CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

21tl024 Vaststelling RES Zuid-Limburg 1.0 - gemeente Kerkrade nota van toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 april 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit RES 1.0 Zuid-Limburg4.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van toelichting Nummer.: 21Tl024

Kerkrade, 21 april 2021

Behorend bij ontwerpbesluit nummer 21Rb019

Onderwerp Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg: vaststelling definitieve RES 1.0 gemeente Kerkrade Beslispunten -

-

Met de RES Zuid-Limburg (RES ZL) 1.0 het bod van 1.3 TWh en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind vast te stellen. In te stemmen om de RES ZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RES ZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen. Akkoord te gaan met het instellen van een bestemmingsreserve “klimaatbeleid’ voor de toekomstig te ontvangen extra middelen van het Rijk voor de uitvoering van de RES.

Inleiding / aanleiding Energietransitie en klimaatverandering zijn belangrijke en actuele maatschappelijke thema’s. De energieambitie van de RES Zuid-Limburg maakt deel uit van een (inter)nationale context. Om de negatieve effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden maar bovenal om onze kwaliteit van leven te behouden, hebben 195 landen in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het streven is om de temperatuurstijging wereldwijd beneden de 2°C te houden. Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken. Hierin is afgesproken dat we de CO2-uitstoot met elkaar sterk gaan verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990 en in 2050 zelfs met 95%. Het akkoord kent vijf thema’s: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. Over elk van deze thema’s zijn aan de zogeheten ‘klimaattafels’ afspraken gemaakt Voor de thematafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’ is door IPO, VNG en UvW afgesproken om deze onderdelen uit te werken in 30 energieregio’s in Nederland. Het gaat daarbij om het produceren van elektriciteit uit grootschalige zon en wind op land (35 TWh in 2030) en de overgang van aardgas naar duurzame vormen van verwarming voor de gebouwde omgeving (de zogenaamde Regionale Structuur Warmte). Zuid-Limburg is één van deze RES-regio’s.

Hierin werken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten in drie sub-regio’s nauw samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis om in beeld te brengen hoeveel energie zij denken op te kunnen wekken uit wind-op-land en zonnepanelen in 2030 en welke (potentiële) regionale warmtebronnen beschikbaar zijn. Met deze Nota wordt de RES Zuid-Limburg versie 1.0 (vanaf hier: RES ZL) aan u aangeboden. Onderdeel hiervan is het aandeel van de gemeente Kerkrade in de duurzame opwekking van wind-op-land en grootschalig Zon-PV. De RES ZL 1.0 wordt tegelijkertijd aangeboden aan de bevoegde gezagen van de Provincie Limburg, het Waterschap en alle gemeenten in de regio Zuid-Limburg. De teksten van deze nota en bijgevoegde concept raadsvoorstel/-besluit zijn gebaseerd op een eensluidend raadsvoorstel dat is ontwikkeld door de Stadsregio Parkstad Limburg in samenspraak met de Parkstadgemeenten. Op deze wijze baseren alle Parkstadgemeenten hun besluit op gelijke informatie. Het

1

eensluidend raadsvoorstel is conform de regionale afspraken ‘omgebouwd’ naar de in gemeente Kerkrade gebruikte sjablonen voor college- en raadsnota’s. De RES Zuid-Limburg 1.0 en de bijbehorende Oplegnotitie (zoals aangeboden door de Stuurgroep RES Zuid-Limburg op 11 maart 2021) zijn als bijlagen bij deze nota gevoegd. Doelstelling Het doel van deze nota is drievoudig: • Met de RES Zuid-Limburg 1.0 het totale bod van 1.3 TWh en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind vast te stellen èn • instemming verkrijgen om de RES ZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RES ZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen èn • het instellen van een bestemmingsreserve ‘Klimaatbeleid’ voor de toekomstig te ontvangen middelen van het Rijk voor de uitvoering van de RES ZL. Argumenten Voor u ligt het bod van de RES Zuid-Limburg. In de afgelopen maanden hebben het programmateam van de RES Zuid-Limburg samen met de aangesloten gemeenten en met geworven externe deskundigen hard gewerkt om te komen tot het voorliggende resultaat. Dit bod is tot stand gekomen in nauwe afstemming met uw (ambtelijke) organisatie. Hieronder wordt eerst ingegaan op de totale RES ZL en vervolgens ingezoomd op het aandeel van Parkstad Limburg èn de gemeente Kerkrade daarbinnen.

