CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Definitieve Jaarrekening 2025 ZVHP gewaarmerkt incl. controleverklaring OGD

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente KerkradeBij agendapunt: GR Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad13.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

M. Nijsten

A. Sabri

Functiegegevens

Directeur/Secretaris

Plaatsvervangend directeur/secretaris

01/01 t/m 31/12

01/10 t/m 31/12

1

1

ja

Nee

130.259

40.837

16.618

-

Subtotaal

146.877

40.837

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

246.000

62.005

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

146.877

40.837

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

30

Gegevens 2024 bedragen x € 1

M. Nijsten

E. Curfs

Directeur/Secretaris

Plaatsvervangend directeur/secretaris

01/01 t/m 31/12

01/01 t/m 30/06

1

1

ja

ja

97.973

53.636

18.858

8.151

Subtotaal

116.831

61.787

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

233.000

115.863

Bezoldiging

116.831

61.787

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

Toelichting op Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Dhr. Sabri heeft geen dienstbetrekking en vervuld de rol van topfunctionaris per 1 oktober 2024. Daarmee hebben de eerste 9 maanden van 2025 nog betrekking op de eerste 12 kalendermaanden, waarin een aangepast bezoldigingsmaximum van toepassing is. Na deze 12-maandsperiode is dhr. Sabri opgenomen als leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking vanaf de 13de maand van de functievervulling in bovenstaande tabel.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

31

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt Gegevens 2025 bedragen x € 1

M. Nijsten

Functiegegevens 1 Functie(s) bij beëindiging dienstverband

Directeur / Secretaris

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1

Jaar waarin dienstverband is beëindigd

2025

Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

26.432

Individueel toepasselijk maximum

75.000

Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

26.432

Waarvan betaald in 2025

26.432

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

N.v.t. N.v.t.

32

Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Gegevens 2025 bedragen x € 1

A. Sabri

R. Smeets

Functiegegevens

Plaatsvervangend directeur / secretaris

Plaatsvervangend directeur / secretaris

Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand

2025

2024

2025

2024

01/01 t/m 30/09

01/10 t/m 31/12

n.v.t.

13/05 t/m 23/09

9

3

n.v.t.

5

1.399

468

n.v.t.

208

€ 235

€ 221

n.v.t.

€ 221

247.500

92.400

n.v.t.

154.000

Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Bezoldiging in de betreffende periode

339.900

122.511

46.078

43.560

n.v.t.

17.722

Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

166.071

17.722

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

166.071

17.722

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

33

Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Gegevens 2025 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

Mevrouw W. van der Rijt

Lid Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur

De heer E. Geurts

Lid Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur

Mevrouw S. Scheepers

Lid Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur

De heer R. Wever

Lid Algemeen Bestuur (plv voorzitter) Lid Dagelijks Bestuur (plv voorzitter)

De heer R. de Boer

Lid Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur

De heer D. Joppe

Lid Algemeen Bestuur Lid Dagelijks Bestuur

Mevrouw P. Dassen

Lid Algemeen Bestuur (voorzitter) Lid Dagelijks Bestuur (voorzitter)

Mevrouw V. Hermans

Lid Algemeen Bestuur

De heer P. Janssen

Lid Algemeen Bestuur

Mevrouw A. Ernes

Lid Algemeen Bestuur

Mevrouw A. Vrusch

Lid Algemeen Bestuur

De heer A. Schiffelers

Lid Algemeen Bestuur

De heer H. Coenen

Lid Algemeen Bestuur

De heer J. Roland

Lid Algemeen Bestuur

Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur door de burgemeesters en een wethouder van de deelnemen de gemeenten.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

34

Overige gegevens Controleverklaring.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

35

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het algemeen bestuur van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2025 van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad te Heerlen gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat bij besluit van 9 maart 2026 door het algemeen bestuur is vastgesteld. De jaarrekening bestaat uit: 1. het overzicht van baten en lasten over 2025; 2. de balans per 31 december 2025; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; en 4. de rechtmatigheidsverantwoording over 2025.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad d.d. 9 maart 2026 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 66.500. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt 2% van de totale lasten exclusief de toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 en 3 Bado.

Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de EUR 25.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn. Benadrukking van gerapporteerde onrechtmatigheden in de rechtmatigheidsverantwoording Wij vestigen de aandacht op de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties in de rechtmatigheidsverantwoording, op pagina 29 in de jaarrekening, waarin het dagelijks bestuur onrechtmatigheden rapporteert ten aanzien van de Europese aanbestedingen. Het totaal aan geconstateerde afwijkingen (rechtmatigheidsfouten) ligt boven de door het algemeen bestuur vastgestelde verantwoordingsgrens. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720.

Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie waaronder het jaarverslag, de programmaverantwoording en de paragrafen in overeenstemming met het BBV. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening en getrouw weergeven van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat bij besluit van 9 maart 2026 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 9 maart 2026, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.

Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie.

Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling;

• •

het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de controle van de jaarrekening om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de in de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling opgenomen financiële informatie ten aanzien van activiteiten uitgevoerd door uitvoeringsorganisaties van de gemeenschappelijke regeling als basis voor het vormen van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de beoordeling van de controlewerkzaamheden die in het kader van de controle van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige verantwoordelijkheid voor onze controleverklaring. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Landgraaf, 30 april 2026 Kalnenek Accountants Origineel getekend door drs. E.E.T.M. Kalnenek RA Accountant Publieke Sector

Bijlage – Producten en diensten PGA Persoonsgerichte Aanpak; veel gemeenten kennen personen die ernstige(veiligheids-) problemen en/of ernstige overlast veroorzaken. Sommigen volharden in dit gedrag of ‘groeien door’, vaak in combinatie met gedrags- of psychische problemen, verslaving enzovoort. Een integrale op de persoon/het systeem toegesneden (mix van) interventie(s) is een succesvolle manier om deze plegers samen met ketenpartners als gemeenten, politie, OM en hulpverlening, aan te pakken. De PGA is een belangrijk onderdeel van de lokale veiligheidsaanpak. De PGA beoogt met preventieve en repressieve interventies hardnekkige patronen van criminaliteit en overlast te doorbreken. Geprioriteerde personen worden naar een zorg- en/of justitieel traject geleid. C&A Consult & Advies: kortstondige betrokkenheid, consultering en advisering om aanmelder weer op weg te helpen en de melding op de juiste plek te laten landen. JPP (Jeugd Preventie Platform) In het Jeugd Preventie Platform (JPP) worden jeugdigen besproken die door de politie en deelnemende partners worden gemeld vanwege zorgen over hun ontwikkeling en veiligheid. Binnen het JPP worden meldingen ingebracht in een keten van professionals. Het doel is vroegtijdige criminaliteit tegen te gaan. Hierbij wordt aan jeugdigen en hun ouders een ondersteuningsaanbod gedaan.

De JPP- aanpak van het Veiligheidshuis Parkstad richt zich op kinderen en jeugdigen van 0 tot 18 jaar die in hun ontwikkeling worden bedreigd. Niet alle Parkstadgemeenten maken gebruik van deze mogelijkheid. Multidisciplinaire aanpak ++ (MDA++) Het doel van deze aanpak is acuut geweld en structurele onveiligheid voor kinderen/gezinnen/volwassenen weg te nemen door het realiseren van een dekkend netwerk. Het middel daartoe is een multidisciplinaire aanpak bij deze ernstige en complexe vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) voorziet in een bundeling van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld. De twee ++ staan daarbij voor intersectoraal en specialisme aan de voorkant. Met specialisten worden gespecialiseerde zorgverleners bedoeld waaronder (kinder-) artsen, (forensische) psychologen, psychiaters, systeemtherapeuten, verslavingsdeskundigen etc. Het c=uitgangspunt is: ‘Betrek bij de complexere casussen in een eerder stadium specialisten waardoor aan de systeem - en persoonsgerichte aanpak beter inhoud gegeven kan worden. De overtuiging is dat deze aanpak zal leiden tot betere behandelmethodes.

