CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadscommissie 210311 (notulen)(vastgesteld)

Raad 8 april 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Notulen van de vergaderingen van de raad en de raadscommissie van 4,11, 18 en 25 maart 202111.747 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van de gemeente Katwijk gehouden op donderdag 11 maart 2021

via een videoverbinding

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Punten van behandeling Locatie: raadzaal 1. 2. 3. 4.

Opening ......................................................................................................................................................... 3 Vaststelling van de agenda van de raadscommissie ................................................................................... 3 Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen in de jeugdzorg (1859938) .................................................... 3 Sluiting .........................................................................................................................................................13 Locatie Burgerzaal

5. 6. 7. 8. 9.

Opening ........................................................................................................................................................13 Vaststellen van de agenda ...........................................................................................................................13 Ontwikkeling Valkenhorst (1864118) .........................................................................................................13 Ontwikkeling Valkenhorst (1864118) ......................................................................................................... 17 Sluiting ........................................................................................................................................................ 24

2

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

LOCATIE RAADZAAL Aanwezig zijn 10 leden: mevrouw A.W. Brul-van Egmond (VVD), mevrouw R. Dees-van Duijn (KiesKatwijk), de heer D. Dubbeldam (DURF), de heer J. van Duijn MSc (CDA), mevrouw A. Guijt (GemeenteBelangen), de heer L.L. Krijgsman (Hart Voor Katwijk), mevrouw A. Kuijt-van den Oever (ChristenUnie), mevrouw C. Tawfik (D66), de heer M. van Tuijl MSc (PvdA) (vanaf 20:50 uur) en de heer dr. ir. J. de Vreugd (SGP) Voorzitter: Griffier: Wethouders: Notulist:

1.

de heer Van der Plas mevrouw Van Schaik mevrouw Van Starkenburg en de heer Van Helden de heer Emck

Opening

De voorzitter opent de vergadering om 20.15 uur. 2.

Vaststelling van de agenda van de raadscommissie

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. INFORMATIEVE SESSIE 3.

Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen in de jeugdzorg (1859938)

De voorzitter deelt mee dat een duo insprekers is aangemeld. De heer Buijze en mevrouw Zandbergen spreken mee namens Logeeropvang Martin en Simone. Zij bieden in Rijnsburg professionele individuele begeleiding en logeeropvang voor kinderen met ontwikkelingsproblemen en/of een verstandelijke beperking. Hun inspreektekst is bij de stukken gevoegd. De heer Dubbeldam vraagt of de meesprekers van mening zijn dat voor ouders de drempel te hoog is om bij de gemeente om hulp te vragen. Mevrouw Zandbergen bevestigt dat. Tijdens intakes blijkt regelmatig dat ouders al lange tijd op zoek zijn naar hulp voor hun kinderen. Het aanvragen van een pgb duurt ook nog eens erg lang. Er geldt een opnamestop voor het hele jaar. De heer J. van Duijn vraagt of de meesprekers ook hulpverlenen in natura of uitsluitend via een pgb. Mevrouw Zandbergen deelt mee dat alleen zorg via een pgb wordt aangeboden. De mogelijkheid om zorg in natura aan te bieden wordt onderzocht, maar dat is voor kleine aanbieders nogal ingewikkeld. De heer J. van Duijn vraagt wat daar ingewikkeld aan is. Mevrouw Zandbergen licht toe dat cliënten uit meerdere gemeenten afkomstig zijn en dat met iedere gemeente apart een contract moet worden gesloten. Dat kost veel tijd en geld. De heer J. van Duijn vraagt of door de gemeente is uitgelegd wat het principe 'nee, tenzij' inhoudt.

Mevrouw Zandbergen heeft hier geen contact met de gemeente over.

3

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

De heer J. van Duijn vraagt of dat principe aan cliënten is uitgelegd. Mevrouw Zandbergen deelt mee dat wat nieuwe aanvragen betreft de procedure via de jeugdconsulenten loopt. Oude aanvragen lopen vaak nog via de JGT's. Mevrouw Kuijt vraagt wat de leeftijd van de doelgroep is en hoe vaak en op welke momenten de cliënten worden behandeld. Mevrouw Zandbergen deelt mee dat zorg wordt geboden aan kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar, meestal in de vorm van naschoolse opvang en tijdens weekends. Aan thuiszitters wordt overdag individuele begeleiding aangeboden. Mevrouw Guijt vraagt of ouders bij beide typen zorgvragen dezelfde drempel en dezelfde stroefheid tegenkomen bij de gemeente bij het op gang brengen van de zorg. Mevrouw Zandbergen ziet verschil. Kinderen voor de logeeropvang komen meestal via de WLZ binnen en die aanvragen verlopen vlot. De meeste problemen doen zich voor bij het regelen van individuele begeleiding en naschoolse opvang. De heer Dubbeldam vraagt of de hulpvraag door corona toeneemt. Mevrouw Zandbergen ziet een stijging vanwege corona, maar ook dat door het thuis zitten de problemen toenemen. Er is bij jeugdconsulenten aangeklopt voor uitbreiding van begeleidingsuren, maar er is geen budget om dat te betalen. De jeugdconsulent van Katwijk stelde dat dit een probleem van de scholen is en dat die moeten zorgen voor opvang.

In reactie daarop zegt de school dan weer dat al hun kinderen kwetsbaar zijn en dat de school ze niet allemaal kan opvangen. Dan wordt het een probleem van de ouders. De heer J. van Duijn weet dat de gemeente extra middelen van het Rijk heeft ontvangen om extra zorg te organiseren om de gevolgen van corona op te vangen. Hebben de meesprekers daarvoor een aanvraag bij de gemeente ingediend? Mevrouw Zandbergen deelt mee dat in de periode maart tot juni 2020 extra middelen zijn aangevraagd en toegekend. De aanvraag in december 2020 is afgewezen met het argument 'dat is een probleem van de school'. Mevrouw Guijt vraagt of de toename in de zorgvraag vooral wordt veroorzaakt door verzoeken om uitbreiding door bekende zorgvragers of door nieuwe zorgvragen. Mevrouw Zandbergen antwoordt dat vooral sprake is van de eerste omstandigheid. De heer De Vreugd vraagt nader te omschrijven welke hindernissen ouders tegenkomen als zij een pgb aanvragen. Hij vraagt voorbeelden te geven van het soort problemen dat in gezinnen kan ontstaan door het uitblijven van zorg. Mevrouw Zandbergen beschrijft dat een gezin na lang zoeken naar tevredenheid bij hen terecht was gekomen en de jeugdconsulent bij de pgb-aanvraag meldde dat hij de voorkeur gaf aan 's Heeren Loo. Daar geldt echter een opnamestop. Na veel overleg werd voor 2,5 maand een pgb verleend, met mogelijkheid tot verlenging.

Bij de aanvraag voor de verlenging werd opnieuw tegen de ouders gezegd dat de voorkeur uitging naar een gecontracteerde zorgaanbieder. Blijkbaar is dat belangrijker dan het feit dat de cliënt zich bij hen goed op haar plaats voelt en vooruitgang boekt. De heer De Vreugd vraagt of meespreekster de indruk heeft dat de gemeente de kwaliteit van de zorg meeneemt in haar overwegingen om te kiezen voor een pgb of contractuele zorg.

4

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Mevrouw Zandbergen zegt dat uit het gegeven voorbeeld blijkt dat dat niet het geval is. Mevrouw Kuijt vraagt of ouders omschrijven waarom de zoektocht zo lang duurt. Mevrouw Zandbergen denkt dat een voordeel van het aanbod dat zij en haar partner bieden is dat zij continuïteit en duidelijkheid bieden omdat er maar twee hulpverleners zijn. Ouders zijn vaak op zoek naar kleinschalige zorg. Die zoektocht duurt ook langer omdat er overal wachtlijsten zijn. Voor de logeeropvang staan er 30 kinderen op hun wachtlijst. De heer Buijze vult aan dat veel andere aanbieders stoppen met de logeeropvang. Er is nauwelijks aanbod. De heer De Vreugd verzoekt in te gaan op zijn tweede vraag. Mevrouw Zandbergen antwoordt dat er voorbeelden van zijn dat het dan spaak loopt. Er zijn kinderen met ernstige gedragsproblemen. Soms staan overbelaste ouders huilend op de stoep. De heer Buijze vult aan dat broertjes en zusjes er ook onder lijden. Soms worden zij geterroriseerd door het kind met de problematiek. Mevrouw Guijt vraagt of de pgb-aanvragen in andere gemeenten soepeler verlopen. In Katwijk wordt gezinsgerichte zorg geboden, en dus zou er aandacht moeten zijn voor de broertjes en zusjes. Is dat ook het geval? Mevrouw Zandbergen merkt niet veel van die zorg. Broertjes en zusjes worden soms een tijdje ergens anders ondergebracht om de gezinssituatie te ontlasten.

