Agendabundel
Tekst van het document
schrijft voor dat gemeenten en provincies samen
waarbij ruimte is voor herstel, stabiliteit en passende
de nieuwe visie Opvang en Beschermd Wonen en
verantwoordelijk zijn voor een evenwichtige verde-
ondersteuning richting participatie.
15 |
Visie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad 2026-2035
Wet BRP (briefadres)
keling van zorg- en veiligheidshuizen, blijkt zinvol.
en de verbinding tussen wonen en zorg te verster-
De Wet Basisregistratie Personen (BRP) regelt de
Het is belangrijk dat deze integrale benadering ook
ken. Voor opvang en beschermd wonen betekent
registratie van persoonsgegevens van inwoners in
binnen gemeenten wordt toegepast.
dit een verschuiving: van langdurige opvang naar
Nederland. Voor mensen die (dreigend) dakloos zijn
begeleiding in een eigen woning. Dat vraagt om
kan inschrijving in de BRP lastig zijn, bijvoorbeeld
IZA/AZWA en GALA
goede samenwerking tussen gemeenten, woning-
door het ontbreken van een vast woonadres. Toch
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is een samenwer-
corporaties en zorgorganisaties.
is een correcte inschrijving belangrijk voor toegang
king van zorgpartijen uit 2022 met als doel de zorg
tot zorg, uitkeringen en ondersteuning. Daarom is
toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te
maatwerk nodig om registratie mogelijk te maken,
houden. Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
ook in tijdelijke of bijzondere woonvormen.
(AZWA) is een recenter akkoord (2025) dat de afspraken van het IZA uitbreidt en verdiept. Het
Zorg en veiligheid
AZWA legt meer nadruk op samenwerking tussen
Als gemeenten werken we intensief samen met ex-
het medische en sociale domein, de aanpak van
terne partners zoals woningcorporaties en zorgaan-
personeelstekorten en het verlichten van wachtlijs-
bieders, maar minstens zo belangrijk is de interne
ten. Het Gala richt zich met name op preventie. Het
samenwerking tussen Openbare Orde en Veiligheid
akkoord streeft ernaar om in 2040 een gezonde
(OOV) en het sociaal domein. Soms is er sprake van
generatie te hebben die in een gezonde leefomge-
op het oog tegengestelde belangen: waar de OOV
ving leeft.
inzet op tegen gaan van overlast, vraagt het sociaal domein aandacht voor opvang van inwoners met
Van opvang naar wonen
onbegrepen gedrag. Beleidsinstrumenten zoals het
Het landelijke beleid wil dakloosheid aanpakken
Damoclesbeleid en de discretionaire bevoegdheid
door mensen sneller aan een eigen woning te hel-
van de burgermeester dienen daarom zorgvuldig en
pen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op
gewogen worden toegepast, waarbij ook het sociaal
het recht op wonen: iedereen verdient een plek om
domein een stem krijgt. De beweging om veiligheid
tot rust te komen en mee te doen. Gemeenten krij-
en zorg te verbinden, zoals zichtbaar in de ontwik-
gen meer mogelijkheden om woningen te realiseren
16 |
Visie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad 2026-2035
Behandelbrief Registratienummer: 25it01907 Het Presidium van de gemeente Kerkrade, handelend met mandaat van de gemeenteraad – ex artikel 3a lid 1 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadcommissies ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad der gemeente Kerkrade – stelt de hieronder gekozen commissie(s) voor om in de openbaarheid te doen behandelen, het onderwerp:
Onderwerp: Financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting.
Algemene informatie Dit onderwerp is toegekend aan de commissie: Burgers en Samenleving Te behandelen d.d.: 3 februari 2026 Aanleiding / toelichting De Mutsaersstichting, een bovenregionale aanbieder van specialistische jeugdhulp, verkeert in ernstige financiële problemen. Zonder aanvullende bijdrage dreigt in mei 2026 een acute liquiditeitscrisis, waardoor cruciale zorg voor ongeveer 700 jeugdigen in Zuid-Limburg wegvalt. Dit brengt ook het risico op indeplaatsstelling door het Rijk met zich mee, wat verlies van regie en hogere kosten betekent. De portefeuillehouders jeugdzorg van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten hebben gezamenlijk een afwegingsproces doorlopen en adviseren alle Zuid-Limburgse colleges om onder strikte voorwaarden een eenmalige bijdrage te leveren in de vorm van een lening met hypothecaire zekerheid. Noord- en Midden-Limburg hebben al bijgedragen. De volgende stappen zijn tot nu toe doorlopen: • • • •
Analyse van het herstelperspectief en risico’s (Besluitvormingsrapport G16, bijlage 5). Vaststelling van voorwaarden waaronder: lening, hypothecaire zekerheid, monitoring, eenmaligheid en scenario’s voor zorgoverdracht. Afstemming met VWS over wettelijke zorgplicht en indeplaatsstellingsrisico. Voorbereiding van een uitvoeringsovereenkomst en regionale besluitvorming. De bijdrage is noodzakelijk om continuïteit van zorg te waarborgen en grip te houden op het herstelproces.
Kader / afbakening Gemeenten hebben op grond van de Jeugdwet een wettelijke zorgplicht om passende jeugdhulp te garanderen. Wanneer een aanbieder zoals Mutsaersstichting in acute
continuïteitsproblemen verkeert moeten gemeenten actie ondernemen. Doen ze dit niet, dan kan het Rijk via het ministerie van VWS of Justitie en Veiligheid besluiten tot indeplaatsstelling. Dit is een juridisch instrument waarbij het Rijk tijdelijk de uitvoering van gemeentelijke taken overneemt, op kosten van de betreffende gemeenten. Wijze van behandelen Doel: Ter besluitvorming door de Raad Aard van het onderwerp: Eigen/ nieuw beleid Besluitvormingsproces: Voorafgaand aan de behandeling van het raadsvoorstel door de commissies en raden van de Zuid-Limburgse gemeenten vinden er 3 raadsinformatiebijeenkomsten plaats in de regio’s Maastricht-Heuvelland, Westelijke Mijnstreek en Parkstad. Om de inhoud toe te lichten en technische vragen meteen of later schriftelijk te beantwoorden. Zodat de beraadslagingen in de commissie- en raadsvergaderingen zoveel mogelijk van politieke aard zijn. Vorm: Schriftelijke stukken: Al toegezonden Mondelinge toelichting: Ja
Tijdsduur 5 minuten
Presentatie: Nee
Tijdsduur minuten
Anders, namelijk:
Tijdsduur minuten
Bestuurlijke verantwoordelijke(n) Wethouder van Drunen Ambtenaren en externen Aanwezig zullen zijn: Externen: Niet van toepassing. Ambtenaren: Dhr. J. Schillings Bijlage(n) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Nota van toelichting voor de raad Raadsbesluit (concept) Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid-Limburg Versie 1.0 DEF 22 mei 2025 Reader Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid Versie 1.0 DEF 22 mei 2025 Besluitvormingsrapport G16 Mutsaersstichting Informatiebrief Taskforce robuust zorglandschap Limburg 14.08.2025 Advies Taskforce robuust zorglandschap Limburg a. informatiebrief 27 maart 2024 b. herstelplan Grip op de toekomst
9. Q en A continuïteit jeugdhulp en Mutsaers 20251217
Gemeente kerkrade Afdeling Griffie Telefoon 045-5676767 Email gemeentehuis@kerkrade.nl
Postadres 600 6460 AP Kerkrade Bezoekadres Markt 1 6461 EB Kerkrade
Agendapunt nr.: Registratienummer: 25it01906 Kerkrade, 16 december 2025 Domein: Burger
Aanbiedingsbrief aan de raad. Nr.: 25it01906 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing een ontwerpbesluit, nr. 25Rb098, inzake financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting aan. In de nota van toelichting, nr. 25Tl075, die het ontwerpbesluit vergezelt, zijn de overwegingen en nadere gronden aangegeven waarop het ontwerpbesluit berust.
