22Rb097 Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023 ontwerpbesluit.pdf
Tekst van het document
GemeenteKerkrade
Ontwerpbesluit Nr.: 22RÒ097
De raad van de gemeente
Kerkrade;
overwegende, « .dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting;
gelezen, « de notavan toelichting, nr. 22Tİ061 behorende bij dit besluit;
geletop, » artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit:
1.
In te trekken de Verordening opde heffing en de invorderingvan rioolrechten 2022
2.
vastgesteld d.d. 15 december 2021; Vast te stellen de volgende "Verordening opde heffing en de invorderingvan rioolheffing 2023" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanigdeel uitmaakt van dit
3.
besluit; De datum van intrekking van de onder 1. vermelde
4.
inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; De onder 2. vermelde verordening treedt met ingang 1 januari 2023
verordening is gelijk aan de datum van
Aldus vastgesteld in openbare raadsvergadering van de gemeente
in werking.
Kerkrade van 14 december
De voorzittervande raad,
De griffieç
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
2022.
MIX
FSC
Papier van verantwoorde herkomst
PaľkstadLimbuKg
FSC* C017488 Gemeente
Kerkrade maakt deel uit van Parkstad Limburg
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb097
Pag.1
Verordeningop de heffing en de invorderingvan rioolheffing 2023 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1.
gemeentelijke
riolering: een voorzieningof combinatie van voorzieningenvoorinzameling,
verwerking, zuivering oftransportvan afvalwater, hemelwater of in onderhoudbij de gemeente; Toelichting begrip gemeentelijke Het begrip gemeentelijke
of grondwater, in eigendom, in beheer
riolering:
riolering is veel ruimer dan alleen de riolering opzich. Het gaat om alle
voorzieningendie worden getroffen om te voldoenaan de wettelijke
zorgplichten. Daaronder vallen
onder andere rioleringspijpenen kolken, maar ookbjjvoorbeeld voorzieningentegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba's) 2.
verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
3.
water: huishoudelijkafvalwater, bedrijfsafval water, hemelwater, Toelichting begrip water:
grondwater of oppervlaktewater.
Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichtenvan artikel 228a Gemeentewet
worden meerdere
waterbegrippen gebruikt die gebaseerd
zijn opde herkomst van het
water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomenin de Wet milieubeheer
of
Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffinggeen nadere toelichting. Artikel2 Aard vande belasting Onder de naam rioolheffingwordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voorde gemeente 1.
verbonden zijn aan:
de inzameling en het transportvan huishoudelijkafvalwater en bedrijfsafvalwater,
alsmede de
zuivering van huishoudelijkafvalwater; en 2.
de inzameling van afvloeiend hemelwater
en de verwerking van het ingezamelde hemelwater,
alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voorde aan de grondgegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomenof te beperken. Artikel3 Belastbaar feit en belastingplicht 1.
De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect opde gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijkrecht gebruikt.
2.
Voorde belasting wordt: a.
gebruik van een perceel doorde leden van een huishoudenaangemerkt als gebruik doorhet doorde in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
b.
bedoelde
gebruik doordegene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik doorde persoondie dat deel in gebruik heeft gegeven;
c.
het ter beschikking stellen van een perceel voorvolgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik doorde degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel4 Voorwerp vande belasting 1.
Voorwerpvan de belasting is een perceel.
2.
Als perceel wordt aangemerkt:
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb097
Pag.2
a.
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstukIII van de Wet waardering onroerende zaken;
b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten
daarvan die bij dezelfde
persoonin gebruik zijn en die, naar de
omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e.
het binnen de gemeente
gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van
een in onderdeel c bedoeld gedeelte
daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel5 Maatstafvan heffing 1. 2.
De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt ter zake van percelen, zijnde woningen,geheven naar een vast bedrag per woning. De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt ter zake van percelen, niet zijnde woningen,geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuithet perceel wordt afgevoerd.
3.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld ophet aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters water gesteld ophet aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid
4.
water doorherleiding bepaald naar een periode van 365 dagen.
Voorzover de gegevens, als bedoeld in het tweede
lid van dit artikel, niet bekend zijn, wordt het
waterverbruik vastgesteld naar rato van het waterverbruik bij vergelijkbare 5.
a.
watermeter,
b.
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatiemet vaste capaciteit in
waarvan de hoeveelheid
bedrijf is geweest 6.
opgepomptwater kan worden afgelezen, of
kan worden afgelezen.
De eerste volzinis niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid geschiedt opgrondvan enige andere wettelijke
7.
percelen.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatiemoet die pompinstallatiezijn voorzienvan een:
De opde voet van het derde lid berekende verminderd met de hoeveelheid afgevoerd.
opgepomptwater
bepaling.
hoeveelheid
toegevoerd of opgepomptwater wordt
water die aantoonbaarniet via de gemeentelijke
riolering is
Artikel 6Tarieven 1.
De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste
lid, bedraagt per belastingjaar, indien de woningop 1
januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt bewoond door: a.
een huishoudenvan éénpersoon
C
213,00
b.
een huishoudenvan meer dan één persoon
6
229,00
c. d.
meer dan éénpersoontezamen niet een huishoudenvormend, per persoon met een maximum van
6 6
213,00 639,00
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb097
2.
Pag.3
De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt per jaar bij een waterverbruik van: a. 0 t/m 400m3 e 229,00 b. 401 t/m 800m3 e 355,00 c. 801 t/m 2.000m3 e 513,00 d. 2.001 t/m 5.000m3 c 820,00 e. 5.001 t/m 10.000m3 e 1.364,00 f.
10.001
t/m
afgevoerde hoeveelheid
e e
20.000m3
t/m 30.000m3 g- 20.001 vermeerderd met een bedrag van C 534,00 per 10.000m3 of een gedeelte
2.205,00
2.738,00 daarvan boven de
van 30.000m3.
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8 Wijze vanheffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel9 Ontstaanvande belastingschuld en heffing naartijdsgelang 1.
De belasting als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
Indien de belastingplicht in de loopvan het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten
van het voordat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
aanvang van de belastingplicht, nogvolle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loopvan het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak opontheffing voorzoveel twaalfde gedeelten
van het voordat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, nogvolle kalendermaanden overblijven. 4.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
5.
Belastingbedragen van minder dan 6 5,00 worden niet geheven.
6.
Voorde toepassingvan het vorige lid wordt het totaal van de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als éénbelastingbedrag.
Artikel 10Termijnenvanbetaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste
lid, van de Invorderingswet 1990moet een aanslag worden betaald
in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt opde laatste dag van de maand volgend opde maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede 2.
In afwijking van het eerste
termijn een maand later.
lid geldt, in geval het totaalbedrag van de opéénaanslagbiljet verenigde
aanslagen, of als het aanslagbiljet maar éénaanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan 6 20.000,- en zolangde verschuldigde bedragen doormiddel van automatische incasso kunnenworden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nogniet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incassovan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassingopde in de voorgaande leden gestelde
termijnen.
Bijlagebehorende bij raadsbesluit nr. 22Rb097
Pag.4
Artikel 11 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023. Artikel 12Inwerkingtredingen citeertitel 1.
De "Verordening opde heffing en invorderingvan rioolheffing2022",
vastgesteld 15 december
2021 ,
wordt ingetrokken met ingangvan de in het derde lid genoemde datum van ingangvan de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft opde belastbare hebben voorgedaan.
feiten die zich voordie datum
2.
Deze verordening treedt in werking met ingangvan de eerste dag na die van de bekendmaking.
3.
De datum van ingangvan de heffing is 1 januari 2023.
4.
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing2023".