Radicalisering Preventieve interventies binnen de lokale aanpak gaan specifiek in op het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van vatbare individuen in vatbare omgevingen voor radicalisering. De persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA) is de verzamelnaam voor de fase van alle interventies van ketenpartners om een specifiek persoon niet (verder) te laten radicaliseren, of om deze persoon te laten re-integreren. Deze richt zich op personen waar mogelijk een (gewelds)dreiging vanuit gaat. De weegploeg, bestaande uit de gemeente, de politie en het OM, besluiten bij ontvangst van een signaal aan de hand van de in het wetsvoorstel Wet gegevensverwerking Persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (hierna wet PGA) genoemde criteria, of de casus opgenomen wordt in de PGA.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

36

Deze wet maakt mogelijk dat ketenpartners onder bepaalde omstandigheden informatie mogen delen met de gemeente, de politie en het OM. Daarnaast staat de rol van de kernpartners in de PGA beschreven. Zorg coördinator Mensenhandel (ZOCO) Zorgcoördinatie van hulp en ondersteuning aan slachtoffers van mensenhandel en de toeleiding van slachtoffers naar de juiste organisatie. Doelgroep: alle (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel: mannen, vrouwen, transgenders, minderjarigen en meerderjarigen, van Nederlandse en niet Nederlandse nationaliteit. De zorgcoördinator (ZOCO) mensenhandel heeft een informatie- en adviesfunctie voor professionals; is zichtbaar en bereikbaar voor andere organisaties (die een rol spelen in de signalering, verwijzing, zorg en evt. verblijfsstatus voor slachtoffers). De ZOCO verzamelt en verstrekt gegevens over het aantal slachtoffers, bouwt en onderhoudt een netwerk met de bestaande organisaties om zo bij te dragen aan een samenhangend hulp- en ondersteuningsaanbod voor slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten moeten hun rol in de aanpak van mensenhandel invullen. Bijvoorbeeld door regelgeving en beleid te maken dat de aanpak van mensenhandel ondersteunt. En door te zorgen voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel in de gemeente. Dit gebeurt op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Beschermingstafel Raad van de Kinderbescherming De beschermingstafel wordt georganiseerd om met verschillende hulpverleningspartijen het gesprek aan te gaan over signalen die ontvangen zijn (en/of worden) over belemmerende factoren bij de ontwikkeling en veiligheid van een kind of kinderen (fysiek en/of mentaal). Het gaat hier altijd over 1 casus. Het doel van deze bijeenkomst is om op basis van de professionele deskundigheid van eenieder -en gezamenlijk- te komen tot een weloverwogen besluit over het al dan niet doen van interventies die noodzakelijk zijn en de intentie hebben om de veiligheid (fysiek en/of mentaal) van het kind of de kinderen te borgen (binnen de mate van het mogelijke) en op z’n minst te bevorderen. Levensloopaanpak (onbegrepen “verward” gedrag met een hoog veiligheidsrisico) De levensloop beschrijft het samenwerken in regionale netwerkvormen waarin ondersteuning, begeleiding en behandeling wordt geboden aan mensen die ontwrichtend gedrag vertonen en een hoog veiligheidsrisico vormen ten gevolge van hun psychische stoornis, hun verstandelijke beperking of hun verslavingsproblematiek. De zorg valt op het snijvlak van de Wet maatschappelijke ondersteuning, Forensische zorg en de Zorgverzekeringswet.

De impact van incidenten veroorzaakt door personen, die ernstig, gevaarlijk en ontwrichtend gedrag vertonen, is voor alle betrokkenen en voor de maatschappij groot. Voor deze groep is een integrale en persoonsgerichte aanpak op zorg en veiligheid gewenst, gericht op monitoring van zorgwekkende signalen, het voorkomen van verdere escalatie en het bieden van passende zorg en ondersteuning, soms gedurende de gehele levensloop. Daarin kan voor het gehele netwerk tevens de kennis en bewustwording over onderliggende problematiek nog verder worden vergroot, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een Licht Verstandelijke Beperking (LVB), al dan niet in combinatie met psychiatrische- en/of verslavingsproblematiek. Het doel is dat alle mensen (weer) mee kunnen doen in onze samenleving, zonder dat zijzelf of anderen risico lopen.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

