CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 12 juni 2024, gemeente Kerkrade39.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Kennis te hebben genomen van: a Nota van toelichting 24T1029 a Ontwerpbesl uit Mandatering griffier Woo verzoeken. (nummer: 24Rb035) Gelet op: a Het feit dat de raad, ondanks mandatering, nog steeds eindverantwoordelíjkheid draagt en aansprakelijk is, voor de door de griffier genomen beslissing m.b.t. een Woo-verzoek. a Het feit dat de raad haar verantwoordelijkheid alleen kan nemen, als ze op de hoogte wordt gebracht van een Woo-verzoek en de inhoud daarvan. a Het feit dat de raad haar eindverantwoordelijkheid alleen kan nemen, als ze op de hoogte wordt gebracht van het door de griffier genomen besluit m.b.t. tot toewijzing of afwijzing van een Woo-verzoek.

Besluit:

¡

De volgende regels toe te voegen aan het besluit van het ontwerpbesluit (na besluit lll: ) lV De griffier stelt de raad direct in kennis van een binnen gekomen Woo- verzoek voor de

raad.

V De griffíer deelt het genomen besluit direct met de raad en geeft daarbij een analyse hoe hij/zij tot dit besluit is gekomen en welke rísico's er met het genomen besluit gepaard gaan

SP

K/ma nd a at eriffie / O6-2024

L

t

tfrnlfnAllt

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade, tijdens de raadsvergadering d.d. 12 iuni2O24 en gaat over tot de orde van de dag. namens SP Kerkrade, Marianne Laumann, fractievoorzitter SP Kerkrade drs. Carin Wevers, raadslid

Voor

5 cvvo, cDl)sp)

Tegen

9,t Resultaat

/-)e-ruo,PØ

SP K/ma nd a

at eriffie / 06-2024

2

Nota van toelichting Nummer.: 24Tl017

Kerkrade, april 2024

Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 24rb018

Onderwerp GR RUD Zuid-Limburg: Bijgestelde Begroting 2024, Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenraming 2025-2028 Beslispunten I. een neutrale zienswijze af te geven op de Bijgestelde Begroting 2024 en de Ontwerpbegroting 2025; II. kennis te nemen van de concept-jaarrekening 2023. Inleiding Voor de uitvoering van gemeentelijke taken kan worden gekozen voor een publiekrechtelijke samenwerking, waarbij een zelfstandige organisatie wordt opgericht die voor verschillende samenwerkende gemeenten taken uitvoert. Deze publiekrechtelijke samenwerking is gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling. Bij het overdragen van bevoegdheden naar een publiekrechtelijke samenwerking is het gevolg dat een gemeentelijk bestuur meer op afstand staat en minder invloed kan uitoefenen dan bij taken in eigen beheer. Een van de sturingsinstrumenten vormt de P&C-cyclus. De gemeenteraad dient inzicht te hebben in de financiën van een verbonden partij om daar controle op uit te kunnen oefenen. De Verbonden Partij is verplicht het volgende te doen: - De kadernota voor het eerstvolgende jaar moet ter kennisneming naar de raad gestuurd worden voor 15 april. Hierin worden de beleidsmatige en financiële kaders geschetst. - De voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar moet ter kennisneming naar de raad gestuurd worden voor 15 april. In juli volgt de definitieve en vastgestelde jaarrekening.

De jaarrekening van het samenwerkingsverband laat zien wat afgelopen jaar gebeurd is in financieel en beleidsmatig opzicht. - Het samenwerkingsverband moet een ontwerpbegroting aan de raden sturen, voordat deze wordt vastgesteld. De raad heeft hier de wettelijke mogelijkheid om vooraf wensen of bedenkingen kenbaar te maken door het indienen van een zienswijze. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid om de begroting goed te keuren. In de begroting wordt aangegeven welke activiteiten de verbonden partij in dat jaar gaat uitvoeren en wat de bijdrage per gemeente is. De begroting is voor de Raad een belangrijk document om kaders te stellen. Volgens de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen moet de ontwerpbegroting 12 weken, voordat de begroting aan het AB wordt aangeboden, aan de gemeenteraden worden toegezonden. Gedurende deze 12 weken kunnen de raden zienswijze indienen bij het DB. Het DB reageert voor vaststelling door het AB schriftelijk én gemotiveerd op de ingediende zienswijzen door de raad. Het AB stelt vervolgens de begroting vast. De begroting moet binnen 2 weken na vaststelling, maar uiterlijk 15 september (voorheen 1 augustus) worden toegezonden aan de Gedeputeerde Staten. De uitvoering van de activiteiten is een verantwoordelijkheid van de Verbonden Partij. Hierop kan geen zienswijze worden ingediend.

Voor de beoordeling door de Raad zijn met name van belang beleidsaanpassingen en nieuwe ontwikkelingen die een financiële impact hebben op de totale begroting. Deze 1

worden onderstaand toegelicht. In de begroting wordt ook inzichtelijk gemaakt wat de financiële gevolgen zijn van CAO-wijzigingen, indexeringen en beleidswijzigingen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dit zal eveneens nader worden toegelicht. Tot slot zal het Totaalbedrag van Meerjarenraming 2024 Jaarschijf 2025 worden aangegeven en het totaalbedrag van de begroting van de GR en de impact hiervan op onze gemeente. In deze nota van toelichting ligt voor de begroting van GR RUD-Zuid-Limburg. Doelstelling De raad de gelegenheid te geven haar zienswijze te geven op de Bijgestelde Begroting 2024 en de Ontwerpbegroting 2025, zodat deze betrokken kan worden bij de definitieve besluitvorming door het AB. Gevraagd wordt de reactie uiterlijk 11 juni 2024 aan het AB kenbaar te maken. Argumenten Jaarrekening 2023 De Jaarrekening 2023 van de RUD sluit op een onverdeeld resultaat van € 785.606. Het DB stelt aan het AB voor om uit het resultaat een aantal reserves te vormen en het restant uit te keren:

De verhoging van het Weerstandsvermogen is een direct gevolg van de toename van de omvang van de Begroting 2025. De vorming van de beide Bestemmingsreserves “bodemtaken ingroeimodel” en “basistaken ingroeimodel” zijn gedacht om de kostenstijging in 2025 als gevolg van beide ingroeimodellen (die voortkomen uit wetswijzigingen) te dempen. Het is aan het AB of men dit voorstel volgt dan wel er voor kiest om deze reserves niet te vormen, daardoor nu meer uit te keren en de Begroting 2025 met eenzelfde bedrag te verhogen. Het vaststellen van de Jaarrekening en hoe om te gaan met een overschot is aan het AB, de raden hebben hierin geen rol. Bijstelling Begroting 2024 De redenen voor bijstelling: -Effect aanpassing loonschalen aan CAO SGO geldend vanaf 1 januari 2024, groot € 93.000; -Effect ingroeimodel bodemtaken. In vastgestelde begroting 2024 is gerekend met 2,5 fte, in gewijzigde begroting wordt gerekend met het ingroeimodel, 4 fte. Totaal effect van deze wijziging is € 157.000. De bijgestelde begroting 2024 als geheel neemt in omvang toe met ca. € 250.000 naar € 17.683.000. Deze bijstelling betekent voor Kerkrade een toename aan kosten met € 17.000 naar € 312.000.

2

Echter, indien het AB besluit om het voorstel van het DB te volgen over het vormen van een “bestemmingsreserve nieuwe bodemtaken ingroeimodel” uit het overschot Jaarrekening 2023 dan wordt deze kostenstijging hieruit gefinancierd en komt de te betalen extra bijdrage uit op 0 euro.