RES Zuid-Limburg Conform de Startnotitie (mei 2019) is de RES Zuid-Limburg opgedeeld in drie sub-regio’s: Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland, die volgens gemeenschappelijke aannames en uitgangspunten een afgewogen en afgestemd bod voor hernieuwbare elektriciteit formuleren. Hierbij is het afgesproken dat iedere sub-regio naar vermogen bijdraagt aan het totale bod. Bij elkaar opgeteld vormen deze bijdragen één bod voor de RES Zuid-Limburg ter hoogte van 1,3 TWh. Hierbij is een afweging gemaakt tussen vier onderdelen: -

De kwantiteit van het regionale bod en de bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh; Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak; De impact op het energiesysteem en energie-infrastructuur.

Het kwantitatieve bod (in TWh) is opgebouwd volgens de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gehanteerde methodiek zoals deze is voorgeschreven door het Nationaal Programma RES. Hierbij worden drie onderdelen onderscheiden: 1. Gerealiseerd vermogen: Het bestaand en producerend vermogen, gebaseerd op o.a. CBSstatistieken, de Klimaatmonitor en/of bij Enexis bekende gegevens (peildatum: 2017); 2. Vermogen in de pijplijn: Het vermogen van installaties die op de planning staan en waarvoor door RVO een SDE+ beschikking is afgegeven (t/m najaar 2020); 3. Nog te realiseren vermogen: Het toekomstig vermogen, dat als beleidsvoornemen wordt gezien. Verdeeld over de drie sub-regio’s ziet het bod van Zuid-Limburg er als volgt uit: Tabel 1: Opbouw bod RES 1.0 Zuid-Limburg Bestaand en producerend vermogen (TWh)

In de planning (pijplijn) (TWh)

Nog te realiseren vermogen (TWh)

Totaal (TWh)

2

Parkstad Limburg Westelijke Mijnstreek Maastricht-Heuvelland

0.026 0.007 0.020

0.053 0.145 0.068

0.425 0.316 0.262

0.504 0.468 0.35

Totaal (TWh)

0.053

0.266

1.00

1.322

Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW 1.0), onderdeel van de RES 1.0, geeft inzicht in de huidige en (verwachte) toekomstige warmtevraag en het aanbod van bovenregionale warmtebronnen. Ook geeft de RSW inzicht in de bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Er bestaat een nauw verband met de Transitievisie Warmte (TVW), een apart traject naast de RES. De TVW wordt op dit moment ambtelijk voorbereid en wordt later dit jaar in een apart besluitvormingsproces aan het college en aan uw raad aangeboden. Op basis van de Klimaatatlas, nationaal beschikbare informatie en aanvullend lokaal onderzoek is het potentiële bovenregionale warmteaanbod geïnventariseerd. De voorlopige conclusie is dat er minder duurzame (rest)warmtebronnen in de regio aanwezig zijn dan aan de voorkant veronderstelt, bijvoorbeeld omdat bronnen kleiner zijn dan oorspronkelijk aangenomen of beschikbare restwarmte opnieuw ingezet wordt in het eigen productieproces. De RSW 1.0 vormt een eerste verkenning van de opgave (warmtevraag) en mogelijkheden (warmteaanbod) en kent nog veel onzekerheden. Daarom worden in deze fase ook nog geen afspraken gemaakt over de inzet van bovengemeentelijke warmtebronnen en warmte-infrastructuur.

In de TVW onderzoeken gemeenten welke alternatieven er voor aardgas zijn, en welke buurten tot 2030 kansrijk zijn voor de inpassing van alternatieve, duurzame warmtebronnen. Zodra de TVW’s gereed zijn (vaststelling volgt uiterlijk eind 2021) krijgen wij een beter beeld van de toekomstige regionale warmtevraag. In de RES 2.0 (2023) zal dit onderdeel dan ook verder worden uitgewerkt. Parkstad Limburg Het voorliggende bod voor Parkstad Limburg is uitgewerkt onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid en de zogenaamde PALET-Broedkamer. Deze bestaat uit de energie- en duurzaamheidscoördinatoren van de samenwerkende Parkstad-gemeenten en een ambtelijke vertegenwoordiging van de Stadsregio Parkstad. Het concept-bod voor Parkstad Limburg is op 13 mei 2020 vastgesteld door de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio Parkstad. Deze is vervolgens ingebracht als onderdeel van de RES Zuid-Limburg. Op 1 oktober 2020 is de concept-RES van Zuid-Limburg formeel aangeboden aan het Rijk. Hierin was sprake van globale zoekgebieden en een concept-bod voor de grootschalige opwek van windop-land en zon-PV tot 2030. In de afgelopen maanden is het concept-bod verder uitgewerkt tot een definitief bod.

