Agendabundel
Tekst van het document
Hoe kunnen we de doelgroep faciliteren om zelf regie en controle te houden over het gebruik van middelen? Welke effectieve preventie interventies zijn er en kunnen wij inzetten? Hoe kunnen we de positieve invloed van leeftijdsgenoten op jongeren inzetten?
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
14
Ambties 2025 - 2028
pijler 4:
Regelgeving en handhaving Gezamenlijk zetten gemeenten in op risico gestuurde naleving/handhaving en de de-normalisatie van middelengebruik. Acties
Focusvragen voor het uitvoeringsplan
We gaan risico gestuurd te werk door te focussen op locaties waar de naleving niet goed gaat of er veel gebruikt wordt. We dragen de gezamenlijke boodschap uit, handhaven en spreken aan.
Hoe kunnen we het gebruik van middelen in onze maatschappij verminderen? Hoe kunnen we hulpmiddelen inzetten met een positieve bijdrage op naleving? Hoe kunnen we laagdrempeliger/minder tijdsintensief handhaven? Wat houdt een grondige handhaving in? Hoe kunnen we zorgen dat er genoeg draagvlak/prioriteit is voor het naleven van de Alcoholwet/APV/AV?
Gemeenten passen regionaal een uniform beleid toe op het gebied van handhaving van middelengebruik. Acties
Focusvragen voor het uitvoeringsplan
In iedere gemeente inventariseren we of dezelfde afspraken gemaakt kunnen worden (o.a. uniforme sluitingstijden, uniforme waarschuwingen). We inventariseren de uniformiteit binnen bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Wat is nodig om regionale uniformiteit ten aanzien van de handhaving op het gebied van middelengebruik te realiseren? Hoe kunnen we de regionale samenwerking inzetten om risico gestuurd toezicht te realiseren?
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
15
Bijlagen
6. BIJLAGEN
Bijlage I – Begrippenduiding soorten middelen Stimulerend
Verdovend
Bewustzijn veranderend
Stimulerende middelen, ook wel uppers genoemd, geven de gebruiker een energiek en alert gevoel. De ademhaling en hartslag worden sneller, de bloeddruk gaat omhoog en de spierspanning neemt toe.
Bij verdovende middelen, ook wel downers genoemd, gaat het lichaam juist in de vertraging: ademhaling en hartslag gaan omlaag en spieren ontspannen.
Speed of amfetamine
Heroïne
Cannabis Cannabis (tweede effect) -o.a. -o.a. Hasjiesj Hasjiesj en en wiet Wiet
XTC (dubbel effect bewustzijn veranderend) Cocaïne
Morfine
Ketamine Ketamine (overdosis) (overdosis)
Slaapmiddelen Alcohol Alcohol
Ayahuasca Ayahuasca Paddo’s Paddo's
GHB Crystal meth
Cannabis (eerste effect)
2cb (dubbel effect bewustzijn GHB veranderend) 4fmp (dubbel effect bewustzijn Ketamine veranderend) Crack Andere opiaten
Middelen die het bewustzijn veranderen, ook wel trippers genoemd, maken dat de gebruiker de wereld anders waarneemt en beleeft dan normaal. Denk aan een veranderend tijdsbesef of het door elkaar lopen van zintuigelijke sensaties.
Truffels Truffels LSD LSD DMT DMT
Lachgas Poppers Cafeïne Tabak
Stimulerende medicijnen Bron: Trimbos Instituut en Drugs algemeen – DRUGSinfo.nl
Bovenstaand overzicht geeft weer wat momenteel (d.d. oktober 2024) bekend is, maar de situatie verandert voortdurend naarmate nieuwe middelen (denk hierbij aan Nieuwe Psychoactieve Stoffen, NPS) op de markt komen en gebruikspatronen verschuiven.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
16
Bijlagen
Bijlage II – Effectieve interventies Werken met effectieve interventies is niet nieuw. Instellingen voor Verslavingszorg (IVZ) en GGD-en werken hier al langer mee. Alle IVZ’s die zijn aangesloten bij Verslavingskunde Nederland en werken met het Basispakket Verslavingspreventie; een combinatie van kwalitatief goede interventies die passen in de preventieketen. Zij gebruiken onder meer interventies uit de database van het Loket Gezond Leven (RIVM) en het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) om effectieve interventies in te zetten. De IVZ (in onze regio Mondriaan) kan gemeenten ondersteunen bij het monitoren van ontwikkelingen ten behoeve van het verslavingspreventiebeleid. De IVZ heeft zicht op landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen met betrekking tot middelengebruik, gokken en gamen en heeft kennis van effectieve preventieve aanpakken en interventies. Op basis daarvan adviseert zij gemeenten over onder meer: • ontwikkelen van lokaal beleid verslavingspreventie; • kansspelbeleid; • aanpak van problematiek rond een specifiek middel, bijvoorbeeld lachgas of GHB; • aanpak van problematiek rond specifieke doelgroepen of settings; • duiding van trends en ontwikkelingen (ook op het gebied van zogenaamde designers drugs).
Op verschillende niveaus van preventie én van de maatschappij kunnen wij er voor kiezen in het uitvoeringsplan het aanbod van de IVZ-instelling in Zuid-Limburg in te zetten.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
17
Bijlagen
Bijlage III – Veranderingen in de Alcoholwet Op 1 juli 2021 is de Alcoholwet in werking getreden. Deze wet vervangt de drank- en horecawet. Deze nieuwe Alcoholwet bevat een aantal veranderingen, voor zowel verkopers van alcohol als voor particulieren. Het gaat om de volgende wijzigingen: •
Verbod op bepaalde prijsacties: Prijsacties met een prijsverlaging van meer dan 25% zijn verboden. Dit geldt voor de verkoop van alcoholhoudende dranken voor ‘gebruik elders dan ter plaatse’ en daarmee dus voor verkooppunten waar drank gekocht wordt om thuis te drinken, zoals supermarkten, slijterijen en webshops. Prijsacties van meer dan 25% voor ‘gebruik ter plaatse’, zijn wél toegestaan.
•
Verbod op wederverstrekking: Als een volwassene in de publieke ruimte alcoholische drank koopt om door te geven aan een minderjarige (jonger dan 18 jaar), spreken we van ‘wederverstrekking’. Dit is strafbaar. Ook is het verboden om alcoholhoudende drank te schenken of verkopen aan iemand van 18 jaar of ouder wanneer de drank duidelijk bestemd is voor een minderjarige in diens omgeving. In de oude Drank- en Horecawet was al opgenomen dat minderjarigen zélf strafbaar zijn als ze op openbare plekken alcoholhoudende dranken bij zich hebben; dit is in de Alcoholwet nog steeds zo.
•
Nieuwe regels voor verkoop van alcohol op afstand: Onder ‘verkoop van alcohol op afstand’ wordt het verkopen van alcoholhoudende dranken via internet of telefoon bedoeld, waarna de dranken worden afgeleverd op het adres van de koper. Het was in de oude wet al verplicht om bij verkoop op afstand op het moment van aflevering vast te stellen dat de koper 18 jaar of ouder is. In de nieuwe Alcoholwet zijn verkopers ook verplicht om de leeftijd van de koper te controleren bij de bestelling.
•
Betaalde proeverijen in slijterijen toegestaan: In een gemeentelijke verordening mag worden vastgelegd dat slijterijen in hun zaak betaalde proeverijen mogen organiseren. Dit mag alleen op dagen en tijden waarop de slijterij normaal gesproken gesloten is en de Winkeltijdenwet opening wél toestaat.
•
Aanwijzen van alcoholoverlast-gebied toegestaan: De gemeente mag volgens de Alcoholwet een gemeentelijke verordening opstellen waarin een bepaald gebied binnen de gemeente wordt aangewezen als ‘alcoholoverlast-gebied’. Dit kan zinvol zijn als het alcoholgebruik in dat gebied voor ernstige overlast zorgt.
•
Kennis van sociale hygiëne bij alcoholverkoop onderweg: Er wordt soms alcohol verkocht in of op bepaalde vervoersmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan bierfietsen en partybussen. Om de risico’s op overlast te verkleinen kan met een gemeentelijke verordening worden bepaald dat hierbij altijd een medewerker aanwezig moet zijn met een erkend Diploma Sociale Hygiëne.
