22Tl010 Nota van toelichting begroting BsGW 2023.nota van toelichting
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 22Tl010
Kerkrade, 15 juni 2022
Behorend bij ontwerpbesluit nummer: 22Rb015
Onderwerp BsGW Ontwerpbegroting 2023 en MJR 2023-2027 Beslispunten In te stemmen met de negatieve zienswijze, zoals verwoord in bijgaande (concept) brief namens de raad. Inleiding De BsGW heeft aangeboden de Kadernota 2023 en de Ontwerpbegroting 2023 e.v. Beide documenten zijn begin maart 2022 van de BsGW ontvangen. Een zienswijze op de Kadernota is niet aan de orde. Conform de regelgeving wordt de raad van de gemeente Kerkrade verzocht haar zienswijze op de Ontwerpbegroting aan het DB kenbaar te maken. De vaststelling door het AB is gepland op 30 juni 2022. Doelstelling Door het afgeven van een zienswijze wordt de positie van de gemeenteraad versterkt. Bovendien dient BsGW tijdig te beschikken over een Ontwerpbegroting 2023 en MJB 2023-2027 als financieel kader. Argumenten De volgende posten uit de Ontwerpbegroting 2023 geven aanleiding tot het afgeven van een negatieve zienswijze: • In de begroting wordt de raming voor sociale lasten opgehoogd met € 973.000. Uit een analyse van de BsGW is gebleken dat de verhouding tussen de brutolonen en de sociale lasten niet de realiteit weerspiegelt. Waar in de begrotingen tot en met 2022 steeds is gerekend met een percentage aan sociale lasten van nog geen 23 %, blijkt uit de realisatie sprake te zijn van ca.
32 %; BsGW concludeert, dat het opnemen van 32% de reële toerekening is en dat het financieel effect structureel is en € 973.000 bedraagt. Deze conclusie kunnen wij onderschrijven. Hoewel het feitelijk percentage (circa 32%) hoger is dan werd begroot (circa 23%), leidde dit op basis van de realisatiecijfers van de afgelopen jaren niet tot overschrijdingen op de totale personele lasten. Het is dan ook vreemd dat de bijstelling van de sociale lasten niet zou kunnen leiden tot een neerwaartse bijstelling van andere personele lasten ter compensatie. • De omvang van de personele lasten inclusief de verhoging van de sociale lasten wordt in de begroting en meerjarenraming berekend op basis van een formatie-omvang van 161,8 FTE, terwijl eind 2024 de formatie-omvang volgens het Ondernemers- en Ontwikkelplan, bedoeld om van de BsGW een toekomstgerichte organisatie te maken, op 141,8 FTE zou moeten uitkomen. Deze reductie van de formatie manifesteert zich uiteraard niet pas op 31 december 2024, maar zal zich geleidelijk richting deze datum ontwikkelen. Daarom bevreemdt het ons ook ten zeerste, dat in 2023, 1
•
•
•
•
maar zeker in 2024 e.v. uitgegaan wordt van een formatie-omvang van 161,8 FTE, met de daarbij behorende financiële middelen. De begroting 2023 wordt incidenteel belast met € 2.225.000 voor een investering in de belastingapplicatie. De investering wordt niet, ook niet deels, geactiveerd. Dat betekent niet alleen in 2023 een forse eenmalige last, maar ook dat na afloop van de levensduur van het nieuwe pakket dit probleem zich opnieuw zal voordoen. Onduidelijk blijft, waarom (een deel van) de kosten van het belastingpakket niet geactiveerd zou kunnen worden en daarmee de lasten over meerdere jaren verdeeld. Bij de begroting 2023 wordt voorgesteld het weerstandsvermogen op te hogen met € 91.000, waarmee de ratio van het weerstandsvermogen zou uitkomen op 1,0. Dit druist in tegen de onlangs door het Algemeen Bestuur van de BsGW vastgestelde kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen, waarin is vastgelegd dat het weerstandsvermogen wordt aangevuld als de ratio lager is dan 0,8. De in deze begroting voorgestelde ophoging zou dus niet aan de orde (moeten) zijn. Bij de bepaling van de hoogte van het weerstandsvermogen wordt daarnaast met een aantal risico’s rekening gehouden, die ook afgedekt worden in de budgetten voor 2023. Hierdoor betalen de deelnemers dubbel, een verhoging van het weerstandsvermogen leidt immers ook tot een extra bijdrage.
