CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

2101222 antwoorden Vragen vanuit commissie 19 januari 2021.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake invulling en vaststelling van de programmatische aanpak van het gedachtengoed Vie, Leven in beweging5.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording (openstaande) vragen

Gezamenlijke commissie uitvoeringsprogramma Vie 19 januari 2021 Algemeen Tijdens de commissie zijn diverse vragen gesteld met betrekking tot het uitvoeringsprogramma Vieleven in beweging. Een aantal vragen had betrekking op onderwerpen die geclusterd zijn beantwoord tijdens de vergadering. Hierbij gaat het om de volgende onderwerpen: Relatie raad/adviesraad Het voorstel om niet een klankbordgroep in te stellen maar de behandeling van Vie 3 à 4 maal per jaar te laten plaatsvinden in een aparte gezamenlijke commissie wordt overgenomen. Het raadsbesluit zal conform aangepast worden. Communicatie Niet is zo moeilijk als zenden en ontvangen. Waar in eerste instantie de focus lag op het project van het bekend maken op wat we gingen doen en gericht op fysiek, zal met het uitvoeringsprogramma steeds meer de focus gelegd worden op communicatie op het niet-fysieke deel waaronder dus ook die met de burgers. Communicatie is ook een traject van lange adem. Inzet is dat mensen ook ander gedrag wíllen vertonen. Momenteel wordt er gewerkt aan een communicatieplan dat binnen 2 à 3 maanden met de commissie/raad gedeeld zal kunnen worden, maar ondertussen zal men zeker al kleine stapjes kunnen merken. Afstemming en werken van onderop/betrekken wijken Het van onderop werken en het betrekken van wijken raakt sterk aan communicatie en maakt daar dan ook onderdeel van uit.

Als het gaat om werken van onderop zal zeker ook gebruik gemaakt worden van bestaande structuren zoals verenigingen en voorzieningen die in de wijken/buurten aanwezig zijn. Initiatieven die lopen in relatie tot het sportakkoord, de inzet van combinatiefunctionarissen en studenten van de hogeschool Zuyd helpen mee om deze verbindingen nog sterker te leggen. Om de voeling met wat er leeft in de samenleving is ook de adviescommissie Vie ingesteld zodat steeds een spiegel voorgehouden wordt. Verder zal er ook nog veel ontwikkeld moeten worden. ‘Van onderop’ klinkt heel makkelijk maar iedereen bereiken is echter lastig. Daar zal dan ook steeds mee ontwikkeld en geëxperimenteerd worden. Een voorbeeld is een pilot in Kerkrade Nood. Samenwerking met partners: hoe geven we hier invulling aan en zijn dan ieders rollen Gezondheid is een item dat niet alleen leeft in Kerkrade maar zeker ook in de regio. Daarbij zien vele partijen die te maken hebben met gezondheid of de domeinen die hiermee samenhangen ook het belang in van een gezamenlijke aanpak van vitaliteit en gezondheid. Daarmee is er dan ook een gezamenlijk draagvlak en een gezamenlijk wil. Dit komt ook naar voren uit een ronde die Dhr. Zijlstra langs diverse partijen gemaakt heeft die positief zijn en waar ook al concrete initiatieven geopperd worden.

Corona heeft het tot nu toe helaas lastig gemaakt daar al heel actief mee aan de gang te gaan. Waar het gaat om wie welke rol heeft of het voortouw neemt, zal dat per programma iedere keer anders zijn. De ene keer is een partij trekker en de andere keer deelnemer. Monitoring/Programma Management Office (PMO) De vraag is gesteld hoe we gaan monitoren welke programma’s er lopen en welke uitgaves er gedaan zijn. Hiervoor werken we met Programma Management Office (PMO). Dit is een inzichtelijk systeem waarin bijgehouden wordt wat de status is van programma’s en wat ze kosten en daarmee dus gevolgd

kunnen worden. Dit PMO zal met de commissie/raad gedeeld worden om daarbij ook het gesprek aan te gaan op welke wijze de politiek geïnformeerd wil worden. De antwoorden op vragen monitoring/indicatoren zijn opgenomen bij de resterende vragen. Als vervolg op de monitoring is daarnaast gevraagd naar de inzet van de financiën van de programmatische aanpak Vie (de €1,2mln euro) en de bevoegdheden. Het uitvoeringsprogramma is een dynamisch document waarin (vaak in afstemmen of samenwerking) met partijen programma’s worden opgepakt en uitgevoerd. Hierbij is het belangrijk om flexibel/ wendbaar te kunnen zijn mede ook om daar waar kansen zich voordoen hier direct op te kunnen inspelen. Deze concrete invulling (uitvoering) zal dan ook plaats vinden onder verantwoordelijkheid van het college uiteraard binnen de randvoorwaarden zoals door de raad opgesteld in het uitvoeringsprogramma en binnen de financiële middelen. Inhoudelijke terugkoppeling zal plaatsvinden tijdens de periodieke afstemming in de gezamenlijke commissie. Verder worden er mogelijk ook nog extra verdiepingssessies gehouden, alles in co-creatie. Algemeen geldt dat Vie géén project is waarbij vooraf exact alle inspanningen en daarbij behorende middelen vast liggen. Vie is een proces waarin samen met de commissie in co-creatie de mijlpalen bepaald zullen worden met de daarbij behorende middelen.

