23Tl042 tussennota transitievisie warmte nota van toelichting.docx
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 23Tl042
Kerkrade, 28 mei 2023
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 23Rb04523Rb045
Onderwerp Richtinggevende keuzes voor de Transitievisie Warmte 2.0 Beslispunten 1.
Uw raad heeft kennis genomen van de uitkomsten van de ‘Potentieanalyse Transitievisie Warmte Gemeente Kerkrade’. 2. Uw raad stemt in met het hanteren van de in deze nota opgenomen selectiecriteria voor het aanwijzen van gebieden waar gestart wordt met aardgasvrij(-voorbereid) maken van de gebouwde omgeving tussen nu en 2030. 3. Uw raad stemt in met het innemen van een gecombineerde rol van procesregisseur en integrale regisseur bij de uitvoering van de warmtetransitie. 4. Uw raad gaat akkoord met het verder (laten) onderzoeken van de mogelijkheden en potentie van grootschalige collectieve warmtenetten en van het warmteaccu-systeem CESAR binnen de gemeente.. 5. Uw raad stemt in met het aanwijzen van gebieden waar gestart wordt met de warmtetransitie, waarbij zoveel mogelijk wordt aangehaakt bij de plangebieden van al lopende of voorgenomen grootschalige gebiedsgerichte projecten. 6. Uw raad stemt in met de keuze van startgebieden waarbij de focus in de uitvoering in eerste instantie ligt daar waar de nood het hoogst is, zijnde bij huishoudens met (risico op) energiearmoede en woningen met de slechtste energielabels (D,E,F en G), waarna gefaseerd opgeschaald wordt. 7. Uw raad stemt in met dat andere grote knelpunten in de aangewezen startgebieden worden meegenomen in de ontwikkeling van de wijkuitvoeringsplannen. 8.
Uw raad stemt in met het geven van een goed voorbeeld door in te zetten op het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed, inclusief het te zijner tijd beschikbaar stellen van de daarvoor benodigde middelen. 9. Uw raad gaat akkoord met dat naast de gebiedsgerichte aanpak, zoals bedoeld onder punt 5, akkoord te gaan met het inzetten van een gemeentebrede aanpak voor verduurzaming van woningen c.q. energiebesparing, waarbij wordt aangesloten bij het regionale Isolatie- en Verduurzamingsprogramma. 10. Uw raad gaat akkoord met een ambitieniveau voor de TVW 2.0 van: a) 25-30% aardgasreductie in 2030 en b) 10% aardgasvrij in 2030. 11. Uw raad heeft kennis genomen van de uitkomsten van het onderzoek ‘Inwonersonderzoek energiezuinig en aardgasvrij wonen in Kerkrade’ (dec 2022). 12. Uw raad gaat ermee akkoord dat de bovenstaande punten mee worden genomen in de verdere formulering / ontwikkeling van de Transitievisie Warmte 2.0.
Inleiding In december 2021 heeft de gemeenteraad de Transitievisie 1.0 vastgesteld. Hierin is de keuze gemaakt nog geen gebieden aan te wijzen waar als eerste aan de slag wordt gegaan om deze aardgasvrij te maken, maar om eerst een verdiepende studie uit te voeren op pandniveau. Deze verdieping en daaropvolgende aanwijzing van startgebieden moet landen in de 2.0 versie van de TVW. 1
Deze verdiepende analyse is uitgevoerd in 2022. Daarnaast zijn interne en externe stakeholdersessies georganiseerd voor bijvoorbeeld andere afdelingen binnen de gemeente en met partijen als de woningcorporaties en Enexis. Ook zijn er twee raadsinformatieavonden georganiseerd. Bij deze laatste is afgesproken om aanvullend en voortbordurend op deze sessies met een tussentijdse besluitvormende nota te komen, waarin de raad richtinggevende keuzes worden voorgelegd welke vervolgens meegenomen worden in de verdere ontwikkeling van de TVW 2.0. De TVW wordt in regionaal samenwerkingsverband Parkstad Limburg ontwikkeld en geschreven. Naast de regionaal gedeelde inhoud is er uiteraard ruimte voor lokale invulling en keuzes. Deze nota gaat met name over deze lokale invulling. Doelstelling Het doel van deze nota is richting geven aan de verdere invulling van de Transitievisie Warmte 2.0. De tijd en ruimte nemen voor deze tussenstap in de richting van finale besluitvorming zorgt aan de voorkant voor meer draagvlak en overeenstemming over de inhoud van de uiteindelijke TVW 2.0. Zorgvuldigheid (c.q. een zorgvuldige belangenafweging) gaat - in dit stadium - daarbij voor tempo. Argumenten Hieronder wordt per geformuleerd beslispunt een korte toelichting met ambtelijk advies gegeven. Meer uitgebreide toelichting is waar relevant toegevoegd als bijlagen bij deze nota. 1.
