CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

22it02352 Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Kerkrade 2023.pdf

Gemeenteraad 17 november 2022, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit actualisatie verordeningen Individuele Inkomenstoeslag gemeente Kerkrade en Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Kerkrade 20232.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

22it02352

Verordening individueleInkomenstoeslag GemeenteKerkrade

2023

Vastgesteld doorde raadvande gemeente Kerkrade in zijn vergadering van 17.11.2022

Pagina 2/9

(raadsbesluit22RÒÛ83)

VerordeningIndividueleInkomenstoeslag GemeenteKerkrede2023

Artikel1. Begrippen In deze verordeningwordt verstaanonder: a. Inkomen:totaal van inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet en de algemene bijstand; b. Peildatum:datumwaarop een persoon individueleinkomenstoeslagaanvraagt; c. Referteperiode: periode van3 jaarvoorafgaandaande peildatum; d. In deze verordening wordt verstaanonderhet in aanmerkingte nemenvermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 vande wet. Artikel2. Indienenverzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een doorhet college vastgesteld formulier. Artikel3. Langdurig laaginkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomenals bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerkingte nemeninkomenniet hoger is dan 10096 vande toepasselijke bijstandsnorm. Artikel4. Rechtop individueleinkomenstoeslag 1. Recht op de individuele inkomenstoeslagop grond van de wet en deze verordening heeft de belanghebbende die: a. langdurig een laag inkomenheeft; b. in de referteperiode voorafgaandaan de peildatum geen in aanmerkingte nemen vermogen, zoals bedoeld in art 34 vande Participatiewet heeft; c. geen zicht heeft op inkomensverbetering. 2. Het college stelt bij nadereregeling aanvullende voorwaarden vast. Artikel5. Hoogte individueleinkomenstoeslag 1.

Een individueleinkomenstoeslagbedraagt per kalenderjaar: a. f 425vooreen alleenstaande; b. ţ 490 vooreen alleenstaande ouder; c. i 600 voorgehuwden. 2. Als éénvande gehuwden is uitgesloten vanhet recht op individueleinkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, vande Participatiewet, kande rechthebbende echtgenoot in aanmerkingkomenvooreen individueleinkomenstoeslagnaarde hoogte die voorhem als alleenstaande of alleenstaande ouderzougelden. 3. Voortoepassing vanhet eerste en tweede lid is de situatieop de peildatum bepalend.

Pagina 3/9

4. De bedragen genoemd in het eerste lid wordenjaarlijkswordengeïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingenvande consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureauvoorde Statistiek. De bedragen wordennaarbovenafgerond op hele euro's.

Artikelê. Hardheidsclausule Het college kan, indiende toepassing van bepalingen in deze verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeituit deze verordening,afwijkenvandeze verordening.

Artikel7. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari2023 ondergelijktijdige intrekking van de VerordeningIndividueleInkomenstoeslagKerkrade 2015. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele Inkomenstoeslag Gemeente Kerkrade 2023.

Aldus vastgesteld door de raadder gemeenteKerkradein zijn openbarevergaderingd.d. 17 november2022. De voorzittervan de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.C.M.C. Franssen.

Pagina4/9

Toelichting Algemeen Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorzieningin de algemeen noodzakelijkekosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiëlepositie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staanals er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomenuit arbeid het inkomente verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wet werk en bijstand (hierna: Wwb) in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een discretionairebevoegdheid.

Dit betekent dat het college een individuele inkomenstoeslagkan verlenen als een persoon voldoet aande voorwaarden daarvoor.Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in aanmerking komenvoorindividueleinkomenstoeslagen in welke gevallen personen uitzicht hebben op inkomensverbetering.Hierbij kan bijvoorbeeld wordengedacht aanpersonen aanwie in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een schending van een arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan personen die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijsvolgen. Vast te leggen regelsin verordening De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een laag inkomenhebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslagals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig' en 'laag inkomen'.Op grond van deze verordening is geen sprake vaneen laag inkomenbij een inkomenhoger dan100 X vande toepasselijke bijstandsnorm.

Daarnaastmoet bij verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslagbepaald worden.Het college kan in (wet interpreterende) beleidsregels aangevenwanneersprake is van ’geen uitzicht op inkomensverbetering'.Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden vande persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval wordengerekend: - de krachten en bekwaamheden vande persoon, en - de inspanningendie de persoon heeft verricht om tot inkomensverbeteringte komen.

Pagina 5/9

Artikelsgcwijze toelichting Enkel die artikelendie naderetoelichting behoeven wordenhier behandeld. Artikel1 Begrippen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet wordenniet afzonderlijkgedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekendvantoepassing op deze verordening. Inkomen Met inkomenwordt bedoeld het inkomenzoalsbedoeld in artikel 32 vande Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op individueleinkomenstoeslagook in aanmerkinggenomen als inkomen.Bijzonderebijstand kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslageen vorm van bijzonderebijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslagbuiten beschouwing moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen.Het wordt niet wenselijk geacht een eerder verstrekte individueleinkomenstoeslagin aanmerkingte nemenals inkomen,omdatdit het ongewenst effect kan hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslagheeft omdat hij een te hoog inkomenheeft gehad in de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag.