Het gaat om de volgende posten: - Bij de bepaling van de hoogte is rekening gehouden met (de kosten van afhandeling van) meer bezwaren/beroepen NCNP’s (no cure no pay) voor een bedrag van € 450.000. Daarnaast wordt in de begroting 2023 het budget voor uitvoeringskosten extra WOZ bezwaren en beroepen opgehoogd met een bedrag van € 418.000. - Bij de bepaling van de hoogte is rekening gehouden met Covid 19 voor een bedrag van € 270.000. Maar het uitgangspunt is steeds geweest dat de kosten hiervan met de deelnemers worden verrekend. In dat geval hoeft BsGW haar weerstandsvermogen voor dit doel niet op te hogen. Indien besloten wordt tot een ophoging van het weerstandsvermogen, zou dat betekenen dat de deelnemers (tot dit bedrag) niet meer voor Covid 19 worden belast. Bij onderuitputting moet het bedrag dan terugvloeien naar de deelnemers. Het realiteitsgehalte van de begroting in totaliteit roept vragen op. Zo worden de bedragen van de begroting 2022 geïndexeerd naar 2023. Maar met (eventuele meevallers van) de realisatie- en ervaringscijfers van afgelopen jaren wordt onvoldoende (zichtbaar) rekening gehouden. Die lijken er wel te zijn (zie bijvoorbeeld de totale personele kosten en de proceskosten). Wij roepen de BsGW dan ook op om de begrote bedragen voor iedere begrotingscyclus steeds opnieuw zo actueel mogelijk bepalen.
Deze zijn dan te baseren op de cijfers van afgelopen jaren in combinatie met reële verwachte ontwikkelingen.
Kanttekeningen • in •
BsGW attendeert op het onder druk komen te staan van indexen, alleen al als gevolg van de actualiteit de Oekraïne BsGW attendeert verder op mogelijke ontwikkelingen (pagina 17) die nog niet voorzien zijn in de begroting.
Financiën De begroting 2023 valt circa € 3.989.000 hoger uit, dan in 2022, te weten: 1. Loonindexering € 336.000 2. Correctie sociale lasten € 973.000 3. Indexering goederen en diensten € 191.000 4. Afschrijvingen € 96.000 5. Overige GDI-voorzieningen € 300.000 -/2
6. Uitvoeringskosten extra WOZ-bezwaren en -beroepen 7. Implementatiekosten AHA
€ 418.000 € 2.275.000
De bijdrage van Kerkrade stijgt hierdoor van € 829.000 in 2022 naar € 1.001.135 in 2023. Daarnaast wordt het benodigde weerstandsvermogen jaarlijks bij het opstellen van de begroting bepaald, op basis van een risicoanalyse. Het hiermee berekende weerstandsvermogen komt op € 1.421.000 en behoeft daarmee een aanvulling van € 91.000. Dit betekent een additionele bijdrage van € 3.618 voor Kerkrade Met een deel van de hogere bijdrage is in de Kerkraadse begroting reeds rekening gehouden, aangezien de vorige meerjarenraming ook een stijging liet zien. Resteert voor 2023 een nadeel van € 114.000, voor 2024 een nadeel van € 23.000, voor 2025 een nadeel van € 21.000 en voor 2026 een nadeel van € 43.000. De financiële consequenties worden meegenomen in de gemeentebrede belangenafweging met betrekking tot het begrotingstraject 2023 e.v., op basis van de definitieve besluitvorming in het AB van 30 juni 2022. Communicatie n.v.t. Uitvoering Jaarlijks is het een logistieke uitdaging om de tijdspaden van BsGW en alle deelnemers op elkaar af te stemmen. Daar komt nu de overgang naar een nieuwe raadsperiode bij. De zienswijze dient uiterlijk 17 juni te worden ingediend. De raad neemt op 22 juni een besluit op de zienswijze. Er is overeengekomen, dat, na behandeling in de commissie AZM, de concept zienswijze wordt gedeeld met BsGW. Voor zover er nog iets wijzigt, wordt dit direct doorgegeven.
Uiterlijk 23 juni kan dan de definitieve zienswijze worden ingediend. Dit is dus nog voor het vaststellen van de begroting 2023 door het AB, gepland op 30 juni 2022. Gezondheid en Vitaliteit n.v.t.
3