CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Burgers en Samenleving 16 juni 2026, gemeente Kerkrade37.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Burgers en Samenleving van 16 juni 2026 1

Opening door de voorzitter

2

Vragenuurtje

3

Spreektijd voor het publiek

4

Vaststelling van de agenda Verzoek tot toevoegen motie 'aansluiten op extra inzet Provincie voor Limburgse taal' als agendapunt 7.3. 2026-06-16_Commissie Burgers en Samenleving_Agenda 02 juni overzicht portefeuillehouders Motie Ons Kerkrade Aansluiten op extra inzet Provincie voor Limburgse taal

5

Vaststelling van de besluitenlijst commissie B&S 3 februari 2026 vragen of wijzigingsvoorstellen dienen vooraf bij de griffie te worden ingediend 1 Besluitenlijst B&S 3 februari 2026

6

Akkoordstukken

7

Bespreekstukken

7.1

Ontwerpbesluit verruimen leenfaciliteit Stichting SKOOL Indien u werkt via de app treft u de vragen en de antwoorden aan onder de lijstitems (dit staat onder het onderwerp). De geheime bijlage ligt voor de raads- en burgercommissieleden ter inzage bij de griffie. Graag hiervoor een afspraak maken. 20260529 Ontwerpbesluit verruimen leenfaciliteit stichting SKOOL 26Tl036 nota van toelichting ontwerpbesluit verruimen leenfaciliteit Stichting SKOOL

7.2

Ontwerpbesluit vaststellen Verordening Leerlingenvervoer 2026 Indien u werkt via de app treft u de vragen en de antwoorden aan onder de lijstitems (dit staat onder het onderwerp). Ontwerpbesluit Verordening Leerlingenvervoer 25Rb037 Nota van toelichting Verordening Leerlingenvervoer 25Tl034 Verordening Leerlingenvervoer 2026 Gemeente Kerkrade Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen Advies Adviesraad Maatschappelijke ondersteuning

8

Lijst van toezeggingen Lijst van toezeggingen: https://portal.ibabs.eu/ListReport/View/cadde85a-f243-4e34-92ab-2b12cc1629dd U kunt als burger inloggen aan de hand van de volgende gegevens: Site: Kerkrade Gebruikersnaam: burger Wachtwoord: burger Toezeggingen commissie B&S juni 2026

9

Sluiting

Agenda Commissie Burgers en Samenleving Nr. 26it00891 Datum Tijd Locatie Voorzitter Toelichting

16-06-2026 19:00 - 22:00 Raadzaal

Commissieleden kunnen voorafgaand ook vragen stellen. Stuur uw vragen naar de griffie. Vragen en antwoorden worden ook opgenomen bij het betreffende agendapunt. 1

Opening door de voorzitter

2

Vragenuurtje

3

Spreektijd voor het publiek

4

Vaststelling van de agenda

5

Vaststelling van de besluitenlijst commissie B&S 3 februari 2026 vragen of wijzigingsvoorstellen dienen vooraf bij de griffie te worden ingediend

6

Akkoordstukken

7

Bespreekstukken

7.1

Ontwerpbesluit verruimen leenfaciliteit Stichting SKOOL worden 9 juni aangeleverd

7.2

Ontwerpbesluit vaststellen Verordening Leerlingenvervoer 2026

8

Lijst van toezeggingen

9

Sluiting

Raadsgriffie Alle leden van de Raadscommissies en leden van het college B&W

Bezoekadres:

Markt 1 Ambtenaar

Griffie Telefax Zaaknummer Uw brief van

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Datum

3 juni 2026 Onderwerp

Uitnodiging portefeuillehouders commissies 15, 16, 17 en 18 juni 2026 Bijlage(n) -0-

Onder verwijzing naar artikel 19 RvO–commissies worden de volgende portefeuillehouders uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen:

Commissie AZM maandag 15 juni 2026 aanvang 19.00 uur Ontwerpbesluit Verordening Paracommercie Ontwerpbesluit Wegsleepverordening

burgemeester Dassen burgemeester Dassen

Commissie B&S dinsdag 16 juni aanvang 19.00 uur Ontwerpbesluit verruimen leenfaciliteit Stichting SKOOL Ontwerpbesluit vaststellen Verordening Leerlingenvervoer 2026

wethouder Vinken wethouder Vinken

Commissie GEZ woensdag 17 juni aanvang 19.00 uur Ontwerpbesluit realisatie Poppodium Flexiforum Live Ontwerpbesluit mandaat- en machtigingsbesluit mer-beoordelingsbesluiten

wethouder Geers wethouder Heijltjes

Financiële commissie 18 juni aanvang 19.00 uur Bestuursrapportage 2026 Ontwerpbesluit Jaarrekening 2025

wethouder Paas wethouder Paas

Postbus 600 6460 AP Kerkrade Telefoon 045 – 567 67 67 Telefax 045 – 567 63 95

ING Bank Kerkrade 67.31.10.672 Postbank 1031755 BNG 28.50.04.484

Motie: aansluiten op extra inzet Provincie voor Limburgse taal

Gemeente Kerkrade Aan de voorzitter van de Gemeenteraad

Kerkrade, 16 juni 2026,

De raad van de gemeente Kerkrade, Bijeen op woensdag 1 juli 2026; Constaterende dat: •

• •

De Provincie Limburg in de Voorjaarsnota 2026 een bedrag van € 3 miljoen extra beschikbaar heeft gesteld voor het behoud, de versterking en de digitalisering van de Limburgse taal, zie het bericht van 12 juni 2026 via https://www.limburg.nl/actueel/nieuws/nieuwsberichten/2026/juni/e3-miljoen-extralimburgse-taal/; de Provincie daarbij inzet op onderwijs, cultuur, kennisontwikkeling, digitalisering, taalcorpora en innovatieve toepassingen zoals spraaktechnologie en kunstmatige intelligentie; de gemeenteraad van Kerkrade reeds beleid heeft vastgesteld voor het behoud en de bevordering van het Kirchröadsj middels het beleidskader "Kirchroa Hei weëd plat jekald";