•
Overbodige inrichtingseisen horeca en slijterijen vervallen: In de oude Drank- en Horecawet stonden een aantal eisen voor de inrichting van horecagelegenheden en slijterijen die onnodig aanvullend zijn op de algemene eisen uit het Bouwbesluit of niet meer actueel zijn om de volksgezondheid te waarborgen. Deze eisen zijn vervallen. Ook is er een nieuwe regel: gemeenten krijgen de bevoegdheid om voor horecagelegenheden een afwijkend (groter) vloeroppervlak vast te leggen in een gemeentelijke verordening. Door te eisen dat horecagelegenheden een groter vloeroppervlak moeten hebben dan de minimaal vereiste 35m2 wordt het moeilijker om een alcoholvergunning te krijgen.
•
Toegangsverbod slijterij minderjarige zonder begeleiding vervalt: De regel dat een minderjarige een slijterij alleen mag betreden onder begeleiding van iemand van 21 jaar of ouder vervalt.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
18
Bijlagen
Bijlage IV – Verdieping alcoholgebruik Bij de verschillen in alcoholgebruik per klas en geslacht is te zien dat de percentages in klas 4 aanmerkelijk hoger liggen dan in klas 2. Maar dat er bijna geen verschil is tussen jongens en meisjes.
Jongeren onder de 18 jaar zouden zelf geen alcohol moeten kunnen kopen. Daarnaast is ook het geven van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar strafbaar. Aan de jongeren is gevraagd hoe ze aan de alcohol komen. Hieruit blijkt dat 48% van de jongeren alcohol krijgt van hun ouders en 45% van vrienden. 17% heeft de alcohol zelf gekocht. Bijna de helft van de ouders vindt het goed of zegt er niks van als hun kinderen alcohol drinken. 14% van de ouders raden het af of verbieden het.
Bijlage V – Roken en vapen vergelijking Zuid-Limburg en Nederland Wanneer de cijfers van roken en vapen van Zuid-Limburg vergeleken worden met de landelijke cijfers is te zien dat wat betreft roken Zuid-Limburg gelijk scoort met Nederland. Ook is de trend zo goed als gelijk met Nederland. Bij de cijfers over wekelijks vapen is te zien dat de cijfers in Zuid-Limburg 2% hoger liggen dan de rest van Nederland. Ook is het percentage wekelijks vapen ten opzichte van 2019 sterker gestegen in Zuid-Limburg.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
19
Bijlagen
Bijlage VI – Nalevingsonderzoek 3.0 Op 1 juli 2021 is, ter vervanging van de Drank- en Horecawet, de Alcoholwet in werking getreden. Het doel van het nalevingsonderzoek 3.0 jeugd en alcohol is inzicht krijgen in de stand van zaken met betrekking tot de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol. Dit wordt gedaan om problematisch alcoholgebruik te verminderen. Gemeenten houden toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens en kunnen maatregelen nemen om de mate van naleving te verbeteren. De meetresultaten van het nalevingsonderzoek beschrijven de naleving bij verschillende categorieën verkooptypen., Hierbij wordt naleving van de leeftijdsgrens gedefinieerd als een weigering van de verkoper om alcohol te verstrekken aan een minderjarige. Het nalevingsonderzoek is op Zuid-Limburgse schaal uitgevoerd in de sub-regio’s Maastricht-Heuvelland, Parkstad en de Westelijke Mijnstreek. Jongeren hebben daadwerkelijk alcohol gekocht en er is gemeten hoeveel verkooppunten in Zuid-Limburg zich aan de leeftijdsgrens van alcohol hebben gehouden. Tijdens dit onderzoek heeft bij 988 verkooppunten een aankooppoging plaatsgevonden, hetgeen een representatief beeld geeft van de naleving in Zuid-Limburg. Het gaat hierbij om de volgende verkooptypen: supermarkten, slijterijen, cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines.
In het onderzoek zijn 16- en 17-jarige studenten ingezet als testkoper om alcohol te kopen. Daarnaast zijn een coördinator en een aantal auditoren ingezet voor de begeleiding van de studenten en de planning van de aankooppogingen. De verkooppunten zijn bezocht door zowel een minderjarige jongen als een minderjarig meisje. Bij 328 van de 988 aankooppogingen werd in Zuid-Limburg de leeftijdsgrens nageleefd (33,2%). Bij supermarkten is de naleving van de leeftijdsgrens 60,1%. De naleving bij slijterijen is 50% en bij cafetaria’s is een naleving van 31,1% geconstateerd. De naleving bij horecagelegenheden en sportkantines is het laagst. Bij horecagelegenheden is de leeftijdsgrens in 21,1% van de gevallen nageleefd. De naleving bij sportkantines is 14,5%. Het vragen naar een identiteitsbewijs in het kader van een poging van een minderjarige om alcohol te verkrijgen, loopt ook sterk uiteen tussen de verschillende verkooptypen. In totaal wordt in 38,8% van de gevallen naar een identiteitsbewijs gevraagd. Bij supermarkten en in mindere mate bij slijterijen wordt relatief vaak naar een identiteitsbewijs gevraagd. Cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines vragen niet vaak naar de leeftijd en/of identiteitsbewijs en gebruiken zeer zelden een hulpmiddel. Uit het onderzoek blijkt dat de naleving ten opzichte van eerdere onderzoeken onvoldoende is verbeterd.
Met name in cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines zouden betere resultaten moeten worden nagestreefd. Met name supermarkten gebruiken vaak een hulpmiddel om de leeftijd vast te stellen. Het inzetten van een hulpmiddel als alcoholverkoper zorgt voor een grotere kans op naleving van de leeftijdsgrens, namelijk 89,7%. Het volledige rapport van het nalevingsonderzoek staat op de website van uw gemeente.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
20
Bijlagen
Bijlage VII – Cijfers HALT alcohol- en drugsgerelateerde delicten 2021 t/m eerste helft 2024 Woongemeente: In onderstaand overzicht wordt weergegeven in welke gemeente de jongeren die een alcohol- of drugsdelict plegen wonen en in welke gemeente het delict heeft plaatsgevonden. Kanttekening: alcoholzaken kunnen door BOA én politie worden verwezen. De drugszaken alleen door politie.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
21
Bijlagen
Delict gemeente: In onderstaand overzicht worden het aantal alcohol- en drugsdelicten per gemeenten weergegeven.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
22
Bijlagen
Bijlage VIII – SWOT-analyse
In 2024 is een interne en externe analyse door een vertegenwoordiging van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten uitgevoerd t.o.v. de preventie en handhaving van middelengebruik. De interne analyse brengt sterktes en zwaktes van de gemeenten (overheidsinstanties) t.o.v. onze rol in het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 - 2028 in beeld. Denk hierbij aan de invloed die gemeenten kunnen uitoefenen op de doelgroep of het vertrouwen wat de doelgroep heeft in de overheid. Deze analyse brengt duidelijk in kaart waar wij als gemeenten goed in zijn (sterkte) en waar we niet zo goed in zijn (zwaktes). In onderstaande tabellen staat een overzicht van de uitkomsten van deze interne analyse.
Sterktes
S1
Gemeenten hebben indirect invloed (via subsidies) op preventieve en effectieve interventies.
Gemeenten kunnen indirect invloed uitoefenen op partners/interventies (effectieve interventies). Denk aan subsidies voor Mondriaan verslavingszorg. Door hun invloed kunnen gemeenten kiezen voor zoveel mogelijk evidence based/theoretisch goed onderbouwde interventies, liefst in samenhang aangeboden.
S2
Gemeenten kunnen een gezamenlijke boodschap uitdragen.
Gemeenten kunnen indirect invloed uitoefenen door een gezamenlijke boodschap uit te dragen namens 16 Zuid-Limburgse gemeenten. Gezamenlijk staan ze sterker en zijn ook de lasten eerlijker samen te dragen.
S3
Gemeenten kunnen barrières weghalen die invloed hebben op het gedrag van inwoners.
Gemeenten kunnen barrières wegnemen die invloed hebben op gedrag van inwoners (ASE-model)
S4
Gemeenten hebben cijfermatige kennis.
