25Tl033 nota van toelichting zienswijze Kredietbank jaarrekening 2024, de begrotingswijziging 2025 en meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 25Tl033
Kerkrade, 13 mei 2025
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 25Rb035
Onderwerp Jaarrekening 2024, begrotingswijziging 2025 en de meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028 voor de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg. Beslispunten I. II.
een positieve zienswijze af te geven op zowel de Ontwerpbegroting 2026 en Meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028, als op de Begrotingswijziging 2025; kennis te nemen van de jaarrekening 2024.
Inleiding Voor de uitvoering van gemeentelijke taken kan worden gekozen voor een publiekrechtelijke samenwerking, waarbij een zelfstandige organisatie wordt opgericht die voor verschillende samenwerkende gemeenten taken uitvoert. Deze publiekrechtelijke samenwerking is gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling. We noemen deze zelfstandige organisatie de GR (gemeenschappelijke regeling) of Verbonden Partij. Het gevolg van het overdragen van bevoegdheden naar een publiekrechtelijke samenwerking is dat een gemeentelijk bestuur meer op afstand staat en minder invloed kan uitoefenen dan bij taken in eigen beheer. Een van de sturingsinstrumenten voor de raad om grip te houden op de GR-en vormt de P&C-cyclus. De gemeenteraad dient inzicht te hebben in de financiën van een Verbonden Partij om daar controle op uit te kunnen oefenen. De Verbonden Partij is verplicht het volgende te doen: - De kadernota voor het eerstvolgende jaar moet ter kennisname vóór 15 april aan de raad toegezonden worden. In deze kadernota worden de beleidsmatige en financiële kaders geschetst. - De voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar moet eveneens vóór 15 april ter kennisname aan de raad toegezonden worden. In juli volgt de definitieve en vastgestelde jaarrekening. De jaarrekening van de samenwerking laat zien wat het afgelopen jaar in financieel en beleidsmatig opzicht aan de orde is geweest.
De raad kan hierop geen zienswijze indienen. - Het samenwerkingsverband moet een ontwerpbegroting aan de raden sturen, voordat deze wordt vastgesteld. De raad heeft hier de wettelijke mogelijkheid om vooraf wensen of bedenkingen kenbaar te maken door het indienen van een zienswijze. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid om de begroting goed te keuren. In de begroting wordt aangegeven welke activiteiten de Verbonden Partij in het volgende begrotingsjaar gaat uitvoeren en wat de bijdrage per gemeente is.
1
De begroting is daarmee voor de gemeenteraad een belangrijk document om kaders te stellen. Volgens de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen moet de ontwerpbegroting 12 weken, voordat de begroting aan het Algemeen Bestuur (hierna: AB) wordt aangeboden, aan de gemeenteraden worden toegezonden. Gedurende deze 12 weken kunnen de raden een zienswijze indienen bij het Dagelijks Bestuur (hierna: DB). Het DB reageert voor vaststelling door het AB schriftelijk én gemotiveerd op de ingediende zienswijzen door de raad. Het AB stelt vervolgens de begroting vast. De begroting moet binnen 2 weken na vaststelling, maar uiterlijk 15 september, door de Verbonden Partij aan Gedeputeerde Staten worden toegezonden. De uitvoering van de activiteiten is een verantwoordelijkheid van de Verbonden Partij. Hierop kan geen zienswijze worden ingediend. In deze nota van toelichting ligt de begroting van Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (GR KBL) voor. Ten eerste zullen de strategische ontwikkelingen geschetst worden, die volgens de gemeenschappelijke regeling van invloed zijn op de uitvoering van de kerntaken. Verder zijn voor de beoordeling door uw raad van belang de beleidsaanpassingen en nieuwe ontwikkelingen die een financiële impact hebben op de totale begroting.
Tevens betreft dit de financiële gevolgen van CAO-wijzigingen, indexeringen en beleidswijzigingen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Tot slot is van belang het Totaalbedrag van de Meerjaren ontwerpbegroting 2025 Jaarschijf 2026 en het Totaalbedrag van de begroting van de GR en de impact hiervan op onze gemeente. Onderstaand wordt dit nader toegelicht. Doelstelling De raad de gelegenheid te geven zijn zienswijze te geven op de Ontwerpbegroting 2026 als ook op de gewijzigde begroting 2025, zodat deze betrokken kan worden bij de definitieve besluitvorming door het AB van de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg op 3 juli 2025 Argumenten 1. Wettelijke taak schuldhulpverlening Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente. Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zijn gemeenten verplicht om een plan op te stellen dat richting geeft aan de schuldhulpverlening. Het plan dient de hoofdzaken te bevatten van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunne betalen. De wet verplicht gemeenten dus tot integrale schuldhulpverlening en preventie.