Het college,
De secretaris,
dr. T.P. Dassen-Housen
R.M.J.S. Stijns
Ontwerpbesluit Nr.: 25Rb098
De raad van de gemeente Kerkrade; Overwegende dat, de continuïteit van jeugdhulp, die door de Mutsaersstichting in Zuid-Limburg wordt verleend, onder druk staat door financiële problemen gemeenten op grond van de Jeugdwet een wettelijke zorgplicht hebben om passende jeugdhulp te garanderen kennis genomen hebbende van, de nota van toelichting, nr. 25Tl075, behorende bij dit besluit de beraadslagingen in de Commissie Burgers en Samenleving d.d. 3 februari 2026 gelet op, programma Sociaal Domein Regionaal beleidskader Jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 wetsartikel: 2.6 besluit: Akkoord te gaan met het eenmalig beschikbaar stellen van € 297.675, --- aan de Mutsaersstichting voor borging van de continuïteit van jeugdhulp, onder de voorwaarde dat dit bedrag wordt verstrekt in de vorm van een lening met hypothecaire zekerheid. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 25 februari 2026.
De voorzitter van de raad,
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
Documentnummer: 25Rb098
Nota van toelichting Nummer: 25Tl075
Kerkrade, 10 december 2025
Behorend bij ontwerpbesluit nummer:
Onderwerp Financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting.
Beslispunten Akkoord gaan met het eenmalig beschikbaar stellen van € 297.675, --- aan de Mutsaersstichting voor borging van de continuïteit van jeugdhulp, onder de voorwaarde dat dit bedrag wordt verstrekt in de vorm van een lening met hypothecaire zekerheid.
Besluitvormingsproces Voorafgaand aan de behandeling van het raadsvoorstel door de commissies en raden van de Zuid-Limburgse gemeenten vinden er 3 raadsinformatiebijeenkomsten plaats in de regio’s Maastricht-Heuvelland, Westelijke Mijnstreek en Parkstad. Om de inhoud toe te lichten en technische vragen meteen of later schriftelijk te beantwoorden. Zodat de beraadslagingen in de commissie- en raadsvergaderingen zoveel mogelijk van politieke aard zijn.
Inleiding De continuïteit van jeugdhulp, die door de Mutsaersstichting in Zuid-Limburg wordt verleend, staat onder druk door financiële problemen. Dit betekent dat de Mutsaersstichting moet werken aan herstel en continuïteit. De Zuid-Limburgse gemeenten hebben zich tot dusver steeds op het standpunt gesteld geen financiële steun te verlenen aan de Mutsaersstichting (wat eerder wel het geval was bij Xonar). Zonder bijdrage van Zuid-Limburg dreigt in mei 2026 een acute liquiditeitscrisis bij de Mutsaersstichting, waardoor cruciale jeugdzorg voor ongeveer 700-800 jeugdigen wegvalt. Een lening onder strikte voorwaarden is noodzakelijk om zorgcontinuïteit en regie te behouden. De lening kan niet worden omgezet in een subsidie. Dit uitgangspunt is bestuurlijk bevestigd en wordt juridisch verankerd in een uitvoeringsovereenkomst. Zonder deze maatregelen dreigen zorgonderbrekingen, langere wachtlijsten en mogelijk ingrijpen door het Rijk (indeplaatsstelling).
Doelstelling Behoud van cruciale jeugdhulp voor kwetsbare jongeren, versterking van het zorglandschap en invulling van de wettelijke zorgplicht van gemeenten. Continuïteit van de Jeugdhulp verleend door de Mutsaersstichting in Zuid-Limburg herstellen en borgen. 1
Argumenten 1. De continuïteit van cruciale jeugdhulp in Zuid-Limburg staat onder druk. De Mutsaersstichting levert specialistische jeugdhulp aan ongeveer 700-800 jeugdigen in Zuid-Limburg via het samenwerkingsverband van jeugdzorgaanbieders “De Kracht van Dichtbij”. Het gaat om kinderen met complexe problematiek, zoals eetstoornissen, genderdysforie en traumazorg. Deze zorg is schaars en kan niet eenvoudig door andere aanbieders worden overgenomen. Uitval van de Mutsaersstichting zou leiden tot langere wachtlijsten, verlies van vertrouwde hulpverleners en een verhoogd risico op escalatie van problematiek. 2. Zuid-Limburg is een belanghebbende partij omdat alternatieven in volume en inhoud ontbreken. Bij het doorlopen van het vastgestelde wegingskader continuïteit jeugdhulp ZuidLimburg (bijlage 2a en bijlage 2b) wordt bevestigd dat Zuid-Limburg niet kan terugvallen op andere aanbieders voor deze specialistische zorg. Expertise zoals eetstoornissen en genderdysforie is niet alleen regionaal, maar ook landelijk beperkt beschikbaar. Mutsaers vervult een systeemrelevante rol in het Limburgse zorglandschap. Uitblijven van steun zou leiden tot verschraling van het aanbod en een toename van wachtlijsten. Dit raakt direct aan de wettelijke zorgplicht van gemeenten op grond van de Jeugdwet (art. 2.6). 3. Zonder bijdrage dreigt een acute liquiditeitscrisis in mei 2026.
De tijdelijke VWS-subsidie1 die dient als voorfinanciering van de bijdrage van ZuidLimburg eindigt in mei 2026 en moet worden terugbetaald. De cashflowanalyse laat zien dat de Mutsaersstichting zonder de bijdrage van Zuid-Limburg dan onder de kredietlimiet zakt, terwijl gemiddeld € 1,8 mln. per maand nodig is voor lopende loonverplichtingen. Zonder middelen uit Zuid-Limburg ter vervanging van de VWSsubsidie kan het herstelplan niet worden uitgevoerd en dreigt discontinuïteit van zorg. Het besluitvormingsrapport2 (bijlage 3) benadrukt dat zelfs mét bijdrage het herstel pas vanaf 2028 duurzaam is, maar zonder bijdrage ontstaat een acuut liquiditeitsrisico dat niet kan worden opgevangen. 4. Door nu te handelen behoudt Zuid-Limburg regie en voorkomt zij indeplaatsstelling. Indeplaatsstelling door het Rijk is een reëel risico bij uitblijven van steun. Dit betekent verlies van bestuurlijke invloed, geen lokaal maatwerk en mogelijk hogere kosten. Het ministerie van VWS heeft aangegeven dat gemeenten wettelijk verplicht zijn om passende jeugdzorg te garanderen. Het G16-advies3 stelt dat bijdragen onder strikte voorwaarden bestuurlijk en financieel beter verdedigbaar is dan een gedwongen interventie.
