Raad 250619 (notulen)(vastgesteld)
Tekst van het document
Waarom kan die ondergrens hier niet worden toegepast? Er wordt wel genoemd dat dat punt onderzocht moet worden, maar ook daarbij wil de fractie wat meer houvast. Mevrouw Smit vindt dat je niet tegen dit voorstel kunt zijn, maar uiteraard is de wens dat het geld doelmatig zal worden besteed. De ChristenUnie zei al iets over andere vormen van energiebesparing. Het is goed te kijken of er ook andere en ook innovatieve maatregelen meegenomen kunnen worden in de regeling. Hoe flexibel is de regeling bij aanvragen voor maatregelen die zich nog niet voor de volle 100% bewezen hebben? Het is positief dat nu ook verenigingen of kerken subsidie kunnen aanvragen. Opvallend is inderdaad dat het aantal aanvragen niet is gestegen, maar afgenomen. De fractie sluit zich aan bij de vraag van de PvdA over de ondergrens en de verwachtingen voor dit fonds. De heer Schuurman is blij met dit voorstel om meer budget beschikbaar te stellen voor verduurzaming. Met de nieuwe regeling kunnen ook verenigingen, kerken en maatschappelijke organisaties een tegemoetkoming aanvragen en hun energielasten verlagen. De fractie is trots en blij dat zo tegemoet wordt gekomen aan de motie van DURF. Er zijn meer maatregelen op de lijst gekomen en de leenmogelijkheden worden verruimd. Toch zal ook dan het bedrag soms niet toereikend zijn.
DURF vindt dit een goede stap en is er voorstander van op de ingeslagen weg verder te gaan. Wethouder Spek constateert dat er brede steun is voor deze regeling. Naar aanleiding van de motie heeft het college werk gemaakt van een nieuwe regeling. Na de energiecrisis van enkele jaren geleden is de stimuleringsregeling voor particulieren open gesteld, met dit voorstel is diezelfde mogelijkheid er ook gekomen voor verenigingen, kerken e.d. Als er problemen ontstaan met terugbetaling van de lening zijn er verschillende stappen. Voor men een tegemoetkoming kan krijgen is er aan de voorkant een financiële toets. Mocht blijken dat terugbetaling moeilijk is, dan volgt er een gesprek over een betalingsregeling. Vaak zijn de besparingen op de energierekening echter zo groot dat de terugbetaling van de lening geen problemen oplevert. Het aantal verstrekte leningen was in het eerste jaar relatief hoog, op dat moment was de energiecrisis op het hoogtepunt. Dat aantal zakte even in, maar als je naar de jaren daarna kijkt is er wel degelijk weer een toename van het aantal aanvragen. Het college is daar blij mee, maar zal blijven monitoren hoe dit zich ontwikkelt. Warmtepompen vallen ook onder de regeling, wel is er nog enige discussie over de vraag of je dat moet blijven stimuleren.
Er werd gevraagd om een evaluatie, maar alleen al uit het feit dat het college regelmatig naar de raad is gekomen met voorstellen over de duurzaamheidsleningen blijkt dat dit ook binnen het college wordt geëvalueerd. Het is evenwel ook mogelijk een moment af te spreken voor een evaluatie. De regeling is nu ook opengesteld voor nietparticulieren als stichtingen en verenigingen. In de nieuwe regeling zijn er meer maatregelen op de lijst
21
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
gezet. Het lijkt erop dat er nog niet zoveel vraag is voor een tegemoetkoming voor waterbesparende maatregelen. Er wordt gewerkt aan een evaluatie van het effect van groene daken. In de regeling is er sprake van een ondergrens van € 2.500. Het college zou graag aansluiten bij het warmtefonds, ook qua percentage en rente die wordt berekend, maar de SVn wil niet van de huidige bedragen afwijken. Mocht het te zijner tijd mogelijk zijn daar wel iets aan te veranderen, dan zal het college dat zeker doen. Eerder is al eens geopperd een eigen duurzaamheidsfonds op te zetten buiten de SVn om, maar dat bleek organisatorisch erg ingewikkeld. Mensen met een laag inkomen kunnen overigens ook gebruik maken van renteloze leningen via het nationaal warmtefonds. Er is gevraagd om een overzicht van de duurzaamheidsleningen en het niveau waarop het fonds zit, alleen soms blijken de aanvragen opeens harder te lopen dan verwacht. Het is lastig dat goed in te schatten. Zo nodig komt er dan eerder dan verwacht een verzoek om geld te storten bij de raad. Wat wel kan is een prognose te geven van de stand van het fonds als de huidige trend zich voortzet. De heer Van Tuijl merkt op dat leningen afgelost moeten worden, maar de looptijd van die leningen kan verschillen en de tijd dat het geld terugkomt zal daardoor ook verschillen.