Overwegende dat: • • • • •

Het Kirchröadsj een belangrijk onderdeel vormt van de identiteit, geschiedenis en culturele rijkdom van Kerkrade; de provinciale extra investering kansen biedt om uitvoering te geven aan de gemeentelijke ambities op het gebied van taalbehoud en taalontwikkeling; samenwerking tussen gemeente, provincie, onderwijsinstellingen, erfgoedorganisaties, verenigingen en vrijwilligers kan bijdragen aan een duurzame toekomst van het Kirchröadsj; externe financiering en cofinanciering de mogelijkheden vergroten om lokale initiatieven te ondersteunen zonder extra druk op de gemeentelijke begroting; de digitale leefwereld enorm is en daardoor uitermate belangrijk is voor het behoud van ons dialect, een invalshoek is te lezen via https://www.l1nieuws.nl/nieuws/3178424/trots-opzachte-g-limburgers-delen-dialect-online

Spreekt uit dat: Kerkrade de kansen die voortvloeien uit de provinciale investering in de Limburgse taal actief dient te benutten. Roept het college op: •

Direct contact te leggen met de Provincie om aansluiting te zoeken bij de verdere uitwerking van de provinciale ambitie en de specifieke ambitie om een openbaar Limburgse taalcorpus te ontwikkelen;

• • • •

te inventariseren welke bestaande Kerkraadse initiatieven, organisaties en activiteiten kunnen bijdragen aan de provinciale doelstellingen op het digitale vlak; in overleg te treden met de Provincie Limburg over subsidiemogelijkheden, samenwerkingsverbanden en mogelijke vormen van cofinanciering; de gemeenteraad in de tweede helft van 2026 uitgebreider te informeren over de besteding van de aanvullende 3 miljoen provinciale gelden; Daarbij ook te informeren over reguliere stand van zaken zoals verwoord in de beantwoording artikel 38 vragen van Ons Kerkrade met als onderwerp Voortgang en positie gemeenteraden in aanloop naar Deel IIl-erkenning van de Limburgse taal.

En gaat over tot de orde van de dag, Namens de fractie van Ons Kerkrade Marlon Struver

Raadsgriffie BESLUITENLIJST RAADSCOMMISSIE BURGERS EN SAMENLEVING 3 februari 2026 Nr 26it00880 Voorzitter: Dhr. S.H.G. Gorissen (GroenLinks-PvdA) Aanwezige raadsleden: Dhr. M.A.G.H. Hermans (Burgerbelangen) Dhr. N. Krasovec (Ons Kerkrade) Mw. M.A.K.J. Laumann (SP) Dhr. M. Meijer (CDA) Dhr. A.R.J. Otten (Hart voor Vrijheid) Mw. C.E. Paul-Ubachs (Burgerbelangen) Dhr. D.H.M. Pouwels (Burgerbelangen) Dhr. L.H.J.F. Schlenter (Ouderenpartij Kerkrade) Dhr. M.C. Struver (Ons Kerkrade) Mw. C.J.A. Szalata-Thomas (Lokaal Alternatief) Mw. A.C. Wevers (SP) Afwezig: Mw. L. Bacher (Hart vor Vrijheid) Mw. F.L. Bosman (Burgerbelangen) Dhr. D.H.L. Douma (Ons Kerkrade)

Aanwezige niet-raadsleden: Dhr. R. Bertrand (Lokaal Alternatief) Dhr. P.A.J. Bree van (Burgerbelangen) Dhr. P.J. Caumon (CDA) Dhr. L.J.M. Christiani (Burgerbelangen) Dhr. J.P.M. Dautzenberg (Burgerbelangen) Mw. J.M.L.W. van Drunen (GroenLinks-PvdA) Dhr. M. Kannapin (VVD) Mw. G.M.C. Kortland (Ons Kerkrade) Mw. E.M.C. Kroon-Schoonhen (Burgerbelangen) Mw. M. Van Lent (Burgerbelangen) Dhr. A.G. van der Sleen (Ouderenpartij Kerkrade) Dhr. M.M.L. Thelen (Burgerbelangen) Mw. I. Wiermans (Burgerbelangen) Eveneens aanwezig Wethouder J. Roland Wethouder J. Schlangen Wethouder R. van Drunen Mevrouw M. Bonnema (gemeente Kerkrade) Mevrouw L. Jungnitsch (gemeente Kerkrade) Dhr. J. Schillings (gemeente Kerkrade) Mevr. J. Wetzelaer (commissiegriffier)

Videoverslag kunt u terugvinden: Agenda Kerkrade - Commissie Burgers en Samenleving dinsdag 3 februari 2026 19:00 - 22:00 - iBabs Publieksportaal 1 Opening door de voorzitter De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur. 2 Vragenuurtje Er zijn geen vragen gesteld. 3 Spreektijd publiek Er is geen aanmelding voor de spreektijd voor publiek. 4 Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 5

Vaststelling van de besluitenlijst van de commissievergadering B&S van 2 december 2025 De besluitenlijst wordt vastgesteld. Naar aanleiding van de besluitenlijst maakt mevr. Wevers (SP) melding van het feit dat het transcript niet op orde is. In het transcript zijn geen sprekers opgenomen, ze verzoekt de griffie om dat alsnog te doen. 6

AKKOORDSTUKKEN

Er zijn geen akkoordstukken

1

7

BESPREEKSTUKKEN

7.1

Ontwerpbesluit zienswijze voorgenomen centrumregeling Bureau Leren & Doorstromen Parkstad Wethouder Schlangen is aanwezig, geeft een toelichting en beantwoord door de commissie gestelde vragen. Hij wordt daarbij ambtelijk ondersteund door mevr. Bonnema. Naar de raad: ja, als akkoordstuk na beraadslaging in 2 termijn (23 min.) De commissie adviseert de raad het volgende besluit te nemen: 1.

