CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadscommissie 231005 (notulen)(vastgesteld)

Raad 26 oktober 2023, gemeente KatwijkBij agendapunt: Notulen van de vergaderingen van de raad en de raadscommissie6.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van de gemeente Katwijk gehouden op donderdag 5 oktober 2023

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Punten van behandeling Locatie raadzaal 1. 2. 3. 4.

Opening........................................................................................................................................... 3 Vaststelling van de agenda van de raadscommissie ...................................................................... 3 Ontwikkelingen in het sociaal domein (3117380) ........................................................................... 3 Sluiting .......................................................................................................................................... 15

2

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

LOCATIE RAADZAAL Aanwezig zijn 12 leden: mevrouw A.W. Brul-van Egmond (VVD), de heer J.H. van Dam (SGP), de heer J. van Duijn MSc (CDA), mevrouw G. Gerse (PvdA), de heer J.H. Haasnoot (KiesKatwijk), de heer B. van der Plas (ChristenUnie), mevrouw A.N.P. Schrijvers (KiesKatwijk), de heer R.P. Slootweg (GemeenteBelangen), mevrouw P.S.M. Smit (GemeenteBelangen), de heer L.C. Vooijs (DURF), de heer J.W. van der Vijver (ChristenUnie) en de heer T.P. de Vries (PvdA). Voorzitter: Griffier: B&W: Notulist:

de heer W.J. van Duijn mevrouw M. Valasek de heer E. Soetendal mevrouw M. Bakker

INFORMATIEVE SESSIE 1.

Opening

De voorzitter opent de vergadering om 19.32 uur en stelt vast dat zich geen meesprekers hebben aangemeld. 2.

Vaststelling van de agenda van de raadscommissie

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. 3.

Ontwikkelingen in het sociaal domein (3117380)

Wethouder Soetendal wil de fracties vanavond meenemen in de ontwikkelingen in het sociaal domein. Aanleiding daarvoor is de begrotingsbehandeling van vorig jaar, toen werd gevraagd naar de houdbaarheid van het stelsel. Feit is dat de wereld niet stil staat, er komen ook binnen het sociaal domein steeds weer nieuwe hervormingen. Grootste problemen zijn de dubbele vergrijzing, de stijgende kosten en de personeelstekorten. Sinds in 2015 allerlei zaken binnen het sociaal domein zijn overgedragen van het rijk naar de gemeenten is er sprake van een worsteling, zowel ten aanzien van inhoud als ten aanzien van financiering. Bij het VNG-congres heeft Katwijk niet willen stemmen voor de hervormingsagenda jeugd, vooral omdat het in die agenda wederom niet gaat om de inhoud, maar om goedkoper en sneller te kunnen werken. Het zou moeten gaan om wat nodig is voor het kind. Hopelijk gaat een nieuw kabinet straks meer integraal werken. Bij jeugdzorg spelen veel problemen tegelijk, denk aan bestaanszekerheid, woningnood, lerarentekort, de druk die op jongeren wordt gelegd. Katwijk investeert veel in de jeugd en komt in actie als duidelijk is dat een kind in zwaar weer terecht komt. Door tijdig ingrijpen hoop je te voorkomen dat de instroom in de specialistische jeugdzorg toeneemt. Helaas gebeurt dat wel en bovendien worden de trajecten steeds langer. Het lijkt op dweilen met de kraan open.

Ook bij de WMO is er een stijgende trend in de uitgaven. Katwijk probeert te sturen op een beheersing van de kosten en doet dat heel redelijk, maar de uitdaging is dat het aantal ouderen toeneemt en de zorgvraag complexer wordt. Dan ligt er ook nog een enorme opgave op het gebied van huisvesting en op het gebied van zorg.

3

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Mevrouw Van Keulen (directeur inclusieve samenleving) merkt op dat deze problemen in heel Nederland spelen. Het is niet zo dat het alleen maar slecht gaat, in Katwijk gaat ook veel goed. Er zijn goede integrale wijkteams, er is de Maatschappelijke agenda (MAG) en Katwijk heeft veel betrokken vrijwilligers, actieve buren en betrokken verenigingen. Niettemin zijn er vragen over de houdbaarheid van het stelsel. Katwijk komt jaarlijks tekort op de uitgaven voor het sociaal domein. De gemeente slaagt er wel in die tekorten enigszins terug te dringen, maar nog onvoldoende. Mevrouw Wassenaar (beleidsmedewerker) geeft een presentatie, die bij de stukken is gevoegd. Mevrouw Wassenaar gaat in op de actuele ontwikkelingen in de jeugdzorg. Vanaf 2015 is de zorg via de jeugdwet overgedragen aan gemeenten. Gemeenten hebben een zorgplicht. Er is sprake van een openeindfinanciering. De trend is dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp, inmiddels door 1 op de 7 kinderen, in Katwijk 1500 jongeren. De hulpvraag wordt bovendien zwaarder wat leidt tot een langere trajectduur en groeiende wachtlijsten. Om het tij te keren is landelijk een hervormingsagenda vastgesteld. Hoewel de gemeente verantwoordelijk is voor de kosten van de jeugdhulp, is het slechts ten dele mogelijk de kosten te beïnvloeden. Dat komt doordat ook anderen kunnen verwijzen naar de jeugdhulp.