Het college vraagt nu om een bijstorting, dat is begrijpelijk, maar dan is het ook goed wat meer houvast te krijgen over de toekomst. Komt het college al over een half jaar weer met een verzoek om bijstorting of pas over enkele jaren. Ook is er de vraag waar je al die miljoenen vandaan moet halen als er nog niets is teruggestort. De fractie wil dus nu meer inzicht, en wil over een jaar als er meer duidelijkheid is over de tot dan toe aangevraagde leningen een nog beter overzicht. Kortom, de fractie wil enig gevoel houden over het gaat. De heer Schrijvers begrijpt die vraag. De gang van zaken doet hem enigszins denken aan hoe het ging bij de startersleningen. Wat is voor de PvdA het knelpunt? De heer Van Tuijl zoekt vooral naar meer inzicht. Het is voorstelbaar dat er door de wijzigingen in de regeling meer aanvragen komen en dat het geld er dus sneller uitgaat. Over een jaar is er waarschijnlijk inzicht in hoeveel organisaties gebruik willen maken van de leningen. Het gaat om een aanzienlijk bedrag. Duidelijk is dat de PvdA de duurzaamheidsregeling wil, maar de fractie wil ook weten wat het effect daarvan is op de gemeentelijke financiën en op de keuzes die je kunt of moet maken. De heer Schrijvers vraagt of het dan gaat om een soort winstwaarschuwing.
De heer Van Tuijl wil na een jaar weten welke organisaties en verenigingen hier gebruik van gaan maken, wat dan de verwachting is ten aanzien van de ontwikkeling van dit fonds. Hopelijk is er dan ook meer duidelijk over wanneer uitgeleende bedragen terug gaan komen richting gemeente. De heer Hoek zou dan ook graag horen of er leningen zijn gesloten waarbij betalingsachterstanden ontstaan. Mevrouw Smit wil ook graag weten voor wat voor soort duurzaamheidsmaatregelen leningen worden aangevraagd. Wethouder Spek stelt dat de duurzaamheidsleningen voor particulieren het minst spannend zijn. De afgelopen jaren is gebleken dat daar een bepaalde trend in zit. Daarnaast is er de stimuleringsregeling voor maatschappelijke organisaties en verenigingen. De vraag is hoe dat gaat lopen. Vaak heeft een dergelijke regeling een aanlooptijd nodig. Dit najaar zal er een eerste evaluatie zijn van het energieprogramma en dat wordt volgend najaar herhaald. Daarbij zou je dan ook meer informatie kunnen geven over deze stimuleringsregeling. De verwachting is dat er dan wel meer inzicht is in de vraag, in
22
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
eventuele betalingsproblemen en de ontwikkeling van het fonds. Over de isolatiemaatregelen rapporteert het college nu ook al regelmatig. De heer Van Tuijl wil enige verduidelijking van die toezegging. Wethouder Spek stelt dat het dan zal gaan over de aanvragers van leningen, het dan nog beschikbare bedrag en de verwachting voor de toekomst. Ook het soort maatregelen kan worden meegenomen. De heer Hoek hoorde een vraag van de heer Klok over de rekenrente en de gevolgen van een eventuele stijging. Loopt dan het risico voor de gemeente op? Wethouder Spek antwoordt dat dat altijd een risico is bij leningen. Mocht er opeens een grote afwijking zijn, dan zal dat bij de P&C-cyclus aan de orde komen. Op dit moment acht het college de risico’s aanvaardbaar. De heer C. Haasnoot merkt op dat de vraag aan de orde kwam waarom de gemeente niet actief campagne voert om mensen te laten overstappen op duurzame alternatieven zoals hybride warmtepompen, zeker ook met de netcongestie in het achterhoofd. Daarom is de fractie ook blij dat de thuisbatterij in de regeling zit. Als die goed werken, misschien kan ook daar dan campagne voor gevoerd worden. Wethouder Spek antwoordt dat het college de hybride warmtepomp, vooral als die kan worden gecombineerd met een thuisbatterij, zeker zal stimuleren. Nu wordt dat nog via de website onder de aandacht gebracht.