Besluiten voornemens te zijn de centrumregeling Bureau Leren & Doorstromen Parkstad vast te stellen, in die zin dat het college instemt met de inhoud van de ontwerp- centrumregeling zoals deze door de centrumgemeente Heerlen is voorgelegd.

2.

Besluiten om aan de raad voor te stellen om, overeenkomstig bijgaand conceptraadsvoorstel en conceptraadsbesluit, een positieve zienswijze in te dienen ten aanzien van het voornemen van het college van Heerlen om de centrumregeling Bureau Leren & Doorstromen Parkstad vast te stellen conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Toezeggingen: Openstaande vragen:

7.2

Ontwerpbesluit nieuwe visie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad 20262035; de kracht van samen Wethouder Roland is aanwezig, geeft een toelichting en beantwoord door de commissie gestelde vragen. Hij wordt daarbij ambtelijk ondersteund door mevr. Jungnitsch. Naar de raad: ja, als akkoordstuk na beraadslaging in 2 termijn (23 min.) De commissie adviseert de raad het volgende besluit te nemen: De regionale ‘Visie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad 2026-2035. De kracht van samen’ vast te stellen. Toezeggingen: Openstaande vragen: De vergadering wordt om 20.01 uur geschorst Heropening van de vergadering om 20.05 uur Mevr. Van Lent (Burgerbelangen) verlaat de vergadering om 20.17 uur 7.3

Ontwerpbesluit inzake financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting Wethouder van Drunen is aanwezig, geeft een toelichting en beantwoord door de commissie gestelde vragen. Hij wordt daarbij ambtelijk ondersteund door de heer Schillings. Naar de raad: ja, als akkoordstuk na beraadslaging in 2 termijn (52 min.)

2

De commissie adviseert de raad het volgende besluit te nemen: Akkoord te gaan met het eenmalig beschikbaar stellen van € 297.675, --- aan de Mutsaersstichting voor borging van de continuïteit van jeugdhulp, onder de voorwaarde dat dit bedrag wordt verstrekt in de vorm van een lening met hypothecaire zekerheid. Toezeggingen: De portefeuillehouder zegt toe een informatiebijeenkomst te organiseren over het robuust zorglandschap. Hier kan dieper ingegaan worden op de zorg en de toekomst. Openstaande vragen: Portefeuillehouder geeft aan dat veel van de in de commissie gestelde vragen technisch van aard zijn en hij die nu niet kan beantwoorden. Die beantwoording moet voorgelegd worden aan de centrumgemeente. Afgesproken wordt dat partijen deze week hun nog openstaande vragen via mail bij de griffie indienen, zij verzamelen deze en dit verzameldocument wordt voor beantwoording voorgelegd. 8 Lijst van toezeggingen De lijst van toezeggingen wordt conform vastgesteld. 9 Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20.57 uur.

3

Ontwerpbesluit Nr.: 26Tl036

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat de gemeenteraad op 24 april 2024 heeft ingestemd met het beschikbaar stellen van een leenfaciliteit van maximaal € 3.500.000 aan Stichting SKOOL ten behoeve van de oprichting en ontwikkeling van Het Martin Buber; − dat Stichting SKOOL op basis van een geactualiseerde meerjarenbegroting heeft verzocht de bestaande financieringsafspraken te herzien; − dat het wenselijk is Stichting SKOOL voldoende financiële ruimte te bieden om de verdere ontwikkeling van Het Martin Buber mogelijk te maken en daarmee een volwaardig aanbod van voortgezet onderwijs in Kerkrade in stand te houden; − dat het omzetten van de bestaande lening naar een achtergestelde lening bijdraagt aan de versterking van de vermogenspositie van Stichting SKOOL; kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 26tl036, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de commissie Burgers & Samenleving d.d. 16 juni 2026 gelet op, − programma: 6. Sociaal Domein − gemeentelijk/regionaal beleidskader: raadsbesluit 24Rb023 Stichting Kerkraads Openbaar Ontdekkend Leren − wetsartikel: • artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onder f, van de Wet open overheid. (voor wat betreft de geheimhouding) • Artikel 157 Gemeentewet, Wet op het voortgezet onderwijs besluit: • • •

De bestaande lening aan Stichting SKOOL ter hoogte van € 3.500.000 om te zetten naar een achtergestelde lening. De bestaande leenfaciliteit voor Stichting SKOOL te verruimen met € 1.500.000 tot een totaalbedrag van € 5.000.000. Geheimhouding op te leggen op de geactualiseerde meerjarenbegroting van Stichting SKOOL en de hierop betrekking hebbende delen van de college- en raadsnota op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onder f, van de Wet open overheid.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 1 juli 2026.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer:

2

Nota van toelichting Kerkrade, 29 mei 2026 Nummer: 26tl036 Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 26Rb053 Commissie: •

Burgers en Samenleving

Aangeboden door: College van burgemeester en wethouders, •

Wethouder R.Vinken

Onderwerp Verruiming leenfaciliteit en achterstelling lening Stichting SKOOL

Beslispunten 1. In te stemmen met het raadsvoorstel waarin de gemeenteraad wordt voorgesteld de bestaande lening aan Stichting SKOOL ter hoogte van € 3.500.000 om te zetten naar een achtergestelde lening. 2. In te stemmen met het bijgevoegde raadsvoorstel waarin de gemeenteraad wordt voorgesteld de bestaande leenfaciliteit voor Stichting SKOOL te verruimen met € 1.500.000 tot een totaalbedrag van € 5.000.000.