Er is wel een algemene richting van de inzet van middelen. In de eerste vergadering van de gezamenlijke commissie zal aan de hand van en met behulp van PMO dieper ingegaan worden op de wijze van monitoring met daarin ook de bijbehorende financiën. Uitgangspunt is daarbij het raadsbesluit van 1 juli 2020 waarin al richtingen op hoofdlijnen waren aangegeven die steeds verder vorm krijgen. Schematisch ziet een en ander er als volgt uit:

Tot slot is naar aanleiding van de financiën gevraagd naar het voornemen om extra middelen (€0,5mln) vrij te maken voor Vie. Hiertoe zal een apart voorstel worden voorgelegd aan de raad tijdens de raadscyclus van februari aanstaande.

Resterende/openstaande vragen Vie en samenwerking (met andere gemeenten en partners in de regio, kennisinstellingen etc)  Tijdens de takendiscussie van de regio is er geen woord gesproken over Vie. Hoe kijkt u hier tegen aan en wat gaan we hier aan doen?  Welke concrete toezeggingen zijn er door andere gemeenten al gedan  Als andere gemeente aanhaken, wat heeft dit voor een gevolgen voor de financiën van Vie. Het lokaal uitvoeringsprogramma Vie is de opmaat naar het regionaal uitvoeringsprogramma dat de komende maanden met betrokkenheid van de overige gemeenten en partners in de regio wordt uitgewerkt. Waar het gaat om de meerwaarde van Vie voor de regio ligt hierbij een belangrijke taak voor de Innovatiehub. Vanuit de Innovatiehub worden producten, programma’s en services ontwikkeld. De producten, programma’s en services die ontwikkeld worden voor Kerkrade kunnen andere gemeenten uiteraard benutten. Andere gemeenten/partijen kunnen ook zelf met hun vragen bij de Innovatiehub terecht. Een voorbeeld daarvan is de gemeente Beekdaelen die zich heeft aangemeld voor ondersteuning bij de zoektocht naar het implementeren van een project. Vanuit de Innovatiehub wordt hiertoe een Vie(r)daags traject ingezet waarin dit vraagstuk wordt uitgediept en oplossingen worden gevonden.

Daarnaast vindt er vanuit Vie een samenwerking plaats met de OpenClubKlimmen waarmee reeds actief en structureel een verbinding ligt en er vanuit de gezamenlijke belangen de versterking binnen programma’s wordt gezocht. Daar waar het een extra inzet vraagt omdat het specifiek gaat om een separaat project/programma in een andere gemeente, staat daar een bijdrage tegenover. Het spreekt voor zicht dat In de huidige startfase het nodig is dat er geïnvesteerd wordt in de innovatiehub. Doel is dat deze zich uiteindelijk zelf gaat financieren (eigen verdienmodel).   

Wordt ook de samenwerking met externe partijen als Zuyderland de werkgevers, buitenlandse partners en kennisinstellingen opgezocht? Is de afstemming met de partners goed geborgd? Hoe ziet de financiering met partners eruit?

In aanvulling op de paragraaf Samenwerking met partners kan opgemerkt worden dat er zeker actief de samenwerking gezocht wordt met externe partijen en kennisinstellingen. Een voorbeeld hiervan is de kennis en innovatie agenda Zuid-Oost Nederland waarin MUMC+ in de lead is en contacten zijn gelegd. 

Wat zijn de kansen en risico’s van het gezondheidscentrum. Hebben er gesprekken plaatsgevonden?

Wat de kansen en risico’s zijn van het gezondheidscentrum is momenteel niet aan te geven, daartoe hebben er (nog) geen gesprekken plaats gevonden. Er liggen wel andere relaties bij Vie met huisartsen in (het centrum van) Kerkrade. De samenwerking met (zorg)partners zal met de ontwikkeling van Vie in de toekomst uiteraard steeds verder vorm krijgen.

Betrekken van jeugd/jongeren  Hoe wordt de jeugd en het VO goed bij het project wordt betrokken en hoe ziet dit er uit?  Jeugd in de leeftijd peutertijd en adolescentie worden overgeslagen? Waarom is dat? Als het gaat om het bereiken van jongeren zullen we zoveel mogelijk aanhaken bij bestaande structuren. Hierbij kan gedacht worden aan school (de gezonde basisschool of bijvoorbeeld de lopende initiatieven op VMBO Holz), de verenigingen maar ook het jongerenwerk. Onlangs is ook de jongerenraad geïnstalleerd die een waardevolle bron van informatie vormt en waaruit ook jongeren worden uitgenodigd om zitting te nemen in de adviescommissie. Als het gaat om programma’s voor jongeren geldt dat voorts enerzijds dat we naast Vie ook nog het reguliere beleid kennen maar dat we ons anderzijds nog in de startfase van Vie bevinden en dit een proces is waarin steeds meer programma’s opgepakt en uitgewerkt worden. Monitoring/indicatoren/parameters  Vitaliteit in cijfers/cijfers gezonde Jeugd. Deze cijfers zijn uit 2018. Waarom zijn de cijfers uit 2019 niet gebruikt en hoe verhoudt zich dit dat er op plaatsen vermeld staat dat er ‘jaarlijks’ gemeten wordt?  Wat zijn Go-No Go-parameters? Svp voorbeelden.