Het aanvragen van pgb's is in Katwijk het lastigst en duurt het langst. De voorzitter herinnert eraan dat het college de presentatie Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen sociaal domein (specifiek jeugd) laat verzorgen door drie sprekers: de heer Van den Hoek (businesscontroller sociaal domein), mevrouw Wassenaar (senior-beleidsmedewerker) en mevrouw Van Duijn (dataanalist). Het is mogelijk vragen te stellen tijdens de presentatie. De presentatie is bij de stukken gevoegd. De heer Van den Hoek verzorgt het financiële deel van de presentatie. De heer J. van Duijn had begrepen dat de inkomsten in het sociaal domein steeds verder dalen. Uit de gepresenteerde gegevens blijkt echter dat die na 2018 omhoog zijn gegaan. Wel is het zo dat de lasten nog sneller stijgen. Hij vraagt dit toe te lichten. De heer Van den Hoek weet niet hoe de genoemde notie is ontstaan. Bij het verstrekken van gegevens over de algemene middelen is steeds gemeld dat sprake is van een algemene toename en een toename op deze budgetten. Hij komt hier in zijn presentatie op terug. De heer Dubbeldam ziet dat de kosten zich vanaf 2017 stabiliseren. Wat heeft de gemeente vanaf toen anders gedaan? De heer Van den Hoek kan die vraag niet beantwoorden omdat hij toen nog niet bij de gemeente in dienst was. Wellicht kan daar in een volgende presentatie op in worden gaan.

Als dat niet mogelijk is, zal hij schriftelijk op deze vraag terugkomen. De heer Van Tuijl vraagt wat in het algemeen de reden is dat in andere gemeenten het overschot op de Wmo terugloopt. Is er aanleiding om te veronderstellen dat dat ook in Katwijk zal gebeuren?

5

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

De heer Van den Hoek licht toe dat elders de uitgaven voor huishoudelijke hulp toenemen. Een belangrijke factor daarin is het abonnementstarief. In Katwijk nemen de uitgaven daarvoor ook toe, maar in mindere mate. Hij kan dat verschil niet verklaren. Gezien de demografische opbouw in de gemeente ligt een verdere toename van de kosten in de Wmo wel voor de hand. De heer Van Tuijl zou graag willen weten welke toename in kosten in de Wmo kan worden verwacht. Valt er iets te zeggen over de huidige verschillen tussen andere gemeenten en Katwijk? De heer Van den Hoek antwoordt dat zichtbaar is dat inwoners van Katwijk minder snel en voor een geringer bedrag beroep doen op huishoudelijke hulp. Wat daar de achtergrond van is, weet hij niet. De toename in het beroep op huishoudelijke hulp in Katwijk na de invoering van het abonnementstarief is in lijn met wat in vergelijkbare gemeenten is gebeurd. De heer Van Tuijl verzoekt om in het veld navraag te doen of er een verklaring is voor dit verschil. Voor hem is de achterliggende vraag of inwoners de hulp ontvangen die zij nodig hebben. Hij vraagt hierover schriftelijk te rapporteren. Hij vraagt aan welke orde van grootte hij moet denken bij de verwachte stijging van kosten in de Wmo. De heer Van den Hoek ziet dat als een onderwerp voor een volgende bijeenkomst, waarin op de Participatiewet, Wmo en volksgezondheid zal worden ingegaan.

Zichtbaar is dat in de huishoudelijke hulp met 5% groei rekening moet worden gehouden. Hij ziet geen reden om eraan te twijfelen of inwoners de hulp ontvangen die zij nodig hebben. De toegang bevat geen hindernissen. De heer Van Tuijl wil niet speculeren. Er is een verschil geconstateerd en hij wil dat wordt onderzocht waar dat door komt. De voorzitter merkt op dat toezeggingen onder de verantwoordelijkheid van het college vallen. Daarnaast verzoekt hij om de bespreking vooral te richten op het thema Jeugd. Wethouder Van Starkenburg doet de toezegging dat de twee door de heer Van Tuijl gestelde vragen schriftelijk worden beantwoord. De heer J. van Duijn vraagt meer inzicht te verschaffen in de inkomstenkant. Wethouder Van Starkenburg doet de toezegging dat ook deze vraag schriftelijk wordt beantwoord. De heer De Vreugd was zich er niet van bewust dat de gemeente op dit moment een overschot op de Wmo heeft van ongeveer € 8 miljoen. Is er een kans dat het Rijk besluit de budgetten voor de Wmo anders te verdelen? De heer Van den Hoek weet dat sprake is van een komende wijziging in het verdeelmodel van het Gemeentefonds. De eerste berichten daarover zijn dat die voor Katwijk positief zullen zijn, maar de politieke behandeling is nog niet afgerond. De heer De Vreugd hoorde eerder in de presentatie dat de inkomsten niet of minder duidelijk zijn geoormerkt.

Is het Rijk op de hoogte van de overschotten die Katwijk boekt op de Wmo? Zou het verstandiger zijn om deze gegevens niet te delen? Wethouder Van Starkenburg wijst erop dat juist door het toekennen van een lumpsum niet exact valt te benoemen wat op welk onderdeel exact de inkomsten en uitgaven zijn. Om de door de raad gestelde vraag beter te kunnen beantwoorden is de verlaten eerdere systematiek in de presentatie in latere jaren

6

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

kunstmatig gehandhaafd. Alles bij elkaar genomen komt Katwijk flink tekort op het sociaal domein en daarom is het wenselijk dat het nieuwe verdeelmodel voor de gemeente gunstig uitvalt. Wethouder Van Helden vult aan dat de positieve en negatieve uitslagen de aanleiding zijn om te kiezen voor een andere verdeling van het Gemeentefonds. De gemeenten hebben de wens daartoe om die reden geagendeerd. Het is goed mogelijk dat de herverdeling voor Katwijk leidt tot minder geld voor de Wmo en meer voor jeugd. Mevrouw Brul sluit zich aan bij de vragen van de heer Van Tuijl. Op welke termijn gaat de herverdeling in? Wethouder Van Helden deelt mee dat het richtjaar 2023 is, maar er zijn veel factoren die dat moment beïnvloeden: gemeenten met tekorten proberen dat te vervroegen, de VNG voert gesprekken en binnenkort zijn er verkiezingen. Verder is bepaald dat er een ingroeiperiode van drie jaar komt om de gemeenten in staat te stellen om zich aan te passen aan de nieuwe verdeling. Hij verwacht in deze raadsperiode geen zichtbare effecten. De heer J. van Duijn heeft uit contact met de financieel specialist van zijn fractie begrepen dat de gehanteerde cijfers over 2020 de begrote kosten zijn. Is er al zicht op de werkelijke kosten? De heer Van den Hoek deelt mee dat daar enig zicht op is, maar dat een definitief overzicht op zijn vroegst over een maand beschikbaar komt.

