CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

25Tl055 nota van toelichting proeftuin leeromgeving voor basis- en voortgezet onderwijs

Gemeenteraad 24 september 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit proeftuin leeromgeving voor basis- en voortgezet onderwijs5.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van toelichting Kerkrade, 18 augustus 2025 Nummer: 25Tl055 Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 25Rb061

Onderwerp Proeftuin leeromgeving basis- en voortgezet onderwijs 2025/2026.

Beslispunten 1.

2. 3.

In te stemmen met het voornemen van het college om een proeftuin leeromgeving voor de scholen De Diabolo, De Steltloper en Het Martin Buber in de vorm van pilots schoolarrangementen gedurende het schooljaar 2025-2026 te bekostigen, ter hoogte van een bedrag van maximaal € 335.000, -In te stemmen de kosten ten laste te brengen van de budgetten onderwijsachterstandenbeleid (de basisscholen) en jeugdzorg (Het Martin Buber) Eventuele wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken

Samenvatting Met de proeftuin ondersteunen we scholen zodat kinderen in een vroeg stadium de juiste hulp krijgen. Door preventiemedewerkers en zorgprofessionals in en om de klas in te zetten, kunnen we signalen sneller oppakken en laagdrempelig ondersteunen. Daarmee voorkomen we zoveel mogelijk dat problemen escaleren en kinderen in de zwaardere jeugdzorg of het speciaal onderwijs terechtkomen. We richten ons op: • • • •

Vroegtijdig signaleren en ondersteunen van sociaal-emotionele en gedragsproblemen. Voorkomen van zware jeugdzorg door lichte, preventieve hulp op school. Versterken van leerkrachten met praktische handvatten zodat zij beter met complex gedrag kunnen omgaan. Creëren van een veilige leeromgeving waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, samen met ouders.

Kortom: investeren aan de voorkant, zodat kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en latere zwaardere zorg zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Aanleiding a.

Aanvragen voor extra zorg en ondersteuning van de scholen:

1. 2. 3.

De Diabolo (10 juni 2025) De Steltloper (20 juni 2025) Het Martin Buber (29 april 2025)

Ad 1 De Diabolo. 1

Aanvraag voor extra zorg en ondersteuning 20 uur per week tijdens 40 lesweken door zorgmedewerker van jeugdhulpaanbieder Xonar. Geraamde kosten € 81.480, -Ad 2 De Steltloper. Aanvraag voor integrale aanpak in groepen van de onderbouw 30 uur per week tijdens 40 lesweken door preventiemedewerker van Impuls en zorgmedewerker (jeugdhulpaanbieder nader te bepalen). En vier themagerichte bijeenkomsten. Geraamde kosten € 121.418, --. Ad 3 Het Martin Buber. Aanvraag voor extra zorg op school 20 uur per week tijdens 40 lesweken door zorgmedewerker van jeugdhulpaanbieder Xonar. Geraamde kosten € 82.000, --. b.

Financiële Verordening ex. art. 212 Gemeentewet

In artikel 8 van de Financiële Verordening staat het volgende: Het college informeert de raad in elk geval vooraf en stelt de raad in de gelegenheid zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: a. investeringen, aankopen van goederen en diensten, of toekennen van subsidies groter dan € 250.000, --.

Inleiding In het onderwijs wordt in toenemende mate gesignaleerd dat een groeiend aantal leerlingen gedrag vertoont dat duidt op sociaal-emotionele problematiek, vaak veroorzaakt door een combinatie van armoede, instabiele thuissituaties, trauma en taalachterstanden. Kinderen die zich terugtrekken, sterk ontregeld raken, of juist externaliserend gedrag vertonen zoals agressie of impulsiviteit. Deze situaties leiden tot onrust in de klas, belemmeren het leerproces en vragen om intensieve ondersteuning die de ondersteuningsstructuur van de scholen vaak niet meer kan bieden. Tegelijkertijd wordt er van het onderwijs een steeds grotere inzet gevraagd op het gebied van signalering, begeleiding en het aangaan van gesprekken met ouders. Dit legt extra druk op leerkrachten en intern begeleiders, die zich bovendien steeds vaker handelingsverlegen voelen in het omgaan met complexe gedragsvraagstukken. Al met al forse uitdagingen voor het onderwijs. De behoefte aan aanvullende, structurele ondersteuning en deskundigheid binnen de schoolomgeving neemt daardoor sterk toe. De ingediende aanvragen hebben hiermee te maken.

Context en bijzondere omstandigheden om rekening mee te houden. Voordat concreet wordt ingegaan op de drie aanvragen staan we eerst stil bij een aantal zaken waar bij de beoordeling van de aanvragen rekening mee moet worden gehouden: 1. 2. 3. 4. 5.