 Moet er niet voor alle programma’s duidelijke go/no go parameters vooraf opgesteld worden en niet alleen voor de bewezen programma’s?  Hoe zijn de volzinnen uit paragraaf 4.2 (monitoring) te vertalen naar concrete en meetbare mechanismen om te sturen op doel, tijd en budget?  Graag iets meer uitleg mbt de omschreven cijfers uit het overzicht ‘vitaliteit en gezondheid in cijfers’, de samenhang, hoe deze tot stand zijn gekomen, etc.  Kunnen alle doelen van Vie ook daadwerkelijk SMART gemaakt worden? Zo ja, hoe en zo nee, wat is hier de reden van en hoe gaan wij deze als raad dan meten?  Er is aangegeven dat wij gaandeweg de Vie-reis van sommige programma’s/activiteiten mogelijk (weer) afscheid gaan nemen en het een dynamisch document is. Van welke huidige programma’s/activiteiten mbt het Soc. Domein gaan wij toekomstig afscheid nemen of hebben we inmiddels al afscheid genomen? Graag een overzicht.  Blz.3/Inleiding: Hier staat vermeld dat soms programma’s aan de voorkant niet direct meetbaar te maken zijn en in voorkomende gevallen parameters opgesteld zullen worden die kwantitatief en/of kwalitatief van aard kunnen zijn. Sommige (jeugd)cijfers konden geactualiseerd worden met hele recente cijfers, bv uit de Jeugdmonitor 2019 van de GGD-Z-Limburg (die net beschikbaar was) of van CBS Jeugd uit eerste helft 2020 via WaarStaatjeGemeente.nl.

Andere (jeugd)cijfers/ indicatoren worden soms wel jaarlijks geactualiseerd aan de bron, maar komen niet jaarlijks openbaar beschikbaar. Dit geldt bijvoorbeeld voor cijfers afkomstig van bronnen zoals Perined, JGZ Zuid-Limburg of Onderwijs in cijfers. In dat geval moeten we wachten tot het moment waarop weer cijfers openbaar gemaakt worden, kan overwogen worden soms cijfers aan te kopen of kunnen we d.m.v. samenwerking met betreffende organisatie of door samenwerking via onderzoeksinstituten (zoals GGD/ UM/ Parkstad etc) aan deze cijfers proberen te komen. Algemeen geldt ook dat er een vaak een vertraging zit in het moment van meten en beschikbaar komen van cijfers (voordat deze verwerkt zijn). Go/ no go parameters zijn parameters die iets zeggen over het succesvol of niet komen tot resultaten. Met andere woorden, alle projecten worden projectmatig opgepakt. Dit betekent dat er duidelijke afspraken en kaders aan de voorkant worden gemaakt over het tijdsbestek waarbinnen de resultaten moeten worden gerealiseerd, binnen welk budget, en op welk kwaliteitsniveau (projectmatige aspecten

Tijd, Geld en kwaliteit). Hierop wordt gestuurd, en deze kaders kunnen worden gebruikt om te bepalen of en op welke wijze een project, deelproject of activiteit wordt voortgezet. Voordat er voor een probleem een programma wordt gestart, wordt gekeken of er al programma’s te vinden zijn waarvan bekend is dat deze effectief zijn. Voor niet elk probleem zullen deze voor handen zijn en zullen programma’s ontwikkeld moeten worden. Hiervan is vooraf dus niet te zeggen of deze ook daadwerkelijk zullen werken. In overleg met partners/deskundigen wordt wel zo goed mogelijk ingeschat of de verwachting is dat deze zullen werken. Hieraan worden dan vervolgens doelen gesteld naar effect en investering in tijd, menskracht en middelen die gemonitord zullen worden. Zekerheid vooraf is dus niet altijd te geven. Mocht blijken dat een programma niet werkt, dan zal ermee gestopt worden. Uitgangspunt voor het samenstellen van de indicatorenset, vormen de doelstellingen van Lokaal Uitvoeringsplan VIE ‘Leven in beweging’, Uitvoeringsplan ‘Sociaal aan de slag in Rolduckerveld’, Trendbreuk Zuid-Limburg en Regio Deal, aangezien deze nauw met elkaar samenhangen in VIE. De indicatorenset sluit nauw aan bij de 3 programmalijnen van VIE. Deze worden voorafgegaan door algemene indicatoren over factoren die van invloed zijn op gezondheid, welzijn danwel vitaliteit van alle leeftijdsgroepen/ inwoners.

