CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

adviesCBCbewoners

Commissie Grondgebied en Economische Zaken 12 maart 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit aanvraag omgevingsvergunning Lupinehof9.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jt

Germeemte l(erkrade

Centrale Bezwaarschrìften- en Klachtencommissie

Het college

-w.,1

ONDERWERP

Advies inzake bezwaarschrift van de heer F.A.H. Simons, de heer L. Bemelmans en de heer M. Bemelmans Zaakn u m me r : DZjOOOOT 60/1 565

Biilagen: - verslag hoorzitting - pleitnota

Kerkrade, 10 februari 2025

Ceacht college, Naar aanleiding van het door de heer F.A.H. Simons, de heer L. Bemelmans en de heer M. Bemelmans, Lupinestraat 1 144, Lupinestraat 1 10 en Lupinestraat 1 16 te Kerkrade (hierna te noemen: bezwaarmakers),

ingediend bezwaarschrift van 1 2 juli 2024, bij de gemeente per e-mail ontvangen op eveneens '12 iuli 2O24, adviseren wij uw college als volgt. Onderwerp van bezwaar Bij het op 12 juli 2024 verzonden besluit, kenmerk 24u0007255, werd een last onder dwangsom opgelegd aan Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SCL-Relim Holding teneinde de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet in combinatie met artikel 1 2.1 van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beëindigd te houden. Tevens werd het handhavingsverzoek van de heer F.A.H. Simons toegewezen en het handhavingsverzoek van de heer L. Bemelmans toegewezen voor zover dit zagop de overtreding van planregels en afgewezen ten aanzien van brandveiligheid. Ter zitting is door de vertegenwoordiger van uw college de last voor zover die zich richt

tot Stichting SCL-Relim Holding ingetrokken. Standpu nt van klasers Bij het op 12 juli 2024 ontvangen schrijven dienen bezwaarmakers een bezwaarschrift in, gericht tegen het hiervoor vermelde besluit. Dit bezwaarschrift is aangevuld bij schrijven van 16 iuli 2O24, 23 juli 2O2a en 1 9 augus\us 2024. Kortweg wordt door bezwaarmakers aangevoerd dat. zii het niet eens zijn met de aan SCL opgelegde begunstigingstermijn van 12 maanden om de overtreding te voorkomen.

.â FSC

Mtx Papl€r I Ondmt€unt vdånfuood boab6hær

FSCo C004241

Ø

Parkstqd ümbuvg Gemeente Kerkrade maaK deel uìt van Parkstad Llmburg

0r

Gerneemte I(erkrade

Blad

2

Bezwaarmakers zijn van mening dat de begunstigingstermijn verkort dient te worden tot 6 maanden. Daarnaast zijn klagers van mening dat de brandveiligheid in de Lupinehof onvoldoende gewaarborgd is. Ontvan keliikheid

Het bestreden besluit is op 1 2 juli 2024 bekendgemaakt (verzenddatum). Hiertegen kon ingevolge de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb) een bezwaarschrift worden ingediend tot en met uiterlijk 23 augustus 2024. Het bezwaarschrift is bij de gemeente ontvangen op 12 juli 2024. Hiermee is het bezwaarschrift tijd¡8 ingediend. lngevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:1 Awb, kan een belanghebbende een bezwaarschrift indienen tegen een besluit. Onder belanghebbende dient, volgens het bepaalde in artikel 1:2 Awb, te worden verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat bezwaarmakers L. Bemelmans en M. Bemelmans geen overeenkomst bereikt hebben met HEEMwonen om te verhuizen naar andere woningen op een andere locatie dan de Lupinehof. Als bewoners van de Lupinehof worden klagers als belan ghebbenden aan gemerkt.

Omdat het bezwaarschrift tijdig is ingediend, bezwaarmakers als belanghebbenden kunnen worden beschouwd en ook overigens aan alle wettelijke vereisten is voldaan, concludeert de commissie dat bezwaarmakers in het bezwaarschrift ontvankelijk zijn' Memoriën/zitti Bezwaarmakers zijn overeenkomstig artikel 7:4 Awb in de gelegenheid gesteld tot 5 januari 2025 n adere schrifturen of bewijsstukken in te brengen, waarvan geen gebruik is gemaakt. Tevens zijn alle op het bezwaarsch rift betrekki n g hebbende stu kken aan bezwaarmakers toegezonden' Op 15 januari 2O25 is door de Algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie een zitting gehouden waarin bezwaarmakers in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord. Hiervan hebben bezwaarmakers en hun gemachtigden gebruik gemaakt. Van het horen is een verslag opgemaakt.

Beoordeline van het bezwaar

Op grond van het bovenstaande en in het kader van de advisering aan uw college betreffende het onderhavige bezwaarschrift overweegt de commissie als volgt:

Wat betreft het bezwaar tegen de begunstigingstermijn is ter zitting gebleken dat klagers de termijn zoals deze is bepaald in het bestreden besluit redelijk achten. Klagers gemachtigde heeft ter zitt¡ng aangegeven een termijn van 12 maanden redelijk te achten voor het opheffen van de overtreding en het bezwaar op dit punt ingetrokken. De commissie komt derhalve aan de beoordeling van deze bezwaargrond niet meer toe.

Wat betreft de brandveiligheid overweegt de commissie dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de inhoud van het rapport van de gemeente. Er is in bezwaar geen contrarapportage overgelegd, waardoor de commissie uit mag gaan van de juistheid van het onder ambtseed opgemaakte rapport van 23 mei

.â FSC

Mtx Papl6Ì I OndoBlount

voranfuood bdbehær

FSC" C004241

Ø

Pqrkstqd Limbuvg Geneente Kerkrade maakt deel ultvan Parkstad Limburq

J*

Germeente I{erkrade

Blad

3

2024. tJitdit rapport blijkt dat de brandveiligheid ter plaatse voldoende is gewaarborgd. Het feit dat er inmiddels een wetswijziging heeft plaatsgevonden is voor het behandelen van dit bezwaar niet relevant, aangezien het besluit tot handhaving in bezwaar bekeken dient te worden zoals deze was op moment van het nemen van de beslissing, een zogenaamde "ex tunc" beoordeling. Celet op het voorstaande heeft uw college, naar mening van de commissie, terecht en op goede gronden het verzoek tot handhaving met betrekking tot de brandveiligheid afgewezen.

Op basis van vorengenoemde overwegingen, het verhandelde ter zitting en alle in geding zijnde belangen adviseert de commissie u dan ook onderstaand als volgt: Advies: De Centrale Bezwaarsch riften- en Klachtencom m i ssi e Kerkrade;

gezien het door bezwaarmakers ingediend bezwaarschrift d.d. 12 juli 2024 (per e-mail ontvangen op eveneens 12 juli 2024), gericht tegen het op 12 .iuli 2024 verzonden besluit, waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd aan SCL; gelet op het tijdens de hoorzitting op 15 januari 2025 verhandelde; gelet op voren vermelde overwegingen en op de in het geding zijnde belangen; mede gelet op het bepaalde in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, juncto de artikelen 3 en 5 van de Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Kerkrade; adviseert:

1. klagers in hun bezwaarschrift ontvankeliik te verklaren; 2. het bestreden besluit voor zover het ziet op de brandvei ligheid niet te herroepen en klagers bezwaren ongegrond te verklaren.

Aldus gegeven te Kerkrade op 1 0 februari 2O25 door de heer mr. L.J.M. Bindels, voorzitter; de heer mr. P.H. deJonge, de heer mr. L.M.A. Schrieder, leden; in tegenwoordigheid van mevrouw mr. T.R.A. Kleinstra, secretaris. De Algemene kamer van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie Kerkrade, De Voorzitter,

Deh

.â FSC

Mtx PaplsÌ I Ond€ßbunt v6rankoord b03b6hær

FSC3 C004241

mr. L.J.M. Bindels

De Secretaris,

mr. T.R.A. Kleinstra.

