CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

advStBehLeefmLimbRESRaadGeenbeslNO.doc

Gemeenteraad 3 november 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit bezwaar Stichting Behoud Leefmilieu Limburg RES 1.0978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie

De gemeenteraad

ONDERWERP: Advies inzake bezwaarschrift van de Stichting Behoud Leefmilieu Limburg Zaaknummer: DZ00000760/1016

Bijlage: geen

Kerkrade, 18 augustus 2021

De raad, Naar aanleiding van het schrijven van de Stichting Behoud Leefmilieu Limburg (hierna te noemen: klager), d.d. 5 juli 2021, ontvangen per e-mail d.d. 6 juli 2021, adviseren wij u als volgt. Onderwerp van bezwaar Tijdens zijn vergadering van 28 april 2021 heeft de raad van de gemeente Kerkrade onder meer de RES (Regionale Energie Strategie) Zuid-Limburg 1.0 (hierna: RES 1.0), het bod van 1.3 TWh en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind vastgesteld. Daarnaast heeft de raad ingestemd met het aanbieden van de RES ZL 1.0 aan het Nationaal Programma RES, waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RES ZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen. De commissie constateert dat het bezwaarschrift is gericht tegen deze onderdelen van het raadsbesluit. Ontvankelijkheid Op grond van het bovenstaande en in het kader van de advisering aan u betreffende het onderhavige bezwaarschrift overweegt de commissie als volgt: De commissie merkt op dat door middel van de vaststelling van de RES 1.0 invulling wordt gegeven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Tevens stelt de commissie vast dat RES 1.0 een juridische status ontbeert en de uitwerking er van alsnog juridisch bindende besluiten en regelgeving vergt.

De commissie constateert dan ook dat blijkens artikel 7:1 van de Awb bezwaar kan worden gemaakt tegen bepaalde besluiten. Bijkomend vereiste is dat tegen de beslissing op bezwaar beroep dient open te staan op een administratieve rechter. Volgens artikel 8:1, lid 1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Onder besluit wordt volgens artikel 1:3, lid 1 van de Awb verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Blad

2 De commissie merkt op dat met het begrip rechtshandeling wordt bedoeld: een handeling gericht op rechtsgevolg. Dat rechtsgevolg moet bovendien extern zijn. Daarmee is bedoeld dat de beslissing gericht moet zijn op rechtsgevolgen die ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meer anderen. Het is de commissie gebleken dat ingevolge de doelomschrijving op pagina 7 van de RES 1.0 “een Regionale Energie Strategie moet zorgen voor een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van hernieuwbare energieopwekking, (rest)warmtebronnen en de bijbehorende infrastructuur…”. Op pagina 10 van de RES 1.0 wordt in hoofdstuk 2.1 onder de paragraaf ‘volksvertegenwoordigers’ de RES 1.0 omschreven als een visiedocument dat ambities en oplossingsrichtingen omvat die perspectief en kansen bieden voor onder andere de opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte voor de gebouwde omgeving. Tevens wordt aangegeven dat hierin strategische keuzes worden gemaakt voor de komende 10 tot 30 jaar. Verder wijst de commissie naar passages op pagina 95 van de RES 1.0 alwaar bij de te nemen vervolgstappen in hoofdstuk 9 wordt aangegeven dat de RES een strategische verkenning is en daarmee niet juridisch bindend voor derden en dat om de RES-afspraken publiekrechtelijk te borgen, onderdelen van de RES publiekrechtelijk verankerd moeten worden.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt. Vorenstaande betekent naar mening van de commissie dat de vastgestelde RES 1.0 waartegen het bezwaarschrift is gericht, gekenschetst dient te worden als een strategisch plan met een politiekbestuurlijk karakter waaraan derden geen juridische rechten/plichten kunnen ontlenen, weshalve de RES 1.0 niet gericht is op (extern) rechtsgevolg. Eerst indien op gemeentelijk niveau het in de RES 1.0 neergelegde transitiebeleid ten uitvoer wordt gebracht door middel van juridisch bindende besluiten, welke hun basis onder andere in de nog in werking te treden Omgevingswet zullen vinden, zal sprake kunnen zijn van het intreden van rechtsgevolgen met de mogelijkheden van het indienen van een bezwaarschrift. De thans voorliggende aan de orde zijnde bestreden vastgestelde RES 1.0, betreft aldus enkel een strategisch plan waarin wordt vastgelegd welke transitiedoelstellingen binnen welke termijn moeten worden behaald en brengt geen wijziging teweeg in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meer anderen en kan naar mening van de commissie derhalve niét worden aangemerkt als een voor bezwaar of beroep vatbaar besluit ingevolge artikel 1:3 lid 1 van de Awb. De commissie acht het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke beoordeling c.q. advisering wordt dan ook niet toegekomen.

De commissie is van mening dat deze niet ontvankelijkheid voortvloeit uit het bezwaarschrift en er redelijkerwijs geen twijfels hierover bestaan. Gelet op het vorenstaande heeft de voorzitter op grond van zijn bevoegdheid krachtens artikel 13, lid 2 van de Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Kerkrade, met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onder b van de Awb, besloten om af te zien van het horen van klager.

Blad

3 Advies: De Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie Kerkrade; gezien het door klager ingediende bezwaarschrift d.d. 5 juli 2021 (binnengekomen per mail op 6 juli 2021), gericht tegen nader genoemde besluitvorming van de gemeenteraad op 28 april 2021 betreffende de vaststelling van de RES ZL 1.0; gelet op vorenvermelde overwegingen en omstandigheden; mede gelet op het bepaalde in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, juncto de artikelen 3, 5 en 13, lid 2 van de Verordening behandeling bezwaarschriften en externe klachten gemeente Kerkrade 2006; adviseert: 1. klager in zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren.

Aldus gegeven te Kerkrade op 18 augustus 2021 door de heren mr. L.J.M. Bindels, voorzitter, mr. L.G.H.M. Zweipfenning en mr. L.M.A. Schrieder, leden; in tegenwoordigheid van mevrouw mr. M.J.G. Pricken, secretaris. De Algemene kamer van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie Kerkrade, De Voorzitter,

De Secretaris,

mr. L.J.M. Bindels.

Mevrouw mr. M.J.G. Pricken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=74e75e0f-321b-4999-9f8b-e6c3ad5d923f