Wat voor een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslaggeldt, dat geldt ookvooreen eerder verstrekte langdurigheidstoeslag op grond vande WWB zoalsdie luidde vóór1 januari2015. Peildatum De peildatum is de datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslagaanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datumwaarop een persoon langdurig een laag inkomenheeft, geen in aanmerkingte nemenvermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbeteringheeft. De peildatum komt meestal overeen met de aanvraagdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslagaan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentierondomartikel 44vande Participatiewet. Referteperiode Verder is bepaald wat onderde referteperiode moet wordenverstaan:een periode van 36 maandenvoorafgaandaan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder 'Langdurig'. Artikel2 Indienenverzoek De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot verlening van individueleinkomenstoeslagkan indienen.Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen op aanvraagverkrijgbaar.

Onder aanvraagwordt verstaan:een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraagdient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb). Om onduidelijkheid te voorkomenover de wijze waarop het verzoek moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan

Pagina 6/9

middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraagzoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schríftelijke aanvraag(artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekenddoorde aanvrageren ten minste de naamen het adres van de aanvragerbevat, de dagtekening en een aanduidingvan de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, vande Awb). De aanvragerverschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waaroverhij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individueleinkomenstoeslagzoals bedoeld in artikel 36 vande Participatiewet. Artikol 3 Langdurig laaginkomen Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomenis, is wat onder'langdurig' en onder'laag' wordt verstaan. Langdurig De door de gemeenteraad vastgestelde (langdurige) periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduidals referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 vandeze verordening. De referteperiode bedraagt derhalve voorKerkrade driejaar Laaginkomen Een inkomenis laag als het niet hoger is dan lOO'Jè van de toepasselijke bijstandsnormop grond vande Participatiewet.

De vraag of het inkomenvan een persoon gedurende de referteperiode niet hoger is dan het langdurig lage inkomenvan 100 X van de toepasselijke bijstandsnorm,zal niet al te rigide mogen worden beoordeeld en zal met behulp van de hardheidsclausule naar redelijkheid en billijkheid beoordeeld worden. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet in positieve zin worden meegenomen in de beoordeling. Betreft de marginale inkomensoverschrijding niet meer dan het bedrag bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k gedurende de gehele referteperiode van drie jaar, dan is sprake van een marginale overschrijding van de bijstandsnormdie niet aantoekenningvan een individuele inkomenstoeslagin de weg staat. Het betreft een geobjectiveerd bedrag omdataansluiting is gezocht op het (fiscale) maximale bedrag voor vergoedingen in het kader van vrijwilligerswerk zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k van de Participatiewet, een bedrag dat steeds met de tijd meegaat. Artikel4

Rechtop individueleinkomenstoeslag

Eerste lid (ad b) Er wordt voor wat betreft de vermogensbepaling in het kader van het recht op de individueleinkomenstoeslagaltijd uitgegaan van de aanvraagdatum.Dit is ten gunste van aanvragers. Vermogensoverschrijdingen in de langdurige periode spelen dus geen rol. Er wordt alleengekeken naarhet vermogen op datumaanvraag. Eerste lid (ad c) De wettelijke toelichting geeft als voorbeeld van aanvragers die zicht hebben op inkomensverbetering:studentenmet een uitkering op grond van de WSF. Deze doelgroep heeft vanwege het volgen van hun studie zicht op inkomensverbetering(zij kunnenin staat

Pagina ľ/9

worden geacht na hun opleiding een zekere inkomensverbeteringte bereiken) en hebben derhalve geen recht op de individueleinkomenstoeslag. Tweede lid In de beleidsregel individuele inkomenstoeslagzijn aanvullende voorwaardenopgenomen waaraan voldaanmoet wordenom in aanmerkingte komenvoor de individueleinkomenstoeslag.

Artikel5. Hoogte individueleinkomenstoeslag De bedragen met betrekking tot de individuele inkomenstoeslagzijn gerelateerd aande reeds bestaandebedragen met betrekking tot de langdurigheidstoeslag. Tot en met 2014 werd de langdurigheidstoeslag aangemerkt als een vorm van categoriale bijzondere bijstand. Met de invoering van de Participatiewet kreeg de individuele bijzondere bijstand een belangrijkere rol als vangnetbinnende socialezekerheid. Dat blijkt uit de toevoeging vanč 100 miljoenaanhet budget voorgemeenten voorde armoedebestrijding. Bovendienkrijgt de individuele bijzondere bijstand een extra impuls doorde beperking vande categoriale bijzondere bijstand. Mensendie eerst op grond van de categoriale regelingen bijzondere bijstand ontvingen,zullen nu een aanvraagindienen voor individuele bijzondere bijstand. Zij zullen dan wel moeten aantonen dat ze kosten gemaakt hebben. Alleen bij deze vorm van bijzondere bijstand is namelijk maatwerk mogelijk. Bij het beoordelen van een aanvraag om individuele bijzondere bijstand wordt de individuele problematiek vande aanvragerin kaart gebracht. Het gaat er niet enkel om de aanvraagaf te handelen, maar ook om de persoonlijke en maatschappelijke situatie te verbeteren. Bij voorkeurdooriemandtoe te leiden naarwerk.