Ø

Povkstqd ümbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel u¡t van Parkstad Limburq

J<

Gerneertte Kerkrøde Centr ale B ezw aarsch r iften- en KI achtencommissre Verslag van de hoorzitting d.d. 15 januari 2025 om 17:3O uur in het Raadhuis te Kerkrade

lnzake het door de heer F.A.H. Simons alsmede de heer L. Bemelmans en de heer M. Bemelmans, Lupinehof 1 144, Lupinehof 100 en Lupinehof 1 16 te Kerkrade, ingediend bezwaarschrift d.d. 1 2 juli 2024, bij de gemeente per e-mail ontvangen eveneens op 12 juli 2O24, naar aanleiding van het op 12 juli 2024 verzonden besluit van het college, kenmerk 24u0O07255, waarbij besloten werd het verzoek om handhaving van bezwaarmakers toe te wijzen. Zaakn u m me r : DZOOOOOT 60 /1 565 Tezamen behandeld met het door de heer mr. E.A. de Bru ijne (Paulussen Advocaten NV) en de heer mr. R. Vlecken (Paulussen Advocaten NV) namens Stichting SCL-Relim Holding en Stichting Cehandicaptenzorg Limburg (hierna te noemen: SCL) gevestigd te Sittard, ingediend bezwaarschrift d.d. 19 juli 2024, bij de gemeente ontvangen op 22 juli 2024, naar aanleiding van het op 12 iuli 2O24 verzonden besluit van het college, kenmerk 24uO007252, waarbij besloten werd tot het opleggen van een last onder dwangsom aan SCL teneinde de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Ow in combinatie met artikel 12.1 van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beëindigd te houden. Zaakn u m me r : DZjOOOOT 60 /1 57 1

Aanwezig:

De bezwaarsch ri ftencom m issie (Al gemene kamer) : De heer mr. L.J.M. Bindels, voorzitter De heer mr. P.H. de Jonge, lid De heer mr. L.M.A. Schrieder, lid Mevrouw mr. T.R.A. Kleinstra, secretaris

Verschenen

lndieners van het bezwaarschrift D200000760/1 565 * de heer L. Bemelmans * de heer M. Bemelmans * de heer Minten, gemachtigde * de heer R. Jongen, gemachtigde

x * * x

lndieners van het bezwaarschrift D20000076O/1 571 : De heer mr. E.A. de Bruijne, advocaat Paulussen Advocaten NV, gemachtigde De heer mr. R.A.H. Vlecken, advocaat Paulussen Advocaten NV, gemachtigde

* * x Mevrouw L. Evenhuis, bestuurder SCL * De heer P. Meiser, bestuurssecretaris SCL * De heer P. Zonneveld, manager cliëntenzorg intern SGL Namens H EEMwonen derde-belanghebbende

* Mevrouw Bartels t<

Namens het college: De heer mr. B. Jussen

De voorzitter opent de hoorzitting en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter gaat kort in op de aanleiding van de hoorzitting en de taak en werkwijze van de commissie. Tevens benoemt de voorzitter de reden voor het gezamenlijk behandelen van de bezwaarschriften. Aan de orde vandaag zijn de

.A FSC

MIX Papl€r I Ondoßl€unt

vss¡fuoord bo3b6hær

FSC" C004241

Ø

Psvkstad Limbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel uitvan Parkstad Limburg

Ct

Gerweente I(erkrøde

æç--i¡i;i

Blad

2

bezwaarschriften gericht tegen het besluit van 12 juli 2O2a waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd aan Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en Stichting SCL Relim-holding, teneinde de ovãrtredingte beëindigen en beëindigd te houden van artikel 5.1, eerste lid, ondera, van de Ow in combinatie met artikel 12.1 van bestemmingsplan Kerkrade West I (thans onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Kerkrade). Dit door de zorgverlening, zonder omgevingsvergunning, in de Lupinehof in Kerkrade te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van het verbeuren van een tot dwangsom van € 5.000,00 per week of gedeelte van een week dat de overtreding voortduurt, zulks een maximum van € 15.000,00.

Alvorens de heer Jongen het woord te geven vraagt de voorzitter de heren Bemelmans toelichting op het punt in het verweerschrift van het college dat zij wellicht zullen verhuizen uit de Lupinehof, dit in verband met het al dan niet zijn van belanghebbende bij het bestreden besluit. De heren Bemelmans geven aan hieromtrent in gesprek te zijn met HEEMwonen, maar nog geen (schriftelijke) overeenkomst te hebben bereikt. Er is geen concreet zicht op een verhuizing. Hiermee neemt de commissie aan dat de heren Bemelmans belanghebbenden zijn. De voorzitter vraagt bezwaarmakers gemachtigde het bezwaarschrift nader toe te lichten

De heer JonFen vraagt zich af hoe het mogelijk is dat bezwaarmakers en andere bewoners van de Lupin"hof ri.h genoodzaakt voelen te verhuizen. Het aantal cliënten van SCL dat in de Lupinehof woont is sterk toegenomen in de afgelopen jaren. Voorheen had de wooncomponent de overhand in de Lupinehof, zo werden er in 201 7 activiteiten georganiseerd voor de bewoners en was er een vast koffieuurtje. De laatste jaren overstijgt de zorg het woonelement. De heer Jongen merkt op dat de bestemming wonen met een lichte vorm van ondersteuning zou toelaten' Het is in het belang van de bewoners om hierop te handhaven, zodat het woongenot terugkeert. Cemachtigde geeft tevens aan dat bezwaarmakers slapeloze nachten hebben van de actuele, onveilige situatie betreffende de brandveiligheid in de Lupinehof. ln de nacht zijn er volgens gemachtigde slechts enkele medewerkers van SCLaanwezigen zijn ergeen hulpmiddelen paraatvooreen snelleevacuatie in geval van nood. Daarnaast merktde heerJongen op dat er nog geen cliënten van SCL zijn verhuisd en vraagtzich af of er al een plan is om de cliënten te verhuizen vóór het einde van de begunstigingstermijn van de opgelegde is. last onder dwangsom.

Daarbij geeft de heer Jongen aan dat een ruime begunstigingstermijn redelijk De voorzitter vraagt of de heer Jongen de begunstigingstermijn van 12 maanden zoals deze is vermeld d" .pg"l"gd" last onder dwangsom redelijk acht. De heer Jongen bevestigt dat de termijn redelijk gevonden wordt. De voorzitter concludeert dat het bezwaar gericht tegen de begunstigingstermijn

in

derhalve ter zitting is ingetrokken. De voorzitter vraagt de gemachtigde van SCL om een toelichting namens SCL'

De heer De Bruiine overhandi gt een pleitnotitie. De pleitnotitie is als bijlage bij dit verslag gevoegd en maakt daar integraal deel vanuit' De voorzitter geeft de vertegenwoordiger van het college de gelegenheid te reageren

Mrx

a/. J

^'

Påpt€rt ondsrst€unt

*s-ç ïî::"Ë,il;lili'

Ø

Pqrkstod ümbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel u¡tvan Parkstad Limburg

Jc

Gerneente I(erkrøde

ææ_a-

Blad

3

De heer Jussen wi jst op de inhoud van de lastgeving. De lastgeving ziet op het beëindigen en beëindigd houden van de zorgverlening zonder omgevingsvergunning. De heer Jussen benadrukt dat de last niet ziet op verhuizing, de last ziet enkel op de zorgverlening en slechts voor zover deze zorgverlening niet toegestaan wordt in de bestemming van de Lupinehof. De commissie v raagt de heer Jussen of de mate van zorg bepalend is

Volgen s de heer Jussen is dit bepalend. Verplaatsing van de zorgactiviteiten van SCL zou volgens de heer Jussen wellicht een oplossing kunnen zijn voor de situatie. Het gaat daarbij om de zorg die niet plaatsvindt in de woningen van cliënten. Zorgdie binnen de woning verleend kan worden is toegestaan op basis van het bestemmingsplan, ook als dit zorg in de nachtelijke uren betreft, voor zover dit toegestaan is in iedere reguliere woning met een woonbestemming. Voor het aanbieden van maaltijden of het doen van de was zou het een oplossing kunnen zijn om de activiteiten van het koken en het wassen buiten de Lupinehof te laten plaatsvinden door enkel elders klaargemaakte maaltijden rond te brengen of een wasophaalservice aan te bieden. De commissie merkt op dat de inhoud van de last heel duidelijk moet zijn en vraagt de heerJussen om een toelichting wat er concreet nodig zou zijn om aan de last te voldoen

De heer Jussen licht toe dat SCL dezelfde activiteiten mag uitvoeren die Meander ook uitvoert in de Lupinehof. Deze activiteiten vallen onder "dienstverlening" en zijn daarmee toegestaan op basis van het geldende omgevingsplan. Deze activiteiten betreffen het hebben van een ruimte waar de bewoners samen kunnen komen, een klein kantooren een klein koffiehoekje. Hetverschiltussen Meanderen SCL is volgens de heer Jussen het verschil in omvang en professionaliteit van de faciliteiten en het bedrijfsmatige gebruik van de professionele faciliteiten door SCL. De heerJussen geeft aan dat het college de last zou willen verduidelijken mocht deze door de commissie onvoldoende duidelijk worden geacht. Hierbij benadrukt de heer Jussen nogmaals dat de lastgeving uitdrukkelijk niet ziet op verhuizing. Hij wijst vervolgens op de beginselplicht tot handhaven van het college. Wat betreft het gestelde concrete zicht op legalisatie is het onduidelijk of de door HEEMwonen aangevraagde vergunning zal worden verleend. De huidige situatie zorgt volgens jurisprudentie niet voor een bijzondere omstandigheid op basis waarvan van handhaving kan worden afgezien. Volgens de heer Jussen vloeit de begunstigingstermijn voort uit de last onder dwangsom. De dwangsom moet een prikkel zijn om de onrechtmatige situatie te beeindigen binnen de gestelde redelijke termijn.