Hierin zijn de zoekgebieden voor grootschalige opwek nader uitgewerkt, waarbij er een verfijning van de ruimtelijke onderbouwing heeft plaatsgevonden. Het voorlopige bod is geactualiseerd naar een definitief bod voor Parkstad Limburg, waarbij nieuwe inzichten zijn verwerkt. De zoekgebieden zijn hieronder weergegeven op kaart:

3

Het definitieve bod voor Parkstad Limburg is verdeeld over drie onderdelen: - Windenergie - Grootschalig zon-op-dak (op daken groter dan 285m2, is een uitgangspunt van het NP-RES) - Grootschalig zon-op-land (onbenutte terreinen in bebouwd gebied; gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; gronden in gebruik voor landbouw).  Verdeeld over de drie onderdelen ziet het bod van Parkstad Limburg (0,5 TWh) er als volgt uit: Tabel 2: Opbouw bod sub-regio Parkstad Limburg Bestaand en In de planning producerend (pijplijn) (TWh) vermogen (TWh) Windenergie 0,002 0 Grootschalig zon-op-dak 0,018 0,027 Grootschalig zon-op-land 0.006 0.026

Nog te realiseren vermogen (TWh)

Totaal (TWh)

0,128 0,139 0.158

0,130 0,184 0.190

Totaal (TWh)

0,425

0,504

0,026

0,053

4

Aandeel gemeente Kerkrade in bod RES Zuid-Limburg Het aandeel van de gemeente Kerkrade in de RES ZL bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Windenergie 5 Windturbines: - 4 windturbines maken deel uit van de ‘Samenwerking windenergie Parkstad Zuid’, waarbinnen samen met de gemeente Heerlen en Simpelveld gestreefd wordt naar de ontwikkeling van 5-8 windturbines. - 1 windturbine op het bedrijven terrein Dentgenbach. Het bedrijf ‘E-max’ wil een windturbine op het eigen bedrijfsterrein realiseren om onder andere in de eigen energiebehoefte te voorzien.* Zie voor de locaties/zoekgebieden de kaartuitsnede hieronder. 2. Grootschalig zon op dak Voor de RES 1.0 komen alle daken groter dan 285m2 in potentie in aanmerking voor zon op dak. Een van de rekenregels uit het landelijke NP- RES is dat hiervan 30% in het bod wordt meegenomen. Hier wordt voor Kerkrade bij aangesloten. Op de kaart hieronder zijn de ‘grote’ daken geïnventariseerd. 3.

Grootschalig zon-op-land Het aandeel van Kerkrade voor dit onderdeel bestaat uit twee concrete locaties: - Zonne-akker ‘De Locht’ (ruim 36.000 panelen op 12 ha; 14,8 Megawatt opbrengst) - Zonne-akker ‘Emma Shoes’ - bedrijventerrein Dentgenbach (circa 8.200 panelen op zowel grond als dak; 2,5 hectare groot grondperceel; jaarlijkse opbrengst circa 2,6 Megawatt opbrengst) * Het noemen en opnemen van deze turbine in de RES ZL heeft geen bindende juridische consequenties: de RES ZL is een strategisch visiedocument en heeft als zodanig nog geen juridische status. Daarom kan een initiatiefnemer hier geen rechten aan ontlenen. Er wordt hiermee dus géén toestemming gegeven tot het plaatsen van een windturbine. Hiervoor moet de reguliere planologische procedure voor gevolg worden. Het bevoegd gezag in deze ligt bij de provincie Limburg. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zal de gemeenteraad om een Verklaring Van Geen Bedenkingen gevraagd worden, waarbij de raad het voorstel toetst aan de randvoorwaarden van de in december 2020 vastgestelde Windvisie voor Kerkrade. De Raad blijft in deze dus aan zet.

