CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

[25it00420] besluitenlijst raad 12 februari 2025

Gemeenteraad 26 maart 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Goedkeuring besluitenlijst 12 februari 20254.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ļ Agendapunt nr.:

Besluitenlijst

van de openbare raadsvergadering, gehouden op woensdag 12 februari 2025 om 19.00 uur Nr. 25it00420

Aanwezige raadsleden: M.H.A. Charlier, R.F.A.C. Creusen, J.P.J. Essers, A.M.J.N. Fischer-Otten, S.FI.G. Gorissen, A. Gramsma, G.M.A. Haas, M.A.G.H. Hermans, R.T.A.L. Hoofs, L.A. Jongen, N. Krasovec, M.A.K.J. Laumann, M. Meijer, J.P.J. Noël, B.H.J.J. Oerlemans, A.R.J. Often, N. Paul-Ubachs, D.H.M. Pouwels, J.P.J. Ritterbeeks, J. Rozema, L.H.J.F. Schlenter, J.A. Schneider, J.A. Severins, A.J.C. SnijdersMahr, M.M.K. Struver, C.J.A. Szalata-Thomas, R.L.K. Vinken, H. Vleugels, J.M. Wetzels en A.C. Wevers Afwezige raadsleden:

-

Voorzitter:

dr. T.P. Dassen-Housen

Griffier:

mw. D. Broeders - Van Duinen

College:

wethouder Roland en wethouder Geers

Van deze vergadering is een video-opname beschikbaar via: Agenda Kerkrade - Gemeenteraad woensdag 12 februari 2025 19:00 - 22:00 - iBabs Publieksportaal

1

Opening

De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur. De voorzitter neemt de presentie op. Er zijn geen afmeldingen.

2

Vaststellen agenda

Besluit: De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Raadslid Wevers verzoekt alle documenten I vragen toe te voegen aan raadsvergadering. De voorzitter leidt deze vraag door naar de griffie. Het lootje voor de spreekvolgorde is nummer 9 behorend bij de heer Ritterbeeks. De spreekvolgorde begint bij de fractie van Burgerbelangen

3

Goedkeuring besluitenlijst raadsvergadering 11 december 2024

Besluit: De besluitenlijst van 11 december 2024 wordt ongewijzigd vastgesteld.

1

4

Ingekomen stukken

Besluit: de ingekomen stukken worden conform voorstel afdoening vastgesteld. Namens de SP heeft raadslid Wevers heeft enkele vragen naar aanleiding van de ingekomen stukken. Naar aanleiding van het schrijven van Stichting het vergeten kind vraagt de SP of men als raad hierover een standpunt in wil nemen. De voorzitter geeft aan dat partijen dit buiten de vergadering om aan de SP kunnen doorgeven. Naar aanleiding van het ingekomen stuk in de onveilige situatie in de Lupinehof vraagt de SP of de overige raadsleden zich ervan bewust zijn dat de gemeente verantwoordelijk is voor de veiligheid. De SP, CDA en de PvdA vragen of de veiligheid op de Lupinehof geborgd is nu het besluit van de raad is opgeschoven. Deze vraag wordt doorgeleid naar het college. 5

Akkoordstukken

5.1

Ontwerpbesluit vaststelling Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg

Stemverklaring: Raadsbesluit: I.

De Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg vast te stellen.

Uitslag: aangenomen zonder stemming

5.2

Ontwerpbesluit tussentijdse wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015

Stemverklaring SP: De wet op de jeugdzorg is wat de SP betreft een ramp Wet en ons artikel tien, waarin gepoogd wordt het begrip eigen kracht te definiëren, maakt van die wet een nog grotere ramp. Definities zijn er om dingen uit te sluiten en in te sluiten. Met artikel tien denken we ten onrechte gedefinieerd te hebben wat eigen kracht is en wat niet. De tekst rammelt wat ons betreft aan alle kanten en het is tevens een stiekeme bezuiniging waar de meest kwetsbaren de dupe van worden onze kinderen. Met dit artikel in de hand zeggen we tegen ouders zoek het even lekker zelf uit, wij vinden u krachtig genoeg hoor! En als je dan vindt dat je ten onrechte geen hulp krijgt. Dan moet je wel krachtig genoeg zijn om de rechter te overtuigen dat je geen eigen kracht hebt. Kan het nog idioter? De SP is faliekant tegen de toevoeging van artikel tien en we hopen dat de rest van de raad ook voor juni, als we weer met een nieuwe verordening komen, tot het inzicht komt dat we hiermee met de ene hand kapot maken wat we met de andere hand proberen te helen. Amendement fractie SP Constaterende: »

dat het rijk tot op heden geen inkomenstoets mag toepassen binnen de WMO en de Jeugdhulp om te bepalen in hoeverre er sprake is van (financiële) eigen kracht.