Wet passend onderwijs of Jeugdwet? Hervorming jeugdzorg Inclusief onderwijs Nog te ontwikkelen (regionaal) beleid met betrekking tot passend/inclusief onderwijs en pedagogische basis Werkwijze/afwegingskader subsidieverzoeken voor extra zorg en ondersteuning op scholen

Deze zaken geven weer in welke context de aanvragen moeten worden gezien. En met welke bijzondere omstandigheden rekening moet worden gehouden. Ze worden hier genoemd om de juiste afwegingen te kunnen maken. 1. Wet passend onderwijs of Jeugdwet? In het algemeen geldt het volgende: 2

Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden hebben scholen een zorgplicht (Wet passend onderwijs). Noodzakelijke ondersteuning die primair gericht is op het doorlopen van het onderwijsprogramma valt onder de zorgplicht van de Wet Passend Onderwijs. Het gaat hierbij om ondersteuning gericht op het volgen van onderwijs en om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Dat de ondersteuning een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, doet daar niet aan af. Is extra ondersteuning ook op andere gebieden nodig? Dan kan de gemeente verantwoordelijk zijn (Jeugdwet). Samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp moet de preventie van belemmeringen in opvoeden en opgroeien versterken. De jeugdhulp kan bijdragen aan het versterken van de basisondersteuning die scholen bieden. En scholen kunnen bijdragen aan het versterken van het preventieve aanbod aan voorzieningen in de wijk of gemeente. Grijs gebied: Op sommige punten binnen de twee wetten lopen de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeenten in elkaar over. Dit leidt tot onduidelijkheden bij onderwijs en gemeente over inzet en financiering van extra ondersteuning aan jeugdigen. De afbakening tussen de zorgplicht van het onderwijs en de jeugdhulpplicht van de gemeenten is niet altijd even duidelijk. Wat niet wegneemt dat onze kinderen hier niet de dupe van mogen worden.

Het is dus zaak dat onderwijs en gemeenten samenwerken en gezamenlijk voor een zo goed mogelijk onderwijs- en opvoedklimaat zorgen. 2. Hervorming/Reikwijdte jeugdzorg Te veel kinderen krijgen momenteel jeugdzorg (1 op de 7 kinderen onder de 18 jaar). We hebben de opdracht te voorkomen dat jeugdzorg nodig is. En de jeugdzorg zelf moeten we verbeteren en houdbaar maken voor de toekomst, Dit vraagt om stevige keuzes en een hervorming van het stelsel. Maar bovenal vraagt dit een andere manier van denken over jeugdzorg en anders handelen. De landelijke Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot aantal afspraken dat deze ‘beweging naar voren’ concreet moet maken. We hebben onder andere als opdracht om ons in te zetten voor: • • • •

Preventie: vroeg signaleren en ondersteunen ter voorkoming van. Jeugdhulp zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig Normaliseren in plaats van problematiseren Oplossingen in de brede context van het gezin (niet alleen de jeugdigen maar ook de omgeving)

Ter ondersteuning hiervan wordt momenteel gewerkt aan het wetsvoorstel Reikwijdte jeugdhulp (naar verwachting wordt dat in 2026 bij de Tweede Kamer ingediend). De huidige Jeugdwet bevat een verplichting voor gemeenten om jeugdhulp in te zetten wanneer een jeugdige dat nodig heeft. Op dit moment betreft dit een open norm, waarbij niet is gedefinieerd of ingekaderd wat dit precies inhoudt. Dit is één van de oorzaken voor de grote stijging van jeugdhulp. In het wetsvoorstel Reikwijdte wordt deze open norm ingevuld en wordt de toegang tot de jeugdhulp beter ingericht door een scherpere selectie aan de poort. Het voornemen is om een minimumniveau van pedagogische basisvoorzieningen vast te leggen. Daarnaast wordt verplicht om een visie op te stellen over de pedagogische basis in samenwerking met alle relevante partijen zoals jeugdigen, onderwijs, lokale teams, kinderopvang en jeugdgezondheidszorg in de gemeente. Het nu veelomvattende begrip jeugdhulp wordt nader gedefinieerd. Het voornemen is onderscheid aan te brengen tussen (pedagogische) basisvoorzieningen, basishulp (die wordt geboden door of namens lokale teams) en aanvullende jeugdhulp. De bedoeling is dat er een sterke eerste lijn komt waarbij aanvullende hulp alleen wordt ingezet wanneer dat nodig is. 3