Begroting 2025 De toelichting op de wijzigingen tussen Begroting 2025 en de Bijgestelde Begroting 2024 staat in de tekst op pag. 24 t/m 26. De wijzigingen hebben voor Kerkrade een relevant gevolg, de verwachte kosten stijgen van € 312.000 in 2024 naar € 420.000 in 2025. In de begroting van de gemeente Kerkrade is voor het jaar 2025 een bedrag van € 310.000 begroot. Het tekort ad € 110.000 voor 2025 zal betrokken worden bij de behandeling van de begroting 2025 van de gemeente Kerkrade. Voor het jaar 2026 en verdere jaren bedraagt het tekort € 175.000 omdat er voor die jaren € 245.000 voorzien is in de begroting van de gemeente Kerkrade. De essentie van de redenen achter deze stijging zijn: -gevolgen van de invoering van de Omgevingswet waarbij de wetgever van het moment gebruik gemaakt heeft om het aantal taken dat verplicht bij een Omgevingsdienst dient te worden ondergebracht flink uitgebreid is (“nieuwe basistaken”) en deels bevoegdheden verschoven heeft van Gedeputeerde Staten naar colleges (“nieuwe bodemtaken”). Beide “nieuwe taken” dienen verplicht door de RUD te worden uitgevoerd, de rekening daarvan komt bij de colleges. De Provincie dempt de kostenstijging als gevolg van overheveling van bodemtaken door hier tijdelijk een financiële bijdrage in te leveren.

-gevolgen van de door het Rijk gemaakte keuze om Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op milieugebied en bouwgebied (dit laatste voor zover Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn) te beleggen bij “robuuste Omgevingsdiensten”. Aan het zijn van “robuust” worden door het Rijk eisen gesteld. Iedere GR dient per 1 april 2026 aan die criteria te voldoen. De toename aan Basistaken levert deels invulling hieraan maar daarnaast dient geïnvesteerd te worden in het bereiken van die robuustheid. De kosten hiervan komen bij de deelnemers aan de GR terecht. De vraag of dit laatste “fair” is, stelt zich niet omdat deelnemers hierop geen invloed hebben omdat het een verplichting is. Weliswaar kan op onderdelen verschillend gedacht worden over wanneer, hoe en op welke wijze te gaan voldoen aan de criteria, het te behalen doel is door het Rijk voorgegeven. De staatsecretaris van BZK heeft inmiddels laten weten zich actief te gaan bemoeien met cq. te gaan ingrijpen bij Omgevingsdiensten die niet (gaan) voldoen aan de robuustheidscriteria. De Bijgestelde Begroting 2024 en de Begroting 2025 geven, gelet op het bovenstaande, geen aanleiding tot opmerkingen. Gezien de financiële gevolgen van beide begrotingen wordt voorgesteld een neutrale zienswijze uit te brengen.

Kanttekeningen Naar aanleiding van de wijziging van de Wgr is dit jaar nieuw dat de termijn voor het indienen van eventuele zienswijzen structureel met vier weken is verlengd (van acht naar twaalf weken). 3

Verder is nieuw dat het Dagelijks Bestuur de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de Ontwerpbegroting door het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis dient te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijzen en de eventuele conclusies die daaraan worden verbonden. Financiën Samengevat hebben de begrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025 e.v. voor Kerkrade de volgende financiële consequenties: Bedragen * € 1.000 Alle bedragen in euro’s

2024

Primaire begroting 2024

17.433

Begrotingswijziging 2024

17.683

2025

2026

2027

2028

20.700

20.991

21.107

21.525

-110

-175

-175

-175

Financieel gevolg Kerkrade Begroting / Meerjarenramiqng Financieel gevolg Kerkrade

0

Communicatie In een gezamenlijke commissievergadering zullen de financiële gevolgen van de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen inzichtelijk worden gemaakt. Uitvoering De aanbiedingsbrief is getekend op 20-3-2024. Reactie wordt gevraagd uiterlijk 11 juni 2024. De voorlopige Jaarrekening 2023 is ter kennisname. Gezondheid en Vitaliteit n.v.t. Burgerparticipatie Niet van toepassing. De kosten komen niet ten laste van de burger.

4

Domein Stad Bezoekadres

RUD Zuid-Limburg Voorzitter DB Postbus 5700 6202 MA MAASTRICHT

Markt 33 Ambtenaar

M. Stevens Telefoonnummer

+14 045 Telefax

0455676395 Zaaknummer

24i0015842/43 Uw brief van

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Datum

20 maart 2024

DOC-00629879

24u0005346 *24u0005346*

12 juni 2024

Onderwerp

Begroting 2024/2025 Bijlage(n)

0 Geachte voorzitter, Zowel de begrotingswijziging 2024 als de ontwerpbegroting 2025 leiden tot een kostenstijging voor onze gemeente (waarbij de stijging 2024 wellicht gedekt gaat worden uit het overschot 2023). Voor beide jaren geldt dat onze raad kostenstijgingen uiteraard niet toejuicht. Daar deze echter grotendeels bestaan uit niet door de RUD beïnvloedbare factoren leidt dit tot een neutrale zienswijze op beide begrotingen. In de loop van 2024 verwachten wij meer helderheid te krijgen over de perspectieven voor 2025 en verder voor wat betreft de gemeentelijke financiën. Een vertaling hiervan in consequenties richting onze gemeenschappelijke regelingen (indicatief een taakstelling van 5-10%) volgt dan ook later dit jaar met het verzoek om voorstellen te doen hoe een dergelijke besparing in de werkzaamheden gerealiseerd kan worden. Dit uitgangspunt geven wij overigens aan alle GR-en mee en zal ook met de verschillende deelnemende gemeenten worden opgepakt. De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen Housen

mr. drs. D.G.M.G. Franssen

Postbus 600 6460 AP Kerkrade Telefoon 14 045 Telefax 0455676395

Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G

Gemeenschappelijke regeling RUD, wijziging Begroting 2024 Totaalbedrag Gewijzigde Jaarschijf 2024 17.432.574

Zienswijze vorig jaar Neutraal

Index

CAO 93.658

Mutaties Beleidsaanpassingen Verplichtingen/ (reeds besloten) wetgeving 157.057

Beleidsaanpassingen Overig (nieuw)

Toelichting ”De door de RUD beschreven redenen die geleid hebben tot de kostenstijgingen zijn navolgbaar.”

Kan dit niet binnen de GR worden opgevangen en kan het niet 'een onsje minder', dan is dit een gegeven Hierover zou de discussie gevoerd moeten worden

Totaalbedrag Impact Kerkrade Begroting 2024 17.683.290

17.000 of 0

Gemeenschappelijke regeling RUD, Begroting 2025 Totaalbedrag Jaarschijf 2024 17.683.290

Zienswijze vorig jaar Neutraal

Index

CAO

933.000

Mutaties Beleidsaanpassingen Verplichtingen/ (reeds besloten) wetgeving 2.083.658

Beleidsaanpassingen Overig (nieuw)

Toelichting ”De door de RUD beschreven redenen die geleid hebben tot de kostenstijgingen zijn navolgbaar.”

