1 Besluitenlijst B&S 28 januari 2025
Tekst van het document
Raadsgriffie BESLUITENLIJST RAADSCOMMISSIE BURGERS EN SAMENLEVING 28 januari 2025 Nr. 25it00339 Voorzitter: Dhr. A. Gramsma (Burgerbelangen) Aanwezige raadsleden: Dhr. R.F.A.C. Creusen (VVD) Dhr. S.H.G. Gorissen (PvdA) Dhr. N. Krasovec (Ons Kerkrade) Mw. M.A.K.J. Laumann (SP) Dhr. M. Meijer (CDA) Dhr. A.R.J. Otten (Hart voor Vrijheid) Mw. C.E. Paul-Ubachs (Burgerbelangen) Dhr. D.H.M. Pouwels (Burgerbelangen) Dhr. L.H.J.F. Schlenter (Ouderenpartij Kerkrade) Mw. A.J.C. Snijders-Mahr (Burgerbelangen) Dhr. M.C. Struver (Ons Kerkrade) Mw. C.J.A. Szalata-Thomas (Lokaal Alternatief) Mw. A.C. Wevers (SP) Afgemeld m.k.: Mw. L. Bacher (Hart vor Vrijheid)
Aanwezige niet-raadsleden: Dhr. P.A.J. Bree van (Burgerbelangen) Dhr. P.J. Caumon (CDA) Dhr. L.J.M. Christiani (Burgerbelangen) Dhr. J.P.M. Dautzenberg (Burgerbelangen) Dhr. D.H.L. Douma (Ons Kerkrade) Mw. J.M.L.W. van Drunen (PvdA) Dhr. J.H.M. Hanssen (Lokaal Alternatief) Dhr. E. ter Horst (PvdA) Dhr. M. Kannapin (VVD) Mw. G.M.C. Kortland (Ons Kerkrade) Mw. E.M.C. Kroon-Schoonhen (Burgerbelangen) Dhr. D.H.M. Pouwels (Burgerbelangen) Dhr. A.G. van der Sleen (Ouderenpartij Kerkrade) Mw. I. Wiermans (Burgerbelangen) Eveneens aanwezig Wethouder van Drunen Wethouder Geers Wethouder Paas Wethouder Roland Dhr. P. Breed (gemeente Kerkrade) Dhr. M. van Wanrooij (gemeente Kerkrade) Dhr. J. Schillings (gemeente Kerkrade) Dhr. R. Habets (gemeente Kerkrade) Mevr. D. Broeders (raadsadviseur) Mevr. J. Wetzelaer (commissiegriffier)
Videoverslag kunt u terugvinden: https://kerkrade.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/2f94daea-81eb-44a0-849999d28d592460 1 Opening door de voorzitter De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur. Er zijn geen afwezigen. 2 Vragenuurtje Er zijn vragen ingediend. 3 Spreektijd publiek Er is geen aanmelding voor de spreektijd voor publiek. 4 Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 5
Vaststelling van de besluitenlijst van de commissievergadering B&S van 26 november 2024 De fractie van de SP, mevr. Wevers geeft aan dat de griffie er op toe moet zien dat een motie niet van de agenda gevoerd wordt. Volgens haar is dat een recht van een partij waarin een standpunt gevraagd wordt. Door de motie van de agenda te halen ontneem je dit recht van een partij. De voorzitter besluit dat de griffie hier op terug komt.
