21tl060 Delegatiebesluit omgevingsplan nota van toelichting.docx
Tekst van het document
Nota van toelichting Nummer.: 21Tl060
Kerkrade, 22 september 2021
Behorend bij ontwerpbesluit nummer 21Rb057
Onderwerp Delegatiebesluit omgevingsplan Beslispunten 1. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet) tot het verwerken van in afwijking van het omgevingsplan verleende omgevingsvergunningen in het nieuwe omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 2. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet) tot het verwerken van vastgesteld beleid/beleidsregels in het nieuwe Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 3. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 4.14 Omgevingswet) tot het nemen van een voorbereidingsbesluit te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 4. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet) tot wijzigingen van administratieve aard van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 5. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet) tot wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 6. De bevoegdheid (als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet) tot wijzigingen in de artikelsgewijze toelichting van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
Dit delegatiebesluit treedt in werking vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet, nu voorzien op 1 juli 2022. Het delegatiebesluit in werking laten treden door middel van een bekendmaking conform de Algemene wet bestuursrecht na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Inleiding Voordat de Omgevingswet in werking treedt dienen een aantal besluiten te worden genomen om als gemeente klaar te zijn voor de wet. Hiervoor is het “Plan van Aanpak voor de raad (Omgevingswet)” (vastgesteld op 24 februari 2021) opgesteld, in dit geval gaat het om de uitwerking van besluit nummer 5: “Delegatiebesluit over wijzigen/vaststellen delen omgevingsplan”. De implementatie van de Omgevingswet is een grote en complexe opgave, een belangrijk onderdeel is de vernieuwde samenwerking tussen de gemeenteraad en het college van burgemeesters en wethouders. Dit voorstel gaat in op één van die nieuwe werkwijzen voor het anders samenwerken
1
met elkaar. Het gaat om het delegeren van een aantal (praktische) zaken van raad naar college die betrekking hebben op de bevoegdheden rondom het omgevingsplan. Doelstelling De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het vaststellen (waaronder mede begrepen het wijzigen) van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit geeft de reikwijdte van de bevoegdheid. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend. De gemeenteraad kan er dus voor kiezen om taken te delegeren naar het college. Dit betekent dat het college deze taken/bevoegdheden gaat uitvoeren en niet de raad; uiteraard behoudt de raad wel haar kaderstellende en controlerende taak. De delegatiemogelijkheden die de Omgevingswet biedt zijn er om zaken sneller af te handelen en om te voorkomen dat zaken dubbel behandeld worden. Vanuit het oogpunt van efficiëntie kan delegatie wenselijk zijn. Het gaat dus om het delegeren van praktische zaken waarbij de besluitvorming versneld kan worden. Dit is ook één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening. In de huidige situatie is geen delegatiebesluit van kracht. Op basis van het huidig planologisch/ruimtelijk recht zijn er bijv.
wel wijzigingsbevoegdheden opgenomen in het bestemmingsplan, echter is er geen sprake van een afzonderlijk delegatiebesluit zoals dat bij de Omgevingswet wel het geval is. Het voorliggende delegatiebesluit past in de geest van de Omgevingswet. Argumenten Het college van burgemeester en wethouders mag alleen delen van het omgevingsplan wijzigen voor de gevallen die door de gemeenteraad worden benoemd. Door dit te doen kan de gemeente met een relatief eenvoudige procedure er voor zorgen dat de regels in het omgevingsplan actueel blijven. Het besluitvormingstraject van een raadsbesluit duurt grofweg 2 maanden. Voor een besluit van het college is dat één week. Het voorstel is om de onderstaande taken te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders rondom het vaststellen en wijzigen van delen van het omgevingsplan. Daarnaast dient het college de raad te informeren (informatieplicht) wanneer zij gebruik maakt van de delegatiebesluiten, dit zal op jaarlijkse/halfjaarlijkse basis gebeuren. Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit zal de raad daarover geïnformeerd worden. 1.
Delegatie van het verwerken van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het (tijdelijke) omgevingsplan Bij inwerkingtreding van de wet, zullen ontwikkelingen vooral mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning. De raad of het college (afhankelijk van het adviesrecht) besluit over het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het omgevingsplan. Het besluit moet vervolgens worden verwerkt in het omgevingsplan, als er naast de besluitvorming op vergunning ook nog een besluit moet worden genomen over het nieuwe omgevingsplan is er sprake van dubbele besluitvorming (over hetzelfde onderwerp). Dit zou leiden tot extra administratieve handelingen. In de Omgevingswet is bepaald dat na de overgangsfase (2030) verleende vergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan, het gaat dan alleen om initiatieven die afwijken van het omgevingsplan. Voorbeeld (fictief): Er worden 3 woningen gebouwd op een locatie waar het tijdelijke omgevingsplan dit niet toelaat. Via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt hiervoor een vergunning verleend, deze vergunning dient vervolgens binnen 5 jaar na 2030 verwerkt te zijn in 2
het nieuwe omgevingsplan van Kerkrade. Het delegatiebesluit gaat om de verwerking van die verleende vergunning in het nieuwe omgevingsplan. Het doel is om het nieuwe omgevingsplan zo actueel mogelijk te houden en hiervoor de verleende vergunningen te verwerken (voor 2035). Voor gebieden waar al een nieuw omgevingsplan is opgesteld kan de vergunning sneller verwerkt worden. Om dit proces te bespoedigen is een delegatiebesluit raadzaam door de uitvoering hiervan te leggen bij het college. 2.