De G16 hebben de colleges van gemeenten in Zuid-Limburg geadviseerd om onder strikte voorwaarden in te stemmen met een eenmalige financiële bijdrage van € 2,9 miljoen aan het continuïteitsplan van de Mutsaersstichting (zie bijlage 7a en 7b, informatiebrief van 27 maart 2024 en plan), in de vorm van een lening met hypothecaire zekerheid, om acute discontinuïteit van jeugdhulp en indeplaatsstelling door het Rijk te De Mutsaersstichting heeft vorig jaar een beroep gedaan op de subsidieregeling ‘Continuïteit cruciale jeugdhulp’ gegeven hun financiële situatie. Voorwaarde voor het toekennen van de subsidie was een financiële bijdrage door de gemeenten van de vier Limburgse regio’s. 2 Het besluitvormingsrapport G16 werd voor de portefeuillehouders jeugdzorg ZL opgesteld. Op basis hiervan adviseren zij om de financiële bijdrage onder strikte voorwaarden te verstrekken. Het rapport ligt nu niet voor om over te besluiten. De hierin opgenomen beslispunten en voorwaarden zijn verwerkt in het raadsvoorstel 3 De portefeuillehouders jeugdzorg. 1
2
voorkomen. Door zelf voorwaarden te stellen en actief te monitoren, blijft Zuid-Limburg in control. VWS dringt aan op spoedige besluitvorming, maar het overleg van 15 juli 2025 is door VWS zelf als informeel gekaderd en niet bedoeld als interbestuurlijk toezicht. ZuidLimburg heeft in het overleg gepleit voor een (landelijk) transformatiefonds om aanbieders te ondersteunen bij hervormingen. VWS erkent de noodzaak, maar ziet dit als lokale verantwoordelijkheid; landelijke middelen zijn alleen beschikbaar voor brede trajecten, niet voor regionale initiatieven. 5. Er zijn stappen gezet die de kans op duurzaam herstel vergroten maar er is tijd nodig. Mutsaers heeft verlieslatende onderdelen afgestoten, governance versterkt en een herstelplan opgesteld. De begroting 2026 is sluitend, maar het eigen vermogen blijft negatief tot ten minste 2028. Duurzaam herstel vergt 2 tot 2,5 jaar en is afhankelijk van vastgoedverkopen en strakke sturing. De bijdrage is een randvoorwaarde om deze tijd te creëren en om scenario’s voor zorgoverdracht bij falend herstel voor te bereiden. De Mutsaersstichting bevindt zich in trede 4 van het landelijk Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp, wat betekent dat de organisatie in ernstige continuïteitsproblemen verkeert en onder intensief toezicht staat.
Er is een continuïteitsplan opgesteld om de beschikbaarheid van hoog-specialistische jeugdzorg voor kinderen en jongeren met complexe problematiek te waarborgen. Dit plan richt zich op vier pijlers: • • • •
Financieel herstel: Stabilisatie van de organisatie door tariefcorrecties, kostenbeheersing en herstructurering van de bedrijfsvoering. Kwaliteitsverbetering: Versterking van interne processen, governance en professionalisering van zorgteams. Behoud van zorgprofessionals: Investeren in werkklimaat, scholing en het terugdringen van uitstroom. Toekomstbestendige zorg: Transformatie naar kleinschaliger, meer ambulante zorgvormen en intensieve samenwerking met ketenpartners.
Het plan is opgesteld in samenwerking met gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en wordt gemonitord door de Jeugdautoriteit (JA) en de betrokken gemeenten. Vanaf 2026 neemt de Nederlandse Zorgautoriteit deze toezichtrol over, volgens de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. De Mutsaersstichting blijft dus ook na mei 2026 onder toezicht. Nadere toelichting financieel herstel binnen de Mutsaersstichting: De Mutsaersstichting heeft een herstelplan dat gericht is op een financieel gezonde organisatie, noodzakelijk om cruciale jeugdhulp in Limburg te behouden. In de afgelopen periode zijn verbeteringen gerealiseerd maar ze zijn zeker nog niet uit de problemen. Voor 2025 wordt een negatief exploitatieresultaat verwacht dat in lijn is met de verwachting in het continuïteitsplan. Voor 2026 wordt een sluitende begroting gepresenteerd. Als de ingezette verbetermaatregelen volgens planning in 2026 gerealiseerd kunnen worden, kan de resultaatverwachting in positieve zin worden aangepast. De doorkijk voor 2027 is positief. De exploitatie is echter nog zwak en daardoor erg gevoelig voor incidentele tegenvallers. Daarom blijven de gemeenten ook in 2026 samen met de Jeugdautoriteit via maandelijkse monitoring de ontwikkelingen op de voet volgen en sturen waar mogelijk bij. De uitgangspositie was zwak: in 2024 bedroeg het verlies € 8,6 miljoen.
Ondanks dit verlies zijn stappen gezet, zoals 3
kostenbeheersing en afwikkeling van oude verplichtingen, waardoor extra lasten grotendeels binnen eigen kaders zijn opgevangen. De liquiditeitspositie eind 2024 is vooral verbeterd door externe financiering in de vorm van een langlopende lening (MGR Noord- en Midden-Limburg, VWS-subsidie), niet door operationele kasstromen. Dit onderstreept dat de organisatie nog afhankelijk is van incidentele maatregelen en dat structureel hersteltijd vergt. De organisatie blijft dan ook kwetsbaar: liquiditeitsratio 0,8 en solvabiliteit –36%. Tegelijkertijd is er perspectief: voor 2026 is de begroting sluitend, dankzij tariefstijgingen, kostenbesparingen en vastgoedverkopen. Duurzaam herstel vergt tijd en aanvullende middelen; zonder bijdrage ontstaat in mei 2026 een acute liquiditeitsdip (door terug ter betalen VWS-subsidie) die het continuïteitsplan ondermijnt. De Mutsaersstichting heeft sinds eind 2023 wijzigingen doorgevoerd in de bestuurlijke en operationele aanpak. De organisatie is transparanter, stuurt strakker en heeft stappen gezet richting herstel. De financiële situatie blijft echter kwetsbaar en afhankelijk van externe steun en vastgoedopbrengsten. De kans op verder en duurzaam herstel vanaf 2026 is aanwezig, maar niet gegarandeerd.
Het herstel is realistisch, mits de ingezette maatregelen worden voortgezet en gerealiseerd, de vastgoedstrategie slaagt en gemeenten gezamenlijk blijven sturen op inhoud en financiën. Een bijdrage van Zuid-Limburg aan het herstel is niet alleen een investering in zorgcontinuïteit, maar ook een kans om grip te houden op het proces en het zorglandschap in Limburg mede vorm te geven. Indien Mutsaersstichting er niet in slaagt om binnen twee jaar na verstrekking van de lening zelfstandig duurzaam herstel te realiseren, zal geen nieuwe bijdrage volgen. In dat geval is de harde voorwaarde dat de zorg wordt overgedragen aan andere aanbieders. De jeugdregio zal hiervoor samen met de andere jeugdregio’s proactief scenario’s uitwerken. 6. De bijdrage van Zuid-Limburg wordt verdeeld over alle gemeenten volgens een vastgestelde verdeelsleutel. Het totaalbedrag van € 2,9 miljoen wordt op basis van de eerder vastgestelde verdeelsleutel verdeeld over de gemeenten in Zuid-Limburg. Deze verdeling houdt rekening met het aantal cliënten en de inzet van zorgvormen per gemeente.
Kanttekeningen 1. Het besluit kan precedentwerking hebben. Het besluit kan precedentwerking hebben: andere aanbieders in vergelijkbare situaties zouden eveneens een beroep kunnen doen op gemeentelijke middelen. Dit risico ondervangen wij door expliciet in de uitvoeringsovereenkomst vast te leggen dat deze bijdrage eenmalig is en gekoppeld aan strikte voorwaarden. Toekomstige situaties worden individueel beoordeeld op basis van het vastgestelde wegingskader (zie bijlage 2 en 3) en willekeur wordt voorkomen. 2. Onzekerheid over duurzaam herstel
4
De financiële positie van de Mutsaersstichting blijft kwetsbaar, ondanks ingezette maatregelen en een licht positieve prognose voor 2026. Duurzaam herstel vergt naar verwachting 2 tot 2,5 jaar en is afhankelijk van vastgoedverkopen en strakke sturing. Wij managen dit door intensieve monitoring en toets momenten juridisch te borgen in de uitvoeringsovereenkomst. Indien herstel uitblijft, zijn noodremscenario’s uitgewerkt voor gecontroleerde overdracht van zorg. 3. Beperkte betrokkenheid Zuid-Limburg bij planvorming Zuid-Limburg was slechts zijdelings betrokken bij de totstandkoming van het continuïteitsplan. Het overleg met VWS op 15 juli 2025 was informeel en niet bedoeld als interbestuurlijk toezicht. Wij zijn wel gehoord, maar hadden geen inhoudelijke inspraak, terwijl de regio nu wordt aangeslagen voor een substantiële bijdrage. Dit ondervangen wij door nadrukkelijk het recht van de raad te benutten om voorwaarden te stellen en grip te houden via monitoring en juridische borging. Daarnaast blijven wij inzetten op een transformatiefonds, ondanks dat VWS dit als lokale verantwoordelijkheid ziet. 4. Systeemproblematiek blijft bestaan De onderliggende systeemproblematiek – zoals afhankelijkheid van enkele grote aanbieders en gebrek aan vangnetten – wordt met deze bijdrage niet opgelost.