De kosten voor deze zorg zijn gestegen van 10 miljoen in 2015 tot 17 miljoen in 2022. Er zit een gat tussen wat de gemeente hiervoor van het rijk krijgt en wat moet worden uitgegeven. Toch moet niet alleen naar de financiën gekeken worden, het gaat er ook om te sturen op de inhoud. Als je een kind geen hulp geeft omdat het budget voor een bepaald jaar op is, dan is de kans groot dat dat kind een jaar later met een grotere en ingewikkelder zorgvraag terugkomt. Er worden zowel lokaal als regionaal stappen gezet. Gezien de blijvend stijgende kosten is het dilemma of je als gemeente moet blijven investeren in de jeugdzorg of het aanbod moet verschralen. De heer Slootweg vraagt of er enig idee is hoe het komt dat de trajecten langer duren. Mevrouw Wassenaar wijst erop dat er een samenhang is: de problemen worden complexer, de wachtlijsten langer en hoe langer het duurt voor je kan starten met een traject, hoe groter de kans is dat zo’n traject langer duurt. De heer Slootweg kan zich voorstellen dat het voor zorginstanties wel prettig is als trajecten een langere looptijd hebben. Dat is prettig voor hun financiën. Mevrouw Wassenaar antwoordt dat die instanties zoveel werk hebben dat ze echt niet op langere trajecten uit zijn. De heer Vooijs begrijpt dat de inkoop moet worden aangepast.

Hoe zit het dan met de aanbesteding? Mevrouw Wassenaar wijst erop dat er regionaal wordt ingekocht. Er is een lang proces geweest om tot een nieuwe manier van inkoop te komen. De heer J. van Duijn stelt vast dat veel van de problemen al jaren spelen. Dat komt ook terug in het AEF-rapport. Mevrouw Wassenaar merkt op dat in het AEF-rapport een aantal scenario’s wordt geschetst en allerlei maatregelen. Al die maatregelen hebben voor- en nadelen. Je moet goed afwegen wat je daarvan kiest en niet overhaast te werk gaan. Keuzes die goed zijn voor het een, kunnen elders een negatief effect hebben.

4

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

De heer J. van Duijn heeft, na een uiteenzetting vorig jaar door een vertegenwoordiger van Holland Rijnland over de inkoop, weinig meer gehoord over de ontwikkelingen. Hoe kan de raad op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen het financiële stelsel? Wethouder Soetendal antwoordt dat er wordt gewerkt aan een aantal stappen. Als het college daarmee verder is, wil het college de raad graag betrekken bij de keuzes die dan gemaakt moeten worden. Binnen het systeem loopt de gemeente nu al jaren tegen dezelfde problemen op. De vraag is daarom gerechtvaardigd hoe je het systeem anders kunt inrichten, met meer aandacht voor de inhoud, zonder de financiën uit het oog te verliezen. Daarnaast zou de wethouder richting rijk gezamenlijk willen optrekken om te komen tot een verandering van het stelsel. De heer J. van Duijn vindt die laatste opmerking interessant. Die lobby is toch al een paar jaar geleden gestart. Het blijft kennelijk heel lastig het rijk in beweging te krijgen. Zou het mogelijk zijn om binnen de huidige kaders te komen tot een herziening van het stelsel? Als je nu alles opnieuw zou mogen intekenen met de ervaring die er de afgelopen jaren is opgedaan, zou dan alles heel anders gaan? Wethouder Soetendal meent dat de lobby tot nu toe vooral gericht was op de financiën. Nu moet die lobby zich ook richten op de inhoud.

De hervormingsagenda gaat toch weer grotendeels over geld terwijl je juist het gesprek moet voeren over de hulpverlening zelf en hoe je die goed kunt inzetten. De heer J.H. Haasnoot merkt op dat het nu steeds gaat over producten, over inkoop en financiën. Het rijk lijkt gemeenten te zien als bedrijven en verliest uit het oog dat het gaat om kinderen en over dienstverlening. Met alle eisen van het rijk en dat bedrijfseconomisch denken wordt er steeds meer overhead gecreëerd. Je moet alles meten en controleren. Al die overheadkosten gaan niet naar waar het om gaat, namelijk de kinderen. Wethouder Soetendal is het met die opmerking eens. Overhead moet zeker ook onderwerp van het gesprek zijn. Als regio moet je uiteraard zo zakelijk mogelijk sturen richting zorgaanbieders. Als daar winst te behalen valt, dan moet je dat niet laten liggen. De heer J.H. Haasnoot zou willen dat je dit via een overheidsbedrijf zou kunnen regelen. Alleen de superspecialismen moet je anders concentreren. Wethouder Soetendal weet niet of dat de uitkomst zou moeten zijn, maar je moet zeker kijken naar het systeem. Dat zou je op een andere leest moeten schoeien en daar moet je over nadenken. De heer B. van der Plas is dat precies waarom het gaat. Het gaat niet alleen om de jeugdzorg, maar het gaat ook over ouderen, over gehandicaptenzorg.

