CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

21i0008081 provincie Limburg inzake aandachtspunten begroting 2022.pdf

Commissie Algemene Zaken en Middelen 17 mei 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Schrijven d.d. 12 april 2021 van de provincie Limburg (21i0008081) inzake aandachtspunten begroting 2022.4.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Kerkrade INGEKOMEN

provincie limburg ja

1 2 APR. 2021

AFSCHRIFT De Raden van alle gemeenten in de provincie Limburg

Gescand nummer: 21İ0008081

Cluster

FIN

Behandeld

Ons kenmerk

2021/8936

Telefoon

+31 6 11 59 40 61

Uw kenmerk

Maastricht

6 april 2021

Bijlage(n)

Verzonden

9 april 2021

J.G.G.M. Janssen

Onderwerp Aandachtspunten begroting 2022

Geachte raad, leder jaar ontvangt u relevante en actuele informatie over de wijze waarop uw (meerjaren)begroting beoordeeld wordt vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het is belangrijk deze informatie te betrekken bij de kaderstelling voor de begroting en het vaststellen van uw begroting. Uw gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. leder jaar besluiten wij, op grond van artikel 203 van de Gemeentewet, voor 1 januari of uw gemeente voor het komende begrotingsjaar onder repressief of preventief toezicht valt. Het doel hiervan is te voorkomen dat uw gemeente een structureel tekort op de begroting krijgt, dat niet makkelijk meer door u zelf op te lossen is. Financieel toezicht is dan ook een wezenlijk onderdeel van de ‘check and balances’ binnen het openbaar bestuur. Daarnaast draagt financieel toezicht bij aan een bestendig en veilig Limburg met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen bouwen. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen is het uitgangspunt bij het financieel toezicht. Uitgangspunt voor de beoordeling is ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 gemeenten) dat u in 2019 van ons heeft ontvangen (nummer 2019-28181 d.d. 16 april 2019) en dat voor het eerst is toegepast voor de begroting 2020.

Hierin vindt u onder andere: welke vormen van toezicht zijn er? welke wet- en regelgeving worden gehanteerd bij het toezicht? wat betekent structureel en reëel evenwicht? waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is?

2021/8933 Limburglaan 10 6229 GA Maastricht

Postbus 5700 6202 MA Maastricht

* 31 43 389 99 99 www.limburg.nl

provincie iimburg

In deze begrotingsrichtlijnenbrief geven wij u op basis van actualiteit onderwerpen mee die voor uw begroting 2022 van belang zijn. Deels zijn deze onderwerpen financieel-technisch van aard en daarmee wellicht meer voor het college bestemd. Een afschrift van deze circulaire hebben wij daarom aan uw college gestuurd. Covid-19 Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis zijn op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Toch vragen wij u de financiële effecten van de corona-crisis zo goed mogelijk in beeld te brengen. De meest voorkomende situaties zijn: u houdt in de begroting en meerjarenraming geen rekening met de corona-crisis c.q. u raamt de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal. De financiële effecten van de corona-crisis (onderzoek AEF in opdracht van de VNG) zijn door u niet (goed) in te schatten of u gaat ervan uit dat het Rijk de financiële gevolgen van de corona-crisis (grotendeels) compenseert. U verwerkt dan eventuele werkelijke financiële gevolgen op jaarrekeningbasis. Het verdient aanbeveling om in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een inschatting te maken welke financiële risico’s uw gemeente loopt; u houdt in de (meerjaren)begroting rekening met incidentele en/of structurele baten en lasten.

U schat zo reëel als mogelijk de financiële gevolgen van de corona-crisis in, waarbij u aangeeft wat incidentele en wat structurele baten en lasten zijn. Wij vragen u de gemaakte keuze duidelijk in de begroting aan te geven, bijvoorbeeld in de inleiding, en deze toe te lichten, zodat we kunnen beoordelen of de gekozen methodiek voldoende aannemelijk, geloofwaardig en daarmee aanvaardbaar is. We betrekken dit bij ons oordeel over de plausibiliteit van de ramingen. Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht Met de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht (ATT) geven gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk invulling aan de vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht, zodat het toezicht zo effectief mogelijk is en past bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven. In onze vorige begrotingscirculaire 2020 en 2021 informeerden wij u al over de ATT, waarin is beschreven hoe we de komende járen het (interbestuurlijk) toezicht verder gaan doorontwikkelen. In 2020 is hiervoor een Actieplan opgesteld en is samen met toezichtontvangers en toezichthouders gekeken naar de uitwerking van de verschillende actielijnen. De vijf actielijnen zijn: 1. Versterken verbinding horizontale controle en verticaal toezicht. 2. Beter voeren dialoog. 3. Beter leren via toezicht. 4. Uniformeren uitvoering toezicht. 5. Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s.

