25Tl021 nota van toelichting zienswijze ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Omgevingsdienst Zuid-Limburg
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 25Tl021 25Tl021
Kerkrade, 26 maart 2025
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 25Rb023
Onderwerp Omgevingsdienst Zuid-Limburg Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 Beslispunten I. II.
een positieve zienswijze af te geven op zowel de Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029; kennis te nemen van de jaarrekening 2024.
Inleiding Voor de uitvoering van gemeentelijke taken kan worden gekozen voor een publiekrechtelijke samenwerking, waarbij een zelfstandige organisatie wordt opgericht die voor verschillende samenwerkende gemeenten taken uitvoert. Deze publiekrechtelijke samenwerking is gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling. We noemen deze zelfstandige organisatie de GR (gemeenschappelijke regeling) of Verbonden Partij. Het gevolg van het overdragen van bevoegdheden naar een publiekrechtelijke samenwerking is dat een gemeentelijk bestuur meer op afstand staat en minder invloed kan uitoefenen dan bij taken in eigen beheer. Een van de sturingsinstrumenten voor de raad om grip te houden op de GR-en vormt de P&C-cyclus. De gemeenteraad dient inzicht te hebben in de financiën van een Verbonden Partij om daar controle op uit te kunnen oefenen. De Verbonden Partij is verplicht het volgende te doen: - De kadernota voor het eerstvolgende jaar moet ter kennisname vóór 15 april aan de raad toegezonden worden. In deze kadernota worden de beleidsmatige en financiële kaders geschetst. - De voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar moet eveneens vóór 15 april ter kennisname aan de raad toegezonden worden. In juli volgt de definitieve en vastgestelde jaarrekening. De jaarrekening van de samenwerking laat zien wat het afgelopen jaar in financieel en beleidsmatig opzicht aan de orde is geweest.
De raad kan hierop geen zienswijze indienen. - Het samenwerkingsverband moet een ontwerpbegroting aan de raden sturen, voordat deze wordt vastgesteld. De raad heeft hier de wettelijke mogelijkheid om vooraf wensen of bedenkingen kenbaar te maken door het indienen van een zienswijze. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid om de begroting goed te keuren. In de begroting wordt aangegeven welke activiteiten de Verbonden Partij in het volgende begrotingsjaar gaat uitvoeren en wat de bijdrage per gemeente is. De begroting is daarmee voor de gemeenteraad een belangrijk document om kaders te stellen. Volgens de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen moet de ontwerpbegroting 12 weken, voordat de begroting aan het Algemeen Bestuur (hierna: AB) wordt aangeboden, aan de gemeenteraden worden toegezonden. Gedurende deze 12 weken kunnen de raden een zienswijze indienen bij het Dagelijks Bestuur (hierna: DB). Het DB reageert voor vaststelling door het AB schriftelijk én gemotiveerd op de ingediende zienswijzen door de raad. Het AB stelt vervolgens de begroting vast. De begroting moet binnen 2 weken na vaststelling, maar 1
uiterlijk 15 september, door de Verbonden Partij aan Gedeputeerde Staten worden toegezonden. De uitvoering van de activiteiten is een verantwoordelijkheid van de Verbonden Partij. Hierop kan geen zienswijze worden ingediend.
In deze nota van toelichting ligt de begroting van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg voor. Ten eerste zullen de strategische ontwikkelingen geschetst worden, die volgens de gemeenschappelijke regeling van invloed zijn op de uitvoering van de kerntaken. Verder zijn voor de beoordeling door uw raad van belang de beleidsaanpassingen en nieuwe ontwikkelingen die een financiële impact hebben op de totale begroting. Tevens betreft dit de financiële gevolgen van CAO-wijzigingen, indexeringen en beleidswijzigingen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Tot slot is van belang het Totaalbedrag van de Meerjarenraming 2025 Jaarschijf 2026 en het Totaalbedrag van de begroting van de GR en de impact hiervan op onze gemeente. Onderstaand wordt dit nader toegelicht. Doelstelling De raad de gelegenheid te geven zijn zienswijze te geven op de Ontwerpbegroting, zodat deze betrokken kan worden bij de definitieve besluitvorming door het AB van de GR ODZL op 10 juni 2025. Argumenten De ontwikkelingen in 2026 bij de ODZL staan in het licht van de door het Rijk opgestelde “robuustheidscriteria” waaraan landelijk alle Omgevinsgdiensten moeten voldoen. Deze criteria zien zowel op een aantal inhoudelijke “prestatie-eisen” als ook financiële vereisten. De vertaling van deze criteria vormt de basis voor de wijzigingen tussen de vastgestelde begroting 2025 en de conceptbegroting 2026.