De hervorming en definiëring van de reikwijdte van de jeugdhulp is ook relevant voor de gevraagde extra ondersteuning en zorg op de scholen. Er zullen meer kinderen ondersteund moeten worden door voorzieningen die aan de voorkant worden georganiseerd. Meer preventieve inzet, bijvoorbeeld via de lokale teams en scholen, waardoor gezinnen met lichte hulpvragen niet in specialistische jeugdhulptrajecten terecht hoeven komen. Hoe kunnen we problemen op de scholen voorkomen? Wat is daar dan voor nodig? En bepaalde situaties en problemen horen bij het leven (ook op school). Soms is een heel andere oplossing dan (jeugd)hulp op school, de beste oplossing. 3. Inclusief onderwijs Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren naar een school dichtbij huis kunnen. Een school waar iedereen meetelt, meedoet en gelijkwaardig is en waar samen geleerd wordt. De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Inclusief onderwijs is een gedeelde verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, gemeenten en andere betrokken partijen. Gemeenten spelen een cruciale rol bij het bevorderen van inclusief onderwijs, onder andere door het faciliteren van samenwerking, het stimuleren van inclusief beleid en het waarborgen van een goede aansluiting tussen onderwijs, jeugdhulp en andere voorzieningen. 4.

Nog te ontwikkelen (regionaal) beleid met betrekking tot passend/inclusief onderwijs en pedagogische basis. Dit nog te ontwikkelen beleid zal van invloed zijn op de wijze waarop o.a. gemeenten en het onderwijs zullen gaan samenwerken t.b.v. opgroeiende en schoolgaande kinderen en jeugdigen. Beleid dat samen met alle relevante partijen en gemeenten in de regio vorm moet worden gegeven. Dat betekent dat er nu geen structurele/onomkeerbare invulling van ondersteuning en zorg op scholen kan worden gemaakt. Wel kunnen we vooruitlopend hierop een werkwijze tijdelijk uitproberen (die wellicht in de toekomst kan worden gebruikt als goed voorbeeld voor het te ontwikkelen beleid). En hiermee al tegemoetkomen aan concrete wensen en behoeftes vooruitlopend op wat nog komen gaat. Het onderwijs (de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs) en de gemeenten in Parkstad/Zuid-Limburg hebben ook al op hun gezamenlijke agenda staan om voor alle scholen voor primair en voortgezet onderwijs schoolarrangementen1 af te spreken. Dit ter versterking van de basisondersteuning op alle locaties basis- en voortgezet onderwijs. Het opstellen van een schoolarrangement gericht op preventie is een complexe opgave.

Daarvoor is interprofessionele samenwerking nodig tussen verschillende partners (scholen, gemeente, jeugdhulpverlening, jeugdgezondheidszorg, schoolmaatschappelijk werk, etc.) die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor onderwijs en zorg aan kinderen. 5. Werkwijze/afwegingskader subsidieverzoeken voor extra zorg en ondersteuning op scholen (zie bijlage) Om de drie ontvangen aanvragen op een zorgvuldige, uniforme en rechtvaardige wijze te kunnen beoordelen is een werkwijze/afwegingskader opgesteld. Dit was er nog niet. De versie die er nu ligt is een eerste versie die nog niet uitontwikkeld is. Voor nu bruikbaar als een richtinggevend kader (ook mede vooruitlopend op het onder punt 4 genoemd nog te ontwikkelen beleid).

Vergelijkbaar met de doelgroep arrangementen in het speciaal onderwijs, met dien verstande dat de schoolarrangementen voor het regulier onderwijs een meer preventieve functie zullen hebben. 1

4

Dit biedt flexibiliteit en ruimte om op basis van praktijkervaringen bij te sturen, maar brengt tegelijkertijd de noodzaak met zich mee om duidelijke afspraken te maken over toetsingscriteria, rollen en verantwoordelijkheden. Transparantie in het proces is essentieel om verwachtingen te managen, willekeur te voorkomen en verantwoording mogelijk te maken. In de pilotfase is het daarom wenselijk om enerzijds ruimte te laten voor maatwerk en leren, en anderzijds richting te geven aan een meer gestandaardiseerde beoordeling, zodat bij een eventuele opschaling naar andere scholen uniforme werkwijze beschikbaar is. Door in 1 nota de drie aanvragen aan de orde te stellen, kan een algehele en allesomvattende afweging worden gemaakt.

Doelstelling De extra ondersteuning en zorg hebben als doel: 1. 2. 3.

4.

Preventie (scholen ondersteunen en versterken in het voorkomen, signaleren en vroeg oppakken van (hulp)vragen en problemen) Zorg (hulpverlening in het geval van aanwezig problematisch gedrag op school) Versterken van de ondersteuningsstructuur van de scholen. Kennis en vaardigheden overdragen en bijdragen aan (en samen (door)ontwikkelen van) een multidisciplinair ondersteuningsteam op school Scholen wegwijs maken in de mogelijkheden van voorzieningen aan de voorkant