Per actielijn zijn de te nemen acties benoemd en is het doel aangegeven zoals dat in de ATT is opgenomen. Inmiddels is er vorig jaar (2020) gestart met risicosessies voor de verschillende (interbestuurlijk) toezicht terreinen (in kader van actielijn 5). Dit jaar worden in het kader van actielijnen 2 en 3 workshops georganiseerd met toezichtontvangers en toezichthouders ten behoeve van het delen van ervaringen van (interbestuurlijk) toezicht. De data voor sessies, die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden georganiseerd, met het werkveld van financieel toezicht zijn op dit moment nog niet bekend.

2021/8933

2

provincie iimburg

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. Kan, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Notitie Rechtmatigheidsverantwoording Op dit moment verstrekken accountants een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekeningen van gemeenten. Dit gaat veranderen. Het was de bedoeling dat met ingang van 2021 het college een rechtmatigheidsverantwoording aflegt over de rechtmatigheid van de jaarrekening. De accountant krijgt hierdoor een andere rol en zal vanaf het boekjaar 2021 geen oordeel meer geven over de rechtmatigheid in zijn controleverklaring. De accountant geeft dan nog een controleverklaring af met alleen een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording door het college van burgemeester en wethouders die in de jaarrekening wordt opgenomen. De rechtmatigheidsverantwoording wordt een onderdeel van de getrouwheidsverklaring van de accountant.

De rechtmatigheidsverantwoording heeft gevolgen voor de (interne) verantwoording binnen uw gemeentelijke huishouding. Het is belangrijk dat u nu al bezig bent met deze ontwikkelingen en dat u zorgt voor voldoende grip op uw interne processen en de bijbehorende financiële huishouding, want gemeenten moeten zelf aantonen dat ze budgetten rechtmatig hebben besteed en het college hier verantwoording over aflegt. Het beoogde doel is dat er bewustwording komt en de kwaliteit van de interne beheersing verbetert. Ook is het van belang te onderzoeken waar de onderlinge verantwoordelijkheden liggen, tussen raad, college, ambtelijke organisatie en accountant. De Commissie BBV draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV. De commissie is voornemens de definitieve notitie Rechtmatigheidsverantwoording te publiceren in het eerste kwartaal 2021. In de Nieuwsbrief-ibi-nummer-97 laat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen - ook voor hen geldt de nieuwe manier van werken - weten dat de benodigde parlementaire goedkeuring er mogelijk niet voor het einde van het jaar is. Het voorstel voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording lift namelijk mee met het wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers. En op dit moment vindt nog een formele consultatie van dat voorstel plaats.

Pas na afronding van die consultatie zal het voorstel voor advisering aan de Raad van State worden gezonden en vervolgens aan de Tweede Kamer. 'Of het invoeringsjaar daadwerkelijk het verslagjaar 2021 zal zijn, is vanzelfsprekend afhankelijk van de verdere parlementaire behandeling’, aldus Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Notitie Meerjarig financieel inzicht In september 2020 heeft de commissie BBV de notitie Meerjarig financieel inzicht voor de raad vastgesteld. Het doel van deze notitie is om de samenhang helder te maken tussen diverse onderdelen uit de begroting en de jaarrekening. Dit maakt het eenvoudiger om een oordeel te vormen over de financiële positie van uw gemeente en/of de gevolgen te overzien van bepaalde beleidskeuzes voor de ontwikkeling van die financiële positie. Daarom gaat deze notitie specifiek in op enkele onderdelen die in het BBV zijn voorgeschreven en die erop gericht zijn om de raad (meer) inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente op de korte en langere termijn. Notitie Hoofdlijnen van het BBV 2021/8933