37

Verbindingspunt Informatie en Advies VIA (meldpunt personen met onbegrepen “verward” gedrag). Het VIA legt verbinding tussen het zorg- en veiligheidsdomein. Het doel is om een goede opvolging te kunnen geven op politiemeldingen over personen met verward gedrag naar het zorg- en veiligheidsdomein en zo eerder te komen tot een sluitende ketenaanpak en daarmee een vermindering van het aantal (herhaalde) meldingen en het voorkomen van escalatie. Verbinding RIEC m.b.t. ondermijning en regionale jeugdnetwerken In veel kwetsbare wijken met een opeenstapeling van sociale problemen vindt ondermijnende criminaliteit een voedingsbodem. Gemeenten treden hiertegen op met een gebiedsgerichte aanpak die preventie (en voorkomen van verder afglijden) combineert met het aanpakken en bestrijden van ondermijnend en crimineel gedrag. De persoonsgerichte aanpak die door de het Veiligheidshuis Parkstad is ontwikkeld, wordt in toenemende mate ingezet. Bijvoorbeeld in de aanpak van criminele families of om te voorkomen dat kwetsbare jongeren afglijden naar zware (drugs)criminaliteit. Het ZVHP verkent samen met het RIEC hoe de samenwerking kan worden versterkt. Afstemming ZSM Het ZVHP en de strafrechtketenpartners op ZSM hebben een gedeelde ambitie om te komen tot een betere verbinding en effectievere samenwerking tussen het straf-, zorg- en sociaal domein.

Er zijn een viertal samenwerkingsafspraken geformuleerd met als doel versterken van de verbinding en de kwaliteit van de samenwerking. 1. Het ZVHP levert de beschikbare relevante contextinformatie over de bij de ZVHP bekende verdachten die op de ZSM-locaties worden aangemeld. 2. Op de ZSM-locaties (en binnen het OM) wordt contextinformatie betrokken om te komen tot de meest effectieve interventie. Wanneer er vanuit het ZVHP van een persoonsgerichte aanpak sprake is, houdt de Officier van Justitie hier rekening mee bij het afdoeningsbesluit of de zaaks aanpak. 3. De ZSM-partners informeren het ZVHP over afdoeningsbesluiten/aanpakken wanneer de verdachte bekend is bij de ZLZVH. De ZSM-partners doen een melding bij het ZVHP bij (‘buikpijn’) casussen waar behalve, of in plaats van, interventies vanuit de strafrechtketenpartners ook interventies vanuit het zorg- en sociaal domein nodig lijken. Het ZVHP bespreekt deze casussen en pakt deze vervolgens zelf op of zetten ze door naar partners in het lokale veld. Bestuurlijk akkoord Re-integratie van (ex-) justitiabele burgers (BA) Uitgaande van een levensloopbenadering staan gemeenten aan de lat om regie te voeren op het gehele proces van re-integratie van (ex-) justitiabelen.

Dit staat beschreven in het bestuurlijk akkoord ‘kansen bieden voor re-integratie’, dat is ondertekend door de gemeenten, de reclassering, de DJI en het ministerie van J&V. In 2020 is de integrale provinciale werkgroep ‘Implementatie Bestuurlijk Akkoord’ gestart. Daarin wordt op provinciaal niveau de huidige en gewenste aanpak, mogelijkheden voor samenwerking daarin en de randvoorwaarden voor het realiseren van ambities, uitgewisseld. Ook vindt afstemming plaats tussen landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

38

In dezelfde periode hebben de drie Zorg- en Veiligheidshuizen in Zuid-Limburg een voorstel gedaan voor nauwere onderlinge samenwerking m.b.t. de nazorg van ex-gedetineerden, waarin ook de ambities van het Bestuurlijk Akkoord een plek hadden. In 2022 zijn de eerste stappen gezet om te komen tot één team Nazorg voor de re-integratie van exgedetineerden in Zuid-Limburg, inclusief frontoffice en coördinatoren die de coördinatie op casusniveau oppakken namens deelnemende gemeenten. Met één team nazorg wordt ingezet op hechtere samenwerking met ketenpartners, iedere partner werkt als het ware een beetje over zijn eigen grens heen. Daarbij worden door de oprichting van dit team bestuurlijke en uitvoerende overlegtafels efficiënter ingericht. Het is van groot belang dat dit team nazorg nauw is verbonden met bestaande regionale structuren, waaronder de commissie zorg en veiligheid. Er is geïnvesteerd in kennis van en betrokkenheid bij het thema en de opgave die voorligt. Er is een actieve ambtelijke werkgroep ‘Nazorg ex-gedetineerden Zuid-Limburg opgestart, van waaruit gemeenten en Zorg- en Veiligheidshuizen uit de drie sub regio’s het overleg zijn aangegaan over de gewenste stappen en het creëren van draagvlak. BIJ (Bestuurlijke informatievoorziening Justitiabelen) en art.