Gemeenten beschikken over cijfermatige kennis over inwoners (GGD, Halt, Mondriaan cijfers), in samenwerking met GGD en Mondriaan kunnen die cijfers goed geduid worden en vergeleken met bijvoorbeeld landelijke cijfers.
S5
Gemeenten zijn procesmatig de spin in het web.
Gemeenten zijn procesmatig de spin in het web. Momenteel wordt enkel aangestuurd vanuit de centrumgemeenten. Gemeenten moeten een regierol nemen in het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 – 2028.
S6
Gemeenten kennen een stevige regionale samenwerking.
Gemeenten kennen een stevige regionale samenwerking in de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid.
S7
Gemeenten spelen een grote rol in de uitvoering en handhaving van de Alcoholwet.
Gemeenten spelen een grote rol in de uitvoering en handhaving van de Alcoholwet. In de Alcoholwet zijn verschillende taken en verantwoordelijkheden voor gemeenten opgenomen voor preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de wet. Een sterkte is ook de toezichten handhavingstaken waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Voor het toezicht en handhaving kunnen gemeenten een sanctiestrategie en een handhavingsarrangement opstellen.
S8
In gemeenten waar de handhaving van alcohol, drugs en roken gerichter wordt aangepakt, scoort naleving beter.
Blijkt uit het nalevingsonderzoek 2023.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
23
Bijlagen
Zwaktes
Z1
Gebrek aan capaciteit en financiële middelen bij gemeentelijke handhaving, geen focus op jongeren, alcohol, drugs en roken.
We zien dat er door matige capaciteit en financiële middelen (t.o.v. andere sectoren) bij de gemeentelijke handhaving geen prioriteit en focus ligt op thema's en gespreksvoering met jongeren over alcohol, drugs en roken. Kijk hier ook naar kleiner gemeenten. In Beekdaelen en Brunssum pakken we dit kleinere aan en daar zien we dat het nalevingscijfer beter scoort.
Z2
Vertrouwen in de overheid is laag.
We zien dat het vertrouwen in de overheid, bij inwoners, erg laag is (CBS).
Z3
Lokale beleid heeft minder invloed dan nationaal- en subnationaal beleid.
We zien dat lokaal beleid op alcohol- en drugspreventie minder invloed heeft dan nationaal- en subnationaal beleid (International Journal of Drug Policy). Lokale preventie heeft echter wel degelijk invloed.
Z4
Geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan + monitoringsplan gerealiseerd.
We zien dat er geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan inclusief Monitoring is ontwikkeld inzake het Preventieen Handhavingsplan 2021-2024.
Z5
Invloed van gemeenten is beperkt op de intentie van het individu.
We zien dat de intentie van het individu essentieel is om gedrag te veranderen (ASE-model), onze invloed hierin is beperkt.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
24
Bijlagen
Verder heeft een externe analyse plaatsgevonden waarin we de trends en ontwikkelingen in onze omgeving onderzoeken. T.o.v. het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 – 2028 geeft dit concrete kansen en bedreigingen waar we op moeten anticiperen. In onderstaande tabellen staat een overzicht van de uitkomsten van deze externe analyse.
Kansen
K1
Hulpmiddelen leeftijdscheck hebben een positieve bijdrage op de naleving.
We zien dat de inzet van hulpmiddelen (voor de leeftijdscheck) een positieve bijdrage heeft op het naleven van geen alcoholverloop onder de 18 jaar (nalevingsonderzoek).
K2
Er is winst te halen bij de bewustwording van alcoholverstrekking in cafetaria, sportkantines en horeca.
We verwachten dat meer winst gehaald kan worden uit de bewustwording van alcohol verstrekking onder de 18 jaar bij cafetaria, sportkantines en horecagelegenheden (nalevingsonderzoek).
K3
Risico gestuurd toezicht biedt mogelijkheden.
We zien dat risico gestuurd toezicht mogelijkheden biedt voor het omgaan met beperkte beschikbaarheid in de handhaving (nalevingsonderzoek).
K4
Interventies, herhaling en naleving loont.
We zien dat het toepassen van preventie interventies, de kracht van herhaling op naleving en vervolgens te handhaven zorgt voor positief effect op de naleving (nalevingsonderzoek).
K5
Normalisatie dat kinderen mogen drinken in bijzijn van ouders.
We zien dat ouders het normaal vinden dat kinderen thuis/in hun bijzijn drinken zodat zij denken controle te hebben.
K6
Verandering van wetgeving helpt in het beperken van middelengebruik.
We zien dat de wetgeving verandert waarmee de verkoop van middelengebruik wordt beperkt. Dit helpt de handhaving en verleiding van inwoners tegen te gaan.
K7
Leeftijdsgenoten hebben meer We zien vanaf de leeftijdsfase 14-15 jaar dat jongeren invloed op jongeren. zich meer gaan conformeren aan leeftijdsgenoten.
K8
Goed werkende interventies in gemeenten hebben effect op de naleving van alcoholgebruik.
We zien dat interventies (uit andere gemeenten) een positief effect hebben op de naleving van de leeftijdsgrens alcoholgebruik.
K9
Effectieve en preventieve aanpak t.a.v. alcohol en drugs komt overeen.
De vier pijlers van effectief- en preventief aanpakken komen bij alcohol en drugs overeen (Loket gezond leven RIVM).
K10
Drugsvoorlichting gericht op sociale omgeving blijkt effectiever.
Het is vaak effectiever om drugsvoorlichting en educatie te richten op de sociale omgeving van jongeren dan op de jongeren zelf.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
25
Bijlagen
Bedreigingen
B1
Verkoop van drugs wordt makkelijker voor jongeren
We zien dat (online) verkoop van gevaarlijke drugs steeds toegankelijk en aantrekkelijker wordt bij jongeren (onderzoek RIEC).
B2
Jaarlijks zijn er tientallen nieuwe varianten van drugs op de markt.
Jaarlijks verschijnen er tientallen nieuwe varianten op de NPS-markt (NPS = verzamelnaam van een groep nieuwe drugs) (onderzoek RIEC).
B3
Leeftijdscheck zonder hulpmiddel leidt niet tot naleving.
We zien dat enkel het vragen naar de leeftijd niet significant voor naleving zorgt als er geen hulpmiddel is (nalevingsonderzoek).
B4
Normalisatie bij verkopers dat jongeren drinken.
We zien dat verkopers begrip hebben voor het alcoholgebruik onder de 18 jaar, zij vinden het normaal dat er onder de 18 jaar wordt gedronken zolang het met mate is (nalevingsonderzoek).
B5
Lokale verkopers stoeien met maatschappelijk belang en business case.
We zien dat lokale verkopers stoeien met maatschappelijk belang en hun business case.
B6
Vernieuwende middelen komen via nieuwe kanalen bij jongeren.
We zien dat vernieuwende middelen op de markt komen en nieuwe kanalen om dit bij jongeren te krijgen (hypes).
B7
Gebrek aan kennis bij ouders over gezondheidseffecten van alcohol en drugs bij hun kinderen.
We zien een gebrek aan kennis bij ouders over gezondheidseffecten van alcohol en drugs op hun kind.
B8
Leeftijdsgenoten hebben meer We zien dat peers meer invloed hebben op de doelgroep jongeren dan ouders (nalevingsonderzoek 2018). invloed op jongeren dan ouders.
B9
Drugsvoorlichting maakt jonge niet-gebruikers juist nieuwsgierig.
We zien dat drugsvoorlichting bij impulsieve jonge niet-gebruikers juist nieuwsgierigheid kan wekken (Loket gezond leven RIVM). Daarom moeten we ons richten op de omgeving.
B10
Gebrek aan wetgeving op nieuwe drugs (ze wordt nog legaal bevonden) en het aantal gebruikers stijgt.
Er is een gebrek aan wetgeving in Nederland op NPS (het is legaal). Omringende landen hanteren inmiddels een ruimer verbod wat het gebruik in Nederland in stand houdt. Er wordt geen aanpak in Nederland toegepast op NPS handelaren, ook in het Wetboek van Strafrecht en Warenwet wordt dit niet toegepast.
B11
Normalisatie bij verkopers dat jongeren drinken.
