CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-04-11 Jaarrekening 2024 KBL versie F1.1 AB

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: GR Kredietbank19.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Jaarstukken 2024

We merken nadrukkelijk op dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Vanuit de WSNP-wetgeving heeft er in 2023 wel een aanpassing plaatsgevonden waarbij een gedegen onderbouwing waarom een minnelijk traject geen kans van slagen heeft ook zou volstaan om een aanvraag WSNP te mogen indienen. Voorheen diende altijd een minnelijk traject ondernomen te worden. In de praktijk is dit echter nauwelijks aan de orde geweest omdat minnelijk nog steeds het merendeel van de minnelijke trajecten slaagt. Onderstaand een overzicht van de afgifte WSNP-verklaringen in 2024: Afgifte WSNP-verklaringen GR 2024

Niet GR 2024 21 21

Totaal

Totaal 2024 23 23

Totaal 2023 44 44

48 48

Het aantal afgegeven WSNP verklaringen is in 2024 ten opzichte van 2023 nagenoeg gelijk gebleven. De effecten van de eerder geschetste fundamentele wijzigingen qua schuldregelen op het voorziene volume aan WSNP verklaringen worden nader gemonitord en onderzocht, zowel lokaal door KBL als landelijk via o.a. branchevereniging NVVK.

Kerngegevens: Inwoners aantal Brunssum Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal

per 1 jan 2024 27.770 45.311 37.112 125.285 92.624 328.102

per 1 jan 2023 27.682 45.620 37.175 122.734 92.234 325.445

_____________________________________________________________________________________________ 26

Jaarstukken 2024

Jaarrekening 2024 Kredietbank Limburg

_____________________________________________________________________________________________ 27

Jaarstukken 2024

Balans per 31 december 2024 (na resultaatbestemming)

_____________________________________________________________________________________________ 28

Jaarstukken 2024

Overzicht van baten en lasten 2024 Staat van baten en lasten - programmaniveau 2024 Baten Programma 1 - Schuldhulpverlening 15.008.450 Totaal programma('s) 15.008.450 Overhead Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten 15.008.450 Mutaties reserves Saldo na mutaties reserves 15.008.450 Dekking GR gemeenten Resultaat 15.008.450

Lasten 8.674.304 8.674.304 4.635.784 13.310.088 13.310.088 13.310.088

Saldo 6.334.145 6.334.145 4.635.784 1.698.361 1.698.361 1.698.361

_____________________________________________________________________________________________ 29

Jaarstukken 2024

Staat van baten en lasten - Programma schuldhulpverlening jaar 2024

jaar 2023

12

Programma 1: Schuldhulpverlening Prognosedocument 2024/ begrotingswijziging

Realisatie 2023

1.266.350 1.266.350

1.277.531 1.277.531

948.325 948.325

1.408.545

1.415.964

1.414.651

237.020

245.164

231.224

1.718.098 1.178.656 2.726.708 5.623.461

1.712.252 1.311.583 2.765.481 5.789.316

1.361.002 1.182.217 2.692.396 5.235.615

4.426.928

4.504.911

4.038.270

99.842 47.988 147.830

18.367

79.145

Rentemarge

373.693 123.412 497.105

383.733 104.420 488.153

386.895 97.932 484.827

Deelname GR in voorziening kredport

1.290

-

7.285

884.905 231.847 283.168 1.399.920

129.366 79.750 209.116

440.586 440.586

15.008.450

13.948.522

12.879.928

Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorz bovenwett. Verlofuren Mutatie voorzieining kredietport.

9.242.137 30.057 701.340 177.296 72.801 334.867 1.531.546 818.847 29.5681.290

9.181.117 4.555 655.693 146.510 73.139 381.793 1.754.917 812.371 3.161 -

9.025.191 4.532656.667 114.354 87.438 326.867 1.336.673 483.728 34.748 7.285

Lasten FNWL Salarissen FNWL Bureau & administratielasten FNWL Inhuur FNWL

154.041 139 3.666

154.041 3.666

-

Lasten KOT Salarissen KOT 2024 WW uitkeringen KOT Bureau & administratielasten KOT Beheerslasten (Accountantsc ontrole) Huisvestinglasten

215.297 17.887 335 38.109 -

17.887 -

372.259 16.933 1.458 42.248 7.688

Realisatie

Baten: Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Intake Sociale kredietverstrekking (intakegeprekken) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Overige bedrijfsopbrengsten Overige baten Detachering interim SHV

Rentemarge Rentebaten kredieten Overige rentebaten minus kosten

Bijzondere baten Opbrengsten KOT Opbrengsten FNWL Uittreedsom Heerlen 2024

Totaal baten

Totaal lasten boekjaar

13.310.088

13.188.850

12.509.005

Resultaat vóór afboekingen

1.698.361

759.672*

370.923

Afboekingen Resultaat na afboekingen

6.743 €

1.691.618

31.109 €

339.815

*exclusief voorzien financieel effect afrekening project KOT + € 782.000 _____________________________________________________________________________________________ 30

Jaarstukken 2024

Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. De gehanteerde terminologie voor de posten op de balans en in de staat van baten en lasten wijkt in enkele gevallen af van het model dat door het BBV wordt voorgeschreven. Deze afwijkingen zijn echter zorgvuldig afgewogen. Tevens zijn wij van mening dat zij het inzicht voor de gebruikers van de jaarrekening van KBL verbeteren. Ze sluiten beter aan bij de specifieke aard van de activiteiten van KBL, zoals schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. Daarnaast is bij de bepaling van het resultaat rekening gehouden met de uitgangspunten zoals vastgelegd in het controleplan, dat is goedgekeurd door het algemeen bestuur. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva, evenals de bepaling van het resultaat, geschiedt op basis van historische kosten. Tenzij anders vermeld bij het desbetreffende balanshoofd, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden alleen geboekt voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die voortkomen uit gebeurtenissen vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij bekend zijn geworden vóór het opstellen van de jaarrekening. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Door het formele verbod op het opnemen van voorzieningen of schulden met betrekking tot jaarlijks terugkerende arbeidskostenverplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personeelslasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt. Dit betreft bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskostenverplichtingen van jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen en worden er op andere wijze geen verplichtingen opgenomen. De referentieperiode is gelijk aan die van de meerjarenraming, namelijk vier jaar. In geval van (eenmalige) schokeffecten, zoals bij reorganisaties, wordt wel een verplichting opgenomen. Per 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de Wet vennootschapsbelasting. Eind 2016 heeft voor het eerst overleg plaatsgevonden met de Belastingdienst over de fiscale status van de activiteiten van KBL.