3

provincie íimburg tk

In februari 2020 heeft de commissie BBV de geactualiseerde notitie " Besluit Begroting en Verantwoording op hoofdlijnen verklaard, externe verslaggeving voor decentrale overheden” vastgesteld. Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige interpretatie en toepassing van de begroting en jaarstukken van gemeenten. In de notitie zijn uitgangspunten en principes uitgewerkt welke belangrijk zijn bij het opstellen en inrichten van deze stukken en is toegelicht waarom deze belangrijk zijn. Daarbij beperkt het document zich tot de financiële informatie. Centraal daarbij staan de principes die ten grondslag liggen aan het begrotingsstelsel dat voor gemeenten is voorgeschreven in het BBV. Inzicht in de structurele begrotingspositie Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van structureel evenwicht, is het belangrijk dat er inzicht bestaat welke baten en lasten incidenteel zijn. Het verplichte meerjarige overzicht van incidentele baten en lasten geeft dat inzicht. Daarbij is de kwaliteit en volledigheid van het overzicht van incidentele baten en lasten van essentieel belang. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de Commissie BBV (30 augustus 2018) is hiervoor een algemeen kader opgenomen en zijn diverse voorbeelden gegeven. Er wordt in de notitie vanuit gegaan dat in principe alle baten en lasten structureel van aard zijn.

Incidentele baten en lasten zijn de uitzondering en dienen toegelicht te worden. Bij het onderzoek van de begroting 2021 van de gemeenten is ons wederom opgevallen dat de notitie structurele en incidentele baten en lasten volgens ons nog niet altijd goed wordt toegepast in de begroting. Met name de toelichting op de opgenomen posten is vaak onvolledig om te kunnen beoordelen of er inderdaad sprake is van een uitzondering en de posten als incidenteel aangemerkt kunnen I moeten worden. Het doel van de Notitie structurele en incidentele baten en lasten, namelijk het meer eenduidig toepassen van de begrippen ‘incidenteel’ en ‘structureel’, is naar onze mening nog niet helemaal bereikt. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat het BBV geen scherpe definitie geeft wat incidenteel en structureel is. En, ook niet onbelangrijk, het BBV laat ruimte voor (interpretatie)verschillen, omdat dit past bij de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden (principle based). Wij vinden het vooral belangrijk dat er geen verschillen bestaan over de begrippen incidentele lasten en baten. Om deze discussie te beperken hebben wij vorig jaar aangegeven dat wij voor 1 juli 2020 met een (ambtelijke) handreiking zouden komen. In verband met de pandemie is deze handreiking nog niet gereed.

Vanuit het landelijk vakberaad toezicht gemeentefinanciën is de bal nu weer opgepakt en wij verwachten dat de handreiking dit jaar klaar is zodat die door de vakspecialisten die de begroting en jaarstukken opstellen gebruikt kan worden. Zodra deze beschikbaar is zullen wij deze laten toekomen. Ook zien wij dat een aantal mutaties aan reserves als structurele mutaties zijn opgenomen waarvan wij niet direct kunnen vaststellen of deze daadwerkelijk structureel van aard zijn. In de toelichting op de wijziging van het BBV in 2013 is gesteld dat in principe alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard zijn. Alle mutaties aan reserves maken daarom in principe onderdeel uit van het overzicht van incidentele baten en lasten. Structurele mutaties aan reserves zijn de uitzondering en dienen te zijn opgenomen op het overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Bij het begrotingsonderzoek 2022 gaan we toetsen hoe het 'overzicht van incidentele baten en lasten’, maar ook het ‘overzicht beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves’ zich verhouden tot de Notitie structurele en incidentele baten en lasten. Dit kan eventueel gevolgen hebben voor ons oordeel over het structurele saldo van uw begroting.