Gemeenten zijn op basis van de informatievoorziening voor derden verplicht om informatie over uitgaven gedetailleerd te delen. De heer J. van Duijn acht het wenselijk om de andere wijze van presenteren van de gegevens in de toekomst voort te zetten. Is dat ook het plan? De heer Van den Hoek deelt mee dat dat steeds lastiger wordt omdat steeds meer sprake is van een lumpsum toekenning. Wethouder Van Helden licht toe dat de gedachte van het Rijk daarbij is dat de lokale politiek daardoor in de gelegenheid wordt gesteld eigen keuzes te maken. Dat heeft helaas ook tot gevolg dat het Rijk verzoeken voor verhoging van het budget voor de jeugdzorg teruglegt met het argument dat het gemeenten vrijstaat daar door prioritering meer geld voor vrij te maken. Uit het AEF-rapport blijkt echter dat gemeenten echt te veel moeten interen. Het debat in de raad zou steeds meer moeten gaan over de politieke keuzes bij het inzetten van het totaal van de middelen. Wethouder Van Starkenburg vat samen dat uit de cijfers naar voren komt dat voor het op langere termijn kunnen blijven aanbieden van kwalitatief goede jeugdzorg interventies nodig zijn. Mevrouw Wassenaar zal daar nader op ingaan. Aan het begin van de vergadering is gesproken over pgb en zorg in natura. Met 166 zorgaanbieders zijn afspraken gemaakt over zorg in natura.

De gemeente geeft de voorkeur aan dat aanbod boven een pgb omdat er goede kwaliteitsafspraken met die zorgaanbieders zijn gemaakt en er binnen de georganiseerde toegang tot de zorg meer toezicht op die trajecten kan worden gehouden. De wijkteams zijn ingesteld om de zorg laagdrempelig en goed bereikbaar te maken én om zicht te houden en te kunnen sturen op de kosten. Het college wil voor 2022 meer respijtzorg in een logeerhuis inkopen omdat dat aansluit op de doelen 'laagdrempelig' en 'dicht bij huis'. In mei 2020 is in de regio beslist niet akkoord te gaan met een tweede begrotingswijziging die het gevolg was van overschrijdingen van de afgesproken budgetplafonds. Aanbieders worden aan die afspraken gehouden, tenzij sprake is van hulp die niet kan wachten.

7

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Aanbieders realiseren zich dat er schaarste is. In de gesprekken over de afspraken voor 2022 wordt er met hen aan gewerkt om de benodigde transformatie in het zorglandschap tot stand te brengen. De doelen daarbij zijn dat jeugdhulp kortdurend en effectief is en dat de zorg langdurig in stand kan worden gehouden. De heer Dubbeldam hoort in gesprekken met zorgaanbieders dat de huidige opstelling ertoe leidt dat cliënten met een dringende behoefte aan hulp, in tegenstelling tot het motto van het college, wél tussen wal en schip vallen. Wethouder Van Starkenburg wijst erop dat in deze gevallen de 'nee, tenzij'-regeling geldt. Er wordt hulp verleend als er sprake is van een dringende hulpvraag. De heer Dubbeldam hoort dat het in de praktijk soms anders gaat en vraagt daar directe aandacht voor. De heer J. van Duijn heeft dezelfde zorgaanbieders gesproken. De jongeren waar het om gaat zijn al in zorg, bijvoorbeeld bij Cardea. Die instelling verwijst hen door als zij van mening is dat zij de noodzakelijke zorg niet kan bieden, maar die zorg kan niet worden betaald omdat er geen ketensamenwerking op financieel gebied is. Hij verzoekt na te gaan of de gemeente die ketensamenwerking kan faciliteren. Wethouder Van Starkenburg heeft regelmatig contact met Cardea en herkent het geschetste beeld niet.

Als een aanbieder niet over de expertise beschikt om een kind te helpen dient de aanbieder het snel door te verwijzen naar de juiste zorg. Een van de uitkomsten van het AEF-rapport is dat kinderen wel instromen maar dat de uitstroom uitblijft. Daar is meer samenwerking voor nodig. De heer J. van Duijn zou verwachten dat de aangestelde jeugdconsulenten daar zicht op hebben. Kan de gemeente meer inzetten op de ketensamenwerking, zodat aan jongeren de juiste zorg wordt geboden en tegelijkertijd de kosten niet stijgen? De voorzitter verwacht dat een aantal vragen in de komende presentaties aan de orde komt. De heer Dubbeldam vraagt of ouders worden ondersteund bij het aanvragen van pgb's. Zo niet, zijn er dan voornemens om dat te gaan doen? Wethouder Van Starkenburg wijst erop dat een aanvrager van een pgb budgethouder is en daarom wordt geacht in staat te zijn om alles wat daarbij hoort uit te voeren. Als dat niet het geval is, is het logisch om voor zorg in natura te kiezen. Mevrouw Wassenaar verzorgt in haar deel van de presentatie een toelichting op drie inhoudelijke maatregelen. De heer Dubbeldam vraagt waarom 'normaal gedrag' geen gespreksonderwerp kan zijn. Mevrouw Wassenaar denkt dat dat zeker een onderwerp kan zijn maar dat de bespreking daarvan op dit moment te veel tijd neemt. De heer J.

van Duijn meldt dat de voorbereiding van de rondetafelgesprekken over jeugdzorg vergevorderd is en dat daarin deze vraag aan de orde komt. Mevrouw Kuijt vraagt wat de reden is dat jongeren in specialistische zorg niet snel doorstromen. Mevrouw Wassenaar licht toe dat het systeem zo is ingericht dat de doorverwijzing naar specialistische hulp beschikkingsvrij is. Vaak wordt een doel van de behandeling benoemd, maar er worden geen dwingende afspraken gemaakt over de tijd of het aantal behandelingen waarbinnen dat moet worden bereikt.

8

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Mevrouw Kuijt vraagt of dat systeem zo kan en mag worden veranderd dat dat wel gebeurt. Mevrouw Wassenaar antwoordt dat dat mogelijk is, dat daar hard aan wordt gewerkt en dat het de intentie is dat de jeugdconsulenten dat gaan uitvoeren. De heer De Vreugd hoort in de casus 'Davina' dat op klachten die veel voorkomen, wordt gereageerd met het aanbieden van specialistische hulp en het inzetten van consulenten. Zijns inziens is dat een overtrokken reactie. Davina moet gewoon een hart onder de riem worden gestoken. Wat gaat hier mis? De voorzitter merkt op dat dit een oordeel is. Mevrouw Wassenaar benadrukt dat de cases verzonnen zijn. Wel blijkt hieruit dat er reden is om te spreken over de zojuist gestelde vraag: wanneer is gedrag zo problematisch dat er hulp moet worden ingezet? Wethouder Van Starkenburg is het daarmee eens. Een punt van overweging daarbij is ook wat specifieke ouders wel en niet aankunnen. Als tot het verlenen van hulp wordt besloten, dient die kort en gericht te zijn. De heer De Vreugd vraagt of het voorkomt dat kinderen met woedeaanvallen, somberheid en problemen door corona een specialistisch traject wordt aangeboden. Mevrouw Wassenaar merkt op dat er verschil is tussen de ene en de andere woedeaanval. Als ouders om hulp vragen omdat hun kind woedeaanvallen heeft, wordt hulp geboden.

Mevrouw Guijt vraagt of er voldoende praktijkondersteuners bij huisartsen (POH) specifiek voor de jeugd zijn aangesteld. Zij zijn kennelijk effectief bij het indammen van verwijzingen naar specialistische hulp. Mevrouw Wassenaar merkt op dat een groot deel van de verwijzingen naar specialistische hulp terecht is en dat het inzetten van een POH-jeugd alleen effectief is als sprake is van lichtere GGZ-klachten. POH's zijn een goede toevoeging, maar geen wondermiddel. De heer J. van Duijn vraagt in welke mate het aanbod aan passend onderwijs effect heeft op de vraag naar jeugdzorg. Mevrouw Wassenaar vat dit op als twee vragen. De gemeente en het onderwijs zijn erbij gebaat dat kinderen zo veel mogelijk naar eigen vermogen deelnemen aan het onderwijs en de samenleving. Als een school niet is toegerust voor het nakomen van de wettelijke of onderlinge afspraken op dat punt, moet aan die kwaliteit worden gewerkt. De vraag hoe groot bij achterblijvende kwaliteit – als daar sprake van is – het effect op de vraag naar jeugdzorg is, kan zij niet beantwoorden. De heer J. van Duijn wilde niet beweren dat dat niveau te laag is, maar in de presentatie kwam aan de orde dat er een verband is tussen niveau en de vraag.