Dit overleg heeft ertoe geleid dat in 2023, met terugwerkende kracht, is besloten dat geen van de activiteiten van KBL belast wordt in het kader van de vennootschapsbelasting. Algemeen Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden in mindering gebracht op de betreffende investering; in dergelijke gevallen wordt afgeschreven over het netto saldo. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op de ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening _____________________________________________________________________________________________ 31

Jaarstukken 2024

wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Voor grondbezit met economisch nut wordt geen afschrijving toegepast (dit is niet van toepassing). Bij de waardering wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering echter niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing: Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting:

15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Kredieten Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Vanaf 2020 is een voorziening WW-verplichting gevormd.

KBL is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen van voormalige medewerkers. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. Daarnaast is er vanaf 2022 is een voorziening bovenwettelijke vakantiedagen gevormd. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. Vaste schulden Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door aan de GR deelnemende gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

_____________________________________________________________________________________________ 32

Jaarstukken 2024

Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden valt de post ‘crediteuren klanten’. Deze schulden worden eveneens tegen de nominale waarde opgenomen en betreffen de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten van KBL. De verantwoording van deze schulden vindt deels plaats op het moment van ontvangst van de factuur, en deels op basis van de onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn de bankrekeningen opgenomen waarop gelden van de klanten van KBL worden ontvangen. Deze rekeningen worden gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten. Daarnaast zijn onder de schulden de verplichtingen aan leveranciers, handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL opgenomen. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

_____________________________________________________________________________________________ 33

Jaarstukken 2024

Toelichting op de balans Materiële vaste activa met economisch nut

2024 750.934

€

€

2023 154.389

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen

Automatisering (incl. telefonie)

Inventaris

2.043.677 2.043.677

3.150.524 3.046.311

885.264 835.085

6.079.465 5.925.073

-

104.213

50.179

154.389

-

554.979 3.828 58.255 492.896

116.326 12.680 103.646

671.305 3.828 70.935 596.542

2.043.677 2.043.677-

3.705.503 3.108.394-

1.001.590 847.765-

6.750.770 5.999.836-

-

597.108

153.825

750.934

Stand per 1 januari 2024 Aansc hafwaarde Cumulatieve afsc hrijvingen Boekwaarde Mutaties in 2024 Investeringen Desinvesteringen Afsc hrijvingen

Stand per 31 december 2024 Aansc hafwaarde Cumulatieve afsc hrijvingen Boekwaarde

Totaal

In 2024 hebben voor €554.979 aan investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Daarnaast hebben er voor €116.326 aan investeringen plaatsgevonden v.w.b. inrichting kantoor. Daar waar KBL in samenspraak met het AB een investeringskrediet in 2024 heeft afgesproken conform notitie Investeringskrediet begrotingswijziging 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 van € 711.000, zijn de kosten met +/- €40.000 lager uitgevallen. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en systemen) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar. Kredieten €

2024 5 .2 7 6 .5 7 7

€

2023 5 .9 0 5 .3 0 3

De samenstelling van de kredieten is als volgt: P e rs o o nlijke le ning e n Do o rlo pe nd e kre d ie te n Vo o rz ie ning o ninb a re kre d ie te n

5.278.270 0 5.278.270 -1.693 5 .2 7 6.57 7

5.912.4 01 48 5.912.449 -7 .146 5 .90 5 .3 0 3

_____________________________________________________________________________________________ 34

Jaarstukken 2024

Het verloop van de kredietportefeuille in 2024 blijkt uit onderstaande opstelling:

Dit betreffen de netto boekwaarden van de uitstaande kredieten. Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2022 tot en met 2024 weergegeven:

Persoonlijke leningen (PL)

Doorlopende kredieten (DK)

Totale kredietportefeuille

2022

5.066.687

1.863

5.068.550

2023

5.912.401

48

5.912.449

2024

5.278.270

0

5.278.270

Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafieken:

_____________________________________________________________________________________________ 35

Jaarstukken 2024

De verdeling van de kredietportefeuille is als volgt: Aantal PL Brunssum Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal GR

Bedrag

Aantal DK

Bedrag

TOTAAL

123 327 186 838 341 1.815

186.395 594.529 278.213 1.544.581 457.606 3.061.325

-

-

186.395 594.529 278.213 1.544.581 457.606 3.061.325

Heerlen Niet-GR

472 929

598.370 1.618.572

-

-

598.370 1.618.572

TOTAAL

3.216

5.278.270

-

-

5.278.270

De verdeling van de kredietportefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.

_____________________________________________________________________________________________ 36

Jaarstukken 2024

Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 1.691 nodig is. Dit bedrag bestaat per 31 december alleen nog uit kredieten vanaf 2005. Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht.

Voorziening kredieten vóór 2005 ultimo 2023 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten vóór 2005 ultimo 2024

276 0 -87 -189 0

In 2024 heeft zich alleen nog een afboeking plaatsgevonden voor een cliënt uit de gemeente Landgraaf. 2024 Gemeente

WSNP

Overlijden

ASR

VOW/Geen verhaal

Deurwaarder kost/rente/geen verhaal

Totaal

Brunssum

€0

Heerlen

€0

Landgraaf

€ 87

€ 87

Sittard-Geleen

€0

Overige

€0

Totaal 2024

€0

€0

€0

€0

€ 87

€ 87

In procenten

0%

0,0%

0%

0%

100%

100%

Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht. _____________________________________________________________________________________________ 37

Jaarstukken 2024

Voorziening kredieten vanaf 2005 ultimo 2023 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten vanaf 2005 ultimo 2024

6.870 1479 -6658 0 1691

De verdeling van de categorieën afboekingen 2024 voor kredieten vanaf 2005 is over de gemeenten verdeeld als volgt: 2024 Gemeente