Kan dit niet binnen de GR worden opgevangen en kan het niet 'een onsje minder', dan is dit een gegeven Hierover zou de discussie gevoerd moeten worden

Totaalbedrag Impact Kerkrade Begroting 2025 20.699.948

-110.000

ZuidLìmburg

Gescand nummer: 24İ0015842

krade EN

ì- AUMt

2 2 m 2024

De raad van de gemeente Kerkrade Postbus 600

N

6460 AP KERKRADE

Ons kenmerk

DOC-00629879

Uw kenmerk Bijlage(n)

Maastricht

20 maart 2024

Verzonden

^ Q

fįååRĨ 2024

1

Contactpersoon

H. Frins

Telefoon

06 55 41 89 12

E-mail

hma.frins@rudzl.nl

Onderwerp

Ontwerp begrotingswijziging 2024

Geachte raadsleden, Bijgevoegd treft u de ontwerp begrotingswijziging 2024 van de RUD Zuid-Limburg aan. Bij de toezending van de vastgestelde begroting 2024, en ook in de begroting zelf, is al aangegeven dat er een begrotingswijziging zou moeten komen. Omdat voor de uitvoering van deze nieuwe taak financiering voor 2,5 fte is opgenomen in de vastgestelde begroting 2024, maar er 6 fte op basis van kentallen becijferd zijn. Ten tijde van het vaststellen van de begroting heeft het dagelijks bestuur aangegeven zich nog te willen inspannen voor specifieke financieringsbronnen, naast bijdrage van de provincie Limburg ad E 150.000. Echter, onder de Omgevingswet is er geen specifieke financiering ten behoeve van alle gemeenten voor deze taken: voor- en nadelen m.b.t. de overgang naar de Omgevingswet zouden elkaar moeten compenseren. Voor het jaar 2024 wordt gekozen voor een financieel ingroeimodel van 4 fte voor de uitvoering van deze taken. Dit is 1,5 fte meer dan in de vastgestelde begroting 2024 is opgenomen. Vanaf 2025 wordt gerekend met de financiering van 6 fte. Onze financieel toezichthouder, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft aangegeven dat hij ervan uitgaat dat de financiële consequenties van de Omgevingswet geheel in de begroting 2025 worden verwerkt. Dit als opmerking bij de op 10 juli 2023 vastgestelde begroting 2024.

De financiële consequenties voor uw gemeente van de toepassing van het ingroeimodel voor de bodemtaken is in deze begrotingswijziging verwerkt.

Postadres:

+31 43 389 73 30

Wij verwerken persoonsgegevens.

RUD Zuid-Limburg

www.rudzuidlimburg.nl

Voor meer informatie zie

Postbus 5700

info@rudzl.nl

www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer.

6202 MA Maastricht

IBAN: NL53BNGH0285159127

2

Uw mogelijke zienswijzen op de ontwerpbegrotingswijziging 2024, meerjarenraming 2025 - 2027, ontvangen wij graag uiterlijk op 11 juni 2024. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de RUD Zuid-Limburg, De secretaris,

Ĺ,

De voorzitter,

lĄ/lc-4^

L.M. Kobes

Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht

D.M.M. Hendrix

+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127

Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-prcclaimer

■ m Zu/V/Limburg

Omgevingsdienst

Begrotingswijziging begroting 2024

Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg

Dagelijks Bestuur 13 maart 2024

ínhoud A.

Aanleiding

3

B.

Financieel

4

C.

Indicatief effect van voorgestelde begrotingswijziging per deelnemer

4

2 Begrotingswijziging begroting 2024

A. Aanleiding

De directe aanleiding voor deze begrotingswijziging is de financiering van de nieuwe ‘basisbodemtaken’ door gemeenten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het bevoegd gezag voor een deel van de bodemtaken tussen de provincies en gemeenten verschoven richting de gemeenten en zijn specifiek omgeschreven VTH-bodemtaken onder de Omgevingswet een basistaak geworden. Het betreft voor onze dienst nieuwe taken. Het aanvullinqsspoor bodem, bestaande uit de Aanvullingswet het Aanvullingsbesluit - en de Aanvullingsregeling bodem, hebben ervoor gezorgd dat bodem en ondergrond een integraal onderdeel zijn geworden van de Omgevingswet. De regels zijn in de plaats gekomen van de regels voor het beheer van bodemkwaliteit, zoals de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen. Het aanvullingsspoor bodem heeft milieubelastende activiteiten toegevoegd aan het Besluit activiteiten leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn het graven in de bodem met een kwaliteit boven, onder of gelijk aan de interventiewaarde, het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie en het saneren van de bodem. Doordat artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit (de juridische basis van het basistakenpakket van omgevingsdiensten) milieubelastende activiteiten aanwijst als basistaak, zijn deze bodemtaken basistaak geworden.

Zaken die onder het overgangsrecht vallen worden afgehandeld door het voormalige bevoegd gezag Wet bodembescherming. Bij de toezending van de vastgestelde begroting 2024, en ook in de begroting zelf, is al aangegeven dat er een begrotingswijziging zou moeten komen. Omdat voor de uitvoering van deze nieuwe taak financiering voor 2,5 fte is opgenomen in de vastgestelde begroting 2024, maar er 6 fte op basis van kentallen becijferd zijn. Ten tijde van het vaststellen van de begroting heeft het dagelijks bestuur aangegeven zich nog te willen inspannen voor specifieke financieringsbronnen, naast bijdrage van de provincie Limburg ad C 150.000. Echter, onder de Omgevingswet is er geen specifieke financiering ten behoeve van alle gemeenten voor deze taken: voor- en nadelen m.b.t. de overgang naar de Omgevingswet zouden elkaar moeten compenseren. Voor het jaar 2024 wordt gekozen voor een financieel ingroeimodel van 4 fte voor de uitvoering van deze taken. Dit is 1,5 fte meer dan in de vastgestelde begroting 2024 is opgenomen. Vanaf 2025 wordt gerekend met de financiering van 6 fte. Onze financieel toezichthouder, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft aangegeven dat hij ervan uitgaat dat de financiële consequenties van de Omgevingswet geheel in de begroting 2025 worden verwerkt. Dit als opmerking bij de op 10 juli 2023 vastgestelde begroting 2024.

3 Begrotingswijziging begroting 2024

B. Financieel

Gezien het ingroeimodel en het bedrag van C 150.000 van de provincie Limburg ten behoeve van onze regio

Het totale effect op de begroting is als volgt te verklaren: » Effect aanpassing loonschalen aan CAO SGO geldend vanaf 1 januari 2024 is C 93.658 » Effect ingroeimodel bodemtaken. In vastgestelde begroting gerekend met 2,5 fte, in gewijzigde begroting gerekend met het ingroeimodel, hetgeen 4 fte behelst. Totaal effect van deze wijziging is C 157.057. De tarieven blijven ongewijzigd ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024 en bedragen: zeer complex complex gemiddeld eenvoudig

e c e c

124,00 111,00 101,00 88,00

Exploitatiesaldo De tarieven zijn zodanig bepaald dat er geen exploitatiesaldo is en de opbrengsten kostendekkend zijn.

Weerstandsvermogen De aanpassing van de begroting heeft geen consequenties voor het weerstandsvermogen. Deze is immers gebaseerd op de risico-inventarisatie en die wordt niet aangepast bij deze begrotingswijziging.

C. Indicatief effect van voorgestelde begrotingswijziging per deelnemer 4 Begrotingswijziging begroting 2024

Onderstaand is in beeld gebracht wat de financiële effecten zijn van deze begrotingswijziging per deelnemer, tevens bevoegd gezag voor de nieuwe basisbodemtaken.

