24Tl046 tussentijdse wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015 nota van toelichting
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 24Tl046 24Tl046
Kerkrade, 14 januari 2025
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 24Rb053
Onderwerp Tussentijdse wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015. Beslispunten 1. 2.
Onder vernummering van de artikelen 10 t/m 20 tot 11 t/m 21 wordt na artikel 9 een nieuw artikel 10 ingevoegd waarin staat beschreven wat onder "eigen kracht" van de jeugdige of zijn ouders wordt verstaan en hoe dat wordt beoordeeld (zie concept-raadsbesluit voor volledige tekst artikel 10). Het besluit treedt in werking op de 1e dag na bekendmaking.
Inleiding In de Jeugdwet is bepaald, dat de gemeente geen voorziening voor jeugdhulp hoeft te treffen als de jeugdige of zijn ouder(s) in staat zijn om zelf hun problemen op te lossen, eventueel met hulp van personen uit het sociaal netwerk. Dit noemen we in de praktijk de “eigen kracht” van jeugdige en ouder(s). Het is aan gemeenten om in beleid uit te werken wanneer sprake is van voldoende eigen kracht. Veel gemeenten hebben in hun verordening de definitie van eigen kracht opgenomen zoals die is beschreven in de wetsgeschiedenis. Zij noemen de eigen kracht het vermogen van jeugdige en ouders om zelf hun problemen op het lossen, eventueel met hulp van personen uit het sociaal netwerk. Wat onder eigen kracht wordt verstaan hebben de gemeenten in de meeste gevallen uitgewerkt in nadere regels of beleidsregels. Bij de beoordeling daarvan wordt een onderscheid gemaakt tussen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Dit geldt ook voor de gemeente Kerkrade. In de verordening is bepaald, dat geen jeugdhulpvoorziening wordt toegekend wanneer op eigen kracht of met hulp van de ouders of andere personen uit de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag mogelijk is. In de Beleidsregels Jeugdhulp 2015 gemeente Kerkrade is het beoordelen van de verhouding draagkracht/draaglast als afwegingskader opgenomen.
Daarnaast bevat bijlage 3 van deze Beleidsregels richtlijnen voor gebruikelijke zorg. Indien sprake is van gebruikelijke zorg worden jeugdigen of ouders in staat geacht daarvoor zelf te zorgen (eventueel met hulp van personen uit hun sociaal netwerk). Overigens kunnen in beginsel ook vormen van bovengebruikelijke hulp van ouders worden verwacht (uitspraken van CRvB hebben dit bevestigd). Het aanspreken van een aanvullende verzekering kan ook vallen onder de eigen kracht van ouders. In een uitspraak d.d. 29.05.2024 heeft de CRvB benadrukt, dat gemeenten in hun verordening moeten regelen wanneer sprake is van “eigen kracht”, als dit één van de afwegingsfactoren is voor toekenning van een jeugdhulpvoorziening. De gemeenten moeten dan in hun verordening beschrijven wat de betekenis van de ouderlijke verzorgingsen opvoedingsplicht is die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek en wat de begrippen eigen kracht, gebruikelijke hulp en/of bovengebruikelijke hulp inhouden. De CRvB is van mening, dat niet kan worden volstaan met een eventuele uitwerking in nadere reqels of beleidsregels. Dan is namelijk qeen sprake van een uitwerking in de Verordeníng van de gronden en het beoordelingskader als bedoeld in artikel 2.9 van de Jeugdwet. 1
Dit betekent, dat onze verordening jeugdhulp moet worden aangepast. Doelstelling In de verordening beschrijven wat onder “eigen kracht” wordt verstaan (inclusief het beoordelingskader). Argumenten In de verordening jeugdhulp is bepaald dat geen jeugdhulpvoorziening wordt toegekend wanneer sprake is van voldoende kracht. Wat daaronder wordt verstaan is uitgewerkt in de Beleidsregels Jeugdhulp 2015 gemeente Kerkrade. Door een recente uitspraak van de CRvB moeten gemeenten in hun verordening duidelijk regelen wanneer sprake is van “eigen kracht. Hiervoor is een nieuw artikel 10 uitgewerkt. De beschrijving en het beoordelingskader is overeenkomstig de algemeen aanvaarde opvattingen en jurisprudentie over “eigen kracht” en juridisch advies van Schulinck (kennisbank en juridische helpdesk van Wolters Kluwer voor wat betreft het Sociaal Domein). De tekst van (het nieuwe) artikel 10 van de verordening is uitgebreider en explicieter dan de huidige (summiere) bijlage 3 van de beleidsregels. Dat is nodig om te voldaan aan wat de CRvB vraagt. De gemeenten moeten in hun verordening duidelijk beschrijven wat de betekenis van de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht is die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek en wat de begrippen eigen kracht, gebruikelijke hulp en/of boven gebruikelijke hulp inhouden. De AMO heeft 5 december jl. ingestemd met het gedane voorstel m.b.t.
de tussentijdse wijziging van de Verordening. Kanttekeningen Met de bepaling wordt naar verwachting voldoende voldaan aan hetgeen de CRvB vraagt. Eventueel volgende uitspraken van de CRvB zullen dit moeten uitwijzen. De wijziging van de verordening is “tussentijds” omdat een algehele actualisatie van de verordening aanstaande is. Dit heeft te maken met inhoudelijke ontwikkelingen, jurisprudentie en de Hervormingsagenda jeugd. Het verdient de voorkeur om daarbij rekening te houden met wijzigingen van wet- en regelgeving. Daar wordt momenteel in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd landelijk aan gewerkt. De recente uitspraak van de CRvB betekent echter dat op korte termijn een wijziging nodig is voor wat betreft “eigen kracht”. Financiën Niet van toepassing. Communicatie Nadat een raadsbesluit is genomen, wordt de aanpassing van de verordening bekendgemaakt. Deze treedt in werking op de dag na bekendmaking. Burgerparticipatie Niet van toepassing Uitvoering 2
Vanaf de dag van inwerkingtreding zal het gemeentelijk team jeugdhulp gebruik maken van hetgeen in artikel 10 van de verordening is bepaald. Gedurende de periode die nodig is om de verordening aan te passen wordt geanticipeerd op het nieuwe artikel 10. De beoordeling van de eigen kracht vindt al op basis van dit artikel plaats. De beschikking is dan een voorlopige voorziening in afwachting van de aanpassing van de verordening. Na inwerkingtreding van de verordening volgt op basis van de nieuwe bepaling de definitieve beschikking. Gezondheid en Vitaliteit Jeugdzorg is erop gericht jeugdigen in staat te stellen gezond en veilig op te groeien. Daarmee levert jeugdzorg ook een bijdrage aan onze ambities op het gebied van gezondheid en vitaliteit (en meer specifiek de programmalijn “gezonde jeugd” van Vie). Aan de andere kant voorkomen of verminderen de activiteiten in het kader van deze programmalijn o.a. ook dat jeugdzorg nodig is. Met de tussentijdse wijziging van de verordening wordt het formeel mogelijk gemaakt de eigen kracht aan te spreken om gezond en veilig op te kunnen groeien. Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Aanbiedingsbrief aan de raad Ontwerpbesluit/nieuw artikel 10 verordening jeugdhulp Toelichting op nieuw artikel 10 Verordening jeugdhulp 2015 inclusief nieuw artikel 10 (integrale tekst)
3