Voor de indicatoren van ‘Gezonde jeugd’ is de indicatorenset ontwikkeld door de GGD-ZL van het Gezondheidsbeleid Zuid-Limburg ‘Zuid springt eruit 2020-2030’ als basis genomen, inclusief de indeling in 5 levensfasen: kansrijke start, peutertijd, basisschool, voortgezet onderwijs en werk en ouderschap. Waar beschikbaar, zijn de meest actuele cijfers toegevoegd uit een veelheid aan databronnen, bij voorkeur op buurtniveau en anders minimaal voor Gemeente Kerkrade, met vergelijkingscijfers van Zuid-Limburg, Limburg en Nederland. Cijfers op buurtniveau geven de beste aanknopingspunten om knelpunten te signaleren, te analyseren (t.b.v. passende interventies) en om voortgang van interventies te monitoren (en waar nodig bij te sturen). Op geleide van de doelen van VIE, zijn de indicatoren over gezondheid/welzijn/vitaliteit, leefstijl en beïnvloedende factoren nog aangevuld met indicatoren over fysieke en psychische gezondheid, geluksgevoel en zelfredzaamheid. Vanuit dezelfde gedachte en uitgangspunten als bij de jeugd, zijn vervolgens de indicatorensets voor volwassenen en ouderen samengesteld. Evenals het uitvoeringsprogramma van VIE en Rolduckerveld, blijft de indicatorenset ook volop in ontwikkeling. Deze dient in afstemming, o.a. met collega’s uit de projecten VIE, GGD-ZL eo partijen, nog besproken en door ontwikkeld te worden.

Ook willen we meer buurtcijfers toevoegen (indien beschikbaar) en bekijken of we sommige indicatoren frequenter in beeld kunnen krijgen (dan 1x per 4 jaar). Gezondheidseffecten zijn pas op langere termijn meetbaat. Voor de monitoring daarvan sluiten we aan bij regionale en landelijke metingen. Tussentijds zullen we dus moeten werken met tussenresultaten. Deze worden gevonden in het meten van de resultaten van de diverse programma’s. Veelal gebeurt dit aan de hand van SMART indicatoren en kwantitatief in een aantal gevallen zal er gewerkt worden met kwalitatieve monitoring. Er zal dus wel altijd een vorm van monitoring plaats vinden. Hierin wordt de raad meegenomen middels tussentijdse rapportages en verdiepingssessies (in de voorgesteld klankbordgroep). Vie is een proces waarin we ons momenteel in de startfase bevinden. Hierbij is er momenteel nog geen sprake dat er al afscheid is genomen van programma’s of dat deze ‘op de nominatie’ staan om afscheid van te nemen. Of dit aan de orde zal zijn, zal in de toekomst moeten blijken. Waar mogelijk kunnen en zullen de ervaringen opgedaan met de aanpakken VIE ook worden ingezet om lopende programma’s en activiteiten verder te verbeteren.

Bij kwantitatief monitoren wordt er ‘gemeten’ ( in cijfers). Voorbeelden zijn bijvoorbeeld het meten (percentage) van het aantal ongeplande zwangerschappen in het programma ‘nu niet zwanger’ of het meten van het aantal kinderen die meedoen aan de netwerkaanpak overgewicht waarbij overgewicht is afgenomen. Bij kwalitatief monitoren gaat het niet zozeer om het verzamelen van data maar over woorden door bijvoorbeeld te kijken of iets positief ervaren wordt. Kwalitatief monitoren is bijvoorbeeld het in beeld brengen bij de empowermenttraining van vrouwen, of zij zich inderdaad door de training bewuster zijn geworden van hun toekomstmogelijkheden. Ook het meten van ‘levensgevoel’ waarnaar gevraagd werd zal plaats vinden via kwalitatieve monitoring.

Innovatiehub  Wij missen vanaf de programma’s producten en services de ‘Monitoring’.  Tijdens de toelichting over de Innovatiehub wordt gesproken dat er niet achter de voordeur gekeken wordt terwijl dit wel genoemd wordt in het sociaal progamma Rolduckerveld. Hoe zit dat?  Blz.38/Parkstad Excellence en Blz.44/Burgerparticipatie: Wij missen hier bij beiden bij de ‘Betrokken Partijen’ de Innovatiehub Vie: Klopt dit?  Met betrekking tot Parkstad Excellence wordt vanuit de Innovatiehub aangegeven dat men nog niet weet niet hoe we dit concreet gaan doen. Maar zij zouden dit toch juist moeten weten?  Hoe succesvol zijn we reeds in externe fondsenwerving en wat kunnen we verwachten? De Innovatiehub is in ontwikkeling en zal services verlenen, producten opleveren of programma’s voor bijvoorbeeld samenwerkring tussen partners ontwikkelen. De monitoring op die punten bestaat uit het leveren van voorgaande aspecten. Monitoring hiervan is daarmee van een andere orde (prestatieindicatoren) dan die van de overige programma’s. Verder maakt dat het nog maar kort in ontwikkeling zijn van de Innovatiehub, dat de activiteiten zich momenteel nog bevinden in de oriëntatiefase of voorbereidingsfase waardoor momenteel de ‘monitoring’ nog ontbreekt.. Later in de tijd zullen ook de (prestatie-)indicatoren worden toegevoegd.