WSNP

Overlijden

ASR

VOW/Geen verhaal

Deurwaarder kost/rente/geen verhaal

Totaal

Brunssum

€0

Heerlen

€ 108

€ 108

Kerkrade

€0

Landgraaf

€0

Maastricht

€ 744

€ 744

Sittard-Geleen

€ 4.042

Overig Totaal 2024 In procenten

€ 840 €

-

€

0%

840 13%

€ 4.042

€ 371 €

1.222

€ 554 €

4.042

18%

€

554

61%

U itzettin gen €

€ 1.765 €

8%

2024 3 9 1 .9 5 9

€

2023 5 0 4 .3 6 3

De uitzettingen bestaan uit: 2024 29 0.038 10 1.921 3 9 1 .9 5 9

Vo rde ring e n o p o p e nb a re lich a me n O ve rig e vo rd e ring e n Totaal

Vorderin gen op open bare lich am en €

2024 2 9 0 .0 3 8

2023 4 03 .280 1 01 .083 5 0 4 .3 6 3

€

2023 4 0 3 .2 8 0

Het vorderingensaldo per 31 december 2024 bestaat uit: O mschrijving De e lna me GR g e me e nte n in vo o rz ie ning kre die tp o rt. Bijd ra g e GR-ge me e nte n in e xplo ita tie re s ulta a t Die ns te n GR-g e me e n te n Die ns te n Nie t-GR g e me e nte n Totaal

2 02 4 8.437 0 0 281.602 2 90 .03 8

2 02 3 38.255 0 25 .866 339 .160 40 3 .2 80

_____________________________________________________________________________________________ 38

Jaarstukken 2024

6.658 100%

Ov erige v orderin gen €

2024 1 0 1 .9 2 1

€

2023 1 0 1 .0 8 3

Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).

De liquide middelen per 31 december bestaan uit: Ka s midd e le n Ba nkre ke n in ge n Totaal

2024 9 57 8.27 5.619 8 .2 7 6 .5 7 5

2023 1 .389 6.7 74.4 49 6 .7 7 5 .8 3 8

De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. In 2024 is het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2024. Zie onderstaande berekening per kwartaal:

_____________________________________________________________________________________________ 39

Jaarstukken 2024

Ov erlopen de activ a

2024 8 4 1 .5 2 3

€

€

2023 2 .1 3 2 .1 1 7

De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven:

O mschrijving No g te o ntva n ge n b e d ra g e n Vo o ruitb e ta a lde b e d ra g e n Totaal

2024 74 8.786 92.7 38 8 4 1 .5 2 3

2023 2.0 19.4 08 112.7 09 2 .1 3 2 .1 1 7

2024 0 74 8.786 7 4 8 .7 8 6

2023 0 2.0 19.4 08 2 .0 1 9 .4 0 8

Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: O mschrijving No g te o ntva n ge n re nte O ve rig e no g te o ntva ng e n be dra g e n Totaal

De overige nog te ontvangen bedragen betreft de volgende categorieën:  Overuitputting van de voorschotten GR-gemeenten - €585.619  BTW suppletie - € 41.112  Teruggave fietsplan en bedrijfsfitness - €6460  Factuur december Heerlen - €85.925  Facilitaire dienstverlening Maastricht Randwyck - €17.225  Overige – €12.445 Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: O mschrijving Vo o ruitb e ta a lde h uu r Vo o ruitb e ta a lde o nd e rh o ud Vo o ruitb e ta a ld ve rz e ke ringe n O ve rig e vo o ruitbe ta a ld e b e dra g e n Totaal

2 02 4 4.986 5 5.598 1 2.063 2 0.091 9 2.7 38

Eigen v erm ogen en resultaat € Het eigen vermogen per 1 januari Onttrekkingen EV Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening Eigen vermogen voor verliesneming Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat Het eigen vermogen per 31 december Aflossing achtergestelde leningen Af te dragen aan GR-gemeenten Eigen vermogen per saldo

2024 2.002.892 387.980 83.4491.698.361 2.002.892 0 2.002.892 493.721708.869800.302

€

2 0 23 17 .834 67 .931 1 .662 25 .281 1 1 2.7 0 9

2023 387.980 17.057 370.923 387.980 0 387.980 387.980

_____________________________________________________________________________________________ 40

Jaarstukken 2024

Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Per 31 december bestaat er een eigen vermogen van € 2.002.892. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstandsvermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2024 blijkt uit onderstaande optelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening

2024 13.338.366

2023 12.466.972

Weerstandsvermogen 6% Eigen vermogen 31 december Aflossing achtergestelde leningen Af te dragen aan GR-gemeenten Het eigen vermogen na winstbestemming

800.302 2.002.892 -493.721 -708.869 800.302

748.018 387.980 0 387.980

Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar hoger is dan het weerstandsvermogen, bestaat er een terugbetalingsverplichting. Ten eerste is gekeken naar de solvabiliteitsratio waarin de achtergestelde lening is toegevoegd aan het eigen vermogen conform de afspraken in de contracten met betrekking tot de achtergestelde leningen. Het merendeel dan 10% solvabiliteit, wordt eerst terugbetaald aan de GR gemeenten inzake de aanwezige achtergestelde leningen. In dit geval een volledige terugbetaling. Het overige gedeelte aan eigen vermogen, meer dan het weerstandvermogen, wordt terugbetaald aan de GR gemeenten. Aangezien de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de risicoanalyse 2025 is vastgesteld op € 837.250 en het eigen vermogen na winstbestemming € 800.302 betreft, is de ratio weerstandsvermogen 0,96. De waarde <1 kwalificeert hiermee net onvoldoende. Desalniettemin, de risico’s worden in de meerjarenbegroting door de deelnemende gemeenten gedekt. Tevens staan de GR gemeenten conform de aard van de GR garant voor eventuele tekorten in de toekomst.

Voorzien in gen €

2024 2 4 5 .2 9 2

€

2023 2 4 7 .7 4 8

De voorzieningen betreffen: Voorziening verplichtingen, verliezen en risico's Vo o rz ie ning W W -ve rplichting Vo o rz ie ning bo ve nw e tte lijke ve rlo fure n

2 0 24 27.112 21 8.180 2 4 5.2 9 2

2 02 3 0 2 47.748 2 4 7 .7 48

Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2024 is bepaald op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2024 is beëindigd.