2024 vanuit 2023 na Nieuwe begrotingswijziging Bodemtaken 23.754.00 501.567.24 ff e e 706.688,65 c 37.962.00 e 132.493,63 ff 4 773.00 f 159.401,07 ff 237 540,00 e 165.423,38 e 47.508,00 e 704 134,41 39.627.00 e 309.099,54 c 37.962,00 e 283.188,45 c 18 981,00 1 390.474,24 e e 184.926,00 284.034.34 ff 23 754,00 e t 70.741,22 ff 4.773,00 e 147 297,00 828.346.35 6 670.823.02 ff 23.754,00 e ff 4.773,00 129 931.54 ff ff 66.380.54 42.735,00 ff 12.987,00 151.076,72 ff ff 9.969.400,71 f 16 523 210.02 ff 893.106,00

Beek Beekdaden Ekunssum Eiisden-Margraten Grípen-Wīttein Heerlen Keikiade Landgraaf MaasbīcM Meerssen Sīmpehdtl Sittant-Geleen Sten Vaals Vahentuq aŕd Ged Voerendaal Ptmncte Lmhaq Totaal

Nieuwe bodemtaken Te betalen per ingroeimodel en met bijdrage deelnemer Provincie vastgestelde Limburg beqrotinq 501 567.24 ff 10.662,18 ff ff 17.039,56 e 706.688,65 e 2.142.40 6 132.493,63 e 106 621,82 ff 159.401,07 e 21.324.36 ff 165.423.33 ff 26.677,83 ff 743.761,41 e 17.039,56 ff 309 099,54 c 8.519,78 e 283.183,45 ff 124.496,54 e 1.575.400,24 ff 10.662.18 ff 284.034.34 2.142.40 c 70.741,22 e ff 66 115,50 ff 828 346.35 10.662.13 ff 670.828.02 6 2.142,40 ff 129 931,54 ff 66.380 54 19.181,96 e 5 829.32 e 151 076.72 c 150.000,00 ff 10.119.400.71 f 601.259,97 e 16.897.763,05

Te betalen per deelnemer gewijzigde beqrotinq 2024 e 512 229,42 e 723.728,21 6 134.636,03 ff 266.022.89 ę 186 747.74 e 730.812,24 6 326.139,10 e 291.708,23 ff 1 514 970,73 ff 294.696,52 ff 72.883.62 6 894.461.85 e 681 490.20 6 132.073.94 85.562,50 ff 156 306.04 ff 10 119 400,71 C 17.124.469,89

Effect wijziging per deelnemer 6 10 662.18 e 17 039.56 ff 2.142,40 ff 106 621,82 « 21 324,36 ff -12.949.17 17 039,56 e e 8.519.78 e -60 429,46 ff 10.662.18 f 2 142.40 e 66 115.50 e 10.662.18 e 2.142,40 f 13.181.36 ff 5.829.32 c

ë

226.706.34

In het geval het algemeen bestuur besluit om een deel van het positieve resultaat 2023 te bestemmen voor de financiering van deze begrotingswijziging - zachte landing financiering 1,5 fte - wijzigen de financiële effecten in positieve zin voor de gemeenten. 2024

-------------------!---------------p--------

rlrrlrnrr Beek Beekdaden Bnmssum Eiįsden-Marqraten Gulpen-Wāttem Heerlen Ketfcrade Landgraaf Maasbídt Meerssen SmpeheM Sttard-Gdeen Stem Vaals Valcenfcuni aŕd Geul Voerendaal Piovincĩe Umfcwţi Totaal

2024 vanuit 2023 na Nieuwe beqrotinqs.wiįziqinq Bodemtaken c 501 567.24 ff 23.754 00 ë 706.688.65 ff 37.962.00 ff 132 493,63 c 4 773.00 c 237.540.00 159.401.07 6 ff 165 423,38 c 47 508,00 c 704 134.41 ë 39.627.00 309.099.54 e ff 37 962.00 283.188,45 f 18 381.00 c 1 390 474.24 ť 184.926.00 ff 23 754,00 284.034.34 ë ff 70.741.22 ff 4.773,00 ff 828.346.35 ë 147.297,00 ff 670.828.02 e 23.754.00 ff 129.931,54 6 4.773.00 66.380.54 « 42.735,00 ff 151 076.72 ţ 12 987.00 ff 9 969 400.71 ff 16 523 210 ,02 893 106.00

ff

ff

Nieuwe bodemtaken ingroeimodel en met bijdrage Provincie Limburg 10 662.18 ff ff 17 039.56 c 2 142.40 ë 106.621.82 « 21 324.36 ë 26 677,83 e 17 039.56 í 8 513.78 ë 124 496,54 10 662.18 ff ë 2 142,40 í 66 115.50 ff 10.662.18 ë 2 142.40 « 19.181,96 « 5 829.32 e 150.000,00 601.259.97

Te betalen per deelnemer vastgestelde beqrotinq ë 501.567.24 ą 706 688 .65 e 132 493 63 159 401.07 ë 165 4-23,38 c 743 761.41 c e 309 099 54 e 283 188.45 c 1 575 400.24 284 034,34 c ff 70 741.22 ff 828.346.35 ff 670 323.02 ff 129.931,54 e 66.380.54 ff 151 076,72 ff 10 119 400.71 c 16.837 763,05

Te betalen per deelnemer gewijzigde beqrotinq 2024 512 229,42 « ë 723 728,21 e 134.636.S3 e 266.022.89 136.747 74 ë 730.812.24 c f 326.139 10 f 291 708,23 ë 1.514 370 78 c 294.696,52 ë 72 383,62 í 894 461.85 ff 681.490.20 e 132.073.34 35 562,50 ë e 156 906,04 ff 10 119.400.71 e 17.124.469.39

Effect wijziging per deelnemer Effect wijziging zachte per deelnemer landing ~ c 10 66218 e ë 17 039.56 ë 2 142.40 . f 106 621.82 f . 21 324 36 c e c -12 949.17 ë -12 949.17 ë 17 039,56 f 8 519.78 e e -60 429 46 ë -60 429,46 e 10 662.13 e ë 2 142.40 ff e 66 115.50 ë

ff

ff ff

ff

e ff

e ff e

10 662.18 e 2 142 40 ë 19 181.96 f 5 829 32 e f 226.706,94 ë

73.373,63-

Om de effecten van de begrotingswijziging te illustreren is in het bovenstaande schema’s aangesloten bij de presentatie en de geprognosticeerde omvang van de werkprogramma’s uit de vastgestelde begroting. Indien de werkprogramma's van de deelnemers wijzigen door in onderling overleg gewijzigde afname van taken heeft dit consequenties voor bovenstaande bedragen.

5 Begrotingswijziging begroting 2024

Ontwerpbegroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028

Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg

Tweede lezing 13 maart 2024

Inhoud 1

Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1 Opgaven Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg ................................................................. 3 1.2 Versterking robuustheid ........................................................................................................ 7 1.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving .............................................................................. 10

2

Beheer van de Omgevingsdenst ................................................................................................ 15 2.1 Vergunningverlening ........................................................................................................... 15 2.2 Toezicht en handhaving ...................................................................................................... 19 2.3 Advisering en Onderzoek .................................................................................................... 21

3

Financieel...................................................................................................................................... 24 3.1 Lasten .................................................................................................................................... 25 3.2 Baten ..................................................................................................................................... 25

4

Verplichte paragrafen .................................................................................................................. 27 4.1 Lokale heffingen ................................................................................................................... 27 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................................... 27 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................. 29 4.4 Financiering .......................................................................................................................... 29 4.4.1 Algemene ontwikkelingen ............................................................................................... 29 4.4.2 Risicobeheer ................................................................................................................... 29 4.4.3 Renterisicobeheer .......................................................................................................... 30 4.4.4 Kasgeldlimiet .................................................................................................................. 30