Wordt een aanvraag voor passend onderwijs beoordeeld door de jeugdconsulent of wordt de gemeente daar alleen op hoofdlijnen bij betrokken? Mevrouw Wassenaar deelt mee dat de gemeente nauw is betrokken bij de ontwikkelingen in het onderwijs. Het onderwijs vormt een apart segment in het inkooptraject van contracten voor 2022. Het is een groeiproces om met onderwijs en gemeente tot arrangementen te komen over wie wat in het hulpaanbod doet. Jeugdconsulenten zullen in cases een belangrijke rol krijgen. Mevrouw Kuijt vraagt of er op dit gebied al sprake is van een omlijnd plan met doelstellingen voor de samenwerking met jeugd en de samenwerkingsverbanden.

9

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Mevrouw Wassenaar wijst erop dat het college in januari de onderwijsagenda heeft vastgesteld. Daarin staan de doelen op het gebied van onderwijs uitgebreid omschreven, ook in relatie tot jeugd en samenwerkingsverbanden. Wethouder Van Starkenburg deelt mee dat de samenwerkingsverbanden passend onderwijs voor ieder kind een passend arrangement samenstellen. In het voortraject wordt bij leerproblemen ondersteuning geboden door een jeugdconsulent of het wijkteam. Er zijn nauwe verbanden tussen jeugdhulp en passend onderwijs; de opgave van de gemeente is om met het onderwijs afspraken te maken in het inkooptraject en in de onderwijsagenda over de verdeling van verantwoordelijkheden en de organisatie. Mevrouw Guijt vraagt of het snel doorverwijzen naar jeugdzorg vanuit het passend onderwijs vaker voorkomt door het ontbreken van expertise of door gebrek aan middelen. Mevrouw Wassenaar denkt dat op veel onderdelen een ontwikkeling moet plaatsvinden waarin wordt bepaald wie waarvoor verantwoordelijk is en welke expertise daarvoor nodig is. Zij heeft geen inzicht in de financiën van samenwerkingsverbanden die verantwoordelijk zijn voor het passend onderwijs. De heer Krijgsman vraagt of de genoemde afstemming alleen regionaal plaatsvindt.

Is er een landelijke richtlijn? Mevrouw Wassenaar licht toe dat landelijk is gesignaleerd en opgepakt dat de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de Wet op passend onderwijs en de Jeugdwet verder moet worden uitgewerkt. Een zuiver juridische verantwoordelijkheidsverdeling is echter niet voldoende omdat kinderen bij een meningsverschil daarover tussen wal en schip vallen. Het is daarom relevant om regionaal en sub regionaal afspraken te maken in de eigen samenwerkingsverbanden. De heer Krijgsman veronderstelt dat er grote plaatselijke verschillen kunnen ontstaan. Een gezin zou daar na een verhuizing mee geconfronteerd kunnen worden. Mevrouw Wassenaar verwacht dat de verschillen niet heel groot zullen zijn en gaat ervan uit dat ook in andere regio's in het belang van het kind wordt gehandeld. Mevrouw Brul vraagt welke invloed de inzet van POH's en de samenwerking met de wijkteams hebben op de verwijzingsstroom. Mevrouw Wassenaar denkt dat de keus in verwijzing vooral afhangt van de aard van de problematiek die de huisarts vaststelt. Een POH kan goed bepalen of een specialistisch aanbod nodig is. De gemeente intensiveert het contact met de zorggroep, onder andere via de inrichting van het zorgdomein, om doorverwijzing via de gemeente te regelen als ook zorg aan het gezin als geheel nodig is. De heer J.

van Duijn vraagt naar het verband tussen de zwaardere rol van de consulent in het verwijzingstraject en de ketensamenwerking. Mevrouw Wassenaar verwacht dat de jeugdconsulent een meer sturende rol krijgt en zorg zal dragen voor een daadwerkelijke doorverwijzing: als blijkt dat aanbieder A vol zit, zal hij op zoek gaan naar aanbieder B. De heer J. van Duijn vraagt of dit zal leiden tot meer grip op het sturen op inzet van middelen doordat consulenten gerichte keuzes maken wat betreft de inzet van de diverse aanbieders. Mevrouw Wassenaar deelt mee dat het contractmanagement een zaak blijft van het TWO, maar dat er inderdaad meer zicht komt op de financiën en op wat welke aanbieder inzet bij welk soort hulpvragen.

10

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Mevrouw Kuijt leest dat veel organisaties een stop hanteren en hulp dan alleen mogelijk is als er sprake is van 'nee, tenzij'. Maar wat gebeurt er in die gevallen waarin er wel behoefte is aan hulp en er geen sprake is van een noodgeval? Mevrouw Wassenaar wijst erop dat alleen die aanbieders die hun budgetplafond hebben bereikt een cliëntenstop hanteren. Bij andere aanbieders kan men dus wel terecht voor hulp. Een andere maatregel is dat wordt gewerkt aan het stimuleren van uitstroom. Wethouder Van Starkenburg heeft al eerder benoemd dat aanbieders er, na het uitkomen van het AEFrapport en door het instellen van de 'nee, tenzij'-regeling, van zijn doordrongen dat uitbreiding van het budget geen optie meer is. Dat leidt ook tot meer bereidheid van hun kant om aan de noodzakelijke transformatie mee te werken. De gemeente is verplicht om noodzakelijke hulp te bieden. De 'nee, tenzij'-regeling is tijdelijk. In april zal het effect van alle interventies door de regionale portefeuillehouders worden besproken en komt aan de orde welke volgende stappen kunnen worden gezet. De heer J. van Duijn heeft van de meespreker vernomen dat de 'nee, tenzij'-regeling' niet met de aanbieders en hulpvragers is besproken.

Zou de gemeente die niet beter moeten uitleggen? Welke kaders worden gehanteerd om te bepalen of sprake is van 'tenzij'? Wethouder Van Starkenburg deelt mee dat de 'nee, tenzij'-regeling' is gecommuniceerd naar alle 166 gecontracteerde aanbieders. Op de ongeveer 120 aanbieders van pgb's heeft de gemeente minder zicht. De regeling is bekendgemaakt aan de budgethouders van pgb's en aan hen is gevraagd hun aanbieders op de hoogte te stellen. Mevrouw Wassenaar licht toe dat een richtlijn met criteria is opgesteld om te bepalen of sprake is van 'tenzij'. De jeugdconsulent en een gedragswetenschapper bij het wijkteam hanteren die. De heer De Vreugd vraagt inzicht te verschaffen in de daarin opgenomen criteria. Mevrouw Wassenaar zal met haar collega's overleggen of dat document zich leent voor openbare verspreiding. De heer J. van Duijn vraagt of onderzoek is gedaan naar de ervaringen van cliënten met de getroffen maatregelen. Mevrouw Wassenaar denkt dat dit een onderwerp kan zijn voor een volgende sessie. Een breed onderzoek is bij haar weten niet uitgevoerd; zij spreekt met enige regelmaat de contactpersoon van de zorggroep en weet dat die het onderwerp af en toe bij cliënten aan de orde stelt. In de wijkteams is dit ook een punt van aandacht. Mevrouw Kuijt had meer informatie over samenstelling en functioneren van wijkteams willen ontvangen.

Wethouder Van Starkenburg wijst erop dat deze informatie vindbaar in het jaarlijkse onderzoek dat plaatsvindt onder inwoners die aanspraak maken op de Wmo. Daarnaast wordt een evaluatie van de wijkteams voorbereid waarin ook aandacht aan de ervaringen van cliënten wordt besteed. De raad wordt daarover geïnformeerd. Mevrouw Kuijt brengt onder de aandacht dat het opheffen van de coöperatie per 1 juli dit jaar ook tot veranderingen zal leiden. Hoe wordt de raad daarover geïnformeerd? Wethouder Van Starkenburg deelt mee dat is besloten dat deze collega's direct bij de moederorganisatie worden gedetacheerd.