De beoogde inzet richt zich nadrukkelijk ook op het versterken van de ondersteuningsstructuur in het onderwijs en het voorkomen van escalatie van sociaal-emotionele en gedragsmatige problematiek bij leerlingen. De centrale doelstellingen voor zowel het basis- als ook het voortgezet onderwijs in relatie tot deze problematiek zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het bevorderen van sociaal-emotioneel functioneren en weerbaarheid van leerlingen Het voorkomen van verwijzingen naar zwaardere jeugdhulpvoorzieningen of het speciaal onderwijs Het versterken van de handelingsbekwaamheid van leerkrachten in het omgaan met complexe klassenproblematiek Het vroegtijdig signaleren van problematiek en het faciliteren van een passende ondersteuning via de school Het creëren van een veilige, stabiele leeromgeving, waarin leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen Ouders betrekken bij deze ondersteuning

Dit alles in samenhang met gezinssituatie, schoolomgeving en maatschappelijke factoren. We betrekken ouders en leerkrachten actief in de aanpak, en richten ons op het versterken van de verbinding tussen kind, thuis en school.

Argumenten In het algemeen geldt, dat de signalen en hulpvragen op de drie scholen divers van aard zijn. Dat vraagt ook om een overeenkomstige aanpak. Die valt onder de zorgplicht van het onderwijs (een passende leerplek bieden), de jeugdhulpplicht van de gemeente en het grijze gebied waar de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeenten in elkaar overlopen. Een gezamenlijke opdracht dus waarbij een kritische blik op elkaars verantwoordelijkheden hoort maar ook een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel op zijn plaats is in verband met het grijze gebied. 1.

De Diabolo

Terugblik op pilot schooljaar 2024-2025 5

De afgelopen jaren is op basisschool De Diabolo met bekostiging vanuit NPO-middelen een pilot uitgevoerd waarin extra zorgondersteuning werd geboden binnen de schoolomgeving (gr. 1 t/m gr. 8). Deze aanpak, die zich kenmerkt door de fysieke aanwezigheid van een externe zorgprofessional op school, heeft aantoonbaar bijgedragen aan vroeg signalering van problematiek, laagdrempelige ondersteuning, het voorkomen van escalatie van gedrag, versterking van de sociale infrastructuur rond kinderen en minder/geen thuiszitters. Door de inzet van de zorgprofessional in en om de klas wordt een brug geslagen tussen onderwijs, preventie en zorg, waardoor er gezamenlijk en integraal kan worden gewerkt aan het versterken van het pedagogisch klimaat, het tijdig ondersteunen van leerlingen en het voorkomen van zwaardere trajecten buiten de school. Dit sluit ook aan bij de gedeelde verantwoordelijkheden van school en gemeente op het gebied van Passend Onderwijs en jeugdzorg (toekomstig inclusief onderwijs en de hervorming van de jeugdhulp). De inzet vraagt op voorhand echter wel een substantiële investering zodat meer specialistische vormen van ondersteuning en hulp en uitval worden voorkomen. Daarmee dragen we eraan bij dat elke leerling een passende plek heeft in het onderwijs en de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen.

In de pilot op Bs De Diabolo zijn bij 12 leerlingen individuele zorgtrajecten voorkomen, wat resulteerde in zowel een financiële als inhoudelijke meerwaarde. Er werd een potentiële besparing van ongeveer € 38.000 behaald en de ondersteuning vond op school in een bekende en veilige omgeving van het kind plaats i.p.v. ergens bij een organisatie niet dicht bij huis. De werkwijze sluit aan bij de gemeentelijke visie op integrale samenwerking binnen het sociaal domein, bij voorkeur in de wijk. De structurele betrokkenheid van vaste gezichten vanuit zorg en preventie draagt bij aan vertrouwen en continuïteit en zorgt voor een duurzame samenwerking tussen onderwijs-zorg. De leerkrachten ontvangen praktische ondersteuning en concrete handvatten om effectief om te gaan specifieke ondersteunings- en hulpvragen van leerlingen en daaraan gerelateerde onderwijsbehoeften, waardoor hun kennis en vaardigheden op dit gebied worden versterkt. Waarbij rekening wordt gehouden met het gezin en de schoolcontext. Hiermee wordt breder ingezet op het versterken van het normale leven in de wijk en het doorbreken van intergenerationele problematiek. Deze inzet is aanvullend op het bestaande schoolmaatschappelijk werk (5 uur/week). De nadruk ligt op de dagelijkse presentie in de klas en het vroegtijdig signaleren van gedrag en sociaalemotionele problematiek bij kinderen.