Potentieanalyse Transitievisie Warmte gemeente Kerkrade Tijdens de raadsinformatiesessie op 15 september 2022 zijn de resultaten van deze analyse gepresenteerd. In het kort: in de analyse is voor elk gebouw in Kerkrade bekeken wat de beste duurzame warmte-oplossing is; welke techniek het beste bij de kenmerken van het gebouw past. Hierbij is gekeken naar de techniek die het best betaalbaar is voor de eindgebruiker (energierekening, investering in het huis) en voor de hele samenleving (netverzwaring, subsidies). Het doel van de analyse is niet op pandniveau te beslissen welk alternatief voor aardgas er moet komen. De analyse helpt om clusters te bepalen voor collectieve warmtealternatieven. Het resultaat ziet erop kaart als volgt uit:
2
Figuur 1 Potentie verschillende warmtestrategiën
Voor meer informatie over de potentieanalyse wordt verwezen naar het rapport ‘Potentieanalyse Transitievisie Warmte gemeente Kerkrade’ (zie bijlage 1 Potentieanalyse Kerkrade). 2.
Selectiecriteria Er kan niet in de hele gemeente overal tegelijkertijd gestart worden met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Daarvoor ontbreekt het aan middelen en capaciteit (zowel bij gemeenten als bij bedrijven zoals isolatie- en installatiebedrijven). Daarnaast heeft de warmtetransitie impact op het elektriciteitsnetwerk. Dit wordt meer belast en moet verzwaard worden: meer kabels in de grond en meer verdeelstations. Ook Enexis kan dit, als eigenaar van het netwerk, niet overal tegelijk uitvoeren. Dit moet planmatig gebeuren. Daarom zijn selectiecriteria geformuleerd, op basis waarvan buurten/gebieden aangewezen kunnen worden waar als eerste aan de slag gegaan wordt tussen nu en 2030. De criteria wegen niet allemaal even zwaar mee. Zo achten we het budget- en capaciteitsbeslag op de gemeente niet leidend bij het maken van een keuze over ‘waar gaan we beginnen’. De criteria worden hieronder opgesomd in mate van belang (1 – 4), waarbij onder 1 de meest zwaarwegende criteria staan.
3
weging van selectiecriteria meer belangrijk… 1. Koppelkansen Laaghangend fruit (isoleren)
2. Laaghangend fruit (aardgasvrij) Inkomen
Contractanten
Wijkuniformiteit
Sociale cohesie / Initiatieven vanuit de wijk Integraliteit
WOZ-waarde
….minder belangrijk 3. Volume
4. Netcapaciteit
Draagvlak
Budget- en capaciteitsbeslag gemeente
Figuur 2 Weging selectiecriteria
Zie voor een toelichting per criterium bijlage 2 Kerkrade – Stakeholderrapportage. Tijdens de raadsinformatiesessie op 5 oktober 2022 zijn de volgende criteria als belangrijk benoemd en of aan de lijst toegevoegd: • Ruimte voor initiatieven vanuit de wijk • Integraliteit: gezondheid, goed leefklimaat • Samenwerking met woningcorporaties met name in verband met de met aanpak van energiearmoede (valt onder criterium ‘contractanten’) Deze criteria zijn daarom in de eerste kolom opgenomen: koppelkansen, laaghangend fruit (isoleren), contractanten, sociale cohesie/initiatieven vanuit de wijk, integraliteit. Uit de andere stakeholdersessies zijn geen aanvullingen of wijzigingen gekomen. 3.