Samenvatting De gemeenteraad heeft op 24 april 2024 een leenfaciliteit van maximaal € 3,5 miljoen beschikbaar gesteld aan Stichting SKOOL ten behoeve van de oprichting en ontwikkeling van Het Martin Buber. (24n00388) Op basis van de actuele leerlingontwikkeling en een geactualiseerde meerjarenbegroting heeft Stichting SKOOL verzocht de bestaande financieringsafspraken te herzien. Voorgesteld wordt de bestaande lening van € 3,5 miljoen om te zetten naar een achtergestelde lening en de bestaande leenfaciliteit te verruimen met € 1,5 miljoen tot een totaalbedrag van € 5 miljoen.

Aanleiding Het Martin Buber start na de zomervakantie van 2026 aan het derde schooljaar. Op basis van de gerealiseerde leerlingaantallen en de opgedane ervaringen heeft Stichting SKOOL haar meerjarenbegroting geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van het leerlingenaantal zich anders ontwikkelt dan bij de start van de school werd voorzien. De financiële gevolgen hiervan zijn nader uitgewerkt in de vertrouwelijk aan de gemeenteraad verstrekte meerjarenbegroting. De bestaande leenfaciliteit van € 3,5 miljoen zal naar verwachting eind 2026 volledig zijn benut. Stichting SKOOL heeft de gemeente daarom verzocht aanvullende afspraken te maken over de bestaande financieringsconstructie.

Historie Op 24 april 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het beschikbaar stellen van een leenfaciliteit van maximaal € 3,5 miljoen aan Stichting SKOOL ten behoeve van de oprichting en ontwikkeling van Het Martin Buber (24n00388). De lening is bedoeld om de opstartfase van de school financieel te ondersteunen totdat voldoende leerlingenaantallen zijn bereikt om de exploitatie volledig vanuit de Rijksbekostiging te kunnen dragen. Sinds de start van de school wordt de gemeenteraad periodiek geïnformeerd over de ontwikkeling van Stichting SKOOL, de begroting en de jaarrekening.

Voorstel Uit de geactualiseerde meerjarenbegroting blijkt dat de ontwikkeling van het leerlingenaantal zich anders ontwikkelt dan bij de start van de school werd voorzien. Hierdoor wijken de financiële uitgangspunten af van de aannames die ten grondslag lagen aan de oorspronkelijke meerjarenraming. Om de financiële positie van Stichting SKOOL te versterken wordt voorgesteld de bestaande lening van € 3,5 miljoen om te zetten naar een achtergestelde lening. Hierdoor krijgt de lening meer het karakter van eigen vermogen. De bestaande afspraken over rente en aflossing blijven daarbij ongewijzigd. Daarnaast wordt voorgesteld de bestaande leenfaciliteit uit te breiden met € 1,5 miljoen tot een totaalbedrag van € 5 miljoen. De verruiming van de leenfaciliteit betekent niet dat dit bedrag direct aan Stichting SKOOL beschikbaar wordt gesteld. Het betreft aanvullende leenruimte waarop de stichting, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, in de toekomst een beroep kan doen. Met deze voorstellen wordt aangesloten bij de actuele inzichten ten aanzien van de ontwikkeling van de school en ontstaat voldoende financiële ruimte voor de verdere ontwikkeling van Het Martin Buber.

Kanttekening De geactualiseerde meerjarenbegroting van Stichting SKOOL is gebaseerd op prognoses ten aanzien van de ontwikkeling van het leerlingenaantal. Omdat de school zich nog in een groeifase bevindt, kunnen toekomstige ontwikkelingen afwijken van de huidige verwachtingen. Dit kan gevolgen hebben voor de financiële positie van de stichting. De financiële uitwerking van de verschillende groeiscenario's is opgenomen in de vertrouwelijk aan de gemeenteraad verstrekte meerjarenbegroting. Daarnaast betekent het achterstellen van de lening in theorie dat de gemeente bij eventuele financiële problemen van Stichting SKOOL een minder sterke positie inneemt ten opzichte van andere schuldeisers. In de praktijk is dit risico beperkt. Verplichtingen op het gebied van salarissen, belastingen, sociale verzekeringen en pensioenen gaan ook zonder 2

achterstelling reeds voor op andere schulden. Daarnaast blijft het economisch eigendom van het schoolgebouw bij de gemeente. Hierdoor verandert het risicoprofiel van de lening naar verwachting slechts beperkt.

Financiën De bestaande leenfaciliteit bedraagt € 3,5 miljoen en zal naar verwachting eind 2026 volledig zijn benut. Voorgesteld wordt de leenfaciliteit uit te breiden met € 1,5 miljoen tot een totaalbedrag van € 5 miljoen. Deze verruiming betreft een beschikbare leenruimte en leidt niet tot een directe verstrekking van middelen aan Stichting SKOOL. Geheimhouding De geactualiseerde meerjarenbegroting van Stichting SKOOL wordt vertrouwelijk aan de gemeenteraad verstrekt. De meerjarenbegroting en de hierop gebaseerde passages in de college- en raadsnota bevatten bedrijfsgevoelige en concurrentiegevoelige financiële informatie, waaronder meerjarige prognoses, financiële scenario’s, liquiditeitsontwikkelingen en informatie over de vermogenspositie van de stichting. Openbaarmaking van deze informatie kan de financiële en economische belangen van Stichting SKOOL schaden. Het belang van bescherming van deze informatie weegt daarom zwaarder dan het belang van volledige openbaarmaking. Om die reden wordt voorgesteld geheimhouding op te leggen op de geactualiseerde meerjarenbegroting van Stichting SKOOL en de hierop betrekking hebbende delen van de college- en raadsnota op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onder f, van de Wet open overheid.