De zorgvraag neemt toe, het aanbod neemt af en tegelijkertijd blijven de kosten stijgen. Dat is een gemeenschappelijk probleem, niet alleen een probleem van de zorgorganisaties of van de overheid. Misschien moet je je richten tot de gemeenschap, het gaat iedereen aan. Als je dit niet samen oppakt, valt het niet op te lossen. Mevrouw Brul vraagt bij wie je dat dan neer moet leggen. De gemeenschap komt dan toch meestal weer uit bij de gemeente en het rijk. De heer B. van der Plas meent dat het geen oplossing is om alles steeds maar weer bij de overheid neer te leggen.

5

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Mevrouw Brul wil het probleem niet van het bordje van de gemeenschap schuiven. Het probleem is echter zo groot, dan je uiteindelijk toch weer bij de overheid terecht komt. Je hebt de gemeente nodig om iets te doen aan de woningnood, je hebt de gemeente nodig voor de jeugdzorg. Natuurlijk moet je dit maatschappelijk bespreekbaar maken, maar uiteindelijk kom je steeds weer uit bij de overheid. De heer B. van der Plas meent dat de overheid aan de maatschappij moet uitleggen wat het probleem is, duidelijk moet maken dat de overheid het niet alleen oplossen. Het is niet “zij moeten het maar doen”, het moet worden “wij moeten het samen doen”. De heer J.H. Haasnoot vreest dat je dan toch weer uitkomt bij de overheid. De heer J. van Duijn vraagt waar de heer Van der Plas heen wil. Er wordt al veel gedaan door de overheid, maar er wordt ook nu al een behoorlijk beroep gedaan op de samenleving, op mantelzorgers. Wat je vooral ziet is dat er problemen zijn door de wachtlijsten en dat de wijkteams dat dan weer moeten opvangen. De gemeente krijgt tekorten omdat het systeem niet efficiënt genoeg is ingericht. De heer B. van der Plas merkt op dat hij niet alleen raadslid is, maar ook zorgprofessional, hij spreekt met cliëntenraden en verwantenraden en is zelf mantelzorger.

Het gaat hier om een breed probleem, dat kun je als overheid niet alleen aanpakken, het is een urgentie van alle Nederlanders. De heer J. van Duijn meent dat dat besef er al is in de samenleving. De heer B. van der Plas ervaart dat anders. De heer Van Dam is het ermee eens dat het hier gaat om een maatschappelijk belang dat ons allen raakt. Hij is het eens met het opstarten van een lobby in de richting van het rijk. Er werd net gesproken over speerpunten als preventie en vroegsignalering. Hoe loopt de samenwerking, welke ontwikkelingen moeten daar gemaakt worden, met name als het gaat om de samenwerking bij de centrale toegang? Mevrouw Brul meent dat je dan weer erg aan de voorkant zit. Vanaf 2023 wordt veel zaken centraler en compacter aangepakt. Wat is daarbij het verschil hoe het eerder ging? Mevrouw Wassenaar antwoordt dat wat in de presentatie staat niet alleen gaat over 2023, het gaat over wat er is gedaan en wat er nog gaat gebeuren op lokaal niveau. Je moet op regionaal niveau zaken aanpakken, maar ook lokaal moet je actie ondernemen om zo te gaan naar een meer context gerichte benadering. Je wilt mensen en gezinnen versterken in hun leefomgeving. Als een kind wankelt, wil je zorgen dat er een stevige omgeving is, die het kind kan steunen. Dan gaat het om ouders, opa’s en oma’s, maar ook om hulpverleners.

Wethouder Soetendal wijst op allerlei activiteiten binnen het welzijnskwartier op het gebied van welzijn en zorg. Er wordt veel gedaan, vaak kleinschalig. Waar het om gaat is dat er een visie is. Katwijk is bezig met de herziening van de MAG, er is een actieprogramma wonen, zorg en welzijn. De heer Van Dam vraagt zich af of je niet nog actiever moet inzetten op samenwerking tussen alle sectoren. Daarbij moet je bijvoorbeeld ook denken aan preventie.

6

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Wethouder Soetendal is dat met de heer Van Dam eens. Het gaat er niet om of het welzijnskwartier het wel of niet goed doet. Er zijn allerlei initiatieven en activiteiten die goed werken. De samenwerking en verbinding zou nog wel wat scherper mogen en dat is een uitdaging voor de komende tijd. De heer Slootweg ziet dat de cijfers in Noordwijk niet stijgen maar dalen. Wat doet men daar beter? Mevrouw Wassenaar vindt dat een goede vraag, maar kan daar geen goed onderbouwd antwoord op geven. De heer Vooijs wil weten wat er gebeurt als een jongere 18 jaar wordt. Als er sprake is van wonen, moet de jongere dan de woning verlaten en komt hij/zij op straat te staan? Daarover hoor je soms schrijnende verhalen. Speelt dat ook in Katwijk? Mevrouw Wassenaar wijst erop dat het niet zo is dat er wordt behandeld tot exact de 18e verjaardag. In de periode daarvoor ga je toewerken naar een afbouw van de zorg. Als dat niet lukt, is er na de jeugdzorg de WMO. Wethouder Soetendal begrijpt de opmerking over de schrijnende gevallen. De vraag is of de leeftijdgrens hier het enige criterium moet zijn. De heer Vooijs stelt dat er aanbieders zijn die niets meer kunnen bieden na het 18 e jaar van een cliënt. Is de wethouder bereid hier toch eens naar te kijken? Wethouder Soetendal antwoordt dat het lastige is dat die leeftijdgrens door het rijk is bepaald.