Op die manierwordt een toekomstig beroep op (bijzondere) bijstand voorkomenen wordt de bijzondere bijstand uitsluitendingezet voor mensen die het echt nodig hebben. Maar er kan bijvoorbeeld ook hulp worden geboden bij het aanpassenvanhet uitgavenpatroon. Ten aanzienvan de bedragen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders verandert het bovenstaandegegeven niets. Voor gehuwden en daarmee gelijkgestelde samenwonende partners verandertin beginsel ook niets mits beide partners aande voorwaardenvoor de individueleinkomenstoeslagvoldoen. Tweede lid Het recht op individueleinkomenstoeslagkomt gehuwden gezamenlijk toe. Worden belanghebbenden op de peildatum als gehuwd aangemerkt, danmoetenbeide belanghebbenden voldoenaande voorwaarden vanartikel 36 lid 1 Participatiewet. Voldoet éénvande gehuwden niet aandeze voorwaarden, danbestaatvoorbeiden geen recht op individueleinkomenstoeslag.Dit is conformmeerdere rechterlijke uitspraken (zie CRvB 0808-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY8382, CRvB 13-07-2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2529 en CRvB 08-11-2011, ECU:NLCRVB:201 TBU6421).

Pagina 8/9

Eénpartner geen recht. Het betreft hier de algemene toets conformartikel 11 (kring der rechthebbenden) en artikel 13 (de wettelijke uitsluitingsgrondenvanhet recht op algemene en bijzonderebijstand). Komt éénvande gehuwden op grond vanartikel 11 danwel artikel 13 niet in aanmerking voorhet recht op individueleinkomenstoeslag- andersdanvanwege het niet voldoenaan vande individueleinkomenstoeslag(artikel 36 lid 1 Participatiewet) - dan de voorwaarden dient aande andereechtgenoot wél een toeslag toegekend te wordennaarde normvoor een alleenstaande (ouder). Dit naaranalogievanartikel 24 Participatiewet. Uiteraard mits die echtgenoot voldoetaande voorwaarden daarvoor.Het gaat danbijvoorbeeld om gehuwden waarvanéénpartner elders in detentieverblijft. De niet-rechthebbende echtgenoot moet echter wel nog steeds als een gehuwde wordenbeschouwd. Het gezinsinkomenmoet dus wordengetoetst aande toepasselijke normvoorgehuwden. van Het vorige gaat niet op als een vande gehuwden niet voldoetaande voorwaarden artikel 36 lid 1 Participatiewet. Denk bijvoorbeeld aanhet niet voldoenaande voorwaarden vanhet hebben van een langdurig laag inkomenof dat een der partners een maatregel opgelegd is in verband met de arbeidsinschakeling. In dat geval hebben beide echtgenoten geen recht op individueleinkomenstoeslag.Zie TK 2002-2003, 28870, nr.

3, p 11-13 waaruitexpliciet volgt dat de bepalingen van het oorspronkelijkeartikel 36 lid 1 Participatiewet voorbeide echtgenoten gelden. Wijziging leefvorm. Het kanvoorkomendat de leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouderof gehuwd) van een belanghebbende in de referteperiode is gewijzigd. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gehuwden individueleinkomenstoeslagaanvragen,maarzij over een gedeelte vande referteperiode als alleenstaande moetenwordenaangemerkt. Belanghebbenden moeten danookover dat deel vande referteperiode aande voorwaarden voldoenom voor individueleinkomenstoeslagin aanmerkingte komen. Voorbeeld. Janneke(35) voert op de peildatum een gezamenlijke huishouding met Peter (36). Janneke is echter pas een half jaar geleden bij Peter ingetrokken en woondevoorheen op zichzelf. De Verordening individueleinkomenstoeslaghanteert een inkomensgrensvan 100*56 vande toepasselijke bijstandsnorm. Om voor individuele inkomenstoeslag in aanmerking te komen,moetenzij: «

*

gedurende de periode dat ze alleen woondenallebei een lager inkomenhebben gehad dan 100*56 vande toepasselijke bijstandsnorm,die voor hen destijds bestond uit de alleenstaande-norm; gedurende de periode dat ze samenwonengezamenlijk een lager inkomenhebben gehad dan 100*56 van de toepasselijke bijstandsnorm,die in dat geval bestaat uit de gehuwdennorm vanartikel 21 onderdeelc Participatiewet.

Pagina9/9

Voldoet een van beiden niet aandeze voorwaarden,dan komen zij als gehuwden niet in aanmerkingvoor individuele inkomenstoeslag.Gehuwden moeten dus zowel gezamenlijk als afzonderlijkaande voorwaarden voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=951ebef1-98a0-44bd-94b0-c006d2d01382