Als laatste stelt de heer Jussen d at, indien alle werknemers van SCL slechts in dienst zijn van Stichting Cehandicaptenzorg Limburg en niet in dienst zijn van St¡chting SCL Relim-holding, Stichting SCL Relimholding niet betrokken hoeft te worden in de last onder dwangsom. De voorzitter bedankt de vertegenwoordiger van het college voor zijn toelichting en gaat over op het stellen van vragen. Het verzoek om handhaving met betrekking tot de gestelde strijdigheid met brandveiligheid is afgewezen. Aan de heer Jongen wordt gevraagd waaruit de strijdigheid volgens hem bestaat en of er een contrarapportage beschikbaar is waaruit blijkt dat het opgestelde rapport onder ambtseed niet correct is.

.A f'sc

MIX Påpl6¡ | Ondd€unt voaanfuootd boôb€hacr

FSC" C004241

Ø

Pqrkstod Limbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel uit van Parkstad Limburg

Jt

Gerneente Kerkrøde

Blad

4

De heerJongen antwoordt dat er geen contrarapportage beschikbaar is. Bezwaarmakers merken op dat de cliënten van SCL een sti I alarm hebben, waardoorde niet-cliënten niet gewaarschuwd worden bij calamiteiten in de woningen verhuurd door SGL. De heerJussen merkt in dit kader op dat de wet gewijzigd is sinds het handhavingsbesluit en het opgestelde rapport onder ambtseed. Aangezien een handhavingsbesluit ex tunc wordt getoetst dient deze wetswijziging volgens hem niet te worden betrokken. HEEMwonen is wel gewezen op de wetswijziging.

Mevrouw Bartels geeft aan dat er een verslag over de brandveiligheid is aangeleverd bij de gemeente in het kader van de aangevraagde omgevingsvergunning. Uit dit rapport blijkt dat de situatie in de Lupinehof brandvei lig is. De commissie vraagt gemachtigde van SCL om een toelichting op het gestelde concreet zicht op legalisatie. Uit de stukken lijkt het college op dit moment niet direct positief tegenover de aanvraag voor de BOPA te staan. De commissie vraagt hoe hetgeen is aangevraagd past binnen de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ("ETFAL').

De heer Vlecken geeft aan dat de aangevraagde BOPA beoordeeld dient te worden op basis van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) en ETFAL. Het gaat dus om ruimtelijk relevante aspecten. Beleid rondom zorgzou niet meegenomen mogen worden in deze afweging, aangezien dit niet ruimtelijk relevant is. Tevens kan volgens gemachtigde ook concreet zicht op legalisering bestaan door indirecte legalisatie, bijvoorbeeld door het verlenen van een BOPA' De heer lussen reageert hierop en geeft aan dat de scheiding tussen zorg en zorg in huis wel degelijk ruimtelijk relevant is. De commissie vraagt of er zicht is op de termijn waarop de BOPA eventueel zou kunnen worden verleend, aangezien gemachtigde van SCL bepleit dat de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom gekoppeld zou moeten worden aan de verlening van de BOPA.

De heer Jussen antwoordt dat wanneer er geen uitzicht zou zijn op het verlenen van de BOPA het koppelen van de begunstigingstermijn aan de beslisdatum van de BOPA aanvraag zou kunnen leiden tot een dwangsombesluit met een begunstigingstermijn voor onbepaalde tijd. Dit komt feitelijk neer op het gedogen van de situatie door de gemeente. De heer Vlecken geeft aan dat een begunstigingstermijn van 12 maanden, ingaande op de datum van het verlenen van de BOPA, redelijk wordt geacht. Tevens geeft hij aan het vreemd te vinden om het te hebben over hoelang het duurt voordat er een beslissing genomen wordt over de BOPA, aangezien beide besluiten door het college worden genomen. De commissie vraagt waarom ervoor gekozen is een BOPA aan te vragen en geen voorlopige voorzieni ng is aangevraagd

ni

vo.anfuoordbosbohær ".0,",,TIî*,"u*

å-*k Fsc. coo424l -=^

Ø

Parkstqd Limbuvg Gemeente Kerkrade maakt deel ultvan Pârkstad L¡mburg

J{

Gewteente Kerkrade

.-F.ru:F!.,

Blad

5

De heer Vlecken geeft aan dat HEEMwonen aanvrager is van de BOPA, niet SCL. SCL werkt door de BOPA aanvraag mee aan het zoeken naar een oplossing. Het voorstel om een BOPA aan te vragen kwam van het college. De reden dat er geen voorlopige voorziening is aangevraagd is omdat er ten tijde van het besluit (nog) geen spoedeisend belang was, aangezien de bezwaarprocedure tegen dit besluit en de BOPA procedure nog doorlopen konden worden.

Decommissievraagtof decliënten van SCL in de Lupinehof zouden kunnen blijven wonen indien de zorgler plaatse wordt afgebouwd. De heer Zonneveld deelt mede mogelijkheden te zien om de zorgverlening anders in te vullen naar aanleiding van hetgeen ter zitting is toegelicht door de gemachtigde van het college Daarbij merkt hij wel op dat de zorgvraagvan de cliënten zal blijven, maar de inrichting van de zorg wellicht anders zou

kunnen worden ingevuld. De vertegenwoo rdieers van SGL geven aan graag in gesprek te willen met het college over de mogel ij kheden hieromtrent.

Vanuit de commissie wordt opgemerkt dat hierbij niet vergeten moet worden om de bezwaarmakers woonachtig in de Lupinehof hierbij te betrekken. Niets meer aan de orde zijnde, bedankt de voorzitter de partijen voor de gegeven toelichting en sluit vervolgens de zitting.

Aldus opgemaakt te Kerkrade d.d. 23 ianuari 2O25 De Algemene kamer van de Centrale Bezwaarschriften- en Klachtencommissie Kerkrade, De Voorzitter,

De

.â FSC

mr. L.J.M. Bindels.

De Secretaris,

mr. T.R.A. Kleinstra.

Ø

Mlx Paplor I ondffilount

Pqrkstqd L-mbuvg

voranfuood boabohtr

FSC. C004241

Gemeente Kerkrade

naakt dee! u¡tvan Parkstad Llmburg

PAULUSSEN

ADVOCATEN

Aantekeningen t.b.v. hoorzitting van de Gentrate Bezwaarschriften-

en

inzake het Ktachtencommissievan de gemeente Kerkrade d.d. 15ian uari2o25(17:30) gemeente Kerkrade bestuit van het cotl,ege van burgemeester en wethouders van de d.d. 1 2 iuLi 2O24("handhaving Lupinehof")'

Van: mr. E.A. de Bruiine

Namens: stichting Gehandicaptenzorg (h.o.d.n. sGL) en Stichting

sGL-Relim Hotding

Opbouwvan het Pleidooi 1

. SGL heeft de juridische en feitetijke aspecten van deze kwestie uitgebreid uiteengezet

op de votgende in haar bezwaarschrift. Atte bezwaargronden komen in beginsel neer tijn: a. Er is geen sprake van een overtreding omdat de activiteiten van SGL passen onder

dedefinitieVan..Wonen,'endusdebestemming..Wonen,'. b. Mocht men toch conctuderen dat er sprake is van een overtreding, dan is hand having onevenredig.

in het navotgende lk zat deze tijn niet vottedig herhal.en, maar dit onderscheid moet goed voor ogen gehouden worden'

2. ln dit pteidooi beperk ik mij verder tot: a. Een atgemene beschrijving van de kern van de kwestie en de houding van het coltege daarin; en b. Een reactie op de verweren van het college' naast verschittende anatyses ook meermaats een verkeerde weergave van de

ln dit kader wil, ik opmerken dat het verweerschrift van het col'tege,

onjuiste (juridische)

van deze anatyses en bezwaargronden en argumenten van sGL bevat. Het corrigeren een zorgvutdige weergaven vergt een tanger pteidooi. sGL hoopt, met het oog op uw begrip hiervoor' behandetingvan de kwestie en votdoende hoor en wederhoor, op Kern van de kwestie