Je kunt dit wel meenemen in de lobby naar het rijk. De heer Van Dam merkt op dat de verlaging van de caseload van hulpverleners de druk op de wijkteams zal verhogen. Wordt het wijkteam zo niet het afvoerputje voor de jeugdzorg met als gevolg dat de gemeente over enige tijd weer een aantal fte’s moet toevoegen omdat anders alles vastloopt? Mevrouw Wassenaar antwoordt dat er op dit moment geen aanvraag voor extra fte’s in de pijplijn zit. Feit is wel dat er steeds meer taken komen voor de wijkteams. Mevrouw Van Leeuwen, clustermanager wijkteams Katwijk, stelt dat het nu nog lastig is te beoordelen wat de effecten zijn van de caseloadverlaging van hulpverleners bij andere partijen. Het is ook nog niet helder wat de hervormingsagenda gaat brengen. Het zou zeker kunnen leiden tot een verzwaring van het werk van de wijkteams. Wethouder Soetendal meent dat het goed is te vermelden dat er dit kwartaal wordt gestart met de evaluatie van de wijkteams. Daarbij moet duidelijk worden wat goed werkt en wat minder goed gaat. De werkdruk zal zeker ook ter sprake komen. Het kan niet zo zijn dat de gemeente hier almaar meer geld in blijft stoppen. Er moet dus ook gekeken naar inhoudelijke keuzes. Eind dit jaar moet de evaluatie richting raad gaan. Daarbij hoort ook een rapport met aanbevelingen.

Mevrouw Van Leeuwen stelt ter geruststelling dat er steeds gekeken wordt naar de eigen werkprocessen en naar de efficiency. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook een functiedifferentiatie.

7

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Mevrouw Smit las over “kansrijke start” en “vroegsignalering”. Wordt dat geïntegreerd in de wijkteams? Zijn dat teams die werken in een eigen wijk? Mevrouw Van Leeuwen antwoordt dat er op dit moment twee locaties zijn van waaruit de wijkteams werken. Daarnaast zijn jeugdhulpverleners sinds vorig jaar een paar uur per week op de scholen. Dat komt vanuit de onderwijsagenda. Mevrouw Wassenaar merkt op dat kansrijke start, maar ook vroegsignalering en preventie aparte onderdelen zijn, niet alles is geheel geïntegreerd in de wijkteams. Mevrouw Smit dacht dat de wijkteams een integrale aanpak behelzen. Jammer als deze onderdelen straks niet worden meegenomen in de evaluatie. Mevrouw Wassenaar antwoordt dat de evaluatie echt gaat over de wijkteams. Dat het bij kansrijke start, vroegsignalering en preventie gaat om aparte onderdelen wil niet zeggen dat daar door de wijkteams niets aan wordt gedaan. Er is wel degelijk een gezamenlijke aanpak van deze onderdelen. De heer Vooijs vraagt of er door die caseloadverlaging geld wordt overgehouden bij de jeugdhulpverleners? Zo ja, kan de gemeente dat dan weer voor iets anders gebruiken? Mevrouw Van Leeuwen merkt op dat dit een bezuinigingsmaatregel is [een maatregel is die niet direct leidt tot mogelijkheden voor extra inzet binnen het Wijkteam], het werkt dus niet zoals de heer Vooijs hoopt.

Er zijn aparte lijnen met al die onderdelen, met de jeugdhulpverleners op scholen, met de POH e.d. Hoewel dit niet valt onder de wijkteams, er is wel nauwe samenwerking. De voorzitter schorst de vergadering om 20.55 uur voor een korte pauze en heropent de vergadering om 21.07 uur. Mevrouw Van Vliet, beleidsmedewerker, gaat in op de WMO die de gemeenten verplicht te zorgen dat kwetsbare inwoners langer thuis kunnen wonen en deel kunnen nemen aan de samenleving. Ook de WMO is een openeinderegeling. De gemeente heeft een zorgplicht, het rijk is er voor de wetgeving, bepaalt hoe de gemeente de wet moet uitvoeren en gaat over de tarieven en de eigen bijdrage. De regio is er voor de inkoop, voor dagbesteding en woningaanpassingen. Katwijk zorgt als gemeente voor de inkoop voor hulp in de huishouding en regelt de toegang. Ook bij de WMO neemt het aantal cliënten behoorlijk toe. Dat heeft te maken met de dubbele vergrijzing: er komen steeds meer ouderen die bovendien steeds langer leven en daardoor langer zorg nodig hebben. Net als in allerlei andere sectoren heeft de gemeente ook hier te kampen met een oplopend personeelsgebrek. Dat leidt tot wachtlijsten. Bij gelijkblijvende omstandigheden zal de gemeente in 2030 17% meer uit gaan geven aan de WMO, dat komt neer op 1,9 miljoen euro. Hulp in de huishouding is een wettelijke verplichting.

Qua uitgaven zit Katwijk onder het landelijk gemiddelde. Dat zal zeker te maken hebben met de sociale cohesie, maar ook met de preventieve voorzieningen en het sterke voorveld. De heer Slootweg ziet dat landelijk de cijfers stabiliseren, maar in Katwijk nog stijgen. Mevrouw Van Vliet meent dat waakzaamheid hier geboden is. Daarom is de vraag gerechtigd wat je zelf kunt doen om te zorgen dat deze zorg ook op langere termijn behouden kan blijven. Daarom ook de lobby naar het rijk. Katwijk heeft er niet voor gekozen draconische maatregelen te nemen. Wel is er een zoektocht naar andere arrangementen en ga je de dialoog aan met zorgaanbieders.