18b meldingen Risicoanalyse bij terugkerende delinquenten van zware delicten, zeden en TBS met onherroepelijke gevangenisstraf, in afstemming met contactfunctionarissen OOV voor de 7 Parkstadgemeenten advisering Burgemeester. De BIJ regeling beoogt ervoor te zorgen dat de burgemeester tijdig wordt geïnformeerd over de aanstaande terugkeer van bepaalde categorieën (ex-)justitiabelen in de gemeente, met vermelding van het gepleegde delict. Naar aanleiding daarvan wordt beoordeeld of er een risico bestaat op maatschappelijke onrust of dreigende verstoringen van de openbare orde, als gevolg van de terugkeer van een gedetineerde. De gemeente krijgt een melding van het gevangeniswezen -gebaseerd op art. 18 penitentiaire beginselenwet- dat een gevangene in vrijheid wordt gesteld en hij/zij terugkeert naar de gemeente of zich gaat vestigen in de gemeente. Naar aanleiding van deze melding wordt door het ZVHP een risico-inventarisatie gemaakt. Bij een hoog risico kan betrokkene worden aangemeld voor de persoonsgerichte aanpak binnen het ZVHP. Huisverboden De Wet Tijdelijk Huisverbod geeft de burgemeester de bevoegdheid om een persoon van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat tijdelijk (in beginsel 10 dagen) de toegang tot zijn/haar woning te ontzeggen. Tijdens deze periode mag de betreffende persoon geen contact opnemen met zijn huisgenoten.

De periode van 10 dagen wordt benut om andere maatregelen te nemen die (de dreiging van) huiselijk geweld kunnen wegnemen. Multidisciplinaire aanpak ++ (MDA++) Het doel van deze aanpak is acuut geweld en structurele onveiligheid voor kinderen/gezinnen/volwassenen weg te nemen door het realiseren van een dekkend netwerk. Het middel daartoe is een multidisciplinaire aanpak bij deze ernstige en complexe vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) voorziet in een bundeling van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld. De twee ++ staan daarbij voor intersectoraal en specialisme aan de voorkant. Met specialisten worden gespecialiseerde zorgverleners bedoeld waaronder (kinder-) artsen, (forensische) psychologen, psychiaters, systeemtherapeuten, verslavingsdeskundigen etc. Het

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

39

c=uitgangspunt is: ‘Betrek bij de complexere casussen in een eerder stadium specialisten waardoor aan de systeem - en persoonsgerichte aanpak beter inhoud gegeven kan worden. De overtuiging is dat deze aanpak zal leiden tot betere behandelmethodes. Nazorg ex-gedetineerden De nazorg van ex-gedetineerden richt zich op alle (ex-) gedetineerde burgers van 18 jaar en ouder die zich na detentie in Parkstad (weer) willen vestigen. De coördinator nazorg stelt samen met ketenpartners een plan van aanpak op en ziet vanuit de regiefunctie toe op de uitvoering ervan. Goede re-integratie van ex-gedetineerden kan gezien worden als terugvalpreventie. Ook overlast gevend gedrag kan door een goede re-integratie worden verminderd. De gedetineerde is eerst zelf verantwoordelijk voor een goede terugkeer, waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid heeft richting gedetineerde en maatschappij om erop toe te zien dat terugkeer zo effectief mogelijk verloopt. Het Veiligheidshuis Parkstad voert namens de gemeenten deze taak uit. Bestuurlijk akkoord Re-integratie van (ex-) justitiabele burgers (BA) Uitgaande van een levensloopbenadering staan gemeenten aan de lat om regie te voeren op het gehele proces van re-integratie van (ex-) justitiabelen.

