Raadscommissie 210527 (notulen)(concept)
Tekst van het document
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van de gemeente Katwijk gehouden op donderdag 27 mei 2021 via een videoverbinding
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
Punten van behandeling Locatie raadzaal 1. 2. 3. 4. 5.
Opening .......................................................................................................................................................3 Vaststelling van de agenda van de raadscommissie.................................................................................3 Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.0 (1907184) ....................................................................3 Concept warmtevisie gemeente Katwijk 2022-2026 (1910020)................................................................9 Sluiting .......................................................................................................................................................14
Locatie Burgerzaal 6. 7. 8. 9.
Opening .....................................................................................................................................................14 Vaststelling van de agenda van de raadscommissie ...............................................................................15 Huisvesting wijkvereniging Noord Noord Oost en muziekvereniging UNI (1895943).............................15 Sluiting.......................................................................................................................................................24
2
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
LOCATIE RAADZAAL Aanwezig bij de punten 1, 2 en 3 zijn 10 leden: de heer F.J. Grotenhuis (PvdA), de heer J.H. Haasnoot (KiesKatwijk), de heer drs. R. Haasnoot (ChristenUnie), de heer ir. J.W.C. de Mooij (CDA), de heer A. van Rooijen (DURF), de heer G.A.F. Schrijvers (Hart Voor Katwijk), mevrouw P.S.M. Smit (GemeenteBelangen), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), mevrouw C. Tawfik (D66) en de heer dr. ir. J. de Vreugd (SGP) Aanwezig bij de punten 4 en 5 zijn 10 leden: de heer G. Diemer (GemeenteBelangen), de heer F.J. Grotenhuis (PvdA), de heer J.H. Haasnoot (KiesKatwijk), de heer drs. R. Haasnoot (ChristenUnie), de heer ir. J.W.C. de Mooij (CDA), de heer A. van Rooijen (DURF), de heer G.A.F. Schrijvers (Hart Voor Katwijk), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), mevrouw C. Tawfik (D66) en de heer dr. ir. J. de Vreugd (SGP) Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
1.
de heer De Vries mevrouw Valasek de heer Knape de heer Emck
Opening
De voorzitter opent de commissievergadering om 20.30 uur. 2.
Vaststelling van de agenda van de raadscommissie
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. INFORMATIEVE SESSIE 3.
Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.0 (1907184)
De voorzitter deelt mee dat het college heeft verzocht een presentatie over de Regionale Energiestrategie (RES) te verzorgen. Er heeft zich een meespreker aangemeld. Wethouder Knape verzorgt de Presentatie RES 1.0. De presentatie is bij de stukken gevoegd. De heer Kwakkenbos spreekt mee namens de wijkraad Stevenshof. In de RES 1.0 is rond het Valkenburgse Meer een VRM-locatie opgenomen voor windturbines en een zoekgebied voor zon. Vanwege de effecten daarvan maakt de wijkraad zich ernstige zorgen over de toekomstige leefbaarheid, woonkwaliteit en natuurkwaliteit in en om de woonwijk. De VRM-locatie is meer dan tien jaar geleden aangewezen. Het is de vraag of die locatie met de huidige inzichten en de tegenwoordig veel grotere windturbines nog de juiste keus is. Om Valkenhorst energieneutraal te maken zijn voor windturbines drie plekken gereserveerd. Die zijn nog niet definitief, maar liggen alle op de oostoever, op minimale afstand van de Stevenshof. In totaal liggen meer dan 600 woningen van de Stevenshof binnen 300 tot 500 meter afstand van deze locaties. Op papier voldoen deze locaties aan het principe om hinder van windturbines zo veel mogelijk te combineren
3
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
met infrastructuur. In werkelijkheid liggen de locaties pal naast de Stevenshof, aan de overkant van de A44. In plaats van beperking van overlast ontstaat in die wijk juist een cumulatie van geluid, van weg en windturbines. Over een aantal jaren wordt bovendien nog de Rijnlandroute aangelegd. Windturbines maken ook 's nachts geluid dat tot in de huizen doordringt. Voortdurende blootstelling aan geluid kan op den duur tot ernstige gezondheidsklachten leiden. Daarnaast zijn de windturbines in veel delen van de wijk dominant aanwezig – zie de foto achter hem. Er zijn ook gevolgen voor de woonkwaliteit. Voor veel bewoners is het meer een aantrekkelijk, groen recreatiegebied op loopafstand. Door de toenemende verstedelijking neemt dat belang alleen maar toe. De beoogde windturbines en zonnevelden conflicteren met dit belang van alle omwonenden. Ten slotte grenzen beide zoekgebieden direct aan de groene zone in de regio Den Haag, onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, de belangrijkste verbinding tussen Het Groene Hart en de Katwijkse duinen. De nieuwe faunapassage onder het knooppunt Maaldrift is daarin een belangrijke schakel. De ecologische en recreatieve kwaliteit van de groene zone is afhankelijk van alle schakels en eindigt niet bij bestuurlijke grenzen.
De wijkraad verzoekt de gemeente Katwijk vanwege al deze nadelige aspecten om in overleg met energieregio's, buurgemeenten en de provincie alternatieven voor deze zoekgebieden en locatie te zoeken en alternatieve methoden te verkennen om de Valkenhorst echt duurzaam te maken: niet alleen ten aanzien van energie, maar ook ten aanzien van leefbaarheid, woonkwaliteit en de biodiversiteit in de omgeving. De heer J.H. Haasnoot vraagt of de meespreker er iets in zou zien om de zonnepanelen niet op het land maar op het meer te plaatsen. De heer Kwakkenbos heeft daarover nagedacht. Door de aanwezige geluidsschermen zouden die panelen vanuit zijn wijk niet zichtbaar zijn, maar zij zouden een nadelige invloed hebben op het gebruik als recreatieplas door de vele omwonenden. De heer Stegmann wijst erop dat aan beide zijden van deze locatie geen woningen zullen worden gebouwd vanwege de weg en dat die mede daarom vanuit het oogpunt van Katwijk het meest in aanmerking komt voor de plaatsing van windmolens. Katwijk heeft ook niet veel te kiezen. Heeft de meespreker een alternatief? De heer Kwakkenbos weet geen alternatief. Overal wordt een afstand van 350 meter aangehouden tot de molens, maar binnen 500 meter – binnen die straal liggen er 600 woningen – gelden extra wettelijke restricties ten aanzien van de geluidsbelasting. Als de molens te veel geluid maken, moeten ze worden stilgezet.
Er zijn alternatieven om Valkenhorst energieneutraal te maken. De wethouder noemde enkele opties voor een uitruil. De heer R. Haasnoot weet dat het mogelijk is molens bij bepaalde windrichtingen en -sterktes stil te zetten. Hierover kunnen dus afspraken worden gemaakt. Heeft de meespreker die mogelijkheid overwogen en wat is zijn mening daarover? De heer Kwakkenbos zegt dat daarmee niet wordt verholpen dat de molens erg dichtbij komen te staan. Stilzetten is wettelijk verplicht als er te veel geluidsoverlast is. Het RIVM heeft dit soort geluidshinder onderzocht en trekt daaruit de conclusie dat de regelgeving in Nederland herziening behoeft.
4
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer Stegmann vraagt om in te gaan op wat hij ziet als de eerder gestelde vraag: kan meespreker instemmen met plaatsing van de molens als er een oplossing voor het geluidsprobleem wordt gevonden? De heer Kwakkenbos ziet dat als slechts een van de problemen. Er zijn ook gevolgen voor flora, fauna en leefomgeving. Dat geldt ook voor de wijk 't Duyfrak. De heer Stegmann vraagt het kaartje te verduidelijken. Is het juist dat er een zoekgebied is getekend voor zonnevelden over het Valkenburgse Meer heen en gedeeltelijk in 't Duyfrak? Er is een VRMlocatie langs het Valkenburgse Meer: heeft een VRM-locatie een andere status dan het 'gewone zoekgebied' langs de N206 tussen Katwijk en Noordwijk? Wethouder Knape bevestigt dat er ook een zoekgebied is langs de N206 en bij Valkenburg is een zoekgebied aangegeven voor zon en wind. VRM-locaties zijn inderdaad anders van aard omdat die al waren aangewezen voor de RES, in het kader van een door de provincies uit te voeren landelijke opgave. De gemeente heeft met de provincie afgesproken dat die dat bij voorkeur zelf organiseren, omdat de inwoners er dan bij kunnen worden betrokken en de opbrengsten ten bate kunnen komen van het gebied en geïnteresseerde inwoners. Uit de haalbaarheidsonderzoeken blijkt dat realisatie een probleem is. Een nader onderzoek wordt nu uitgevoerd. De heer Stegmann hoort twee zaken die niet eerder besproken zijn.