Drugsgebruik en normalisatie ervan bij jongvolwassenen https://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/en/artikelen/ article/50-13303_Drugsgebruik-en-normalisatie-erva n-bij-jongvolwassenen-monitor-naar-drugsgebruik
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
hun
26
Bijlagen
Bijlage IX – Doelen en acties vanuit GALA ten aanzien van preventie van middelengebruik
Binnen het GALA thema ‘voorkomen en vroegsignalering van middelengebruik’ zijn verschillende doelen geformuleerd. Daarbij zijn ook acties voor gemeenten geformuleerd. Hieronder staat een overzicht van de doelen en daarbij geformuleerde acties. •
Effectieve lokale drugspreventie: Het verschil in de populariteit van bepaalde drugs tussen verschillende gemeenten is groot. Gemeenten kunnen dan ook veel doen om gericht op lokaal niveau drugsgebruik tegen te gaan. Daarnaast is de verantwoordelijkheid voor het preventie-onderwijs op scholen lokaal belegd. Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in het zorgen voor wetenschappelijk bewezen effectieve drugspreventie op lokale scholen. Acties gemeenten: Wanneer de lokale situatie daarom vraagt, zetten gemeenten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een drugspreventiebeleid op te stellen, waaronder in elk geval de GGD en de IVZ.
•
Voorkomen van middelgebruik onder jongeren: Vroeg beginnen met preventie is noodzakelijk zo blijkt uit de cijfers over de leefstijl en gezondheid van jongeren. Zo zijn er nog steeds veel jongeren die op jonge leeftijd beginnen met alcohol drinken, drugs gebruiken en/of roken. Acties gemeenten: Gemeenten zetten een samenwerkingsverband op met relevante stakeholders waaronder in elk geval de GGD en de IVZ, stellen een projectleider aan voor het projectmanagement, voeren de tweejaarlijkse jeugdgezondheidsmonitor uit en zetten effectieve interventies in om de gestelde doelen te bereiken.
•
Leeftijdsgrens op verkoop van alcohol: Met de leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van alcohol heef het Rijk in 2014 een belangrijke norm gesteld voor het gebruik van deze middelen. Een leeftijdsgrens is, samen met andere preventieve activiteiten, een essentieel sluitstuk bij het voorkomen van middelengebruik. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de leeftijdsgrens op alcohol door verstrekkers. Met de Alcoholwet is ook een verbod op wederverstrekking geïntroduceerd. Ook hebben gemeenten een aantal nieuwe bevoegdheden gekregen, onder meer om overlast gebieden aan te wijzen. Recente cijfers over naleving laten zien dat jongeren nog steeds gemakkelijk aan alcohol kunnen komen. Acties gemeenten: Gemeenten zijn zich bewust van het belang van toezicht op en naleving van de leeftijdsgrens en spannen zich in voor een zo goed mogelijke uitvoering van de beginselplicht tot handhaving en het optimaliseren van het bereik van de handhaving. Gemeenten kunnen hierbij gebruik maken van de kennis en expertise van het Trimbos-instituut. Bovendien kunnen gemeenten de bestaande onderlinge samenwerkingsvormen bestendigen en eventueel uitbreiden.
•
Vroegsignalering alcoholproblematiek: Er wordt preventief veel bereikt door mensen met een (beginnend) alcoholprobleem tijdig te herkennen en snel effectieve hulp te bieden. Zo kan (ernstig) problematisch alcoholgebruik voorkomen worden. Het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholproblematiek (SVA) heeft hiervoor verschillende laagdrempelige tools ontwikkeld die mensen uit verschillende doelgroepen (zoals jongeren, ouderen, zwangere vrouwen) kunnen helpen bij het signaleren en erkennen van problemen met hun alcoholgebruik. Met dit programma wordt een lokaal samenwerkingsverband opgezet en het gebruik van effectieve interventies voor vroegsignalering gestimuleerd. Door het betrekken van professionals, vrijwilligers en naasten kan het makkelijker worden om problemen adequaat te signaleren, hulp te bieden of door te verwijzen naar de juiste hulp. Op deze manier kan voorkomen worden dat mensen uitvallen, ziek worden en niet meer mee kunnen doen in de maatschappij. Acties gemeenten: Gemeenten zetten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een aanpak voor vroegsignalering uit te voeren, waaronder in elk geval de GGD en de IVZ. Daarvoor wijst de gemeente een projectleider aan, voert monitoringsactiviteiten uit en maakt een plan van aanpak met partners.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
27
Bijlagen
•
Terugdringen van roken: Om het doel van een rookvrije generatie te halen, is het belangrijk dat extra ingezet wordt op het terugdringen van roken. Acties gemeenten: Gemeenten nemen de rookvrije generatie met concrete doelen en activiteiten op in een lokaal preventieakkoord of hun eigen Nota Gezondheidsbeleid. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het invoeren van rookvrije omgevingen stimuleren, het op wijkniveau stoppen met roken ondersteunen en maatschappelijke organisaties zoals kinderboerderijen, beheerde speeltuinen, speelplekken, zwembaden, scoutinggroepen en sportverenigingen stimuleren om rookvrij beleid te voeren. Het Nationaal Preventieakkoord is hierbij een belangrijke leidraad.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
28
Bijlagen
Bijlage X – Preventie met Gezag
In 2022 investeerde het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) fors in de aanpak van georganiseerde misdaad. Zo kregen meer gemeenten structureel geld om te voorkomen dat kleine jongens uitgroeien tot grote criminelen. In de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen is, net als in de rest van Nederland, sprake van een (cijfermatige) afname van jeugdcriminaliteit. Tegelijkertijd is een verontrustende stijging van het aantal jonge minderjarigen dat betrokken is bij ernstige criminaliteit. Om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen de (georganiseerde) criminaliteit ingaan of hier verder in afglijden, zet het ministerie van J&V zich in om deze trend te doorbreken. Zij heeft daarom de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen uitgenodigd om mee te doen aan het landelijk programma Preventie met Gezag: een langjarig programma met als doel duurzaam te investeren in onze (kwetsbare) jeugd. Het programma Preventie met Gezag is daarmee een kans om de integrale aanpak van georganiseerde (jeugd)criminaliteit te versterken waar nodig. Met de aanpak Preventie met Gezag willen de gemeenten samen met haar ketenpartners een domein en organisatie overstijgende netwerkaanpak vormgeven. De strategie is jongeren en jongvolwassenen weerbaar te maken tegen criminelen in combinatie met het bieden van alternatieven en perspectief.
Jongeren en jongvolwassenen die al stappen in de criminaliteit hebben gezet worden gerichter aangepakt en begrensd: we bieden kansen én stellen grenzen. De preventieve aanpak kent 2 uitingsvormen/lijnen namelijk: 1. inzet/aanbieden van voldoende en passende preventieve interventies die aansluiten bij fysieke en digitale vindplaatsen van jeugdigen en hun ouders. Denk aan de inzet van jongerenwerkers en straatcoaches en het versterken van de weerbaarheid van jeugdigen, ouders en professionals op en via scholen, sport en de wijk; 2. het verbeteren van tijdig signaleren en proactief ingrijpen als risico’s zich toch voordoen. Professionals en netwerkpartners geven aan dat zij problematiek met jeugdigen in de georganiseerde criminaliteit terugzien op school en op straat en zich zorgen maken over een aantal ontwikkelingen. Zo lijkt er een verjonging van criminaliteit zichtbaar: jongeren die betrokken zijn bij criminele activiteiten lijken jonger te worden. Waarbij jeugdigen zich (soms al op basisschool leeftijd) proactief aanmelden voor ‘klusjes’ via onlinekanalen op sociale media en Telegram. Deze signalen – ook de concrete voorbeelden van proactief aanmelden voor klusjes worden gedeeld en herkend door een breed scala aan partijen in het voorliggend veld. Om deze verjonging te begrijpen, wijzen betrokken partijen en professionals op de positie van Maastricht als grensgemeente.