Het schoolmaatschappelijk werk is doorgaans meer casusgericht en wordt veelal ingezet bij al zichtbare problematiek. De aanvullende inzet via deze pilot biedt juist laagdrempelige ondersteuning in een eerder stadium, dicht bij het kind, in samenwerking met ouders en leerkrachten. Door duidelijke afstemming en samenwerking binnen de ondersteuningsstructuur van de school neemt ieder zijn eigen rol in, waardoor overlap wordt voorkomen en de ondersteuning elkaar versterkt. Beoordeling rekening houdend met eerder beschreven context en bijzondere omstandigheden: •

Met de extra ondersteuning en zorg zoals omschreven in de aanvraag loopt de school al vooruit op de ontwikkelingen in het kader van passend/inclusief onderwijs en de hervorming van de jeugdzorg (meer kinderen kunnen terecht bij voorzieningen aan de voorkant in plaats van specialistische jeugdhulp)

Beoordeling aan de hand van het richtinggevend afwegingskader:

6

• • • • • •

Met de evaluatie van de pilot en de gesprekken die op school hierover hebben plaatsgevonden is de ondersteuningsbehoefte voldoende aangetoond Het subsidieverzoek is voldoende onderbouwd Er is sprake van een preventieve focus De gevraagd extra ondersteuning en zorg is aanvullend op bestaande voorzieningen Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen uitgangspunten Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen afwegingscriteria

Vanwege de positieve ervaringen wordt nu voorgesteld om deze werkwijze in schooljaar 20252026 te continueren.

7

2.

De Steltloper

De situatie op de basisschool De Steltloper is vergelijkbaar met die van de basisschool De Diabolo. Anders is dat De Steltloper de afgelopen schooljaren nog niet kon beschikken over extra ondersteuning en zorg zoals in De Diabolo het geval is geweest. Eind 2024 heeft de school contact opgenomen en aangegeven ook extra ondersteuning voor hun leerlingen nodig te hebben. Afgesproken werd eerst een goede analyse te maken om te kunnen bepalen welke ondersteuning nodig en passend is. De aanvraag die nu voorligt is daar het resultaat van. Daaruit blijkt dat de ondersteuningsbehoefte van de school zowel preventie als zorg betreft. Aanvullend op het bestaande schoolmaatschappelijk werk (5 uur per week). En aanvullend op de rol van de brugfunctionaris (PO). Waar de brugfunctionaris zich primair richt op het verbeteren van de samenwerking tussen school en ouders – met een focus op het versterken van ouderbetrokkenheid en het overbruggen van drempels naar hulpverlening – ligt de nadruk bij deze inzet op de dagelijkse presentie in de klas en het vroegtijdig signaleren van gedrag en sociaalemotionele problematiek bij kinderen. Het schoolmaatschappelijk werk is doorgaans meer casusgericht en wordt veelal ingezet bij al zichtbare problematiek.

De aanvullende inzet via deze pilot biedt juist laagdrempelige ondersteuning in een eerder stadium, dicht bij het kind, in samenwerking met ouders en leerkrachten. Door duidelijke afstemming en samenwerking binnen de ondersteuningsstructuur van de school neemt ieder zijn eigen rol in, waardoor overlap wordt voorkomen en de ondersteuning elkaar versterkt. Vandaar ook de vraag voor bekostiging van een preventiemedewerker (Impuls) en zorgmedewerker (jeugdhulpaanbieder). Deze medewerkers zullen deel gaan uitmaken van een multifunctioneel ondersteuningsteam. Dit bevordert de samenwerking tussen school, welzijn, preventie en zorg. Waarmee kennis duurzaam wordt overgedragen en de ondersteuningsstructuur op school wordt verbeterd. Daarnaast nog 4 themagerichte bijeenkomsten van 3 uren te organiseren voor ouders en leerkrachten. Beoordeling rekening houdend met eerder beschreven context en bijzondere omstandigheden: •

Met de extra ondersteuning en zorg zoals omschreven in de aanvraag loopt de school al vooruit op de ontwikkelingen in het kader van passend/inclusief onderwijs en de hervorming van de jeugdzorg (meer kinderen kunnen terecht bij voorzieningen aan de voorkant in plaats van specialistische jeugdhulp)

Beoordeling aan de hand van het richtinggevend afwegingskader: • • • • • •

Gesprekken met de school hebben de ondersteuningsbehoefte voldoende aangetoond Het subsidieverzoek is voldoende onderbouwd Er is sprake van een preventieve focus De gevraagd extra ondersteuning en zorg is aanvullend op bestaande voorzieningen Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen uitgangspunten Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen afwegingscriteria

Daarom het voorstel om akkoord te gaan met de aanvraag van de basisschool De Steltloper. 3.