In de toelichting over de Innovatiehub is gesproken over het niveau waarop gegevens beschikbaar zijn of komen i.r.t. Onze Regio en Beeld. Daarbij geldt dat deze gegevens iets zeggen over de ‘status’ of ontwikkelingen op buurt of wijkniveau algemeen maar dat daarbij niet gekeken wordt ‘tot achter de voordeur’. Waar het gaat om interventies in het sociaal programma Rolduckerveld biedt de herstructurering nu juist wel een meerwaarde omdat door gesprekken met bewoners wel ‘achter de voordeur’ gekeken kan worden en mogelijke problematieken vanuit de diverse domeinen in samenhang gebracht kunnen worden. De Innovatiehub is zeker een betrokken partij en zelfs (zoals aangegeven) regiehouder voor Parkstad Excellence. Dit zal worden aangepast in het document. Bij de innovatiehub kunnen vraagstukken worden aangebracht waarna vanuit de Innovatiehub op zoek gegaan zal worden naar ofwel bestaande oplossingen dan wel worden mensen/partners bij elkaar gebracht om oplossingen te vinden. De Innovatiehub organiseert communities (bv parkstad excellence) met innovators uit het veld waar vanuit de gezamenlijke kennis en ervaringen vraagstukken zullen

worden aangepakt waarbij de manier waarop steeds kan verschillen. Dit wordt ook bedoeld met dat de Innovatiehub zelf ook nog niet altijd weet hoe een en ander concreet zal worden opgepakt. Een ander product van de Innovatiehub betreft fondsenwerving. Op dit moment loopt er een haalbaarheidstraject voor een aanvraag bij de Europese Unie. Samenhang tussen de domeinen Waar het gaat om de concretisering tussen de verschillende domeinen is met de voorbeelden van flexiforum als ook paragraaf 2.3 van het sociaal programma Rolduckerveld aangegeven hoe aan deze samenhang tussen de domeinen in de praktijk vorm gegeven wordt en kan worden. In de praktijk zal het zo zijn dat er door en over de domeinen heen overal verbindingen liggen en gelegd zullen worden. Hoe dit de komende tijd steeds verder vorm krijgt, zal onderdeel uitmaken van de besprekingen in de commissie. Adviescommissie  Wie heeft besloten hoe de adviescommissie is samengesteld en wat is hun functie hierin?  Waar zijn de inhoudelijke gedetailleerde reacties? Zijn niet bij deze CIE bespreekstukken gevoegd. Bij een programma van de omvang van het VIE dient alle relevante informatie meegenomen worden in de besluitvorming van de raad.

Het college heeft besloten tot het instellen van een adviescommissie met een brede vertegenwoordiging vanuit het algemene belang van Kerkraadse waarin leden van de adviesorganen maar ook ondernemers en individuele personen met een achtergrond die raakt aan Vie vertegenwoordigd zijn. Doel van de commissie is om steeds gespiegeld te worden en blijven of de goede dingen gedaan worden. De adviescommissie kan dan ook gevraagd en ongevraagd advies geven over Vie. De adviescommissie is onafhankelijk. De adviezen die worden gegeven zijn altijd een weergave van de totale commissie op basis van een weging van alle inbreng van de individuele leden. Dit is dan ook de reden dat de afzonderlijke en gedetailleerde reacties die leden afzonderlijk hebben ingebracht, niet openbaar verspreid worden. 

N.a.v. antwoord College op Adviescommissie, Ruimte en Middelen: Zijn de toe te wijzen Wijk-middelen al reeds bestande middelen (bijv. middelen voor de huidige Wijkplatforms) of zijn dit geheel nieuwe fin.middelen?

Het doel is om de inwoners aan te zetten tot een gezonde leefstijl of om deze te handhaven waar ze dat al doen. Waar het gaat om nieuwe initiatieven die bijdragen aan een gezonde leefstijl worden hier nieuwe (Vie)middelen aan toegewezen. N.a.v. advies adviescommissie onderdeel ‘Een actieve raad en betrokken ondernemers’  Welke concrete acties zijn hierin al uitgevoerd en zijn er al afspraken en met wie van het bedrijfsleven gemaakt die verder gaan dan een informeel overleg?  Hoeveel bedrijven en zorginstellingen zijn hier inmiddels al voor gevonden? Hoeveel stage/opleidings-/en werkplekken waren er jaarlijks t/m 2020 en hoeveel nieuwe zijn hier nu al bijgekomen?  Blz.21 Sociaal programma Rolduckerveld: Hier staat vermeld dat t/m juli 2022 In totaal 25 bedrijven deelnemen aan een gezamenlijk leerlingentraject voor oriëntatie: Heeft de huidige Corona-periode nog gevolgen voor het wel of niet (kunnen) blijven meedoen van de

voormelde 25 bedrijven? Zijn er al bedrijven afgehaakt en zo ja, hoeveel en op grond waarvan? Huidige Corona periode heeft gevolgen voor de samenwerking met de bedrijven ( Bedrijven als zijnde bedrijven MKB, instellingen zorg en welzijn en sport en cultuur). Een gedeelte van de bedrijven stelt momenteel de samenwerking uit omdat de Corona situatie inzet op de bedrijven niet toestaat. Bedrijven haken echter níet af. Sterker nog: er hebben zich nog enkele nieuwe bedrijven en instellingen gemeld die een leerwerkplek bieden ( Rolduc, Muziekschool, HuB theater).

