220705 Sheetpack Het Martin Buber cie B&S.pptx
Tekst van het document
Update Het Martin Buber Commissie B&S 5 juli 2022
Inhoud 1. Hoe zat het ook alweer? 2. Wat zijn onze vervolgstappen? 3. Wat zijn onze bezwaargronden? 4. Nieuwe aanvraag indienen 5. Dialoog
1. Hoe zat het ook alweer?
Wat zijn onze vervolgstappen? • We gaan in bezwaar of beroep • We dienen een nieuwe aanvraag in
Wat zijn onze bezwaargronden? 1. Het doen van een aanvraag is belemmerd 2. Het Besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen 3. Er is sprake van een ondeugdelijke motivering 4. Schending van het legaliteits- en rechtszekerheidsbeginsel. 5. Ontbreken van een noodzakelijke belangenafweging. 6. Schending van het gelijkheidsbeginsel. 7. Schending van het verbod op detournement de pouvoir.
1. De aanvraag waarop het Besluit is genomen, is onredelijk belemmerd. Met de mate van belemmering is onterecht geen rekening gehouden in het Besluit.
o Problemen met het door DUO gehanteerde digitale formulier van aanvraag (problemen met uploaden en verwerken van ondersteuningsverklaringen). o Gemeente is niet geïnformeerd over de – gedurende de procedure - gewijzigde adviescriteria betrokken in de beoordeling van de aanvraag en heeft het advieskader nooit ontvangen. o Duidelijkheid vanuit ministerie over wat van nieuwe scholen verwacht mag worden, ontbrak (door minister erkend, op grond waarvan per 1 juli 2022 een expertisepunt burgerschapsonderwijs ingesteld zal worden). o Het besluit weegt nadelige omstandigheden in het geheel niet mee.
2.
Het Besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen. Relevante informatie is niet in het Besluit betrokken. Een gesprek over het aan het Besluit onderliggende advies is niet tot stand gekomen Er is niet afgewogen of van de toepasselijke beleidsregels moest of kon worden afgeweken.
o Met de afwijzing van bekostiging wordt de gemeente niet in staat gesteld haar wettelijke taak (kinderen in eigen gemeente naar school) te vervullen. o Onderzoek dat aan besluit ten grondslag heeft gelegen, voldoet niet aan hoge norm die verwacht mag worden gezien de zwaarwegende gevolgen. o Gemeente heeft gereageerd op conceptverslag van gesprek tussen gemeente en inspectie. De gemeente heeft aangegeven op welke punten het conceptverslag geen recht doet aan het gevoerde gesprek. o De gemeente betwist de rechtmatigheid van de norm die de inspectie hanteert en de constatering dat MB niet voldoet op D1 wordt onvoldoende onderbouwd en is feitelijk onjuist. o Relevante informatie is door de inspectie niet betrokken bij de advisering naar de minister. o De met de reactie van de gemeente meegestuurde extra toelichting op opbouw onderwijs inclusief geconcretiseerde leerdoelen (in de vorm van een Excel-bestand) wordt ten onrechte en aantoonbaar niet op waarde geschat. Het advies is nog steeds gebaseerd op slechts 1 deel van de informatie. o Reactie van de gemeente wordt op onderdelen uit de context gerukt. o Pogingen om met de inspectie in gesprek te komen over het buiten beschouwing laten van informatie en over de waardering van informatie, hebben geen effect gehad.
3. Er is sprake van een ondeugdelijke motivering van het besluit. Relevante informatie is niet in het Besluit is betrokken. De maatstaven die de inspectie er kennelijk op nahoudt, zijn niet in de redenering van het aan het Besluit onderliggende advies zijn weergegeven. o De minister trekt onvoldoende onderbouwde conclusie (op basis van advies inspectie) o De inspecteur licht niet toe waarom de aangeleverde informatie niet tegemoet zou komen aan de door de inspectie eis dat HMB-leerdoelen moet aanleveren. HMB heeft dit namelijk gedaan en heeft niet de indruk dat de inspectie/ de minister de inhoud van de aangeleverde informatie heeft bestudeerd en op waarde heeft geschat. o De inspectie geeft niet aan op welke gronden de benoemde leerdoelen van HMB ontoereikend zouden zijn.
4. Het legaliteits- en rechtszekerheidsbeginsel zijn geschonden, door een verkeerde uitleg aan de toepasselijke wet- en regelgeving te geven. De minister heeft in het Besluit een andere norm heeft gehanteerd voor de beoordeling van de aanvraag, dan de wettelijke norm die is vastgelegd in artikel 67a lid 2 sub b onder 4 Wvo. Het Besluit mist hierdoor een toereikende wettelijke grondslag, althans is gebaseerd op een ongelegitimeerde uitleg en toepassing van de wet. o De minister in het Besluit een andere norm heeft gehanteerd voor de beoordeling van de aanvraag, dan de wettelijke norm die is vastgelegd in artikel 67a lid 2 sub b onder 4 Wvo. Daarin is doorslaggevend dat de minister niet uitgaat van de wettelijke voorschriften voor de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 17 Wvo. En als gevolg daarvan heeft de minister ook de door de Gemeente aangeleverde beschrijving verkeerd gewaardeerd o Allereerst wordt niet duidelijk op welke grond de inspectie vraagt om het vaststellen van specifieke leerdoelen. Nergens in het Advieskader wordt ten aanzien van de burgerschapsopdracht over doelen (kerndoelen, leerdoelen of anderszins) gesproken. Dat past ook niet bij de invulling van het toezicht, zoals de wetgever die voor ogen heeft gehad.