En op de normalisering van drugsgebruik en drugshandel op zowel het voortgezet alsook het primair onderwijs. Op steeds jongere leeftijd worden harddrugs gebruikt, ook als vervanging van alcohol. Een van de professionals gaf in de focusgroepen aan: “pubers mogen met 15-16 jaar niet de kroeg in, maar we zien ze wel in de stad rondhangen met cocaïne”. Kortom, onze ambitie met de aanpak Preventie met Gezag is proactief voorkomen van criminele betrokkenheid onder jongeren in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar. Dat doen wij informatie gestuurd en met de focus op het versterken van beschermende factoren en het verminderen van risicofactoren van jongeren. Dit bereiken we door jeugdigen, ouders en professionals weerbaarder te maken en door middel van maatwerk, door het bieden van kansen, perspectieven, door de inzet van gerichte preventieve en repressieve interventies en met een sterke ketensamenwerking. Jongeren worden actief bij de aanpak betrokken en er wordt geïnvesteerd in preventie en handhaving met gezag. We investeren daarmee in het creëren van een broedplaats voor samenwerking en ontmoeting voor professionals, jongeren en ouders. De preventieve en repressieve interventies worden ingezet voor de jongeren die wonen, werken en leren in Maastricht, Heerlen of Sittard-Geleen.
De focus ligt hierbij op de vindplaatsen van jongeren, scholen en voor criminele invloeden kwetsbare gebieden. Het versterken van de samenwerking en het zicht krijgen op de jongeren gaan we vandaaruit op regionaal niveau uitrollen. Dit om een waterbedeffect te voorkomen. Onze kennis en ervaringen delen wij onderling en met andere gemeenten om van elkaar te leren. Met deze aanpak voorkomen we dat bestaande risico’s tot erger leiden. We voorkomen dat jongeren zich (mogelijk) inlaten met criminele activiteiten. Om dit te bewerkstellingen dienen professionals vroegtijdig (sociale) problematiek te kúnnen signaleren en voldoende handelingsperspectief te hebben om te kunnen reageren op een zorgsignaal. Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
29
Bijlagen
Bijlage XI – Visie Mondriaan
Mondriaan (verslavings)preventie Mondriaan heeft een professionele preventieafdeling. Hoewel het zwaartepunt nog steeds op verslavingspreventie ligt, neemt de omvang van activiteiten gericht op mentale gezondheid in brede zin snel toe. In het Meerjarenplan 2022-2026 van Mondriaan1 wordt dit als volgt geformuleerd: Preventie ontwikkelt zich tot een stevige en professionele ‘allround’ preventieafdeling. Mondriaan heeft de ambitie zich de komende beleidsperiode nog duidelijker te profileren als breed georiënteerde zorgpartner. In lijn met deze ambitie is het initiatief genomen om het actuele preventieaanbod verder te verbreden. Al onze activiteiten, zowel voor wat betreft verslavingspreventie als GGZ-preventie, hebben we ondergebracht in een zogenaamde preventiematrix, die voor belangstellenden beschikbaar is. Verslavingspreventie richt zich in onze regio vooral op jongeren en jongvolwassenen, maar de laatste jaren krijgen ook oudere groepen steeds meer aandacht (bijvoorbeeld alcoholpreventie bij 55-plussers). We richten ons soms op de hele bevolking (universele preventie), maar vaak op specifieke groepen (selectieve en geïndiceerde preventie) en op intermediairs. Daarbij kiezen we het kaliber van de inzet dat past bij de zwaarte van de problematiek. De epidemiologie in Zuid-Limburg is steeds leidend bij onze planning.
We zijn actief in diverse settingen: school, opvoedingssituatie, vrije tijd en sport en uitgaanscircuit (zie ook 2) Professionele verslavingspreventie berust op drie pijlers: kwaliteit, integraliteit en focus op gezondheid. Pijler 1: Kwaliteit De eerste pijler onder onze visie is kwaliteit. Onze interventies zijn zoveel als mogelijk bewezen effectief, bevatten werkzame principes of zijn minimaal zo goed beschreven dat ze in de toekomst op effectiviteit onderzocht kunnen worden. Daaronder verstaan we ook interventies die wellicht geen gemeten effectieve uitkomstmaat hebben, maar waarvan naar redelijkheid kan worden gezegd dat ze voor de burger wel degelijk van waarde zijn. Om een kwalitatief goed aanbod te kunnen bieden, nemen we onder andere deel aan landelijke activiteiten, waar pakketten voor preventie worden ontwikkeld. Deze preventiepakketten vormen een optimale mix van interventies en daarmee in hun samenhang een (integrale) preventieketen. Zo voeren we al geruime tijd het Basispakket Verslavingspreventie2 uit, dat is ontwikkeld vanuit Verslavingskunde Nederland (een samenwerkingsverband van 14 IVZ’s, waaronder Mondriaan).
Pijler 2: Integraliteit Wij zien in de maatschappij ontwikkelingen die erop duiden dat individuen steeds meer zelf verantwoordelijk worden gehouden voor hun gezondheid, maar ook dat zij veel meer invloed op hun eigen gezondheid kunnen hebben dan lang werd aangenomen. Het Ecologisch Model (Figuur 1) ondersteunt gedachten over hoe positieve gezondheid kan worden bevorderd. Gezondheid kent naast een individuele ook een sociale en maatschappelijke component en dient daarom ook op integrale wijze te worden bevorderd. In onze visie is integraliteit essentieel. We proberen in onze activiteiten behalve het individu ook de andere niveaus te betrekken. Integraliteit is een verdere verdieping van kwaliteit: door integraal te werken verwachten we meer resultaat te sorteren dan door activiteiten ad hoc aan te bieden
1 2
Verder op de ingeslagen weg; Mondriaan 2023-2026 https://www.verslavingskundenederland.nl/documents/2022/09/Lokaal-samenwerken-aan-verslavingspreventie-2022-06-1.pdf
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
30
Bijlagen
Pijler 3: Focus op gezondheid Door het verleggen van de focus van ziekte naar gezondheid wordt meer ingezet op inzicht en begrip van de menselijke geest, verantwoordelijkheid en zelfmanagement. Het gaat daarbij veel meer om ontwikkeling als persoon. Er is aandacht voor de relatie tussen persoon en omgeving, gericht op het versterken van een gezonde levenshouding en van de mogelijkheden om bedreigende situaties het hoofd te bieden en vermijdbare psychische problemen te voorkomen. Bij preventie hanteren we reeds langere tijd positiviteit als concept, waarin gezondheid wordt beschouwd als het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Het begrip ‘positieve gezondheid’, zoals door Machteld Huber geformuleerd, is van meer recente datum en een concrete uitwerking van dit concept. Praktische uitwerking De concrete uitwerking van ons aanbod in verschillende settingen is mooi te illustreren met het schema ‘Lokaal samenwerken aan verslavingspreventie’2 dat we i.s.m. onze landelijke collega’s voor verslavingspreventie hebben ontwikkeld. Eenzelfde aanpak is ook voor de GGZ-preventie in de maak.
HORECA/COFFEESHOP LOKAAL SAMENWERKEN AAN VERSLAVINGSPREVENTIE 1 2
FC
G NTG N AU T HA H OU O
GEM
EEN
TE
CAF
E CAFE RESTA
URAN
IVZ
T COFF SHOPEE
g re rub
voorlichting & educatie
signalering, advies, ondersteuning
fysieke en sociale omgeving
regelgeving en handhaving
Figuur 3: Het basispakket verslavingspreventie als informatie-instrument
Een en ander laat zich illustreren met een voorbeeld. Voor de setting onderwijs is in het overkoepelende project Helder op School het aanbod van verslavingspreventie te vinden, waarbinnen ruimte is om naar het beleid en de regels te kijken, ouderparticipatie (denk aan ouderavonden) weg te zetten, lessen voor leerlingen te geven of over te dragen, maar ook om, zodra er beginnende problemen gesignaleerd worden, een Moti4 of een adviesgesprek in te zetten. Als er sprake is van verslavingsproblemen bij de ouders dan kan een KOPP-KOVinterventie worden ingezet bij kinderen.
Beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen
Adviesverzoek Preventie- en Handhavingsplan Jeugd & Middelen 2025-2028 Tijdens de adviesperiode, die loopt tot 15 september 2024, kunt u op het concept van het Preventieen Handhavingsplan Jeugd & Middelen 2025-2028 in het bijgevoegde formulier per onderdeel uw reactie geven.