»

er door de tegenstrijdige uitspraken van het CrvB een situatie is ontstaan dat er nog steeds niet gekeken mag worden naar het inkomen van de ouders, maar van ouders wel gevraagd mag worden om bijvoorbeeld minder te werken zolang ze

2

daarmee niet in de 'financiële problemen' komen. »

Het begrip 'financiële problemen' te vaag is om te bepalen of ouders al dan niet minder kunnen gaan werken om de boven-gebruikelijke zorg voor hun kind zelf op zich te nemen.

»

Als er van ouders verwacht mag worden om minder te werken voor de bovengebruikelijke zorg voor hun kind, dit er vaker toe zal leiden dat het de vrouwen zullen zijn die minder gaan werken. Dit is een onwenselijke situatie voor de emancipatie van vrouwen c.q. moeders die er juist baat bij hebben zich op de arbeidsmarkt te begeven.

Kennis te hebben genomen van: de nota van toelichting, nr. 24TI046 , behorende bij dit besluit; de instemming van de Adviesraad Maatschappelijke Ontwikkeling Kerkraded.d. 05.12.2024. de beraadslagingen in de Commissie burgers en samenleving, d.d. 28 januari 2025 gemeentelijk/regionaal beleidskader: Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015 wetsartikel: 2.9 Jeugdwet Gelet op: »

het feit dat we in Kerkrade te maken hebben met structurele achterstanden binnen de verschillende leefgebieden die vooral kinderen en jongeren raken.

*

we miljoenen in het VIE project hebben geïnvesteerd met het doel die achterstanden weg te werken.

»

we als raad hebben vastgesteld dat preventie essentieel is om die achterstanden te overwinnen, zeker als het gaat om jeugdigen.

»

we in Kerkrade sinds 2015 uitgaan van de basisnorm: Geen kind tussen wal en schip.

*

de passages over financiële draagkracht niet uitsluit dat het mogelijk is om ouders te vragen minder te gaan werken om de boven-gebruikelijke zorg voor hun kind op zich te nemen.

»

dat een beroep op de financiële draagkracht van ouders ertoe kan leiden dat ouders niet zullen investeren in de zorg voor hun kind, waarmee het kind letterlijk het kind van de rekening wordt.

»

er in juni 2025 een nieuwe verordening komt n.a.v. mogelijk gewijzigde wetgeving of afspraken met de regiopartners en er derhalve tijd genoeg is om het concept 'eigen kracht' beter uit te werken, zodat dit niet leidt tot onnodige uitsluiting van hulp en zorg die het kind nodig heeft.

Besluit: tot aan het moment van vaststelling van de nieuwe verordening jeugdhulp in het voorjaar 2025 alle passages in de verordening jeugdhulp 2025 te schrappen waarin verwezen wordt of gerefereerd wordt aan de financiële situatie van ouders. Specifiek de volgende passages in rood: Art. 10 Lid 1 b. Boven-gebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de boven-gebruikelijke hulp geen financiële problemen in het-geam ontstaan

3

Uitslag amendement: Voor: 2 (SP) Tegen: 27 (BB, OK, PvdA, LA, CDA, VVD, HvV, OPK) Het amendement is verworpen. Raadsbesluit: I.

De Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015 als volgt te wijzigen: Onder vernummering van de artikelen 10 t/m 20 tot 11 t/m 21 wordt na artikel 9 het volgende artikel 10 ingevoegd: Artikel 10. Eigen kracht. 1. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. Gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders; b. Bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan; c. De ondersteuning vanuit het sociale netwerk; d. Het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over.

Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a. De leeftijd van de jeugdige; b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; d. De mate van planbaarheid van de hulp; e. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige; f. De meest actuele versies van de ClZ-indicatiewijzer en de beleidsregels indicatiestelling Wlz. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5.

Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke

4

6.

7.

8.

hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar; b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: a. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit v van de jeugdige; b. De mate van planbaarheid van de hulp; c. Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders; d. De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige; e.

Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond); f. Of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden; g. Welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; h. Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; i. De woonsituatie; j. De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet); k. Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; l. Overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: a. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige; b.

Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen; c. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen;

5

d.

9.

10.

II.

Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht; e. Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten; f. Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.

Dit besluit treedt in werking op de Ie dag na bekendmaking.

Uitslag: aangenomen zonder stemming, waarbij de SP wordt geacht te hebben tegengestemd.

6

Bespreekstukken

6.1

Ontwerpbesluit initiatiefvoorstel referendumverordening

De raad bespreekt het ontwerpbesluit in één termijn. Wethouder Roland is namens het college aanwezig bij de behandeling. Stemverklaring:Amendement Lokaal Alternatief Constaterende dat: »

De VNG een modelverordening referendum heeft opgesteld die als basis kan dienen voor gemeentelijke referenda;

»

De VNG de ervaringen met referenda zowel landelijk als regionaal heeft meegenomen in de totstandkoming van modelverordening.

»

De VNG om tot een bruikbare modelverordening te komen een klankbord heeft ingesteld bestaande uit wetenschappers en leden van de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers.

Overwegende dat: »

Het wenselijk is om de modelverordening referendum van de VNG te volgen om een

»

uniforme en transparante procedure te waarborgen; De richtlijn van de VNG is om voor de hoogte van het inleidend verzoek een percentage van 10A van het aantal kiesgerechtigden te hanteren

*

De richtlijn van de VNG is om voor het definitieve verzoek een percentage van 5^. te hanteren.

6

Het aantal kiesgerechtigden geen statisch getal is en het opnemen van een percentage in tegenstelling tot absolute aantallen een beter afspiegeling geeft. Besluit: *

Artikel 5, lid 1: "1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 250 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de

dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt" te wijzigen in: 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door een aantal ondersteuningsverklaringen, bedoeld in het vierde lid, van personen die kiesgerechtigd zijn dat uitkomt op minimaal 196 van het actuele aantal kiesgerechtigden ten tijde van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. » Artikel 6, lid 1: "1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 1500 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd." te wijzigen in: 1.

Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door een aantal ondersteuningsverklaringen, bedoeld in het vierde lid, van personen die kiesgerechtigd zijn dat uitkomt op minimaal 596 van het actuele aantal kiesgerechtigden ten tijde van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen.

Uitslag amendement: Voor: 23 (BB, OK, LA, CDA, HvV OPK) Tegen: 6 (PvdA(3), SP (2), VVD(l)) Het amendement is aangenomen. Raadsbesluit: I.

De Referendumverordening gemeente Kerkrade 2025 vast te stellen.

Uitslag: Voor: 23 (BB, OK, LA, CDA, HvV OPK) Tegen: 6 (PvdA(3), SP (2), VVD(l))

6.2

Ontwerpbesluit Rekenkamerrapport burgerparticipatie

De raad bespreekt het ontwerpbesluit in één termijn. Wethouder Roland is namens het college aanwezig bij de behandeling. Toezegging 2: wethouder Roland erkent de belangen van transparantie en structurele burgerparticipatie en zegt de raad toe dat vanaf maart 2025 bij elk ontwerpbesluit expliciet wordt gemotiveerd waarom burgerparticipatie wel of niet wordt toegepast inclusief de overwegingen en alternatieven. Daarnaast dat alle lopende en afgeronde participatietrajecten op een toegankelijke manier inzichtelijk worden gemaakt voor zowel inwoners als de gemeenteraad. De werking van deze aanpak wordt in maart 2026 geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Stemverklaring:-

7

Amendement fractie Lokaal Alternatief Constaterende dat: »

Burgerparticipatie een belangrijk middel is om de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming te vergroten;

«

transparantie en communicatie over gemeentelijke besluiten bijdragen aan het vertrouwen van inwoners in de lokale overheid;

»

in het rapport van de Rekenkamer geconcludeerd wordt dat de gemeente Kerkrade, overigens net als de drie andere gemeenten die gesproken zijn, nog zoekende is naar een gestructureerde wijze van leren en verbeteren;

*

er verder is geconcludeerd dat de raad traject-specifieke informatie wil krijgen om een gevoel te krijgen bij de ervaringen, de inzet en de opbrengsten. Vooral in de vorm van mondelinge en kwalitatieve toelichtingen en niet in abstracte of cijfermatige rapportages. Concreet wil de raad inzicht hebben in alle trajecten die lopen en van elk traject een kort verslag ontvangen wat is bereikt en hoe de opbrengsten zijn teruggekoppeld aan

»

de inwoners; het ook voor burgers op dit moment, bijvoorbeeld via de website van de gemeente, n niet duidelijk is welke (actuele) participatietrajecten er lopen en of er onderliggende informatie beschikbaar is zoals het te bespreken plan of de uitkomsten van een participatietraject.