8

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Wethouder Soetendal merkt op dat er in de subregio over wordt gesproken of je alvast kunt voorsorteren op een actie ten aanzien van de te verstrekken hulp. Hoewel de staatssecretaris zegt dat hij daar mee kan leven, handel je toch in strijd met de wet. Uiteindelijk is het de rechter die bepaalt of mensen in aanmerking komen voor zorgverlening. Als iemand hulp bij het huishouden eist, dan moet de gemeente die geven. Katwijk wil niet voorsorteren op iets dat in strijd is met de huidige wetgeving. Mevrouw Van Vliet legt de fracties, na een filmpje over iemand die gebruik maakt van de WMO, een tweede dilemma voor. Mevrouw Smit vraagt of GALA (gezond en actief leven akkoord) er specifiek is voor preventie bij ouderen? Mevrouw Van Vliet antwoordt dat GALA er niet alleen is voor ouderen, maar er zijn wel veel onderdelen die specifiek voor ouderen zijn. Denk bijvoorbeeld aan valpreventie. Het is echter ook ondersteuning van mantelzorgers en eenzaamheidsbestrijding. De heer J.H. Haasnoot zag in het filmpje kwetsbare mensen die je niet kunt laten zitten. De gemeente komt bij de zorg geld te kort. De fractie wil ervoor pleiten dat geld niet binnen de schotten te houden. Er zal op andere sectoren bezuinigd moeten worden en dat geld kan gebruikt worden voor deze zorg. Ouderen hebben lang niet altijd mantelzorgers bij de hand: kinderen wonen soms ver weg, die hebben bovendien drukke banen.

Hier moet je als gemeente een stap vooruit durven zetten. De heer J. van Duijn merkt op dat de gemeente een paar jaar terug nog geld overhield op de WMO. Bij de jeugdzorg waren er wel tekorten. Hoe is dat nu? Mevrouw Van Keulen antwoordt dat Katwijk minder geld uitgeeft aan de WMO dan het landelijk gemiddelde, maar er is sprake van een stijgende lijn. De verwachting is niet dat de gemeenten gecompenseerd gaan worden op een tekort hierbij. Katwijk zal dus met enige urgentie moeten kijken hoe hierbij verder te handelen. Momenteel houdt de gemeente nog geld over op de WMO, het exacte bedrag is niet bekend. De heer B. van der Plas is het met de heer Haasnoot eens dat de gemeente de kwetsbare mens moet helpen en moet voorkomen dat mensen uit eenzaamheid wegkwijnen. Maar dit tekent ook weer het maatschappelijke dilemma. Afgelopen week is er in de Tweede Kamer een motie van JA21 aangenomen voor de terugkeer van verzorgingshuizen. Hoe denkt het college daarover? Mevrouw Van Keulen wijst erop dat de rijksoverheid steeds minder goed in staat is zaken uit te voeren. Je ziet dat het rijk steeds meer taken bij de gemeente neer wil leggen. Op enig moment valt te verwachten dat ook de grote opgave van de WLZ naar de gemeente wordt doorgeschoven. De heer Van Dam wil erop wijzen dat het ging om een motie van SGP en JA21.

Mevrouw Smit vraagt of GALA wordt bekostigd uit de WMO of uit een andere pot. Wethouder Soetendal antwoordt dat de gemeente daarvoor gedurende een aantal jaar een speciale uitkering krijgt. Die uitkering is er om dingen in gang te zetten. Het is helaas geen structureel bedrag.

9

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

In de regio is besloten gezamenlijk richting staatssecretaris te laten blijken dat het goed is dat er geld komt voor GALA, maar dat de regiogemeenten er grote moeite mee hebben dat dit incidenteel geld is. De heer J. van Duijn vraagt of er bij alle hulp die geboden wordt in het kader van de WMO ook een crossover is met de wijkteams. Zijn de hulpen in de huishouding ook de ogen en oren van de wijk? Mevrouw Van Vliet antwoordt dat dit wel de bedoeling is. De voorzitter verwijst naar het dilemma wat voorligt en stelt vast dat de personeelstekorten waarschijnlijk in de toekomst een grote bottleneck zijn. De vraag is hoe je daar als gemeente op in kan spelen. De heer Vooijs had die vraag ook. Het kan niet zo zijn dat op een bepaald moment bijna iedereen in de zorg werkt. Moeten dan uiteindelijk de sterkte schouders de zwaarste lasten dragen? Mevrouw Schrijvers ziet dat er een personeelstekort is, maar er is vast tijd te winnen door beter te plannen. Bij hulp in de huishouding hoort zij regelmatig dat de hulpen van het ene dorp naar het andere dorp moeten en zo veel tijd verliezen. Mevrouw Van Vliet stelt dat dit soort problemen in de overlegtafels aan de orde komt. Je probeert goed te plannen, maar moet met allerlei zaken rekening te houden, bijvoorbeeld dat de hulp alleen op een bepaalde dag gegeven kan worden. De heer J.H.