Het aanleggen van grote zonne-akkers elders in het buitengebied van de gemeente is niet wenselijk: Het gemeentelijk beleid is er op gericht om het beschikbare waardevolle buitengebied (circa 1/3 van het grondgebied van de gemeente Kerkrade) te behouden en niet verder te bebouwen. Er kan wel gekeken worden naar de mogelijkheden voor het overkappen van grote parkeerterreinen zoals nabij en rondom het Parkstad Limburg stadion, GaiaZOO, het Continium Kerkrade en treinstation Kerkrade-Centrum en het EBC-gebouw bij de grens met Herzogenrath. En kunnen lang braakliggende en feitelijk incourante percelen op de bedrijventerreinen eventueel aangemerkt worden als tijdelijke energieopwekking met zonnepanelen. Het gaat dan om kavels die niet bedrijfsmatig in gebruik zijn. Beide opties moeten echter nader worden onderzocht en maken daarom nu geen deel uit van de RES ZL 1.0. Kaartuitsnede RES ZL 1.0 – Gemeente Kerkrade:

5

Argumenten - Het RES 1.0-bod is een weloverwogen bod en tot stand gekomen in een zorgvuldig proces met de ambtelijke organisatie, volksvertegenwoordigers en maatschappelijke partijen. U/de Raad bent op verschillende momenten in dit proces betrokken in de totstandkoming van het voorliggende bod (zie onder communicatie/participatie). - De RES is gericht op samenwerking en wijzigt niets aan de bevoegdheidsverdeling bij ruimtelijke initiatieven. De gemeente(raad) besluit zelf over initiatieven voor zonneweides en windmolens. Met het vaststellen van de RES 1.0 wordt niet besloten tot het realiseren van concrete initiatieven of projecten m.b.t. wind-op-land en/of zon-PV. Hiervoor moeten de reguliere planologische procedures worden doorlopen, met de daarbij behorende participatie-, inspraak-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Binnen het Nationaal Programma RES is afgesproken dat alle RES-regio’s uiterlijk 1 juli 2021 een definitieve RES 1.0 aan het Rijk dienen aan te bieden. Het Rijk heeft aangegeven dat deze datum, ondanks de situatie rondom Covid19, ongewijzigd blijft. Uiterlijk vanaf 1 juli 2021 starten alle regio’s met de voorbereiding van de verankering van de RES in het eigen omgevingsbeleid via de instrumenten van de Omgevingswet en/of de Wet ruimtelijke ordening. Omgevingsvergunningen dienen tijdig verleend te zijn om in 2030 landelijk de 35 TWh gerealiseerd te hebben.

Kanttekeningen - Het is niet duidelijk of de bijdrage van de RES Zuid-Limburg voldoet om de landelijke doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek uit wind-op-land en/of zon-PV te realiseren. Indien blijkt dat de 30 RES’en samen niet optellen tot 35 TWh, zal het Nationaal Programma samen met de RES-regio’s zoeken naar mogelijkheden om dit alsnog te realiseren. Mocht ook dit niet haalbaar blijken, zullen de landelijke koepels (IPO, VNG en UvW) de landelijke restopgave verdelen over de RES-regio’s. De verdeelsleutel hiervoor is niet bekend, omdat het proces vanuit de decentrale overheden centraal staat.

6

-

-

Op dit moment is nog onduidelijk of alle grootschalige opwek die in het bod geprojecteerd is ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Mogelijke belemmeringen zijn bijvoorbeeld hoogtebeperkingen rondom vliegbasis Geilenkirchen (windenergie) en (geldende) beleidsrestricties rondom de opwek van wind- en zonne-energie binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Daarnaast moeten de projecten in de verdere uitwerking voldoen aan de gestelde randvoorwaarden voor grootschalige opwek. De RES 1.0 is een tussenproduct in een langjarig proces. Nieuw kennis en inzichten zullen in de RES 2.0 en verder*, in het bod worden verwerkt. Om de beoogde opwek daadwerkelijk te kunnen realiseren, zijn ook inspanningen en aanpassingen nodig vanuit het Rijk. Belangrijke randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld stimuleringsregelingen of het door gemeenten afdwingbaar maken voor zon-op-dak bij bestaande en/of nieuwbouw, financiële instrumenten voor inwoners (bijv. gebouw-gebonden financiering) en voldoende budget voor uitvoeringscapaciteit. Indien het Rijk de randvoorwaarden niet invult, heeft dat gevolgen voor het kunnen realiseren van de in het bod geformuleerde ambitie.