3. De kwestie waarover u zich moet buigen is geen puur juridisch-ptanotogische kwestie van ,,past deze activiteit wet of niet onder de bestemming". Deze kern om mensen: 1

kwestie gaat in de

a. Het gaat om een groep van meer dan 20 burgers van de gemeente die met behutp van SGL zo zetfstandig mogel.ijk hun leven kunnen [eiden en onderdeeI kunnen bl.ijven van hun buurt en de maatschappij. Het gaat om mensen met potentieet, ambitie en waarde in en voor de maatschappij. ln dit kader verwijs ik naar de profietschetsen van de bewoners van de Lupinehof uit productie 2 van het bezwaarschrift.

b. Het gaat om een kwetsbare groep mensen die in grote onzekerheid wordt gestort en in het ergste gevatonnodig uit de vertrouwde - vaak jarentange - woonomgeving

dreigt te worden verwijderd, met al,l.e negatieve gevolgen van dien voor wetzijn en, mogetijk, gezondheid (zie in dit kader productie 20 van het bezwaarschrift).

4. Voor het betrekken van deze menselijke kant in de te maken betangenafweging is er óók juridische ruimte. Deze kant moef het cottege zetfs krachtens de wet (art. 3:4, tweede tid Awb) en de jurisprudentie omtrent evenredighe¡d van handhaving (zie

randnummers 39 e.v. van het bezwaarschrift) betrekken in een expticiete en goed onderbouwde betangenafweging, samen met atte andere retevante feiten en omstandigheden van het gevat. Met andere woorden: de voorbereiding van een handhavingsbestuit is niet rond met het vaststelten van een overtreding. Een handhavingsbesl.uit kan pas genomen worden wanneer het cottege zich ervan vergewist heeft dat deze niet onevenredig is in verhouding tot de met het besluit te dienen doeten. NB: SGL bestrijdt dat z¡j in overtreding is. Dit is al uiteengezet in randnummers 25 e.v. van het bezwaarschrift.

5. Op dit moment bevinden wij ons in de bezwaarfase. Deze fase is in het bestuursrecht bedoetd ats verpticht moment voor het bestuursorgaan om standpunten en aanvuttende/nieuwe informatie op te haten bij betanghebbenden en om deze te betrekken bij de heroverweging van het bestuit. De bezwaarfase heeft ats doe[ om het bestuit van een bestuursorgaan - waar nodig - te verbeteren en te corrigeren. De effectiviteitvan de bezwaarfase hangt af van de open houdingvan het bestuursorgaan. ln haar verweerschrift geeft het cotl.ege echter geen btijk van een open houding en bereidheid om aanvuttende/nieuwe informatie te betrekken bij haar bestuit omwitle van de zorgvutdigheid en evenredigheid ervan: a. verschittende bezwaargronden van SGL worden door het cottege verkeerd geinterpreteerd en/of weergegeve n;

b. verschittende feiten en omstandigheden die SGL onder de aandacht heeft gebracht worden door het cotlege op setectieve of verkeerde wijze betrokken bij diens afweging;en 2

c. versch¡ttende feiten en omstandigheden die SGL onder de aandacht heeft gebracht worden door het col'l'ege genegeerd' 6

detait' worden besproken ln het navotgend e zal deze houding van het coLl'ege in meer te merken dat het in het kader van diens verweren. op dit punt wenst sGL op kennetijk wenst te cottege - gezien diens verweefschrift - het handhavingsbestuit het controterapport van 11 baseren op initiël.e en onvottedige informatie (waaronder

juni 2024), atsmede onvol.l,edige (juridische) anatyses' Het cotl'ege [aat een middets een aanzientijke hoeveel'heid aan retevante in formatie - o.a. aangereikt

contactmomenten

zienswijze, een BOPA-aanvraag (door HEEM wonen), verschittende dat en een bezwaarschrift - tinks tiggen en koerst hiermee af op een bestuit de aanzienl,ijke negatieve onvotdoende acht staat op de reatiteit in d e Lupinehof en gevol.gen voor cl'iënten van SGL en SGL zel'f'

7. Een zorgvutdige en voLtedige afweging van bel'angen, feiten en omstandigheden

dient

in ieder gevat rekening te houden met het votgende:

a. lnterne of externe verhuizing aLs gevotg van het handhavingsbestuit zal b.

mogetijk de mentate aanzientijke negatieve gevol'gen hebben voor het weLzijn en gezondheid van de ctiënten van SGL (zie productie 20 van het bezwaarschrift)' zal lnterne of externe verhuizing ats gevotg van het handhavingsbesLuit

aanzientijke kosten meebrengen voor SGL' c. De Lupinehof is - zo btijkt o.a. uit verteende bouwvergunningen en de toetichting comptex bij het bestemmingsptan - sinds reaLisatie bedoetd geweest ats een

waarinWoneneneenaanzientijkniveauVanzorggecombineerdworden(zie randnumm ers 12 e.v' van het bezwaarschrift)' d. Het cotl,ege is at Lange tijd op de hoogte van de aard en omvang van de activiteiten

vanSGLindeLupinehofenheeftniethandhavendopgetreden(zierandnummers e

13 e.v. van het bezwaarschrift)' gebruik Het cottege heeft in 2015 juist een omgevingsvergunning brandveil'ig vragen of (het verl.eend voor de activiteiten van SGL, zonder enige aanvutl'ende een omgevingsvergunning ter afwijking van het

stetten van) een eis van

f

e

bestemmingsptan (zie producties 10 en 1 1 van het bezwaarschrift)' zorgsteunpunt van Meander Het col,tege accepteert wet dat er in de Lupinehof een ats SGL' ook aan aanwezig is. Dit zorgsteunpunt biedt soortgel'ijke begel'eiding dat de activiteiten bewoners van de Lupinehof (niet-cl.iënten). Het col'Lege betoogt vatten en die van sGL van Meander onder de geLdende functie "dienstvertening" niet. Waarom dit zo is onderbouwt het cottege niet' geuit door een De kl,achten omtrent overtast door de activiteiten van SGL zijn groep (retatief nieuwe) bewoners, zijn voor een groot deel' niet

beperkte

3

onderbouwd en voor een groot deel onterecht toegeschreven aan SGL (zie randnummer 17 van het bezwaarschrift). h. SGL heeft reeds verschitlende (kostbare) maatregeten genomen om eventuete overtast tot een minimum te beperken (zie randnummer 18 bij bezwaarschrift). i. Twee van de drie kl.agers zutten binnenkort wegverhuizen uit de Lupinehof. j. Uit recentetijk afgenomen interviews onder bewoners van de Lupinehof btijkt dat de overgrote meerderheid van de bewoners (cl.iënten en niet-ctiënten)tevreden is met de huidige situatie in de Lupinehof. k. Uit recente brieven btijkt dat het cottege conctudeert dat de gemeenschappel,ijke ruimten, keuken, kantoor, washok en hun wijze van gebruik op dit moment atgeen bezwaren opteveren vanuit het oogpunt van ruimtetijke ordening, oftewet, geen

onacceptabete ruimtetijke effecten genereren (zie productie 21 bij bezwaarsch rift). 1.. De gel.dende functie "dienstvertening" [aat verschitl,ende activiteiten toe in de

Lupinehof met aanzientijk ruimteLijke effecten, zoals wasserette, kopieerservicebedrijf of cateringbedrijf. lndien SGL onverhoopt toch moet wegverhuizen, is de kans dus aanzientijk dat er onder de woonbestemming (aL dan

niet via de functie dienstvertening) een activiteit [andt in de Lupinehof die evenveetof meer ruimtetijke effecten genereert ats SGL.

8. Een zorgvutdige en vol.tedige afweging waarin de voornoemde betangen, feiten en omstândigheden worden betrokken dient tot de conctusie te leiden dat handhaving onevenredig zou zijn en daarom achterwege dient te bl.ijven. Het cottege betrekt de voornoemde bel.angen, feiten en omstandigheden verkeerd, onvottedig of hetemaaI niet in diens afwegingen en btijft vasthouden aan haar initiël.e bestuit tot handhaving. Het cotLege tijkt niet verder te kijken dan de constatering dat er sprake is van een overtreding. SGL verzoekt uw commissie daarom om te waken over de zorgvutdige en evenredige bestuitvorming van het cottege en daarmee de effectiviteit van de bezwaarfase.