Er wordt kennelijk ook naar locaties voor windmolens wordt gezocht tussen Katwijk en Noordwijk. Heeft de VRM-locatie het karakter van een aanwijzing? Is Katwijk verplicht daar te bouwen? Wethouder Knape bevestigt dat het eerste juist is. De afspraak om VRM-locatie te realiseren is gemaakt. Als Katwijk dat niet doet, zal de provincie dat doen, tenzij er dwingende redenen zijn om daarvan af te zien. Bovendien wil Katwijk de energieproductie benutten voor het energieneutraal maken van Valkenhorst. De exploitatie moet wel haalbaar zijn. De heer De Mooij ziet dat het zoekgebied voor 'zon op veld' zich over heel Valkenburg heen uitstrekt. Hij vraagt dat toe te lichten. Heeft de gemeente dat mede besloten? Wethouder Knape zegt dat het gebied zich eerder nog verder uitstrekte. De zoekgebieden moeten worden opgevat als 'langs de infrastructuur van de N206'. Het zijn zoekgebieden: de uitwerking moet worden bepaald in relatie tot wat er in de omgeving mogelijk is. Er staan nog geen woningen, maar het is zeker dat die er komen. Mevrouw Tawfik vraagt welke plekken exact als zoekgebieden zijn aangewezen op de kansenkaart. Kan het college een lijst voor de raad opstellen en per zoekgebied uitwerken welke ontwikkeling er mogelijk plaats kan vinden? Wethouder Knape kan de gevraagde uitwerking niet leveren omdat dat nog onbekend is.
Om de ambitie van de gemeente te realiseren moeten die zoekgebieden deels worden benut. Op de kaart staat waar zonneweides en waar windmolens zouden kunnen komen. Het is inderdaad geen heel duidelijke kaart en hij zal de gevraagde verduidelijking verzorgen.
5
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer De Vreugd geeft er de voorkeur aan dat het college geen beschrijving opstelt maar een kaart maakt waarin wordt ingezoomd op Katwijk en omliggende gemeenten. Wethouder Knape benadrukt dat Katwijk weinig kan leveren in vergelijking met andere gebieden. Voor hem is de situatie helder. Hij zal bezien hoe hij aan de vraag kan voldoen. De heer R. Haasnoot heeft begrepen dat 'wind op bedrijventerreinen' op dit moment afvalt. Hij vraagt om weer te geven hoeveel er afvalt en om die gebieden wel op de kaart op te nemen. Wethouder Knape herinnert eraan dat twee uitgangspunten zijn benoemd: langs infrastructuur en bij knooppunten. Knooppunten liggen vaak bij bedrijventerreinen. Hij zal de vraag schriftelijk beantwoorden. De heer De Mooij vraagt om op de verduidelijkende kaart indicaties op te nemen over welke capaciteit in welk zoekgebied kan worden gerealiseerd. Wethouder Knape zal dat doen. Hij tekent aan dat het onverstandig is om uit te gaan van een score van honderd procent omdat er in uitwerkingen altijd mitsen en maren naar voren komen. Mevrouw Smit leest op pagina 4 van de RES dat energiebesparing een gemeentelijke verantwoordelijkheid en taak is. De focus ligt op warmte en elektriciteit in de gebouwde omgeving en op mobiliteit in regioverband.
Hoe wordt dat in regioverband financieel ingericht en hoe worden de RESdoelstellingen gefinancierd? Wethouder Knape deelt mee dat daar nog geen duidelijkheid over is. De gemeente heeft een energieprogramma dat jaarlijks wordt geëvalueerd . Dat programma moet overgaan in de lokale energiestrategie, die na de zomer ter bespreking aan de raad wordt voorgelegd. Het plan is om daarin middelen op te nemen om inwoners te stimuleren om te besparen. In sommige gevallen is regionale inzet nuttig, maar de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten. Mevrouw Smit vraagt of de lokale uitwerking uitsluitend lokaal moet worden gefinancierd. Katwijk is de subsidie om woningen te isoleren al misgelopen. Wethouder Knape deelt mee dat middelen zijn verstrekt voor het regionaal uitvoeren van de RES. De gemeente draagt daar zelf elk jaar € 66.000 aan bij. De gemeente zet eigen middelen in via het energieprogramma. Gezien de noodzaak om te bezuinigen is daar iets op gekort in de verwachting dat de gemeente daar Rijksgelden voor zou verwerven. Dat is afgewezen, maar daar is bezwaar tegen gemaakt omdat de gemeente van mening is dat de procedure niet goed is verlopen. Hij betoogt aan iedere tafel dat de gemeente al deze opdrachten niet zonder geld van het Rijk kan uitvoeren. De heer R. Haasnoot leest in het voorstel dat het niet in het voornemen ligt om lokaal over de RES te communiceren.
Vanwaar die keus? In de RES wordt een strategische richting vastgelegd en dat is relevant voor de inwoners. Wethouder Knape wijst erop dat, hoewel gehinderd door corona, is ingezet op inbreng vanuit inwoners door middel van participatie. Veel inwoners hebben in dat proces meegedacht over de
6
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
mogelijkheden in Katwijk en bij de uitwerkingen in eigen beleid zal participatie weer een rol spelen. Hij verwacht minder interesse voor communicatie vanuit Holland Rijnland over de totale strategie. Mevrouw Smit vraagt om een praktische omschrijving van de consequenties van de aanleg van warmtenetten. Zij leest ook dat het al dan niet handhaven van het aardgasnet een afweging is van de netbeheerder en dat kan nadelige gevolgen hebben voor inwoners die hebben geïnvesteerd in een hybride systeem. Zij mist aandacht voor dit soort logistieke aspecten. Wethouder Knape erkent dat er ruimtelijke vraagstukken zijn. Het is voor warmteoplossingen vaak noodzakelijk dat er gebouwen komen vanwaaruit de warmte verder wordt verspreid. Er wordt in ieder geval op ingezet dat verschillende oplossingen in dezelfde energiehub worden ondergebracht. Leidingen leggen ook beslag op de ruimte. Over het hoe, wat en waar moet in de loop van de tijd meer duidelijkheid komen. Wat tot dusver bekend is, staat vermeld. De heer De Vreugd ziet de RES als een abstract document. In hoeverre committeert de gemeente zich aan de doelstellingen? Wat wordt de situatie als de lokale uitwerking op maatschappelijke tegenstand stuit? Wethouder Knape wijst erop dat de ambitie is vastgelegd in het energieakkoord en in de omgevingsvisie, waarin staat dat Katwijk in 2050 energieneutraal is.
Die kaders worden niet losgelaten; er vallen wel keuzes te maken in de weg daarnaartoe. De regio heeft een gezamenlijke ambitie opgesteld voor 2030 die alle puzzelstukjes bij elkaar moet worden ingevuld. Alle ontwikkelingen, zoals die in Het Groene Hart, leiden tot overleg in de aanloop naar de RES 2.0. De snelheid is afhankelijk van de uitwerking, met participatie als onderdeel, en daar zitten mitsen en maren aan. Het is een gezamenlijk proces. Hij is niet bereid om de ambitie bij voorbaat te verlagen. De heer Stegmann hoort de status van het document benoemen als een richtinggevende strategie. Er is geen juridische paragraaf om de gemeenten te binden. Het verontrust hem dat het in andere gemeenten begint te rommelen. Teylingen zegt tot 2025 niets te willen doen en de Alphense gemeenteraad ligt dwars wat betreft de windmolens. Is dat juist? Wethouder Knape heeft dezelfde berichten gelezen. Er wordt in oordeelsvormende sessies van alles gezegd, maar de besluitvorming moet nog plaatsvinden. De bevoegdheid blijft bij de raden liggen en amendementen en moties die worden aangenomen zullen gevolgen hebben voor de RES 2.0, maar hij kan daar niet op vooruitlopen. De heer De Mooij brengt naar voren dat het gaat om de ambities en de vraag in hoeverre gemeenten daaraan willen voldoen.
