijferd op € 1.044 voor een Kerkraads gezin (woonlasten eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden). Volgens COELO is dit landelijk gemiddeld € 1.063 en in Limburg gemiddeld € 1.064. Kerkrade zit ondanks de verhoging van 2025 onder deze gemiddelden. De mediaan is het middelste getal in een (oplopende) getallenreeks. De mediaan is € 1.034, dat wil dus zeggen dat het gemiddelde beïnvloed wordt door uitschieters aan de onderkant en bovenkant. Volgens COELO liggen in 67% van de Nederlandse gemeenten de gemiddelde woonlasten tussen de € 800 en € 1.100. COELO gebruikt bij de berekening van de gemiddelde OZB aanslag de gemiddelde waarde van koopwoningen. Gemeenten moeten uiteraard bij hun tariefstelling wel rekening houden met de waarde van de huurwoningen. Een overzicht van de lokale woonlasten 2025 in de Parkstadgemeenten is opgenomen in onderstaande tabel.
94
bedragen in € voor meerpersoonshuishoudens
Jaar 2025
Woonlas ten
Rioolheffing
Afval/ reinigingsheffing
Gem. OZB woningen
Beekdaelen Brunssum Heerlen Landgraaf Kerkrade Simpelveld Voerendaal
1.162 1.021 1.041 1.028 1.044 1.183 1.281
351 286 206 266 240 346 382
365 343 401 350 343 322 347
445 392 434 412 461 516 553
Gemiddelde waarde woning (voorlopig) 372 277 280 310 265 328 402
Via de 'lokale lastencalculator' van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) kunnen de inwoners hun woonlasten berekenen op basis van hun eigen specifieke situatie. De link naar de lokale lastencalculator is https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten/lokale-lasten-calculator/ Middels de jaarlijkse Tarievennota stelt de raad steeds in december de tarieven vast. In het najaar wordt een inschatting gemaakt van de gegevens die nodig zijn om de tarieven te bepalen. Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling, o.a. als gevolg van definitieve afronding taxatieprocessen voor de wet WOZ en bezwaar en beroep. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de landelijke cijfers van de basisset (COELO) op onderdelen standaard uitgangspunten worden gehanteerd voor de berekeningen, o.a. bij het hanteren van DIFTAR. De uiteindelijke lastendruk kan achteraf anders uitvallen. In Kerkrade zijn er bijvoorbeeld, in verband met het ledigingsschema van de Rd4, minder ledigingen mogelijk dan waar COELO standaard van uitgaat.
95
§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over de weerstandscapaciteit, de risico's, het beleid, diverse kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in een incidentele en structurele component. Onder de incidentele component wordt verstaan de algemene reserve, de post onvoorzien incidenteel, de stille reserves en de incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Onder de structurele component wordt verstaan de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien structureel en de structurele begrotingsruimte.
a. Weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen is voor het begrotingsjaar 2026 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. De ratio is het resultaat van de verhouding tussen de (in onderdeel b. Weerstandscapaciteit) berekende weerstandscapaciteit en de (in onderdeel c. Risico’s) gekwantificeerde restrisico’s.
Ratio weerstandsvermogen
2026 1.6
2027 1.6
2028 1.7
2029 1.8
De norm die de gemeente Kerkrade gebruikt, is gebaseerd op de risicomatrix van de Universiteit Twente. Er is geen landelijke “norm” waaraan voldaan moet worden. De tabel geeft alleen een relatieve indicatie waarbij waarderingsscore A het hoogst haalbare is en waarderingsscore F de slechtste score is.
96
Waarderings-score A B C D E F
Ratio >= 2.0 1.4 < 2.0 1.0 < 1.4 0.8 < 1.0 0.6 < 0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als (gewenst) risicoprofiel een middenpositie in: risico’s worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico’s durven te nemen en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn. Volgende bovenstaande tabel is het weerstandsvermogen van de gemeente Kerkrade in 2026 ruim voldoende.
b. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is voor het Begrotingsjaar 2026 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. Algemene Reserve Bedrag * € 1.000 per 1 januari
Algemene Reserve Algemene Reserve OBK Reserve exploitatie (vrije ruimte) Totaal
2026 8.465 1.250 6.751 16.467
2027 8.965 1.250 6.051 16.267
2028 9.465 1.250 6.294 17.010
2029 9.965 1.250 6.294 17.510
Voor wat betreft de algemene reserve geldt dat altijd een bepaalde omvang noodzakelijk is, bijvoorbeeld om risico's of een (onverwacht) negatief jaarrekeningresultaat op te kunnen vangen. Stille reserves Van stille reserves is sprake indien de reële marktwaarde van de activa (bezittingen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het bezit al geheel of gedeeltelijk afgeschreven is, maar nog wel bruikbaar voor een geïnteresseerde koper. Vaak worden als stille reserves genoemd gronden, gebouwen en aandelen. Praktisch gezien moeten deze bezittingen ook verkoopbaar zijn, willen zij dienen als weerstandsvermogen. Als dat zo is, doet zich tot slot nog het probleem voor van waardebepaling. De gemeente Kerkrade heeft nog diverse gronden, gebouwen en aandelen in bezit waarvan de marktwaarde de boekwaarde zou kunnen overstijgen. De meeste daarvan zijn echter niet verkoopbaar, bijvoorbeeld de gronden in een aangewezen groengebied, het raadhuis of het stadskantoor. In het verleden zijn verkoopbare stukken groen en gebouwen die als niet-strategisch werden beschouwd reeds gedeeltelijk afgestoten. Deze beleidslijn wordt doorlopend voortgezet. Er is geen sprake van een bedrag uit stille reserves dat bij de weerstandscapaciteit wordt betrokken. Begrotingssaldo Een begrotingsoverschot mag tot de weerstandscapaciteit worden gerekend.
Van structurele begrotingsruimte is sprake als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo. Overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele ruimte. Voor een overzicht van het begrotingssaldo wordt verwezen naar Financiële begroting, 1. Overzicht van lasten en baten, a. Totaaloverzicht begrotingssaldo. Voor de berekening van het weerstandsvermogen laten wij deze post vooralsnog buiten beschouwing. Onvoorzien en onvermijdbaar In de begroting is in de exploitatie opgenomen de jaarlijkse post “onvoorzien”. Dit betreft een structurele post van in totaliteit € 228.000. Daarnaast is in het investeringsprogramma een jaarlijkse post “onvermijdbaar” opgenomen van € 58.000. Dit vergroot de beschikbare middelen voor onvoorziene
97
omstandigheden. Deze posten kunnen worden ingezet ten behoeve van de dekking van de in de loop van het jaar opkomende incidentele niet voorziene uitgaven resp. investeringen. In de bijlage 'Overige risico's' van dit document is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat deze bedragen separaat worden meegenomen ter afdekking van de risico’s van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen. Ze worden daarom niet nog eens betrokken bij de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Indien er ruimte bestaat om belastingen en heffingen te verhogen, betekent dit een mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. In de praktijk wordt hiervoor ook vaak gekeken naar de lastendruk ten opzichte van andere gemeenten. Meer informatie over de lastendruk is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en rekening. Deze mogelijke extra ruimte wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het weerstandsvermogen. Overig Daarnaast zijn er nog twee posten die niet tot de weerstandscapaciteit gerekend mogen worden, maar wel op hun eigen wijze risico's afdekken, te weten: bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Bestemmingsreserves worden niet gekwalificeerd als weerstandscapaciteit.
Deze worden dus niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Een andere aanwending van deze reserves kan beleidsmatige of financiële gevolgen hebben omdat er sprake is van verplichtingen of omdat zij een egaliserende werking hebben. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s die redelijkerwijs te schatten zijn en die hun oorsprong vinden in het huidige of eerdere begrotingsjaren. Een voorziening moet groot genoeg zijn om het risico of de verplichting te dekken, dus niet te laag, maar ook niet te hoog. Daarom worden voorzieningen niet gerekend tot de weerstandscapaciteit.
c. Risico's Een risico is een gebeurtenis die een (negatief) gevolg voor de gemeente met zich mee kan brengen. Per risico wordt aangegeven of sprake is van een bestaande dekking. Indien de schatting is dat de bestaande dekking voldoende is, vindt geen kwantificering plaats. Het eventuele (rest)risico word gekwantificeerd. De gekwantificeerde risico's, die van belang zijn voor de berekening van het weerstandsvermogen, zijn weergegeven in onderstaande tabel. Enkele bedragen zijn verhoogd omdat de onderliggende posten in de loop der tijd in omvang gegroeid zijn. bedragen * € 1.000
Risico's Algemene uitkering Sociaal domein Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Parkstad Limburg Stadion (PLS) / Roda JC Kerkrade Beheer kapitaalgoederen Algemeen Totaal
2.800 2.100 0 1.600 1.600 2.300 10.400
Enkele overige risico’s onder andere van de bedrijfsvoering (het dagelijks handelen) zijn opgenomen in de bijlage §2. Weerstandsvermogen: 'Overige risico's' van de begroting.