Rol gemeente in de warmtetransitie In de uitvoeringspraktijk van de TVW 2.0 kan een gemeente verschillende rollen innemen: • De afwachtende regisseur • De procesregisseur • De integrale regisseur • De sturende regisseur Op het overzicht in bijlage 3 Regierollen TVW, worden de verschillende rollen toegelicht. Deze rollen kunnen als volgt schematisch worden weergegeven:
4
Figuur 3 Verschillende gemeentelijke rollen
In de gehouden stakeholdersessies is ambtelijk de voorkeur uitgesproken voor het koppelen van beleidsthema’s en opgaven, dus de rol van integrale regisseur. In de raadsinformatiesessie gaven de raadsleden aan ook integraliteit, de combinatie met andere thema’s als zeer belangrijk aan. Echter ook de samenwerking met partijen als woningcorporaties en andere verhuurders werd als wezenlijk gezien. Kijkende naar de kenmerken van de verschillende rollen (bijlage 3 Regierollen TVW) lijkt (een combinatie van) de rollen van integrale regisseur en procesregisseur het beste bij de gemeente aan te sluiten. 4.
Potentie collectieve warmtenetten Uit de pandenanalyse lijkt binnen de gemeente een grote potentie aanwezig voor collectieve warmtenetten (zowel lage als middelhoge temperatuur) als alternatief voor verwarmen met aardgas (rode en blauwe kleuren op de kaart):
Aantal panden staat voor het aantal gebouwen. Eén gebouw kan dus ook mogelijk meerdere huishoudens zijn, in bijvoorbeeld appartementencomplexen. Uit de potentieanalyse blijkt verder echter ook dat er lokaal te weinig warmtebronnen zijn om te voldoen aan de vraag naar warmte en dat Figuur 4 Potentie collectieve warmtenetten geldt ook voor eventuele collectieve warmtenetten. Hierdoor moet daarom ook gekeken worden naar mogelijk bronnen buiten de gemeente en zelfs over de landsgrenzen heen. Er spelen op dit moment vijf sporen die relevant zijn voor Kerkrade: •
Energie Park Herzogenrath: 5
•
•
• •
Er wordt momenteel een studie uitgevoerd naar de technische-, juridische- en financiële haalbaarheid van de levering van warmte van een dicht bij de grens liggende industriële warmtebron in Stadt Herzogenrath tbv een collectief warmtenet. De resultaten hiervan zullen in Q3 bekend worden. Warmtenet Zuid-Limburg (WZL): De werkgroep Regionale Structuur Warmte (RSW) (onderdeel van de Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg (RES ZL)) heeft het afgelopen jaar onderzoeken uitgevoerd rondom de inzet van Chemelot restwarmte. Uit het onderzoek van werkgroep RSW bleek dat de maatschappelijke baten van het inzetten van Chemelot restwarmte in potentie het grootst zijn in (delen van) een aantal gemeenten in Zuid-Limburg, waaronder Kerkrade. Er is een stuurgroep en werkgroep WZL opgericht met als doel de fysieke aanleg van een regionaal warmtenet in ZuidLimburg. Verder onderzoek moet uitwijzen in hoeverre het daadwerkelijk reëel is dat er voldoende restwarmte van Chemelot beschikbaar is (en blijft) om Kerkraadse panden te verwarmen. De verwachting is dat dit jaar, hierover meer duidelijk wordt. Mijnwater BV: Mijnwater BV heeft medio 2022 een Masterplan opgesteld met daarin een doorkijk naar 2030. Dit Masterplan is nodig om Mijnwater BV rendabel te laten worden. Voor het Masterplan heeft Mijnwater BV toegewerkt naar een aantal focusgebieden op basis van diverse openbare databronnen.
De focusgebieden voor Mijnwater BV zijn naast Heerlen ook Kerkrade-Centrum en Kerkrade-West. Voor de goede orde: de gemeente heeft geen bemoeienis gehad met het Masterplan. Momenteel concretiseert Mijnwater BV de economische haalbaarheid van haar plannen. Aquathermie: Momenteel wordt op regionaal niveau onderzocht welke potentie oppervlakte-, afvalwater heeft als bron voor warmte. De verwachting is dat dit jaar hierover meer duidelijk wordt. CESAR warmte-accu: Onderzocht wordt welke rol dit systeem kan spelen in de warmtetransitie van Kerkrade.