Het Martin Buber

8

Het Martin Buber (HMB) bestaat pas 1 jaar. De school is begrijpelijkerwijs in ontwikkeling. En heeft naast de hiervoor beschreven (maatschappelijke) omstandigheden ook nog te maken met de uitdagingen van een nieuwe school en een nieuw team. Sinds de start van de school ervaart het team dat de leerlingen veel extra aandacht en ondersteuning nodig hebben. Op individueel- en groepsniveau en vanwege problematieken die spelen binnen het sociaal netwerk (thuis- en omgeving) van het kind. Het gaat over zaken van uiteenlopende aard (sociale vaardigheden, gedrag, sociaal-emotioneel, GGZ-problematiek, dyslexie, trauma, gameverslaving en hoogbegaafdheid). De school vraagt in verband hiermee om een “jeugd-expert” ter versterking van hun eigen basisondersteuning (docenten/coaches, stamgroepcoach, kernteam (met ondersteuner) en schoolmaatschappelijk werk. Dit is aanvullend op het schoolmaatschappelijk werk van 10 uur per week. Medewerkers van Impuls en ons team jeugdhulp is gevraagd om hier nadere betekenis aan te geven. Hetgeen op school wordt gezien is herkenbaar en niet uitzonderlijk. Andere scholen hebben hier ook mee te maken. Wellicht is het wel zo, dat HMB met zijn specifieke inrichting van het onderwijs ervoor zorgt dat dergelijke problemen eerder en meer opvallen en worden gesignaleerd.

De ondersteuningsstructuur van het HMB (zoals die volgens de Wet Passend Onderwijs op iedere school vorm moet worden gegeven) moet nog verder worden opgebouwd. Om zo goed mogelijk om te kunnen gaan met leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte en de weg weten te vinden naar voorliggende voorzieningen en eventueel jeugdhulp. Het afgelopen schooljaar heeft HMB ons regelmatig benaderd voor ondersteuning en zorg voor kinderen van de school. Waaruit is gebleken dat hulp nodig is. In verband hiermee is/wordt HMB al extra ondersteund: • • • •

het maatschappelijk werk op school is/wordt uitgebreid naar 10 uren per week een consulent van ons team jeugdhulp is wekelijks 35 minuten beschikbaar voor informatie en advies men kan bij onze gedragswetenschappers terecht met vragen en dergelijke daarnaast nog incidentele extra hulp en ondersteuning voor specifieke interventies op school (Rots en Water en Sonestra gericht op sociaal-emotionele ontwikkeling en weerbaarheid en sexting)

De signalen vragen niettemin om een meerledige en samenhangende aanpak die niet alleen reactief maar ook preventief en ontwikkelingsgericht is. Zoals hiervoor ook al is vermeld bij de doelstelling van ondersteuning en zorg op school (preventie, zorg, bouwen aan de ondersteuningsstructuur en zoveel mogelijk gebruik maken van de voorzieningen aan de voorkant). En min of meer overeenkomstig de aanpak zoals die voor De Steltloper is bedacht. Een aanpak die ook aansluit op de aanvraag van HMB. Met dien verstande dat een onderscheid wordt gemaakt tussen een preventie- en een zorgmedewerker (beiden 40 weken van 15 uren). En 4 te organiseren themabijeenkomsten voor personeel en ouders. Dit is besproken met HMB en de school kan zich hierin vinden. Maar moet wel nog verder inhoudelijk en financieel worden uitgewerkt. Beoordeling rekening houdend met eerder beschreven context en bijzondere omstandigheden: •

Met de extra ondersteuning en zorg zoals wij die voor ogen hebben (preventie, zorg, bouwen aan de ondersteuningsstructuur en zoveel mogelijk gebruik maken van de voorzieningen aan de voorkant) loopt de school al vooruit op de ontwikkelingen in het kader van passend/inclusief onderwijs en de hervorming van de jeugdzorg (meer kinderen kunnen terecht bij voorzieningen aan de voorkant in plaats van specialistische jeugdhulp). Dit ligt ook 9

in het verlengde van de ambitie van HMB om leerlingen daar waar nodig zoveel mogelijk op school te ondersteunen om schooluitval of verwijzing te voorkomen Beoordeling aan de hand van het richtinggevend afwegingskader: • • • • • •

Gesprekken met de school hebben de ondersteuningsbehoefte voldoende aangetoond Het subsidieverzoek is voldoende onderbouwd. Wat niet wegneemt dat in reactie hierop een andere aanpak is voorgesteld Er is sprake van een preventieve en op de ontwikkeling van het schoolteam gerichte focus als wordt gekozen voor de meerledige aanpak De gevraagd extra ondersteuning en zorg is aanvullend op bestaande voorzieningen Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen uitgangspunten Er wordt voldaan aan de in het kader opgenomen afwegingscriteria

Daarom het voorstel om positief te besluiten in reactie op de aanvraag van HMB. En nader te overleggen over de invulling van extra ondersteuning en zorg op school naar analogie van de aanpak De Steltloper. Daarbij nadrukkelijk aantekenend, dat wordt verwacht dat HMB ook zelf stevig blijft investeren in de eigen ondersteuningsstructuur.