11

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Mevrouw Kuijt heeft dat gelezen, maar die tekst is heel summier. Wat zijn de gevolgen voor de gemeente, het personeel, de moederorganisaties? Wethouder Van Starkenburg verwijst naar de presentatie die in september 2020 is verzorgd. Het verdwijnen van de coöperatie leidt niet tot personeelsverloop en de zorgcontinuïteit en de aanwezigheid van de nodige specialisaties binnen de wijkteams worden gewaarborgd. Indien gewenst kan dit voorjaar nader op dit onderwerp in worden gegaan, eventueel gecombineerd met een bespreking van ervaringen van cliënten. Mevrouw Van Duijn (data-analist) verzorgt het deel van de presentatie over het dashboard jeugd. De heer J. van Duijn vraagt of het laatste overzicht zo moet worden gelezen dat van de jongeren met een niet-Westerse migratieachtergrond 4,4% een beroep op jeugdzorg heeft gedaan. Of staat er dat 4,4% van de jeugdigen een niet-Westerse migratieachtergrond heeft? Mevrouw Van Duijn deelt mee dat de laatste veronderstelling juist is. De heer J. van Duijn zou graag zelf ervaring met het dashboard op willen doen. Is dat mogelijk? Wat zijn praktische gebruiksmogelijkheden van al deze gegevens? Mevrouw Van Duijn deelt mee dat het dashboard bedoeld is voor intern gebruik. Mevrouw Wassenaar vult aan dat dit soort cijfers met verstand moet worden geïnterpreteerd. Vragen van raadsleden zullen met alle nodige duiding worden beantwoord.

Wethouder Van Starkenburg denkt dat er veel gebruiksmogelijkheden zijn, met inachtneming van de al geschetste zorgvuldigheid. De cijfers lenen zich voor analyses: van wat er gebeurt in de verwijzingen, van de samenstelling van gezinnen in de gemeente in relatie tot de zorgvragen. Deze informatie kan worden benut om bij te sturen. De heer De Vreugd vraagt hoe de informatie wordt verzameld en geactualiseerd. Is het mogelijk eens in de zoveel tijd een rapportage met duiding aan de raad aan te bieden? De presentatie was helder, maar ging zo snel dat hij niet alle gegevens heeft kunnen verwerken. Mevrouw Van Duijn deelt mee dat de informatie uit drie bronnen afkomstig is: CBS (jaarlijks), sociale verzekeringsbanken (over pgb's, maandelijks) en TWO (zorg in natura, maandelijks). Wethouder Van Starkenburg is van mening dat bestuurders in hun eigen rol moeten blijven. Tot op detailniveau meekijken is verleidelijk, maar in de P&C-cyclus legt het college al redelijk gedetailleerd verantwoording af. Daarin wordt ingezoomd op wat de plannen waren, wat daarvan terecht is gekomen en komt aan de orde of er moet worden bijgestuurd. Zij wil de medewerkers die dat verzorgen niet met nog meer werk belasten. Desgevraagd deelt wethouder Van Starkenburg mee bereid te zijn de raad informatie te doen toekomen over de gevolgen van het wegvallen van de coöperatie.

Informatie verstrekken over de wijkteams wil zij uitstellen tot na de zomer omdat die zwaar worden belast, onder meer doordat rechtstreeks contact op dit moment sterk is beperkt. De voorzitter formuleert onderstaande conclusie en sluit de vergadering.

12

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Het college doet de toezegging schriftelijk nader in te gaan op de achtergrond c.q. de redenen van het overschot op Wmo, vooral bij de Hulp bij het huishouden, waarbij expliciet wordt ingegaan op de inkomsten alsook op de uitgaven. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de mensen wel de zorg krijgen die ze nodig hebben. De commissie is voldoende geïnformeerd. 4.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 23.35 uur.

LOCATIE BURGERZAAL Aanwezig zijn 11 leden: de heer G.G. van Delft (SGP), de heer J.H. Haasnoot (KiesKatwijk), de heer J.W.C. de Mooij (CDA), de heer T. Reedijk (PvdA), de heer A. van Rooijen (DURF), de heer G.A.F. Schrijvers (Hart Voor Katwijk), de heer R.P. Slootweg (GemeenteBelangen), mevrouw P.S. Smits (Fractie Smits), de heer dr. A.J.H. Stegmann (VVD), de heer E. Tibben (D66) en de heer A. de Vries (ChristenUnie). Voorzitter: Griffier: Wethouder: Notulist: 5.

de heer Boland de heer Kruijt de heer Mostert de heer Kardux

Opening

De voorzitter opent de vergadering om 20.15 uur. 6.

Vaststellen van de agenda

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raadscommissie de agenda vast. INFORMATIEVE SESSIE 7.

Ontwikkeling Valkenhorst (1864118)

Er zijn geen insprekers. Wethouder Mostert geeft een presentatie over Valkenhorst. De presentatie is bij de stukken gevoegd. De heer Tibben vraagt de wethouder naar de mening van de Stichting Duinbehoud over de compensatie van stikstof, zoals Katwijk die voorstelt. De stichting heeft vooral bedenkingen over de interne saldering. De heer Slootweg stelt dat er voor de interne saldering boerderijen worden gebruikt, waarvan er een al lang niet in gebruik is. Die stikstofruimte is niet meer te gebruiken. Over dit soort zaken lopen al procedures in het land. Hoe gaat de wethouder hiermee om? De heer J.H. Haasnoot vraagt of het college bereid is om 100% circulair bouwen verplicht te stellen. Wethouder Mostert antwoordt dat circulair bouwen voor het stikstofprobleem niet zoveel oplevert. De negatieve effecten van de uitlaatgassen van auto’s hebben negatieve effecten op stikstof; dat lost circulair bouwen niet op. De bezwaren van de Stichting Duinbehoud zijn bekend. Gepoogd wordt zo veel mogelijk zekerheid te organiseren rond de oplossing voor stikstof. De gemeente kan dit zelf niet oplossen; daar zijn andere partijen voor nodig. Katwijk wil zo snel mogelijk bouwen, maar moet zich wel houden aan de regelgeving.

13

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

De heer Reedijk vraagt wanneer er wel zekerheid is. De heer Van Rooijen wil weten of de wethouder alleen naar interen salderen kijkt, of ook naar extern salderen. Wethouder Mostert zegt dat er pas volledige zekerheid is als de Raad van State-procedure afgerond is. Dan is het bestemmingsplan onherroepelijk. Er wordt ook naar andere oplossingen gekeken. Nu wordt geprobeerd de meest snelle en effectieve oplossing te realiseren om snel woningen te kunnen bouwen. De heer Reedijk heeft niet gehoord wat het antwoord is van de wethouder op het bezwaar van de Stichting Duinbehoud dat intern salderen volgens de wet niet kan. Volgens wethouder Mostert stelt de Stichting Duinbehoud, zonder de oplossing te kennen, dat het niet kan. De gemeente laat zich door, op dit gebied gezaghebbende, juristen adviseren. Het is complexe materie, die steeds verandert. Er kan nu geen garantie gegeven worden dat de voorziene oplossing 100% Raad van State-proof is. Die zekerheid is er pas na een uitspraak. Er moet contractueel worden vastgelegd dat de in het gebied aanwezige stikstof daadwerkelijk gesaldeerd zal worden op het moment dat het gaat plaatsvinden. De heer Tibben constateert dat de tijd voor de Raad van State-procedure bij de planning moet worden meegenomen. De heer Slootweg vraagt of de wethouder een plan B heeft als de Raad van State het niet goedkeurt.

Wethouder Mostert antwoordt alternatieve plannen te hebben, maar die kosten nog meer tijd. De raad heeft echter opdracht gegeven om zo snel mogelijk te gaan bouwen. De heer Reedijk vraagt hoe hard de cijfers zijn. Gaan die ook gerealiseerd worden? De heer De Mooij stelt dat de raad heeft ingestemd met 600 extra woningen. Dat zouden goedkopere woningen worden tot maximaal de NHG-grens. Deze grens is met 5% omhooggegaan. Wat gaat er gebeuren als er pas over 2 of 3 jaar wordt gebouwd en de NHG-grens op €350.000 of hoger zit? Moet er een maximumprijs komen i.p.v. de koppeling aan de NHG? Wethouder Mostert antwoordt dat het woningbouwprogramma keihard is; dat is in de samenwerkingsovereenkomst afgesproken. Er kan geen maximum aan de prijs worden gesteld. Er wordt geprobeerd om de bedoelde categorie zo veel mogelijk in aanmerking te laten komen. Niet alle producten zullen aan de top van de NHG-grens zitten. Het is contractueel niet meer mogelijk om nu af te toppen. De heer Van Delft vraagt of er een bepaalde verhouding zit in de 890 woningen in de betaalbare sector huur/koop. Wethouder Mostert antwoordt dat het nog niet helemaal is vastgelegd. Het gaat om zowel koop als huur. De heer De Mooij vraagt of het zou kunnen dat slechts een deel de NHG-grens gaat aanhouden. Als die grens steeds hoger wordt, kunnen veel mensen niet meer kopen.