Overwegende dat: »

aanbeveling 1 oproept tot: Geef terug aan bewoners watje met hun inbreng doet en wees duidelijk hoe het proces van participatie er uit ziet en schep daarmee de juiste verwachtingen. (aanbeveling voor het college);

»

aanbeveling 2 oproept tot: Verrijk de huidige leidraad en beslisboom burgerparticipatie met de uitkomsten van leerervaringen zodat een scherper afwegingskader ontstaat voor de inzet op tredes en van methoden (aanbeveling voor het college);

»

aanbeveling 3 oproept tot: Organiseer een gestructureerde leer- en verbetercyclus en rapporteer daarover aan de raad (aanbeveling voor het college);

»

bovenstaande aanbevelingen in de uitwerking gecombineerd kunnen worden in een transparant en inzichtelijk proces waarbij de uitnodiging tot participatie tot en met de terugkoppeling en afgeronde evaluatie van een traject te volgen zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de gemeentelijke website of een participatie-app.

Besluit: »

Om aan het ontwerpbesluit de volgende passage toe te voegen: II. het college opdracht te geven om de aanbevelingen op een zodanige manier uit te werken dat burgers maar ook ambtenaren, college en raads- en commissieleden alle lopende en afgeronde participatietrajecten makkelijk kunnen volgen;

Uitslag: Het amendement is unaniem aangenomen.

8

Raadsbesluit: I.

De conclusies en aanbevelingen van de rapportage Burgerparticipatie over te nemen.

Besluit: het besluit is unaniem aangenomen. Motie fracties SP; CDA; VVD; Lokaal Alternatief Overwegende dat »

Burgerparticipatie een belangrijk item is in het beleid van de gemeente Kerkrade.

»

In de presentatie "evaluatie (door)ontwikkeling burgerparticipatie" van 7 januari 2025 aangegeven wordt: "We verbinden burgerparticipatie onlosmakelijk aan de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid, onze plannen en projecten, zowel in het fysieke als het sociale domein als domein overstijgend."

»

Het kopje "burgerparticipatie" door een raadsbesluit is opgenomen in de ontwerpbesluiten. Dit om aan te geven of er sprake is van het betrekken van burgers bij ontwerpbesluiten.

Constaterende dat »

Bij ontwerpbesluiten onder het kopje "burgerparticipatie" merendeels wordt aangegeven "niet van toepassing", zonder verdere onderbouwing.

»

Hierdoor niet duidelijk is, waarom er geen sprake is van het actief betrekken van burgers bij

«

De Raad niet actief wordt ingelicht wat de reden is om geen burgerparticipatie toe te

»

De Raad daardoor niet kan controleren en/of bijsturen in het beleid m.b.t. het betrekken

de ontwikkeling en uitvoering van plannen, projecten en beleid. passen. van burgers bij plannen, projecten en uitvoering van beleid. Draagt het college op »

M.i.v. maart 2025 bij alle ontwerpbesluiten, indien burgerparticipatie niet van toepassing is naar inzicht van het College, een schríftelijke onderbouwing te geven waarom dit item niet van toepassing is.

»

Deze schríftelijke onderbouwing te laten bestaan uit: de redenen waarom burgerparticipatie niet relevant is, welke alternatieven zijn overwogen en hoe inwoners anderszins worden betrokken.

»

Deze nieuwe werkwijze te evalueren in maart 2026 en optioneel in opvolgende járen.

Besluit: De motie is unaniem aangenomen. Om 20.07 uur wordt de vergadering geschorst. Om 20.11 uur wordt de vergadering heropent.

6.3

Ontwerpbesluit grondexploitatie project Industriestraat-Koempelstraat

De raad bespreekt het ontwerpbesluit in twee termijnen. Portefeuillehouders is wethouder Geers. Stemverklaring:-

9

Raadsbesluit: I.

In te stemmen met de grondexploitatie voor het project Industriestraat-Koempelstraat;

II.

In te stemmen met een gemeentelijke bijdrage van C 175.000, - uit de Reserve grondexploitatie obk voor het vormen van een voorziening voor het exploitatietekort.