De gemeente Kerkrade ziet schuldhulpverlening als een verzamelnaam voor de aanpak met drie pijlers: • Preventie: voorkomen en tijdig signaleren van risicovolle en problematische schulden. • Stabilisatie: beheersbaar maken van financiële problemen door inkomsten en uitgaven in evenwicht te brengen en te houden (schuldenrust). • Schuldregelen: duurzaam oplossen van problematische schulden. 2. Strategische ontwikkelingen. Door middel van een herijking van de missie, strategie en kernwaarden van de eigen organisatie alsmede het moderniseren van de bekostigingssystematiek zorgt Kredietbank Limburg ervoor dat zij in staat is om ook de komende jaren tegemoet te komen aan veranderende vraagstukken en financiële uitdagingen binnen het eigen werkgebied. Dit vindt zijn uitwerking in de voorliggende meerjaren ontwerpbegroting.
2
De uitgangspunten zoals vastgelegd in de vastgestelde KBL kadernota 2025-2028 dienen als startpunt bij de totstandkoming van de voorliggende meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028. Kredietbank Limburg blijft werken aan een solide en transparante basis, waarin we inwoners perspectief bieden en financiële rust brengen. 3. De meest in het oog springende wijzigingen van de afgelopen periode zijn: • Verkorting MSNP en WSNP tot 18 maanden. • Periode van loonbeslag kan onder voorwaarden afgetrokken worden van de looptijd. • Introductie van het 0-voorstel in de MSNP. De effecten van al deze wijzigingen zijn nu nog niet goed zichtbaar. Pas over een aantal jaren zijn de effecten meetbaar en kan iets gezegd worden over hun impact op de langere termijn. Het uiteindelijke doel is uiteraard om zoveel mogelijk mensen zo vroeg mogelijk te vinden, ondersteunen en waar mogelijk schuldenvrij te maken en houden. Het welslagen hiervan is afhankelijk van een aantal factoren die slechts deels beïnvloedbaar zijn door Gemeenten of Kredietbank Limburg zelf. 4. In het kader van de bezuinigingsopgave heeft de GR KBL haar begroting aangescherpt op basis van een actuele doorrekening van tarieven en volumes. In lijn met de uitgangspunten uit de kadernota 2025 is er bovendien geen indexatie van tarieven doorgevoerd, wat neerkomt op een kostenreductie van circa 3%.
De personeels- en overige lasten zijn nauwkeurig geraamd, waarbij rekening is gehouden met de verwachte effecten van de CAO SGO. Daarnaast is besloten om af te zien van de structurele post voor onvoorziene kosten (indicatief jaarlijks €350.000) door te werken met een geactualiseerde risicoanalyse en een eenmalige aanvulling van het weerstandsvermogen. Tot slot is een nieuwe, toekomstbestendige bekostigingssystematiek geïntroduceerd, zoals bestuurlijk vastgesteld in februari 2025, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen bestaans- en verbruikskosten. In de nieuwe KBL-bekostigingsstructuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen KBL-bestaanslasten en variabele verbruikslasten. De KBLbestaanslasten worden conform besluit verdeeld over de vijf GR gemeenten door middel van een vastgestelde verdeelsleutel systematiek, waarbij wordt gekeken naar de problematische schuldenindex (CBS) en de gerealiseerde omzetten van de voorgaande drie kalenderjaren. De variabele verbruikslasten worden op basis van een P x Q methodiek afgerekend middels een vooraf bepaald variabel uurtarief. Op basis van de voorgaande gegevens kan er voor de vijf GR gemeenten een overzicht worden gepresenteerd qua de te verwachten (deels indicatieve) te facturen bedragen vanuit KBL-zijde aangaande de periode 2026-2028.
Als referentiepunt de resultaten qua indicatieve facturatie 2025 aan de GR-gemeenten vanuit de begrotingswijziging 2025: GRgemeente
Bestaanslasten Verbruikslasten %aandeel 2025 2025 (verdeelsleutel '25)
Totaal 2025
%aandeel
Resultaat '24 BTW teruggav beoogde afdracht
indicatief
Brunssum Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal GRgemeenten
€ € € € € €
244.803 1.018.623 319.157 1.620.885 1.738.309 4.941.778
5,0% € 20,6% € 6,5% € 32,8% € 35,2% € 100% €
213.959 € 868.618 € 290.871 € 1.480.715 € 1.752.137 € 4.606.300 €
458.762 1.887.241 610.028 3.101.600 3.490.447 9.548.079
4,8% 19,8% 6,4% 32,5% 36,6% 100%
€ € € € € €
51.579 € 117.781 € 72.302 € 314.169 € 153.038 € 708.869 €
In de periode 2025/2026 wordt er conform bestuursbesluit gebruik gemaakt van een ingroeimodel met betrekking tot de verdeling van de bestaanslasten. Vanaf 2027 wordt de CBS-index problematische schulden en de omzet van de afgelopen 3 jaren beiden voor 50% genomen als grondslag ter verdeling van de KBL-bestaanslasten. 3
65.191 -5.330 58.671 179.265 564.249 862.046
Kanttekeningen Landelijk worden gemeenten de komende periode geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds waarbij het jaar 2026 een dieptepunt kent. Hierdoor worden gemeentelijke organisaties gedwongen om te zoeken naar noodzakelijke bezuinigingen. De gemeenschappelijke regelingen zijn in de afgelopen periode gevraagd om, gelet op de knellende financiële kaders, als ‘verlengd lokaal bestuur’ hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. Uw gemeenteraad heeft in de zienswijzebrieven ten aanzien van de ontwerpbegrotingen 2025 van alle gemeenschappelijke regelingen al een passage gewijd aan dit uitgangspunt. Financiën Jaarrekening 2024 De jaarrekening 2024 leidt tot een door de gemeente Kerkrade terug te ontvangen bedrag van €117.781 als gevolg van een positief resultaat. Dit positieve resultaat bestaat voor een aanzienlijk deel uit incidentele opbrengsten vanuit de projecten Kinderopvangtoeslag en Financiële Nood Wateroverlast Limburg. Daarnaast zijn er meer klanten geholpen dan begroot en is er gedurende 2024 strak gestuurd op beheersing van de KBL-lasten. Ook de effecten van de vastgestelde uittredingsregeling met gemeente Heerlen zijn verwerkt. Tot slot willen we niet onvermeld laten dat de gemeente Kerkrade in 2025 ook een bedrag van €91.104 terug ontvangt aan achtergestelde leningen.