* De RES moet iedere 2 jaar geactualiseerd worden. Financiën Voor het opstellen van de RES 1.0 zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld door een bijdrage vanuit het Nationaal Programma RES. De middelen voor de ondersteuning van de definiëring van de RES’en zijn toegekend in de septembercirculaire 2019. Voor Zuid-Limburg komt dit neer op een rijksbijdrage van €1.359.428,- voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2021. Deze middelen zijn ontvangen door de gemeente Maastricht (in haar rol als penvoerder) en conform de afspraken gemaakt in de Startnotitie RES Zuid-Limburg (vastgesteld in de BC Ruimte en Duurzaamheid van 9 mei 2019) verdeeld over de 3 subregio’s. De stadsregio Parkstad Limburg beheert de middelen voor deze sub-regio. Vanuit de Provincie is hierop aanvullend €75.000- ter beschikking gesteld voor de kosten van een projectsecretaris voor de RES ZL. Van de deelnemende gemeenten is verder geen aanvullende bijdrage gevraagd. Van de gelden beschikbaar voor de sub-regio Parkstad is op dit moment meer dan 70% besteed. Het restant zal naar huidige inzichten in 2021 gebruikt worden om de RES 1.0 verder te verdiepen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verkrijgen van inzicht in de cijfers in de RES 1.0 op gemeenteniveau (is nu alleen op sub-regio niveau beschikbaar).

Met het vaststellen van de RES 1.0 Zuid-Limburg wordt het fundament gelegd op basis waarvan overheden (inclusief uw raad), semioverheden, bedrijven, woningcorporaties, inwoners etc. in gezamenlijkheid tot concrete uitvoeringsmaatregelen komen om de energietransitie in de regio en uw gemeente in gang te zetten. Voor dit proces zal vanuit het Rijk opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld. De hoogte hiervan is op dit moment nog onduidelijk. Door de val van het kabinet zal een besluit omtrent de rijksbijdrage mogelijk vertraging oplopen. Randvoorwaarde instemming Klimaatakkoord door gemeenten / VNG NB: Eén van de randvoorwaarden die de gemeenten gesteld hebben aan de instemming met het Klimaatakkoord (zie ook onder ‘Kaders’) is het krijgen van een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Waarbij ook is aangegeven: ‘Als op termijn onvoldoende aan deze randvoorwaarde(n) wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren. De randvoorwaarden van gemeenten blijven in volgende fases in het traject dan ook volledig van kracht’. Het VNG-bestuur heeft de opdracht gekregen te werken aan de invulling hiervan.

De VNG zegt in haar bijlage bij ledenbrief van 15 januari 2021, “Uitnodiging BALV 12 februari 2021”, hierover het volgende: in 2020 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. Met het rapport dat er nu ligt wordt géén uitspraak 7

gedaan over de daadwerkelijke toekenning van middelen: dit is onderwerp van gesprek tussen koepels en het kabinet. Op 25 januari jl. is het rapport gepubliceerd onder de titel 'Van Parijs naar praktijk. Er is hiermee een eerste stap gezet, maar de middelen zijn hiermee nog niet geregeld. Prioriteit voor gemeenten is dan ook dat in overleg met het kabinet ervoor wordt gezorgd dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Tevens zal de VNG benoemen dat het nodig is dat de uitvoering wordt ondersteund door nationale programma's voor in ieder geval de sectoren elektriciteit (RES) en gebouwde omgeving. Tot slot realiseert de VNG zich dat afspraken voor het jaar 2022 snel nodig zijn en voor een deel niet kunnen wachten tot het moment dat er structurele meerjarige afspraken zijn vastgelegd. Hierover blijven zij in gesprek met het kabinet. Investeringskosten (voor bijvoorbeeld de bouw van een zonnepark) maken geen onderdeel uit van het onderzoek. Totdat er vanuit het Rijk extra middelen ter beschikking worden gesteld conform de afspraken gemaakt rondom het Klimaatakkoord, zal voor de uitwerking van de RES in een Uitvoeringsprogramma (gecombineerd met een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET) en het uitvoeren hiervan gebruik (kunnen) worden gemaakt van de op dit moment binnen de gemeente bestaande / voorziene financiële middelen en capaciteit.