Hoe geeft u uw reactie? Wij vragen u om uw reactie voor 15 september a.s. door te mailen aan: Annet Joustra (beleidsmedewerker Preventie & Welzijn), op annet.joustra@kerkrade.nl onder vermelding Preventie- en Handhavingsplan Jeugd & Middelen 2025-2028.
Wat gebeurt er met uw reactie? Al uw reacties worden gebundeld. Naar aanleiding van uw reacties wordt bekeken of het concept aanpassing of aanvulling behoeft. Is uw advies met name op uw eigen gemeente van toepassing? Dan zal in die gemeente gekeken worden hoe met uw advies om te gaan in de lokale vertaling van het beleidsplan. Wij laten u ook weten wat er met uw input gebeurd is. In het college- en raadsvoorstel geven wij aan wat naar aanleiding van de adviezen is aangepast of aangevuld.
Dit formulier invullen Vanaf de volgende pagina kunt u per onderdeel uw reactie invullen. Geeft u zo duidelijk mogelijk aan waar uw reactie over gaat en gebruik daarvoor de paragraafnummers en –titels. U kunt ook de paginanummers noemen. Bij voorbaat dank voor uw reactie, namens de Regionale Werkgroep Jeugd & Middelengebruik, Annet Joustra en Kevin Heijens Gemeente Kerkrade
1
1
Uw Adviesraad
Uw naam
Margriet van Leusen (vice voorzitter) Bertien Mayntz (secretaris)
Uw adviesraad
Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning Kerkrade
Gemeente(-n) waarvoor u actief bent
Kerkrade
Uw emailadres
contact@amokerkrade.nl
Uw telefoonnummer
31621562096
Uw adresgegevens
Postbus 140 6460AC Kerkrade
2
Uw Advies
Algemene opmerkingen (dit behelst de inleiding, data-analyse en bijlagen).
De AMO stemt op hoofdlijnen in met de aanpak en inhoud van preventie- en handhavingsplan Jeugd & Middelen. De in de AMO-vergadering van 29 augustus jl. geplaatste opmerkingen, gegeven reacties en adviezen zijn zoveel als mogelijk onder de juiste rubriek hieronder opgenomen.
Opmerkingen en reacties n.a.v. het onderwerp communicatie: • Bij de informatieverstrekking en communicatie dient expliciet rekening gehouden te worden met het gegeven dat de mate en omvang van de laaggeletterdheid in Kerkrade relatief hoog is. • Het is goed om aanvullend op de landelijke communicatie na te denken over aanvullende doelgerichte communicatie op lokaal niveau. Opmerkingen en reacties n.a.v. het onderwerp data-analyse en doelstellingen: • Het SMART maken van doelstellingen, gekoppeld aan de ambities, is belangrijk met het oog op een effectieve sturing en monitoring van de uitvoering van de plannen. • Door gebruik te maken van de verzamelde en beschikbare lokale data op buurt- en wijkniveau en de opgehaalde informatie uit de leefwereld van de buurt en wijk, wordt geadviseerd om op dit niveau, gekoppeld aan het integraal gebiedsgerichte werken en wijkaanpak, passende en gerichte initiatieven, interventies en acties op te zetten met het oog op het realiseren van de doelstellingen van het preventie- en het handhavingsplan jeugd & middelen.
2
2. Beleidscontext en uitgangspunten
De AMO herkent de beleidscontext en geformuleerde uitgangspunten. Opmerkingen en reacties n.a.v. beleidscontext en uitgangspunten: • In veel gevallen gaat het over het veranderen van het gedrag van de jeugdigen. Feitelijk is er dan sprake van een cultuurveranderingstraject, hetgeen in de regel betekent dat de transformatie een weg van de lange adem zal zijn • Overwogen kan worden te zijner tijd de leeftijdscategorie te verruimen en uit te breiden van 18 tot 23 jaar.
4. Samenwerking en integraliteit
De AMO stemt in met het beleid en de aanpak t.a.v. samenwerking en integraliteit. Op lokaal niveau kan worden aangesloten op de integrale buurt- en wijkaanpak.
3
5. Ambities 5.1. Ambities t.b.v. de pijler educatie De AMO stemt in met de geformuleerde ambities t.b.v. de pijler educatie. Opmerkingen en reacties n.a.v. dit onderwerp: • In veel situaties is het gebruik van het genotsmiddel vaak een van de weinige leuke “dingen” in het leven waaruit de betreffende jeugdigen hun voldoening halen.
5.2 Ambities t.b.v. de pijler signalering en ondersteuning De AMO stemt in met de geformuleerde ambities t.b.v. de pijler signalering en ondersteuning. Het beleid en de aanpak sluit uitstekend aan op de lokale gemeentelijke visie sociaal domein.
4
5.3 Ambities t.b.v. de pijler sociale en fysieke omgeving De AMO stemt in met de geformuleerde ambities t.b.v. de pijler sociale en fysieke omgeving Opmerkingen en reacties n.a.v. dit onderwerp: • Het belang van het creëren van een gezonde kind omgeving wordt onderschreven. • Een serieuze optie is het verbieden van het schenken van alcohol tijdens de activiteiten van en voor de jeugd van de vereniging.
5.4. Ambities t.b.v. de pijler regelgeving en handhaving De AMO stemt in met de geformuleerde ambities t.b.v. de pijler regelgeving en handhaving. Opmerkingen en reacties n.a.v. dit onderwerp: • Het is belangrijk dat de verstrekkers van alcohol en andere middelen zich houden aan wet- en regelgeving. Een voldoende handhaving en controle is daarom belangrijk. Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden in particuliere verstrekkers en gesubsidieerde verenigingen.
5
• •
Het is belangrijk de gesubsidieerde verenigingen aan te spreken op de resultaten van de nalevingsonderzoeken en hier passende maatregelen aan te koppelen. Het belonen van een positief resultaat is hierbij een serieuze optie. Het ontwikkelen van een individueel beloningsbeleid en -systeem voor jeugdigen lijkt lastig maar is eveneens een serieuze optie.
6
Domein Burger Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning Kerkrade Postbus 140 6460AC Kerkrade
Bezoekadres
Markt 33
Ambtenaar
A.S. Joustra en K. Heijens Telefoonnummer
+14 045 Telefax
0455676395 Zaaknummer
--
Uw brief van
13 september 2024
Uw kenmerk
--
Ons kenmerk
24u0009398 *24u0009398*
Datum
.. november 2024
Onderwerp
Reactie aan de Adviesraden Zuid-Limburg inzake het advies op het concept Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie- en Handhaving Jeugd en Middelen 2025-2028. Bijlage(n)
2
Geachte leden van de Adviesraad, Op voorhand dank voor uw waardevolle inzet en advies op het concept ZuidLimburgs beleidsplan Preventie- en Handhaving 2025-2028. Wij hebben veel adviezen ontvangen met daarin rijke bevindingen en aanpassingen. Deze adviezen hebben wij gebundeld en wij reageren via deze weg in één keer op alle uitgebrachte adviezen. Gelijktijdig aan uw verstrekte advies, hebben inhoudsprofessionals van alle 16 Zuid-Limburgse gemeenten feedback gegeven op dit beleidsplan. Aanpassingen op basis van deze adviezen worden ook meegenomen in onderstaande reactie. Zo heeft u een volledig beeld van de aanpassingen in het beleidsplan. Het doet ons eveneens deugd dat u bereid bent om vroegtijdig mee te denken over het uitvoeringsplan dat in 2025 verder wordt opgesteld. Graag komen wij op een later moment bij u terug om een voorstel te doen voor dit participatieproces. Onze reactie op uw advies In deze brief gaan wij in op uw advies. Dat doen wij door beargumenteerd aan te geven op welke manier wij uw advies al dan niet zullen overnemen. Door de hoeveelheid aan adviezen en antwoorden gaan wij in deze brief alleen in op de belangrijkste en meest impactvolle adviezen. Dit laat onverlet dat de regionale werkgroep Jeugd en Middelen middels de bijlagen bij deze brief per advies een reactie formuleert.
Onderstaand reageren we op de belangrijkste adviezen per hoofdstuk van het conceptbeleidsplan.