Bedrijven MKB

Instellingen Zorg en Welzijn

Sport en cultuur

Meerdere bedrijven die vallen onder SBK (stichting bedrijventerreinen Kerkrade)

6

9

Totaal aantal werk/leerplekken:

Totaal aantal werk/leerplekken:

Tussen de 20-30

Tussen de 15-20

Binnen deze tak (sport/cultuur) is de werkwijze anders. De jongeren lopen hier korte trajecten. Bv een halve dag. Insteek is dat als een jongere vervolgens een van de sport/cultuur takken leuk vind hij/zij ondersteuning krijgt om daar vaker naartoe te gaan. Per workshop dag kunnen ongeveer 150 jongeren meedoen.

N.a.v. advies adviescommissie onderdeel ‘externe visitatiecommissie’ is opgemerkt dat men deze van belang acht. Zoals in de reactie aan de adviescommissie is opgenomen zal deze mogelijkheid nader bekeken worden.

Programma’s in relatie tot Vie  Zijn er producten/activiteiten die ook al elders uitgevoerd worden en daarom niet het wiel 2x uitgevonden dient te worden?  Welke activiteiten en producten zijn uit de vie koker. Welke zijn van onszelf?  Welke programma’s zijn nieuw en welke niet? Wat is het nieuwe in de programma’s?  Wat als projecten niet bruikbaar zijn. Hoe gaat het dan met de financiën? Het is zeker waar dat er op verscheidene plaatsen verschillende initiatieven plaats vinden. Dit is ook de reden dat 1 van de producten van de Innovatiehub de ‘landkaart Parkstad’ is om in ieder geval alle initiatieven binnen Parkstad in kaart te brengen. Uitgangspunt van Vie is dat voordat er voor een opgave een programma gestart wordt, gekeken wordt of er al programma’s te vinden zijn waarvan bekend is dat deze effectief zijn. Programma’s als GBT en Kansrijke start zijn programma’s die zichzelf al bewezen hebben en zijn daarmee dus niet nieuw vanuit Vie maar zijn wel nieuw voor Kerkrade. Het

kan ook zo zijn dat er aan bestaande programma’s een extra impuls gegeven wordt of dat er nieuwe elementen aan worden toegevoegd of dat er gebruik gemaakt zal worden van een combinatie van verschillende programma’s toegespitst op de Kerkraadse situatie en daarmee dus uniek. Bij programma’s die worden gestart vindt aan de voorkant steeds een afbakening plaats naar te ondernemen acties en gewenste effect een en ander gekoppeld aan een tijdspad waarin steeds evaluatie momenten worden ingebouwd. Dat zijn ook de momenten dat besloten kan worden of een programma wordt voortgezet dan wel gestopt. Rol van het specifieke gebouw t.o.v. de wijken De locatie Vie is het kloppend hart waar partijen/partners kunnen samen komen om te experimenteren en innoveren rondom de verschillende vraagstukken die leven rond Vie en dus ook de opgaven in de wijken. Partners ontmoeten elkaar in een stimulerende omgeving waarin zij onderling kennis op het gebied van ontwikkelen en innoveren kunnen delen en vergroten. Ook biedt de locatie de mogelijkheid om programma’s te testen. De opbrengsten van deze innovaties kunnen vervolgens geïmplementeerd worden in de wijken. Daarnaast biedt de locatie Vie uiteraard de mogelijkheid aan alle inwoners in Kerkrade om in de praktijk beweegactiviteiten te combineren waar dat in de wijken niet mogelijk is.

Vie en omgevingswet  Is er bij de uitvoering van het Vie-gedachtengoed al rekening gehouden met de op komst zijnde Omgevingswet en zo ja, hoe? Wat zijn de toekomstige gevolgen hiervan? In de organisatiestructuur is nadrukkelijk rekening gehouden met de verbinding met de Omgevingswet doordat vanuit het programmamanagement Vie ook de aanhaking plaats vindt met de kerngroep Omgevingswet. Daarnaast vindt in de organisatie een ontwikkeling plaats naar een andere manier van werken via het traject van het A&O fonds, ‘Grip op loslaten’. Wat de concrete gevolgen zijn van de omgevingswet wordt nog nader onderzocht.