*De uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Dit bedrag is opgebouwd uit uitvoeringslasten in de sector gebouwde omgeving voor 60%, elektriciteit 15%, mobiliteit 10% en landbouw 5% en overige kosten 10%. De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe doordat ook het aantal plannen dat gemeenten moeten uitvoeren toeneemt. Instellen bestemmingsreserve ‘Klimaatbeleid’ Naar verwachting worden de extra middelen vanuit het Rijk voor de uitvoering van de RES uitgekeerd via de algemene uitkering in het gemeentefonds. De hoogte ervan en via welke circulaire (juni, december of later) de middelen verwacht kunnen worden is op dit moment zoals eerder aangegeven in deze nota nog niet bekend. Het is van belang deze middelen te labelen zodat ze daadwerkelijk besteed kunnen worden aan het doel waarvoor ze toegekend worden: - de RES 1.0 is slechts de eerste officiële stap in een lange termijncyclus in ieder geval tot aan 2030. In deze periode wordt de RES elke twee jaar herijkt. Voor de uitvoering van de RES zal worden gewerkt met een cyclus van uitvoeringsprogramma’s (zie ook onder kopje ‘uitvoering’ later in deze nota). Het gaat dus om structurele extra taken/werkzaamheden voor de gemeente.

- zodra de Raad akkoord gaat met uw voorstel om de RES 1.0 vast te stellen en in te stemmen met het aanbieden van de RES ZL 1.0 aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie, zijn de extra middelen van het Rijk noodzakelijk om invulling te kunnen geven aan de afspraken die via de RES ZL 1.0 met de regio (ZL èn Parkstad) zijn gemaakt. Daarom wordt uw raad voorgesteld akkoord te gaan met het instellen van een bestemmingsreserve voor klimaatbeleid, zodat de verwachte te ontvangen middelen van het Rijk, gelabeld kunnen worden en daarmee daadwerkelijk aangewend kunnen worden voor het doel waarvoor ze beschikbaar worden gesteld: de uitvoering van de RES. Communicatie / Participatie De besluitvorming in uw raad is zorgvuldig en op maat voorbereid, in samenspraak met uw gemeente. Zo heeft onder andere op 24 juni 2020 een informerende bijeenkomst in de commissie GEZ plaatsgevonden. Voorts heeft op 11 november 2020 een tweede, consulterende, informatiebijeenkomst in de commissie GEZ plaatsgevonden. De bijdrage van de gemeente Kerkrade in het totale bod van de RES Zuid-Limburg is hierin voorgelegd. Maatschappelijke partners zoals de Limburgse Natuur- en Milieufederatie, woningcorporaties, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het MKB zijn via een zogenaamde Klankbordgroep periodiek betrokken en gevraagd mee te denken in het proces.

Inwoners zijn in januari 2021 door middel van een Parkstad-brede Duurzaamheidskrant geïnformeerd over zowel de RES en Transitievisie Warmte. 8

Hiermee is het participatieproces voor deze trajecten gestart. De RES is een doorlopend en langjarig proces. Het participatieproces is dan ook een blijvend onderdeel van deze aanpak. Externe communicatie, bijvoorbeeld via een persconferentie en/of persbericht, vindt pas plaats nadat alle bevoegde gezagen positief hebben besloten over het voorliggende bod. Communicatie vanuit de gemeente zelf vindt plaats na afstemming tussen de beleidsverantwoordelijken van de afdeling Milieu en Bouwen (cluster Milieu en Handhaving) en de communicatieadviseurs van de afdeling Bestuur en Bedrijfsvoering (cluster Rechtsbelangen en Communicatie), in samenspraak met de portefeuillehouder. Uitvoering Planning. procedure en uitvoering Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats in de 16 gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Nadat alle bevoegde gezagen de RES 1.0 voor Zuid-Limburg hebben vastgesteld zal deze aan het Rijk worden aangeboden, doch uiterlijk 1 juli 2021. Om de in de RES 1.0 gestelde ambitie in de praktijk om te zetten in concrete maatregelen en prestaties, zal in de vervolgfase onder de ambtelijke regie van Parkstad Limburg worden overgegaan tot het uitwerken van een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET i.c. op het schaalniveau van Parkstad Limburg. Het traject van de RES heeft consequenties voor PALET.