De heer Reedijk wil weten wat de inzet is om woningen onder de NHG-grens te houden. De heer Tibben vraagt het soort woningen bij ‘overig’ toe te lichten.

14

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Wethouder Mostert zegt uit te gaan van de CPI-index, die lager is dan de gemiddelde loonstijging. De rente voor onder de NHG-grens ligt onder de 1%. Dat is gunstig voor het te lenen bedrag. Wat onder ‘overig’ staat, is aan de markt om te realiseren. De heer Reedijk vraagt of de verdeling binnen dat segment ook vastligt. Of wordt er over onderhandeld? Wethouder Mostert legt uit dat er een verdeling van de aantallen woningen binnen de segmenten wordt gemaakt. Het streven is een goede verdeling te maken. De belangen van de gemeente zitten zo veel mogelijk aan de onderkant en die van de ontwikkelaar aan de bovenkant. Het staat vast dat de woningen binnen de grens gerealiseerd worden. Het streven blijft om zoveel mogelijk woningen bereikbaar te maken voor mensen met een beperkte portemonnee. Het lijkt mevrouw Smits moeilijk haalbaar om de woningen voor de doelgroepen bereikbaar te houden als de NHG-grens blijft stijgen. De wethouder kan niet garanderen dat de hypotheekrente over 5 jaar nog zo laag is. Welke garanties kan de wethouder geven dat de 600 extra woningen voor de beoogde doelgroep beschikbaar komen? De heer Van Rooijen vraagt wie bepaalt hoe de voor Dunavie bedoelde woningen in de planning worden opgenomen. Wethouder Mostert legt uit dat de raad de doelgroepenverordening heeft vastgesteld.

Het is niet mogelijk dat een belegger of iemand met een bovenmodaal inkomen zo’n woning kan bemachtigen. In de doelgroepenverordening is vastgelegd dat die woningen bedoeld zijn voor mensen met een bepaald inkomen. Dunavie bekijkt samen met de ontwikkelaars wanneer welke woning opgeleverd gaat worden. Dunavie wil ook woningen in de lagere sociale huurklasse. Mevrouw Smits kent de doelgroepenverordening. Zij wil weten hoe ervoor wordt gezorgd dat de woningen betaalbaar blijven voor de mensen voor wie ze bedoeld zijn. Wethouder Mostert stelt ook in het kader van de woonagenda te onderzoeken of erfpachtconstructies een rol kunnen spelen. Daarbij moet gedacht worden aan koopstart, koopgarant. Onderzocht wordt wat de markt en de gemeente erbij zouden kunnen betekenen. Daar is ook de gemeenteraad t.z.t. bij nodig. De heer Schrijvers vraagt wat de invloed van de Crisis- en herstelwet op de bezwaarmogelijkheden is. Wethouder Mostert antwoordt dat er bij bezwaar direct naar de Raad van State wordt gegaan. Daarmee wordt een stap overgeslagen. De heer Stegmann noemt het verheugend dat er vanavond in openbaarheid wordt vergaderd. Hij vraagt in hoeverre het bestemmingsplan als ijkpunt vastligt in het tweede kwartaal van 2021. De heer De Vries stelt vast dat het bestemmingsplan groter is dan het vastgestelde stedenbouwkundig raamwerk.

Kan er eerst een bestemmingsplan worden vastgesteld en pas daarna een stedenbouwkundig raamwerk? Wat zijn de consequenties voor de raad en het bevoegd gezag voor dat gebied? Wethouder Mostert legt uit dat het vaststellen van het bestemmingsplan niet alleen aan Katwijk ligt, maar ook aan het RVB, BPD en de provincie. Die moeten allemaal tot overeenstemming komen. Het is zo hard als dat de handtekeningen op papier staan. Die staan nu nog niet op papier, maar er wordt hard aan gewerkt. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijkheid opgenomen dat het stedenbouwkundig raamwerk later komt. De raad stelt vast wat, waar komt.

15

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

De heer De Mooij complimenteert met het gereed hebben van het bestemmingsplan. Kan de wethouder meer communiceren dat Katwijk klaar is om verder te gaan? De heer Stegmann vraagt of de gemeente er inderdaad klaar voor is. Wethouder Mostert legt uit dat er verschillende projecten zijn en er verschillende contracten gesloten moeten worden, waarbij Katwijk een van de partijen of geen partij is. Het gaat over grote belangen en het moet juridisch heel precies. Het werk waar Katwijk als bevoegd gezag verantwoordelijk voor is – het maken van het bestemmingsplan – is gereed. Het bestemmingsplan is niet veel waard zonder de contracten en projecten. De heer J.H. Haasnoot vraagt of het bestemmingsplan eerst aan de grondeigenaar, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), moet worden voorgelegd voordat het naar de gemeenteraad gaat. Als de raad aan het door het RVB goedgekeurde bestemmingsplan iets zou veranderen, krijgt Katwijk dan met boeteclausules en strafmaatregelen te maken? Wethouder Mostert antwoordt dat het niet verplicht is om eerste de grondeigenaar toestemming te vragen, maar Katwijk het wel doet. Het is gebruikelijk om een bestemmingsplan in overleg met de grondeigenaar op te stellen. Als de raad het bestemmingsplan verandert, volgt er wel een discussie met de grondeigenaar; er is immers een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De heer J.H.

Haasnoot vraagt of het contractueel is vastgelegd dat eerst de zaken aan het RVB moeten worden voorgelegd, voordat het naar de gemeenteraad kan. Zijn er boeteclausules? Wethouder Mostert antwoordt dat Katwijk niet contractueel verplicht is om goedkeuring te krijgen van het RVB. Er zijn geen boeteclausules, maar er zou wel een discussie komen als de raad bijvoorbeeld zou voorstellen geen woningen te gaan bouwen. Het RVB betaalt de gemeente geld. Dat kunnen zij alleen als er woningen gerealiseerd worden. De heer J.H. Haasnoot vindt dat de wethouder het in het extreme trekt. De heer Slootweg vraagt of het juist is dat het stedenbouwkundig raamwerk voor de rest van het plan na het bestemmingsplan komt. Wethouder Mostert bevestigt dat het zo is. In het bestemmingsplan is een uitwerkingsplicht opgenomen. Er wordt voor een bestemmingsplan voor het hele gebied gekozen om de stikstof te organiseren. De verwachting is dat er een derde stedenbouwkundig raamwerk komt voor het deel waar nu de hangars staan. Mevrouw Smits zegt dat er 5000 ha is gereserveerd voor Unmanned Valley.

Wat gebeurt er met de rest, hoort dat ook bij het bestemmingsplan? In het kwaliteitshandboek is weinig groen ingetekend; is dat indicatief of echt zo weinig? Is er ruimte ingebouwd voor sport en recreatie? Of gebeurt alles in de Mient Kooltuin? Waarom is dat zo? Wethouder Mostert antwoordt dat er is afgesproken om 5 ha te reserveren voor Unmanned Valley. Dat wordt ook in het bestemmingsplan opgenomen. Mevrouw Smits vraagt wat er gebeurt als de ingetekende 5 ha niet wordt ingevuld. Wat gebeurt er met de overige ha? Wethouder Mostert antwoordt dan met elkaar het gesprek aan te gaan over woningbouw of andere bedrijvigheid. De wethouder gaat er echter niet vanuit; de animo is groot.