Het is nadrukkelijk door de wetgever overwogen dat de vrije norm van een burgerschapsopdracht niet in toezichtkaders vervat zou gaan worden (zie het navolgende citaat). Voor zover de inspectie zich toch op een norm uit het Advieskader zou beroepen, hoort die norm ook onrechtmatig geacht te worden: de wet biedt geen grondslag voor een concretisering van de inhoud en doelen van het burgerschapsonderwijs (zie 4.15 en 4.25)
5. Het Besluit geeft geen blijk van een noodzakelijke belangenafweging die, gelet op de feiten en omstandigheden in dit geval, wel noodzakelijk en aangewezen was. o Als het de minister al wordt toegestaan om de interpretatie van wettelijke voorschriften te geven die hij bij wijze van beleidsregel meent te kunnen geven (quod non, zie 4), dan heeft hij die interpretatie ook in samenhang met alle feiten en omstandigheden te bezien. Een beleidsregel die blind is voor omstandigheden is geen beleidsregel maar een decreet. o De burgerschapsopdracht heeft tot doel om jonge mensen kennis en vaardigheden bij te brengen die hen in staat stellen volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het ontbreken van een school voor mavo, havo of vwo in Kerkrade geeft jongeren uit de stad echter een inherente achterstand als het erop aankomt hen in staat te stellen volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De aanvraag van de Gemeente, die inhoudelijk is onderbouwd en niet ‘zomaar’ een initiatief van een private partij is, ondervangt dit. Aan de doelstellingen van de burgerschapsopdracht kan juist door toekenning van de aanvraag tegemoet worden gekomen.
6. Met het Besluit is het gelijkheidsbeginsel geschonden, nu verschillende (ongelijke) aanvragen op dezelfde manier zijn behandeld.
o Op grond van het gelijkheidsbeginsel had moeten worden meegewogen dat de Gemeente handelde op grond van de bij haar belegde taak te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Dat maakt haar aanvraag in voldoende mate ongelijk aan de andere aanvragen, dat ook een nadere belangenafweging aangewezen was. o Daarnaast wordt voor bestaande scholen een andere norm gehanteerd dan voor nieuwe scholen. Dat is onrechtmatig.
7. Het Besluit is genomen met andere doelen en belangen voor ogen, dan de doelen en belangen waaraan de minister vanuit zijn toegekende bevoegdheid beoogt bij te dragen. o De aanvragen van nieuwe scholen worden gebruikt als een manier om meer inhoud aan de wettelijke criteria te geven. Dat is een oneigenlijke manier om de toetsingsbevoegdheid van de minister in te zetten. o Daarnaast is er vanuit de regerende coalitiepartijen een wens uitgesproken om sneller in te kunnen grijpen in het onderwijs, als het aankomt op aspecten van burgerschap. Een politieke wens, is echter nog geen toereikende grondslag om besluiten op te nemen. En tegemoetkomen aan een politieke wens is ook geen legitieme reden om de inhoud van het burgerschapsonderwijs nader te concretiseren, dan wel nadere eisen te stellen aan de in een aanvraag voor bekostiging van een nieuwe school te overleggen informatie.
Nieuwe aanvraag indienen 1. Moet voor 1 juli 2. Opnieuw ouderverklaringen ophalen 3. Alle inhoudelijke stukken in principe bruikbaar 4. Gebruikmaken van (per 1-7-22) nieuw ingericht expertisepunt
Tijdspad stichting nieuwe school
onder Meer ruimte voor nieuwe scholen Inschrijving bij KvK Alleen een rechtspersoon kan een aanvraag doen
Aanvraag tot bekostiging Aanleveren: belangstellingsberekening, gespreksuitnodigingen, kwaliteitsstukken, VOG College van B&W, uittreksel KvK en toelichting over initiatief
Publicatie nieuwe initiatieven
Voor 1 juni
Vanaf 1 juli tot 1 november
Op 1 juli
2022
2022 2022
2022
Start nieuwe school
1 augustus
2023 2022
2024
Vanaf 1 juni tot 1 juli
Vanaf 1 juli tot 15 oktober
Voor 1 juni
Melden initiatief gegevens aanvrager postcode gewenste locatie - methode van belangstellingsmeting - voorgenomen naam school - korte beschrijving concept
Uitvoeren belangstellingsmeting Via ouderverklaringen (via DigID op site DUO)
Minister besluit op de aanvraag Indien positief: aanvragen (start)bekostiging en informeren Onderwijsinspectie
-
Dialoog