Wij koppelen deze interventie daarom aan de bredere hervormingsagenda en provinciale samenwerking, zodat structurele verbeteringen op basis van het vastgestelde taskforcerapport (zie bijlage 5 en 6) worden gerealiseerd naast deze noodmaatregel. 5. Koerswijziging ten opzichte van eerder standpunt Het voorgenomen besluit om alsnog € 2,9 miljoen bij te dragen aan het continuïteitsplan van Mutsaers markeert een duidelijke koerswijziging. De jeugdregio Zuid-Limburg heeft eerder principieel afgezien van een bijdrage, vanuit het uitgangspunt dat gemeenten niet telkens financieel zouden moeten bijspringen bij individuele aanbieders, zeker niet in een zorglandschap waarin structurele systeemproblemen spelen. Wij onderkennen deze spanning en plaatsen het besluit nadrukkelijk in de bredere context: het gaat om een financiering in het belang van de continuïteit van jeugdhulp die nu door de Mutsaersstichting in Zuid-Limburg aan jeugdigen wordt geleverd. De bijdrage biedt de organisatie tijd om het gewenste duurzame herstel te realiseren. De kans op verder herstel vanaf 2026 is aanwezig, maar niet gegarandeerd.
Financiën Er is vanuit de regio Zuid-Limburg 2,9 miljoen euro nodig Voor het waarborgen van de continuïteit van jeugdhulp door de Mutsaersstichting is een bijdrage van € 2,9 miljoen nodig, verdeeld over alle Zuid-Limburgse gemeenten (zie Tabel 1). De tabel toont het aandeel per gemeente, zodat uw raad inzicht heeft in de financiële impact. Tabel 14
De procentuele optelling is de optelling tot het aandeel Zuid-Limburg in de totale financiële bijdrage van Noord- Middenen Zuid-Limburg. 4
5
Maximale bijdrage per gemeente o.b.v. verdeelsleutel:
Zuid-Limburg
Gevraagde steun
€ € Brunssum € Eijsden-Margraten € Gulpen-Wittem € Heerlen € Kerkrade € Landgraaf € Maastricht € Meerssen € Simpelveld € Sittard-Geleen € Stein € Vaals € Valkenburg aan de Geul € Voerendaal € Beek
Beekdaelen
Totale bijdrage ZL
€
101.680 228.784 140.552 54.122 50.712 277.501 297.675 109.733 678.009 110.532 29.858 543.196 117.790 5.873 139.384 11.992 2.897.392
verdeelsleutel
0,94% 2,12% 1,30% 0,50% 0,47% 2,57% 2,76% 1,02% 6,28% 1,02% 0,28% 5,03% 1,09% 0,05% 1,29% 0,11% 26,83%
Voor de Gemeente Kerkrade betekent dit een bedrag van € 297.675, --. Dit bedrag moet beschikbaar komen zodra hypothecaire zekerheid is verkregen, naar verwachting in mei 2026, of op basis van een onderlinge overeenkomst die de positie van Zuid-Limburg gelijkwaardig maakt aan die van Noord- en Midden-Limburg. De bijdrage is eenmalig en wordt verstrekt in de vorm van een lening, volgens het construct dat ook door Noord- en Midden-Limburg is gekozen. Aanvullende bijdragen of tussentijdse liquiditeitssteun zijn uitgesloten. Indien Mutsaers niet binnen twee jaar na verstrekking van de lening zelfstandig duurzaam herstel realiseert, volgt geen nieuwe bijdrage en wordt de zorg gecontroleerd overgedragen aan andere aanbieders. Hiervoor worden samen met de andere regio’s, samen met de Mutsaersstichting scenario’s uitgewerkt. Financiële dekking: begrotingspost 9675222.4432 jeugdhulp behandeling ambulant.
Communicatie De Mutsaersstichting en de jeugdregio Noord- en Midden-Limburg ontvangen bericht over het voorstel en besluitvormingsproces in de raden
Burgerparticipatie Niet van toepassing
Uitvoering 1. Bij de Mutsaersstichting wordt de monitoring bij een positief besluit over een financiële bijdrage uitgebreid en zal de Zuid-Limburgse regio volwaardig gaan participeren in de monitoring. Aan de raad zal met informatiebrieven regelmatig de voortgang worden gerapporteerd.
6
2. Bij een positief raadsbesluit stelt het college van de gemeente Maastricht in afstemming met de G16 een uitvoeringsovereenkomst op met daarin de voorwaarden zoals in overleg met de G16 zijn vastgesteld (bijlage 4). • • • • • • • • • • •
Bijdrage uitsluitend als lening, geen gift Hypothecaire zekerheid op vastgoed van Mutsaersstichting Volwaardige deelname van Zuid-Limburg aan monitoring Verplichte deelname van Mutsaers aan Early Warning System5 (EWS) Doorvoering van herstelmaatregelen vóór uitbetaling Eenmaligheid van de bijdrage, geen aanvullende steun Scenario’s voor zorgoverdracht bij falend herstel Transparantie richting het samenwerkingsverband De Kracht van Dichtbij Afstemming over liquiditeitsrisico bij terugbetaling VWS-subsidie Juridische verankering en sancties bij niet-naleving Zuid-Limburg stelt als harde randvoorwaarde dat de zekerheidspositie volledig gelijkwaardig is aan die van Noord- en Midden-Limburg. Dit wordt juridisch vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst.
3. Taskforce activiteiten: Op provinciaal niveau hebben de gezamenlijke jeugdregio’s een programmamanager geworven die verantwoordelijk is voor een goed afgestemde implementatie van de adviezen op provinciaal niveau. Op regionaal niveau heeft Zuid-Limburg een implementatiemanager ingehuurd omdat in de eigen organisaties de noodzakelijke capaciteit niet vrijgemaakt kan worden. Bij de implementatie wordt op dit moment gefocust op de volgende onderwerpen: •
• •
In gesprek komen met de zorgaanbieders over herstel van vertrouwen en gezamenlijk komen tot de inrichting van een robuust zorglandschap. De rapportage van de Taskforce (bijlage 5 en 6) en de landelijke Hervormingsagenda Jeugd liggen in elkaars verlengde. Daarom wordt de Hervormingsagenda als leidraad gehanteerd voor het uitwerken van een strategische agenda voor de transformatie van de jeugdzorg in de komende jaren met prioriteiten voor de korte, midden-lange en lange termijn. Onderhanden is een inventarisatie van de 24 uurs voorzieningen in Limburg. Aan de hand daarvan willen wij tot bestuurlijke besluitvorming komen over welke zorg in de toekomst op provinciaal niveau wordt gecontracteerd. De basis leggen voor een governance voor samenwerking op provinciaal niveau aan de hand van bijvoorbeeld de bij de eerste prioriteit genoemde transformatieagenda. De governance voor bovenregionale samenwerking richt zich zowel op de gemeenten onderling als op gemeenten en jeugdzorgaanbieders. Ook de governance van onze jeugdregio wordt herzien als onderdeel van de doorontwikkeling van de jeugdregio Zuid-Limburg.
Evaluatie Zuid-Limburg neemt bestuurlijk deel aan de stuurgroep monitoring en ambtelijk aan het kernteam dat de monitoring voorbereidt. Dit omvat toegang tot integrale stukken, maandelijkse rapportages, financiële analyses, KPI-sturing, cashflowoverzichten en deelname aan het kernteamoverleg. Deze informatiepositie is cruciaal om toetsbare herstelinspanningen te volgen en tijdig bij te sturen. 5
Een digitaal platform van de Jeugdautoriteit dat vroegtijdig continuïteitsrisico's van jeugdhulpaanbieders signaleert.