Haasnoot kan zich voorstellen dat een deel van het probleem heeft te maken met het feit dat er in Katwijk mensen zijn die voor hun hulp alleen een organisatie willen inschakelen van een bepaalde identiteit. De heer B. van der Plas merkt op dat er vele vormen van hulp zijn. Voor het aantrekken van steunkousen bij een oudere heb je weer andere mensen nodig dan voor het aantrekken van diezelfde steunkousen bij een verstandelijk gehandicapte. Dat maakt het plannen niet eenvoudiger. Je kunt wel proberen zaken zoveel mogelijk te clusteren, maar dat lukt lang niet altijd. En dan kom je toch weer terug bij de maatschappij, bij de vraag of bijvoorbeeld een buurman medicatie kan ophalen bij de apotheek of boodschappen kan doen. De heer Van Dam vreest dat dit over enige tijd niet meer te bemensen is. De vraag is aan welke knop je dan kunt draaien om dit beheersbaar te houden. De heer J. van Duijn stelt dat in een ziekenhuis al een proef wordt genomen met het inschakelen van familie voor allerlei taken. In verpleeghuizen zal dat eveneens gebeuren. Bij de WMO zie je ook dat mensen veel zelf regelen. Via een persoonsgebonden budget kunnen mensen zelf hulp inkopen. Is het goed dat bij de inwoners aan te prijzen? Mevrouw Van Vliet merkt op dat je met zo’n PGB zelf niet professionele hulpverleners kunt inhuren. Je moet onderzoeken wat er binnen de wet is toegestaan.

Wethouder Soetendal meent dat de PGB’s een oplossing kunnen zijn, maar voor cliënten is het niet eenvoudig om zelf alles via een PGB te regelen. Het geeft veel administratie, het is geen route die voor iedereen is weggelegd.

10

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Mevrouw Smit vraagt of het met de inwoners wordt gecommuniceerd dat ze ook kunnen kiezen voor een PGB. Wethouder Soetendal antwoordt dat dit uiteraard wordt meegenomen. De keuze ligt bij de bewoners. De heer Vooijs merkt op dat er ook negatieve kanten zitten aan een PGB. Commerciële partijen hebben zich soms schuldig gemaakt aan misbruik. De heer Van Dam meent dat het niet alleen kommer en kwel is met de PGB’s. Het geeft keuzevrijheid om zorg op je eigen manier in te zetten. De heer Vooijs is bang voor negatieve financiële gevolgen door marktwerking bij de PGB’s. De heer De Vries stelt vast dat de zorgproblematiek snel toeneemt. Zijn er oplossingen denkbaar waarbij Katwijk kan aansluiten? Zou het voor Katwijk iets betekenen als de verzorgingshuizen terug zouden komen? Zien de andere fracties wat in de knarrenhof? Als je dat wilt realiseren, hoe snel moet je dan handelen? De heer B. van der Plas is enthousiast over ontwikkelingen als een knarrenhof. De fracties moeten zich realiseren dat er een zorgcrisis aan het ontstaan is. Het personeelstekort neemt toe, de zorgvraag neemt toe en het geld klotst niet meer tegen de plinten. Het is goed na te denken over oplossingen, maar je moet de maatschappij hierbij betrekken, het is een probleem van ons allemaal. De heer De Vries beaamt dat dit iedereen aangaat, maar er zijn ook veel mensen zonder familie of vrienden.

De overheid zal daarom moeten faciliteren dat er samenwerking tot stand komt tussen allerlei instanties en moeten zorgen voor ondersteuning van de mantelzorgers. Het is een gemeenschappelijk probleem en een gemeenschappelijke taak, maar wel een probleem dat niet zonder overheid is op te lossen. De heer B. van der Plas is het ermee eens dat de gemeente dit moet faciliteren. Tegelijkertijd vraagt hij zich af of de mensen tegenwoordig niet te veel willen. Is de organisatie van de zorg niet te veel opgeblazen, moet de zorg erop ingericht zijn dat mensen altijd à la minute de gewenste hulp krijgen? De heer Van Dam merkt op dat we lokaal veel willen bereiken, maar dat wordt wel steeds ingewikkelder. Iedereen heeft tegenwoordig hoge ambities, hoge hypotheken, drukke banen en daardoor weinig gelegenheid om hulp te verlenen. Er komt een tijd dat de overheid niet meer de middelen heeft om alles nog te doen. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. De heer Slootweg vraagt zich af hoe je de mensen zover krijgt dat ze blijven klaar staan voor een ander, dat ze boodschappen doen voor de buren. De heer B. van der Plas meent dat men nu erg makkelijk leunt op de overheid. Mevrouw Schrijvers wijst erop dat het niet zo makkelijk is. Hoe moeten mensen met een drukke baan, met kinderen, die zelf amper tijd hebben om hun huishouden te doen, hun buren helpen?