Kanttekeningen Financiën. De inzet vraagt om een forse investering, terwijl de financiële opbrengsten aan de achterkant – met name in termen van voorkomen of verkorten van jeugdhulptrajecten – pas op middellange tot lange termijn zichtbaar zullen zijn. Het effect van vroeg signalering en preventieve ondersteuning laat zich niet direct vertalen in directe kostenbesparing, maar uit zich geleidelijk in minder doorverwijzingen naar gespecialiseerde zorg, minder schooluitval, andere groepsdynamiek in de klas en een afname van multi-problematiek binnen gezinnen. De baten zijn niet alleen financieel van aard, maar ook maatschappelijk en sociaal: kinderen met hulpvragen worden eerder en beter ondersteund op de scholen, kunnen zich daardoor beter ontwikkelen, hebben een passende plek op school en vallen daardoor minder uit. Zodat ze eindelijk zelfstandig als volwassenen kansrijk kunnen meedoen en van betekenis kunnen zijn voor de samenleving. Ouders worden eerder en effectiever ondersteund en leerkrachten ervaren minder handelingsverlegenheid en werkdruk. Dit alles vertaalt zich op de lange termijn toch ook weer in financieel rendement. De voorgestelde pilots op de drie scholen vragen om op basis van vertrouwen en een lange termijnvisie te investeren, terwijl de opbrengsten op de korte termijn niet direct in cijfers terug te zien zullen zijn.

De inzet is op dit moment nog tijdelijk en afhankelijk van incidentele middelen. Dit betekent dat continuïteit op langere termijn niet gegarandeerd is. Om te kunnen spreken van een duurzame aanpak is structurele financiering noodzakelijk, evenals integratie van deze ondersteuning binnen de reguliere onderwijs- en zorgstructuren. Dit vraagt om nadere besluitvorming, niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook in regionaal verband (zie punt 4 onder context en bijzondere omstandigheden). Personele consequenties De uitvoering van deze aanpak staat of valt met de kwaliteit van de zorgprofessionals die laagdrempelig, outreachend, systemisch en zeker ook passend bij de hervorming van de jeugdzorg (normaliseren) kunnen werken binnen de schoolcontext. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het echter niet vanzelfsprekend dat dergelijke professionals (direct) beschikbaar zijn, laat staan voor langdurige inzet op vaste scholen. Dit vraagt van betrokken partners – zoals Impuls, de scholen, aanbieders van jeugdhulp en de gemeente – om tijdig samen te werken aan personele planning, scholing en behoud van gekwalificeerd personeel. Daarnaast is het belangrijk om te investeren in 10

het opbouwen van duurzame relaties tussen zorgprofessionals, schoolteams en ouders, wat alleen lukt bij voldoende stabiliteit in bezetting. Een structurele voorziening biedt in dit opzicht meer zekerheid dan projectmatige inzet. Verwachtingen Er zullen zeker meer Kerkraadse scholen zijn die behoefte hebben aan extra ondersteuning en zorg. Gezien het nog te ontwikkelen (regionaal) beleid (zie punt 4 onder context en bijzondere omstandigheden) en de te verwachten financiële consequenties wordt voorgesteld om medewerking te verlenen aan de verzoeken van de basisscholen De Diabolo en De Steltloper en Het Martin Buber in de vorm van pilots. De evaluaties van deze ondersteuning moeten uitwijzen of deze werkwijze ook succesvol is. Voor het schooljaar 2025-2026 zullen de andere basisscholen en het voorgezet onderwijs in Kerkrade van het huidige reguliere zorgondersteuningsaanbod gebruik moeten maken. Met de Kerkraadse scholen en hun besturen zal hierover het gesprek worden gevoerd. HMB en de leerlingen van andere gemeenten De Parkstadgemeenten hebben afspraken gemaakt over het maatschappelijk werk op hun scholen voor voortgezet onderwijs. Dit schoolmaatschappelijk werk is ook een vorm van extra ondersteuning voor de scholen (en kan ook worden gezien als een schoolarrangement).

Kort gezegd houden de regionale afspraken in dat het maatschappelijk werk op de scholen wordt uitgevoerd door de welzijnsorganisatie van de gemeente waar de school is gevestigd. 2 De desbetreffende welzijnsorganisatie verzorgt het schoolmaatschappelijk werk voor alle leerlingen op de desbetreffende school. Dus ook voor de leerlingen van andere gemeenten. De gemeenten verrekenen de kosten hiervan onderling op basis van een overeengekomen norm schoolmaatschappelijk werk en verdeelsleutel op basis van aantal leerlingen. De extra ondersteuning en zorg die nu voor HMB wordt voorgesteld valt vooralsnog niet onder deze afspraken. Dus alle kosten komen voor rekening van de gemeente Kerkrade. Inrichting periodiek casusoverleg tussen onderwijs-gemeente Momenteel worden hierover door ons team jeugdhulp nieuwe afspraken gemaakt met de scholen. Dit betreft structurele aanwezigheid (bepaald aantal uren per week/2 weken/maand op alle scholen voor multidisciplinair overleg op school over ondersteuning en zorg voor leerlingen op school en/of thuis en hun ouders (het zogenaamde knooppuntenoverleg). Dit is aanvullend op de voorgestelde pilots.