7
Gezondheid en Vitaliteit Wanneer de continuïteit van jeugdhulp in het gevaar komt, is dit een risico voor de gezondheid van burgers. Gezondheid in de breedste zin van het woord. Het is daarom van groot belang te voorzien in voldoende en passende jeugdhulp. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Raadsbesluit (concept) Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid-Limburg Versie 1.0 DEF 22 mei 2025 Reader Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid Versie 1.0 DEF 22 mei 2025 Besluitvormingsrapport G16 Mutsaersstichting Informatiebrief Taskforce robuust zorglandschap Limburg 14.08.2025 Advies Taskforce robuust zorglandschap Limburg a. informatiebrief 27 maart 2024 b. herstelplan Grip op de toekomst 8. Q en A continuïteit jeugdhulp en Mutsaers 20251217
8
Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid-Limburg (Versie 1.0_Definitief)
Voorwoord Soms is hij tot laat in de avond aan het whatsappen met cliënten, om ze te stutten en te steunen. Er moet immers iemand zijn voor de mensen, ook als hulp uitblijft. Hij ziet de jeugdzorg zuchten: “De sector heeft het echt zwaar en dat zie ik overal. En juist dát is wat mij drijft om hier me in vast te bijten en te doen wat ik kan. Dat ik hoe klein mijn bijdrage ook is, mensen kan helpen en proberen kinderen uit een situatie te krijgen die schadelijk voor ze is. Het is denk ik ook een soort missie of levensinstelling die je hebt. Niet alleen in het werk, maar ook als ik niet aan het werk ben. Om waar ik ook kom mensen te inspireren, of in ieder geval iets mee te geven waar ze zelf niet aan gedacht hebben.” Een jeugdzorgmedewerker.
Jeugdzorg is mensenwerk. Het gaat over vaak kwetsbare kinderen en onzekerheid bij hun ouders. Mensen die in de jeugdzorg werken bouwen relaties op met kinderen en hun ouders om hun situaties te verbeteren en kinderen kansen te bieden in hun toekomst. Het is belangrijk te beseffen dat kinderen zich hechten aan hulpverleners en omgekeerd. Een stabiele omgeving waarin hulpverleners hun werk kunnen doen en kinderen en ouders zich geen zorgen hoeven te maken dat zij (opnieuw) in de steek worden gelaten is van belang. Dat is de situatie die we moeten beoordelen. Kan een organisatie die in financiële problemen is geraakt het tij dusdanig keren dat die stabiliteit bereikt kan worden? En als dat niet het geval is, welke keuzes moeten dan gemaakt worden om alsnog die stabiele randvoorwaarden te organiseren. Hoe kunnen we voorkomen dat een faillissement een acute verstoring van de jeugdzorg betekent voor zowel de hulpverlener als het kind en de ouders. Wanneer is het moment om te kiezen voor een andere stap dan herstel van de bestaande organisatie? Wanneer moet je door de zure appel heen en je gaan richten op het voorbereiden van een zachte landing en maatregelen om emotionele impact bij kinderen en hun ouders zoveel als mogelijk te beperken? U staat aan de lat om die afweging steeds weer opnieuw te moeten maken. Een zware verantwoordelijkheid.
Weging moet leiden tot een meer objectieve beoordeling van bestaande situaties, veelal gebaseerd op harde eisen en eerder gemaakte afspraken. Maar nooit zonder oog voor de gevolgen voor kinderen en hun ouders. Nooit zonder je te realiseren dat kinderen en hun ouders ook invloed willen hebben op beslissingen die hun gaan raken.
Leeswijzer Voor u ligt het concept ‘wegingskader continuïteit Jeugdhulp Zuid-Limburg’. Dit kader is ontwikkeld naar aanleiding van vragen vanuit de G16 en het taskforcerapport Robuust zorglandschap ZuidLimburg. Dit document is een groeidocument dat toepasbaar is op alle situaties die zich voor kunnen doen op het moment dat vraagstukken voorliggen rondom in discontinuïteit geraakte (jeugdzorg) organisaties of op het gebied van bovenregionaal samenwerken. Bij het lezen van dit wegingskader zijn hoofdstuk 2 en 3 en de schema’s op pagina 8 en 11 het meest actueel. Zij hebben betrekking op de nu voorliggende dossiers en bieden steun bij de nadere besluitvorming.
Printwijzer Indien u dit document wenst uit te printen is het advies de pagina’s 4, 8 en 11 voor de leesbaarheid op A3 formaat en in kleur enkelzijdig af te drukken. De overige pagina’s kunnen op A4 geprint worden.
Inhoud Inleiding
..................................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1 Beoordeling van dossier van jeugdhulpaanbieders met continuïteitsproblemen. .......... 3 Wat is een continuïteitsprobleem? ..................................................................................................... 3 Hoofdlijnen in schema 1 ...................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Nadere besluitvorming bij (blijvende) continuïteitsproblemen jeugdzorgaanbieders na uitvoer herstelplan ........................................................................................................... 5 Hoofdlijnen in schema 2 ...................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3 Uitgangspunten voor beoordeling bovenregionale component en samenwerking ........ 8 Hoofdlijnen in schema 3 ...................................................................................................................... 8
Inleiding Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor het treffen van voorzieningen op het gebied van jeugdzorg, daar waar een jeugdige (en/of diens ouders) zorg nodig heeft in verband met opgroeien, opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Hoewel de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor het stelsel als geheel, is elke gemeente ervoor verantwoordelijk dat er een toereikend aanbod is van jeugdzorgvoorzieningen en gecertificeerde instellingen. Dit betekent ook dat de gemeente, bij het eventueel wegvallen van een voorziening, ervoor verantwoordelijk is dat er een alternatieve voorziening beschikbaar is die kwalitatief en kwantitatief toereikend is voor de zorgvragen van jeugdigen en ouders in haar gemeente. De 16 Zuid-Limburgse gemeenten werken samen om doelen te bereiken op het gebied van jeugdzorg in de jeugdregio Zuid-Limburg. Zij kopen gezamenlijk (delen van) jeugdhulp in bij diverse jeugdzorgaanbieders. Jeugdzorgaanbieders (hierna: aanbieders) zijn ondernemers. Een onderneming kan door omstandigheden ernstig in de (financiële) problemen komen, waardoor de onderneming in zijn of haar bestaansrecht wordt bedreigd. De continuïteit van de jeugdzorg aan jeugdigen uit Regio Zuid-Limburg kan dan in het gedrang komen. In het verleden is het eerder voorgekomen dat organisaties failliet gingen.
Daarbij ontstond noodzaak om ten behoeve van onze jeugd en de zorg die zij nodig hebben vanuit gemeenten extra financiële investeringen te doen en extra inspanningen te verrichten om de continuïteit van de zorg voor onze jeugdigen te borgen. De jeugdzorgsector in Zuid-Limburg staat al geruime tijd voor aanzienlijke uitdagingen, waaronder: veranderende wet- en regelgeving, financiële druk en de noodzaak om hoogwaardige zorg te blijven bieden aan jeugdigen. Actueel zijn discontinuïteitsproblemen bij meerdere jeugdhulpaanbieders. Deze problemen kunnen in potentie bij een verdere escalatie leiden tot een scenario waarbij voor onze jeugdigen niet langer voldoende voorzieningen beschikbaar zijn op het gebied van Jeugdzorg (essentiële of cruciale zorg). Dit kan betekenen dat gemeenten mogelijk niet langer meer voldoen aan hun wettelijke taak. Om als gemeenten op duurzaamheid gerichte besluiten te kunnen nemen n ten opzichte van de aanbieders in continuïteitsproblemen, is het van belang kaders te bieden waarlangs de te nemen besluiten bij verschillende scenario’s gemotiveerd en onderbouwd kunnen worden. Daarbij gaat het om kaders vanuit juridisch, financieel en inhoudelijk perspectief.