Delegatie van het verwerken van vastgesteld beleid/beleidsregels in het omgevingsplan Vastgesteld beleid of beleidsregels dienen verwerkt te worden in het omgevingsplan. Wanneer de raad of het college dergelijk beleid al heeft vastgesteld dat doorvertaling in het omgevingsplan behoeft, dan is het raadzaam om dit te delegeren naar het college. Het gaat immers om beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging. Net zoals de delegatiemogelijkheid bij punt 1 dient dubbele besluitvorming voorkomen te worden, dit zou leiden tot extra administratieve lasten. Voorbeeld (fictief): stel de gemeenteraad stelt een programma “Gezondheid” vast. In dit programma wordt vastgelegd dat roken niet is toegestaan op publieke functies (zoals scholen). Om te voorkomen dat de concretisering van de rookvrije zones (aanwijzen van locaties) in het omgevingsplan weer opnieuw behandeld moet worden in de raad, wordt voorgesteld om de uitvoering bij het college te leggen.
3.
Delegatie van het nemen van een voorbereidingsbesluit Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan voor een bepaald gebied wordt voorbereid. Met dit besluit wordt een voorbereidingsbescherming beoogd, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Dit betekent dat omgevingsvergunningen (activiteit bouwen) die passen binnen omgevingsplan toch niet mogen worden verleend. Voor desbetreffende gebied waar het besluit wordt genomen, wordt de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. De delegatie van het nemen van een voorbereidingsbesluit bestaat niet onder de Wet ruimtelijke ordening (huidige recht). Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor wijziging van het omgevingsplan bewust een vergunningsaanvraag indient die in strijd is met een voorgenomen wijziging. Het nemen van een voorbereidingsbesluit komt niet vaak voor, maar wanneer dit nodig is, is het van belang dat er snel gehandeld kan worden. Het college kan hierin sneller acteren. Het college dient de raad te informeren wanneer zij gebruik maakt van het voorbereidingsbesluit.
Voorbeeld: Net voordat het voorbereidingsbesluit “deelgebieden Kerkrade” (13 juli 2017) in werking zou treden, is een vergunningaanvraag voor de bouw van een winkelboulevard aan de Euregioweg ingediend. Dit had onder andere te maken met de relatief lange en openbare proceduretijd via de raad. Met de Omgevingswet kan dit proces fors versneld worden via delegatie aan het college (van grofweg 2 maanden naar één week).
4.
Wijzigingen van administratieve aard Het gaat hier om fouten of omissies (iets dat ontbreekt) in het omgevingsplan. Voorbeelden 3
hiervan zijn verschrijvingen, spel- of typefouten, toevoegen van ontbrekende begripsbepalingen. De wijzigingen mogen geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. 5.
Wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving In het omgevingsplan staan ook regels die gebaseerd zijn op wetten of regelingen van het Rijk of provincie. Wanneer er een wijziging plaatsvindt in hogere wet- of regelgeving dient ook het omgevingsplan van Kerkrade aangepast te worden. Hierin heeft de gemeente geen keuze. Voorbeeld: bij de actualisatie van alle bestemmingsplannen rondom bedrijventerreinen is een standaard maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen van 12 meter opgenomen. In de praktijk wordt geconstateerd dat deze opgenomen hoogte (afhankelijk van het type bedrijf) niet voldoet; onder andere door verplichte veiligheidsmaatregelen zoals het aanbrengen van een sprinklerinstallatie. Deze standaard maximale bouwhoogte dient dan aangepast te worden naar bijv. 14 meter.
6.
Wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan Het bestemmingsplan kent regels, een verbeelding en een algemene toelichting op het plan in zijn geheel, het omgevingsplan kent naast de regels en de verbeelding daarentegen een artikelsgewijze toelichting. Bij elk onderwerp waarover een regel is opgenomen moet een toelichting worden opgesteld. Het kan zijn dat een toelichting bij een bepaald artikel aanpassing behoeft. Door de bevoegdheid voor het wijzigen van de toelichting te delegeren aan het college, kan een tijdwinst worden behaald. Voorbeeld (fictief): de huidige bestemmingsplannen kennen een actualiseringsplicht van 10 jaar, hierdoor is de toelichting van een bestemmingsplan een statisch document. Bij het omgevingsplan dient de toelichting zo actueel mogelijk te zijn. Dit betekent in de praktijk dat de toelichting frequenter aangepast dient te worden. Voorbeelden hiervan zijn statistische gegevens over demografie, leegstand etc.
Kanttekeningen 1. Het college dient de raad te informeren (informatieplicht) wanneer zij gebruik maakt van de delegatiebesluiten, dit zal op jaarlijkse/halfjaarlijkse basis gebeuren. Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit zal de raad daarover geïnformeerd worden. Financiën Niet van toepassing. Communicatie Vastgesteld besluit bekendmaken conform de Algemene wet bestuursrecht. Dit besluit wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad via Overheid.nl. Uitvoering Na een positief besluit van de raad zal dit delegatiebesluit in werking treden vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
4