5. Aanhaken bij plangebieden van al lopende of voorgenomen grootschalige gebiedsgerichte (herstructurerings)projecten. Rolduckerveld wordt grondig vernieuwd. In de buurten Hopel en Erenstein(erveld) is gestart met het proces om deze te herstructureren. Het Masterplan voor de herstructurering voor de buurten Bleijerheide en Nulland is in de maak. Hierbij wordt onder meer nauw samengewerkt met de betrokken woningcorporaties. De raad wordt geadviseerd om in ieder geval deze vijf genoemde buurten in het kader van de warmtetransitie aan te wijzen als gebieden waar als eerste aan de slag wordt gegaan. Hiermee wordt de al ingezette ‘verbeteringsoperatie’ van deze buurten versterkt / aangevuld met het aardgasvrij(voorbereid) maken van de panden / woningen en zo wordt werk met werk gemaakt. Woningcorporatie HeemWonen heeft de wens uitgesproken om geheel ‘Kerkrade-Oost’ aan te wijzen in de TVW 2.0 als gebieden waar voor 2030 aan de slag wordt gegaan. Dit sluit namelijk aan bij de plannen van deze corporatie t.a.v. de gebieden waar zij met de verbetering van hun vastgoed aan de slag gaan de komende jaren. Het lijkt daarom voor de hand te liggen met de Transitievisie Warmte bij deze ontwikkelingen aan te sluiten. Naast de al hierboven genoemde buurten komen daarmee de buurten Holz en KerkradeCentrum ook in aanmerking om aan te wijzen als startgebieden in de TVW 2.0.
Woningcorporatie WonenZuid werkt in de wijk Hopel met de gemeente samen. In de andere wijken is vooral sprake van sloop nieuwbouw of is al recent renovatie gebeurd. In enkele clusters zal de cv ketel vervangen worden. Hierbij worden diverse alternatieven overwogen. De behoefte is om een duidelijk beeld te krijgen vanuit de gemeente wat betreft voorkeur strategieën, volgorde en eventuele deadlines. Daarmee is er vanuit WonenZuid geen behoefte om een startbuurt toe te voegen. 6.
Focus in de uitvoering daar waar de nood het hoogste is In de tabel hieronder wordt het aantal woningen en utiliteiten in de onder punt 5 genoemde buurten weergegeven, afgezet tegen het totale aantal woningen en utiliteiten in Kerkrade:
6
Buurt
Wijk
Woningen 1020 921 1474 2297 1376 1245 2714
Utiliteiten in Weq’s* 72 166 389 480 252 285 592
Totaal aantal Weq’s* 1055 1009 1634 2472 1715 1478 4198
Hopel Erenstein Nulland Bleijerheide Rolduckerveld Holz KerkradeCentrum
Kerkrade-noord Kerkrade-oost Kerkrade-oost Kerkrade-oost Kerkrade-oost Kerkrade-oost Kerkrade-oost
Totaal
11047
2.236
13.561
Kerkrade Totaal 20% van het totaal
23736
4087
29206
4747
817
5841
Figuur 5 Startgebieden
*Weq= Woningequivalent(omgerekend naar aantal woningen)
In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen dat in 2030 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij of aardgasvrij-voorbereid is. De genoemde buurten tellen op tot meer dan het dubbele van deze ambitie. Een hoge ambitie hebben, is aan te bevelen, maar deze moet ook realistisch en haalbaar zijn. Daarom wordt voorgesteld om waar mogelijk binnen de startgebieden in ieder geval te focussen op die woningen en huishoudens waar de nood het hoogste is. Meer concreet met de doelgroepen met (risico op) energiearmoede en de woningen met de slechtste labels (D, E, F en G). Hierna kan gefaseerd worden opgeschaald. De Transitievisie Warmte moet minimaal iedere 5 jaar geactualiseerd worden. Vooruitlopend daarop wordt deze werkwijze en de voortgang per buurt meegenomen in de evaluatie die voor moet gaan aan deze actualisatie. 7.
Grote knelpunten andere thema’s dan warmtetransitie Op het moment dat in de startgebieden aan de slag wordt gegaan met de uitwerking van het vereiste wijkuitvoeringsplan ligt het vanuit het oogpunt van integraal en efficiënt werken voor de hand om het aanpakken van eventuele andere ruimtelijke en sociaaleconomische knelpunten mee te nemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan knelpunten op het gebied van klimaatadaptie (hittestress, wateroverlast, ed.), leefbaarheid, veiligheid, etc. Door opgaven slim te combineren kunnen kosten, werk en hinder voor inwoners beperkt worden.
8.