Maatschappelijke betrokkenheid Dit voorstel betreft een wijziging van de financieringsafspraken tussen de gemeente Kerkrade en Stichting SKOOL. Er is daarom geen participatietraject of advisering door een adviesraad doorlopen.

Vervolg Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de bestaande leningsovereenkomst en de leenfaciliteit overeenkomstig het raadsbesluit aangepast. Vervolgens worden de gewijzigde afspraken vastgelegd tussen de gemeente Kerkrade en Stichting SKOOL.

Evaluatie De ontwikkeling van Stichting SKOOL wordt gevolgd via de bestaande bestuurlijke en ambtelijke overlegstructuren. Daarnaast heeft de gemeenteraad een klankbordgroep ingericht, bestaande uit enkele raadsleden, die periodiek wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van Het Martin Buber, de begroting, de jaarrekening en overige relevante ontwikkelingen binnen Stichting SKOOL. Via deze governance-structuur blijft de gemeenteraad gedurende de looptijd van de lening betrokken bij de ontwikkeling van de school en de financiële positie van de stichting.

Bijlagen 1. 260520 HMB herijkte begroting 2026-2035 v2 3

Ontwerpbesluit Nr.: 25Rb037

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende,  De huidige “Verordening Leerlingenvervoer 2014” te actualiseren en te vervangen door de “Verordening Leerlingenvervoer 2026”. kennis genomen hebbende van,  de nota van toelichting, nr. 25Tl034, behorende bij dit besluit;  de beraadslagingen in de commissie Burgers en Samenleving d.d. 16 juni 2026 gelet op,  programma: 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken  gemeentelijk/regionaal beleidskader: Verordening Leerlingenvervoer 2014  wetsartikel: Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). besluit: I.

Kennis te nemen van de “Verordening Leerlingenvervoer 2026”.

II.

“Verordening Leerlingenvervoer 2026” vast te stellen.

III.

“Verordening Leerlingenvervoer 2014” in te trekken.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 1 juli 2026.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb037

Nota van toelichting Nummer: 25Tl034

Kerkrade, 12 mei 2026

Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 25Rb037

Onderwerp Verordening leerlingenvervoer 2026

Beslispunten 1. Kennis te nemen van de “Verordening Leerlingenvervoer 2026”. 2. “Verordening Leerlingenvervoer 2026” vast te stellen. 3. “Verordening Leerlingenvervoer 2014” in te trekken.

Inleiding De huidige Verordening Leerlingenvervoer van de gemeente Kerkrade is sinds 2014 ongewijzigd van kracht en sluit niet meer aan op de modelverordening van de VNG. Om recht te doen aan nieuwe landelijke richtlijnen en de behoefte aan maatwerk in de uitvoering, is een herziening noodzakelijk. Besloten is om de nieuwe Verordening Leerlingenvervoer te laten ingaan met de start van het nieuwe schooljaar in augustus 2026. Deze keuze zorgt voor een logische aansluiting bij het schoolritme en biedt een overbruggingsjaar waarin voorbereiding, communicatie en implementatie zorgvuldig kunnen plaatsvinden. Hierdoor wordt de overgang naar het nieuwe beleid voor zowel ouders, scholen als de gemeente soepel en beheersbaar ingericht.

Doelstelling De gemeenteraad in de gelegenheid stellen om zijn zienswijze af te geven met betrekking tot de Verordening Leerlingenvervoer 2026 gemeente Kerkrade.

Argumenten De huidige Verordening Leerlingenvervoer dateert uit 2014 en sluit niet langer aan op het actuele wettelijk kader en de meest recente modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De voorliggende Verordening Leerlingenvervoer 2026 brengt dit kader in lijn met landelijke standaarden, waardoor de uitvoering zowel juridisch als beleidsmatig toekomstbestendig wordt. Door deze actualisatie ontstaat een helder en eenduidig uitvoeringsinstrument dat bijdraagt aan zowel de uitvoerbaarheid als de rechtszekerheid. De nieuwe verordening biedt meer ruimte voor maatwerk en individuele beoordeling. Een belangrijke vernieuwing is de introductie van het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor leerlingen vanaf 11 jaar. Hiermee kan het college, in samenspraak met ouders en, waar nodig, deskundigen, gericht inzetten op het

vergroten van de zelfstandigheid van leerlingen. Dit sluit aan bij de bredere gemeentelijke inzet op participatie en zelfredzaamheid binnen het sociaal domein. Uit ervaringen van andere gemeenten blijkt dat 11 jaar een geschikte leeftijd is om hiermee te starten. De door de VNG voorgestelde leeftijd van 9 jaar wordt daarom niet aanbevolen. In een overleg met de directeuren van de Jan-Baptist en Arcadia is bovendien bevestigd dat zij positief staan tegenover de nieuwe verordening, met name vanwege de nadruk op zelfredzaamheid. Ook het beoordelingsproces is aangescherpt. Met duidelijk omschreven beslistermijnen, expliciete afwijzingsgronden en heldere kaders voor beëindiging, herziening en terugvordering van voorzieningen wordt de besluitvorming transparanter en efficiënter ingericht. Daarnaast zijn inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd die de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van het beleid versterken. Zo is de afstandsgrens voor bekostiging aangepast van 2 naar 6 kilometer, conform de modelverordening van de VNG en het beleid van omliggende gemeenten. Uit een recente analyse van de kostenontwikkeling blijkt dat het leerlingenvervoer de afgelopen jaren te maken heeft gehad met aanzienlijke indexeringen. Deze bedroegen 8,1% in schooljaar 2023/2024, 13,7% in 2024/2025 en 4,7% in 2025/2026. In het verleden zijn al keuzes gemaakt om kosten te besparen.