Eerste begrotingswijziging 2025 De financiering van de KBL bestaat vanaf 2025 enerzijds uit een bijdrage aan de bestaanslasten van de GR en anderzijds uit de daadwerkelijke gemeentelijke verbruikslasten. De totale bijdrage van de gemeente Kerkrade bedraagt voor 2025 €1.887.241 conform de 1e begrotingswijziging 2025. Dit is een daling van €123.759 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025. Samengevat heeft de eerste begrotingswijziging 2025 GR KBL dus een positief begrotingsresultaat van €123.759. Ontwerpbegroting 2026 en meerjaren ontwerpbegroting 2026 – 2028 Binnen de ontwerpbegroting GR KBL 2026 bedraagt de totaalbijdrage van Gemeente Kerkrade €1.907.812. Dit is een daling van €215.188 ten opzichte van de begroting die voor jaarschijf 2026 was opgesteld in de meerjaren ontwerpbegroting 2025. Samengevat hebben de eerste begrotingswijziging 2025, ontwerpbegroting 2026 en de meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028 voor Kerkrade de volgende financiële consequenties: 2025 Totaal begroting GR KBL, 1.887.241 aandeel gemeente Kerkrade Begroting gemeente Kerkrade 2.085.700 t.b.v. GR KBL Verschil 198.459
2026 1.907.812
2027 1.982.207
2028 2.059.814
2.175.100
2.170.500
2.170.500
267.288
188.293
110.686
De meerjaren ontwerpbegroting van de KBL verwacht een jaarlijkse toename in de totaalbijdrage voor Gemeente Kerkrade. Deze toename komt enerzijds voort uit een stijging in de verwachte verbruikslasten per jaar. Anderzijds is de jaarlijkse toename toe te kennen aan alsmaar toenemende bestaanslasten van de GR. Desondanks lijkt er voor de periode 2026-2028 jaarlijks een klein begrotingsvoordeel te ontstaan wanneer de meerjaren ontwerpbegroting van de KBL wordt vergeleken met de interne begroting van de gemeente Kerkrade.
4
Communicatie In een gezamenlijke commissievergadering worden de financiële gevolgen van de begrotingen van de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen inzichtelijk gemaakt. Uitvoering De concept jaarstukken en meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028 zijn in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 11 april 2025 behandeld. De aanbiedingsbrief is ontvangen op 17 april 2025. De wettelijke termijn die hieruit voortvloeit is 3 juli 2025. De jaarrekening 2024 is ter kennisname. De vaststelling van de meerjaren ontwerpbegroting 2026-2028 door het AB vindt plaats op 3 juli 2025. Gezondheid en Vitaliteit Problematische schulden vormen een obstakel voor burgers om volwaardig deel te nemen aan onze samenleving. Vaak leiden deze schulden tot moeilijkheden binnen het gezin en hun interacties met de bredere gemeenschap. Ze kunnen ook het vinden en behouden van werk bemoeilijken en hebben een negatieve impact op gezondheid en welzijn. Dit alles benadrukt het belang voor onze gemeente om onze burgers met (dreigende) schulden zo vroeg mogelijk te bereiken en hen te ondersteunen op weg naar een toekomst zonder schulden. In relatie tot ons programma VIE wordt hier dan ook expliciet invulling aangegeven met de tegemoetkoming Sociaal Culturele Activiteiten en het beleidskader Armoede en Schulden gemeente Kerkrade.
Burgerparticipatie De begroting en de zienswijze van onze gemeente kunnen via de gemeentelijke kanalen door belanghebbenden worden ingezien. Dit is de participatietrede Informeren.
5