22Rb098 Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2023 ontwerpbesluit.pdf
Tekst van het document
ÍC GemeenteKerkrade
Ontwerpbesluit Nr.: 22Rb098
De raad van degemeente Kerkrade;
overwegende, . dat jaarlijks denoodzakelijke tariefaanpassingen wordenbezienin relatie tot debegroting;
gelezen, » denota van toelichting, nr. 22TI061, behorende bij dit besluit;
geletop, » artikel 226van deGemeentewet;
besluit:
1.
In te trekkendeVerordening opdeheffingendeinvordering van hondenbelasting 2022
2.
vastgesteldd. 15 december 2021; Vast te stellendevolgende "Verordening opdeheffing endeinvordering van hondenbelasting 2023" welkeals bijlage bij dit besluitis toegevoegd en als zodanigdeeluitmaakt van dit
3.
besluit; De datum van intrekking van deonder1. vermelde verordening is gelijkaan dedatum van
4.
inwerkingtreding van deonder2. vermelde verordening; De onder2. vermelde verordening treedtin werkingmet ingang1 januari 2023.
Aldusvastgesteldin openbare raadsvergaderingvan degemeente Kerkradevan 14 december 2022.
De voorzittervande raad,
De griffi
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
MIX
FSC
www.fsc.org
Papier van verantwoorde herkomst
FSC* C017488
ParkstadLimburg Gemeente Kerkrade maakt deeluit van Parkstad Limburg
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Kb098
Pag. 1
Verordeningop de heffing en de invorderingvanhondenbelasting2023 Artikel 1 Belastbaar feit Onderdenaam hondenbelasting wordteendirectebelastinggeheven voorhethouden van eenhond binnen degemeente. Artikel2 Belastingplicht 1.
Belastingplichtig is dehouder van eenhond.
2.
Als houder wordtaangemerkt degene dieonderwelketitel dan ookeenhondonder zich heeft, tenzijblijkt dat eenanderdehouder is.
3.
Het houden van eenhonddooreenlid van hethuishouden wordtaangemerkt als hethouden van eenhonddooreendoorde in artikel 231,tweedelid, onderdeel b, van deGemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzenlid van dat huishouden.
Artikel 3 Vrijstellingen 1.
In dit artikel wordtverstaan onderhondenasiel: aan éénlocatie gebonden ruimteof ruimtesbestemd of gebruiktvoorhetin bewaringhouden van honden diezwervendzijn aangetroffen,dan wel waarvan
doordeeigenaar permanentafstand is gedaan, welkelocatie als inrichtingis aangemeld
overeenkomstig artikel 3.7, eerstelid, van hetBesluithouders van dieren. 2.
De belastingwordtnietgeheven voorhonden: a.
diejonger zijn dan driemaanden, voorzoverzij tezamen met demoederhond worden gehouden;
b. diezijn opgeleid tot endienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanigdoor eenblindof slechtziende persoon wordengehouden; c.
diezijn opgeleid tot endienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanigdooreen gehandicaptpersoon wordengehouden;
d. diezijn opgeleid tot hettendienstezijn van dovenen slechthorende en in hoofdzaak als zodanigdooreendoveof slechthorende persoon wordengehouden; e.
waarvan
dehouder eengeldend diploma kan tonen,dat is afgegeven doordeKoninklijke
Nederlandse Politiehondenvereniging; f.
dieverblijvenin eenhondenasiel;
g.
dieuitsluitend tenverkoopof afleveringin voorraad wordengehouden in eeninrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerstelid, van het Besluithouders van dieren.
Artikel4 Maatstafvan heffing De belastingwordtgeheven naar hetaantal
honden dat wordtgehouden.
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb098
Pag. 2
Artikel5 Belastingtarief 1.
De belastingbedraagt perbelastingjaar: a.
vooreeneerstehond
C
c.