Daarnaast is het noodzakelijk bestaande landelijke kaders te hanteren zoals het draaiboek Continuïteit Jeugdzorg (hierna draaiboek CJ), de ontwikkellijn vanuit de hervormingsagenda Jeugd en de aanbevelingen vanuit de Taskforce Robuust Zorglandschap Limburg. Het doel van dit wegingskader is om een gestructureerde en objectieve methode te bieden voor de beoordeling van de herstelplannen en ontwikkelingen van jeugdzorgorganisaties in continuïteitsproblemen. Daarnaast is dit wegingskader bruikbaar, ter voorkoming van continuïteitsproblemen bij Jeugdzorgorganisaties in Zuid-Limburg. Dit kader is ontworpen om beleidsmakers, bestuurders en andere betrokkenen te ondersteunen bij het nemen van weloverwogen en transparante beslissingen over de toekomst van deze organisaties. Niet met als doel de organisatie koste wat kost te behouden, maar vanuit het oogpunt van continuïteit van de jeugdzorg in Zuid-Limburg voor onze jeugd. Het helpt om besluiten te wegen en te onderbouwen. Het is van belang een drietal cruciale uitgangspunten te blijven hanteren tijdens de weging: Het belang van de jeugdige en het gezin staat centraal. Behoud van uitvoerend personeel is van wezenlijk belang voor de jeugdige wanneer continuïteit bedreigd wordt. De in de regio gestelde inhoudelijke doelstellingen kunnen bereikt worden.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
1
Inhoudelijke leeswijzer Dit document bestaat uit stroomschema’s die generiek toepasbaar zijn en afhankelijk van het vraagstuk helpen om de juiste routing te volgen in de besluitvorming en het vinden van oplossingen. De schema’s zijn verrijkt met toelichtende teksten. In hoofdstuk één is schema 1 opgenomen. Dit schema is gericht op de beoordeling van een herstelplan of een bijgesteld herstelplan, met of zonder fusie. Schema 1 is opgenomen om inzicht te bieden in het vertrekpunt van organisaties die in continuïteitsproblemen raken. In hoofdstuk twee is schema 2 opgenomen. Dit schema richt zich op de dossierbeoordeling van aanbieders met continuïteitsproblemen, de voortgang van herstel en te maken afwegingen bij het uitblijven van herstel. In hoofdstuk drie is schema 3 opgenomen waarbij een bovenregionale component speelt in de dossiers van aanbieders en een gemeente buiten de regio Zuid-Limburg als accounthoudende regiegemeente verantwoordelijkheid draagt. Ter ondersteuning en als achtergrondinformatie is een reader samengesteld met compacte informatie over bestaande regelgeving, bestaande kaders en toekomstige ontwikkelingen die op zichzelf en in combinatie invloed uitoefenen op keuzes die in de nu voorliggende dossiers moeten worden gemaakt. Tot slot: dit wegingskader is geen statisch document.
Door toepassing ervan in de praktijk zullen we dit kader steeds doorontwikkelen, verfijnen en actualiseren.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
2
Hoofdstuk 1 Beoordeling van dossier van jeugdhulpaanbieders met continuïteitsproblemen. In dit schema dat gebaseerd is op de opgedane praktische kennis van de afgelopen periode, wordt voorgesorteerd op een nog te ontwikkelen definitief stappenplan over hoe de regio moet handelen wanneer een aanbieder in nood verkeert. Immers, bij een in nood verkerende aanbieder dreigt verstoring van de hulp die een jeugdige en zijn/haar gezin vanuit deze organisatie ontvangt. Hoewel de uitgangspunten gericht zijn op essentiële jeugdhulp en de organsiaties die dit bieden, kunnen de inzichten gebruikt worden voor álle organisaties die in problemen raken.
Wat is een continuïteitsprobleem? Er is sprake van een continuïteitsprobleem wanneer de financiële problemen van een organisatie dusdanig zijn dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is. Naast financiële problemen zijn er ook andere redenen voor het ontstaan van zorgelijke of (zeer) problematische continuïteitsrisico’s, zoals: het wegvallen van bestuur; het verliezen van nadere opdrachten; een daling van instroom of uitstroom (die leidt tot onder- of overproductie); een hoge ongevalideerde productie; het niet verkrijgen van een kwaliteitscertificaat; een significant verschil van mening over tarieven/aanbesteding en het voeren van rechtszaken; grote personele uitdagingen in bezetting door uitstroom of ziekteverzuim; (bestuurlijk) mismanagement; onvoldoende toezicht door RvT of RvC; (regionale) samenwerkingsproblemen; continuïteitsopmerkingen van banken of accountants; zorgen over de kwaliteit van zorg; een onder toezichtsstelling door de inspectie; sluiting van een afdeling of locatie.
Hoofdlijnen in schema 1 Bij het beoordelen van de impact van de continuïteitsproblemen in onze regio is het belangrijk vast te stellen wat de rol van de jeugdhulporganisatie is binnen het zorglandschap van Zuid-Limburg. Is het een grote partij of juist niet? Gaat het om zorg in een niche die wellicht niet gemist kan worden? Is de aanbieder gecontracteerd binnen de regio of gaat het om een onderaannemer die een deel van de zorg uitvoert voor een door ons gecontracteerde partij? Een cruciale vraag hierbij is de vraag wat er met een jeugdige en zijn en haar gezin gebeurt als we niets doen. Tot slot spelen vragen over de rol en verantwoordelijkheid van gemeenten in deze situatie. Wanneer we op basis van bovenstaande vragen tot de conclusie komen dat een interventie vanuit gemeenten gerechtvaardigd is, moet deze interventie zich primair richten op herstel van de organisatie. Immers dat biedt voor de jeugdige en zijn/haar gezin in de meeste gevallen de beste continuïteit van zorg. Dit betekent dat er een plan moet worden opgesteld dat reëel uitzicht biedt op duurzaam herstel van de bedrijfsvoering van de organisatie binnen een primaire doorlooptijd van twee jaren. Schema 1 biedt inzicht bij de dossierbeoordeling van organisaties die in contnuïteitsproblemen raken.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
3
Elementen in de beoordeling binnen schema 1 zijn: 1. Beoordeling van het Herstelplan van de volgende punten analyse problemen; consequenties voor jeugdigen; haalbaar zorginhoudelijk en bedrijfsmatig plan; duidelijk financieel herstel in nabije toekomst dat voldoet aan de gestelde contractuele eisen binnen de gegunde aanbestedingen en toekomstige aanbestedingen; gevalideerde robuuste exploitatiebegroting en liquiditeits- en balansprognose; realistische tijdelijke financieringsvraag; risicoparagraaf met scenario's en maatregelen ter mitigatie; heldere en meetbare planning en mijlpalen. 2.
Beoordeling van een eventuele fusie of overname wanneer dit onderdeel is van het herstelplan door te kijken naar de volgende punten: informatie zoals deze aangeleverd wordt bij de NZa en met name de beoordeling van de doelstellingen van de fusie, de voornemens over de locaties van waaruit zorg zal worden verleend door de fusieorganisatie, de wijze waarop zorgprocessen muteren en het effect op de continuïteit van de jeugdzorg en de individuele jeugdige en zijn/haar gezin; effect op pluriform zorglandschap; consequenties voor jeugdigen; financiële duurzaamheid en risico’s fusieorganisatie; kwaliteit en continuïteit jeugdzorg; juridische aspecten en governance en invloed gemeenten; regionale en bovenregionale samenwerking; impact op personeel en bedrijfsvoering; de rol van gemeenten vanuit het oogpunt van verantwoordelijkheid voor continuïteit van de jeugdzorg en beschikbaarheid van Jeugdhulp; de consequenties voor de bestaande contracten. 3.