11

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

De heer B. van der Plas stelt dat dat precies het probleem is waar het om gaat. De kracht van de samenleving is dat je elkaar wilt helpen. Tegenwoordig zijn zoveel mensen dag en nacht en week in week uit druk met werk en andere bezigheden. Mevrouw Schrijvers wijst erop dat mensen niet altijd de keuze hebben om niet in het weekend of in de nacht te werken. Mevrouw Brul constateert dat iedereen het erover eens is dat dit een breed maatschappelijk probleem is. De heer J.H. Haasnoot vraagt zich af waarom niet voldoende wordt erkend dat de overheid hier de belangrijkste rol heeft. De heer B. van der Plas herhaalt dat dit een maatschappelijk probleem is. Dat betekent niet dat je als overheid niets hoeft te doen. De overheid heeft verantwoordelijkheden, maar dat geldt ook voor zorgorganisaties en burgers. De heer Van Dam meent dat je als volksvertegenwoordiger de samenleving niet zomaar even kan veranderen. Het doen van boodschappen voor de buren is niet genoeg om de zorgcrisis op te lossen. Je moet op zoek naar allerlei oplossingen, het zal niet eenvoudig zijn die te vinden. Misschien komt er zelfs een tijd dat bepaalde zorg niet meer geleverd kan worden. De heer J.H. Haasnoot wil dat die zorg er blijft. Dat zou kunnen betekenen dat ervoor gekozen moet worden om op andere zaken te bezuinigen en die te laten vallen.

De heer Soetendal is het eens met de heer Van der Plas als hij zegt dat we afstevenen op een zorginfarct. Je kunt niet meer achteroverleunen. Daarom is er het actieplan Wonen, Zorg en Welzijn. Er wordt gesproken met maatschappelijke organisaties om samen de verantwoordelijkheden op te pakken. Duidelijk is dat er niet zomaar een oplossing is. Wat zeker zal bijdragen is het versterken van de rol van de mantelzorger. Die moet je steunen. De maatschappelijke verwachtingen zijn inderdaad hoog. De vraag is of het huidige zorgniveau blijvend kan worden gegeven of dat uiteindelijk toch keuzes gemaakt moeten worden. De heer J.H. Haasnoot meent dat er teveel in kokers en schotten wordt gedacht. Misschien moet je in andere portefeuilles rigoureus schrappen, moet je kijken naar het takenpakket van de gemeentelijke overheid en moet je ervoor kiezen meer geld te besteden aan de zorg. Wethouder Soetendal vraagt zich af of meer geld de oplossing is. Dat je zaken integraal moet aanpakken en moet samenwerken is hij met de heer Haasnoot eens. Het stelsel is verkokerd met allerlei wetten en regels, denk aan de zorgverzekeringswet, de WLZ. Wat je zou willen is dat je met de middelen tussen die wetten kunt schuiven en dat gemeenten meer ruimte krijgen om de middelen zo adequaat mogelijk in te zetten. De heer J.H. Haasnoot doelt niet alleen op de gelden binnen de zorg om mee te kunnen schuiven.

Hij wil kijken naar het hele takenpakket van de gemeente. Wellicht moet je daarbij echt strategische keuzes gaan maken.

12

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Wethouder Soetendal vindt het voor de korte en de langere termijn belangrijk voortdurend met elkaar te bespreken hoe je de uitdagingen het hoofd kunt bieden. De gemeente kan dit niet alleen. Er is in de maatschappij bewustwording nodig dat hier een groot probleem speelt. De heer J. van Duijn wil weten waar je nu naar toe moet werken. Iedereen is het erover eens dat er iets dreigends op de gemeente afkomt, maar wat ga je daaraan doen? Wethouder Soetendal meent dat het goed is nu de presentatie te starten over Wonen, Zorg en Welzijn. Mevrouw Van Vliet merkt op dat gemeenten vanaf 2024 een plan moeten hebben op het gebied van Wonen, Zorg en Welzijn. Er is daarom een woonzorganalyse gemaakt. Er spelen verschillende zaken: zorgaanbieders bouwen bijna geen vastgoed meer, dat moeten andere partijen doen, er is sprake van een dubbele vergrijzing en het niveau van de zorg ligt erg hoog. Het dreigende zorgakkoord heeft geleid tot het integrale zorgakkoord. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de uitvoering van de WLZ, maar de Katwijkse inwoners hebben wel met die uitvoering te maken. Daarom wordt door Katwijk samengewerkt met verschillende partijen. Mevrouw Ramkisor (beleidsmedewerker) wijst erop dat het niet de gemeente niet is die woningen bouwt of zorg verleent. De gemeente wil er als regisseur voor zorgen dat de juiste woningen worden gebouwd.

Met het actieplan wordt aangegeven wat er zou moeten gebeuren. Lastig hierbij is dat er zoveel verschillende wetten zijn en dat samenwerking daardoor moeilijk is. Met vernieuwing van verpleeghuisplaatsen, geclusterde woonvormen en prestatieafspraken hoop je het een en ander te bereiken. De heer Slootweg weet dat een van de redenen van mensen om niet te verhuizen naar een andere woning is, is dat deze vaak weliswaar kleiner, maar ook duurder is. Mevrouw Ramkisor beaamt dat. Daarover wordt zeker ook met Dunavie gesproken. De heer Vooijs hoorde dat je een eigen woning moet achterlaten om in aanmerking te komen voor een appartement in de Visserijschool. Dat betekent dat er sprake is van een ongelijke behandeling. Ook mensen uit huurwoningen waren wellicht geïnteresseerd. Mevrouw Ramkisor antwoordt dat je alleen met dat soort bepalingen concreet kunt sturen bij sommige projecten. Mevrouw Schrijvers vindt dat jammer voor degenen die in een ruime huurwoning woonden en dus uitgesloten worden van dit project. Mevrouw Brul kan zich voorstellen dat Dunavie mensen die in een grotere huurwoning wonen toch de gelegenheid geeft te verhuizen naar een kleinere woning. Dat geeft gewoonlijk een flinke doorstroming. De heer Slootweg had begrepen dat het niet ging om een huur- of koopwoning, maar om een eengezinswoning.