Zelf het goede voorbeeld geven door het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen Momenteel is afdeling vastgoed bezig met het in kaart brengen van verduurzamingsmogelijkheden per vastgoedobject. In onderling overleg wordt gekeken hoe de energiebesparende maatregelen uitgevoerd gaan worden, het zij projectmatig óf verwerken in het MJOP. Indien de maatregelen in het MJOP verwerkt worden, kan hieruit opgemaakt worden hoeveel budget jaarlijks gereserveerd moet worden voor onderhoud én verduurzaming van het Gemeentelijk Vastgoed.
9.
Gemeentebrede aanpak inzetten De focus leggen op bepaalde buurten waar gestart wordt en daarbinnen op specifieke doelgroepen richten, betekent niet dat er geen aandacht of stimulans zou moeten zijn voor de overige woningen en panden in de gemeente om te verduurzamen. Hiervoor wordt aangesloten bij het in samenwerking met de andere Parkstadgemeenten en Stadsregio Parkstad ontwikkelde Isolatie en Verduurzamingsprogramma (IVP).
7
Het doel van het IVP is het verbeteren van het isolatieniveau en het verduurzamen van woningen. Het beschrijft welke regelingen en activiteiten er de komende jaren voor verschillende doelgroepen worden aangeboden. Het sluit aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) om optimaal gebruik te maken van landelijke gelden en regelingen. Het is een groeimodel. Na verloop van tijd kunnen er activiteiten of eventueel regelingen toegevoegd of beëindigd worden om meer of andere doelgroepen te ondersteunen en/of activeren voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen. De verduurzamingsopgave is breder dan alleen isolatie en energiebesparing. Het groeimodel richt zich daarom ook op klimaatadaptatie en circulariteit. Hiermee wordt ook aangesloten bij de uitgangspunten van de TVW 1.0 zoals vastgesteld door uw raad in 2021. Het doel van het programma is om voor 2030 zoveel mogelijk woningen te verduurzamen en stappen te laten zetten richting de landelijke isolatiestandaard, zodat de regio Parkstad Limburg op koers blijft voor een aardgasvrije en CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. Concreet betekent dit voor de regio Parkstad Limburg dat er nog ongeveer 115.000 woningen geïsoleerd moeten worden tot de landelijke isolatiestandaard. Het IVP sluit aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) om optimaal gebruik te maken van landelijke gelden en regelingen.
Op de korte termijn, de komende 4 jaren, krijgt een aantal doelgroepen prioriteit in het programma. Deels omdat bij deze groepen deze stappen het meest dringend zijn en deels omdat landelijke geldstromen aan deze specifieke doelgroepen gekoppeld zijn. Dit zijn: • Koopwoningen met energielabels D, E, F, G en lage WOZ-waarde • Huishoudens met (risico op) energiearmoede • (Gemengde) VvE’s • Historische bebouwingspatronen en bijzondere woningen • Vergrijzing Eerder dit jaar stemde het college in met de ‘Aanvraag Specifieke Uitkering (SpUk) Lokale Aanpak Isolatie’ om zo al stappen te zetten bij de eerstgenoemde doelgroep. Met deze SpUk middelen krijgen zij energieadvies en worden zij ontzorgt in mogelijke volgende stappen. 10.
Ambitie TVW 2.0 De stappen in isolatie en aardgasvrije alternatieven worden uitgevoerd met een bepaalde ambitie. Wanneer we enkel wachten op autonome ontwikkelingen zoals aardgasvrije oplossingen van inwoners die zelf initiatief nemen of wachten op natuurlijke momenten om de Cv-ketel te vervangen door een elektrische warmtepomp, dan spreken we van een lage ambitie. Omgekeerd is grote druk zetten op het snel doorlopen van het realiseren van een warmtenet een hoge ambitie. Het is het belangrijk dat een ambitie gesteld wordt die realistisch en haalbaar is. Voorgesteld wordt om met die gedachte actief inwoners te informeren en activeren voor verschillende aardgasvrije oplossingen. Daarbij brengt de gemeente actief individuele oplossingen onder de aandacht. Daarnaast doet de gemeente onderzoek naar mogelijke warmtenetten met de ambitie deze te realiseren wanneer dat mogelijk blijkt. Zo zet de gemeente actief stappen en afwegingen richting de uitvoering. Door het samenvoegen van berekeningen en aannames kan er een voorspelling gedaan worden over het percentage woningen dat overgaat op individuele oplossingen zoals hybride en elektrische warmtepompen, en collectieve oplossingen zoals een hoge temperatuur warmtenet. Hiermee kan een mogelijk percentage aardgasreductie berekend worden. Ook bovengenoemd isolatie- en verduurzamingsprogramma wordt daarin meegenomen.