Tot slot het nemen van besluiten over voorwaarden financiële ondersteuning indien deze nodig is voor de uitvoering van het Herstelplan: middelen gealloceerd aan goedgekeurd Herstelplan en continuïteit van de jeugdzorg; informatieplicht; maximale transparantie zonder beperkingen (ook bedrijfsvoering); monitoring; uitzicht op herstel; financiële voorwaarden terugbetaling; bezoldiging (in- en extern) binnen normen CAO en WNT; geen negatieve Continuïteitsparagraaf accountant voor de midden-lange termijn.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
4
Hoofdstuk 2
Nadere besluitvorming bij (blijvende) continuïteitsproblemen jeugdzorgaanbieders na uitvoer herstelplan
Dit schema komt voort uit vraagstukken die op moment van schrijven van dit afwegingskader in de jeugdregio spelen. Na constatering van continuïteitsproblemen, zoals in hoofdstuk 1 besproken, is er vaak sprake van een intensieve periode gericht op het herstel van de bedrijfsvoering van een organisatie. Zo ook in de situatie die nu spe(e)l(t)(en). Er is door de organisatie en gemeenten een forse inspanning geweest gericht op herstel van een belangrijke organisatie voor de regio en de jeugdigen die hulp nodig hebben. Deze inspanning ging gepaard met bijna twee jaren aan samenwerking en afstemming tussen gemeenten (en hun raden) en aanbieder, de inzet van een regievoerder en de samenwerking met de Jeugdautoriteit. In deze periode zijn extra financiële middelen ingezet voor de uitvoering van een herstelplan dat uitzicht bood op duurzaam herstel. Maar wat als blijkt dat het herstel minder voortvarend verloopt als vooraf gedacht? Wat wanneer er veranderingen zijn in het zorglandschap die eerdere plannen verstoren? Wat als er financiële tegenvallers waren onderweg? Wat als er blijvende onzekerheid is over de zorg die een jeugdige nodig heeft van de in nood verkerende organisatie? Wanneer besluit je dan tot inzet van een nieuwe strategie die niet langer gericht is op herstel maar op alternatieven? Deze vragen leiden tot nadere besluitvorming, waarop we in dit hoofdstuk verdiepen.
Zorgvuldige voorbereiding Bij de voorbereiding van een besluit moeten alle relevante factoren en omstandigheden opgespoord worden. Deze moeten allemaal meespelen bij het nemen van de beslissing. Bestuurders moeten de feiten en de belangen weten. Fair play beginsel (verbod op vooringenomenheid) Een besluit zonder vooringenomenheid of partijdigheid. Elke schijn van partijdigheid moet vermeden worden. Motiveringsbeginsel Een besluit rust op een draagkrachtige motivering. De motivering moet het besluit dragen en moet het besluit kunnen verklaren. De feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Gelijkheidsbeginsel Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate waarin zij verschillen. Materiële zorgvuldigheid Besluiten mogen zo min mogelijk schade veroorzaken. Het is soms onvermijdelijk dat belangen van individuen schade ondervinden door maatregelen voor het algemeen belang. Alle relevante factoren moeten in de besluitvorming betrokken worden.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
5
Evenredigheidsbeginsel Dit beginsel kijkt naar de gevolgen van een besluit. Uit een besluit kunnen lasten voortvloeien. Deze mogen niet onevenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient. De verhouding tussen het effect en het middel moet in balans zijn. Als een besluit voor iemand onevenredig nadelig is dan moet dit nadeel gecompenseerd worden.
Hoofdlijnen in schema 2 Schema 2 is bedoeld om besluitvorming van bestuurders met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur te ondersteunen. De besluitvormingslijnen in het beslisschema in combinatie met de organisatie specifieke informatie in de dossiers moeten leiden tot een helder en transparant genomen besluit dat inzichtelijk is voor stakeholders en individuele raden. De meest harde beoordeling is de meetlat van de contractuele eisen. Een organisatie moet (ook nu al) kunnen voldoen aan alle uitvoeringseisen op het gebied van kwaliteit en bedrijfsvoering. Het niet kunnen voldoen aan bijvoorbeeld de (uitvoerings-) eisen op het gebied van solvabiliteit, weerstandsvermogen en Current ratio kunnen op basis van een overeengekomen, doorlopen en mislukt verbeterplan aanleiding vormen voor ontbinding van contracten. Óf en zo ja wanneer dat gebeurd is aan gemeenten.
Daarnaast kunnen/moeten de volgende punten beoordeeld worden om tot de keuze van een juiste oplossing te komen wanneer herstel niet langer de strategie kan zijn: consequenties voor jeugdigen: minimale verstoring van bestaande relaties met jeugdhulpverlener, overleg en instemming is aan de orde; strijdigheid met overeenkomsten- en/of aanbestedingsrecht; maximaal behoud beschikbaarheid benodigde jeugdzorg; opties overnemende partijen (samenwerking, fusie, per onderdeel, wel of niet overneembare onderdelen); effect op pluriform karakter zorglandschap, keuzevrijheid en diversiteit; invloed op wachttijden en wachtlijsten; aard van de af te bouwen of over te dragen jeugdhulp en samenstelling populatie jeugdigen; de kwaliteit van de jeugdhulp na afbouw en/of overdracht; bereidheid transparantie en deelname Early Warning System; complexiteit en financiële impact; behoud van uitvoerend personeel voor de sector; risicoanalyse en beheersende maatregelen. In deze situaties blijven de elementen van beoordeling zoals genoemd in schema 1 van toepassing.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
6
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
7
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten voor beoordeling bovenregionale component en samenwerking Een aantal jeugdzorgorganisaties leveren jeugdzorg in meerdere regio’s. Dat biedt kansen voor samenwerking tussen gemeenten in de verschillende regio’s. Het creëert ook onderlinge afhankelijkheid. Immers, de acties van de ene regio kunnen consequenties hebben voor de andere regio. Een verschil in tarieven kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een jeugdzorgorganisatie een grotere inzet van jeugdzorg pleegt in de ene regio ten opzichte van de andere regio, omdat daar hogere tarieven voor dezelfde zorg worden betaald. Zeker wanneer het om schaarse zorg gaat, kan dat een wissel trekken op de beschikbaarheid van deze zorgvormen in de ene ten opzichte van de andere regio, met grotere wachtlijsten tot gevolg. Wanneer een organisatie in problemen raakt die in meerdere regio’s actief is, moet de bovenregionale context altijd meegewogen worden. Schema 3 kan daarbij behulpzaam zijn.
Hoofdlijnen in schema 3 Het schema maakt transparant wanneer je als regio wel of niet in positie bent om te acteren bijvoorbeeld wanneer een andere regio accounthoudend is of juist een volgende rol vervult. De volgende punten kunnen worden gebruikt om te beoordelen of noodzaak bestaat aan bovenregionale samenwerking en welke opties hiervoor bestaan: beschikbaarheid van de vorm van jeugdzorg is op regionaal niveau onvoldoende; er is sprake van schaars aanbod en bovenregionaal inzicht en sturing op wachtlijsten is noodzakelijk. Beschikbaarheid moet in de regio's gelijkwaardig geborgd worden; aanbieders van deze vorm van jeugdhulp zijn in tenminste twee van de drie regio's in Limburg actief; het aantal aanbieders in de regio die deze schaarse zorg bieden is beperkt (Monopolie of Oligopolie); extra eisen worden gesteld op het gebied van kwalificaties van personeel, veiligheid en organisatie van deze vorm van Jeugdzorg; beschikbaarheid van de vorm van Jeugdhulp is essentieel; doelstellingen kunnen in regio's gelijk zijn evenals de tarieven en voorwaarden waardoor centraal kan worden ingekocht en decentraal kan worden uitgevoerd; concurrentie voor deze vorm van jeugdzorg is onwenselijk; het is noodzakelijk alle aanbieders te contracteren die voldoen om pluriformiteit te behouden of te verbeteren; de zorg is aangewezen in de AMvB Zorgvormen als verplicht regionaal
inkopen; het bovenregionale expertiseteam Zuid-Limburg heeft positief geadviseerd over bovenregionale samenwerking voor deze jeugdzorg; er is consensus over bovenregionale samenwerking; de samenwerking past binnen gemaakte afspraken en bovenregionale governance. Naarmate meer van bovenstaande punten met ‘ja’ kunnen worden beantwoord is dat een sterke aanwijzing om samenwerking bovenregionaal te onderzoeken en vorm te geven. Samenwerking biedt immers kansen om ten opzichte van zeer grote aanbieders met een miljoenenomzet op gemeentelijk en provinciaal niveau meer evenwicht in de onderlinge relatie te brengen. Hiervoor is het nodig om goede afspraken te maken over de inhoud van de samenwerking en de governance.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
8
Schema 3 kan worden gebruikt voor de beoordeling van kansen op bovenregionale samenwerking. En kan daarnaast ook besluitvorming ondersteunen wanneer een andere accounthoudende regio een bijdrage verlangt van een andere regio.