Sociaal culturele activiteiten  In de “NvT juni 2020” staat vermeld dat voorzieningen en regelingen langs de lat van gezondheid en vitaliteit gelegd worden. Zo zal de “Regeling van Sociale Culturele Activiteiten” (RSCA) worden herijkt. Is deze “Regeling van Sociale Culturele Activiteiten” al herijkt en zo ja, wat zijn de conclusies hiervan? Zijn er van bepaalde RSCA-activiteiten afscheid genomen en zo ja, welke en waarom? Is men op korte termijn voornemens van bepaalde RSCA-activiteiten alsnog afscheid te nemen en zo ja, van welke, waarom en per wanneer? In het kader van de realisatie van ‘’VIE-Leven in beweging’’ is afgesproken dat ten behoeve van het bevorderen van gezondheid en vitaliteit, hiervoor uit het budget voor Sociale en Culturele Activiteiten € 50.000,- te oormerken. Ten gevolge van de aanhoudende coronacrisis, ondervinden veel burgers nadelen van deze crisis. Zowel persoonlijke als financiële nadelen. Wij hopen dat als de thans geldende beperkingen in 2021 afnemen, onze inwoners ook weer deel kunnen gaan nemen aan activiteiten. Dan wordt ook een groter beroep verwacht op de regeling Sociale en Culturele Activiteiten.

Nu de Corinacrisis heviger en langduriger is dan eerder nog werd gehoopt - willen wij inwoners die nu door de hernieuwde beperkingen noodgedwongen niet aan activiteiten kunnen deelnemen en/of op andere gebieden moeilijkheden ervaren, hiermee ook weer een nieuw perspectief en stimulans bieden. Derhalve stelt ons college voor om de huidige regeling ongewijzigd te laten en aan het huidige budget sociale en culturele activiteiten een extra bedrag van € 50.000,- toe te voegen. Met dit bedrag kunnen 1.000 burgers in aanmerking komen voor € 50,-. Met andere woorden: de huidige tegemoetkoming van € 129,- voor sociale en culturele activiteiten (dit zijn alle bestaande activiteiten, inclusief gezondheid en vitaliteit!) blijft overeind en daaraan wordt toegevoegd een extra bedrag van € 50,- voor activiteiten op het gebied van gezondheid en vitaliteit.

Vragen met betrekking tot programma’s Sociaal programma Rolduckerveld 

Is er ingespeeld cq. rekening mee gehouden dat er toekomstig, na de verbouwing van het Rolduckerveld, mogelijk een hele andere samenhang van de bevolking(sopbouw) kan hebben plaatsgevonden (door verhuizingen, niet meer terug komen, etc.) en er dan mogelijk andere, nieuwe problematieken kunnen gaan spelen? Zo nee, waarom niet en zo ja, op welke manier is hier rekening mee gehouden? Wat zijn de mogelijke gevolgen van de renovatie, verhuizingen, verbouwingen, etc. voor de nu spelende problemen in het Rolduckerveld en wat heeft dat voor gevolgen voor Vie?

Er wordt rekening mee gehouden dat er inderdaad in de toekomst andere problematieken kunnen gaan spelen door factoren zoals in de vraag aangehaald. Door periodieke monitoring en een nauwe afstemming tussen de spelers in het veld inclusief bewoners, zal steeds gekeken worden of we nog wel de goede dingen doen. Zowel het sociaal programma Rolduckerveld als ook het gedachtegoed Vie zijn dan ook geen statische documenten, maar bieden de ruimte voor ontwikkeling en aanpassingen. 

Men wil een trendbreuk gaan realiseren in de langdurige situatie van overerving van achterstanden. Ligt hier niet ook een taak voor ‘Huisvestingsbeleid’ (oa. aanwijzen van wie in welke woning) weggelegd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaan wij hier dan toekomstig evt. anders op inspelen?

Bij de woningtoewijzing is een corporatie gehouden aan wettelijke toewijzingsregels. Er wordt o.a. gekeken naar het inkomen, de huishoudensgrootte en bijzondere vraag b.v. rolstoelgeschikte woning. Corporaties hebben heel beperkt hierbinnen vrije toewijzingsruimte, maar daarbij blijven de criteria wel van belang. Vanuit huisvestingsbeleid zijn de mogelijkheden om iets te doen aan een aspect als gezondheid dus maar heel beperkt.

In de wijk Rolduckerveld zal het Vie-gedachtengoed zsm uitgerold moeten gaan worden: Waarom is er niet voor gekozen om in de wijk Rolduckerveld (ook al) met een soort Wijktakeholdersbijeenkomst te starten?

Er bestaan reeds diverse overlegstructuren tussen partijen waaraan momenteel wordt aangehaakt. Deze structuur zal de komende tijd verder vorm krijgen. Corona maatregelen hebben (nieuwe) bijeenkomsten helaas erg lastig gemaakt. 

Blz.10/2.3: Hier staat dat de focus ligt op de eerste 1.000 weken: Klopt dit getal van 1.000?

Het getal van 1000 klopt wel maar het dienen 1000 dagen te zijn in plaats van weken. 

Blz.21/Leren locatie Holz: Hier staat dat voor Talentontwikkeling en Zorg op Maat dat eind 2019 een plan van aanpak is opgesteld: Wat is hier de huidige stand van zaken van en zijn hier al evt. cijfers van bekend?