Vanaf 2025 is ervoor gekozen om bij de Mgr. Hanssenschool het vervoer efficiënter in te richten door een touringcar in te zetten in plaats van losse taxibusjes. Bij de touringcar van Arcadia is er voor gekozen om met bepaalde opstapplekken te werken. Ondanks deze maatregelen die gericht waren op het beperken van de kostenstijging, zijn de uitgaven in deze periode toch fors toegenomen. Voor het schooljaar 2026/2027 is er een lagere indexering wat op korte termijn enige financiële verlichting biedt. Dit komt door het gemiddelde van de CPI van vervoersdiensten van 2024 en 2025, die ligt een heel stuk lager dan de CPI van de jaren voor 2024. Tegelijkertijd blijven er onzekerheden bestaan, met name door de huidige ontwikkelingen in brandstofprijzen, die in de toekomst opnieuw tot hogere kosten kunnen leiden. Tegen deze achtergrond draagt de verhoging van de kilometergrens bij aan het beter beheersbaar maken van de uitgaven op de langere termijn. Deze wijziging sluit tevens aan bij een in begin 2026 door de directeuren van de JanBaptist en Arcadia opnieuw uitgesproken voorkeur richting de gemeente om de kilometergrens te verruimen van 2 naar 6 kilometer. De belangrijkste reden hiervoor is dat dit de ontwikkeling van de leerlingen en de zelfredzaamheid ten goede komt. De voorgestelde wijziging heeft naar verwachting betrekking op een afgebakende groep van 47 leerlingen.

De aanpassing van de kilometergrens is niet van toepassing op leerlingen met een structurele handicap. Uitgaande van een gemiddelde ritprijs van €7,21 leidt dit tot een geschatte besparing van circa €120.000 per jaar. Hierbij is rekening gehouden met aanvullende kosten, zoals de inzet van vervoer voor leerlingen die recht blijven behouden op aangepast vervoer, evenals een marge voor onzekerheden. Dit is dus wel op basis van de huidige populatie. Tevens is expliciet opgenomen dat ouders, mits dit goedkoper is, in samenwerking met andere ouders zelf een vervoersvoorziening kunnen organiseren. De verordening biedt daarnaast de mogelijkheid om bij het vaststellen van vergoedingen rekening te houden met bestaande kortingen in het openbaar vervoer, bijvoorbeeld voor begeleiders.

Met de nieuwe verordening wordt het recht op vervoer bij tijdelijk verblijf buiten de gemeente in crisissituaties juridisch verankerd, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Ook wordt voorzien in de mogelijkheid om specifieke uitvoeringsregels vast te stellen, waarmee het college flexibiliteit behoudt bij praktische inrichtingsvraagstukken. Om een zorgvuldige implementatie te waarborgen, treedt de nieuwe verordening in werking per 1 augustus 2026, gelijk met de start van het nieuwe schooljaar. Hiermee wordt een logisch overgangsmoment gecreëerd en ontstaat een overbruggingsjaar waarin ouders en betrokken professionals de gelegenheid krijgen zich voor te bereiden. Gedurende dit overgangsjaar blijft de verordening uit 2014 van kracht voor reeds toegekende voorzieningen, indien dit voor ouders financieel gunstiger is. Met het vaststellen van deze verordening geeft de gemeente Kerkrade uitvoering aan een actueel, uitvoerbaar en rechtvaardig leerlingenvervoerbeleid, dat zowel bestuurlijk als maatschappelijk aansluit bij de hedendaagse realiteit. Kanttekeningen Hoewel de voorgestelde verordening op hoofdlijnen een verbetering en actualisatie vormt van het bestaande beleidskader, zijn er enkele punten die bestuurlijke aandacht en zorgvuldige implementatie vereisen: •

•

•

•

Veranderende aanspraken door aanpassing afstandsnorm De verhoging van de minimale afstandsgrens voor bekostiging van 2 naar 6 kilometer betekent dat een deel van de leerlingen in de toekomst mogelijk geen recht meer heeft op een vervoersvoorziening. Dit kan leiden tot vragen of weerstand bij ouders en dient tijdig en zorgvuldig te worden gecommuniceerd. Zwaardere inzet op verantwoordelijkheid ouders/netwerk De verordening onderstreept de verantwoordelijkheid van ouders voor het organiseren van begeleiding of eigen vervoer waar mogelijk. Hoewel dit past binnen het streven naar zelfredzaamheid, kan dit bij gezinnen met beperkte draagkracht of netwerk leiden tot praktische knelpunten die zorgvuldig moeten worden gewogen. Potentiële bezwaarprocedures bij overgangssituaties Ondanks de opgenomen overgangsbepalingen voor het schooljaar 2026/2027 kan de overgang naar het nieuwe regime leiden tot bezwaren of geschillen, met name in situaties waarin ouders in de oude regeling gunstiger uitkwamen. Dit vraagt om transparante communicatie en een zorgvuldig juridisch handelingskader. Noodzaak tot tijdige afstemming met ketenpartners Wijzigingen zoals het verhogen van de minimale afstandsgrens vereisen tijdige afstemming met vervoerders, onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden. Een proactieve benadering richting deze partners is essentieel om tot een soepele invoering te komen.

Om deze risico’s te beperken, wordt de nieuwe verordening zorgvuldig ingevoerd. Zo wordt voorzien in een overgangsperiode van een jaar, waarin ouders en leerlingen de tijd krijgen om aan de nieuwe situatie te wennen. Daarnaast wordt tijdig en helder gecommuniceerd met ouders, leerlingen en scholen over de wijzigingen, waarbij tevens passende ondersteuning wordt geboden bij de implementatie van de nieuwe regeling.