16

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

Per deelgebied wordt er conform de normen voor het groenbeleid aangegeven hoeveel groen er in dat gebeid moet komen, welke speelplaatsen en op welke afstand van de woningen. Mevrouw Smits ziet geen sport en recreatie; komt dat er niet? Wethouder Mostert antwoordt dat niet alle sport in de Mient Kooltuin komt; het is niet logisch om een nieuwe voetbalclub in zo’n wijk op te richten als er iets verderop al een voetbalclub zit. Het is logischer om de uitbreidingen bij Rijnvogels en Valken ‘68 te zoeken. Het is reëel om buitensport ook in de wijk te realiseren. De heer Van Rooijen zegt dat de gemeenteraad van Wassenaar heeft aangegeven betrokken te willen worden bij het bestemmingsplan. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Wethouder Mostert zegt bereid te zijn een buurgemeente een toelichting op het bestemmingsplan te geven. Alleen de gemeenteraad van Katwijk is het bevoegd gezag. De heer De Mooij herinnert eraan dat de Tweede Kamer en de minister Katwijk op de vingers tikten dat er niet gebouwd werd. Is de wethouder bereid om meer te communiceren dat Katwijk er klaar voor is? Wethouder Mostert is van plan de loftrompet te blazen als het bestemmingsplan wordt gepubliceerd. Eerst moet alles klaar zijn. De heer De Mooij noemt stikstof en ontsluiting.

Kan de wethouder de ontsluiting bij de Chinees toelichten? Hoe wordt het daar verder opgepakt? Wethouder Mostert legt uit dat in het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de weg de auto’s aankan. Als dat kan, is er geen probleem. Als het niet kan, moeten er maatregelen worden genomen. Daarover lopen gesprekken met de wegbeheerder, de provincie. Het is een iteratief proces, waarbij ook juristen een belangrijke rol spelen. Het is nodig dat er een busbaan en er een Rijnlandroute worden aangelegd. De voorzitter schorst de vergadering om 21.41 uur. De commissie is voldoende geïnformeerd. OORDEELSVORMENDE SESSIE 8.

Ontwikkeling Valkenhorst (1864118)

De voorzitter opent de oordeelsvormende vergadering om 21.50 uur. De heer Stegmann heeft geconstateerd dat per gehouden vergadering over Valkenhorst er 3,5 maand in de planning werd opgeschoven. De tervisielegging is opgeschoven tot het vierde kwartaal van 2021. Nu heeft de wethouder aangegeven dat de tervisielegging toch in het tweede kwartaal plaatsvindt. Daar heeft de heer Stegmann geen fiducie in. Kan Katwijk het wel aan? Is het niet verstandiger om dit project uit handen te geven? Alle landelijke politieke partijen willen meer regie op het gebied van bouwen. Er is sprake van een minister van Wonen. Waarom zou dat volgens de wethouder niet moeten en denkt de wethouder er sneller uit te komen als het Rijk de regie in handen heeft? De heer Reedijk vindt snel bouwen belangrijk. Het is belangrijk dat er zoveel mogelijk betaalbare huizen worden gebouwd. Er lopen nog onderhandelingen. Het is zorgelijk dat er nog over de afspraken onderhandeld wordt en er misschien minder betaalbare huizen komen. Snelheid mag nooit ten kosten gaan van minder betaalbare woningen. Het willen bouwen en bouwen, heeft er in 2020 al toe geleid dat er

17

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

minder betaalbare woningen zijn gebouwd. Hij geeft de zorg over betaalbare huizen mee aan de wethouder; hij moet blijven strijden voor betaalbare woningen, zoals afgesproken in de doelgroepenverordening. Ook het Rijk en de provincie moeten het snel bouwen van betaalbare huizen centraal stellen. De heer De Vries beaamt dat het een uitdagend project is. De vertraging ligt niet aan Katwijk, dat alles geleverd heeft. Een robuust bestemmingsplan is belangrijk; anders treedt er alleen maar meer vertraging op. De afspraken tussen partijen zijn nodig. Het is treurig dat er in Katwijk een fractie is, die in weerwil van de feiten, toch de schuld in de schoenen van de wethouder schuift, die steeds zegt hetzelfde na te streven: zo snel mogelijk bouwen. Dat wordt niet versneld door het nu uit handen te geven. Daar gaat de heer De Vries niet mee akkoord. De heer J.H. Haasnoot maakt bezwaar tegen het woningbouwprogramma; er wordt niet gebouwd voor de vraag. Slechts 20% huurwoningen; dat is niet conform de regionale woonvisie. 64% van de 5600 woningen is niet bereikbaar voor gewone mensen in de regio. De formulering is hier: zo duur als de markt maar toelaat. Het zijn Chinese toestanden; de democratie is terzijde gesteld. Het is het bevoegd gezag onmogelijk gemaakt zijn rol te vervullen. Omdat de heer J.H.

Haasnoot zijn rol als volksvertegenwoordiger op dit grootste dossier sinds de Tweede Werelddoorlog niet kan uitoefenen, overweegt hij om naar de rechter te stappen. Het is hem als gemeenteraadslid onmogelijk gemaakt om invloed uit te oefenen op deze kwestie. Zo is de democratie in Nederland niet bedoeld. Het is niet te verwachten dat de nieuwe volksvertegenwoordigers akkoord zullen gaan met deze gang van zaken en het asociale bouwprogramma dat eruit is gevolgd. De oude Kamerleden zijn misleid en onjuist geïnformeerd. Het baart de heer De Mooij zorgen dat er nog steeds niet gebouwd kan worden. De nood is hoog. Laat het RVB tempo maken. De oplevering van de eerste woning wordt steeds meer naar achteren geschoven. Nu is de verwachting eind 2023. Katwijk heeft altijd pal gestaan voor woningen voor de middenklasse. Een nieuwe wijk, met goede voorzieningen en een organische verbinding met Valkenburg, ruimte voor ontmoeting en een groene landschappelijke inpassing van de ruimte. Katwijk heeft alles op orde; er ligt een bestemmingsplan. Katwijk moet nu wachten op het RVB. Het is jammer dat de gemeente hierover weinig communiceert. De omgeving en de inwoners van Valkenburg moeten meer betrokken worden. Na de participatieavonden is het weer stil geworden. Het is onaangenaam om alles in beslotenheid te bespreken. De inwoners hebben recht op meer informatie.

Het RVB moet overeenstemming bereiken over stikstof met BPD. Als er overeenstemming komt, gaan alle partijen rennen. Het is de vraag of Katwijk dat kan bijbenen. Is het niet belangrijk naar buiten te brengen dat wij al maanden op anderen wachten? Het bouwen voor de middenklasse is belangrijk. De 600 extra woningen zijn bedoeld voor deze groep. De heer Slootweg wil graag aan de slag met het bouwen. De woningbouw wil maar niet vlotten. Het grote probleem is stikstof. Het verschraalt de biodiversiteit en brengt schade aan de natuur. Dat moet gecompenseerd worden. De partijen aan tafel denken dat met 2 boerderijen er voldoende ruimte is om dat te compenseren. Stikstof verloopt in de tijd; een boerderij is al 15 jaar niet in gebruik en kan niet worden meegenomen in deze stikstofruimte. Hoe wil het college deze verloren ruimte compenseren? Met de insteek naar de Mient Kooltuin wordt een stap gezet naar grootschalig compenseren, maar inwoners en ondernemers staan niet te springen om hun grond in te leveren voor natuur. De heer Slootweg zet grote vraagtekens bij het snel kunnen beginnen met het bouwen van woningen en hoopt dat de wethouder een goed plan B heeft. De heer Schrijvers stelt dat de Crisis- en herstelwet ervoor zorgt dat veel bezwaren aan de kant gezet worden en het werk kan doorgaan.

Er zijn extra woningen toegevoegd, maar wat schieten we er mee op? De NHG-grens blijft maar stijgen en de hypotheekrentes blijven niet altijd laag. Hij maakt zich zorgen over de boeteclausules. Gezien de houding van het RVB en de provincie vreest hij het ergste, de stikstofbalans is een uitdaging. Er zal minder moeten worden gebouwd; dan kan er minder stikstof worden uitgestoten. Waarom is de presentatie niet veel eerder openbaar gegeven? De bestemmingsplannen zijn bijna klaar en de burger weet nog van niets. Hij is het op veel punten met de heer J.H. Haasnoot eens en hoopt dat hij in de Tweede Kamer komt. Misschien worden er dan eindelijk stappen gezet.