In de wensen- en bedenkingenlijst heeft Katwijk punt 3 ingediend waarin staat dat er een voorkeursrichting moet komen en een realistisch overzicht van de opgaven per gemeente. De reactie was dat partijen 'niet tot consensus zijn gekomen'. Als die er niet komt, kan het doel niet worden gehaald. Wat voor aanpak staat het college hierin voor ogen? Wethouder Knape wijst erop dat de regio een plan heeft, maar dat dat onverlet laat dat elke raad zijn eigen bevoegdheden heeft. Het moet van onderop en toch met elkaar. Gemeenten kunnen elkaar aanspreken en samenwerken, maar kunnen elkaar niet verplichten om iets te doen. Het wordt onwerkbaar als er veel amendementen van verschillende strekking worden aangenomen. Dat is een hiaat in de opzet van de RES.
7
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer De Mooij vreest voor de RES als in veel gemeenten het principe “not in my backyard” (Nimby) de overhand krijgt. Wethouder Knape zegt dat Nimby geen nieuw verschijnsel is. Hij kan niet anders dan erop wijzen dat de raden de besluiten nemen. Als die en masse windmolens afwijzen, heeft dat gevolgen voor de ambities van de RES. In die zin rust op alle raden een grote verantwoordelijkheid. Mevrouw Smit kan zich voorstellen dat iedere gemeente eigen keuzes maakt en de relatie met de RES verdwijnt. Hoe erg zou dat zijn? Wethouder Knape zegt dat daarom de stap naar RES 2.0 zo belangrijk is. Gemeenten stellen naar aanleiding van RES 1.0 hun uitwerking vast, maar bovenregionaal wordt de voortgang in de verschillende gemeenten gevolgd. De koppeling blijft in stand om na te gaan of de gezamenlijke ambitie wordt gehaald en of extra inzet nodig is om die alsnog te halen. De heer Grotenhuis vraagt of Katwijk de vrijheid heeft om andere zoekgebieden aan te wijzen. Wethouder Knape zou graag zien dat de raad met aanvullende suggesties komt. Het huidige beperkte aantal zoekgebieden is bepaald aan de hand van criteria als veiligheid en natuurgebieden. Later moet nog de milieueffectrapportage (MER) worden uitgevoerd, wat kan leiden tot een verdere beperking van de mogelijkheden.
De heer Van Rooijen vraagt wat de rol van de provincie is als de verschillen tussen de gemeenten groot blijken te zijn. Heeft die bepaalde grenzen gesteld, zoals 'als het niet binnen die tijd is opgelost nemen wij het heft in handen'? Wethouder Knape licht toe dat de provincie een gelijkwaardige partner is bij het tot stand komen van de RES. GS hebben binnen het college een keus gemaakt die afwijkt van het gezamenlijk gelopen proces. Er zijn geen signalen dat de provincie snel zal ingrijpen. Zij heeft wel een ruimtelijke verantwoordelijkheid. De aanpak is dat partijen met elkaar in gesprek blijven, in voorbereiding op RES 2.0. De heer Stegmann leest de suggestie om omwonenden te betrekken bij impopulaire projecten in hun omgeving als windmolens en zonnevelden door middel van financiële participatie. Moeten zij zelf een aandeel nemen of betaalt de gemeente dat? Wethouder Knape ziet een belangrijke rol weggelegd voor lokale initiatieven, zoals de recent opgerichte energiecorporatie. Er zijn verschillende uitwerkingsvormen die in het vervolgtraject zullen worden bezien. De gemeente moet dat zelf vormgeven, passend bij het eigen participatiebeleid. De voorzitter formuleert onderstaande conclusie en schorst de vergadering om 21.42 uur.
Het college doet de toezegging om voor het oordeelsvormende debat nadere informatie te verstrekken over de zoekgebieden voor zon en wind in de gemeente, inclusief het benodigde vermogen aan energie binnen een zoekgebied. Het college doet de toezegging om de openstaande vraag over wind op bedrijventerreinen schriftelijk te beantwoorden.
8
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De commissie is voldoende geïnformeerd; de volgende vergadering volgt het oordeelsvormende debat. INFORMATIEVE SESSIE 4.
Concept warmtevisie gemeente Katwijk 2022-2026 (1910020)
Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
de heer De Vries mevrouw Valasek de heer Knape de heer Emck
De voorzitter heropent de vergadering om 21.48 uur. In afwijking van wat gebruikelijk is, is er geen mogelijkheid om mee te spreken. Belanghebbenden hebben de komende weken de gelegenheid om hun zienswijze kenbaar te maken aan het college. Na afloop van de zienswijzeprocedure bespreekt de raad de visie en dan is er gelegenheid om mee te spreken. De heer Olsthoorn (beleidsmedewerker) verzorgt de presentatie Concept warmtevisie. De presentatie is bij de stukken gevoegd. De heer Schrijvers heeft een vraag naar aanleiding van de overzichtskaart. Hij herinnert zich dat eerder is gesteld dat het gebruik van pompen om warmte uit de grond te halen in de buurt van de zee niet raadzaam is omdat er verzilting optreedt. Het gebouw De Bloem lag op de grens en kwam daarom net wel in aanmerking. Is het mogelijk grondwarmte toe te passen aan de boulevard? Hij ziet veel oude gebieden met weinig ruimte waar de warmtepomp buiten moet worden geplaatst. Als iedereen dat doet, wordt het waarschijnlijk erg lawaaiig. Is daaraan gedacht? Zijn daar oplossingen voor? De aanpak van oude wijken met weinig mogelijkheden wordt uitgesteld. In hoeverre kan dat voor de bewoners daarvan problemen opleveren, bijvoorbeeld als de prijs van het gas sterk stijgt? De heer Olsthoorn deelt mee dat het eerstgenoemde punt niet naar voren is gekomen in het door een extern bureau uitgebrachte advies.
Omdat er veel drinkwatergebieden zijn, zijn de mogelijkheden om warmte uit de grond te halen beperkt en valt de keus vaak op 'warmtepompen buitenlucht'. Hij zal dat uitzoeken. Mogelijk moet de kaart worden gecorrigeerd. Hij hoort sterk wisselende verhalen over het geluidsniveau van warmtepompen. Particulieren en gemeente dienen daar bij de aanschaf goed op te letten. Een nieuwe innovatie is dat bij verwarming voorrang wordt gegeven aan zonnewarmte en de pomp aanvullend wordt ingezet. De energieambassadeurs zijn ook in de oude wijken actief en pleiten daar voor betere isolatie. Het gasverbruik wordt daarmee in ieder geval teruggebracht. Een mogelijke tussenstap is dat de bewoners van oude wijken kiezen voor een hybride installatie. De heer Schrijvers vraagt of Liander over voldoende capaciteit beschikt om in koude periodes genoeg elektriciteit voor de warmtepompen te leveren. De heer Olsthoorn antwoordt dat het net zeker verzwaard zal moeten worden en heeft van Liander begrepen dat dat geen probleem moet zijn. Dat betekent wel dat er ruimte moet worden gevonden
9
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
voor bij te plaatsen middenspanningsstations. Het is inderdaad geen goede keus om alles op één soort te zetten en daarom wordt ook naar andere manieren van duurzame verwarming gekeken. De heer De Mooij wijst erop dat het bij geothermie aangewezen is om te kiezen voor zo min mogelijk leidingen die de grond ingaan. Aan zee zal dat nog zwaarder wegen. Hij vraagt dit aspect te betrekken bij het onderzoek of geothermie aan zee überhaupt mogelijk is. Is Liander betrokken bij de plannen van Katwijk? De uitbreiding van het netwerk moet gelijke tred houden met de transitie in de wijken. De heer Olsthoorn deelt mee dat Liander in de kerngroep voor het opstellen van de warmtevisie heeft gezeten en volledig op de hoogte is. In het vervolg zal er intensief worden samengewerkt. Het duurt van begin tot eind ongeveer zes jaar voor een wijk van het gas af is. Dat biedt voldoende ruimte om zaken met Liander en andere partners af te stemmen. Wat de beste keus is in de locaties en hoeveelheid putten voor geothermie is iets wat in de verkenningsfase moet worden bepaald. De heer De Mooij stelde zijn eerste vraag in relatie tot het uit te voeren onderzoek. Misschien blijkt het slaan van putten dicht bij zee wel mogelijk mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan.