Postbus 600 6460 AP Kerkrade Telefoon 14 045 Telefax 0455676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
Blijk van waardering Allereerst wil de regionale werkgroep Jeugd en Middelen reageren op uw blijk van waardering op het conceptbeleidsplan. Om te beginnen wordt de focusverbreding als een goede ontwikkeling beschouwd. Daarnaast wordt een goede betrokkenheid van deskundigen en adviesraden meermaals onderschreven. Ook de logica, helderheid en integraliteit in het plan wordt goed ontvangen door de adviesraden. Tot slot doet het ons deugd om de positieve reactie van de Jongerenraad Sittard-Geleen, Beek, Beekdaelen en Stein te lezen. Zij juichen onder andere de regionale samenwerking toe die wij de komende beleidsperiode willen voortzetten. Namens de regionale werkgroep Jeugd en Middelen danken wij u voor deze erkenning. Nu gaan wij verder in op de adviezen per hoofdstuk. 1.
Algemene opmerkingen
Om te beginnen zijn er opmerkingen gemaakt die een aanpassing in de tekst vragen. De belangrijkste tekstuele aanpassingen in het nieuwe beleidsplan zijn o.a. het wijzigen en consistent benoemen van de naam van het beleidsplan, het wijzigen en consistent benoemen van de naam van de regionale werkgroep en het toevoegen van een hoofdstuk definitielijst. Wij hebben zoveel mogelijk opmerkingen die betrekking hebben op tekstuele aanpassingen toegepast in het nieuwe beleidsplan. Tevens hebben wij de tekst laten redigeren door de communicatieafdeling van een grote gemeente op begrijpelijke taal. Antwoordcode Y1. Er wordt meermaals geadviseerd om o.a. de doelgroep wetenschappelijke instituten en adviesraden te betrekken bij het opstellen van het uitvoeringsplan. Dit advies wordt opgevolgd. Zowel in voorliggend beleidsplan als in het nog op te stellen uitvoeringsplan wordt samengewerkt met verschillende partijen waaronder GGD, Trimbos, Mondriaan, welzijnswerk en ervaringsdeskundigen. Antwoordcode A1 en P1. Gezien de focusverbreding naar middelengebruik zijn er ook vragen gesteld over de verslavingsproblematiek gokken en gamen. Het beleidsplan gaat over middelengebruik. Gokken en gamen hebben verslavende gevolgen maar zijn géén middelen. Wettelijk hoeven wij ons in dit beleidsplan slechts te focussen op de preventie en handhaving van alcohol.
We breiden uit naar middelen, maar deze uitbreiding vraagt wel een duidelijke afbakening. Overigens hebben onze onderwijs-, GGZ- en welzijnspartners aandacht voor dit thema. Waar nodig verbinden we hier uiteraard mee. Stimulerende medicijnen behoren in dit beleidsplan tot de soorten drugs die benoemd staan in de bijlagen. Vapen valt binnen dit beleidsplan onder roken. Antwoordcode B1. Ook zijn er vragen gesteld over het uitvoeringsplan. Op basis van dit beleidsplan zal in 2025 een regionaal uitvoeringsplan opgesteld worden. Per deelambitie zal worden bepaald of uitvoering regionaal of lokaal moet worden ingevuld. Hierbij kijken we steeds op welke manier we de meeste impact denken te realiseren. Over het gehele beleidsplan zijn er veel vragen gesteld die meer betrekking hebben op het uitvoeringsplan dan op het beleidsplan dat nu voorligt. Deze vragen worden meegenomen bij het opstellen van het uitvoeringsplan in 2025. Denk hierbij aan de suggestie voor een heldere en effectieve aanpak op de naleving en handhaving van de leeftijdsgrens. Antwoordcode F1 en X1.
Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
Als het gaat om uw opmerkingen over de veranderende maatschappij en sociale cohesie (opkomst van nieuwe middelen etc.) willen wij aangeven dat wij deze reactie begrijpen. Daarom gaan we met experts in op de laatste stand van zaken, trends en ontwikkelingen die zij zien. Wij laten ons in het huidige beleidsplan en in het nog te ontwikkelen uitvoeringsplan door experts adviseren en werken risico gestuurd daar waar de nood het hoogst is. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij en de sociale cohesie worden meegenomen in het uitvoeringsplan door samen te werken met experts en de doelgroep. Met betrekking tot het aanbod nieuwe drugs (onder andere Nieuwe Psycho Actieve Stoffen, hierna NPS) realiseren wij ons dat dit zich in een rap tempo ontwikkeld. Dit maakt het onmogelijk om in dit beleidsplan een totaaloverzicht te schetsen van alle middelen op de markt. Binnen het huidige beleidsplan en het nog te ontwikkelen uitvoeringsplan zijn we ons hier bewust van. Zodoende betreft Bijlage 1, in het beleidsplan, een aanpasbaar overzicht van soorten middelen die zijn aangeleverd door het Trimbos Instituut. Dit overzicht geeft weer wat we momenteel weten, maar de situatie veranderd voortdurend naarmate nieuwe middelen op de markt komen en gebruikspatronen verschuiven. Vanzelfsprekend houden we hier in het uitvoeringsplan rekening mee. Antwoord L1.
Tot slot zijn er terecht vragen gesteld over hoe de gegevens uit het vorige preventie- en handhavingsplan worden meegenomen in het nieuwe beleidsplan. Antwoordcode C1 en A2. We constateren dat de doelstellingen van het vorige plan niet behaald zijn, mogelijke verklaringen hiervoor zijn: - Er was geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan, waardoor er een versnipperde inzet heeft plaatsgevonden. - Er zijn grote landelijke ontwikkelingen geweest die buiten onze invloed als gemeente lag zoals, Corona, social mediagebruik, maatschappelijke problematiek (milieu/ woningtekort). Dit maakt de jeugd ontvankelijker voor middelengebruik. - Verdiepende analyse van de resultaten van de monitorgegevens laten zien dat de omgeving van jongeren een belangrijke rol speelt in de verkrijgbaarheid van alcohol. Verkrijgbaarheid van alcohol via ouders (48%) vraagt om een lange termijnvisie omdat het veranderen van een norm en de-normalisatie tijd kost. De geleerde lessen uit deze constatering hebben wij verwerkt in het nieuwe beleidsplan: - Er zijn inhoudelijke keuzes gemaakt op basis van de SWOT-analyse. Hierbij wordt de nadruk gelegd op evidence based interventies en een data gedreven aanpak. - We hebben een bredere groep samenwerkingspartners betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan en gaan dit ook doen bij het opstellen van het uitvoeringsplan.
- We hebben het beleidsplan uitgebreid naar middelengebruik. - Er wordt een regionaal uitvoeringsplan opgesteld, die zal aanzetten tot concrete acties om de problematiek aan te pakken. 2.
Beleidscontext en uitgangspunten
Binnen het hoofdstuk beleidscontext en uitgangspunten zijn er veel reacties gekomen op de leeftijdsgrens en wordt gevraagd hier nogmaals kritisch naar te kijken. Wij begrijpen deze reacties en het advies om dit steviger op te nemen in het beleidsplan. In dit beleidsplan focussen we ons op leeftijdgrens 18 jaar, omdat dit onze wettelijke verplichting betreft. Aangezien we dit beleidsplan al Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
uitbreiden van alcohol naar middelengebruik, willen we een verdere uitbreiding in leeftijd pas in een later beleidsplan overwegen. De onduidelijkheden in het gehele document over de leeftijdsgrens zijn in het nieuwe beleidsplan tekstueel verduidelijkt. Om de hoofdambitie te bereiken richten we ons onder andere op de omgeving. Die omgeving bestaat ook uit personen die 18 jaar en ouder zijn. De suggesties om nadrukkelijk te focussen op de (thuis)omgeving van jongeren wordt meegenomen in het uitvoeringsplan. Antwoordcode M1. 3.
Data-analyse
Het hoofdstuk data-analyse riep weinig reactie op bij de adviesraden, echter onderschrijven meerdere adviesraden dat de titel de lading van het hoofdstuk niet dekt. Daarom hebben wij de titel van dit hoofdstuk gewijzigd naar trends en ontwikkelingen. Antwoordcode N1. 4.