5

Bedrijfsvoering & Overhead ....................................................................................................... 31 5.1 Personeel- en organisatiebeleid ......................................................................................... 31 5.2 Informatiemanagement ........................................................................................................ 33 5.3 Ondersteuning ...................................................................................................................... 34 5.4 Financieel kader voor 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 .................................... 35 5.5 Geprognoticeerde balans .................................................................................................... 37 5.6 Geplande investeringen ...................................................................................................... 38

6

Bijlagen ......................................................................................................................................... 39 6.1 Tarievenoverzicht ................................................................................................................. 39 6.2 Bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 40 6.3 Overzicht werkprogramma’s 2024 ...................................................................................... 41 6.4 Lijst met afkortingen ............................................................................................................ 58

2

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

1

INLEIDING

1.1

Opgaven Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg

In 2022 zijn alle betrokken partijen waaronder gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, Unie van Waterschappen en diverse ministeries in het Bestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna: IBP VTH) met elkaar aan de slag gegaan met de versterking van het VTH-stelsel. In dit programma worden de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen opgevolgd. Door versterking van het VTH-stelsel wordt beoogd te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. Voor het VTH-stelsel, en meer in het bijzonder voor de omgevingsdiensten als onderdeel hiervan, geldt dat dit effectiever en slagvaardiger moet worden gemaakt. Daarvoor is robuustheid van omgevingsdiensten nodig. Iedere dienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dit vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Onze dienst is nog niet robuust volgens de landelijk vastgestelde maatlat. Deze wordt onderstaand toegelicht. In 2023 zijn er door het Bestuurlijk Overleg IBP VTH robuustheidscriteria vastgesteld.

Voor een robuuste omgevingsdienst gelden de volgende criteria: • Effectiviteit; • Ontwikkelvermogen; • Wendbaarheid; • Efficiency. Deze criteria zijn bepaald voor vier perspectieven uit de Balanced scorecard, vertaald naar de opgaven waar omgevingsdiensten voor staan. Perspectief Maatschappij

Criterium Effectiviteit

Toelichting In welke mate voldoet de OD aan de impliciete en expliciete

Burgers, bedrijven, partners,

verwachtingen van haar opdrachtgevers en via hen aan die van burgers

overheden en

en bedrijven? In welke mate beschermt de OD de gezondheid van

opdrachtgevers/eigenaren

omwonenden tegen schadelijke industriële emissies? In welke mate

van Omgevingsdiensten

bereikt de OD een aantoonbaar maatschappelijk effect en in welke mate

(OD)

Innovatie

wordt daarop concreet gestuurd?

Ontwikkelvermogen

In welke mate is de OD gemotiveerd en in staat om de (toekomstige)

Het tijdig en adequaat

gevraagde prestaties te leveren? Is de OD in staat om zich te richten op

ontwikkelen van producten

onderzoek en ontwikkeling?

en diensten met het oog op toekomstige opgaven

Organisatie

Wendbaarheid

In welke mate is de OD in staat zich op toekomstige ontwikkelingen in

De inrichting en het

maatschappelijke vraag en verwachtingen te anticiperen dan wel op

functioneren van alle

onverwachte omstandigheden te anticiperen? Is daarvoor de juiste

werkprocessen

werkcultuur aanwezig? 3

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

Middelen

Efficiency

Geld, capaciteit en materieel

In welke mate weet de OD haar middelen zo optimaal mogelijk in te zetten om aan de klantverwachtingen (eigenaren en opdrachtgevers) te kunnen voldoen? Achterliggende vraag is of er een voldoende match is tussen de gevraagde prestatie en het benodigde budget.

De criteria zijn uitgewerkt in zes genormeerde kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s zijn: 1. De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overheid en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie. 2. De dienst voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken. 3. De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie. Het percentage voor het innovatiebudget wordt in het kader van het onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald (= 1% van de begroting). 4. De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. Het percentage voor het weerstandsvermogen wordt in het kader van het onderzoek naar robuuste financiering nader bepaald. 5. De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatiegestuurd gewerkt.

Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom. 6. De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografische werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal. Voorts gelden er de volgende randvoorwaarden: Alle gemeenten en de provincies nemen deel aan de omgevingsdienst en hebben alle basistaken volledig overgedragen De governance is ingericht, er is sprake van goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, onafhankelijkheid en gezag van het accounthouderschap is ingevuld, de directeur heeft een stevige positie en mandaat Voor de minimale omvang telt uitsluitend de omzet van de basis- en milieugerelateerde taken. Er is een duidelijk onderscheid tussen deze taken en de niet milieugerelateerde plustaken. Er wordt zelfstandig voldaan aan de minimale norm voor robuustheid Zijn er specifieke kennisgebieden of taken die door een andere dienst worden uitgevoerd? Zo ja, specificatie in het plan van aanpak met daarbij de gemaakte afspraken over o.a. verantwoording Is er rekening gehouden met de robuustheid in de toekomst? (meerjarig perspectief, waarbij ook onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele middelen)

4

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

Nu onze dienst nog niet voldoet aan alle randvoorwaarden, criteria en kpi’s dient het algemeen bestuur, op basis van een plan van aanpak, aan te geven hoe onze dienst uiterlijk per 1 april 2026 wel gaat voldoen. Dat is de termijn die is gesteld door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke. Het algemeen bestuur zal voor 1 april 2024 dit plan van aanpak dienen vast te stellen, waarin hij aangeeft op welke wijze hij de dienst robuust wil laten worden conform minimaal de gestelde maatlat. De uitwerking van het plan van aanpak zal structurele kosten met zich meebrengen. Dit komt voort uit de maatregelen die vanuit het IBP VTH genomen zullen moeten worden om de dienst robuust te laten worden. Dit geldt zowel voor de randvoorwaarden, de criteria als de kpi’s. De opgaven voor onze organisatie laten zich dan ook als volgt samenvatten: het per 1 april 2026 zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH-keten op orde is. Ook zonder het IBP VTH willen wij een organisatie zijn die wendbaar en daadkrachtig kan blijven in tijden van verandering en die onafhankelijk van externe omstandigheden of factoren naar behoren kan blijven functioneren.

IBP VTH In het bovenstaande is al ingegaan op het bestaan van het IBP VTH, waarvan de basis – naar aanleiding van het rapport van de commissie Van Aartsen – een sterkere rol voor omgevingsdiensten in het VTH-stelsel is weggelegd. Het programma zelf bestaat uit zes ontwikkelpijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening VTH; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. De robuustheidscriteria en kpi’s waar net op is ingegaan, zijn een onderdeel van pijler 1 De samenhang van de toets aan alle randvoorwaarden, criteria en kpi’s én de overige pijlers van het IBP VTH, bepalen de uiteindelijke robuustheid van de dienst. Over de voortgang van het IBP VTH wordt tweejaarlijks gerapporteerd. Op 16 januari 2023 is een eerste voortgangsrapportage verschenen. Op 4 juli 2023 is de tweede voorgangsrapportage gepubliceerd. Op 10 januari 2024 is de derde voortgangsrapportage verstuurd. Het IBP VTH eindigt september 2024. Opvolging bestuurlijke discussie koers van de dienst Op 9 december 2020 is door het algemeen bestuur van de RUD Zuid-Limburg het strategisch document de Toekomstagenda 2021 – 2025 vastgesteld.