In de presentatie werd gesteld dat het verstrijken van de levensduur van een cv-ketel een mooi moment is om over te stappen naar duurzame energie. Het kan echter ook gebeuren dat de ketel moet worden vervangen en de betreffende straat nog niet aan de beurt is. Is het mogelijk een huishouden eerder op de hoofdleiding aan te sluiten? De heer Olsthoorn ziet dit als een praktische uitwerking. De warmtetransitie moet betaalbaar zijn en financiële steun door het Rijk is daarvoor een randvoorwaarde. Ook voor dit soort situaties moeten regelingen komen. In gesprek met buurten moeten de verwachtingen goed worden gemanaged. Isoleren zal altijd voorop staan, en hij verwacht dat er ook vragen zullen komen over het verlengen van de levensduur van de oude dan wel het van de hand doen van de recent gekochte cv-ketel. Wethouder Knape wijst erop dat de warmtevisie ook is bedoeld om inwoners inzicht te verschaffen in wanneer hun wijk aan de beurt is. Er is eerder al op gewezen dat men een cv kan huren. De heer Van Rooijen hoort hybride systemen noemen als tussenoplossing. Gezien de benodigde investering zou dat een hinderpaal kunnen worden bij het van het gas af brengen van woningen. De heer Olsthoorn ziet deze systemen als een tussenoplossing met een looptijd van meer dan 15 jaar, waardoor zij alleen een goede keus zijn in buurten die vooralsnog niet aan de beurt zijn.
De heer Schrijvers merkt op dat het in deze discussie gaat over de combinatie gas en warmtepomp. Er zijn ook andere combinaties. De heer Diemer zag in de presentatie een overzicht van het energieverbruik in de gemeente. Staat in de kolom Industrie het verbruik van alle bedrijfsterreinen? Is het juist dat die veel minder energie verbruiken dan de woningen? De heer Olsthoorn bevestigt dit.
10
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer Diemer hoorde naar aanleiding van pagina 6 spreken over 'meer dan 10% kostenverschil'. Waarmee? De heer Olsthoorn deelt mee dat het gaat om meer dan 10% kostenverschil met warmtenetten. De heer Diemer vraagt waarom in de wijk De Horn de oostelijke zijde van de Brouwerstraat is meegenomen. De wijk bestaat daardoor uit oude en nieuwe woningen. De heer Olsthoorn zal dat uitzoeken. De heer R. Haasnoot begrijpt dat de keus in verkenningsbuurten is gemaakt op basis van de huidige mogelijkheden. Is het mogelijk dat die keus door innovatie verandert? In welke mate zijn andere partijen daarbij betrokken? De heer Olsthoorn is van mening dat de keus weloverwogen is en verwacht op korte termijn geen ontwikkelingen die aanleiding zouden geven voor een verandering. Uit de nadere verkenningen moet blijken of de aannames juist zijn en of de bewoners bereid zijn om met de transitie aan de slag te gaan. De heer R. Haasnoot vraagt of er na de start sprake is van een onomkeerbaar proces. De heer Olsthoorn antwoordt dat de verkenning uitsluitsel moet geven over het al dan niet doorzetten. Wel kan hij zich voorstellen dat voor delen van buurten andere keuzes worden gemaakt omdat de verscheidenheid in bebouwing groot is. Dat is een verfijning, en die moet worden aangebracht. Wethouder Knape hecht veel belang aan de tussenfase, waarin met de bewoners wordt overlegd.
Daarna worden in de raad pas de keuzes gemaakt. De heer Stegmann vraagt of Katwijk niet te veel voor de muziek uitloopt. Levert deze vreselijk ingewikkelde operatie voldoende op, in vergelijking met de zojuist besproken elektrificatie met behulp van windmolens en zonnepanelen? Is het niet verstandiger om te kiezen voor uitstel, ook omdat er nog zoveel grijze gebieden zijn waar vooralsnog niets kan worden gedaan en er nog zoveel is wat de gemeente niet weet? Wethouder Knape heeft deze vraag ook gesteld en heeft daarbij gewezen op mogelijke ontwikkelingen rond waterstof, kernenergie en andere innovaties. Hij heeft zich laten overtuigen: de afspraak is dat Katwijk in 2050 energieneutraal is en geen aardgas meer gebruikt en er moet nu worden gestart, met de kennis van nu. Alles opschuiven naar de laatste jaren is geen reële optie. De voorwaarden die aan de huidige keuzes moeten worden gesteld zijn dat die betaalbaar, haalbaar en betrouwbaar moeten zijn – het laatste houdt in dat de publieke waarden moeten zijn gewaarborgd. Verder moeten de keuzes zo degelijk zijn dat later niet wordt vastgesteld dat ze niet hadden moeten worden gemaakt en moet er draagvlak voor aanwezig zijn. Om deze redenen kiest hij voor de omschrijving 'verkenningsbuurten'. De uitvoering is van veel factoren afhankelijk, waaronder de opstelling van het Rijk.
Als er in de tussentijd innovatieve ontwikkelingen zijn worden die uiteraard in het proces ingebracht.
11
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer Stegmann heeft de indruk dat de voorwaarde betaalbaarheid een vrome wens is. Dit proces is kostbaar en hij ziet niet hoe dat voor de burger kostenneutraal kan worden uitgevoerd. Wethouder Knape is het ermee eens dat betaalbaarheid een grote opgave is en is van mening dat Katwijk dit proces financieel niet alleen kan dragen. Hij gaat niet aan de slag met de verkenningsbuurten voordat er duidelijkheid is over de Rijksbijdrage en het borgen van de publieke waarden. De heer J.H. Haasnoot is met de VVD van mening dat Katwijk te enthousiast bezig is. Het eerste probleem is de schaalgrootte. De landelijk vastgestelde normen worden ter uitvoering bij de lagere overheden neergelegd zonder dat daarbij middelen worden verstrekt. Dat de normen gelijkmatig over Nederland worden verdeeld is een verkeerde keus. Het is ondoenlijk om te eisen dat Zuid-Holland zelfvoorzienend wordt in energie, want alle grote industrie zit hier en er is geen ruimte over. Datzelfde gaat op voor gemeenten: Katwijk is bijna geheel versteend en heeft nauwelijks mogelijkheden. Wethouder Knape deelt mee dat in het energieakkoord als doelstelling is vastgelegd dat de gemeenten 80% zelf opwekken. Als een gemeente dat niet zelf kan, moet zij samenwerken binnen de regio. De opgave is dat de regio als geheel in 2050 energieneutraal is. Als de regio dat niet redt, moet zij samenwerken met andere provincies.