98
Hieronder volgen de risico's. Algemene uitkering Toelichting Het Rijk brengt jaarlijks voor het gemeentefonds drie circulaires uit: in mei, september en december. Soms zijn er ook berichten tussendoor. De circulaires hebben gevolgen voor de gemeentefinanciën. Deze gevolgen worden berekend en opgenomen in de meerjarenbegroting. Een circulaire kan leiden tot tegenvallers of meevallers. De verschillen zijn soms groot. De nieuwe financieringssystematiek vanaf 2025 moet zorgen voor meer stabiliteit, maar lijkt door de huidige relatief hoge inflatiecijfers wel nadelig te zijn voor gemeenten. Bestaande dekking Bij de berekeningen van de AU wordt uitgegaan van actuele basisgegevens. De omvang van de algemene uitkering loopt gelijk met de ontwikkeling van de uitgaven van de verschillende ministeries. Als sprake is van financiële tegenvallers op de korte termijn, is het voor de gemeente moeilijker om nog met oplossingen te komen. Bij financiële tegenvallers op de lange termijn is dit beter mogelijk. Daarom houden wij in het weerstandsvermogen rekening met een bedrag om dit risico (voor de korte termijn) af te dekken. Kwantificeren (rest)risico Wij gaan uit van een bedrag van afgerond € 2,8 miljoen. Dit is ongeveer 2% van de recente algemene uitkering, exclusief de integratie-uitkering participatie (sociaal domein).
Sociaal Domein (SD)/ Open-einde regelingen Toelichting Ten gevolge van het gegeven, dat de regelingen in het sociaal domein open-eind regelingen zijn, kunnen er grote schommelingen in de uitgaven optreden. Bestaande dekking Bij de overgang van de taken van het Rijk naar de gemeente was de aandacht vooral gericht op het laten doorgaan van de zorg. Nu de taken al enkele jaren bij de gemeente liggen, is de focus gericht op het beheersen van de uitgaven. Kwantificering (rest)risico Schommelingen aan zowel de inkomsten- als uitgavenkant zullen blijven. Op basis van de gegevens van de afgelopen jaren in samenhang met de gestegen uitgaven, houden wij rekening met een risico van afgerond 3% van de uitgaven sociaal domein, zijnde € 3,6 miljoen. Hier trekken wij de vaste buffer voor open-einde regelingen van € 1,5 miljoen van af. Het restrisico is dan € 2,1 miljoen. Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Toelichting Het grondbeleid volgt het ruimtelijk beleid en richt zich daarmee op het ontwikkelingsprogramma woningbouw en op het ontwikkelingsprogramma bedrijventerreinen. De resultaten van het Grondbedrijf betreffen de winsten en verliezen uit grondexploitaties. In de periode 2025-2029 zijn voor een bedrag van ongeveer € 0,25 miljoen aan resultaten te realiseren. Hier kunnen bepaalde risico’s zijn. Er kan sprake zijn van tegenvallers aan de inkomstenkant maar ook aan de uitgavenkant.
Een toelichting op de risico’s van de grondexploitatie staat in de paragraaf grondbeleid. Bestaande dekking Het bedrag van de algemene reserve OBK is apart betrokken bij de weerstandscapaciteit. De reserve grondexploitatie OBK (=werkreserve grondbedrijf) is onder andere bedoeld voor verliezen uit de grondexploitaties. Het saldo wordt eind 2029 geschat op ongeveer € 4,05 miljoen. Hiervan is € 2,83 mln. bestemd voor het dekken van verliezen uit herstructureringsprojecten in de periode 2026-2029. Daarmee is in het verloop van de reserve nog geen rekening gehouden, omdat die projecten in voorbereiding zijn en de te verwachten verliezen nog niet kunnen worden ingeschat. Daarnaast verwacht de gemeente dat
99