2021/8933

4

provincie limburg

ŵ

Wij dringen erop aan voldoende aandacht te besteden aan de kwaliteit en volledigheid van het overzicht van incidentele baten en lasten en ook het overzicht van beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Daarnaast adviseren wij u het structureel en reëel begrotingsevenwicht in het raadsvoorstel en raadsbesluit en in de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen zodat voor de raad en voor de toezichthouder duidelijk is of er een structureel en reëel evenwicht van de begroting is. Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek Er is onderzoek gedaan naar de herijking van het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n C 30 miljard. De fondsbeheerders (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de staatssecretaris van Financiën) hebben samen onderzocht met gemeenten hoe het geld het best verdeeld kan worden. Daarnaast moet door herijking de verdeling eenvoudiger worden. Op 3 februari 2021 zijn de voorstellen van de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën bekend geworden met betrekking tot een nieuwe verdeling van de algemene uitkering gemeentefonds. De voorstellen zijn voor advies aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gestuurd en in afschrift aan de Tweede Kamer.

Voor de gemeenten is dit van groot belang, omdat nu eindelijk, na 3 jaar onderzoek en nadere analyses, zichtbaar is wat de voorstellen voor de eigen gemeenten betekenen. Het gaat dan vooral over de herverdeeleffecten. Zoals al aangegeven liggen de voorstellen nu voor advies bij de ROB. Na het advies van de ROB bekijkt de minister vān BZK of er reden is de voorstellen bij te stellen. De al dan niet gewijzigde voorstellen gaan daarna voor advies naar de VNG. De definitieve voorstellen worden aan de kabinetsinformateur aangeboden. De huidige uitkomsten moeten met de nodige terughoudendheid worden bezien omdat bijvoorbeeld actualisering van de cijfers nog moet plaatsvinden. Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor uw financiële positie. Het is op dit moment nog te onzeker wat er uiteindelijk zal worden besloten. Daarom is het zeker prematuur om herverdeelvoordelen te gaan ramen, maar dat gemeenten met nu herverdeelnadelen in de voorstellen, als zij dat zelf gewenst achten, daar wel in hun ramingen rekening mee kunnen houden. Sociaal domein Bij het onderzoek van de begroting 2020 en ook 2021 is gebleken dat veel gemeenten moeite hadden de financiën op orde te krijgen. De raming van de baten en lasten van het sociaal domein in de begroting zijn ten opzichte van voorgaande járen steeds reëler.

Hierdoor is steeds meer zichtbaar dat de inkomsten vanuit het Rijk de kosten in het sociaal domein niet meer compenseren en tekorten ontstaan bij gemeenten. De financiële positie van de gemeenten komt steeds meer onder druk te staan. Gemeenten moesten vaak vergaande maatregelen nemen om tot een structureel een reëel sluitende begroting te komen. Voor de beoordeling van de begroting 2022 omtrent het sociaal domein blijven vooralsnog de richtlijnen van vorig jaar (begroting 2021) voor de begroting 2022 van kracht en deze zijn: voor de járen 2023, 2024 en 2025 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de C 300 miljoen (in 2021 en 2022); deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden;

2021/8933

5

provincie iimburg

voorwaarde is daarnaast dat de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven. Als toezichthouder beoordelen wij of de ramingen in de (meerjaren)begroting voor het sociaal domein reëel zijn en welke risico’s gemeenten lopen. Daarbij betrekken wij tenminste de realisatie van de laatste jaarrekeningen, de verwachte realisatie voor het jaar 2021 en de verslagen van de accountant. Als u verwacht dat u voor 2022 niet in staat zal zijn een structureel en reëel sluitende begroting vast te stellen, dan verzoeken wij u ons hierover in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren. Wij zijn graag bereid met u mee te denken over oplossingen. Duurzaamheid/energietransitie/klimaat De komende járen ligt er een enorme opgave om Nederland duurzaam te maken. Tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een overgang naar een circulaire economie zijn hierbij essentieel. Om dat te realiseren is het Interbestuurlijk Programma (IBP) van start gegaan, waarin het Rijk en de decentrale overheden hebben vastgelegd dat hun samenwerking op een aantal grote maatschappelijke thema’s, waaronder duurzaamheid en klimaat, wordt verbeterd.