De discussie over aardgasvrij is landelijk gevoerd en daarover zijn afspraken gemaakt. De gemeente heeft zich eraan gecommitteerd om daar in een transitievisie richting aan te geven en de opzet daarvoor ligt nu voor. De heer Van Rooijen heeft een vraag over de betaalbaarheid. De kosten van de transitie per wijk kunnen sterk verschillen: hoe wordt daarmee omgegaan? Wethouder Knape licht toe dat er afspraken over tarieven zijn gemaakt die zijn gekoppeld aan de gekozen oplossing. Dat ligt vast in de Warmtewet. Betaalbaarheid vat hij zo op dat de oplossing voor iedere inwoner betaalbaar moet zijn. Bij de keus voor een warmtepomp moeten heel veel huizen tot op label B worden geïsoleerd en de vaak hoge kosten moeten door de eigenaar worden opgebracht. Bij de keus voor een warmtenet zitten de kosten vooral in de aanleg van het net en hoeft de eigenaar minder in isolatie te investeren omdat de temperatuur van een warmtenet hoger is. Het college wil daar de publieke waarde betaalbaarheid boven stellen. Hoe dat wordt ingevuld, is nog niet bekend. De eerste noodzakelijke stap is dat het Rijk het voortouw neemt om duidelijkheid te scheppen voor de gemeenten, zodat die de regie kunnen nemen.
De heer Schrijvers herinnert zich dat vier jaar geleden met de burgemeester van Alphen aan den Rijn is overlegd over een verdeling van de invulling van de verantwoordelijkheden tussen Katwijk en die gemeente: Katwijk heeft weinig ruimte, Alphen meer en dus kan daar een deel zonne- en windenergie ten behoeve van Katwijk worden gewonnen. Wat is daarin de stand van zaken? Wethouder Knape wijst erop dat dit een onderdeel is van de RES. Onder het vorige agendapunt is een evenwichtig verhaal gepresenteerd over de impact in de regio Holland Rijnland. De afspraak is dat iedereen levert; het is de uitdaging om dat in de uitwerking waar te maken. In Katwijk is erg weinig ruimte beschikbaar, maar de gemeente kan op het warmtedossier, met geothermie en mogelijk restwarmte, wel een bijdrage leveren. Het kan niet zo zijn dat als ten gevolge van provinciaal beleid er geen windmolens komen in Rijn- en Veenstreek, die opgave vervolgens in de Duin- en Bollenstreek moet worden ingevuld.
12
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer J.H. Haasnoot acht het instellen van de energieregio's een onjuiste beslissing. De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid ligt bij de provincie. Zijn indruk blijft dat Katwijk overenthousiast is, ook op andere dossiers. De gemeente staat vooraan, het Rijk betaalt niets en het is de vraag of dit een gemeentelijke taak is. Valt er iets te zeggen over de inzet in fte op dit dossier? Wethouder Knape deelt mee dat het Rijk de kosten voor het opstellen van de transitievisie vergoedt. Elke gemeente is verplicht om in 2021 een eigen visie op te leveren. In de visie van Katwijk staat dat uitvoering pas aan de orde komt nadat het Rijk duidelijkheid heeft gegeven over de middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld. De heer Van Rooijen hoort steeds dat nog veel moet worden onderzocht. Kan er een overzicht worden opgesteld van alle haalbaarheidsonderzoeken die in uitvoering zijn of die nog moeten worden uitgevoerd en wat het tijdspad is? Wethouder Knape acht het lastig om daar uitspraken over te doen. Het vervolg is dat in overleg met inwoners wordt nagegaan welke initiatieven er al zijn en of er draagvlak is. Daarnaast wordt nagegaan welke stappen er moeten worden gezet om tot een goede business case te komen. Daar is onderzoek voor nodig, maar de inhoud daarvan is nog niet gedefinieerd.
De heer Schrijvers vraagt of de techniek rond de inzet van waterstofgas zo ver is gevorderd dat die al een rol in de plannen speelt. Zo nee, is dan voorzienbaar wanneer dat wel kan? Wethouder Knape deelt mee dat in de RES is afgesproken dat de ontwikkeling goed wordt gevolgd maar dat is vastgesteld dat inzet nu nog niet aan de orde is. Als deze techniek toepasbaar wordt, zal die eerst worden ingezet in de industrie en in het vervoer. Voor het produceren van waterstofgas is energie nodig. De daarvoor benodigde energie moet duurzaam worden opgewekt en de ruimte om dat te doen is schaars. Als er sprongen in de ontwikkeling worden gemaakt is hij voorstander van inzet van deze techniek. Mogelijk is waterstof later een optie in de oude wijken die nu nog niet kunnen worden aangepakt. De heer Schrijvers wijst erop dat meer dan voldoende water aanwezig is. Waarom zou inzet van deze techniek niet mogelijk zijn? Wethouder Knape antwoordt dat het niet om de beschikbaarheid van de grondstof gaat. Om waterstof en zuurstof van elkaar te scheiden is veel energie nodig en bij dat proces gaat ook energie verloren. De benodigde energie moet duurzaam worden opgewekt, daar is veel extra ruimte voor nodig en dat is het probleem. Dat zou bijvoorbeeld op zee moeten gebeuren. Er wordt landelijk veel inzet gepleegd, maar een oplossing lijkt voorlopig nog niet in zicht.
De heer De Mooij heeft een bijlage gezien waarin werd gemeld dat sommige leidingen wel en andere niet geschikt zijn voor het transport van waterstofgas. Hij suggereert dat het verstandig is om na te gaan welk soort leidingen waar ligt, zodat duidelijk is waar deze techniek kan worden ingezet, als die beschikbaar komt.
13
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
Wethouder Knape deelt mee dat dat kan. Er moet echter veel worden onderzocht en dit onderzoek heeft niet de hoogste prioriteit. Als de ontwikkeling rond waterstof in een stroomversnelling komt en inzet van die techniek in beeld komt, wordt dat wel actueel. De heer Schrijvers vraagt aandacht voor deze techniek omdat, als die kan worden ingezet, de veelheid aan ingewikkelde keuzes die nu voorligt sterk wordt teruggebracht: alle Katwijkers kunnen via het bestaande gasnetwerk op waterstof worden aangesloten als de ongeschikte leidingen worden vervangen. Kan het college een termijn noemen waarbinnen relevante onderzoeken op het gebied van deze techniek worden afgerond? Wethouder Knape deelt mee dat er hard aan de techniek wordt gewerkt. Via het nationaal programma RES worden de ontwikkelingen gevolgd. Er worden vorderingen gemaakt, maar veel kenners twijfelen eraan of dit een goede optie is. De voorzitter formuleert onderstaande conclusie. Het college doet de toezegging schriftelijk te reageren op de effecten van verzilting zowel op de leidingen voor aardwarmte (met name in de zeestrook) als op het grondwater; en ook in te gaan op het aantal putten op de boulevard voor aardwarmte.
Het college doet de toezegging schriftelijk de wijkindeling van De Horn te verduidelijken; waarbij het gaat om de vraag waarom de oostelijke zijde van de Brouwerstraat in deze buurt is meegenomen gezien het verschil in bouwjaren. De commissie is voldoende geïnformeerd. 5.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur.
LOCATIE BURGERZAAL Aanwezig zijn 11 leden: mevrouw A.W. Brul-van Egmond (VVD), mevrouw R. Dees-van Duijn (KiesKatwijk), mevrouw A. Guijt (GemeenteBelangen), de heer L.L. Krijgsman (Hart Voor Katwijk), de heer B. van der Plas (ChristenUnie), mevrouw I.W. van der Plas-de Groot (CDA), de heer D. Remmelzwaal (SGP), mevrouw P.S. Smits (Fractie Smits), de heer S. Spek (DURF), de heer E. Tibben (D66) en de heer M. van Tuijl MSc (PvdA).
Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist:
6.
de heer Vroegindeweij mevrouw Van Schaik de heer Van Helden de heer Kardux
Opening
De voorzitter, de heer Vroegindeweij, opent de vergadering van de raadscommissie om 20.32 uur.
14
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
7.
Vaststelling van de agenda van de raadscommissie
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. OORDEELSVORMENDE SESSIE 8.