1
Antwoord griffie: Woensdag 29-1-2025 is er een mail verzonden naar alle leden van de commissie B&S met een korte beschouwing van het raadsinstrument motie. Tweede punt vanuit de fractie van de SP is dat er bij de vaststelling van de agenda staat dat deze ongewijzigd is vastgesteld echter gevolgd door de melding dat de motie van de agenda afgevoerd wordt en de agenda gewijzigd is vastgesteld. Voorzitter geeft aan dat dit nagekeken wordt door de griffie. Indien het klopt wordt de eerste zin ‘de agenda wordt ongewijzigd vastgesteld’ van de besluitenlijst verwijderd. De besluitenlijst van 26 november 2024 wordt gecorrigeerd. 6 AKKOORDSTUKKEN Er zijn geen akkoordstukken 7
BESPREEKSTUKKEN
7.1
Ontwerpbesluit vaststelling Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg
Portefeuillehouders Roland, Geers en Paas zijn aanwezig. Zij worden bij de beantwoording van de gestelde vragen, ambtelijke ondersteund door de heer Breed en de heer van Wanrooij. Naar de raad: ja, als akkoordstuk na beraadslaging in 2 termijnen. De commissie advies de raad het volgende besluit te nemen: I. De Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg vast te stellen. Toezeggingen: Openstaande vragen: Fractie CDA, dhr. Meijer: Hoeveel woningen in het midden en hogere segment dienen wij in Kerkrade nu bij te bouwen? En hoeveel sociale woningen moeten dan minder? Ter vergadering is door de portefeuillehouder aangegeven dat deze cijfers in het plan staan maar dat ze tevens nog aangeleverd zullen worden. Antwoord portefeuillehouder: Het onderzoek van Companen geeft gedetailleerd weer wat de huidige stand, de ontwikkeling en de toekomstige verwachte behoefte aan diverse (geclusterd) wonen voor bijzondere doelgroepen onder de aankomende Wet regieversterking Volkshuisvesting is. Het volledige onderzoeksrapport van Companen is reeds verstrekt. De ontwikkelingen op de woningmarkt en de invloed op de samenstelling zijn van veel factoren afhankelijk. Wonen volgt werk. Hoe meer werkgelegenheid hoe meer behoefte ontstaat aan woonruimte. Uiteraard is betaalbaarheid hier ook een onderdeel van.
De wet betaalbare huur en de wet goed verhuurderschap zorgen voor meer verkopen van particuliere huurwoningen. Positief effect is dat het aandeel koop groeit. Onderstaand overzicht is vorig jaar nav vragen tijdens de begrotingsbehandeling al verstrekt en geeft een goed beeld wat er nu in het vat zit aan nieuwbouwontwikkelingen.
2
Fractie CDA, dhr. Meijer en VVD, dhr. Creusen: Wethouder Geers heeft aangegeven dat een verlaging naar 30 % niet haalbaar is voor deze gemeente maar wat is dan wel wenselijk en haalbaar volgens het college? Antwoord portefeuillehouder: De woningvoorraad verander je niet 123. Het huidige percentage sociale huurwoningen door corporaties bedraagt 32%. Tel hierbij op nog 12-14% sociale huurwoningen in de particuliere verhuursector, dan kom je op een totaal percentage van 44 - 46% sociale huurwoningen uit. Uitgaande van een woningvoorraad van 23.980 woningen betekent dit een enorme transitie van vele duizenden woningen. Met de woningcorporaties is in de prestatieafspraken met huurdersvereniging en woningcorporaties vastgelegd dat het aandeel sociale huur minimaal op peil blijft in Kerkrade. Bij nieuwe initiatieven/nieuwbouwplannen pogen we vanaf 2024 wel al zoveel als mogelijk middenhuur en /of koopwoningen aan de woningvoorraad toe te voegen. 7.2
Ontwerpbesluit tussentijdse wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015
Portefeuillehouder van Drunen is aanwezig met ambtelijke ondersteuning van de heer J. Schillings Naar de raad: ja, als akkoordstuk na beraadslaging in 2 termijnen. De commissie advies de raad het volgende besluit te nemen: I. De Verordening jeugdhulp gemeente Kerkrade 2015 als volgt te wijzigen: Onder vernummering van de artikelen 10 t/m 20 tot 11 t/m 21 wordt na artikel 9 het volgende artikel 10 ingevoegd: Artikel 10. Eigen kracht. 1. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. Gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders; b. Bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan; c. De ondersteuning vanuit het sociale netwerk; d. Het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige
3
jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a. De leeftijd van de jeugdige; b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; d. De mate van planbaarheid van de hulp; e. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige; f. De CIZ-indicatiewijzer en de beleidsregels indicatiestelling Wlz 2023. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden.
Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar; b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 6. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: a.
De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; b. De mate van planbaarheid van de hulp; c. Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders; d. De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige; e. Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond); f. Of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden; g. Welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; h. Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; i. De woonsituatie; j. De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet); k. Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen;
4
l.
Overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht. 7. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 8. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: a. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige; b. Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen; c. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen; d. Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht; e. Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten; f.
Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 9. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 10.Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. II.
Dit besluit treedt in werking op de 1e dag na bekendmaking.
Toezeggingen: Wethouder van Drunen zegt, nav een vraag van de fractie PvdA, toe na te gaan wat de exacte reden is van de kostendaling m.b.t. jeugdzorg. Dit zal in de informatiebijeenkomst m.b.t. jeugd dd. 18 maart meegenomen worden. Openstaande vragen: De voorzitter schorst de vergadering 5 min. Dhr. J. Hansen meldt zich tijdens deze schorsing bij de voorzitter af verlaat de vergadering De voorzitter opent de vergadering. 7.3
Ontwerpbesluit initiatiefvoorstel referendumverordening
Portefeuillehouder Roland is aanwezig, met ambtelijke ondersteuning van de heer Habets, en beantwoordt de gestelde vragen Amendement (Lokaal Alternatief) Constaterende dat: • De VNG een modelverordening referendum heeft opgesteld die als basis kan dienen voor gemeentelijke referenda; • De VNG de ervaringen met referenda zowel landelijk als regionaal heeft meegenomen in de totstandkoming van modelverordening.
5
•
De VNG om tot een bruikbare modelverordening te komen een klankbord heeft ingesteld bestaande uit wetenschappers en leden van de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers. Overwegende dat: • Het wenselijk is om de modelverordening referendum van de VNG te volgen om een uniforme en transparante procedure te waarborgen; • De richtlijn van de VNG is om voor de hoogte van het inleidend verzoek een percentage van 1% van het aantal kiesgerechtigden te hanteren • De richtlijn van de VNG is om voor het definitieve verzoek een percentage van 5% te hanteren. • Het aantal kiesgerechtigden geen statisch getal is en het opnemen van een percentage in tegenstelling tot absolute aantallen een beter afspiegeling geeft. Besluit: • Artikel 5, lid 1: “1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 250 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt” te wijzigen in: 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door een aantal ondersteuningsverklaringen, bedoeld in het vierde lid, van personen die kiesgerechtigd zijn dat uitkomt op minimaal 1% van het actuele aantal kiesgerechtigden ten tijde van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. • Artikel 6, lid 1: “1.
Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 1500 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.” te wijzigen in: 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door een aantal ondersteuningsverklaringen, bedoeld in het vierde lid, van personen die kiesgerechtigd zijn dat uitkomt op minimaal 5% van het actuele aantal kiesgerechtigden ten tijde van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. Aldus vastgesteld door de Raad der gemeente Kerkrade, tijdens de raadsvergadering 12 februari 2025 en gaat over tot de orde van de dag. Naar de raad: ja, als bespreekstuk na beraadslaging in 2 termijnen De commissie advies de raad het volgende besluit te nemen: I. De Referendumverordening gemeente Kerkrade 2025 vast te stellen. Toezeggingen: Openstaande vragen:
7.4
Ontwerpbesluit Rekenkamerrapport burgerparticipatie
Portefeuillehouder Roland is aanwezig, met ambtelijke ondersteuning van de heer Habets en mevrouw Broeders, en beantwoordt de gestelde vragen. Amendement (Lokaal Alternatief) Constaterende dat:
6
•
Burgerparticipatie een belangrijk middel is om de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming te vergroten; • transparantie en communicatie over gemeentelijke besluiten bijdragen aan het vertrouwen van inwoners in de lokale overheid; • in het rapport van de Rekenkamer geconcludeerd wordt dat de gemeente Kerkrade, overigens net als de drie andere gemeenten die gesproken zijn, nog zoekende is naar een gestructureerde wijze van leren en verbeteren; • er verder is geconcludeerd dat de raad traject-specifieke informatie wil krijgen om een gevoel te krijgen bij de ervaringen, de inzet en de opbrengsten. Vooral in de vorm van mondelinge en kwalitatieve toelichtingen en niet in abstracte of cijfermatige rapportages. Concreet wil de raad inzicht hebben in alle trajecten die lopen en van elk traject een kort verslag ontvangen wat is bereikt en hoe de opbrengsten zijn teruggekoppeld aan de inwoners; • het ook voor burgers op dit moment, bijvoorbeeld via de website van de gemeente, niet duidelijk is welke (actuele) participatietrajecten er lopen en of er onderliggende informatie beschikbaar is zoals het te bespreken plan of de uitkomsten van een participatietraject. Overwegende dat: • aanbeveling 1 oproept tot: Geef terug aan bewoners wat je met hun inbreng doet en wees duidelijk hoe het proces van participatie er uit ziet en schep daarmee de juiste verwachtingen.