Inhoudelijke afspraken over het klimaat, waar ook bedrijfsleven en maatschappelijke partijen verantwoordelijkheid voor dragen, zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Elke gemeente, provincie en ook waterschap werkt op dit moment binnen regio’s samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de bebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Van decentrale overheden wordt verwacht dat zij een groot deel van de groei van de algemene uitkering ten goede laten komen aan klimaatbeleid en de energietransitie. Wij zien dat gemeenten in de huidige, economisch onzekere tijden minder budget aan het klimaat besteden, met als gevolg dat zij de afspraken over het klimaat niet (geheel) kunnen nakomen. Gemeenschappelijke regelingen Bijdrage aan verbonden partijen Artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) weerspiegelt het toegenomen belang van de zware informatievraag over verbonden partijen en de risico’s die daarmee samenhangen.

In aanvulling op de informatie die gemeenten vanuit het BBV in de paragraaf van de begroting en jaarrekening moeten opnemen verzoeken wij u in de paragraaf Verbonden Partijen de bijdragen die u verschuldigd bent voor iedere verbonden partij apart over de járen 2022-2025 vanaf de begroting 2022 te vermelden (zie voorbeeld hieronder). Naam verbonden partij GGD Zuid-Limburg Etcetera

2021/8933

Bijdrage 2022

Bijdrage 2023

Bijdrage 2024

Bijdrage 2025

6

provincie limburg

Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen Bij het verschijnen van het GTK voor gemeenten is een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen aangekondigd. De reden hiervoor is dat niet alle kaders die voor gemeenten gelden één op één op gemeenschappelijke regelingen van toepassing zijn. Bovendien kennen we binnen gemeenschappelijke regelingen veel diversiteit in grootte, aantal deelnemers en beleidsvelden, elk met een eigen dynamiek. De focus bij gemeenschappelijke regelingen ligt op de risico's voor de deelnemende gemeenten. Dit vroeg om een nadere uitwerking, die landelijk door de provincies is opgepakt. Inmiddels is het concept toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen gereed en is ter consultatie voorgelegd aan enkele gemeenschappelijke regelingen. In afwachting van die reacties en eventuele daaruit voortvloeiende aanpassingen van het concept, zal dit toezichtkader naar verwachting met ingang van het begrotingsjaar 2023 voor alle gemeenschappelijke regelingen in Nederland gaan gelden. Met de introductie van het nieuwe kader zal worden gewacht tot de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Tot die tijd blijft het gemeenschappelijk toezichtkader “Kwestie van evenwicht!” uit 2014 van toepassing op gemeenschappelijke regelingen.

Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Om de maatschappelijke opgaven waar lokale overheden zich voor gesteld zien te kunnen realiseren en de bestuurlijke slagkracht te vergroten, werken overheden steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren, onder andere via gemeenschappelijke regelingen. In de praktijk ervaren gemeenteraden en individuele raadsleden een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen. Om de positie van de gemeenteraden te versterken is een wijziging van de Wgr in procedure. De instrumenten die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kader stellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te kunnen vullen wordt aangepast. Ook beoogt de wijziging de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten.

In het kader van deze begrotingscirculaire zijn de volgende wijzigingen van belang, die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden: Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: de kadernota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus, en de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus. Aanscherping artikel 9 van de Wgr met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van een uittreding. Een algemeen besluit van het bestuur is niet voldoende. Deze wijzigingen gaan voor het eerst gelden voor de begrotingscyclus 2023. Nadere informatie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/35513. Btw compensatiefonds Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het Btw-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Waar voorheen het fonds was opgenomen in de meicirculaire is het nu aan de gemeenten om zelf een reëel bedrag te ramen voor het Btw-compensatiefonds. 2021/8933

7

provincie limburg jà

Voor een goede raming van de ruimte onder het plafond BCF is inzicht nodig in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van het BCF en vooral in de toekomstige declaraties. Om een niet onderbouwde oplopende raming van de ruimte onder het plafond BCF te voorkomen biedt de ruimte na de laatst bekende declaraties om die reden het meeste houvast als raming voor de komende járen. Wij adviseren u onderstaand advies over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate op te volgen. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2022 is dit de realisatie 2020. Als provinciaal toezichthouder gebruiken wij dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2022-2025. Omgevingswet In onze begrotingscirculaire van vorig jaar maart (begrotingscirculaire 2021) informeerden wij u al uitgebreid over beide onderwerpen. Zoals bekend is de invoeringsdatum van de Omgevingswet verschoven naar 1 januari 2022. Wat we vorig jaar schreven is nog steeds actueel.