De wijzigingen die hieruit voortkomen zijn niet door de ODZL beïnvloedbaar maar volgen uit landelijke regelgeving. Evenmin beïnvloedbaar zijn de gevolgen van de loonindexering. Verder zal tijdelijk en volledig vanuit het Rijk gesubsidieerd 3 fte ingezet worden voor het project “Maatwerk CO2” dat als doel heeft om bij Limburgse bedrijven met de grootste CO2 uitstoot te komen tot vermindering ervan. Tot slot neemt de omvang van de ontwerpbegroting af doordat eerder geraamde kosten voor de omzetting van het begrip “inrichting” naar “milieubelastende activiteiten” (gevolg van de Omgevingswet) in de praktijk lager uitvallen. De financiële wijzigingen in de begroting zijn per saldo gevolgen van loonindexering, landelijke robuustheidscriteria en een gesubsidieerde taak vanuit het Rijk. Voor uw raad gaat het hierbij niet om beleidsaanpassingen met ruimte om een zienswijze op af te geven. Kanttekeningen Landelijk worden gemeenten de komende periode geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds waarbij het jaar 2026 een dieptepunt kent. Hierdoor worden gemeentelijke organisaties gedwongen om te zoeken naar noodzakelijke bezuinigingen. De gemeenschappelijke regelingen zijn in de afgelopen periode gevraagd om, gelet op de knellende financiële kaders, als ‘verlengd lokaal bestuur’ hun verantwoordelijkheid hierin te nemen.
Uw gemeenteraad heeft in de zienswijzebrieven ten aanzien van de ontwerpbegrotingen 2025 van alle gemeenschappelijke regelingen al een passage gewijd aan dit uitgangspunt. Financiën Rekening 2024: Het rekeningresultaat 2024 van de ODZL sluit met een positiefresultaat van 1.757.775 euro. In de begroting 2024 bedroeg de primaire bijdrage van de gemeente Kerkrade aan de ODZL 311.756 euro. Bij de bevoorschotting van het 4e kwartaal van 2024 heeft de ODZL al geanticipeerd op het rekeningresultaat en is ca. 2
21.000 euro minder in rekening gebracht bij de gemeente Kerkrade. Dat bedrag is in de reserve reeds bestemde nog te besteden middelen gestort om schommelingen in de bijdrage aan de ODZL op te vangen. Het te ontvangen resultaat 2024 bedraagt voor Kerkrade 32.550 euro als het Algemeen Bestuur instemt het uitkeren van het overschot. De resterend te ontvangen 11.550 euro (32.550 minus 21.000 euro) zal na ontvangst eveneens in de genoemde reserve worden gestort. Begroting 2026: De ODZL heeft gekeken naar het verzoek om structureel een besparing van 5% te realiseren. Een structurele besparing verhoudt zich echter niet met de voor de ODZL verplichte (financiële) robuustheidscriteria. Wel heeft de ODZL 3 miljoen euro “vrijgespeeld” om gedurende 3 jaar een bijdrage te kunnen leveren aan het financiële verzoek. Zo zijn de voorschotnota’s van het laatste kwartaal 2024 al verlaagd geweest met 25%, hetgeen een positief resultaat heeft gehad op de gemeentelijke kosten in de Jaarschijf 2024.
3
Samengevat zien de wijzigingen tussen de Begroting 2025 en de ontwerpbegroting 2026 er als volgt uit:
Punt a komt voort uit Cao-afspraken; Punten b en e komen voort uit de Robuustheidscriteria; Punt c is tijdelijk en wordt volledig gedekt uit rijkssubsidie; Punt d zijn vrijvallende middelen door minderkosten; Het bovenstaande betekent voor Kerkrade in 2026 een toename van de begrootte kosten met 14.208 euro naar 434.383 euro ten opzichte van de begroting 2025. De teruggave over 2024 bedraagt 32.550 euro. In de raming voor de begroting Kerkrade 2026 is door de taakstelling een beschikbaar bedrag van 413.800 euro opgenomen. Dit leidt tot een tekort van 20.582 euro. Dit tekort kan worden gedekt uit de teruggave over 2024. Meerjarenraming 2027-2029 Financieel effect van wijzigingen (totaal GR). Samengevat hebben de begroting 2025 en de ontwerpbegroting 2026 e.v. voor Kerkrade de volgende financiële consequenties: (alle bedragen X 1000 euro)
2025
2026
2027
2028
2029
Begroting - Raming
20.700
22.044
22.448
23.241
24.063
Bijdrage Kerkrade
420.175
434.383
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b. (nog niet bekend), is afhankelijk van de aan de ODZL opgedragen taken.
Communicatie In een gezamenlijke commissievergadering worden de financiële gevolgen van de begrotingen van de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen inzichtelijk gemaakt. Uitvoering De begroting 2026 is in de vergadering van het Dagelijks Bestuur op 12 maart 2025 behandeld. De aanbiedingsbrief is ontvangen op 14 maart 2025. De wettelijke termijn die hieruit voortvloeit is 6 juni 2025. De jaarrekening 2024 is ter kennisname. De vaststelling van de Ontwerpbegroting 2025 door het AB vindt plaats op 2 juli 2025. Burgerparticipatie 4
De begroting en de zienswijze van onze gemeente kunnen via de gemeentelijke kanalen door belanghebbenden worden ingezien. Dit is de participatietrede Informeren.
5