(aanbeveling voor het college); • aanbeveling 2 oproept tot: Verrijk de huidige leidraad en beslisboom burgerparticipatie met de uitkomsten van leerervaringen zodat een scherper afwegingskader ontstaat voor de inzet op tredes en van methoden (aanbeveling voor het college); • aanbeveling 3 oproept tot: Organiseer een gestructureerde leer- en verbetercyclus en rapporteer daarover aan de raad (aanbeveling voor het college); • bovenstaande aanbevelingen in de uitwerking gecombineerd kunnen worden in een transparant en inzichtelijk proces waarbij de uitnodiging tot participatie tot en met de terugkoppeling en afgeronde evaluatie van een traject te volgen zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de gemeentelijke website of een participatie-app. Besluit: • Om aan het ontwerpbesluit de volgende passage toe te voegen: II. het college opdracht te geven om de aanbevelingen op een zodanige manier uit te werken dat burgers maar ook ambtenaren, college en raads- en commissieleden alle lopende en afgeronde participatietrajecten makkelijk kunnen volgen; Aldus vastgesteld door de Raad der gemeente Kerkrade, tijdens de raadsvergadering 12 februari 2025 en gaat over tot de orde van de dag.
Motie (SP, CDA, VVD, Lokaal Alternatief) Overwegende dat: • Burgerparticipatie een belangrijk item is in het beleid van de gemeente Kerkrade. • In de presentatie “evaluatie (door)ontwikkeling burgerparticipatie” van 7 januari 2025 aangegeven wordt: “We verbinden burgerparticipatie onlosmakelijk aan de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid, onze plannen en projecten, zowel in het fysieke als het sociale domein als domein overstijgend.” • Het kopje “burgerparticipatie” door een raadsbesluit is opgenomen in de ontwerpbesluiten. Dit om aan te geven of er sprake is van het betrekken van burgers bij ontwerpbesluiten. Constaterende dat: • Bij ontwerpbesluiten onder het kopje “burgerparticipatie” merendeels wordt aangegeven “niet van toepassing”, zonder verdere onderbouwing.