Met de voorgestelde ambitie zal de gemeente uitkomen op een aardgasreductie tussen de 25 en 30%. Berekende percentages waarmee Kerkrade de komende jaren aardgas zal reduceren en over zal gaan op aardgasvrije oplossingen zijn aannames. Deze zijn mede afhankelijk van externe factoren. Enkele aannames zijn dat aardgasreductie door de jaren heen gaat oplopen, wegens het dalen van prijzen door een ingezette schaalvergroting van de toepassing van deze oplossingen, en dat meer inspanning zal lijden tot meer resultaat. Het huidige aardgasgebruik binnen de hele gemeente Kerkrade is nu 30.7 miljoen m³ gas per jaar. De startbuurten nemen daarvan gemiddeld 13.7 miljoen m³ gas voor hun rekening. Dat wil zeggen dat het verbruik van aardgas in de startbuurten 45% van 8
het totaal in Kerkrade bevat. Wanneer de focus zal liggen op slecht geïsoleerde woningen en huishoudens die het meeste kans lopen op energiearmoede, krijgen deze de hoogste prioriteit. De beoogde aardgasreductie is dan niet alleen sociaal rechtvaardig, maar direct ook significant aangezien hier de meeste winst valt te behalen in het verminderen van de vraag naar energie. 11.
Uw raad heeft kennis genomen van de uitkomsten van het ‘ Inwonersonderzoek energiezuinig en aardgasvrij wonen in Kerkrade (dec 2022). (zie bijlage 4a.) Uitkomsten ‘Inwonersonderzoek energiezuinig en aardgasvrij wonen’(dec 2022) (zie bijlage 4b. Infographic Inwonersonderzoek) Als gemeente Kerkrade staan we voor een immense opdracht, namelijk het realiseren van energiezuinig en 100% aardgasvrij wonen in de gemeente tegen 2050. Om dit proces deels vorm te geven zijn de inwoners van Kerkrade in december 2022 gevraagd om via een enquête mee te denken hierover. Hieraan hebben 3044 personen deelgenomen. Het onderzoek werd daarbij uitgevoerd door het onderzoeksbureau Invior met als doel inzichten te bieden ter verrijking van de Transitievisie Warmte 2.0, het isolatieprogramma, en de daaropvolgende wijkuitvoeringsplannen. Naast het algemeen genereren van nieuwe ideeën, suggesties en visies diende het onderzoek de bewustwording onder inwoners in kaart te brengen en handvatten te bieden ter activatie. De detailanalyses die daarbij werden uitgevoerd op buurtniveau, woonvorm, en omtrent bereidheid en eigenaarschap bieden aanvullende inzichten.
In de algemene lijn kunnen we vaststellen dat een verduurzamende beweging al op gang is in de gemeente, en dat inwoners vooral op zoek zijn naar duidelijke informatie, en meer inspraak willen in de gemeentelijke plannen omtrent energiezuinig en aardgasvrij wonen. Inwoners toonde zich verder ook bijzonder sociaal gezien de duidelijke voorkeur om eerst de woningen aan te pakken met een laag energielabel, en bij de huishoudens die moeilijk rondkomen. De verzamelde inzichten ook worden verwerkt in de toekomstige wijkuitvoeringsplannen voor een gerichte aanpak, en waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften, belemmeringen en motivatoren om de gemeenschap te activeren, ingericht per buurt of wijk.
Kanttekeningen • Uitvoeringslasten Klimaatakkoord en onderzoek door de ROB (zie ook onder het kopje ‘Financiën): Ondertussen zijn er alweer meer vervolgafspraken gemaakt binnen het kader van het Klimaatakkoord, die niet zijn meegenomen in dit rapport. Verder is uitgegaan van de huidige stand van de techniek; als hier dingen in veranderen, veranderen ook de kosten. • De middelen die het rijk ter beschikking stelt om de uitvoeringslasten te dekken corresponderen niet met de resultaten van het onderzoek uitgevoerd door de ROB. Met andere woorden, deze middelen zullen de uitvoeringslasten van gemeenten niet volledig dekken, omdat deze ook worden ingezet voor andere facetten van het Klimaatakkoord, zoals bijv. de energietransitie en de regionale samenwerking. NB: om binnen de startgebieden waar mogelijk aan integrale opgaven te kunnen werken vereist capaciteit door de hele organisatie heen, waardoor samenwerken over afdelingen noodzakelijk is . Ook het kunnen voeren van een grondig participatietraject vereist het beschikbaar stellen van capaciteit. Zonder het invullen van randvoorwaarden als deze zal de gemeente onvoldoende kunnen sturen op de invulling van de ambitie. Financiën Het rijk heeft voor de periode 2023 – 2030 gelden geoormerkt voor de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord door gemeenten. Deze middelen zijn voor personele en bijbehorende materiële kosten bestemd.