Reactie op de verweren van het college De activiteiten van SGL passe n onder de bestemming wonen

9. Op basis van bestendige jurisprudentie stett SGL zich op het standpunt dat haar activiteiten passen onder de in het bestemmingsptan opgenomen definitie van "wor'ìen" en dat er daarom geen sprake is van een overtreding (randnummers 23 t/m 29 bezwaarschrift). De verweren van het cottege tegen deze bezwaargrond zijn gebaseerd op een verkeerde toepassing van de jurisprudentie en een aantaI on navotgbare redeneri nge n.

4

grond een aantal "voorbeelden uit het woordenboek" haatt, waaronder bedrijfshuisvesting en kantoorhuisvesting' echter niet wil,tekeurig van een aantaI voorbeetden uit het

10. Het col.tege stett dat sGL ter onderbouwing van haar

sGL bedient zich

van het bezwaarschrift woordenboek. Zoal,s reeds uiteengezet onder randnummer 26 Deze lijn votgt sGL de jurisprudentietijn omtrent de uitl,eg van bestemmingsptannen' Groot woordenboek schrijft een l,etterl,ijke taatkundige uittegvoorwaarbij hetVan Dal'e de betangrijkste door van de Nederl.andse taal, |,eidend is.,OpvatLend is dat het col,tege Dal,e Groot Woordenboek sGL aangehaaLde voorbeetden van huisvesting uit het van gehandicaptenhuisvesting' van de Nederl,andse taatniet noemt: jongerenhuisvesting, de voorbeetden die seniorenhuisvesting en studentenhuisvesting. Dit zijn immers waarbij ondersteunende aantonen dat huisvesting ook vormen van wonen inhoudt onderdeel facititeiten (gemeenschappetijke woonkamer, washok, etc') een inherent ziin. het absurde door ter verwijzen naar en in deze casus niet ter zake doende voorbeetden van een

11. VervoLgens trekt het coLl,ege de grond van sGL in

zeer hypothetische mits er één discotheek of fabriek die zouden passen onder de bestemming wonen' Het gaat persoon zou worden gehuisvest. Deze manier van redeneren is misteidend' vorm van sGL erom dat er vormen van huisvesting zijn waarbij er een inherente buiten de woningen begel,eiding bestaat en er ook aanvul.tende facil,iteiten zijn (gezamentijke huiskamer, keuken, washok, etc')' Denk aan studentenhuisvesting' gehandicaptenhu isvesti ng, senioren hu isvesti ng'

trekt geen construct van sGL' 12.Overigens is de definitie die het cottege in het absurde de gemeente Kerkrade' Deze maar een definitie die is aangenomen door de raad van zo btijkr uit de jurisprudentie - zo Letterl,ijk (taal'kundig) mogetijk

definitie dient ln dit kader merkt sGL uitgel.egd te worden, ongeacht de gevotgen van die uitteg. de Lupinehof wederom op dat de raad in diens toetichting bij het bestemmingsptan (waar de bestemming wonen getdt) bestempeLt al,s een comptex waar

wonen en zorg

(dus wonen met zorgactiviteiten en -facil.iteiten) gecombineerd wordt' Deze "wonen" in het toetichting ondersteunt dus de tetterl.ijke tezing van de definitie bestemmingsptan die ook uitgaat van vormen van huisvesting activiteiten en facititeiten.2 13. De redeneringen van het cottege rondom de definitie

met ondersteunende

van "zorgwonin g" ziin voor sGL

onnavotgbaar.

1

ECLI:NL:RVS:20'1 6:2651, r.o. 7.2.

overheden (o.a' Rijksoverheid en overigens teert een beknopte zoekstag op het internet dat verschil.tende en ook hanteren voor woonvormen met VNG) in den tande de term huisvesting breed interpreteren 2

bege teidend e/ve rzo rge nd e fac i lite ite n'

5

14. Het cottege stett dat de "zorgvertening" van SGL (grotendeets) niet ptaatsvindt binnen

de woningen van ctiënten. Dit is niet correct en berust op de aanname dat koken en wassen de kern van de ondersteunende activiteiten van SGL vormen. Een groot deel

van de ondersteunende activiteiten van SGL vindt echter wet in de woningen ptaats, zoats het hetpen met het aanbrengen van structuur in de dag, hutp bij tichamel.ijke verzorging en het hetpen met administratie. ln dit kader benadrukt SGL nogmaats dat verschittende ctiënten zetf de was doen en maal.tijden bereiden in hun appartementen (zie in dit kader foto's G13 en G15 uit productie 1 9 van het bezwaarschrift). De droge focus van het cottege op de facititeiten van SGL, zonder acht te staan op aanvuttende informatie over de aard en mate van het gebruik ervan, is een goed voorbeetd van de gestoten houding van het cottege in deze kwestie. 15. Het cotl.ege verwijst naar een recente uitspraak van de ABRvS3 om te betogen dat de

activiteiten van SGL gericht zijn op zorg en daarom onder de bestemming maatschappetijk vatten. Attereerst is deze jurisprudentie niet van toepassing in het onderhavige geval,. De vraag of er sprake is van te intensive zorg wordt immers - zo btijkt uit dezetfde jurisprudentietijn - pas retevant wanneer het bestemmingsptangeen definitie van wonen bevat. Dit is in de onderhavige kwestie wel het geval en daarom dient de discussie in deze bezwaarprocedure enket te gaan over de uitl,eg van de definitie van "wonen" zoats opgenomen in het gel.dende bestemmingsptan.

16.Mocht u - in weerwil van de jurisprudentie - toch tot de conctusie komen dat de intensiteit van geboden begeteiding (zo u witt, zorg) door SGL een roI speett, dan is retevant dat de jurisprudentie van de ABRvS omtrent "wonen of zorg" zeer casuistisch is. Eén specifieke uitspraak over een bepaal.d wooncomptex of huisvestingsmodetkan

daarom niet ats maatgevend beschouwd worden voor de situatie in de Lupinehof. De situatie in de Lupinehof en de intensiteit van begel,eiding atdaar dient op basis van de eigen feiten en omstandigheden beoordeetd te worden. 17 .Ten stotte, ats u toch van mening bent dat de door het cotlege aangehaatde uitspraak

relevantie heeft bij de beoordeting van de situatie in de Lupinhof, dan merkt SGL op dat de casus van deze uitspraak op retevante punten verschitt van de situatie in de Lupinehof : a. De huisvesting is in de Lupinehof reeds gericht op zetfstandig wonen. Ctiënten worden - in tegenstetting tot de casus van de uitspraak - geen woonvaardigheden aangeteerd om pas in de toekomst zetfstandig te kunnen wonen, maar worden begel,eid om nu a[ zetfstandig te wonen.

3

ECLI : N L: RVS:2O24:47 38.

6

b. De begeteiding van SGL heeft - anders dan in de casus van de aangehaatde

in wetke mate zij een uitspraak - geen verptichtend karakter. Cl,iënten bepaten zel'f beroep doen op SGL voor begeteiding' c. Ctiënten van SGL kunnen in beginsetvoor onbepaatde tijd in de Lupinehof btijven in de casus van de wonen (vel.en wonen er ook at jaren)en zij hoeven - anders dan wanneer zij (meer) aangehaal,de uitspraak - het compl'ex niet te vertaten

zetfstand ig ku nnen wonen'

uitspraak - retevant overigens: het col,tege tijkt - onder verwijzing naar de voornoemde in de Lupinehof' SGL stelt te vinden dat SGL niet-cLiënten kan weren uit haar ruimten komen voorop dat zij niet-ctitjnten niet weert uit haar ruimten. Niet-cl'iënten ln de door het bijvoorbeel,d koffie drinken in de gemeenschappetijke woonkamer' te lezen dat de exclusiviteit van col,Lege aangehaatde uitspraak vatt bovendien niet zorg' uit de uitspraak bepaalde ruimten voor een groep bewoners duidt op intensieve de intensiteit van de zorg votgt enket dat een mogeLijke factor bij de beoordeting van wel,ke bewoner in een woning kan zijn de mogetijkheid van de vertener om te bepaten komt (dus het toewijzen van woningen)' 1g. Ten stotte, steLt het cou.ege dat de door SGL aangehaatde

jurisprudentie in het kader

in de

van de beoordeting "wonen of zorg" (randnumm er 29 bij bezwaarschrift) Deze stetting is feitetijkheden aanzienlijk verschiLt met de onderhavige kwestie' jurisprudentie is niet irretevant voor het standpunt van SGL. De door SGL aangehaatde in de Lupinehof' De bedoetd ats een precedent dat naadtoos past bij de situatie in het jurisprudent¡e omtrent "Wonen of zorg" is - zoats SGL reeds heeft aangegeven feit dat per gevaI en op bezwaarschrift - inherent casuTstisch. Dit komt voort uit het beoordeetd moet basis van de unieke samenhang van feiten en omstandigheden uitspraak worden of er sprake is van te intensieve zorg. De door sGL aangehaalde dat, alvorens over te toont enkel, de vaste tijn in de jurisprudentie, waaronder de regel gekeken moet worden gaan tot de vraag of er sprake is van te intensieve zorg, er eerst of het bestemmingspl.an een definitie van "wol'ìerì" bevat. zorg