Meteen na het vaststellen ervan is gestart met het oppakken, uitwerken en implementeren van de thema’s die hierin zijn benoemd. Alle thema’s zijn, elk op een eigen manier, einde 2023 tot een afronding gekomen en hierover zijn alle deelnemers in onze gemeenschappelijke

5

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

regeling bij de toezending op 15 november 2023 van de zesde en laatste voortgangsnotitie ‘De doorontwikkeling’ geïnformeerd. Thema 1, het voeren van een strategische discussie over de koers van de dienst, heeft geresulteerd in het uitwerken van drie kernonderwerpen, die uit interviews door bureau Lysias in de zomer van 2023 zijn opgehaald bij de leden van het dagelijks bestuur. Deze zijn: 1. Gezamenlijke regionale verantwoordelijkheid; 2. Toekomstbestendig organiseren; 3. Samenwerking tussen deelnemers, partners en organisatie. Voor de onderwerpen genoemd onder 2 en 3 geldt dat deze vanuit de dienst kunnen worden geïnitieerd. Dit zal dan primair vanuit functionarissen in de overhead gebeuren. Visitatierapport 15 juni 2023 Een van de onderdelen van pijler 6 ‘Monitoring kwaliteit milieutoezicht’ van het IBP VTH is het inrichten van een systeem van visitatie van omgevingsdiensten. Het doel van het uitvoeren van visitaties is om inzichtelijk te maken hoe de omgevingsdiensten functioneren. Het in beeld te brengen van wat goed gaat en wat beter kan staat centraal. Dat beeld moet de besturen van de omgevingsdiensten helpen om te weten waar de omgevingsdienst staat, waar deze naar toe moet en hoe dit kan worden bereikt. Door het uitvoeren van visitaties worden omgevingsdiensten gestimuleerd tot continu leren en het verbeteren van de VTH-processen en het monitoren van verbeteringen.

Dat geldt zowel voor de individuele omgevingsdienst als voor het collectief van alle omgevingsdiensten. In 2023 heeft een visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL onze dienst bezocht. Deze commissie heeft een aantal aanbevelingen gedaan, namelijk: 1. Voer op korte termijn een regionale risicoanalyse uit en kom tot een uniform VTH-beleid; 2. Breng qua takenpakket de basis op orde; 3. Breng de data-kwaliteit op peil; 4. Zorg voor financiële ruimte, massa en ontwikkelkracht die past bij een Brzo-dienst; 5. Doorbreek op korte termijn de impasse in de discussie over de gewenste koers. Door Antea Group is in onze opdracht eind februari 2024 een regionale omgevingsanalyse opgeleverd, welke zal worden gevolgd door een regionale risicoanalyse rond mei 2024 ter vaststelling door onze deelnemers. Het merendeel van onze deelnemers heeft al eerder het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid vastgesteld. Dit beleid kan worden geactualiseerd naar aanleiding van de regionale risicoanalyse. Met betrekking tot het op orde brengen van het takenpakket is eind 2023 aan onze deelnemers gevraagd om een actueel overzicht te verstrekken van inrichtingen/milieubelastende activiteiten die onder de Omgevingswet onder het basistakenpakket vallen. Opdat deze nieuwe milieubelastende activiteiten in onze systemen konden worden geregistreerd.

Het aspect van de data-kwaliteit is ook een kpi van de robuustheidscriteria; hier ligt een forse opgave voor onze dienst. Op dit moment is er inderdaad nog geen structurele financiële ruimte om de zaken als innovatie en ontwikkelkracht – zie ook de robuustheidscriteria – in te kunnen vullen. We zijn relatief mager ingericht als

6

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

(Sevso-)omgevingsdienst en zijn nog niet geheel toegerust om te kunnen voldoen aan de landelijke eisen en om de belangen van onze deelnemers in de toekomst gezien de opgaven, te behartigen. Met de opbrengst van de bestuursconferentie op 12 oktober 2023 kan een volgende stap worden gezet n.a.v. de discussie over onze koers: het kunnen uitwerken van de richtinggevende uitspraken. Daarmee is de impasse van het niet bestuurlijk adresseren van de toekomst doorbroken. Omgevingsdienst NL verwacht ter opvolging van de aanbevelingen een verbeterplan met een uitwerking van verbeteracties en resultaatdoelen. De gesignaleerde punten zijn in lijn met op te pakken onderwerpen uit de robuustheidscriteria en lijnen uit de bestuursconferentie. 1.2

Versterking robuustheid

Een belangrijke randvoorwaarde voor een robuuste omgevingsdienst is dat deze zelfstandig kan voldoen aan de minimale normen voor robuustheid. Het doel van de versterking van het VTH-stelsel is om in het algemeen ruim voldoende te functioneren en om toekomstbestendige omgevingsdiensten te creëren. De nadruk moet daarbij liggen op de maatschappelijke opgave in de regio. En het kunnen leveren van adequate dienstverlening richting onze deelnemers, inwoners en bedrijven in Zuid-Limburg. Dat is het startperspectief om samen met onze partners een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in onze regio te borgen en te verbeteren en milieuschade te voorkomen. Voor robuuste omgevingsdiensten is een financiële ondergrens bepaald. De norm voor de omvang van het regionaal werkprogramma is € 16,5 miljoen (prijspeil 2023) en onze dienst behaalde €14.064.162 (prijspeil 2023) voor uitvoering van de taken. Dit betekent een verschil van bijna € 2,5 miljoen. De norm geldt voor het basistakenpakket, milieugerelateerde taken en overhead. Nu als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet het basistakenpakket anders is uitgewerkt in de nieuwe regelgeving én er meer activiteiten onder dit basistakenpakket zijn gebracht, is, zoals hiervoor al genoemd aan onze deelnemers gevraagd om een actueel overzicht van inrichtingen c.q.

milieubelastende activiteiten die per 1 januari 2024 wettelijk gezien basistaak zijn. (Milieubelastende) Activiteiten, die nog niet in onze systemen waren ingevoerd omdat deze nog geen basistaak waren, konden ook nog niet eerder in de werkprogramma’s van de deelnemers worden opgenomen. Aan de hand van de gegeven feitelijke informatie zien wij een stijging van het aantal milieubelastende activiteiten ten opzichte van het aantal inrichtingen. Enerzijds omdat een ‘voormalige inrichting’ kan bestaan uit meerdere milieubelastende activiteiten, anderzijds omdat er meer milieubelastende activiteiten onder het basistakenpakket vallen. Gezien deze nieuwe werkelijkheid komen wij op een stijging van de MBA locaties van ca. 200% die als gevolg van de nieuwe wetgeving tot het basistakenpakket zijn gaan behoren. Het betreffen locaties waarvoor gemeenten tot 1 januari 2024 zelf de VTH-taken voor uitvoerden, m.u.v. die gemeenten die deze locaties al als plustaak hadden ingebracht in onze organisatie. Op basis van deze stijging komen wij tot een toename van de milieutoezichttoezichtcapaciteit van minimaal 7 fte. Deze stijgingen van de MBA basistaaklocaties zal ook leiden tot een toename van het aantal te behandelen milieumeldingen en daarmee van de noodzakelijke capaciteit van de afdeling vergunningen en een vergroting van de vraag naar ondersteuning vanuit het C team met 1 fte.