In 2024 volgt een herijking. Het basisbedrag dat de gemeenten in 2023 krijgen toegekend is ‘in principe’ het minimale bedrag dat de gemeente krijgt toegekend tot en met 2030. De uitkering van een deel van de middelen is naar voren getrokken en in 2022 reeds uitgekeerd aan de gemeenten via de meicirculaire. De gelden voor de jaren daarna worden via een specifieke uitkering (SPUK) -op aanvraaguitgekeerd. Het gaat hierbij om per gemeente vaststaande en dus beschikbare bedragen. 9
Het gaat om de volgende - op dit moment bekende - middelen: • In 2022 heeft de gemeente via de decentralisatie-uitkering voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid €300.414,- ontvangen; • Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 is via de ‘Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE)’ een uitkering ontvangen voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid van € 953.332 (2023), € 961.980 (2024) en € 970.628 (2025). Over deze besteding van de SPUK-middelen moet jaarlijks verantwoording worden afgelegd. Opgemerkt dient te worden dat de middelen die het rijk ter beschikking stelt niet corresponderen met de resultaten van het onderzoek uitgevoerd door de ROB. Met andere woorden, deze middelen zullen de uitvoeringslasten van gemeenten niet volledig dekken. Deze middelen zullen tevens nodig zijn voor andere facetten van het de uitvoering van het Klimaatakkoord, zoals de energietransitie en de TVW, en voor regionale samenwerking. Bij de behandeling van de begroting 2025 en bijstelling van de jaarschijf 2024 zullen deze kosten in beeld worden gebracht. Kanttekeningen • Uitvoeringslasten Klimaatakkoord en onderzoek door de ROB (zie ook onder het kopje ‘Financiën): Ondertussen zijn er alweer meer vervolgafspraken gemaakt binnen het kader van het Klimaatakkoord, die niet zijn meegenomen in dit rapport.
Verder is uitgegaan van de huidige stand van de techniek; als hier dingen in veranderen, veranderen ook de kosten. • De middelen die het rijk ter beschikking stelt om de uitvoeringslasten te dekken corresponderen niet met de resultaten van het onderzoek uitgevoerd door de ROB. Met andere woorden, deze middelen zullen de uitvoeringslasten van gemeenten niet volledig dekken, omdat deze ook worden ingezet voor andere facetten van het Klimaatakkoord, zoals bijv. de energietransitie en de regionale samenwerking. NB: om binnen de startgebieden waar mogelijk aan integrale opgaven te kunnen werken vereist capaciteit door de hele organisatie heen, waardoor samenwerken over afdelingen noodzakelijk is . Ook het kunnen voeren van een grondig participatietraject vereist het beschikbaar stellen van capaciteit. Zonder het invullen van randvoorwaarden als deze zal de gemeente onvoldoende kunnen sturen op de invulling van de ambitie. Communicatie Deze nota is bedoeld om uitgangspunten vast te stellen en richting te geven aan de inhoud van de TVW 2.0. De besluiten van de raad worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van de TVW 2.0. Deze wordt separaat aan de raad aangeboden ter vaststelling. Burgerparticipatie Uitvoering De uitkomsten op deze nota worden verwerkt in de TVW 2.0.
Gezondheid en Vitaliteit De TWV 2.0 draagt inherent bij aan een positieve invloed op de gezondheid door verbetering van onder andere het woonklimaat.
10
Bijlagen Bijlage 1 Potentieanalyse Kerkrade Bijlage 2 Kerkrade - Stakeholderrapportage Bijlage 3 Regierollen TVW Bijlage 4a Inwonersonderzoek energiezuinig en aardgasvrij wonen in Kerkrade Bijlage 4b Infographic Inwonersonderzoek
11