Financiën De Diabolo De Steltloper

Het Martin Buber

1 zorgmedewerker 1 preventiemedewerker 1 zorgmedewerker 4 themabijeenkomsten Totaal 1 preventiemedewerker 1 zorgmedewerker 4 themabijeenkomsten Totaal

40 weken van 20 uur 40 weken van 15 uur 40 weken van 15 uur

40 weken van 15 uur 40 weken van 15 uur

Subtotaal Onvoorzien3 Totaal

€ 81.480 € 55.638 € 61.110 € 4.670 € 121.418 € 55.638 € 61.110 € 4.670 € 121.418 € 324.316 € 10.684 € 335.000

Voorbeeld: In Kerkrade is dat Impuls voor de 2 scholen voor voortgezet onderwijs. 2

3

In verband voorlopige ramingen

11

Voor de kosten van de inzet in het basisonderwijs kan voor schooljaar 2025/2026 gebruik worden gemaakt van het budget voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Dit budget mag alleen ingezet worden voor het verbeteren van de ontwikkelkansen van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar (als voorwaarde verbonden aan de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid). In ons budget onderwijsachterstandenbeleid is hiervoor nog voldoende financiële ruimte: ruim € 1.000.000, -- te besteden t/m 31.12.2026). De inzet in het voortgezet onderwijs zal ten laste van het budget “Jeugdhulp Voorliggend Veld” worden gebracht. Deze begrotingspost maakt deel uit van het algehele budget voor jeugdhulp € 30.432.400, --. Rekening houdend met de huidige prognose uitgaven jeugdhulp kan de extra ondersteuning op HMB worden betaald vanuit dit algehele jeugdhulpbudget. Daarbij gaan we er ook nog vanuit dat met deze extra inzet specialistische jeugdhulp wordt voorkomen.

Communicatie Door middel van beschikkingen gericht aan de scholen.

Burgerparticipatie Informeren

Uitvoering Door Impuls, nog nader te bepalen jeugdhulpaanbieder(s) en onderwijs.

Evaluatie Voor pilots als deze is het belangrijk om de evaluatie zowel kwalitatief als kwantitatief vorm te geven. De uitvoering van de pilots wordt gedurende het schooljaar dan ook gemonitord op meerdere niveaus zoals ook verwoord in de aanvraag van Bs Steltloper. Hierbij wordt gekeken naar zowel de feitelijke inzet van professionals als de ervaren opbrengsten voor leerlingen, ouders, leerkrachten en schoolleiding. Doel is om inzicht te krijgen in de effectiviteit, uitvoerbaarheid en borgingsmogelijkheden van de aanpak. De evaluatie bestaat uit een combinatie van: • Procesmonitoring, waarbij wordt gekeken naar de mate waarin de geplande inzet (uren, activiteiten) gerealiseerd is • Kwalitatieve evaluatie, waarbij ervaringen van betrokkenen centraal staan (interviews, observaties, ouderfeedback) • Effectevaluatie, waarin wordt gekeken naar zichtbare veranderingen in gedrag, sociaalemotioneel functioneren, ouderbetrokkenheid en schoolklimaat • Financiële verantwoording, inclusief vergelijking van de inzet met mogelijk vermeden zorgkosten of doorverwijzingen De evaluatie wordt periodiek besproken met het multidisciplinaire ondersteuningsteam van de school en gebruikt voor tussentijdse bijsturing. Daarnaast worden de uitkomsten vertaald naar aanbevelingen voor een eventuele structurele borging of opschaling van de aanpak.

Gezondheid en Vitaliteit

12

De inzet van extra zorg en ondersteuning in het onderwijs levert een directe bijdrage aan de gezondheid en vitaliteit van de jeugd. Door vroegtijdig signalen van emotionele ontregeling, stress of sociaal isolement op te vangen, wordt voorkomen dat problemen verergeren en uitmonden in langdurige psychische of fysieke klachten. Kinderen ontwikkelen een betere emotieregulatie, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden, wat hen weerbaarder maakt in hun dagelijks leven. Door de vertrouwde setting van school te benutten, wordt de drempel tot ondersteuning aanzienlijk verlaagd. Dit bevordert niet alleen het mentaal welbevinden, maar draagt ook bij aan een gezonde leefstijl, betere slaap, eetgedrag en concentratie. Bovendien worden gezinnen eerder bereikt met passende hulp, wat de algehele gezinsdynamiek en opvoedomgeving versterkt. In brede zin helpt deze aanpak om de basis te leggen voor een gezonde, veerkrachtige generatie.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=b8842e10-9eb7-4505-9785-1661e98ed189