_____________________________________________________________________________________________ 41

Jaarstukken 2024

Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: 2024 27.11 2 2 7.1 1 2

Boekw aarde begin boekjaar To e vo e ging Vrijva l Aa nw e nding Boekw aarde einde boekjaar

2023 9.0 0 0 3 976.642 1.961 0

Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2024 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2024. Het verloopoverzicht van de voorziening bovenwettelijke verlofuren is als volgt: 2024 247.748 33.896 99362.471218.180

Boe kw a a rde be gin boe kja a r Toevoegingen Vrijval Aanwending Boe kw a a rde e inde boe kja a r

2023 213.000 94.211 8.05851.405247.748

De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen €

2023 493.721

2022 615.611

€

Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31 -12-2023 Verm eerderingen Aflo ssingen Saldo 31 -12-2024

615.611 0 121.890 493.7 21

615.611 0 0 615.611

De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal

2024 na correctie solvabiliteit -

2024 59.674 91.104 60.430 154.720 127.793 493.721

2023 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611

Per 31 december 2024 is de achtergestelde lening van gemeente Heerlen vrijgevallen ten behoeve van de uittreedsom en overgeboekt naar vooruit ontvangen bedragen. De overige _____________________________________________________________________________________________ 42

Jaarstukken 2024

gemeenten hebben per 31-12-2024 voor verdeling van het eigen vermogen dezelfde bedragen aan achtergestelde leningen open staan als op 31-12-2023. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2024 een volledige terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. Dit is ook opgenomen onder het onderdeel eigen vermogen. De achtergestelde leningen zijn renteloos. Na verdeling van de winst per 01-01-2025 zullen de achtergestelde leningen aan de verschillende GR gemeenten volledig terugbetaald worden. Dit zal geschieden door middel van een aflossing verwerkt in de staat van baten en lasten in 2025. Netto v lotten de sch u lden €

2024 9 .6 7 7 .3 5 7

€

2023 1 1 .9 8 7 .3 0 4

De netto vlottende schulden bestaan uit: 2024 7.01 2.454 2.66 4.903 9 .6 7 7 .3 5 7

O ve rig e s ch ulde n Ba nk Totaal

Ov erige sch u lden €

2024 7 .0 1 2 .4 5 4

2023 7.9 73.5 37 4.0 13.7 67 1 1 .9 8 7 .3 0 4

€

2023 7 .9 7 3 .5 3 7

De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: C re d ite ure n kla nte n Ve rplichting e n liqu id e midd e le n kla n te n Schuld e n a a n le ve ra n cie rs e n ha nd e ls kre d ie te n Totaal

2 0 24 6.718.031 101.921 19 2.502 7 .0 12 .4 5 4

2023 6.776.343 101 .083 1.096 .110 7 .9 7 3 .5 3 7

Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2024 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. De sterke afname wordt veroorzaakt door het overzetten van de bankrekeningen naar beheer- en leefgeldrekeningen van de Rabobank. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2024 laat een saldo zien van € 6.718.031 en bestaat uit reguliere inkopen en de daaruit volgende crediteuren.

_____________________________________________________________________________________________ 43

Jaarstukken 2024

Ban k €

2024 2 .6 6 4 .9 0 3

€

2023 4 .0 1 3 .7 6 7

Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel. Ov erlopende passiv a €

2024 3.118.307

€

2023 2.233.368

De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Ve rp lichting e n w e lke in he t lo p e nd b e gro ting s ja a r z ijn o p g e bo uw d e n vo lg e nd b e g r. ja a r w o rd e n be ta a ld O ve rig e vo o ruito ntva n g e n b e d ra g e n d ie te n b a te va n vo lg e nd e be g ro tings ja re n ko me n Totaal

20 24

2023

2 .64 1 .64 5

1.6 14 .4 70

47 6 .6 62 3 .11 8 .30 7

61 8 .8 9 8 2.2 33 .36 8

Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2024 bestaan uit:  Loonkosten te betalen aan gemeente Maastricht € 1.546.620  Te verrekenen btw-teruggave op bewind € 866.945 aan de GR  Advieskosten € 45.512  Inhuur € 40.104  Investeringen € 64.751  Servicekosten pand € 69.411  WW-uitkeringen € 2.780  Overige verplichtingen € 5.522 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2024 betreft de “ontvangen” achtergestelde lening en het aandeel in het eigen vermogen t.b.v. de uittreedsom van de gemeente Heerlen. Omschrijving Vooruitontvangen bedragen Te betalen belastingen en sociale verzekeringen Totaal

2024 476.662 3.118.307

2023 618.898 2.233.368

_____________________________________________________________________________________________ 44

Jaarstukken 2024

Niet uit de balans blijkende verplichtingen KBL heeft een aantal niet uit de balans blijkende verplichtingen die voornamelijk betrekking hebben op huur- en servicecontracten met een resterende looptijd variërend van 1 tot 5 jaar. De huurverplichtingen voor onroerend goed bedragen in totaal € 80.540, met een contractduur die loopt tot 30 juni 2025. Daarnaast heeft de onderneming verplichtingen met betrekking tot onderhoudscontracten voor gebouwen, waarvan de resterende contractwaarde € 57.500 per half jaar bedraagt, met een begindatum van 1 oktober 2024 en een opzegtermijn van 3 maanden voor beëindiging. Op het gebied van software is er een verplichting voor de primaire registratiesoftware met Bizon, ter waarde van € 133.496, die loopt van 1 oktober 2024 tot 31 december 2024. Ook is er een verplichting voor primaire registratiesoftware met Stratech ter waarde van € 53.000, met een looptijd van 1 januari 2025 tot 31 december 2025. Verder bestaat er een verplichting voor IT-diensten met Interstellar, met een totale waarde van € 2.618.072, die loopt van 1 september 2024 tot 1 september 2029. Naast deze verplichtingen heeft de onderneming een contract voor telefonie bij Kreuze ter waarde van € 112.972, met een looptijd van 1 juli 2024 tot 31 juli 2025. Daarnaast is er nog een verplichting voor postbezorging bij Business Post, met een contractwaarde van € 109.000.

