22it02368 Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Kerkrade 2023.pdf
Tekst van het document
22it02368
Verordeningloonkostensubsidie Participatiewet GemeenteKerkrade
2023
Vastgestelddoorderaad van degemeente Kerkradein zijn vergadering van 17.11.2022 (raadsbesluit 22Rb085)
Verordening loonkostensubsidie Participatiewet GemeenteKerkrade2023
Artikel 1. Vaststellingwie tot doelgroeploonkostensubsidie behoort
1 . Het collegestelt vast of eenpersoon behoorttot dedoelgroep loonkostensubsidie; 2. Hierbij neemthetcollegede volgende criteria in acht; a. eenpersoon moetbehorentot dedoelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerstelid, onderdeel a, van deParticipatiewet,diepersoon is nietin staat met voltijdsearbeid hetwettelijkminimumloon te verdienen endiepersoon heeftmogelijkheden tot arbeidsparticipatie;of b.
eenpersoon moetbehorentot dedoelgroep zoals omschreven in artikel lOd, tweede lid, van de Participatiewet.
3. Het collegebesluit oftenaanzienvan eenpersoon advieswordtingewonnen bij eenexterne organisatie met betrekking tot het oordeelof een persoonbehoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 4. Het collegestelt beleidsregelsvast over de wijze waarop wordt vastgesteldwie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Artikel 2. Vaststellen loonwaarde
1. Het collegebesluit of ten aanzienvan eenpersoon advieswordtingewonnen bij eenexterne organisatiemet betrekkingtot hetvaststellenvan de loonwaarde. 2. Het collegestelt beleidsregels vast met betrekkingtot deloonwaarde-methodiek, dievoldoen aan deminimumeisen dieaan eenmethode ter bepalingvan deloonwaarde wordengesteld. 3. Het collegestelt met betrekkingtot de in hettweedelid genoemde beleidsregelsin elk geval tevensregelsvast dievoldoen aan hetlandelijkepreferente procesloonkostensubsidie. Artikel3. Hardheidsclausule
Het collegekan, indiende toepassingvan bepalingenin dezeverordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, voorzover het de bevoegdheid betreft dievoortvloeit uit dezeverordening, afwijkenvan dezeverordening. Artikel4. Inwerkingtredingen citeertitel
1. De verordening loonkostensubsidie ParticipatiewetKerkrade2018 wordt ingetrokken per 1 januari2023. 2. Dezeverordening treedtin werkingop 1 januari 2023.(ondervoorbehoud) 3. Deze verordening wordt aangehaaldals; Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Gemeente Kerkrade2023. Aldus vastgestelddoorde raad der gemeente Kerkrade in zijn openbarevergadering van 17 november2022.
De voorzittervan de raad,
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
2
Toelichting
Algemeen
Deze verordening geeft uitvoeringaan artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet. Overeenkomstig dezebepalingdientdegemeenteraad bij verordening regelsvast te stellenover dedoelgroep loonkostensubsidie endeloonwaarde. De regelsdienen in iedergevalte bepalen: - dewijze waaropwordtvastgesteldwie tot dedoelgroep loonkostensubsidie behoort,en - dewijze waaropdeloonwaarde wordtvastgesteld. Op 1 januari201 7 is de'Wet stroomlijning loonkostensubsidie Participatiewet'in werking getreden'. Dat heeftgeleidtot wijzigingvan artikel 1 0d van de Participatiewetendaaraan verbondeninhoudelijke aanpassingen van deregeling met betrekkingtot loonkostensubsidie. In deParticipatiewetis middelsartikel 10d, tweedelid, eennieuwedoelgroep opgenomen voor loonkostensubsidie.