De activiteiten en facititeiten van sGL zijn niet te beschouwen als te Ìntensieve de activiteiten van cottege stett zich in het verweerschrift op het standpunt dat

19. Het

zorgwaardoor deze sGL in de Lupinehof beschouwd moeten worden al.s te intensieve het cotLege wederom niet passen onder de bestemming wonen. ln dit kader verwijst keuken en kantoor) naar een aantaI facil.iteiten (gemeenschappetijke woonkamers, gebruik van deze facititeiten' veetaI en biedt het een geheeL eigen interpretatie van het op basis van uitertijke kenmerken' door het cottege, wenst sGL dat de discussie of de activiteiten en faciliteiten neerkomen

20. Al.vorens in te gaan op de beschrijving van de facil'iteiten

nogmaal,s te benadrukken

7

op te intensieve zorg pas retevant wordt ats er geen definitie van wonen in het bestemmingsplan is opgenomen. Dit is in de onderhavige kwestie echter weI het gevat. lk verwijs naar de eerdere toetichting hieromtrent. Bij een zuivere toepassing van de jurisprudentie zaI het cottege dan ook niet toekomen aan een redeneertijn

omtrent de intensiteit van geboden zorg. De discussie dient immers te gaan over de interpretatie van de definitie "wonen" in het bestemmingspl.an. 21 . lndien u van mening bent - in weerwil van de jurisprudentie - dat intensiteit van de zorg

weI beoordeetd moet worden aan de hand van de activiteiten en faciLiteiten van SGL, dan is relevant dat deze activiteiten en facititeiten niet enkeI beoordeetd moeten worden aan de hand van de getdende bestemming, maar ook op basis van de reeds verteende bouwvergunningen en de toetichting op het bestemmingsptan:

a. Uit de tekeningen bij de bouwvergunningen btljkt dat voor het comptex reeds verschittende ruimten vergund waren, zoats keuken en kantoor en dat er overigens ook andere ruimten vergund waren die duiden op een intensievere mate vanzotg, zoats een kamer voor de staapwacht en een kamer voor de regenereerwagens. b. Uit de toeLichting bij het bestemmingspLan btijkt dat de Lupinehof bedoeld is aLs een comptex met een combinatie van wonen en zorg. Deze feiten geven nametijkverdere invutLing aan de aard en het niveau van de zorg die

de raad en het cottege kennetijk acceptabel achten in de Lupinehof.

Daarnaast is retevant dat de facititeiten van SGL van dien aard zijn dat zij ook gereatiseerd zouden kunnen worden bij een andere functionete invuttingvan de locatie die evident onder de bestemming wonen past. Een gezamentijke keuken, woonkamer en wasruimte passen bijvoorbeetd ook in studenten- of seniorenhuisvesting. De redenering van het cottege dat de optetsom van facititeiten neerkomt op te intensieve zorg is dan ook onnavolgbaar.

22.Wat de beoordeting in het verweerschrift van verschil.tende facititeiten betreft, merkt SGL het volgende op: a. Met betrekking tot de gemeenschappetijke woonkamers (cottege noemt deze "verbtijfsruimte") betoogt het cottege dat er sprake is van een zorgfacititeit omdat deze enkel toeganketijk zouden zijn voor ctiënten van SGL. Het is echter irretevant

of de gemeenschappetijke woonkamers atteen toeganketijk zijn voor ctiënten. Retevant is hoe deze woonkamers gebruikt worden. De gemeenschappetijke woonkamers worden gebruikt ats ruimten voor ontmoeting, sociate interactie en het gezamentijk nuttigen van maattijden, oftewetvoor betangrijke onderdelen van de activiteit wonen. Overigens is onjuist dat niet-ctiënten geweerd worden uit de gemeenschappetij ke woon kamers.

I

b. Met betrekking tot de keuken betoogt het cottege dat inrichting en uitertijk duiden

boek op zijn kaft' Het op te intensieve zorg. Het coLtege beoordeett hiermee het toe bij het bepalen van type of uitertijk van de apparatuur in de keuken doet er niet keuken' Het de mate van zorg. Het gaat om het daadwerketijke gebruik van de keuken is reeds beschreven in randnummer 35 van het

gebruik van de 19 bij het bezwaarschrift en de toel.ichting op de foto's in productie

bezwaarschrift. c. Met betrekking tot de administratieve ruimte ("het kantoor") past het coltege een ondersteunende cirkel.redenering toe: "een aan maatschappel,ijke doel'einden

kantoorfunct¡e past niet binnen de woonbestemming nu reeds

een

het cottege de maatschappetijke functie ontbreekt". Met deze redenering draait aanwijzing zijn voor zaken om. Het aanwezig zijn van het kantoor zou immers een echter eerst aân te intensie ve zorg(een maatschappetijk doet). Het col'tege neemt dan de aard en dat er daadwerkel,ijk sprake is van intensieve zotg, en beoordeett in dit kader functie van het kantoor op basis van dat vertrekpunt. sGL verwijst en nogmaats naar haar standpunt onder randnummer 36 van het bezwaarschrift ruimte foto D1 uit productie 19. De enkel.e aanwezigheid van een administratieve gaat om de manierwaarop kan simpe[weg niet duiden op (te intensieve)zorg. Het van de huisvestende deze ruimte wordt gebruikt: in dit geval' ter ondersteuning activiteiten van sGL die passen onder de bestemming wonen. productie 19' Het col'tege zet deze onderbouwing weg al,s onbetrouwbaar. De foto's in productie 19

23. Ten stotte, nog een opmerking omtrent de foto's in

foto,s met summiere geven van de situatie in de zijn echter bedoetd om een actueelen compLeet beetd te 30 december 2024' De Lupinehof, niet meer en niet minder. De foto's zijn genomen op indruk wil geven van reden hiervoor is dat sGL een zo recent (en compteet) mogetijke genomen tussen 9:00 en 10:00 de situatie in de Lupinehof. De foto's zijn verifieerbaar is een van de drukke periodes van de dag in de Lupinehof

's ochtends. Dit

rustig (,,ochtendspits")wat aantoont dat zetfs op de drukste momenten het comptex van fotograferen heeft is. De insinuatie dat sGL op opportunistische wijze het moment van de gestoten houding uitgekozen is absol,uut niet correct en een duidetijk voorbeetd deze foto's en de van het cottege jegens nieuwe informatie. sGL hoopt dat het col'Lege van het bijbehorende toeLichting met een open houding betrekt in de heroverweg¡ng bestuit.

Eve n redigheìd va n ha n d h aving: aa ngeh a ald e i u risp

rudentie

zijn met de ter ptaatse 24.Zeltsindien (deLen van) de activiteiten van sGL strijdig zouden gegeven gel,dende bestemming 'Wonen' zal handhavend optreden onder de te dienen doeten' sGL omstandigheden onevenred igziinin verhouding tot de daarmee waaruit btijkt dat: heeft ¡n dit kader verwezen naar jurisprudentie van de Afdeting

I

a. Ook bij strljdigheden met het bestemmingspLan afzienvan handhaving mogetijk is bij onevenredigheid;

b. Afzien van handhaving bij onevenredigheid geen uitzondering is maar geregetd voorkomt wanneer de belangen, feiten en omstandigheden dit vergen; c. Dat aan bepaatde betangen in een te maken afweging omtrent handhaving tegemoet gekomen kan worden door het treffen van maatregeten; en d. Dat de betangenafweging in ieder geval door het bestuursorgaan moet worden gemaakt en in de motivering zichtbaar moet zijn.