De RES-methodiek wijkt op een viertal belangrijke punten af van de aanpak in PALET. 1. Primair / Secundair energiegebruik. In PALET is uitgegaan van het primaire energiegebruik (vanuit de bron), terwijl de RES uitgaat van secundair energiegebruik (uiteindelijk energiegebruik door afnemer). Om de samenhang met de RES en daarmee de andere Nederlandse gemeenten te bewaren zullen wij in de toekomst dus ook in Parkstad uitgaan van het primaire energieverbruik. 2. Basisjaar gegevens. In PALET is uitgegaan van basisjaar 2011 terwijl de RES 2017 als basisjaar hanteert. In de RES heeft er dus een actualisatie van PALET op deze fronten plaatsgevonden. 3. Reikwijdte van sectoren. De RES is beperkt tot de Klimaattafels ‘Elektriciteit’ en ‘Gebouwde omgeving’. De sectoren ‘industrie’, ‘verkeer en vervoer’ en ‘landbouw en landgebruik’ worden door de overige Klimaattafels opgepakt. In PALET wordt echter uitgegaan van een integrale aanpak, waarbij alle sectoren worden meegenomen. De opgave vanuit de RES betreft dan ook niet de gehele opgave die wij ons in PALET hebben gesteld. In het uitvoeringsprogramma voor Parkstad blijven wij uitgaan van een integrale aanpak voor alle sectoren. 4. Beleidsdoelen. Tot slot geeft de RES invulling aan de nationale doelstelling om met elkaar de CO2-uitstoot sterk te verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990.

De ambitie van PALET is om in 2040 als regio energieneutraal te zijn. De RES 1.0 Zuid-Limburg is een strategisch visiedocument. De doelstellingen uit de RES zullen worden meegenomen in een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET voor de komende periode (2022-2026). Gemeenten beslissen hierbij over eigen grondgebied. In aanloop naar het nieuw op te stellen Uitvoeringsprogramma zal PALET geëvalueerd worden, waar een aanvang wordt gemaakt de het verschil in uitgangspunten en doelstellingen tussen de RES en PALET zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. In de aankomende periode zal PALET “RES-proof” gemaakt moeten worden, vooral om goed en efficiënt aangehaakt te blijven binnen de RES Zuid-Limburg en het Klimaatakkoord. Dit om de kwaliteit, de dynamiek en de effectiviteit van de regionale samenwerking via de GR Parkstad Limburg en op het gebied van energietransitie niet kwijt te raken, inclusief de inbedding in de nog in te richten Bestuurscommissie 9

Duurzaamheid. Alleen al de (tussen)resultaten rondom het Zonnepanelenproject, de warmtetransitie, de windprojecten en de WoonWijzerWinkel tonen die meerwaarde aan. Het binnen de RES te maken uitvoeringsprogramma voor Parkstad Limburg wordt na PALET 3.0 (20162020) nu PALET-RES 3.1 (2022-2025). De monitoring volgt vanuit het Nationaal Programma RES.

Evaluatie Het nationale RES traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. Twee jaar na de RES 1.0 volgt een RES 2.0; en zo verder. Deze tweejaarlijkse cyclus borgt mede dat de RES aansluit bij de wettelijk vereiste investeringsplannen van de netbeheerders en dat nieuwe inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van grootschalige opwek en warmte kunnen worden meegenomen. Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van de regionale bijdrage heeft het PBL een landelijke (kwantitatieve) analyse-, monitoring en rekensystematiek ontwikkeld. Daarop aanvullend zal er ook op het niveau van de Parkstad-gemeenten een kwalitatieve monitoring/evaluatie van de voortgang van afspraken en prestaties plaatsvinden. Bijlagen • RES 1.0 Zuid-Limburg (het visiedocument) • De Oplegnotitie behorende bij de RES 1.0 Zuid-Limburg

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=69b61382-363b-4fd2-ba8e-8b7fd4fa9336