Deze verplichtingen vertegenwoordigen aanzienlijke verbintenissen die over de komende jaren zullen worden nagekomen, conform de overeengekomen contractduur. Soort verplichting

Leverancier

Restant contractwaarde

Ingang

Einde

Huur onroerend goed

Brix 3.0

€ 80.540

30-06-2015 30-06-2025

Onderhoud gebouwen Gemeente Sittard-Geleen

€ 57.500 per half jaar

01-10-2024 Opzeggen 3 maanden voor beëindiging

Primaire registratiesoftware

Bizon

€ 133.496

01-10-2024 31-12-2024

Primaire registratie software

Stratech

€80.000

01-01-2025 31-12-2025

Managed Service Provider

Interstellar

€ 2.618.072

01-09-2024 01-09-2029

Telefonie

Kreuze

€ 112.972

01-07-2024 31-07-2025

Postbezorging

Business post

€ 109.000

01-01-2023 31-12-2025

_____________________________________________________________________________________________ 45

Jaarstukken 2024

Toelichting op het overzicht van baten en lasten BATEN: Algemeen Het Bestuur heeft besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet verrekend hoeven te worden met de daadwerkelijke aantallen in geval van onderuitputting. In het geval van overuitputting zullen de voorschotten echter wel in rekening worden gebracht. De weergegeven baten voor 2024 met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regeling (GR)-gemeenten op het gebied van schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, beschermingsbewind, budgetbeheer maatwerk, en budgetbeheer, evenals het aandeel van rente van gemeenten, zijn als volgt uitgesplitst:  Voor GR-gemeenten met onderuitputting worden de voorschotten weergegeven.  Voor GR-gemeenten met overuitputting worden de gerealiseerde aantallen en de bijbehorende opbrengsten weergegeven.  Voor niet-GR-gemeenten wordt de gerealiseerde opbrengst gepresenteerd.  Voor cliënten wordt de gerealiseerde opbrengst weergegeven.

Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojec ten

€ €

2024 1.266.350 1.266.350

€ €

2023 948.325 948.325

De totale opbrengsten met betrekking tot preventie, vroegsignalering en educatie over 2024 zijn € 318.000 hoger dan de realisatie 2023 en € 12.000 lager dan de begrotingswijziging over 2024.

Intake €

GR- gemeenten Niet- GR- gemeenten Intake

2024 1.408.545 2024 1.136.117 272.428 1.408.545

€

2023 1.414.651 2023 1.142.128 272.523 1.414.651

De totale opbrengsten over 2024 zijn € 6.000 lager dan de realisatie 2023. Daarnaast zijn deze ook € 7.400 lager dan opgenomen in de begrotingswijziging over 2024.

De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2024 zijn +/- € 6.000 hoger dan de realisatie 2023 en € 8.000 lager dan de begrotingswijziging over 2024.

_____________________________________________________________________________________________ 46

Jaarstukken 2024

Budgetbeheerrekening €

2024 1.718.098

€

2024 1.267.370 178.222 272.506 1.718.098

GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Budgetbeheerrekening

2023 1.361.002 2023 999.136 123.484 238.382 1.361.002

Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2024 afgenomen tot 1.746 (2023: 1.767). Desalniettemin, door enige verandering in de afgenomen pakketten en de prijsverhoging ten opzichte van 2023 is de omzet m.b.t. budgetbeheer toegenomen. De totale opbrengsten over 2024 zijn € 357.000 hoger dan de realisatie 2023 en € 6.000 hoger dan de begrotingswijziging over 2024.

Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 261 dossiers in 2023 gedaald naar 240 dossiers in 2024. De totale opbrengsten over 2024 zijn € 3.500 lager dan de realisatie 2023 en uiteindelijk 133.000 lager dan de begrotingswijziging over 2024. Met name door een afname in de laatste 4 maanden van 2024 van de GR gemeenten.

2024 2.044.634 682.074 2.726.708

GR-gemeenten Betaald door klanten Beschermingsbewind

2023 1.962.624 729.772 2.692.396

Het aantal zaken bewindvoering is in 2024 gedaald van 813 naar 780 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage niet beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief maar zijn tevens kostendekkende tarieven cf. bestuursbesluit 2023 toegepast. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2024 zijn € 34.300 hoger dan de realisatie 2023 en € 39.000 lager dan de begrotingswijziging over 2024.

Schuldenaanpak €

2024 4.426.928

€

2023 4.038.270

_____________________________________________________________________________________________ 47

Jaarstukken 2024

2024 3.081.528 1.166.612 178.788 4.426.928

GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Schuldenaanpak

2023 3.285.048 528.725 224.497 4.038.270

De totale opbrengsten over 2024 zijn € 389.000 hoger dan de realisatie 2023 en € 78.000 lager dan de begroting over 2024.

2024 47.988 99.842 147.830

Detac hering Overige bedrijfsopbrengsten Schuldenaanpak

2023 0 79.145 79.145

De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de detacheringsopbrengsten voor ingezette medewerkers bij klantgemeenten opgenomen. De totale opbrengsten over 2024 zijn € 69.000 hoger dan de realisatie 2023 en € 129.000 hoger dan de begrotingswijziging over 2024 door het relatief hoog aantal gemeenten die de 90% clausule moesten betalen. Rentemarge €

Rentebaten kredieten Overige rentelasten minus -baten Rentemarge

2024 497.105

2024 373.693 123.412 497.105

€

2023 484.827

2023 386.895 97.932 484.827

De rentemarge is ca. € 12.000 toegenomen in vergelijking met 2023. De rente baten laten een lichte daling zien die wordt veroorzaakt door de gedaalde kredietportefeuille. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2024 per saldo ca. € 66.000 gedaald. Dit komt met name door de daling in gemiddelde kredietbedrag en de afname door de uittreding van gemeente Heerlen. De overige rentelasten minus -baten hebben voornamelijk betrekking op de ontvangen rente rekening-courant van de BNG (rentecompensatiestelsel). De totale rentemarge over de BNG-bankrekening 2024 is ca. € 26.000 hoger dan in 2023.