25. Het cottege reageert in haarverweerschrift op de aangehaatde jurisprudentie met een uiteenzetting van de manieren waarop de situatie in de Lupinehof in de feitetijkheden verschitt van deze jurisprudentie. Hiermee gaat het cottege echter voorbij aan het standpunt van SGL. De aangehaatde jurisprudentie is niet bedoetd al,s naadtoos passende precedenten. Een dergetijke benadering zou ook miskennen dat de beoordelingvan evenredigheidvan handhavingpergeva/dient plaatstevinden en met inachtneming van de specifieke feiten en omstandigheden. D¡t is immers wat een betangenafweging in het kader van artikel 3:4, tweede tid Awb vergt. Zoats a[ aangegeven is de jurisprudentie aangehaaLd om een actueel beeLd te geven van de jurisprudentieLijn van de Afdeting. Op basis van deze jurisprudentie en de feiten en omstandigheden die ik reeds genoemd heb onder randnummerT van dit pteidooi had het col.tege tot de conclusie moeten komen dat handhaving onevenredig is. Ook dit deel van het verweerschrift toont aan dat het col,l.ege niet met een open houding in de bezwaarfase staat en, ofschoon er nog een heroverweging van het bestuit moet plaatsvinden, aI in de "procedeermodus" zit.

Evenredigheid van handhaving: negat¡eve gevolgen voor cliënten 26. Reeds in de zienswijze op het voornemen tot handhaving heeft SGL het cottege

gewaarschuwd voor de negatieve gevotgen van interne of externe verhuizing van cliënten ats gevotgvan handhaving. SGL heeft de negatieve gevotgen nogmaats onder de aandacht gebracht in haar bezwaarschrift en middets mondetinge inbreng bij een commissievergadering van de gemeenteraad van de gemeente l(erkrade waar de

dossierverantwoordetijke wethouder aan deetnam. Overigens heeft de raadscommissie de wethouder, indachtig de betrokken betangen, expl.iciet gevraagd om nogmaats te kijken naar mogetijke opl.ossingen. Uit hetverweerschrift btijkt echter dat het cottege deze meermaats benoemde negatieve gevotgen niet onder ogen wil zien of niet serieus neemt.

10

in het kader van een 27.1n dit kader stel.t sGL voorop dat het aan het cotLege is om te verzameten (art' 3:2 zorgvuLdige bestuitvorming atl,e reLevante bel,angen en feiten voor de Awb). Met betrekking tot de mogeLijke gevol.gen van het handhavingsbestuit gedaan. Het cottege heeft op geen cLiënten van sGL heeft het cottege dit echter niet van en enket moment uit eigen beweging navraag gedaan over de omstandigheden de ingediende impticaties voor cl,iënten. Het cottege heeft ook niet naar aanteidingvan informatie zienswijze en het bezwaarschrift van SGL vragen gesteLd of extra opgehaatd. (meer) informatie op te 28. Het had op de weg van het co[Lege ge[egen om op zijn minst cl'iënten. ln dit kader haten bij SGL over de gevotgen van het handhavingsbestuit voor (doorvragen) over de had het cou.ege ook eventuel.e kritische vragen kunnen stetten Het col,tege had ook in een eerder stadium een

door sGL geteverde informatie. had kunnen deskundige kunnen inschaketen die de negatieve gevoLgen in kaart of intevingsvermogen brengen. Overigens meent SGL dat het geen groot voorstel'tingsgevoLgen heeft' vergt om vast te steLLen dat handhaving voor ctitinten ingrijpende

effecten voor ctitjnten 2g.Frappant in dit kader is dat het cotl,ege, terwijI het de negatieve enige feitel'ijke basis bagatel,¡iseert en de informatie van SGL in twijfet trekt, zonder ondervinden aanneemt dat de kl,agers (dhr. simons e.a.) wel. (psychische) betasting door de situatie in de LuPinehof' 30.Ten stotte, moet sGL nog iets van het hart. ln diens verweerschrift

conctudeert het

cottege:

,'hoewel het college begriipt dat een verhuizing ingriipend kan ziin, heeft sGL psychisch of onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar ctiënten een verhuizing lich a metii k nì et zoud e n aa nku n ne n"'

van hun Het cottege l,egt hier de l,at onredetijk hoog. Het verties van ctiënten geringere belang van (meerjarige) vertrouwde teefomgeving zou - zeker gezien het het cottege om af te derden in deze kwestie - atvotdoende betang moeten zijn voor tichameLijke zien van handhaving, ongeacht of dit verties Leidt tot psychische of onder ktachten. Het privéteven en de woning ziin niet voor niks beschermde rechten het cotl,ege ctieinten ziet artikel g EVRM.SGL kan zich niet aan de indruk onttrekken dat gevat is - die tijdetijk en zonder ats tijdetijke patiënten in een kl.iniek - wat dus niet het ctiënten van sGL consequenties kunnen worden verptaatst. Niks is minder waar. De (tokate) wonen vaak at jaren in de Lupinehof (hun thuis) en dragen bij aan de samenteving.

11

Concreet zicht op legatisatie 31. Het coltege stett in diens verweerschrift dat bij handhavingsbestuiten er enkeI ruimte is voor ex nunc toetsing indien de overtreding ten tijde van de bezwaarprocedure reeds

is getegal.iseerd. Votgens het cottege is er momenteeI geen sprake van legal.isatie omdat er enkeI een aanvraag voor een BOPA voortigt en niet een verteende BOPA. 32. Het cottege voert geen jurisprudentie aan waaru¡t btijkt dat enketreeds getegatiseerde

situaties (dus een stap verder dan concreet zicht op legatisatie) ex nunc meegenomen kunnen worden in de bezwaarfase. Hier tegenover staat de door SGL aangehaatde jurisprudentie (randnummer 52 bij bezwaarschrift)waaruit duidetijk bt¡jkt dat bij een heroverweging in de bezwaarfase feiten en omstandigheden ten tijde van het bestuit

op bezwaar in de overweging worden betrokken. Deze jurisprudentie stuit het betrekken van concreet zicht op tegatisatie niet uit. 33. Het cottege stett zich vervotgens op het standpunt dat er geen sprake is van concreet

zicht op tegatisatie omdat de situatie waarvoor de BOPA wordt aangevraagd verschitt van de situatie waarop wordt gehandhaafd. Wat daar ook van zij, voor de vraag of het cotlege dient te handhaven of niet is het op handen zijn van zuivere legatisatie niet doorstaggevend. Het is correct dat SGL en HEEMwonen in het kadervan de BOPA over zutten gaan tot een ruimtetijke scheiding in de Lupinehof (zie randnummer 20 van bezwaarschrift). Met deze fysieke scheiding en de BOPA zaI een situatie ontstaan die ook votgens het cottege past onder de getdende bestemming, oftewetvoor het cotlege tegaat is. Deze nieuwe situatie waarin de Legatiteit van de activiteiten van SGL buiten kijf staat dient in het kader van de evenredigheid van het handhavingsbestuit zwaar te wegen. Het zou immers onevenredig en onredetijk zijn indien het cotlege, ondanks een op handen zijnde optossing voor de kwestie, atsnog vasthoudt aan handhaving.a De noodzaak van de handhaving zal immers op korte termijn komen te vervatten.

Vo o rge s c h i e d e n i s h a n d h av i ngsbesluit

34. ln het verweerschrift geeft het cottege verschittende argumenten van SGL omtrent de

voorgeschiedenis van het handhavingsbesluit verkeerd weer. Het betreft de argumenten omtrent: a. De bouwvergunningen voor de Lupinehof uit 2003 en 2004; b. De tekeningen bijde voornoemde bouwvergunningen; c. De verme[ding van de Lupinehof op de website Kerkradewijzer; 4

Zie in dit kader: ABRVS 13 april2022, ECLI:NL:RVS:2022:1058, r.o. 6.2. ln deze u¡tspraak conctudeert de Afdeting dat een bestu¡t tot handhaving onevenredig ¡s omdat het cottege ook âan de raad had voorgesteld om de str¡jdigheid met het bestemm¡ngsplan waarop het handhaafde op te lossen m¡ddets de wijziging van het bestemmingsplan. Hândhaven terwijl er een concrete optossing ¡n z¡cht is voor de overtreding, is dus onevenredig. Ook ats d¡e optossing niet kwatificeert ats "niet zuivere" tegatisatie.

12

d. De omgevingsvergunning brandveil'ig gebru¡k uit 2015; in de Lupinehof e. De aanwezigheid van een wethouder bij een evenement van sGL in 2015.