Dezedoelgroep is opgenomen in deverordening enbetreft jongeren: « van hetpraktijkonderwijs, bedoeldin artikel 1 0f van deWet ophetvoortgezet onderwijs; * hetvoortgezet speciaalonderwijs,bedoeldin artikel 2 van deWet opdeexpertisecentra, of » deentreeopleiding, bedoeldin artikel 7.2.2.,onderdeel a, van deWet educatieen beroepsonderwijs; diebinnen6 maandenna hetverlatenvan schoolzijn gaanwerken.Het collegehoeftvoordeze doelgroep nietmeervast te stellenof iemandtot dedoelgroep loonkostensubsidie behoort.De werkgever van dezejongeren kan - ookals dedienstbetrekking al tot stand is gekomen - de gemeente verzoeken deloonwaarde vast te stellen. Het collegekan op verzoekof ambtshalve vaststellenwie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personenzoals bedoeldin artikel 7, eerstelid, onderdeel a, van de Participatiewetdie mogelijkheden tot arbeidsparticipatiehebben en van wie is vastgestelddat zij met voltijdsearbeid nietin staat zijn tot hetverdienen van hetwettelijk minimumloon, behorentot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerstelid, onderdeel e, van deParticipatiewet).
Heefthetcollegevastgestelddat eenpersoon behoorttot dedoelgroep loonkostensubsidie en is eenwerkgevervoornemens met die persooneendienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het collegein beginsel de loonwaardevan die persoonvast (artikel lOd, eerste lid, van de Participatiewet).Hiervooris geenaanvraagvereist. De vastgestelde loonwaarde legthetcollege vast in eenbeschikkingwaartegenzoweldebetrokkenpersoon als diens(potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. De loonwaarde is eenvastgesteldpercentage van hetrechtensgeldende loonvoordedooreen persoon - diebehoorttot dedoelgroep loonkostensubsidie - verrichtearbeid in eenfunctienaar evenredigheid van de arbeidsprestatiein die functievan eengemiddelde werknemermet een soortgelijke opleiding en ervaring,die niettot dedoelgroep loonkostensubsidie behoort(artikel 6, eerstelid, onderdeel g, van de Participatiewet).
De loonkostensubsidie zoals beschrevenin dezeverordening kan uitsluitend wordeningezetals de persoonin kwestie behoorttot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeldin artikel 6, eerstelid, onderdeel e, van de Participatiewet:mensenmet eenarbeidsbeperking.Deze nieuwe 1 'Wet van 17 november2016 tot wijzigingvan deParticipatiewet,deWet tegemoetkomingen loondomein, de Wet financiering socialeverzekeringen endeWet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten in verband met stroomlijning van deloonkostensubsidie opgrondvan deParticipatiewetenenkeleandere wijzigingen' (Stb.2016-444). 3
vorm van loonkostensubsidie is niet per definitietijdelijk, maar kan indiennodigvoor een langereperiode wordeningezet.Met dit instrumentcompenseert degemeente werkgeversvoor de verminderde productiviteit van de werknemer(zie KamerstukkenII 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60). Begrippen die al zijn omschrevenin de Participatiewet,Algemenewet bestuursrecht(hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassingop deze verordening. Hiervan zijn in dezeverordening daarom geenbegripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn eenaantal belangrijkewettelijkedefinitieshieronder weergegeven.
- doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet): personen als bedoeldin artikel 7, eerstelid, onderdeel a, van wie is vastgestelddat zij met voltijdsearbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, dochwel mogelijkheden tot arbeidsparticipatiehebben, alsmede personen als bedoeldin artikel lOd, tweedelid; - loonwaarde (artikel 6, eerstelid, onderdeel g, Participatiewet):vastgesteldpercentage van het rechtensgeldende loonvoor de dooreen persoon,die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort,verrichtearbeid in eenfunctienaar evenredigheid van dearbeidsprestatiein diefunctie van eengemiddelde werknemermet een soortgelijkeopleiding en ervaring,die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; - dienstbetrekking (artikel 6, eerstelid, onderdeel f Participatiewet):een privaatrechtelijkeof publiekrechtelijke dienstbetrekking. Artikelsgewijze toelichting
Enkeldie bepalingen dieverderetoelichting behoeven wordenhieronder behandeld. Artikel 1. Vaststellingwie tot doelgroeploonkostensubsidie behoort
In artikel 10c van deParticipatiewetis geregeld wanneerwordtvastgesteldof eenpersoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort:opschríftelijkeaanvraagof ambtshalve. Ambtshalve vaststellingis alleenmogelijkbij: o personen diealgemene bijstand ontvangen; o personen als bedoeldin deartikelen34a, vijfdelid, onderdeel b, 35, vierdelid, onderdeel b, en 36, derdelid, onderdeel b, van deWet werk en inkomennaar arbeidsvermogen (hierna:WIA) tot hetmomentdat hetinkomenuit arbeid ín dienstbetrekking gedurende tweeaaneengesloten járenten minstehetminimumloon bedraagtentenbehoevevan diepersoon in dietweejárengeenloonkostensubsidie als bedoeldin artikel 10d is verleend; o personen als bedoeldin artikel 10, tweedelid, van deParticipatiewet; o personen met eenuitkering opgrondvan deWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozewerknemers,en o personen met eenuitkering opgrondvan deWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, o personen diewerkenopeenbeschuttewerkplek(artikel 10b, negende lid, van de Participatiewet).
In artikel 10c van de Participatiewetis ookbepaald dat hetaan collegeis om vast te stellenof eenpersoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.Binnende kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellenop welke wijze zij bepalen of mensentot de doelgroep loonkostensubsidiebehoren en of loonkostensubsidievoor hen wordt ingezet (zie KamerstukkenII 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweedelid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden.Dezecumulatievecriteria zijn ontleend aan artikel 6,
4
eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd. Artikel2. Vaststellingloonwaarde
In artikel 10d, eerstelid, van de Participatiewetis bepaald dat als eenpersoonbehoorttot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgevervoornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met diepersoon, hetcollegedeloonwaarde van diepersoon vaststelt. In artikel 2, tweedelid wordtverwezennaar nadervastgestelde beleidsregelsmet betrekkingtot de loonwaarde-methodiek, welke voldoetaan de minimumeisendie aan de methodeter bepalingvan deloonwaarde zijn gesteld. In artikel 2, derdelid wordtverwezennaar hetlandelijkepreferente procesloonkostensubsidie. Het Kabinet heeftin gezetoplandelijkuniformeloonwaardemethodiek te komen.Daarbij gaat hetom hetberekenen van deloonwaarde endedefinities van debasisbegrippendiedaarbij wordengehanteerd, denormfunctie, hetwerkproces,devormgeving van de loonwaarderapportage endehoudbaarheid ervan. In hetwetsvoorstelBreedoffensief is de mogelijkheid gecreëerd om in lagereregelgeving voorwaarden opte nemenwaaraan de loonwaardebepaling moetvoldoen, zodatdeuniformeloonwaardebepaling wordtgeborgd. Parallel hieraanis in samenwerking met VNG en Divosa eenpreferent werkprocesvoor loonkostensubsidies ontwikkeld.Het werkprocesricht zich opdeaanvraag, behandeling, betalingenafrekening; eenuniformebrievensettenbehoevevan werkgeversencliëntenen eenduidige betalingskenmerken.
Dit werkprocesis getoetstbij 30 gemeenten waarna vastgesteld is dat hetwerkprocesgeschiktis om aan alle gemeenten als preferente werkprocesaan te bieden.Het getestepreferente werkproceswordtin 2020 en2021 verderverspreid,vanuitde ambitie dat alle gemeenten hetpreferente werkprocesovernemen. In hetwetsvoorstelBreed offensief wordenbeslistermijnenvoorgesteld dieaansluitenbij dein hetpreferente werkproces opgenomen termijnenenin lagereregelgeving kunnen betalingstermijnen wordengeregeld.
5