Dit staat beschreven in het bestuurlijk akkoord ‘kansen bieden voor re-integratie’, dat is ondertekend door de gemeenten, de reclassering, de DJI en het ministerie van J&V. In 2020 is de integrale provinciale werkgroep ‘Implementatie Bestuurlijk Akkoord’ gestart. Daarin wordt op provinciaal niveau de huidige en gewenste aanpak, mogelijkheden voor samenwerking daarin en de randvoorwaarden voor het realiseren van ambities, uitgewisseld. Ook vindt afstemming plaats tussen landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg. In dezelfde periode hebben de drie Zorg- en Veiligheidshuizen in Zuid-Limburg een voorstel gedaan voor nauwere onderlinge samenwerking m.b.t. de nazorg van ex-gedetineerden, waarin ook de ambities van het Bestuurlijk Akkoord een plek hadden. In 2022 zijn de eerste stappen gezet om te komen tot één team Nazorg voor de re-integratie van exgedetineerden in Zuid-Limburg, inclusief frontoffice en coördinatoren die de coördinatie op casusniveau oppakken namens deelnemende gemeenten. Met één team nazorg wordt ingezet op hechtere samenwerking met ketenpartners, iedere partner werkt als het ware een beetje over zijn eigen grens heen. Daarbij worden door de oprichting van dit team bestuurlijke en uitvoerende overlegtafels efficiënter ingericht.

Het is van groot belang dat dit team nazorg nauw is verbonden met bestaande regionale structuren, waaronder de commissie zorg en veiligheid. Er is geïnvesteerd in kennis van en betrokkenheid bij het thema en de opgave die voorligt. Er is een actieve ambtelijke werkgroep ‘Nazorg ex-gedetineerden Zuid-Limburg opgestart, van waaruit gemeenten en Zorg- en Veiligheidshuizen uit de drie sub regio’s het overleg zijn aangegaan over de gewenste stappen en het creëren van draagvlak. Heerlen sociaal Veilig De aanpak Sociaal Veilig is onder andere geïnspireerd op de methodiek Operatie Hartslag waarbij problemen integraal vanuit diverse disciplines en domeinen worden opgepakt: veiligheid, zorg, wonen en leefbaarheid en zal dus zeker ook op onderdelen onorthodox zijn. Uitvoeringsteams die nauw met elkaar samenwerken. Noodzakelijke interventies en de taakverdeling worden onder voorzitterschap van het ZVHP besproken in een casuïstiekoverleg, bij de woonomgevingsploeg biedt het ZVHP-procesondersteuning. In deze teams werken naast de

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

40

gemeente diverse relevante partners met elkaar samen. In het casuïstiekoverleg wordt vooral gesproken over passende hulp en ondersteuning voor personen en/of gezinnen (‘achter de voordeur’), de woonomgevingsploeg handelt bij signalen, ergernissen en ‘onvrede’ over de fysieke woonomgeving. Vanuit deze overleggen kan opgeschaald worden naar een Regieteamoverleg of PGA-aanpak binnen het ZVHP. Preventie met gezag Voorbereiding ondermijning aanpak jeugd voor 2024 en opvolgende jaren. Om te voorkomen dat jongeren (minderjarigen en jongvolwassenen tot 27 jaar) in de criminaliteit belanden of daar verder in afglijden, is het belangrijk om de jongeren meer perspectief en veerkracht te bieden. Om dit te bewerkstelligen is het noodzakelijk om die voedingsbodem weg te nemen, de kansenongelijkheid te verkleinen en de weerbaarheid van de jongeren te vergroten. Er wordt ingezet op het vergroten van de beschermende factoren, het verkleinen van de risicofactoren en het versterken van justitiële functies in de wijk. We gaan onze informatiepositie versterken om vroegtijdig het risicogedrag te signaleren en hierop te interveniëren. Om dit te bereiken is de gemeente Heerlen samen met het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad doende met het vormgeven van een nieuwe werkwijze. De werkwijze zal bestaan uit een 3 trap raket.

1) JPP ‘Jeugd preventie platform’ (hinderlijk/overlast) 2) Kernteam Jeugd (overlast/strafbaar) 3) PGA-aanpak jeugd (strafbaar/crimineel Re-integratie Officier (RIO) De RIO richt zich op jongvolwassenen uit de 7 Parkstad gemeenten met een leeftijd tussen de 18 en 27 jaar welke uit detentie komen. De bijdrage en uitvoer van diensten geldt voor 2025 en 2026 waarbinnen de RIO (1 fte) zich richt op het voorkomen van terugval in criminaliteit van jonge (ex-)gedetineerden die zijn veroordeeld voor HIC-feiten of (ex) gedetineerden met Multi-problematiek welke zich kenmerken door het plegen van veel delicten, lastig te motiveren zijn en intensieve en praktische begeleiding nodig hebben.

Jaarrekening 2025 Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=df835e8e-f2d4-456c-8601-a1dbf77495ac