Financiën De voorliggende verordening biedt het college meer instrumenten om vervoersvoorzieningen doelmatig toe te kennen en beter aan te laten sluiten bij het goedkoopst passende alternatief. De introductie van heldere beoordelingscriteria, het

stimuleren van zelfstandig vervoer via het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan en de mogelijkheid tot samenwerking tussen ouders voor eigen vervoer dragen bij aan een efficiëntere inzet van middelen. Zoals hierboven al benoemd zal de aanpassing van de kilometergrens (van 2 naar 6 kilometer) naar verwachting leiden tot een afname van het aantal aanvragen dat voor vergoeding in aanmerking komt. Ook de mogelijkheid om bij de vergoeding van begeleiders rekening te houden met bestaande kortingen in het openbaar vervoer draagt bij aan een verlaging van de structurele lasten. Hoewel de kosten voor leerlingenvervoer blijven stijgen, heeft deze verordening een dempend effect op die kosten. Ze biedt daarmee een gedeeltelijke, maar zinvolle bijdrage aan beheersing van de uitgaven. En wordt de mogelijkheid die in het kader van het studiejaar is voorgelegd, direct geeffectueerd.

Communicatie Na vaststelling van de verordening wordt geadviseerd om, in samenwerking met de afdeling Communicatie, de volgende communicatiemiddelen in te zetten: ouders die reeds een beschikking leerlingenvervoer hebben ontvangen, persoonlijk te informeren over de nieuwe verordening; - een algemeen nieuwsbericht te plaatsen op de website van de gemeente Kerkrade; - een informatieavond te organiseren voor alle betrokken ouders, met aanwezigheid van de wethouder; - alle scholen waarop de verordening van toepassing is, te informeren via een informatiebrief. De bijzondere aandacht voor de groepen leerlingen die mogelijk worden geraakt door de wijzigingen, zoals verzocht door de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning (AMO), wordt nadrukkelijk meegenomen in de communicatieaanpak. Daarnaast zal de nieuwe verordening worden gepubliceerd op www.lokaleregelgeving.overheid.nl. -

Burgerparticipatie De conceptverordening Leerlingenvervoer 2026 is voorgelegd aan de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning (AMO) op 3 april 2025, die hierover positief heeft geadviseerd. De AMO richtte zich in het bijzonder op de wijzigingen ten opzichte van de verordening uit 2014. Aandachtspunten waren onder meer de verhoging van het afstandscriterium, de mogelijke gevolgen daarvan voor een groep leerlingen en het belang van integratie van leerlingenvervoer binnen de bredere wijkaanpak. Deze punten zijn meegenomen in de verdere uitwerking van de verordening en het implementatieproces. In het kader van het opnieuw in procedure brengen van de nota is de AMO op 23 april 2026 opnieuw geïnformeerd en heeft de AMO de verordening Leerlingenvervoer akkoord bevonden.

Uitvoering Bij een positief besluit op voorliggende “Verordening Leerlingenvervoer 2026”, deze per 1-8-2026 in werking te laten treden en de “Verordening Leerlingenvervoer 2014” per 18-2026 in te trekken.

Evaluatie

Evaluatie verloopt jaarlijks via het dashboard sturingsinfo sociaal domein breed.

Gezondheid en Vitaliteit Hoewel het leerlingenvervoer primair een voorziening is gericht op het garanderen van toegang tot passend onderwijs, sluit de verordening indirect aan bij gemeentelijke ambities op het gebied van gezondheid en vitaliteit. Door in te zetten op het stimuleren van zelfstandig reizen, al dan niet via de fiets of het openbaar vervoer, draagt de verordening bij aan de bevordering van dagelijkse beweging en zelfredzaamheid bij leerlingen. Met name het gebruik van de fiets als voorkeursvoorziening bij korte en middelbare afstanden stimuleert actieve mobiliteit onder schoolgaande jeugd. Bovendien wordt in de verordening expliciet ruimte geboden om in samenspraak met ouders een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan op te stellen. Hiermee wordt ingezet op het vergroten van zelfvertrouwen en vaardigheden van kinderen en jongeren om zelfstandig en veilig aan het verkeer deel te nemen, wat zowel de fysieke als mentale weerbaarheid bevordert.

Besluit van de raad van de gemeente Kerkrade tot vaststelling van de Verordening leerlingenvervoer Gemeente Kerkrade 2026 De raad van de gemeente Kerkrade; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 mei 2026; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening leerlingenvervoer Gemeente Kerkrade 2026 Hoofdstuk 1. Definities Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi; - afstand: afstand gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; - begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; - buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang, bedoeld in artikel 1.1, van de Wet kinderopvang, van de leerling waar de leerling voor of na afloop van de lestijd op school verblijft; - deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade; - eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt; - gehandicapte leerling: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken; - inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 19, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; - leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school; - openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet

tegen betaling gebruik van kan maken; - opstapplaats: plaats aangewezen door het vervoersbedrijf, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; - ouders: met gezag over de leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling; - persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen; - samenwerkingsverband: 1°. Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; - school: 1°. Basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. School voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3°.

School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; - schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids; - toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt; - vervoersvoorziening: 1°. Vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 2°. Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 3°. Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; of 4°. Gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerkosten van de leerling en zo nodig van diens begeleider; - woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.

Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure van de vervoersvoorziening Artikel 2. Aanvraag 1. Het college stelt een aanvraagformulier voor een vervoersvoorziening leerlingenvervoer vast. 2. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening kan worden ingediend voor een leerling die zijn woning in de gemeente heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 3. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. Artikel 3. Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De mogelijke afstemming van de vervoersvoorziening met andere in het kader van het sociaal domein aan de leerling of het gezin verstrekte voorzieningen maakt ook deel uit van het onderzoek. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. Bij dit gesprek kan, als het college dat noodzakelijk acht, ook een medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten.