_____________________________________________________________________________________________ 48

Jaarstukken 2024

Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille

€

2024 1.290

€

2023 7.285

Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. Komend jaar zal dit opnieuw geëvalueerd worden aangezien het risico op oninbaarheid van kredieten per 2025 minimaal is en hoogstwaarschijnlijk ook niet meer lijdt tot een voorziening oninbaarheid. De deelname over 2024 is € 6.000 lager dan de realisatie 2023.

Opbrengsten KOT Opbrengsten FNWL Uittreedsom Heerlen 2024 Bijzonder baten

2024 884.905 231.847 283.168 1.399.920

2023 440.586 440.586

In 2024 is besloten om de KOT opbrengsten over de eerdere jaren af te rekenen aangezien het terugbetalingsrisico nihil is geworden. In de voorgaande jaren is uitgegaan van het voorzichtigheidsbeginsel. Daarnaast heeft de KOT dienstverlening wel langer doorgelopen dan verwacht waardoor er naast de opbrengsten uit voorgaande jaren ook in 2024 nog voor € 275.000 aan opbrengsten in 2024 extra gegenereerd zijn. Verder is er in 2024 vanuit de SBN aan KBL gevraagd om personeel en ondersteuning te leveren ten behoeve van het FNWL-project. Deze heeft KBL geleverd en heeft geleid tot een extra batenpost van € 232.000. Tevens is de gemeente Heerlen eind 2023 uit de gemeenschappelijke regeling gestapt waardoor er een boetbedrag is bepaald en verdeeld over 5 jaar. In 2024 is het eerste gedeelte van de boete verantwoord wat lijdt tot € 283.000 aan extra opbrengsten. KBL kent in haar begroting en jaarrekening verder geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.

_____________________________________________________________________________________________ 49

Jaarstukken 2024

LASTEN:

Salarissen KBL FNWL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal salarissen

€ € € €

2024 9.242.137 154.041 215.297 9.611.475

€

2023 9.025.191

€ €

372.259 9.397.450

De post salarissen KBL bestaat uit: 2024 7.652.803 -115.247 1.084.320 995.795 -6.196 9.611.475

Brutolonen Af: Ziekengeld Sociale lasten Pensioenpremies Af: OHT/ afdr. Loonheffing Totaal salarissen

2023 7.553.853 -100.523 1.029.450 914.670 9.397.450

De salariskosten zijn in 2024 hoger als gevolg van de indexering conform CAO (4,75% in januari + 1,25% in oktober), de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal. Echter, door de afname in FTE’s is het de stijging aan personeelslasten lager dan de directe toevoeging van 4,75% en 1,25% aan salaris. De salariskosten zijn in 2024 ca. € 214.000 hoger dan in 2023. De begrotingswijziging 2024 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 118 fte exclusief KOT & FNWL. In 2024 bedroeg het daadwerkelijk gemiddelde aantal medewerkers ook ca. 118 fte (exclusief 7 KOT/FNWL medewerkers). Per saldo zijn de salariskosten in 2024 ca. € 61.000 hoger dan de begrotingswijziging. Doordat de afname in personeel na de uittreding van Heerlen minder snel is teruggelopen dan verwacht zijn de kosten lichtelijk hoger uitgevallen dan verwacht. Dit is grotendeels te danken door een relatief hoog percentage verzuim waardoor extra personeel ingezet is geworden.

Mutatie voorziening WW-uitkeringen KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal mutatie voorziening WW-uitkeringen

€ € €

2024 30.057 17.887 47.945

€ € €

2023 4.53216.933 12.401

De kosten WW-uitkeringen KBL 2024 bestaan uit:

Uitbetaalde WW-uitkeringen Toevoeging voorziening WW-verplichting WW-uitkeringen

2024 20.833 27.112 47.945

2023 0 -4.532 -4.532

Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2024 ca. € 25.000 hoger dan in 2023. Een aantal voormalige medewerkers heeft minder of korter aanspraak gemaakt op een uitkering. KBL werkt samen met een re-integratiebureau dat voormalige medewerkers begeleidt van werk naar werk.

_____________________________________________________________________________________________ 50

Jaarstukken 2024

Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WWverplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2023 bedroeg de voorziening € 0, in 2024 is er € 27.000 aan de voorziening toegevoegd. In de begroting 2024 zijn de kosten WW-uitkeringen geraamd op € 23.000 en de realisatie is derhalve € 25.000 hoger dan begroot. Dit is ontstaan door een medewerker uit dienst per 31-12-2024 die opgenomen is in de voorziening.

Inhuur medewerkers 2024 2023 KBL € 701.340 € 656.667 FNWL € 3.666 Kinderopvangtoeslagaffaire € € Totaal inhuur medewerkers € 705.007 € 656.667 De kosten van KBL m.b.t. inhuur zijn in 2024 € 48.000 hoger dan in 2023. De hogere kosten in 2024 waren het gevolg van het inhuren van een projectleider, ICT-, P&C- en beleidssecretaris en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. De kosten volgens de begroting waren € 660.000.

Overige personeelslasten €

2024 177.296

€

2023 114.354

De lasten in 2024 zijn € 31.000 hoger dan in 2023. Er waren in 2024 meer personeelsactiviteiten zoals jubilea. In de begrotingswijziging 2024 waren de overige personeelslasten geraamd op € 147.000.

Afschrijvingen €

2024 72.801

€

2023 87.438

Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2023 gedaald met ca. € 15.000. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2024 zijn de afschrijvingen geraamd op € 73.000.

Huisvestingslasten KBL FNWL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal huisvestingslasten

€ € € €

2024 334.867 334.867

€

2023 326.867

€ €

7.688 334.555

De huisvestingslasten KBL 2024 bestaan uit: Huur Servic e Energie Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten KBL

2024 170.261 61.440 49.864 49.565 334.867

2023 170.262 52.993 54.421 49.192 326.867

De huisvestingslasten zijn in 2024 € 8.000 lager dan in 2023. De zichtbare daling komt met name door de daling van de energiekosten.

_____________________________________________________________________________________________ 51

Jaarstukken 2024

In de begroting 2024 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 382.000. De realisatie is derhalve € 47.000 lager dan de begroting.