Omgevingswet Zoals u weet, wordt de wet- en regelgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water gebundeld en is het de bedoeling om het aanvragen van vergunningen te vereenvoudigen. Dit betekent één wet die ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving stimuleert en kwaliteit borgt. De gebruikers staan hierbij centraal. Omgevingsvisie Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: gemeenten dienen een omgevingsvisie op te stellen; per gemeente geldt één omgevingsplan; gemeenten werken de omgevingsvisie uit in een omgevingsplan en programma’s; het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; in een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Gemeenten krijgen een overgangstermijn van drie jaar voor het vaststellen van de omgevingsvisie. De verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie te hebben en het tijdstip daarvoor wordt bij Koninklijk Besluit vastgelegd. Houd rekening met de financiële gevolgen voor uw gemeente Wij zien dat de betrokken partijen volop bezig zijn met de voorbereidingen.

Het is van groot belang om een goede inschatting te maken van wat er op uw gemeente afkomt en u adequaat op deze wet voor te bereiden. Daarbij past ook de vraag wat de financiële gevolgen voor uw gemeente zullen zijn. Denk aan: welk personeel is wel en niet nodig? hoe begeleidt u het implementatieproces? moet u uw medewerkers opleiden? 2021/8933

8

provincie limburg

wat betekent dit voor ICT? wat kost het om de omgevingsdocumenten te ontwikkelen? wat zijn de effecten voor de raming van de legesopbrengsten? Digitaal Stelsel Omgevingswet Vorig jaar hebben wij in onze brief al gewezen op de komst van de Omgevingswet en de betekenis daarvan voor de gemeenten. We gaan er nog steeds van uit dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking zal treden. In de lopende begroting 2021 hebt u voor uw gemeente de noodzakelijke financiën en personele capaciteit geraamd om voor uw gemeente alle werkzaamheden te kunnen verrichten om tijdig gereed te zijn voor “het werken onder de Omgevingswet”. Wij zijn als ketenpartner betrokken bij de werkgroepen waar de Limburgse gemeenten gezamenlijk werken aan de voorbereiding op het werken onder Omgevingswet. Die samenwerking werpt ontegenzeggelijk zijn vruchten af. Tegelijkertijd zien wij dat er per gemeente wel verschillen in tempo zijn en zijn er zeker rond de totstandkoming van alle voorzieningen die moeten landen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog zorgen. De mate waarin gemeenten (en ook de provincies) in staat zullen zijn om tijdig te oefenen met het werken onder het stelsel zal betekenis hebben voor de wijze waarop in 2022 met meer of minder problemen de overstap naar de Omgevingswet zal kunnen worden gemaakt. Op weg naar 1-1-2022 betreft dit dus de realisatie van de lopende begroting.

Met het oog op de voorbereiding en de behandeling van de begroting voor 2022 levert dat daarmee de volgende aandachtspunten op: is de gemeente daadwerkelijk aangesloten op het DSO (heeft zij datgene wat zij moest doen om goed aangesloten te kunnen zijn op het DSO-Landelijke Voorziening gedaan)? zijn de werkprocessen zodanig ingericht dat vergunningaanvragen in samenwerking en afstemming met de ketenpartners kunnen worden behandeld en afgedaan? Heeft zij voldoende kunnen oefenen met het DSO om goed voorbereid per 1-1-2022 haar taken te kunnen verrichten? - welke (extra) inspanningen zijn er in 2022 nodig (bv. om participatieprocessen te begeleiden, ict-voorzieningen te verbeteren/vervolmaken, extra capaciteit in te zetten om eventuele aanloopmoeilijkheden van het werken onder de Omgevingswet op te kunnen vangen, opleidingen te continueren); welke onzekerheden zijn nog gemoeid met de nieuwe legessystematiek en op welke momenten in de begrotingscyclus evalueert u uw uitgangspunten bij de nieuwe legesverordening, de raming van inkomsten en uitgaven en de realisatie van inkomsten en uitgaven? In de discussie die via de koepelorganisaties (VNG, IPO, UvW) met het Rijk wordt gevoerd over de hoogte van de transitiekosten stelt ons college zich nog steeds op het standpunt dat de uitgangspunten van het hoofdlijnenakkoord moeten worden nagekomen.