3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. Wanneer de leerling de leeftijd van elf jaar bereikt, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, gelet op het ontwikkelingsperspectief van de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. Artikel 4. Inzet deskundige 1. Het college betrekt een deskundige bij het onderzoek en verzoekt deze advies uit te brengen, ter beoordeling van de individuele situatie van de leerling, op het moment dat hij specifieke deskundigheid noodzakelijk acht. 2. De ouders en de leerling verlenen medewerking aan het onderzoek van de deskundige. Artikel 5. Beslistermijn 1. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 6. Ingangsdatum voorziening Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de verzochte datum, waarbij de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo dicht mogelijk aansluit bij de verzochte datum. Artikel 7. Besluit 1.

Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking, de uitbetaling, en de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. Hoofdstuk 3. Beoordelingscriteria Artikel 8. Algemene bepalingen 1. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 2. Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt. 3. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders. 5.

Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is:

a. per fiets; b. per openbaar vervoer; c. met eigen vervoer; d. met aangepast vervoer. Artikel 9. Afwijzingsgronden 1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij: a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of b. de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. Artikel 10. Andere oplossing 1. Als de leerling aanspraak kan maken op een passende voorziening of vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling, komt de leerling niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening op grond van deze verordening. 2. Als de leerling aanspraak kan maken op een gedeeltelijke vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling betrekt het college deze vergoeding bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding op grond van deze verordening of brengt hij dit bedrag als eigen bijdrage in rekening. Artikel 11.

Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. In overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt een vervoersvoorziening toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders of de meerderjarige leerling als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt. 2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs (SBO) in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of b.

een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen. 3. Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en b. aan het college is door de ouders of de meerderjarig leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Artikel 12. Schooltijden en wachttijden 1.

Het aangepast vervoer vindt plaats in aansluiting op de schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere uren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouders of de meerderjarige leerling als aanvrager naar het oordeel van het college toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 13. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente

1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert. Artikel 14. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat 1.

Met inachtneming van de artikelen 8 en 10 kent het college op aanvraag een vervoersvergoeding voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de in het eerste lid genoemde schoolvakanties. 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties. De voorziening betreft de reis van het internaat of het adres van het pleeggezin naar de ouders eenmaal aan het begin van de vakantie en eenmaal aan het einde van de vakantie. 4. Voor de toekenning is een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer het uitgangspunt. Het college vergoedt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele handicap of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 5. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren.

De vergoeding is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken. 6. Het college kan uitsluitend aangepast vervoer toekennen voor weekeinde en vakantievervoer wanneer: a. openbaar vervoer geheel ontbreekt; of b. het gaat om een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs die verblijvend in een internaat of pleeggezin, wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig, ook niet met een begeleider gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. 4.

De in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. In dat geval kan het stageadres gelegen zijn binnen een maximaal aantal kilometers van de woning dan wel de opstapplaats of de school. 5. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. Artikel 16. Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning of de opstapplaats naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of terug indien de afstand tussen de woning of de opstapplaats maximaal 500 meter van de buitenschoolse opvang ligt.

2. In afwijking van het eerste lid kan een vervoersvoorziening tussen de buitenschoolse opvang en de school ook worden toegekend wanneer de afstand tussen de woning en de buitenschoolse opvang meer dan 500 meter bedraagt. Dit is alleen mogelijk indien de buitenschoolse opvang als thuisadres wordt geregistreerd en er geen aanspraak wordt gemaakt op vervoer tussen het feitelijke woonadres en de school. Artikel 17. Vervoersvergoeding voor de leerling 1. Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 2. Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. Artikel 18. Vervoersvergoeding voor de begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a.

de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan elf jaar is; b. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan elf jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking. 3. Bij de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer houdt het college rekening met de kortingen die voor de begeleider binnen het systeem kunnen gelden. Artikel 19. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. 2. Ouders kunnen op basis van het eerste lid niet verplicht worden om één of meer leerlingen zelf te vervoeren. 3. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen auto, conform het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer.

Deze vergoeding geldt standaard voor twee retourreizen per dag. Indien het vervoer gecombineerd wordt met woon-werkverkeer, wordt de vergoeding beperkt tot maximaal twee enkele reizen per dag. 4. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto voor de rit en niet per leerling. 5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt. 6. Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. Artikel 20. Aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als: a.

aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 17 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan een uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 17 en openbaar vervoer ontbreekt; c. aanspraak bestaat op een vergoeding op grond van artikel 18 en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden; d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken; of e. dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. Artikel 21. Vergoeding andere passende vervoersvoorziening

Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Hoofdstuk 4. Bijdrage in de kosten Artikel 22. Drempelbedrag 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van € 17.700,-, de op de zone-indeling van het openbaar vervoer gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van 6 kilometer zelf. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvergoeding of bij de verstrekking van aangepast vervoer bij de ouders in rekening gebracht. 2. Het in het eerste lid genoemde inkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. 3. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het eerste lid, het actuele inkomen worden gehanteerd. 4.

Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Artikel 23. Draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan 20 kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 2. De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen: Inkomen vanaf

Tot

Eigen bijdrage

0

€ 44.000

nihil

€ 44.000

€ 52.500

€ 185

€ 52.500

€ 61.000

€ 825

€ 61.000

€ 68.500

€ 1.525

€ 68.500

€ 78.000

€ 2.240

€ 78.000

€ 85.500

€ 3.005

€ 85.500

Voor elke € 5.000,- erbij

€ 720

3. De inkomensbedragen, genoemd in het tweede lid, zijn gebaseerd op kalenderjaar 2026, gelden vanaf schooljaar 2026/2027, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 4. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 5. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het tweede lid, het actuele inkomen worden gehanteerd. 6. Het drempelbedrag genoemd in artikel 22 kan tegelijk met de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage genoemd in het eerste lid worden opgelegd aan het gezin. 7. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Hoofdstuk 5 Rechtmatigheid Artikel 24 Doorgeven van wijzigingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=6fd5ca19-a3d0-4d7a-8920-e960e3e63310