Bureau/administratielasten KBL FNWL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal bureau/administratielasten

€ € € €

2024 1.531.546 139 335 1.532.020

€

2023 1.336.673

€ €

1.458 1.338.131

De bureau- en administratielasten KBL 2024 bestaan uit: 2024 1.089.211 29.987 263.120 41.308 108.395 1.532.020

Inventaris en automatisering Kantoorbenodigdheden en drukwerk Telefoon en porti Lidmaatsc happen en abonnementen Overige bureau/administratielasten Totaal bureau/administratielasten

2023 903.523 37.295 258.893 35.059 101.905 1.336.673

De bureau- en administratielasten zijn in 2024 ca. € 195.000 hoger ten opzichte van 2023. Met name kosten van ICT zijn gestegen. De KBL werkt vanaf 2024 met een vernieuwde ITomgeving door middel van een SAAS oplossing. Hierbij worden ook laptops ter beschikking gesteld. Tevens is er geïnvesteerd in een nieuw softwarepakket ten behoeve van beschermingsbewind waardoor de bureau- en administratielasten hoger uitvallen dan in 2023. In de begroting 2024 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.755.000. De realisatie is derhalve € 223.000 lager dan begroot. Dit is ontstaan door lager kantoorbenodigdheden en lager uitgevallen ICT-lasten dan begroot.

Beheerslasten KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal beheerslasten

€ € €

2024 818.847 38.109 856.957

€ € €

2023 483.728 42.248 525.976

De beheerslasten KBL 2024 bestaan uit: Reis en verblijf Studie Accountantskosten Administratieve dienstverlening Advisering Incasso Overige beheerslasten Totaal beheerslasten

2024 38.591 81.977 116.569 120.507 389.474 1.019 70.711 818.847

2023 25.288 73.267 86.094 122.545 120.461 690 55.381 483.728

De beheerslasten zijn in 2024 € 325.000 hoger dan in 2023. Dit is met name het gevolg van hogere advieskosten. Tevens heeft de laatste KOT accountantscontrole plaatsgevonden wat extra kosten met zich meebracht, zijn er extra accountantskosten geweest door de overgang naar de nieuwe account en zijn er extra kosten door Deloitte in rekening gebracht als na facturatie op de jaarrekening van 2023.

_____________________________________________________________________________________________ 52

Jaarstukken 2024

Mutatie voorziening kredietport. €

2024 1.290

€

2023 7.285

De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2024.

Mutatie voorziening bovenw. verlofuren €

2024 29.568-

€

2023 34.748

Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het bedrag ultimo 2024 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2024. De mutatie over 2024 betreft derhalve negatieve kosten.

_____________________________________________________________________________________________ 53

Jaarstukken 2024

Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2024 bedragen in totaliteit €13.310.088. Het aandeel lasten KBL bedraagt € 12.880.000, de KOT lasten bedragen € 271.628 en de FNWL-lasten bedragen € 157.847. De lasten conform de begrotingswijziging 2024 bedragen €13.188.850. De begroting is hiermee overschreden met een bedrag van € 121.238. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: 1. Personeelslasten De salariskosten exclusief KOT en FNWL zijn in 2024 ca. € 61.000 hoger dan begroot. Bij de begrotingswijziging is echter geen rekening gehouden met de salariskosten van KOT. Aangezien de salariskosten van KOT op resultaatniveau waren aangegeven, zijn de werkelijke lasten dus hoger dan begroot, wat bijdraagt aan de overschrijding van de begroting. Begrotingswijziging 2024: € 9.181.117 Werkelijk 2024: € 9.242.137 (+€ 61.000) 2. Bureau- en administratielasten In de begroting 2024 waren de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.755.000.

De werkelijke lasten zijn € 223.000 lager dan begroot, wat komt door lagere uitgaven voor kantoorbenodigdheden en ICT-kosten dan begroot. Een verschil van ongeveer € 200.000 is ontstaan door dubbele kosten voor IT-managed services die in de begrotingswijzigingen van september en oktober waren opgenomen. Dit betreft kosten die zowel voor de oude als de nieuwe leverancier werden geraamd, aangezien de nieuwe leverancier zijn diensten begon en de oude leverancier afscheid nam van KBL. In de begroting werd ervan uitgegaan dat in deze maanden aan beide leveranciers betaald zou moeten worden, maar in de praktijk is dit niet het geval geweest. Bovendien zijn door de overstap naar Bizon uiteindelijk lagere kosten gemaakt dan oorspronkelijk begroot. Begrotingswijziging 2024: € 1.755.000 Werkelijk 2024: € 1.532.000 (- € 223.000) 3. Lasten Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT) De salariskosten van de medewerkers werkzaam voor het KOT project waren in de prognose in de gesaldeerd meet de opbrengsten en wijken derhalve in de verantwoording in de staat van baten en lasten van de jaarrekening conform BBV af met een bedrag van € 215.000. Dit geldt ook voor de accountantskosten á € 38.000. Begrotingswijziging 2024: € 0 Werkelijk 2024: € 254.000

_____________________________________________________________________________________________ 54

Jaarstukken 2024

Begrotingsrechtmatigheid KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de prognose en de realisatie over 2024 weergegeven: Batenafwijking Begrotingsafwijking baten Conclusie 1.059.928

Akkoord

Lastenafwijking Begrotingsafwijking lasten Conclusie Akkoord < verantwoordingsen rapportagegrens 121.238

Motivering van de conclusie: De baten volgens de realisatie over 2024 zijn per saldo € 1.059.928 hoger dan begroot. Dit is grotendeels ontstaan door de afrekening KOT die door de uitsplitsing conform BBV in de jaarrekening afwijkt van de verantwoording als totaalafrekening in de begroting. Daarnaast is de uittreedsom van Heerlen in 2024 hoger uitgevallen dan vooraf verwacht en zijn er meer FNWL-opbrengsten binnen gekomen dan geprognosticeerd. Tijdens de bespreking van de concept jaarrekening in het AB van April is de batenoverschrijding gemeld conform P&C cyclus en kadernota rechtmatigheid (okt. 2024) waardoor de afwijking als rechtmatig beschouwd kan worden. De lasten volgens de realisatie over 2024 zijn per saldo € 121.000 hoger dan de begroting over 2024. Deze zijn hoofdzakelijk ontstaan door de afwijking in verantwoording tussen de prognose/ begrotingswijziging in 2024 en de verantwoording in de jaarrekening conform BBV waar de KOT kosten in het door het AB goedgekeurde prognosedocument niet separaat waren meegenomen, maar waar voor de KOT afrekening een totaalbedrag verantwoord (gesaldeerd) werd.

Rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur Per 1 januari 2024 is de Wet decentrale rekenkamers (Wvdr) in werking getreden. Met deze wetswijziging is onder andere de verplichting ingevoerd voor het dagelijks bestuur (DB) om een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen als onderdeel van de jaarrekening. Het DB legt in de jaarrekening zelf verantwoording af over de mate waarin zij in het boekjaar rechtmatig heeft gehandeld. Het DB gebruikt hiervoor de voorgeschreven teksten van de Commissie BBV zoals opgenomen in bijlage 1 van de Kadernota rechtmatigheid 2024. Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de

_____________________________________________________________________________________________ 55

Jaarstukken 2024

balansmutaties het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet‐ en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is door het AB in oktober 2024 in het vastgestelde normenkader rechtmatigheid verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het AB bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 133.100. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen een bedrag van € 121.238 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 133.100.

Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens het volledige bedrag acceptabel op basis van de vastgestelde afspraken door het algemeen bestuur. De geconstateerde afwijkingen betreffen:

Begrotingscriterium

X €1

1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau)

€ 121.000

1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

€0

2. Ongeautoriseerde reservemutaties p.s. veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden

€0

3. Overschrijding van baten en/of €0 onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling et cetera). Totaal begrotingsonrechtmatigheden

€ 121.000

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van

€ 121.000

_____________________________________________________________________________________________ 56

Jaarstukken 2024

onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet ‐acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.

Voorwaardencriterium

Geen bevindingen

5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering).

Geen bevindingen

M&O criterium

Geen bevindingen

Totaal Onrechtmatigheden

€ 121.000

Waarvan acceptabel

€ 121.000

Waarvan niet‐acceptabel

€0

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de raad aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

_____________________________________________________________________________________________ 57

Jaarstukken 2024

Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:

2024

2023

Salarissen

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

7.709.569 1.901.906 9.611.475

€ € €

7.142.062 2.255.388 9.397.450

Overige personeelslasten

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

707.713 174.589 882.302

€ € €

585.976 185.045 771.021

W W- uitkeringen

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

47.945 47.945

€ € €

12.401 12.401

Afsc hrijvingen

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

72.801 72.801

€ € €

87.438 87.438

Huisvest ingslast en

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

334.867 334.867

€ € €

334.555 334.555

Bureau- en administ rat ielast en

Direc t e kosten Overhead (deels)

€

257.022

€

229.282

€ €

77.392 334.415

€ €

64.669 293.951

Overhead (geheel)

€ €

1.197.605 1.532.020

€ €

1.044.180 1.338.131

Beheerslast en

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

856.957 856.957

€ € €

525.976 525.976

Mutat ie voorziening kredietport efeuille

Direc t e kosten Overhead T ot aal

€ € €

1.290 1.290

€ € €

7.285 7.285

Mutat ie voorziening bovenw . verlofuren

Direc t e kosten € € €

29.56829.568-

€ € €

34.748 34.748

€ € €

8.674.304 4.635.784 13.310.088

€ € €

7.957.320 4.551.685 12.509.005

€

13.310.088

€

12.509.005

T ot aal

Overhead T ot aal Totale directe kosten Totale ov erhead Totale lasten

De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.

_____________________________________________________________________________________________ 58

Jaarstukken 2024

Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten Programma 1: Schuldhulpverlening Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Intake Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Overige baten Detachering interim SHV Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge Deelname GR-gem. in voorz. kredport.

Bijzondere baten Opbrengsten KOT Opbrengsten FNWL Uittreedsom Heerlen 2024 Bijzondere baten Totale baten

waarvan structureel

waarvan incidenteel

1.266.350 1.266.350

1.266.350 1.266.350

-

1.408.545

1.408.545

-

237.020

237.020

-

1.718.098 1.178.656 2.726.708 5.623.461

1.718.098 1.178.656 2.726.708 5.623.461

-

4.426.928

4.426.928

-

2024

-

-

99.842 47.988 147.830

99.842 47.988 147.830

373.693 123.412 497.105

373.693 123.412 497.105

-

1.290

1.290

-

884.905 231.847 283.168 1.399.920

-

-

884.905 231.847 283.168 1.399.920

15.008.450

13.608.530

1.399.920

9.611.475 47.945 705.007 177.296 72.801 334.867 1.532.020 856.957 1.290 29.568-

9.242.137 30.057 701.340 164.103 72.801 309.950 1.417.551 755.083 1.290 29.568-

369.338 17.887 3.666 13.192 24.917 114.469 101.874 -

Totale lasten

13.310.088

12.664.745

645.344

Gerealiseerd resultaat

1.698.361

943.785

754.576

Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Mutatie voorziening bovenw. verlofuren

Afboekingen Resultaat na afboekingen

6.743 1.691.618

_____________________________________________________________________________________________ 59

Jaarstukken 2024

Toelichting op de incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten bestaan in 2024 uit 4 posten, de afwikkeling van de kinderopvangtoeslagaffaire, de afwikkeling van de Financiële Nood Waterschade Limburg, de uittreding Heerlen en het gerealiseerde resultaat dat wordt toegevoegd aan het eigen vermogen, oftewel het weerstandsvermogen. Ondanks dat de ondersteuning van KBL aan SBL(Sociale Banken Nederland) voor de uitvoering van de afwikkeling van gedupeerden uit de kinderopvangtoeslagaffaire in 2024 zou eindigen is deze tot eind 2024 doorgelopen. Tevens is de planning dat deze ondersteuning aan de SBL tot en met medio maart 2025 doorloopt. Naast de ondersteuning aan het KOT project levert KBL ook een bijdrage aan het FNWLproject. De verwachting hiervoor is dat ook dit project medio 2025 afloopt.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2024 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 223.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Gedurende 2024 heeft er een directeurswissel plaatsgevonden. Deze wijziging is in onderstaande overzicht meegenomen: Bedragen x € 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=8626d161-d744-4282-9fb1-fd70836942f1