Uitslag: Voor: 26 (BB, OK, PvdA, LA, SP, HvV, Opk) Tegen: 3 (CDA (2), VVD (1))

6.4

Ontwerpbesluit "vitale ambtenaren in een vitale werkomgeving"

De raad bespreekt het ontwerpbesluit in twee termijnen. Portefeuillehouders is wethouder Geers

Om 20.57 uur wordt de vergadering geschorst. Om 20.19 uur wordt de vergadering heropent. Stemverklaring:Toezegging 3: Wethouder Geers zegt toe het college, voordat daadwerkelijk overgegaan wordt tot de herinrichting van etage 2 t/m 8, met de raad in gesprek gaat over de daadwerkelijke inrichting. Toezegging 4: Wethouder Geers zegt toe nogmaals op schrift uit te leggen hoe het financiële proces rondom de aanbesteding van het voorstel vitale ambtenaren in een vitale werkomgeving in elkaar steekt. Amendement fractie VVD en fractie CDA Constaterende dat: Het college het programma 'Vitale ambtenaren in een vitale werkomgeving' heeft voorgesteld, met investeringen in de verduurzaming en herinrichting van het Stadskantoor en Raadhuis. Het college in de nota aangeeft dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie, mede vanwege het zogenaamde ravijnjaar en de onzekere financiële situatie vanaf 2026. De plannen mede gebaseerd zijn op een visie op hybride werken en een aantrekkelijke werkomgeving, maar er nog geen concrete langetermijnvisie ligt op de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie als geheel. Het college zelf erkent dat temporisering van investeringen financiële verlichting kan brengen. Het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de door VVD en CDA aangedragen optie om de OZB-stijging te dempen.

De destijds verstrekte informatie onvolledig was, aangezien nu blijkt dat er varianten in het ontwerpbesluit zijn aangedragen die tot andere cijfers leiden. Het college destijds stelde dat er onvoldoende dekking zou zijn voor het dempen van de OZBstijging, terwijl nu blijkt dat andere inzichten leiden tot verschillende cijfers. Een deel van de dekking essentieel was voor een volledige afweging, maar dit niet eerder werd meegenomen in de beantwoording door het college. Het college geen concrete maatregelen heeft genomen om te garanderen dat toekomstige beantwoording van vragen door de raad volledig en accuraat zal zijn.

10

Overwegende dat: De financiële onzekerheid vanaf 2026 en de impact van het ravijnjaar op de gemeentebegroting vragen om een behoedzaam investeringsbeleid. Zonder een integrale visie op de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie de noodzaak en omvang van de huisvestingsinvesteringen niet volledig onderbouwd zijn. Studies over hybride werken en vitale werkomgevingen aangeven dat huisvestingsaanpassingen slechts effectief zijn wanneer ze aansluiten bij een strategische visie op personeelsontwikkeling en werkprocessen. De voorgestelde investering in verduurzaming en herinrichting van het Stadskantoor verdieping 2 t/m 8 en de verduurzaming van het Raadhuis uitgesteld kunnen worden zonder directe negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering. De besparing op kapitaallasten bij uitstel van deze investeringen substantieel is en bijdraagt aan een robuustere begroting. Besluit: Beslispunten 2 en 6 van het ontwerpbesluit te schrappen en de volgende punten toe te voegen aan beslispunt 9: De investeringen in de herinrichting van het Stadskantoor (verdiepingen 2 t/m 8) en de verduurzaming van het Raadhuis uit te stellen tot ten minste 2027. Eerst een integrale visie op de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie voor de komende járen te ontwikkelen en deze ter vaststelling aan de raad voor te leggen.

Deze visie te baseren op studies en best practices met betrekking tot hybride werken, vitale werkomgevingen en toekomstbestendige ambtelijke organisaties. Pas na vaststelling van deze visie te besluiten over de daadwerkelijke noodzaak en invulling van eventuele huisvestingsinvesteringen. De financiële besparing die voortkomt uit dit uitstel te reserveren voor toekomstige structurele uitdagingen in de gemeentebegroting.

Uitslag: het amendement wordt ingetrokken. Raadsbesluit: Met betrekking tot het Stadskantoor: 1.

De verduurzaming en herinrichting van de begane grond en de Ie verdieping volgens de geschetste planning tot uitvoering te brengen.

2.

De uitvoering van de herinrichting van de verdiepingen 2 t/m 8 uit te stellen naar 2027/2028.

3.

De kosten te dekken uit de vrijval van de kapitaallasten uit het investeringsprogramma 2025 en 2026

Met betrekking tot het Raadhuis: 4.