13

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

De heer Vooijs ziet in Katwijk nogal eens dat in advertenties staan dat het gaat om een instelling en een project met een christelijke identiteit. Kunnen mensen zonder christelijke identiteit zich daar ook voor inschrijven? Zorgwoningen moeten er voor iedereen zijn, niet alleen voor mensen met een christelijke identiteit. Mevrouw Van Vliet antwoordt dat mensen de vrijheid hebben om te kiezen voor een bepaalde aanbieder van zorg. Wethouder Soetendal meent dat zorgaanbieders iedereen onder zouden moeten kunnen brengen. Die zorgaanbieders moeten er dan wel zijn en die moeten zich melden om die rol te vervullen. De urgentie is groot. Ook de groep waar nu op wordt gedoeld moet een kans krijgen. De heer J.H. Haasnoot merkt op dat in de Hoornes veel nieuwkomers zijn gekomen. Die nieuwkomers worden ook ooit oud en dan moeten er ook voor hen voorzieningen zijn. De heer B. van der Plas hoopt dat iedereen overal welkom is en dat het niet zo is dat christelijke instellingen hun deuren slechts beperkt openzetten. De heer J. van Duijn is blij met de beweging bij dit punt, maar ziet gevaren in te veel clusteren. Onlangs vertelde iemand uit de Molenwijk dat alle jonge mensen die wijk verlaten omdat er geen school meer zit. Daarvoor in de plaats komen vaak mensen terug die problemen hebben, die hulp nodig hebben. Op die manier zie je een wijk achteruitgaan.

Het aantal mensen dat zorg kan bieden wordt minder, het aantal mensen dat zorg nodig heeft wordt meer. Clusteren van mensen die zorg nodig hebben is op zich mooi, maar je moet wel zorgen dat er ook mensen over blijven die zorg kunnen verlenen. Mevrouw Smit vraagt in hoeverre je daar als gemeente op kunt sturen. De heer J. van Duijn meent dat je daarover in gesprek moet met Dunavie. Via de huisvestingsverordening kun je ook kijken wat er mogelijk is om een mix te behouden. Het is niet goed iedereen die hulp nodig heeft bij elkaar te zetten, er moeten ook mensen omheen zijn die kunnen helpen. Wethouder Soetendal merkt op dat een van de onderdelen van GALA is dat je wijken gericht gaat bekijken om te voorkomen dat ze steeds verder achteruitgaan. Hier is zeker aandacht voor. Mevrouw Ramkisor stelt dat in de woonagenda wordt gestuurd op spreiding en diversiteit in de wijken. Het is overigens een dilemma of je moet sturen op clustering omdat ergens bepaalde hulp wordt aangeboden of juist op spreiding om de mix te behouden. De heer Vooijs stelt vast dat het moeilijk is het tempo van de vergrijzing bij te houden. Het ging hier over scheiden van wonen en zorg. Op een gegeven moment krijgen mensen steeds zwaardere problemen en kun je dementerende mensen niet meer thuis opvangen.

Is er voor die mensen nog wel ruimte bij die scheiding tussen wonen en zorg? Mevrouw Van Vliet antwoordt dat je nu al ziet dat verpleeghuisplaatsen die vernieuwd worden vooral psychogeriatrische patiënten opvangen en er niet zijn voor mensen met somatische problemen. De vraag of het verstandig was de verpleeghuiszorg af te bouwen is daarom gerechtigd.

14

Notulen van de openbare vergadering van de raadscommissie van Katwijk op 5 oktober 2023, nr. 3246827

Mevrouw Ramkisor voegt toe dat je mensen ook met een zwaardere zorg thuis wilt bedienen, maar dat zal niet altijd tot het einde toe lukken. Als het thuis niet meer gaat, is toch dat verpleeghuis nodig.

De heer B. van der Plas wil ervoor waken dat ouderen nu de indruk krijgen dat zij de schuld zijn van alle problemen.

Wethouder Soetendal meent dat het niet kan blijven bij deze sessie. Deze problematiek zal vaker aan de orde moeten komen, zodat gezamenlijk keuzes gemaakt kunnen worden.

De heer J.H. Haasnoot wil dit dan breed trekken en niet alleen oplossingen zoeken binnen de portefeuille van deze wethouder.

Wethouder Soetendal is het ermee eens datje de integraliteit moet opzoeken. De voorzitter nodigt de fracties uit hier bij de algemene beschouwingen op in te gaan. Hij meent dat de fracties op dit moment voldoende zijn geïnformeerd.

Het college doet de toezegging om de evaluatie van de wijkteams aan te bieden aan de raad. De commissie is voldoende geïnformeerd. 4,

Sluiting

De voorzitter sluit de sessie om 22.55 uur.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 26 oktober 2023

De griffier

15

De voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13410976/1