7
•
Hierdoor niet duidelijk is, waarom er geen sprake is van het actief betrekken van burgers bij de ontwikkeling en uitvoering van plannen, projecten en beleid. • De Raad niet actief wordt ingelicht wat de reden is om geen burgerparticipatie toe te passen. • De Raad daardoor niet kan controleren en/of bijsturen in het beleid m.b.t. het betrekken van burgers bij plannen, projecten en uitvoering van beleid. Draagt het college op: • M.i.v. maart 2025 bij alle ontwerpbesluiten, indien burgerparticipatie niet van toepassing is naar inzicht van het College, een schriftelijke onderbouwing te geven waarom dit item niet van toepassing is. • Deze schriftelijke onderbouwing te laten bestaan uit: de redenen waarom burgerparticipatie niet relevant is, welke alternatieven zijn overwogen en hoe inwoners anderszins worden betrokken. • Deze nieuwe werkwijze te evalueren in maart 2026 en optioneel in opvolgende jaren. Aldus vastgesteld door de Raad der gemeente Kerkrade, tijdens de raadsvergadering 12 februari 2025 en gaat over tot de orde van de dag. Naar de raad: ja, als bespreekstuk na beraadslaging in 2 termijnen De commissie advies de raad het volgende besluit te nemen: I. De conclusies en aanbevelingen van de rapportage Burgerparticipatie over te nemen. Toezeggingen: Openstaande vragen: Vraag PvdA, Dhr.
Gorissen, wat is de stand van zaken van de uitvoering van die motie jongeren hebben de toekomst? Antwoord: 8 Lijst van toezeggingen De fractie van de SP maakt melding van een viertal toezeggingen die volgens hen onterecht op afgedaan zouden staan. De commissiegriffier heeft toegezegd dit uit te zoeken en hier op terug te komen. Antwoord griffie: Een portefeuillehouder doet een toezegging. Hij/zij is verantwoordelijk voor de afhandeling. De afhandeling wordt aangeleverd bij de griffie die deze publiceert en de toezegging op afgehandeld zet. Raads- en commissieleden zien dat vanaf dat moment in Ibabs en worden er extra op geattendeerd door de lijst van toezegging in de commissie. Hieronder de afdoening van de 4 toezeggingen die de SP aanhaalde: Toezegging schoolzwemmen Wethouder van Drunen zegt toe om het onderzoek schoolzwemmen dat een aantal jaren geleden is uitgevoerd te actualiseren. Na actualisatie wordt raad geïnformeerd over huidige stand van zaken. Antwoord griffie: Op 13 november is een raadsinformatiebrief gestuurd mbt het onderzoek schoolzwemmen 2024 waarmee de toezegging afgehandeld is. Toezegging stadspas Ten tijde van de behandeling en de commissie vindt er nog onderzoek plaats mbt de stadspas. In december 2024 krijgt de raad meer informatie over de ins en outs van deze stadspas. Antwoord griffie:
8
Op 13 december is een raadsinformatiebrief gestuurd mbt de stadspas waarmee de toezegging afgehandeld is. Toezegging Rodakaarten Wethouder Roland zegt toe om de strekking van de motie betaling Roda seizoenkaarten voor kinderen in Armoede mee te nemen in de gesprekken met Roda over de te leveren tegenprestaties en de raad te informeren over de uitkomst van de gesprekken. Antwoord griffie: De raad is geïnformeerd over de uitkomsten van de gesprekken/afspraken met Roda via een raadsinformatiebrief d.d. 30 mei 2024 Kaarten voor kinderen in armoede zijn hierin niet meegenomen. Via de stichting leergeld kunnen kinderen in armoede een aanvraag doen voor een seizoenkaart voor RodaJC. Via deze weg wordt voorkomen dat wanneer dit rechtstreek via RodaJC zou verlopen er een aparte administratie opgezet moet worden waarin bijvoorbeeld ook rekening gehouden dient te worden met privacygegevens. Er zijn momenteel 55 seizoenkaarten van RodaJC via de stichting Leergeld verzilverd. Toezegging speeltuinen Wethouder Schlangen zegt toe om inzake motie gezonde basisschool van de toekomst ‘bewegen’ mee te nemen, specifiek de mogelijkheden om speelpleinen zo in te richten dat er veel en gevarieerd spel mogelijk is en de uitrusting van gymzalen om zo meer uit te dagen om te bewegen.
Antwoord griffie: Op 3 december is een raadsinformatiebrief gestuurd mbt motie 100 (vergroening schoolpleinen Kerkraadse basisscholen) en toezegging 79 (inrichting speelpleinen en gymzalen) waarmee de toezegging afgehandeld is. 9 Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 22.14 uur.
9