Het cottege verbindt deze argumenten onterecht

aan een vermeend beroep van SGL

opimpl'icietevergunningtotafwijkingen/ofgewektVertrouwendaterniet ln het bezwaarschrift gehandhaald zou worden. Deze benadering is misteidend' verwijst sGL naar voornoemde bronnen om twee

punten duidetijk te maken:

activiteiten

a. De passendheid van de huisvesting van sGL en haar ondersteunende feit dat de

inachtneming van het en facititeiten moet beoordeetd worden met comptex waar wonen gecombineerd Lupinehof vanaf reatisatie bedoetd is ats een dit kader randnummer 1 2 van het wordt met een aanzienl.ijke mate van zorg'ziein bezwaarschrift.

b.Hetcotl'egeWasatl.angenopzijnl.aatstin20ls(i.v.m.aanvraag op de omgevingsvergunning brandveitig gebruik en

het bezoek van de wethouder)

hoogtevandeaardenomvangvandeactiviteitenvanSGLindeLupinehof.Ziein dit kader randnummer 13 van het bezwaarschrift'

de bouwvergunningen voor de overigens stett het cottege dat in het kader van zorgsteunpunt met ktein kantoor Lupinehof uit 2003 en 2004 maar een "kleinschatig ats kl'einschal'ig is aangev øagd, el.ders in het gebouw". Dat het zorgsteunpunt de bouwtekeningen bij de verteende aangevraa gd zou zijn is niet correct. uit btijkt' zoats aI is uiteengezeÏ bouwvergunningen (producties 6 en 7 biibezwaarschrift) ats onderdeel, van het zorgsteunpunt in randnummer 1 2van het bezwaarschrift, dat aanzientijke mate van zorgvertening' faciLiteiten zijn aangevraagd die duiden op een Van Voor de staapwacht, een ruimte Voor het opbergen zoats een kamer

voor dit zorgsteunpunt een keuken' regenereefwagens en rustkamers. Verder is ook zouden deze facititeiten in gemeenschappetijke ruimte en kantoor vergund'5 Waarom zorgen in het geval van SGL het gevaL van het zorgsteunpunt duiden op kteinschatige op te intensieve zorg?

feiten niet heeft betrokken in de Het is opval.tend dat het col'Lege de voornoemde (of zel'fs verkeerd weergeeft) in diens besl,uitvorming en ook nagenoeg negeert 7 van dit pteidooi ztin deze feiten verweerschrift. Zoats besproken onder randnummer erg retevant voor de betangenafweging die

het coLtege dient te maken in het kader van

het wet/niet handhaven'

s

zie in dit kader de bouwtekeningen van de begane

grond van de Lupinehof in producties 6 en 7 bij het

13

bezwaarsc hrift

Begunstigingstermijn 35. Het cotlege steLt dat het niet mogel.ijk/wensetijk is om de begunstiglngstermijn te koppeten aan de vertening van de BOPA. De redenering van het cottege is dat er dan geen drukmiddeL meer zal, zijn in het geval dat het proces van de BOPA misl,ukt of wanneer SGL de fysieke scheiding die ten grondsl.ag ligt aan de BOPA niet uitvoert. 36. SGL benadrukt nogmaats dat het coltege ook bij de vaststetting van de Lengte van de

begunstigingstermijn gebonden is aan de beginseten van behoortijk bestuur, waaronder het zorgvutdigheidsbeginseI en het evenredigheidsbeginset. Hieruit votgt in ieder gevaI dat het cottege bij de vaststetting van de begunstigingstermijn acht staat op de gerechtvaardigde betangen van SGL.

37.Een begunstiglngsterm¡jn van 12 maanden die aanvangt op de datum van het handhavingsbestuit is niet te beschouwen ats zorgvutdig en evenredig. Het is nameLijk het cottege geweest dat in haar handhavingsbestuit en andere communicatie aanteiding heeft gegeven tot het verkennen van de opl.ossing van de BOPA. Partijen hebben tot nu toe constructief samengewerkt aan deze optossing en een deetvan de door het coltege beoogde 12 maanden daarvoor gebruikt. Het zou onredetijk zijn wanneer SGL, wegens het meedoen aan de optossingsrichting (togischerwijs in combinatie met het niet votdoen aan de [ast6), in een situatie komt waarin bij het onverhoopt mistukken van de BOPA-aanvraag nog maar enkete maanden heeft om aan de last te votdoen. NB: het cottege heeft zétf vastgestetd dat 12 maanden een redetijke termijn is om weg te verhuizen (dus zonder het BOPA-traject). Daarom is de suggestie van SGL om de aanvang van de begunstigingstermijn (van minstens 12 maanden)te laten samenvatten met de verteningvan de BOPA atteszins redeLijk. Ten

overvtoede: SGL suggereert dus niet dat de begunstigingstermijn zou moeten aanvangen wanneer de vergunning onherroepetijk wordt.

38. De redenering van het cottege dat een "stok achter de deur" nodig is om SGL betrokken te houden bij het vinden van een optossing werkt bevreemdend. SGL is vanaf het voornemen tot hand having sa men met H EEMwonen in gesprek geweest met

het cottege over de BOPA en heeft zich attijd constructief opgestetd. Overigens is het hebben van een "stok achter de deur" geen overweging onder het toetsingskader voor

het vaststetten van een begunstigingstermijn. Zoal,s at uiteengezet in het bezwaarschrift voLgt uit de jurisprudentie dat de begunstigingstermijn Lang genoeg moet zijn om aan de last te votdoen en bovendien evenredig. Dát is het toetsingskader dat het cottege moet toepassen.

6

SGL heeft overigens wet, zoats beschreven in het bezwaarschrift, maatregeten genomen om de dooÍ de kteine groep ktagers ervaren overlast te beperken.

14

SGL-Relim Holding is geen overtreder

duidetijk of de r.ast ook is opgel'egd 39. rn het handhavingsbestuit is niet ondubber.zinnig in het verweerschrift door het cottege aan stichting sGL-Retim HoLding. Nu wordt is opgetegd. Dat is onterecht' Beide verduidel.ijkt dat de t,ast ook aan deze stichting hiermee nogmaats dat attéén stichting aangeschreven stichtingen benadrukken de huisvesting - bedoetd in ruime zin' Gehandicaptenzorgverantwoordetijk is voor woonkamers enz') - van ctiënten in de incl,usief de facititeiten (gemeenschappeLijke inhoud van het handetsregister doet Lupinehof. De door het cotl,ege aangehaaLde die is dat er geen enkete hieraan niet af. Het gaat om de feitetijkheid. En bij de overtreding is, voor zover de betrokkenheid van stichting sGL-Retim Hotding overtreding er ÜberhauPt at is' Dit wordt nu verder afgedaan met de stetl.ing

dat bij het cottege "de exacte

verhoudingentussenbeidestichtingen(..')onbekend"is'Datisonvotdoendenaarde huidige stand van zaken in de rechtspraak. richtinggevende uitspraken vanaf 2023'

zeker al's gekeken wordt naar de

40. Het tijkt met deze verw tizingnaar de ondertinge

verhoudingen tussen beide

stichtingenerop.maardesummierestel.l.ingenVanhetcol'tegevermeldenditniet Stichting SGL-Retim Holding is aan te expticiet - dat nu ervan wordt uitgegaan dat merkenal'szogehetenfunctioneetdader/pteger.ombijStichtingSGL-Rel'imHotding ,uit te komen'is echter nodig dat de overtreding - nu die niet daadwerkel'ijk door haar overtreding"in de sfeervan de is begaan - aan haartoerekenbaaris c.q. datde rechtspersoon,,plaatsvindt.DezesituatiedoetzichhiertenaanzienVanStichting SGL-Retim Hotding niet voor' het l',ijkt aan te nemen - in ieder gevatvoor 41. Opgemerkt zij dat - anders dan het col'l'ege onvoldoende is het enkete aannemen van de hier bedoel'de toerekenbaarheid van een concernretatie tussen bestaan van beide stichtingen atsook het bestaan

beide.Ditiszel.fshetgeval.bijeenvergaandeconcernretatiewaarinbijvoorbeetdde Verder zij opgemerkt dat - anders ene rechtspersoon bestuurder is van de andere.T op de weg van het col'l'ege tigt om dan het cottege tijkt aan te nemen - het wet degetijk is votdaan'8 Dat te bewijzen dat aan de norm voor functioneetdader-/pLegerschap ook aL voorafgaand aan het getdt temeer in situaties al's hier waarin herhaatdelijk' van etke betrokkenheid van bestuit, de aandacht is gevestigd op het ontbreken waar het cottege eerder heeft stichting sGL-Rel,im Hotding bij de overtredin$' (waartoe de zorgvutdigheidsnorm van nagel,aten om nadere informatie te vergaren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=962b3491-6d92-43b9-9533-032fde4270e8