Huisvesting wijkvereniging Noord Noord Oost en muziekvereniging UNI (1895943)
De heer Sierat spreekt als voorzitter in namens de Christelijke muziekvereniging UNI (hierna UNI). De inspanningen richting bestuur van de wijkvereniging zijn van begin af aan afgewezen. Het ontbreken van ruimte in het gebouw zou de bottleneck zijn. Uit bezettingsgegevens van de wijkvereniging Noord Noord Oost (hierna NNO) blijkt dat het Zandgat toereikend is voor een meer multifunctioneel gebruik van het gebouw. De activiteiten zouden doorgang kunnen vinden als de UNI verhuurder zou worden. Het bestuur van de wijkvereniging heeft de inzet van een mediator afgewezen. De media hebben de berichten eenzijdig weergegeven. De publieke opinie kreeg een onvolledig beeld van de goede bedoelingen van de UNI. De kwetsende reacties op sociale media richting de UNI en de gemeente zijn geuit zonder op de hoogte te zijn van de feiten. Een buitenstaander heeft geprobeerd om de publieke opinie en de politiek ten nadele van de UNI te beïnvloeden. Ondanks de emotionele reacties houdt de heer Sierat vertrouwen in de goede afloop voor de UNI en alle betrokken verenigingen in het Zandgat. Voor de aankoop van het Zandgat heeft de UNI geen financiële steun nodig van de gemeente. In goed overleg met de UNI als verhuurder kan het bestaande verenigingsleven in het Zandgat vooralsnog gewoon blijven doorgaan.
De UNI krijgt eindelijk een goede huisvesting om de muzikale educatie van jeugd en volwassenen door te zetten en de podiumkunsten verder te ontwikkelen. De UNI kan bijdragen aan de maatschappelijke cultuur in Katwijk. Het is evident dat de UNI open staat voor multifunctionele huisvesting. In het Zandgat zijn er volop mogelijkheden voor het verder ontplooien van de muziekvereniging en het voortduren van sociale activiteiten door de huidige huurder. Bovendien ziet de UNI in het elkaar versterken van wederzijdse activiteiten potentiële mogelijkheden tot samenwerking. Goede samenwerking kan ten goede komen aan de buurt en de omwonenden. Het streven van de gemeente om tot meer multifunctioneel gebruik van de wijkgebouwen te komen, wordt gezien als steun in het voortbestaan va de UNI. De heer Sierat hoopt op een positief besluit van de gemeente over de verkoop van het Zandgat. De heer Spek stelt dat er vanuit de media een bepaald beeld is gevormd. De gemeente heeft knelpunten laten zien. Het valt toch niet te ontkennen dat er spanning op het rooster zit? Dat is volgens de heer Sierat niet zo. Er is alleen op donderdagavond een knelpunt. Er is volop gelegenheid om de verenigingen die nu van het gebouw gebruik maken hun activiteiten te laten ontplooien.
Mevrouw Guijt zegt dat de gemeente aangeeft dat er nog geen gesprek is geweest tussen de UNI, de wijkvereniging en de gemeente over de vorm van de samenwerking. Vindt de UNI dat dit gesprek eerst had moeten plaatsvinden, voordat er over de verkoop gesproken werd? Is de in coronatijd uitgevoerde geluidsmeting representatief voor het aantal mensen dat normaal aan de repetities deelneemt?
15
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer Sierat antwoordt dat de gesprekken tussen het bestuur van de wijkvereniging Noord Noord Oost en de gemeente wel hebben plaatsgevonden. De gemeente heeft NNO in eerste instantie schriftelijk uitgenodigd om in het gemeentehuis in overleg te gaan over de stand van zaken zoals de gemeente die voor zich ziet. NNO is daar niet op ingegaan; zij wilden eerst weten wat er besproken zou worden. Daarna zijn er gesprekken geweest met een vertegenwoordiger van de gemeente en NNO in het gebouw van NNO. Daar heeft de UNI gesproken met de voorzitter en de penningmeester en is het woord gevoerd door een vertegenwoordiger van de gemeente. Toen bleek dat NNO niet bereid was om samen te werken. Daarna heeft de UNI geprobeerd om met het bestuur van NNO in gesprek te gaan over een mogelijke samenwerking. Dat is mislukt. Die houding is tot op heden zo gebleven. De inmiddels in de krant verschenen berichten geven een onjuist beeld van de werkelijke situatie. Bij de geluidsmeting repeteerde de UNI in het gebouw van NNO met het volledige orkest van ongeveer 40 personen. De spelende kinderen maakten buiten meer herrie dan het geluid uit het gebouw veroorzaakte. Dat bevestigde wat de voorzitter van NNO had verteld over de goede isolatie van het gebouw. Mevrouw Guijt stelt dat in de nota van beantwoording staat dat deze gesprekken niet hebben plaatsgevonden.
Mevrouw Smits vraagt de heer Sierat uit te leggen wat hij bedoelde met het vooralsnog kunnen doorgaan van de activiteiten. De heer Sierat legt uit het logisch te vinden om, als UNI de verhuurder wordt, met NNO aan tafel te gaan over de inhuizing. Nu is niet vooruit te zien wat verenigingen gaan beslissen als zij een verhuurder krijgen. Vandaar het voorbehoud. Wat de UNI betreft is er alle ruimte voor de verenigingen om in het gebouw door te gaan met de activiteiten. De heer Krijgsman vraagt wanneer de voorzitter van de wijkvereniging heeft gezegd dat de activiteiten door konden gaan. De heer Sierat vraagt welke voorzitter de heer Krijgsman bedoelt. De heer Krijgsman antwoordt de voorzitter van de wijkvereniging te bedoelen. De heer Sierat heeft gezegd dat wat betreft de UNI de activiteiten van de verenigingen die er nu in gehuisvest zijn, kunnen doorgaan. De heer Krijgsman heeft de opmerking waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd. De heer Sierat zegt de voorzitter van de wijkvereniging te hebben geciteerd in het kader van de geluidsoverlast. Hij heeft gezegd dat het gebouw uitstekend geïsoleerd was. De heer Van Tuijl vraagt of de UNI bereid is het gesprek met de wijkvereniging aan te gaan. Is er nog over de donderdagavond te spreken? De heer Sierat zegt vanaf het begin bereid geweest te zijn om in gesprek te gaan en te blijven. Dat is door NNO afgeketst.
De UNI repeteert al 120 jaar op donderdagavond met het orkest. Als eigenaar van het gebouw zou de UNI daar met moeite concessies aan doen. Een klaverjasavond kan
16
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
gemakkelijk op een andere avond plaatsvinden. Daar is ruimte voor in het gebouw. Hij is bereid om met NNO over een oplossing te gaan praten. De heer Spek vraagt waarover het in de nota van beantwoording gaat bij de knelpunten in tijd en beschikbare ruimte. De heer Sierat denkt dat het op de nieuwe huurder slaat. Her door NNO opgestelde rooster biedt voldoende witte vlekken om dat in te vullen. De heer Van der Plas vraagt of de gemeente het anders had kunnen doen om het onderling soepeler te laten verlopen. De heer Sierat denkt dat er in de communicatie richting NNO zaken beter hadden gekund. Daardoor heeft NNO, met alle begrip van de UNI, de hakken in het zand gezet. Als je al 31 jaar gewend bent om op een bepaalde manier met je clubs te opereren, is het een bittere pil om te horen dat het misschien afgelopen zal zijn. Daar is wat de UNI betreft nooit sprake van geweest; de verenigingen kunnen in het gebouw hun gang blijven gaan. De gemeente is die weg met goede bedoelingen ingeslagen. Hij heeft ervaren dat de gemeente wil dat de partijen met elkaar samenwerken. Daar zijn alle partijen voor nodig. De heer Haasnoot spreekt in namens de wijkvereniging en ook namens de omwonenden. Zijn inspreektekst is bij de stukken gevoegd. Mevrouw Smits vraagt hoe de heer Haasnoot het ziet als er door een andere programmering meer knelpunten ontstaan.