De status is dat er op VMBO Holz op een aantal gebieden (zoals genoemd in het sociaal programma) reeds extra initiatieven zijn ontplooid. Daarnaast is er in december een beschikking ontvangen vanuit de stadsregio in het kader van onderwijs en arbeidsmarkt voor een subsidiebijdrage voor het project ‘leren met perspectief, loopbaanleren en arbeidsmarkttoeleiding’. Indien gewenst, leveren wij graag meer informatie aan. Gezonde basisschool van de toekomst  Hoe gaat men hier de monitor SMART maken?  Er staat dat er op inhoud in samenwerking met de Regio indicatoren zijn benoemd tav nog verder te onderzoeken effecten op leerprestaties en gezondheid. Welke indicatoren zijn dit? Graag voorbeelden. Van de gezonde basisschool van de toekomst heeft (landelijk) onderzoek al uitgewezen dat de gezondheid en vitaliteit van de kinderen toeneemt. Dit gaan we dan ook niet overdoen. Er wordt wel gemeten op prestatie-indicatoren die in de implementatiefase gericht zijn op de voortgang van de invoering en later (dit zijn de regiofactoren) gericht zijn op bijvoorbeeld het aantal of soort interventies die leiden tot een zo optimaal mogelijke leer- en leefomgeving, interventies gericht op onderwijsachterstanden, ouderbetrokkenheid, interventies gericht op talentontwikkeling. Eenzaamheid  Hier is sprake van een ‘Kerkraads-programma’.

In januari 2021 lazen we dat 9 gemeentes (waaronder Kerkrade) zich hebben samengepakt tegen Eenzaamheid. Hoe moeten we deze samenhang zien in het kader van het Kerkraads-programma tegen Eenzaamheid?  Wat is de rol hierin voor Kerkrade? Aanjager, Regierol? Graag iets meer uitleg. Een negental Zuid-Limburgse gemeenten heeft op 2 december 2020 een convenant gesloten om daarmee de krachten te bundelen bij de aanpak van eenzaamheid. Eenzaamheid is immers een onderwerp dat over de grenzen van iedere gemeente heen gaat. De deelnemende gemeenten beogen de bewustwording over eenzaamheid te bevorderen. Daarnaast wordt ingezet op het informeren van elkaar over initiatieven die zijn ontwikkeld en de ervaringen die daarmee zijn opgedaan. Zo kunnen gemeenten van elkaar leren en tevens andere gemeenten enthousiasmeren om mee te doen en wordt het bereik groter. De gemeente Kerkrade is in deze samenwerking inspirator voor andere deelnemers onder andere door de verworvenheden van het project ‘Eenzaamheid.. een serieus probleem’. De werkwijze waarbij

medewerkers Hulp bij het Huishouden een vooruitgeschoven rol hebben als ogen en oren in de wijken heeft het interesse gewekt van andere gemeenten. Dit geldt ook voor het Meldpunt Eenzaamheid en de belangrijke rol van vrijwilligers bij de opvolging van meldingen over eenzaamheid. Ook actuele activiteiten, zoals de ‘praatstoelen’, worden door andere gemeenten met belangstelling gevolgd.

Vitaal Kerkrade  Doel is hier om de komende 2 jaar 150 personen in beweging te brengen en stappen te laten zetten richting participatie. Gaat dit ‘in beweging brengen’ op vrijwillige basis gebeuren of zit hier een bepaalde mate van druk (= uitkering?) achter? Het programma ‘Vitaal Kerkrade’ maakt onderdeel uit van een bredere en sluitende aanpak mede gericht op doelgroepen Participatiewet met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en dient in eerste aanleg te worden gezien als een ‘aanbod’ om deze doelgroepen in staat te stellen daadwerkelijk stappen richting maatschappelijke participatie en/of betaald werk te zetten, dit in de vorm van sociale activering. Verplichten van deelname hieraan is enkel effectief als de mogelijkheid bestaat dat iemand op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. Is dit niet het geval dan kan een persoon niet worden verplicht hieraan deel te nemen. De ervaringen over de afgelopen jaren maken echter duidelijk dat ook voor inwoners met een op het eerste oog grote afstand tot de arbeidsmarkt het mogelijk is om zich te ontwikkelen en uit te stromen naar betaald werk. Empowermenttraining vrouwen  Hier worden 80 laaggeletterde vrouwen uit de bijstand ondersteund.

Wat is de reden dat bij deze insteek specifiek alleen voor vrouwen is gekozen? Het programma ‘in je kracht’ is een initiatief van de Stichting Lezen en Schrijven en maakt onderdeel uit van EVA, Educatie voor Vrouwen met Ambitie, als specifieke aanpak voor laaggeletterde vrouwen en dat helpt vrouwen zich te oriënteren, zelfvertrouwen te ontwikkelen, de mogelijkheden verkennen en eerste stappen helpen zetten om hun dromen en ambities te verwezenlijken. Het programma en het ontwikkelde lesmateriaal is ook toegespitst op een doelgroep vrouwen die veelal een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en waarvoor deelname aan al bestaande activiteiten vaak nog een belemmering vormt. Onderdeel van het programma vormt nadrukkelijk de (h)erkenning van vergelijkbare achtergronden en daarmee ook het bieden van een basis om in gezamenlijkheid aan de doelen te gaan werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=2568d4d7-ca13-4b2d-a093-0814f3050858