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
9
Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
10
Reader Wegingskader Continuïteit Jeugdhulp Zuid-Limburg (Versie 1.0_definitief_22-05-2025)
Inhoud Scenario’s
.......................................................................................................................... 1
Scenario 1
Duurzaam Financieel Herstel zonder fusie................................................................... 1
Scenario 2
Gecontroleerde Afbouw en Overdracht van Jeugdzorg ............................................... 2
Scenario 3:
Behoud van een Kernvoorziening & Afbouw van Overige Jeugdzorg .......................... 2
Rekening houden met emotionele impact jeugdigen en hun ouders bij (dreigend) faillissement jeugdzorgorganisatie ............................................................................................... 4 Kernpunten bij beoordeling van een fusie binnen het herstelplan .................................................. 6 Toelichting op juridische, financiële en inhoudelijke invalshoeken ................................................. 8 Aanbevelingen vanuit het Taskforcerapport ....................................................................................... 8 Aanbestedingsrecht ............................................................................................................................. 9 Wezenlijke wijziging............................................................................................................................. 9 Overeenkomst ..................................................................................................................................... 9 Beoordeling van eisen binnen bestaande overeenkomsten ............................................................. 10 Jeugdwet ...........................................................................................................................................
10 Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) ............................................................................................. 11 Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen (verwacht medio 2025)................ 11 Algemene maatregel van bestuur reële prijzen jeugdwet ................................................................ 11 Centrumregeling Jeugdzorg en Regioplan ......................................................................................... 12 Early Warning System ........................................................................................................................ 12 Accounthouderschap......................................................................................................................... 12 Convenant ‘bevorderen continuïteit jeugdzorg voor cruciale aanbieders ........................................ 12 Draaiboek continuïteit jeugdzorg ...................................................................................................... 13 Handreiking Continuïteit van Jeugdzorg bij faillissement.................................................................. 13 Hervormingsagenda jeugd ................................................................................................................
13 Financiële kaders ............................................................................................................................... 14 Inhoudelijke uitgangspunten (beleidskader Jeugdzorg Zuid-Limburg 2024-2028) ........................... 14
Scenario’s Het gebruik van scenario’s in een wegingskader is essentieel om gefundeerd en transparante beslissingen te nemen. Scenario’s helpen om complexe situaties op een gestructureerde manier te analyseren. Door de verschillende mogelijkheden uit te werken, wordt duidelijk wat de voor- en nadelen van elke keuze zijn en welke consequenties eraan verbonden zijn. Er is daar waar het gaat om behoud van de continuïteit van jeugdhulp wanneer organisaties in financieel zwaar weer verkeren geen eenduidige keuze te maken. Ieder van de ontwikkelde scenario’s brengt risico’s met zich mee. Door deze vooraf in kaart te brengen, kunnen passende strategieën worden ontwikkeld om de negatieve gevolgen te minimaliseren. Met als doel het beheersen van inhoudelijke, personele, financiële, juridische en sociale risico’s. In Zuid-Limburg staan vier organisaties op de radar die in meer of mindere mate continuïteitsproblemen kennen. De situatie van elke organisatie is uniek. En elk kent een eigen context die van invloed is op de te maken keuzes.
Zo is Stichting F een organisatie die in hoge mate financieel afhankelijk is van de regio ZuidLimburg, wat de bedrijfsvoering kwetsbaar maakt. Gezien de omvang van de dienstverlening in deze regio is continuïteit van de jeugdzorg voor het maken van keuzes omtrent deze organisatie een belangrijke afweging.; Organisatie G is een organisatie die weliswaar Jeugdzorg verleent in Zuid-Limburg, maar voornamelijk in andere regio’s actief is. Dat maakt de betrokkenheid, verantwoordelijkheid en invloed van de regio Zuid-Limburg zeer klein, terwijl een groep jeugdigen uit Zuid-Limburg afhankelijk is van deze dienstverlening. Organisatie H is in de regio Zuid-Limburg actief, maar vooral in de regio Brabant. Het gemeentelijke accounthouderschap Elders. Ondanks dat het zwaartepunt van de dienstverlening van deze organisatie in een andere jeugd-regio ligt is gevraagd om een financiële bijdrage vanuit Zuid-Limburg.
Ondanks de verschillen in context blijven de scenario’s zoals hieronder beschreven uitgangspunt voor de weging en de besluiten over deze organisaties. Het is ook mogelijk om scenario’s in combinatie toe te passen, bijvoorbeeld deels afbouwen en deels behouden (Scenario 2 en 3). Scenario 1 Duurzaam Financieel Herstel zonder fusie Dit scenario gaat ervan uit dat de jeugdzorgaanbieder in staat is om structureel financieel herstel te realiseren. Opties hiervoor zijn: efficiënter werken, kostenbesparingen doorvoeren, extra financiering verkrijgen of door het verbeteren van de bedrijfsvoering.
Kernpunten:
De structuur en cultuur van de organisatie blijven grotendeels intact. Er wordt een herstelplan opgesteld met realistische financiële en operationele doelen. Extra tijdelijke financiële ondersteuning gericht op een lange termijn rendabele exploitatie kan nodig zijn.
1 Versie 1.0 DEF_22 mei 2025
Gemeenten en (indien van toepassing) andere financiers moeten vertrouwen hebben in de doelstelling en aanpak van het plan en de uitvoeringskracht van de organisatie. Om de voortgang te bewaken worden monitoringsmechanismen ingesteld.
Afwegingen:
Financieel herstel is vooraf aantoonbaar haalbaar. Het is te verwachten dat de jeugdzorgaanbieder in de toekomst zonder structurele externe steun zelfstandig kan blijven opereren. Er is vertrouwen in het management en de implementatie van verbetermaatregelen. Risico: herstel kan trager verlopen dan verwacht en alsnog gedurende het proces extra financiering vereisen.
Scenario 2 Gecontroleerde Afbouw en Overdracht van Jeugdzorg De organisatie wordt in dit scenario niet als financieel duurzaam beschouwd. Er wordt ingezet op een gecontroleerde afbouw waarbij de zorg wordt overgedragen aan andere aanbieders. Kernpunten:
De aanbieder stopt met alle jeugdzorgverlening. Cliënten worden overgedragen naar andere jeugdzorgaanbieders. Contracten met gemeenten worden afgebouwd of beëindigd. Personeel wordt ontslagen of overgeplaatst naar andere aanbieders. Schulden worden waar mogelijk/noodzakelijk gesaneerd om een faillissement te voorkomen.
Afwegingen:
Voorkomt verdere financiële risico’s en structurele steun. Andere aanbieders kunnen de zorg (en personeel) overnemen met minimale verstoring voor cliënten. Risico: Overdracht is afhankelijk van de beschikbaarheid van andere aanbieders. Risico: Er kunnen juridische en financiële complicaties ontstaan, zoals ontslagvergoedingen en contractbreuken.