2021-04-22 vragen ex art 38 RvO Raad OK mbt sportende kinderen uit arme gezinnen.doc
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Postbus 600 6460 AP Kerkrade
Kerkrade, 22.04.2021 Onderwerp: "Art.38-vragen m.b.t. ‘Sportende kinderen uit arme gezinnen’ “
Geacht College, Uit zeer recente studie (door het ‘Mulier Instituut’, i.o.v. oa. het Kenniscentrum Sport en Bewegen) naar sporten en bewegen door jeugd in verschillende sociaaleconomische milieus, blijkt dat kinderen en jongeren uit arme gezinnen veel minder vaak aan sport doen dan hun leeftijdsgenoten uit gezinnen die meer te besteden hebben. Minder dan de helft van de kinderen (4-11 jaar) uit gezinnen met een laag inkomen sport wekelijks, terwijl dat in gezinnen met een hoog inkomen meer dan driekwart is. In de leeftijd van 1317 jaar doet 59 procent in armere gezinnen aan sport, tegen 86 procent in gezinnen met een dikkere portemonnee. 10 jaar geleden leverde een soortgelijk onderzoek nagenoeg dezelfde resultaten op. In Nederland groeit 1 op de 12 minderjarigen op in armoede. Juist in die groep is de sportdeelname onder zowel kinderen als jongeren blijkbaar heel laag, net als 10 jaar geleden dus toen het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport ‘Kunnen meer kinderen meedoen?’ uitbracht. Gemeenten probeerden deze kloof te doorbreken met regelingen waardoor de contributie van kinderen voor een sportclub kan worden betaald of waarmee sportkleding kan worden aangeschaft. De Nederlandse Sportraad, adviseur van het kabinet, pleitte onlangs voor een speciale sportwet die dit probleem zou moeten ondervangen.
Er zou zo’n miljard euro vrijgemaakt moeten worden voor betere sportfaciliteiten, verbeterde opleiding van coaches en trainers en makkelijkere toegang tot sport voor mensen die laag opgeleid zijn of in armoede leven. Nu zou er circa 4,4 miljard in sport omgaan waarbij gemeenten samen zo’n 300 miljoen euro besteden aan “Sportbeleid en Activering”. Ons Kerkrade weet dat dit voorgaande ook in Kerkrade speelt en ook hier meerdere regelingen en voorzieningen voorhanden zijn om de ‘minima’ financieel tegemoet te komen met als voorbeeld oa. Stg. Leergeld en de regeling voor tegemoetkoming voor Sociaal Culturele Activiteiten.
* Gelet op het voorgaande heeft Ons Kerkrade de volgende vragen: 1) Heeft de gemeente Kerkrade precies in beeld hoeveel kinderen in onze stad rond de armoedegrens leven (minima) en zo ja, hoeveel zijn dit? 2) Hoeveel kinderen van deze groep maken daadwerkelijk ook gebruik van de voorliggende Kerkraadse regelingen voor financiële tegemoetkoming bij sportbeoefening? 3) Weten deze (minima-)kinderen (of hun ouders) van het bestaan van de Kerkraadse regelingen voor financiële tegemoetkoming bij sportbeoefening? Zo ja, op welke manier? 4) Staan er Kerkraadse (minima-)kinderen letterlijk en figuurlijk langs de zijlijn omdat zij niet mee kunnen of mogen doen bij een sportvereniging omdat er geen of onvoldoende financiële (gemeente)middelen/-voorzieningen voorhanden zijn? Zo ja, hoeveel kinderen zijn dit ongeveer en hoe is dit toekomstig op te lossen? 5) Wat zijn concreet alle voorliggende regelingen/voorzieningen voor financiële tegemoetkoming bij sportbeoefening voor de Kerkraadse minima en wat zijn de huidige bijbehorende financiële bedragen hierbij? 6) Welk totaal bedrag is voor dit ‘sport-probleem’ binnen de gemeentelijke begroting de afgelopen 5 jaar weggezet en hoeveel werd hier jaarlijks daadwerkelijk ook aan uitgegeven (cq.
gebruik van gemaakt)? 7) Worden voor dit sport-probleem toekomstig nog extra financiën vrij gemaakt en zo ja, welke en hoeveel? 8) Welke (extra) rol gaat VIE mbt dit sport-probleem hierin toekomstig vervullen, zowel fysiek (stenen gebouw) alsook in de nieuwe sociale Vie-uitrol? 9) Welke rol kunnen de scholen, kinderopvang en/of sportverenigingen toekomstig hierin spelen en wat doen ze nu al? 10) Wat is het algemene standpunt van het College mbt dit onderwerp?
In positieve afwachting van uw reactie, verblijven wij met vriendelijke groet,
Fractie Ons Kerkrade Noud Krasovec, Harm Jacobs, John Roland, Jo Rozema