Kunnen die knelpunten opgelost worden? De heer Haasnoot bevestigt dat de problemen gaan ontstaan als de groei bij de wijkvereniging doorzet. De mensen uit de Molenwijk en de wijk Koestal Overduin komen tegenwoordig ook naar NNO. Zij voelen het als een huiskamer. De heer Van Tuijl vraagt de heer Haasnoot de knelpunten samen te vatten. De heer Haasnoot zegt dat de wijkvereniging emotionele waarde aan het onderkomen hecht. Men loopt in en uit het gebouw. Er zijn 51 vrijwilligers, die geregeld overleggen met elkaar. De knelpunten zullen op donderdagavond, maar ook op andere momenten, ontstaan. De Molenwijk heeft een filatelievereniging, die ook bij NNO wil. De gemeente had ook aan de vereniging kunnen vragen of zij een muziekvereniging zouden kunnen huisvesten. Dat is niet gebeurd. Als de UNI het gebouw kan kopen, waarom kan NNO het gebouw dan niet kopen? Daar zijn middelen voor. De heer Spek vraagt waarvoor de wethouder zijn excuses, zoals in de brief vermeld, heeft aangeboden. Daar moet de heer Haasnoot het antwoord op schuldig blijven. Mevrouw Brul stelt uit de verstrekte informatie te hebben opgemaakt dat de wijkvereniging met een afnemende belangstelling geconfronteerd wordt. Het tegenovergestelde lijkt het geval.
17
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
Dat klopt volgens de heer Haasnoot. Doordat er wijkverenigingen opgeheven zijn, komen er steeds meer mensen naar NNO. Zij komen ook omdat het een gezellige vereniging is. Mevrouw Brul vraagt of de gemeente daarvan niet op de hoogte is. Het blijkt volgens de heer Haasnoot niet uit onderzoeken van de gemeente dat de belangstelling voor NNO afneemt. Het lijkt een vooringenomen standpunt omdat andere verenigingen wel krimpen. De heer Remmelzwaal was blij in de krant te lezen dat er een mooie samenwerking tussen NNO en de UNI zou kunnen ontstaan. Zijn er openingen om de knelpunten op te lossen? Is de wijkvereniging bereid om dit na te gaan? Of is het wantrouwen zo groot dat men niet meer in gesprek wil? De heer Haasnoot bevestigt dat het wantrouwen diep zit. Volgens hem moeten de gesprekken in de eerste plaats plaatsvinden tussen de gemeente en NNO. De problemen zijn ontstaan doordat Katwijk de UNI een ruimte aanbiedt, die nog verhuurd wordt. Er kan ook naar andere locaties gekeken worden om de UNI te huisvesten. Mevrouw Van der Plas vraagt of het, ten aanzien van de geluidsoverlast bij omwonenden, klopt dat NNO al jarenlang concerten voor volksgroepen in het Zandgat organiseert en er nooit klachten over geluidsoverlast zijn geweest. Dat is volgens de heer Haasnoot juist. De concerten zijn al jarenlang akoestisch.
Mevrouw Van der Plas stelt dat er bij de subsidieaanvraag een bericht van NNO was, waarin werd gesteld dat de belangstelling voor activiteiten is afgenomen en de bezetting van het pand relatief laag is. Is de heer Haasnoot daarvan op de hoogte? De heer Haasnoot is daarvan op de hoogte, maar het gaat om een anderhalf jaar gelden ingediende aanvraag. De belangstelling is het afgelopen jaar toegenomen. Er zijn 360 leden, waarvan 51 vrijwilligers; die kunnen niet in de kou gezet worden. Mevrouw Dees vraagt of de toezegging van de UNI dat er in- en uitgelopen kan worden een reden kan zijn om weer met elkaar in gesprek te gaan. Dat zou de heer Haasnoot aan het bestuur moeten voorleggen. Hij neemt aan dat erover te praten valt, maar de oplossing ligt bij de gemeente en NNO. Waarom zou de gemeente niet verkopen aan NNO? Waarom ineens een andere eigenaar/hoofdbewoner? Het pand is opgericht om er een wijkvereniging in te huisvesten. Mevrouw Smits vraagt of het naar mening van de wijkvereniging beter was geweest als de gemeente eerst met NNO had gesproken, alvorens naar UNI te gaan. Dat bevestigt de heer Haasnoot. De heer Krijgsman vraagt de heer Sierat of de UNI nog steeds gebruik zou maken van het pand als NNO het zou kopen. Dus de UNI als huurder.
18
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
De heer Sierat antwoordt in geen geval te gaan huren, want zij zijn nu eigenaar van een gebouw. Als zij een ander gebouw willen, kopen zij het. De financiën ervoor zijn aanwezig. Er zijn kanttekeningen te plaatsen bij wat de heer Haasnoot heeft gezegd. Daarin is fairplay ver te zoeken. De heer Spek stelt dat een wijkvereniging met 360 leden niet mag verdwijnen. Het nieuwe accommodatiebeleid is een ongeldig argument. Met deze manier van werken wordt het multifunctioneel gebruik van het wijkgebouw afgeschrikt. Het lijkt vooral als doel te hebben om de UNI te plaatsen, ook als dit ten koste gaat van de wijkvereniging. Het proces is vanuit de gemeente niet goed verlopen. DURF staat pal voor de wijkverenigingen in de gemeente. De uitholling van voorzieningen in alle kernen, ook als zij goed lopen, moet afgelopen zijn. Het lijkt alsof de wijkvereniging het slachtoffer dreigt te worden van de problemen van een andere partij. Er is niet naar de geluidsoverlast gekeken, er is onduidelijkheid bij omwonenden over de parkeerdruk. Omwonenden zijn niet betrokken geweest bij de verkoop van het wijkgebouw. Het is hem niet duidelijk hoe dit past bij het accommodatiebeleid. Ook zijn er de omwonenden van de Ouwehandstraat. Alhoewel dat in feite niet bij deze discussie hoort, wil hij het toch even benoemd hebben.
Het feit dat de wethouder de wijkvereniging zijn excuses heeft aangeboden, toont aan dat het niet goed is verlopen. DURF zal met een motie komen om te waarborgen dat de activiteiten van NNO behouden blijven in het huidige wijkgebouw. De gemeente moet duidelijkheid geven aan de wijkvereniging en de UNI. Beide partijen gaan verder met een mediator. De verenigingen die zich ingezet hebben voor de gemeente mogen niet gedupeerd worden door het nieuwe accommodatiebeleid. De motie wordt mede ingediend door KiesKatwijk. Hij leest het dictum voor. De heer Van der Plas heeft met allerlei partijen om de tafel gezeten. Het bestuur van de wijkvereniging kreeg na 30 jaar te horen dat het Zandgat verkocht zou worden. Het bestuur van de muziekvereniging leest een stuk in de krant, waarin zij zich niet herkent. Omwonenden dachten een kans op de koop van een pand in de Ouwehandstaat te hebben. Die koop is anders gelopen. Leden moeten een ledenvergadering beleggen om antwoord te krijgen op de vraag wat hier allemaal gebeurt. Besturen moeten de bijl erbij neerleggen en zien hun verenigingen ten onder gaan of in een kwaadwillig daglicht gezet. De conclusie is dat hier geen winnaars zijn, alleen verliezers. Dat gaat de ChristenUnie aan het hart.
Hoe heeft het zover kunnen komen? Wat is de rol van het college hierin geweest? Door wie is de regie uit handen gegeven? Is er wel regie geweest? Het achteraf inzetten van een mediator betekent dat er vooraf iets is misgegaan. Wat is de rol van de gemeente en het college hierin geweest? Hij adviseert alle partijen een stap terug te doen en opnieuw te beginnen. Geef iedereen een nieuwe kans. Zorg niet voor gesloten deuren, maar voor verbinding. Er moet vanaf het begin een procesbewaker/regisseur zijn. Zorg voor een win-win situatie. Dat verdienen alle partijen. Mevrouw Dees zegt dat het voor de huisvesting van een muziekverenging belangrijk is dat het pand voldoende geïsoleerd is om geluidoverlast te voorkomen. Het gebouw dat door NNO wordt gebruikt, voldoet niet aan deze eisen. Omdat de programmering van beide partijen elkaar niet al te zeer overlapt, ontstaat een mooie gelegenheid voor het samen gebruiken van een pand. Het is jammer dat het niet lukt om beide partijen op één lijn te krijgen. Multifunctioneel gebruik van het pand lijkt voor alle partijen de beste oplossing. Uit de stukken blijkt onduidelijkheid vanuit de communicatie van de gemeente. Het college geeft aan zich niet te herkennen in het beeld in de brief van 25 mei dat NNO schetst.