Er is in deze begroting een toename van 1 fte voorzien in BOA capaciteit. Hiermee komt de totale BOA capaciteit op 3 fte en kan ook voor gemeenten de strafrechtelijke handhaving versterkt worden. Op dit moment is er geen capaciteit voorzien voor het strafrechtspoor van gemeentelijke locaties. In het kader van robuustheid wordt zelfs minimaal 4 fte als minimaal adequaat uitvoeringsniveau gehanteerd. 7

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

Verslaglegging van personen mobiliteit door organisaties met meer dan 100 werknemers is verplicht vanaf medio 2025. Vanaf 1 juli 2024 moeten bedrijven die onder deze regeling vallen hun personenmobiliteit registreren en vanaf 1 juli 2025 rapporteren. De Omgevingsdienst is de instantie die deze rapportage moet controleren. Vooralsnog wordt het capaciteitsbeslag van deze administratieve controle ingeschat op 0,2 fte onder te brengen bij het specialisme energie. Met deze uitbreiding van het basistakenpakket behalen wij nog niet de vereiste omzet. Daarom is daarnaast de vraag aan onze deelnemers gesteld in hoeverre zij voornemens zijn om meer milieugerelateerde taken in te brengen, dan de taken die zij tot nu toe hebben ingebracht. De respons totaliseren wij en gaan in een plan van aanpak c.q. implementatieplan in beeld brengen wat dit betekent voor het takenpakket van de dienst en de uitvoering ervan conform de kwaliteitscriteria. In deze begroting kan daar nog geen rekening mee worden gehouden. Met alleen de uitbreiding van de basistaken met meer MBA’s en mogelijke nieuwe taken is onze dienst er nog niet. De maatlat geeft meer aan. Zo wordt gevraagd om een (meerjarige) innovatieagenda, waarvoor een vrij beschikbaar budget van 1% van de begroting nodig is. Dit innovatiebudget is verwerkt in de meerjarenraming in deze begroting vanaf 2026.

De komst van de Omgevingswet en de ontwikkelingen in digitale dienstverlening vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Van lokale systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. De focus voor 2025 ligt dan ook op het verder door ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Bijna alle deelnemers in onze dienst werken in hetzelfde VTH-systeem Rx.Mission, op één gemeente na. Via de samenwerkingsfunctionaliteit van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, is digitale samenwerking ook met deze gemeente georganiseerd. Voor de uniforme samenwerking onder de Omgevingswet zijn digitaliseringsontwikkelingen een belangrijke impuls. Het is ook daarom dat er, gelet op de maatlat voor robuuste omgevingsdiensten, de aanbevelingen uit het visitatierapport en onze gezamenlijke ambities – opdrachtgevers en dienst - m.b.t. informatisering en digitalisering, hier in geïnvesteerd moet worden. De gegeven ondergrens voor business intelligence (BI) is 3 fte. Dat vraagt een uitbreiding met 1 fte.

Voor de versterking van onze uitvoering moet er enerzijds worden geïnvesteerd in VTH-capaciteit en anderzijds in overhead ten behoeve van goed verlopende VTH-processen en –projecten (waaronder informatisering en digitalisering), de samenwerking met de deelnemers en onze andere partners en de professionalisering van deze kant van onze bedrijfsvoering. Hierbij hoort een eigen afdeling Bedrijfsvoering met bijbehorende aansturing, waarbij een deel van onze al aanwezige overhead organiek in kan worden ondergebracht. In de lijn van de aanbevelingen van de visitatiecommissie en om een robuuste omgevingsdienst te worden zetten wij in op een versterking van de bedrijfsvoering. Hiertoe wordt een afdeling Bedrijfsvoering ingericht waarin een aantal ondersteunende functies worden ondergebracht en een aantal functies worden toegevoegd. Naast een afdelingshoofd Bedrijfsvoering worden vijf medewerkers noodzakelijk geacht om deze afdeling voldoende slagkracht te geven voor de ondersteuning en verdere professionalisering van de organisatie. Hieronder de bovengenoemde medewerker Business Intelligence. In 2024 zal een opdracht worden verstrekt voor een review naar de mogelijkheden om vanuit ons zaakgericht VTH systeem de datakwaliteit, de transparantie en de rapportages te beoordelen. Deze review zal worden uitgevoerd door een externe deskundige. Deelnemers zullen worden betrokken bij de review.

8

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

Formatieve en financiële consequenties voor begroting:

Toename personeel als gevolg van wijzigingen wetgeving (m.n. meer MBA locaties basistaak) 1 Bedragen * € 1.000 7 toezichthouders milieu 700 2 vergunningverleners 200 1 medewerker C-Team 79 Subtotaal 979 0,2 fte energie als gevolg van toezicht wg personenmobiliteit 22 Totaal toename direct personeel agv gewijzigde wetgeving 1.001 Toename personeel als gevolg van eerdere besluitvorming Aantallen en omschrijving 2 toezichthouders bodem volgens ingroeimodel bodemtaken Totaal

Bedragen * € 1.000 220 220

Toename personeel als gevolg van kwaliteitseisen / robuustheid Aantallen en omschrijving 1 fte BOA Totaal

Bedragen * € 1.000 126 126

Toename personeel in te vormen afdeling Bedrijfsvoering ingroei in 2025 Aantallen en omschrijving 1 afdelingshoofd Bedrijfsvoering 1 HR adviseur, half jaar instroom in 2025 1 adviseur P&C 1 projectleider innoverende projecten, half jaar instroom in 2025 1 Communicatie adviseur 1 adviseur kwaliteitsmanagement en informatievoorziening 1 BI engineer 7 (6 in totaal gemiddeld in 2025) Bestaande functies die in afdeling Bedrijfsvoering worden geplaatst Aantallen en omschrijving

1

Bedragen * € 1.000 154 63 126 63 110 110 110 736

Toename van 1800 locaties categorie B met een controle frequentie van 1x per 3 jaar = 1800/3= 600 controles per jaar

600 controles X 16 uur per controle = 9.600 uur. 9.600 uur / 1350 = 7,1 fte 1800 meldingen met een frequentie van 1x per 5 jaar = 360 meldingen 360 meldingen x 7 uur beoordeling per melding = 2.520 uur. 2.520 / 1350 uur = 1,8 fte Opslag voor overige taken die voor overige producten en diensten die onder de inrichtingsprijs vallen 2,07 uur per inrichting = 2,8 fte. Hiervan wordt ingevuld ten behoeve van: Intake meldingen en vergunningaanvragen nodig 1 fte

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

9

2 HR adviseur 0,6 fte HR ondersteuning 2,3 fte secretariaatsmedewerker 2 fte BI 0,3 fte ambtelijke ondersteuning OR 6,4 fte medewerker coördinatieteam 13,6 in totaal Totale omvang afdeling Bedrijfsvoering in fte gemiddeld in 2025

19,6

In de afdeling Bedrijfsvoering worden tevens functies geplaatst die nu rechtstreeks door de directeur worden aangestuurd dan wel door de afdelingshoofden vergunningen c.q. milieutoezicht en veiligheid. Na overhevelen van deze bestaande functies bestaat de afdeling bedrijfsvoering uit 20,6 fte. In 2025 is er sprake van een ingroeiscenario en bestaat de afdeling over het gehele jaar gemiddeld genomen uit 1 fte minder. Onze basis voor het toekomstbestendig organiseren van de dienst is: - financiële en personele ruimte voor vernieuwingskracht; - een versterking van de informatisering van de VTH-taken; - de ontwikkeling van een kennis- en innovatiecentrum. In samenspraak met onze deelnemers en collega-omgevingsdiensten willen we een vorm gaan kiezen voor het zijn van een kenniscentrum voor onze deelnemers en ketenpartners. Voor nu komt dit gesprek nog te vroeg. 1.3