Samenwerking en integraliteit
In het hoofdstuk samenwerking en integraliteit werd vooral positief gereageerd op het verbinden van gezondheidsplannen met elkaar. Tevens werd meermaals benoemd dat er een goede samenwerking is ontstaan tussen gemeentes en partners. Deze (inhoudelijke) samenwerking wordt ook meegenomen in het uitvoeringsplan. 5.
Ambities
Meerdere adviesraden verzoeken om de ambities steviger neer te zetten. Dit advies hebben wij in acht genomen. We hebben de ambities steviger neergezet en er is een hoofdambitie en doel geformuleerd die worden gekoppeld aan KPI’s. Dit zorgt ervoor dat we in de toekomst dit beleidsplan beter kunnen evalueren. De strategie om de hoofdambitie en het doel te bereiken hebben we vertaald in deelambities. De focusvragen die we aan de deelambities hebben gekoppeld zijn ondersteunend voor het opstellen van het uitvoeringsplan. Antwoordcode E1. Daarnaast zijn er adviezen gegeven die inhoudelijke aanpassingen suggereren waar we in deze beantwoording de nodige nadruk op willen leggen. Zo wordt er aandacht gevraagd voor de doelgroep niet-gebruikers. Wij hebben het Trimbos Instituut benaderd om hier onafhankelijk op te reageren: “Weet dat merendeel van de bevolking, en ook merendeel van de jongeren, geen drugs gebruikt. Een boodschap over het voorkomen van drugsgebruik is voor deze doelgroep niet nodig, want zij laten al het wenselijke gedrag zien. Het uitzonderen van deze groep is dan ook niet aan te bevelen. Het belonen van hun gedrag zal waarschijnlijk in de praktijk ook lastig uit te voeren worden, omdat dan alle jongeren zullen aangeven dat ze niet gebruiken. Ook als dat wel het geval is.
Bovendien kan extra nadruk leggen op een thema zoals middelengebruik bij jongeren die hier niet mee bezig zijn zorgen voor nieuwsgierigheid. Dat komt doordat er door deze nadruk een bepaalde norm gezet wordt. ‘Blijkbaar komt dit gedrag heel veel voor als er zoveel nadruk op gelegd wordt’. Dat kan voor niet-gebruikers juist de drempel verlagen om te gaan experimenteren. In de International Standards on Drug Use Prevention van het UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) zijn verschillende bronnen te vinden die aangeven dat het simpelweg bieden van informatie over (risico’s van) specifieke middelen niet effectief is in het voorkomen/terugdringen van gebruik. Het kan zelfs negatieve effecten hebben”. Antwoordcode M1 en B4.
Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
Door veel adviesraden is er gereageerd op de wijze van communiceren naar onze doelgroep. Hoe wij deze doelgroep benaderen kan grote invloed hebben op onze (deel)ambitie(s). Daarom volgen wij de komende beleidsperiode het advies van samenwerkingspartners die gespecialiseerd zijn op het gebied van communicatie, voorlichting en bewustwording bij deze doelgroep. Er wordt gezamenlijk onderzocht welke workshops/acties/interventies effectief en passend zijn en waar en bij wie we dit moeten inzetten. In het uitvoeringsplan wordt dit nader uitgewerkt. Antwoordcode S1. Als laatste willen wij ingaan op de vragen die binnen zijn gekomen over het beleid van sportverenigingen op het gebied van alcohol- en middelengebruik. We zijn het met u eens dat hier in de komende beleidsperiode aandacht voor moet zijn. In het uitvoeringsplan gaan wij daarom aan de slag met o.a. de focusvraag: Hoe kunnen we sport- en jeugdverenigingen stimuleren en faciliteren om middelengebruik onder de 18 jaar te voorkomen? Om hier invulling aan te geven laten wij verenigingen participeren bij het opstellen van het uitvoeringsplan. Tot slot Aan ieder advies hebben wij antwoordcodes (letter en cijfer combinatie, bijvoorbeeld A1) gekoppeld. Omdat adviezen (en dus ook de antwoorden) van adviesraden overeenkomen hebben wij ervoor gekozen om hiernaar te verwijzen.
Dit zorgt ervoor dat wij met voldoende aandacht op alle vragen kunnen antwoorden zonder dat er discrepantie ontstaat door de hoeveelheid. Op het moment dat uw vraag onvoldoende behandeld is in deze brief verwijzen wij u allereerst naar de bijlagen van deze brief. Dit is een tweedelige bijlagen, bestaande uit: - Alle adviezen in één document gebundeld incl. de code die antwoord geeft op het advies (Bijlage I – Codeboek incl. ingestuurd advies per adviesraad). - Alle antwoorden in één document per antwoordcode (Bijlage II – Alle antwoorden incl. antwoordcode). Mocht u na het lezen van deze bijlagen, vooralsnog onvoldoende antwoord hebben ontvangen op uw vragen, neem dan contact op met de behandelend ambtenaar van uw gemeente. Het College,
dr. T.P. Dassen Housen
Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395
De secretaris,
R.M.J.S. Stijns
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
Codeboek van alle ontvangen adviezen Ontvangen adviezen Adviesraad Meerssen, Heerlen en Brunssum (conform advies vertegenwoordiging van Zuid-Limburgse adviesraden) Adviesraad gemeente Beek Adviesraad gemeente Beekdaelen Adviesraad gemeente Eijsden-Margraten Jongerenraad Sittard-Geleen, Beek, Beekdaelen, Stein Adviesraad gemeente Kerkrade Adviesraad gemeente Landgraaf Adviesraad gemeente Maastricht Adviesraad gemeente Sittard-Geleen Adviesraad gemeente Stein Adviesraad gemeente Vaals Adviesraad gemeente Valkenburg aan de Geul
Achtergrondinformatie voor codeboek De regionale werkgroep jeugd en middelen heeft alle adviezen gebundeld. Vervolgens zijn deze geanalyseerd (iedere reactie kreeg een kleur) op basis van de volgende legenda: Kleur Wat gaan we doen met dit advies Groen Tekstuele aanpassingen/aanpassingen in het beleidsplan preventie en handhaving die wij hebben opgepakt. Blauw Input die wij gebruiken en meenemen bij het ontwikkelen van het uitvoeringsplan in 2025. Rood Inhoudelijke en fundamentele keuzes die de regionale werkgroep heeft besproken. In de beantwoording worden deze punten behandeld. Geel Complimenten en tops van de adviesraden. De reacties en adviezen die overeenkomen hebben wij in één antwoord geformuleerd in de brief aan alle adviesraden. Deze antwoorden hebben allen een code (letter-cijfer combinatie). Met onderstaand overzicht kan iedere adviesraad de antwoorden op het gegeven advies herleiden.
Van Adviesraad Meerssen, Heerlen, Brunssum, Maastricht (conform het advies van een vertegenwoordiging van Zuid-Limburgse adviesraden)
Onderdeel Algemene opmerkingen
Advies per onderdeel 1. De adviesraad constateert dat het proces van totstandkoming met goede betrokkenheid van deskundigen en de adviesraden prima is verlopen. 2. De adviesraad constateert, dat het advies dat tijdens de bijeenkomst in Margraten is gegeven, namelijk het betrekken van de doelgroep wordt opgevolgd bij het maken van het uitvoeringsplan (1.3). 3. De adviesraad constateert, dat terecht de focus is uitgebreid tot overmatig gebruik van middelen. Wij missen in het plan het verkopen en het gebruik van vapes en stimulerende “medicijnen”. 4. De adviesraad is van mening, dat gamen en gokken ook verslavende gevolgen kunnen hebben, maar dat deze (nog) niet opgenomen zijn in het preventie en handhavingsplan. De adviesraad vraagt hier aandacht voor. 5. De adviesraad gaat ervan uit, dat zij betrokken wordt bij het opstellen van het uitvoeringsplan en dat het college hierover advies aan de adviesraad zal vragen. Wij vragen dit, omdat de concrete uitvoering in de gemeente eigenlijk belangrijker is dat het plan. 6. Uit de data-analyse in 3 blijkt, dat de gestelde doelen van het preventie- en handhavingsplan 2021-2024 niet zijn gehaald. Er wordt geen verklaring voor gegeven. Daarbij komen deze conclusies ook niet terug in de doelstellingen van het nieuwe plan. Het is prima en een verbetering t.o.v.