18

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

De heer Tibben streeft ook naar spoedige woningbouw in Valkenhorst. De woningen zijn hard nodig. Het is frustrerend om te zien dat er keer op keer vertragingen ontstaan. Hij heeft geen spijt van de tijd die het kostte om het eens te worden over de mix van woningen. Hierdoor is bereikt dat een acceptabel aantal woningen voor middeninkomens betaalbaar zal zijn. Het hadden er best wel wat meer mogen zijn. De dichtbebouwde gebieden moeten groen worden, bijvoorbeeld door bij hoogbouw verticaal groen toe te passen. De verbinding tussen Valkenhorst en Valkenburg en de groene zone tussen Valkenhorst en Wassenaar blijft de aandacht eisen. Er zal op worden toegezien dat de wijk energieneutraal wordt. De voetganger en fietser komen op de eerste plaats en auto’s zijn te gast; niet te veel blik op straat. Een goede ontsluiting met openbaar vervoer is van belang langs de rand van de wijk, maar ook een secundaire buslijn door de wijk zelf. Katwijk doet er alles aan om van Valkenhorst een groene, duurzame wijk te maken. Dat zal niet anders worden als de regie elders zou komen te liggen. Mevrouw Smits complimenteert de heer Reedijk, wiens woorden omtrent betaalbaarheid en het betaalbaar houden van wonen zij onderschrijft. Er liggen forse uitdagingen voor verkeer en stikstof. Als die problemen opgelost worden, zal de planning worden gehaald met het ter inzage leggen van het bestemmingsplan.

Zij ziet geen reden om het project uit handen te geven aan een andere overheid of een minister van Wonen. Wat zou dat voor onze bevoegdheden gaan betekenen? Ook zij hoopt dat de heer J.H. Haasnoot in de Kamer komt, hoewel zij de voordelen ervan voor dit project niet ziet. Dat heeft het bij de provincie ook niet gedaan. De heer Van Rooijen zegt dat de tijdsdruk tot compromissen heeft geleid die niet altijd gunstig voor Katwijk waren. Nu staat het ter inzage leggen van het bestemmingsplan onder druk. Dat is niet te wijten aan Katwijk, maar aan het RVB en de projectontwikkelaar. Het is een slechte zaak dat deze partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over de stikstofvoorzieningen. Hij maakt zich zorgen over de impact hiervan op het bestemmingsplan en op de randvoorwaardelijke projecten zoals het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HVO) en de gebiedsontwikkelingen Zanderij en Valkenburgse Meer. Hogere kosten en een latere start van de woningbouw liggen in het verschiet. Vorige week sprak de gemeenteraad van Wassenaar over de uitgangspunten voor de groene zone. Daarbij kwam ook het bestemmingsplan van het Katwijkse deel aan de orde. Er werd unaniem een motie aangenomen om stelling te nemen tegen extra woningen, inclusief de 600 extra woningen in Valkenhorst.

De heer Van Rooijen krijgt steeds minder geloof in het samenwerkingsverband waarover de wethouder nog steeds spreekt, maar steunt het college in de realisatie van dit project. Een hardere opstelling tegen het eigenbelang van de verschillende partijen is gerechtvaardigd en gewenst. De heer Van Delft zegt dat er veel en goed werk is verzet in de afgelopen periode. De woningnood is nijpend. Daarom is het goed dat er zo snel mogelijk gebouwd gaat worden. Snelheid is geboden, maar ook zorgvuldigheid, vooral bij de stikstofproblematiek. Er is zorg over de betaalbare koop/huur sector. Daar is een nijpend gebrek. Hij geeft de wethouder mee daar extra aandacht aan te schenken. Hij is tevreden over het tot nu toe gevoerde beleid, gaat in vertrouwen verder en wenst de wethouder veel succes met de onderhandelingen met de andere partners. Wethouder Mostert dankt de commissie voor de goede woorden over het project. Een andere regienemer zou niet helpen. Katwijk heeft het werk gedaan, maar is afhankelijk van meerdere partijen. Er moeten nog contracten worden gesloten tussen het RVB en BPD, tussen BPD en Katwijk, tussen BPD en de provincie, tussen het RVB en Katwijk. Dat moet samen, in een constructieve sfeer, worden uitgevoerd met ieder zijn eigen belangen. Regie van het Rijk zou niet helpen. Het Rijk is er niet voor ingericht.

Wij hebben de lokale kennis die cruciaal is om een mooi dorp te realiseren. De partijen doen allemaal hun best, maar het is complex in Nederland, regelland. Het is te hopen dat een eventuele minister van Wonen kijkt naar de regels van het Rijk. Het is niet juist om te stellen dat Katwijk het niet kan. Het woningbouwprogramma voldoet niet aan de vraag; er zouden meer betaalbare woningen moeten komen. Als het aan het Rijk had gelegen, zouden er niet zoveel betaalbare woningen worden gerealiseerd. Als het aan de VVD had gelegen, zouden er geen 890 woningen, maar slechts 290 komen. De doelgroepenverordening moet ervoor zorgen dat de woningen in dat segment blijven. Voor stikstof is Katwijk niet de partij, maar het RVB. Die controleren of

19

Notulen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie van Katwijk op 11 maart 2021, nr. 1889893

zo’n vergunning klopt. De belangen van Katwijk worden geschaad als er in openbaarheid over de contracten wordt gesproken. Daarom heeft de wetgever voorzien in de mogelijkheid dat de gemeenteraad er in vertrouwen over spreekt. Hij is bereid om elke twee maanden een openbare sessie over het onderwerp te houden en de raad - en daarmee de inwoners van Katwijk - bij te praten over de voortgang van het project. Hij is helder naar Wassenaar; alleen de raad van Katwijk bepaalt wat er gebeurt in Valkenhorst. Hij blijft constructief met iedereen in gesprek, maar is helder over de verantwoordelijkheden. Participatie is belangrijk; daarom zijn er gesprekken met de klankbordgroep en mensen uit de samenleving, die nadenken over een mooie gemeenschap. De heer J.H. Haasnoot kan het niet eens zijn met de besluitvorming in de gemeenteraad, maar het democratisch proces vindt plaats. De meerderheid van de raad heeft besloten door te gaan met de woningbouw om de woningnood op te lossen. Hij neemt de handschoen op om samen met de raad en vele ambtenaren werk te blijven maken van snelle woningbouw. De ambtenaren verdienen een groot compliment voor al het werk dat zij verzetten. De heer Schrijvers merkt op dat het ook om het grondgebied van Wassenaar gaat.

Verplicht de Omgevingswet niet tot een goede samenwerking? Wethouder Mostert antwoordt dat het bestemmingsplan tot de grens van Wassenaar loopt en er niet overheen gaat. Het is noodzaak om samen het gesprek te voeren en dat gebeurt ook. Het is wellicht goed als de gemeenteraden van Katwijk en Wassenaar samen het gesprek voeren. Dat wil hij graag met zijn collega faciliteren. Wassenaar stelt het bestemmingsplan voor het grondgebied van Wassenaar op, Katwijk voor dat van Katwijk. De heer J.H. Haasnoot ontkent de suggestie van de wethouder dat hij niet voor woningbouw zou zijn. De privaatrechtelijke contracten zijn buiten de raad om gesloten. Daarin is alles tot in de kleinste details geregeld. De gebiedsvisie is door het Rijk gemaakt; de raad had er slechts een toetsende rol. Het bestemmingsplan moet door het RVB worden goedgekeurd; pas daarna mag het naar de raad. De gemeenteraad heeft niets in te brengen. De heer Slootweg stelt dat de wethouder duidelijk heeft gezegd dat de raad het bevoegd gezag is en het bestemmingsplan vaststelt. Het RVB hoeft dat niet vast te stellen. De heer J.H. Haasnoot zegt de geheime contracten gelezen te hebben. De heer Slootweg haakt af als de heer J.H. Haasnoot het over geheime contracten heeft. De heer J.H. Haasnoot zegt dat de raad het bestemmingsplan formeel afstempelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9992575/1