Ontwikkelingen in wet- en regelgeving

De Omgevingswet Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Voor 2025 verwachten we warmgedraaid te zijn om in onze dagelijkse werkzaamheden om te gaan met de nieuwe wet- en regelgeving, nieuwe werkwijzen, en de nieuwe samenwerkingsafspraken met onze opdrachtgevers. De implementatie van de wet zal tot ver na de datum van inwerkingtreding gevolgen blijven hebben voor de inzet van onze organisatie, onze medewerkers en onze opdrachtgevers en ketenpartners. Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet is de projectmatige aanpak van de implementatie binnen onze organisatie stap voor stap losgelaten en zijn de resterende implementatie-werkzaamheden intern overgedragen naar de lijn. In 2025 zullen verschillende aspecten die samenhangen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog aandacht vragen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de omzetting van ons inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten en de implementatie daarvan in de VTH-systemen. Hiermee is in 2023 gestart en met een verwachte doorlooptijd tot eind 2025. Het volgende thema betreft de ondersteuning van onze deelnemers bij het ontwikkelen van hun omgevingsvisies en omgevingsplannen. Wij verwachten dat er in 2025 een groeiend beroep zal worden gedaan op onze VTH-kennis bij het opstellen van omgevingsplannen. In het verlengde hiervan bevinden zich 10

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

ook eventuele aanpassingen aan de zogeheten “bruidsschat” die gemeenten wellicht willen maken, waarover wij kunnen adviseren. Een derde onderwerp is de actualisatie van de berekeningen van de milieuleges. Voor het eerste jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn kostprijzen berekend, die door de deelnemers opgenomen konden worden in hun legesverordeningen. Het overgrote deel van onze deelnemers heeft hiervan gebruik gemaakt. In 2025 kan een nieuwe calculatie worden gemaakt, gebaseerd op de eerste daadwerkelijke realisatiecijfers onder de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024, de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verwachten we daarnaast aanzienlijk meer tijd kwijt te zijn aan de nieuwe vorm van vooroverleggen, de conceptverzoeken en ‘verken een idee’, in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook zal er van de toezichthouders meer worden gevraagd in relatie tot het afwikkelen van meldingen, als gevolg van het vergunningsvrij worden van bepaalde activiteiten. Dit alles gaat tot slot ook nog gepaard met de nieuwe, ruimere afwegingsruimte die bevoegd gezagen hebben als gevolg van de Omgevingswet. Mochten lokale werkwijzen uiteen gaan lopen, dan zal ook dit aanvullend werk opleveren in onze dagelijkse praktijk. Kaderrichtlijn water De Europese Unie wil duurzaam gebruik van water op lange termijn waarborgen.

De Kaderrichtlijn Water uit 2000 (2000/60/EG) is erop gericht de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, zoals grondwater en oppervlaktewater. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. Het moet de vervuiling van waterlichamen verminderen en voorkomen, duurzaam watergebruik bevorderen en de effecten van overstromingen en droogte beperken. De EU-lidstaten moeten de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) uiterlijk in 2027 realiseren. Het streven van de Europese Commissie is om de vervuiling van water tot nul terug te brengen. De EUstrategie duurzaam gebruik van chemische stoffen en het actieplan om lucht-, water- en bodemvervuiling tot nul terug te brengen bevatten onder andere voorstellen om deze doelstelling te realiseren. Zo moet de wetgeving gemoderniseerd worden om chemische verontreiniging en vervuiling door microplastics terug te dringen. Het beleid van de EU op milieugebied berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaald. Wat betreft preventie en de bestrijding van verontreinigingen als gevolg van lozing of emissie van verontreinigende stoffen, zijn er diverse emissiegrenswaarden en milieukwaliteitsnormen vastgesteld.

De Europese regels op het gebied van chemische stoffen die in het water kunnen terecht komen zijn onder andere, naast in de KRW en de hierop gebaseerde Richtlijn prioritaire stoffen, hoofdzakelijk vastgelegd in de REACH-verordening, de Richtlijn Industriële Emissies en de Richtlijn voor het duurzaam gebruik van pesticiden. De belangrijkste bronnen van dit soort verontreiniging zijn hierbij industrie, stedelijk afvalwater (via rioolwaterzuiveringsinstallaties) en landbouw. Uit onderzoeken en berichten, voor het laatst van het kabinet op 12 december 2023, blijkt dat de doelen van de KRW in Nederland niet voor alle watersystemen tijdig worden behaald. Wel zijn er (veel) acties in gang

11

Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025

gezet in het KRW-impulsprogramma om zoveel mogelijk wél te gaan voldoen. Vanaf 2027 zijn er nog zeer beperkt uitzonderingsmogelijkheden om de doelen van de KRW te halen. Deze zijn: 1. Uitstel als gevolg van natuurlijke omstandigheden. Hierbij geldt dat alle maatregelen al wel zijn uitgevoerd, maar het beoogde effect vanwege natuurlijke omstandigheden nog niet is ingetreden. Het kan namelijk een tijd duren voordat effecten van eerder genomen maatregelen zichtbaar zijn, bijvoorbeeld dat planten en dieren zich vestigen. 2. Het vaststellen van lagere doelen als een waterlichaam zodanig door menselijke activiteiten is aangetast (denk aan het voorkomen van persistente stoffen die doelbereik onmogelijk maken) of de natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van de doelstellingen technisch niet haalbaar is of onevenredig kostbaar. Aan een dergelijke bijstelling stelt de KRW uitgebreide voorwaarden en ook mag de toestand van het waterlichaam niet verder achteruitgaan. De keuze en onderbouwing van deze uitzonderingsmogelijkheden is een verantwoordelijkheid van provincies als het gaat om grondwater en regionaal oppervlaktewater (vaak gebaseerd op informatie van de waterschappen). Voor het hoofdwatersysteem, zoals de rivier de Maas, ligt deze taak bij de Minister van IenW (gebaseerd op informatie van Rijkswaterstaat).

Met de uitvoering van VTH-taken draagt onze dienst bij aan het terugdringen van emissies door bedrijven, via de lucht, bodem en bedrijfsafvalwater via de riolering (indirecte lozingen) naar water, en draagt zo bij aan het behalen van de doelstellingen van de KRW. Wij voorzien richting einde 2027, dat het beleid van onze deelnemers versterkte aandacht zal gaan geven aan het aspect waterkwaliteit. Het is aan ons om, binnen de opgedragen bevoegdheden, te zorgen voor voldoende personeel met de juiste kennis om hieraan invulling te geven. In de begroting 2025 zijn nog geen financiële consequenties verwerkt betreffende de KRW. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Voor 1 juli 2024 dient de tekst van onze gemeenschappelijke regeling te zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Doel van de gewijzigde Wgr is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van gemeenteraden en provinciale staten te versterken en te verbeteren. In gezamenlijkheid met andere gemeenschappelijke regelingen in Limburg, onder begeleiding van externe juridische adviseurs, is eind 2022 gestart met het aanpassingstraject. Doel hiervan is het zoveel mogelijk uniformeren van de teksten en het zoveel mogelijk gelijktijdig laten behandelen van de wijzigingen in de vergaderingen van de raden en provinciale staten.

Op 10 juli 2023 heeft het algemeen bestuur van onze dienst ingestemd met de ontwerpwijzigingen van onze gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders respectievelijk het college van gedeputeerde staten hebben na eigen besluitvorming, de wijzigingen voor een zienswijze voorgelegd aan de raden respectievelijk provinciale staten. In de eerste helft van 2024 loopt de toestemmingsprocedure bij onze deelnemers, opdat in mei/juni de colleges definitief kunnen besluiten tot de wijzigingen. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=04578e44-40a8-45a7-bf69-b294c60ae3a3