Over te gaan tot het uitvoeren van het noodzakelijke veiligheidsonderhoud, concreet het onderhoud aan de kloktoren en verdiepingsvloer van de wethouder kamer in 2025

5.

Het overige achterstallige onderhoud, concreet de deurautomaten in de toegangssluis, de

6.

personenlift en het noodstroomaggregaat, uit te stellen naar 2026. Over te gaan tot uitstel van de verduurzaming en pas dan uitvoeren nadat duidelijk de financiële situatie vanuit het studiejaar Sôü duidelijk is.

11

7.

De kosten voor de onderhoudswerkzaamheden te dekken uit vrijval van de kapitaallasten uit het investeringsprogramma 2025 en 2026

Met betrekking tot de Archiefbewaarplaats/ Overige onderdelen: 8.

Een eventuele renovatie van gemeentelijk archief te bezien in het licht van definitieve besluitvorming over een mogelijke toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Limburg en de mogelijke uitplaatsing van het archief. Met betrekking tot de uitvoering:

9.

Het college van burgemeester en wethouder te belasten met de uitvoering van dit raadsbesluit door de voorbereiding en realisatie van de geplande werkzaamheden ter hand te nemen.

Uitslag: Voor: 27 (BB, OK, PvdA, LA, CDA, VVD, HvV OPK) Tegen: 2 (SP)

6.5

Ontwerpbesluit wijziging bemensing commissies

Stemverklaring:Raadsbesluit: I. II.

lil.

IV.

V.

VI. VII. VIII. IX. X. XI.

in te trekken het besluit van de raad van 25 mei 2022 nr. 22Rb028 voor wat betreft de benoeming van dhr. A. Gramsma t.b.v. de commissie Grondgebied 8í Economische Zaken; in te trekken het besluit van de raad van 25 mei 2022 nr. 22Rb028 voor wat betreft de benoeming van dhr. R. Creusen als voorzitter t.b.v. de commissie Grondgebied 8t Economische Zaken; in te trekken het besluit van de raad van 25 mei 2022 nr. 22Rb027 voor wat betreft de benoeming van dhr. D.H.M. Pouwels en de benoeming van mw. A.J.C. Snijders-Mahr t.b.v. de commissie Burgers 8t Samenleving; in te trekken het besluit van de raad van 25 mei 2022 nr. 22Rb026 voor wat betreft de benoeming van dhr. J.M. Wetzels en mw. C.E. Paul-Ubachs t.b.v. Algemene Zaken en Middelen; in te trekken het besluit van de raad van 14 juli 2022 nr. 22Rb026 voor wat betreft de benoeming van dhr. R.L.K. Vinken als plaatsvervangend voorzitter t.b.v. de commissie Burgers 8í Samenleving; te benoemen als voorzitter t.b.v. de commissie Grondgebied Economische Zaken: dhr. M.M.K. Struver; te benoemen als plaatsvervangend voorzitter t.b.v. de commissie Burgers 8l Samenleving: dhr. S.H.G. Gorissen; te benoemen als lid van de commissie Algemene Zaken en Middelen: dhr. A. Gramsma namens de fractie Burgerbelangen; te benoemen als lid van de commissie Burgers 8t Samenleving: dhr. M.A.G.H.

Hermans namens de fractie Burgerbelangen; te benoemen als lid van de commissie Grondgebied 8í Economische Zaken: mw. A.J.C. Snijders.Mahr, dhr. D.H.M. Pouwels en dhr. J.M. Wetzels namens de fractie Burgerbelangen; te benoemen als lid van de Euroderaad: dhr. J.P.J. Ritterbeeks namens de fractie Burgerbelangen;

12

XII. XIII. XIV.

te benoemen als lid van de Werkgeverscommissie: mw, C.E. Paul-Ubachs namens de fractie Burgerbelangen; te benoemen als plaatsvervangend lid van de financiële commissie: dhr. J. Schneider namens de fractie Burgerbelangen; in te trekken het besluit van de raad van 25-5-2022 nr. 22Rb027 voor wat betreft de benoeming van dhr. M. Kannapin namens de VVD t.b.v. de commissie Burgers 8t Samenleving;

Uitslag: Voor: Unaniem Tegen:-

12

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 21.50 uur Vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in de vergadering van 26 maart 2025

dr. T.P. Dassen-Housen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=1a3cb59e-b822-4db7-937e-0a49039bb86a