72,00
e 109,00 e 144,00
b. vooreentweedehond vooreenderdehond
d. vooriederehondbovenhetaantal van drie e 215,00 2. In afwijking van heteerstelid bedraagt debelastingvoorhonden, gehouden in eenkennel,per belastingjaar, perkennelC 968,00. Voordetoepassingvan devorigevolzinwordtondereenkennel verstaan eeninrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerstelid, van hetBesluithouders van dieren, bestemden gebruikt voorhetfokkenvan honden voordeverkoop of afleveringvan nakomelingen. Het tweedelid blijft buitentoepassingals debelastingplichtige schríftelijkverzoektdeverschuldigde belastingvast te stellennaar hetwerkelijkeaantal
honden als blijkt dat dit bedraglager is dan hetop
voetvan hettweedelid bepaaldebedrag. Artikel6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijkaan hetkalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belastingwordtgeheven bij wegevan aanslag. Artikel8 Ontstaanvande belastingschuld en heffing naartijdsgelang 1.
De belastingis verschuldigd bij hetbeginvan hetbelastingjaar of, als dit later is, bij deaanvang van debelastingplicht.
2.
Indiendebelastingplicht in deloopvan hetjaar aanvangt, dan wel hetaantal
honden in deloopvan
hetbelastingjaar toeneemt, is debelasting,respectievelijk dehogere belastingvoorhettoegenomen aantal
honden, verschuldigd voorzoveeltwaalfde gedeelten van devoordat jaar verschuldigde
belastingals er in dat jaar, aantal 3.
na deaanvang van debelastingplicht, respectievelijk detoenamevan het
honden, nogvollekalendermaandenoverblijven.
Als debelastingplicht in de loopvan hetbelastingjaar eindigt,dan wel hetaantal van hetbelastingjaar vermindert,bestaat aanspraak
van devoordat jaar verschuldigde belastingals er in dat jaar, respectievelijk devermindering van hetaantal 4.
honden in deloop
opontheffing voorzoveeltwaalfde gedeelten na heteinde van debelastingplicht
honden, nogvollekalendermaandenoverblijven.
Belastingbedragen van minderdan C 5,00 wordennietgeheven.
5. Voordetoepassingvan hetvorigelid wordthettotaal van deopéénaanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als éénaanslagbedrag.
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb098
Pag. 3
Artikel9 Termijnenvan betalen 1.
In afwijking van artikel 9, eerstelid, van deInvorderingswet 1990 moeteenaanslag wordenbetaald in tweegelijke termijnen, waarvan
deeerstevervalt opdelaatste dag van demaand volgend opde
maand diein dedagtekening van hetaanslagbiljet is vermeldendetweede termijneenmaand later. 2.
In afwijking van heteerstelid geldt,in geval hettotaalbedrag van deopéénaanslagbiljet verenigde aanslagen, of als hetaanslagbiljet maar éénaanslag bevat en hetbedragdaarvan niethogeris dan C 20.000,-
en zolangdeverschuldigde bedragendoormiddelvan automatische incasso kunnen
wordenafgeschreven, dat deaanslagen moetenwordenbetaald in zoveelgelijketermijnenals er na demaand van dagtekening van hetaanslagbiljet nognietgeëindigde maanden in hetkalenderjaar overblijven, met dienverstandedat hetaantal
termijnentenminstevier enten hoogste tien
bedraagt. 3.
Betalingvan determijnenzoals bedoeld in deleden1 en 2 is mogelijkvia automatische incasso, mits wordtvoldaan aan devoorwaardenvan deUitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen(BsGW).
4.
De Algemene termijnenwet is nietvan toepassingopdein devoorgaandeledengestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding De regelgeving inzake dekwijtschelding is vastgelegdin deRegeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023. Artikel 11 Inwerkingtredingen citeertitel 1.
De "Verordening opdeheffing endeinvordering van hondenbelasting 2022", vastgesteld 15 december 2021, wordtingetrokken met ingangvan dein hetderdelid genoemde datum van
2.
ingangvan deheffing,met dienverstandedat zij van toepassingblijft opdebelastbare feitendie zich voor die datum hebben voorgedaan. Dezeverordening treedtin werkingmet ingangvan deeerstedag na dievan debekendmaking.
3.
De datum van ingangvan deheffingis 1 januari 2023.
4.
Dezeverordening wordtaangehaald als "Verordening hondenbelasting 2023".