In welk opzicht wijkt het beeld van NNO af van het beeld van het college? Wat is het college van plan om alle betrokken partijen met elkaar in gesprek te krijgen? Het is van belang dat beide partijen hun activiteiten kunnen voortzetten. Gewaarborgd moet worden dat NNO alle activiteiten op de gebruikelijke tijdstippen moet kunnen blijven organiseren. Zij zijn tenslotte de oorspronkelijke
19
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
huurders van het pand. De wijkvereniging, met een belangrijke sociale functie, mag niet moeten besluiten zichzelf door dit proces op te heffen. De heer Tibben zegt dat het college een plan heeft dat er logisch, uitvoerbaar en verstandig uitziet. Het is niet duidelijk waarom er direct is gekozen om het pand te verkopen aan de UNI en er niet is overwogen om het aan de wijkvereniging te verkopen. In de communicatie met de partijen is het op onderdelen fout gegaan. Daardoor is een patstelling ontstaan. Voor mensen van goede wil bij de UNI en NNO moet het mogelijk zijn om hieruit te komen. Het is niet belangrijk onder wiens leiding dat gaat gebeuren. Het lijkt efficiënt om het pand multifunctioneel te gaan gebruiken. Mevrouw Van der Plas zegt dat waar mensen samenkomen en iets beleven is de samenleving sterker wordt. Dat moet behouden blijven. Het is goed om te controleren of er wordt voldaan aan wat er met elkaar is afgesproken. Dat is: het inzetten van multifunctionele accommodaties met een hoge bezetting. Kritisch kijken naar het vastgoed en zoeken naar structurele kostenbesparingen. Voor de maatschappelijke agenda is samenwerking tussen verenigingen een randvoorwaarde. Zij constateert dat het gezamenlijk gebruik van het Zandgat goed past bij beide punten. De uitwerking van het beleid is in de praktijk lastig en weerbarstig. Het is mensenwerk. Communicatie is het sleutelwoord.
De wereld verandert; dat vraagt een andere insteek. Is het echt zo erg dat er een andere vereniging bijkomt in het Zandgat? Is het niet een kans om elkaar te versterken en nieuwe verbindingen te maken? Laat je niet de mensen in de steek als je als wijkvereniging beslist om jezelf op te heffen? Een gesprek tussen partijen die bereid zijn verder te kijken dan hun eigen belang moet mogelijk zijn. Maak van het Zandgat een ontmoetingsplek voor iedereen. Daartoe roept het CDA op. De heer Van Tuijl vindt het jammer wat er hier gebeurt. Het is belangrijk dat de functie die de wijkvereniging vervult, behouden blijft voor onze gemeente. Het is zonde dat de wijkvereniging overrompeld wordt door het voorstel. Hij vraagt de wethouder te reflecteren op het eigen handelen. Hij raadt de wethouder aan met een bos bloemen naar de wijkvereniging te gaan en excuses aan te bieden. Vandaar moet verder gekeken worden naar de mogelijkheden. De wijkfunctie moet daar blijven. De heer Remmelzwaal kan zich bij de meeste voorgaande sprekers aansluiten. Hij ziet veel kansen. De UNI is altijd gesteund bij het zoeken naar goede huisvesting. Er leken kansen te liggen bij NNO. Ook de SGP staat voor toekomstbestendig maatschappelijk vastgoed. Multifunctionaliteit is daarbij belangrijk. Het proces om weer met elkaar in gesprek te gaan, moet een kans krijgen.
Is het niet verstandig om de motie aan te houden? Hij raadt aan te kijken naar een mooie samenwerking en vraagt de wethouder te reflecteren op het handelen van het college. De heer Krijgsman gunt alle verenigingen in de gemeente een goed onderkomen. Hier gaat het over de gang van zaken. De raad prijst altijd de verenigen en vrijwilligers binnen de gemeente. Zij moeten gekoesterd worden. Dat gevoel lijkt in strijd met de manier waarop er in deze situatie is gehandeld. Hij kan zich voorstellen dat de wijkvereniging een zekere dwang vanuit de gemeente ervaart. Hij is zelf voorzitter van een vereniging met eigen ruimte en moet zich niet voorstellen dat de gemeente ineens meedeelt dat het pand wordt verkocht en je wel mag blijven, maar onder voorwaarden. De identiteit en zelfstandigheid verdwijnen. Hij ondersteunt het uitgangspunt voor gezamenlijk gebruik van faciliteiten, maar dat moet in de praktijk wel haalbaar zijn. De wijkvereniging is een kapstokvereniging voor de wijk; er zitten diverse kleine groepjes in. De wethouder moet ingaan op de bereidheid om te praten. Alle betrokken partijen moeten gelijken zijn in deze.
20
Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 27 mei 2021, nr. 18063
Mevrouw Guijt vindt dat het van meerwaarde kan zijn om samen te werken en een locatie te delen. Het gaat hier mis in de communicatie. De gemeente lijkt de laatste tijd wel vaker een andere definitie van heldere communicatie te hebben. Het is begrijpelijk dat de brief over de huuropzegging en de verdere gang van zaken heeft geleid tot het plan om de wijkvereniging op te heffen. Zij betreurt het dat de werkwijze van de gemeente hiervoor de reden moet zijn. Zij hecht waarde aan het voortbestaan van de wijkvereniging. Het is een actieve club. De belangen van de wijkverenigingen lijken gepasseerd. De gesprekken hadden plaats moeten vinden voordat over de huuropzegging werd beslist. Zij hoort graag van de wethouder waarom de keuze voor dit proces is gemaakt en hoe het vertrouwen van de wijkvereniging kan worden hersteld. Mevrouw Smits krijgt de indruk dat het college hardleers is. Zij verwijst naar de bijna gelijke situatie bij de huurders van de Burgt. Ook hier is er weer sprake van slechte communicatie. Een win-win situatie kan alleen ontstaan als er wordt uitgegaan van een basis met gelijkwaardige partners. Als een van de partners bij voorbaat buitenspel wordt gezet, is daar geen sprake van. De wethouder heeft terecht zijn excuses aangeboden. Reflectie is noodzakelijk.
Wat haar betreft gaat de wethouder opnieuw in gesprek, zodat partijen op gelijkwaardige wijze naar een oplossing kunnen zoeken. Mevrouw Brul zegt dat het om een situatie gaat waarin je niet wil kiezen. Zowel de wijkvereniging als de muziekvereniging zijn belangrijk voor Katwijk. Het multifunctioneel inzetten van gebouwen is goed, maar het moet wel kunnen. Het college moet zijn verantwoording nemen voor het maatschappelijke doel. Zij pleit ervoor dat de wethouder met de partijen in gesprek gaat. Wethouder Van Helden dankt de insprekers voor hun bijdragen. Hij schetst een plaatje van het groter geheel. In de eerste plaats is er de maatschappelijke agenda, waarin samenwerking een belangrijk element is. Daarnaast wordt er uitgegaan van activiteiten. Het gaat niet om de stenen waaraan geld kan worden besteed, maar om de toegevoegde waarde die een organisatie kan hebben voor de opgave die in de maatschappelijke agenda is benoemd, zoals het organiseren van ontmoetingen in de wijk. De huisvesting daarvoor is een randvoorwaarde en geen uitgangspunt. Vanuit de maatschappelijke agenda zijn zowel de wijkvereniging als de UNI gewaardeerde partners, omdat zij uitvoering geven aan die opgave. Zeker de wijkvereniging krijgt ook dit jaar subsidie van de gemeente om te werken aan ontmoetringen in de wijk. Dat doen zij al vele jaren in goed overleg met de gemeente.