Lokale heffingen Op grond van artikel 10, lid 1 sub c BBV moeten gemeenten in de begroting in de paragraaf lokale heffingen inzicht geven in de totstandkoming van de tarieven die maximaal kostendekkend mogen zijn: leges, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Wij hebben geconstateerd dat niet alle gemeenten de juiste informatie in de paragraaf opnemen. Daarom vragen wij u conform het BBV met ingang van de begroting 2022 de juiste informatie op te nemen met betrekking tot de kostenqdekkendheid bij leges, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Wij adviseren u er de toelichting op artikel 10 BBV op na te slaan. 2021/8933

9

provincie limburg

Tot slot Wij sluiten onze begrotingsbrief 2022 af met een aantal jaarlijks terugkerende punten. Dividend Enexis Holding N. V. Op de AvA van Enexis Holding N.V. wordt op 15 april 2021 voorgesteld om 5007o van het in het jaar gerealiseerde genormaliseerde resultaat uit te keren. Op basis van het resultaat over 2020 zal in 2021 C 75 miljoen worden uitgekeerd aan dividend. Dit komt overeen metC 0,50 per aandeel. Daarom adviseren wij u voor het begrotingjaar 2022 eveneens uit te gaan van C 0,50 per aandeel. Voor de járen 2023-2025 is er een grote onzekerheid omdat er een nieuw reguleringskader aanvangt en de uitgangspunten nog niet bekend zijn gemaakt door de ACM. Daarom adviseren wij u voor de járen 2023-2025 ook uit te blijven gaan van C 0,50 per aandeel. Bank Nederlandse Gemeenten De nettowinst van de Bank Nederlandse Gemeenten over 2020 bedraagt C 221 miljoen. Na aftrek van de uitkering van dividend aan verschaffers van hybride kapitaal is een bedrag van C 202 miljoen beschikbaar voor aandeelhouders. De Bank Nederlandse Gemeenten stelt de aandeelhouders voor 50Vo van de nettowinst als dividend uit te keren. Over het jaar 2020 is daardoor C 101 miljoen beschikbaar voor uitkering van dividend aan aandeelhouders. Als de aandeelhouders het voorstel overnemen zal C 1,81 per aandeel van C 2,50 aan dividend worden uitgekeerd.

Daarom adviseren wij u in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 het te ramen dividend op maximaal C 1,81 per aandeel van C 2,50 te stellen. Het dividend over 2020 (net als dividend 2019) zal niet vóór 30 september 2021 worden uitgekeerd en is daarnaast onderworpen aan mogelijke toekomstige aanbevelingen van de ECB. Vooroverleg Wij verzoeken gemeenten met financiële problemen die bijzondere maatregelen vergen, zo spoedig mogelijk met ons hierover te overleggen. Informatie in of bij de begroting 2022 Wij verzoeken u in of bij de begroting 2022 de volgende informatie toe te voegen: de opbouwtabel van de algemene uitkering 2022-2025. Digitale aanbieding van de begroting De begrotingsstukken kunt u digitaal aanbieden via het emailadres van uw toezichthouder. Voor grotere bestanden verzoeken wij u gebruik te maken van: https://transfer.prvlimburg.nl. Bij de stukken moeten dan wel een door de voorzitter en griffier ondertekend vaststellingsbesluit en een door de burgemeester en secretaris ondertekende aanbiedingsbrief zijn opgenomen. Toezending van een papieren set blijft natuurlijk mogelijk en blijft ook bij digitale toezending welkom als werkexemplaar.

2021/8933

10

provincie limburg ŵ *uĵ3

Een afschrift van deze brief hebben wij aan het college van Burgemeester en Wethouders van uw gemeente gestuurd.

Gedeputeerde-Siaíen teĉroeJ: van Limburg SST.

voorzitter

secretaris

2021/8933

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=258cbc0a-c4e7-4b97-b843-0edbecd92456