De heer Schrijvers merkt op dat er momenteel verschillende zaken spelen in Katwijk. Er is het warmtenet, er wordt gekeken naar allerlei andere technieken, er zijn hybride warmtepompen. In de komende jaren moet bij veel mensen de Cv-ketel vervangen worden. Als al die mensen gebruik gaan maken van de duurzaamheidslening, wat op zich mooi zou zijn, dan zal het potje snel leeg zijn. Is het niet verstandig even af te wachten welke technieken er komen in welke wijk in plaats van nu te stimuleren dat iedereen een hybride warmtepomp aanschaft, terwijl er binnenkort ook op andere manieren warmte de wijk in wordt gepompt. De heer C. Haasnoot wil mensen niet dwingen voor een bepaalde techniek te kiezen, er moet vrijheid zijn of je al dan niet gebruik wilt maken van het warmtenet. De heer Schrijvers meent dat het daar spaak loopt. Als je een wijk gaat aansluiten op het warmtenet, moet je niet ook nog eens een mogelijkheid bieden om dat niet te doen via een duurzaamheidslening voor een warmtepomp. Als je dat doet, komt dat warmtenet nooit van de grond. Daarom is het voor zijn fractie de vraag of die hybride warmtepomp wel thuishoort in dit pakket. Misschien zijn er duurzamer oplossingen. Mocht over 2 of 3 jaar blijken dat het warmtenet er niet komt, dan zou je alsnog kunnen besluiten die warmtepomp aan te bieden. De heer C. Haasnoot wil mensen keuzevrijheid bieden.
Bij het warmtenet zullen mensen afhankelijk zijn van één aanbieder. Over de vraag wat er moet gebeuren als het potje leeg is, moet de fractie nog meer nadenken.
23
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
De heer Schrijvers heeft begrepen dat het college heeft gezegd dat gebruik van het warmtenet voor inwoners niet duurder mag worden dan de kosten van “gewone” gasrekening. De heer C. Haasnoot wijst erop dat het in de praktijk heel lastig blijkt huizen van het gas af te krijgen, het loopt nog wel eens spaak als men een warmtenet aan wil leggen. Daarom wil zijn fractie dat er voor inwoners een keuzemogelijkheid blijft. De voorzitter meent dat de fracties voldoende hebben overlegd. Hij formuleert onderstaande concluse en sluit de sessie om 21.30 uur. Het college doet de toezegging om in het najaar bij de evaluatie van het energieprogramma, na de zomer van 2026, evaluatiegegevens aan te bieden over de gebruikers, het budget, de verwachte toekomstige ontwikkeling van het fonds en het soort maatregelen van de stimuleringsregeling. De commissie adviseert de raad het raadsvoorstel zonder nadere beraadslaging te agenderen in de volgende raadsvergadering.
VERVOLG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD RAADZAAL [De heer A.Z. van Helden MA (CDA), de heer M.J. Kroon (DURF), de heer D.J. Oudwater (CDA) en de heer B. Tensen MSc MA (CDA) komen ter vergadering.] 12.
Heropening van de vergadering
De voorzitter heropent de vergadering om 22.07 uur. 13.
Vaststelling van de agenda van het vervolg van de vergadering van de raad
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de voorliggende agenda van het vervolg van de vergadering vast. HAMERPUNT 14.
Zienswijze Geactualiseerde Regionale Huisvestingsverordening (3696602)
De heer Tensen legt een stemverklaring af. De fractie heeft tijdens de behandeling in de commissie een punt gemaakt over de middenhuur en de transparantie en was voornemens een aanscherping in te dienen. Maar de fractie stelde dat Katwijk ook het goede voorbeeld kan geven. De toezegging van het college dat er een evaluatie komt na een paar jaar heeft hem ertoe doen besluiten af te zien van een wenselijke aanscherping. Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 14a.
Valkenburgse Meer (3689419)
24
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
De heer L.M. van der Plas stelt dat de wieken van de ambtelijke molen soms wat langzaam kunnen draaien. Dat is niet altijd verkeerd. Immers, zaken moeten zorgvuldig worden uitgezocht, participatie moet worden geregeld e.d. Maar wat het Valkenburgse Meer betreft lijken verdere onderzoeken, scans, verkenningen en besprekingen inmiddels ongewenst. Tweeënhalve maand geleden werd een noodverordening ingesteld (zonder einddatum) voor het gehele Valkenburgse Meer en aanliggende paden. Een alleszins begrijpelijk besluit op dat moment. Maar een noodverordening is volgens de Gemeentewet bedoeld voor acuut gevaar, waarvan geen sprake meer lijkt te zijn voor wat betreft het hele meer. Het is gebleven bij de eerste oeverafkalving en ook het rapport van half april meldde dat de situatie stabiel was. Vandaar de oproep de noodverordening in te trekken en deze desnoods te vervangen door restricties dan wel een noodverordening voor de locatie waar sprake kan zijn van acuut gevaar. De huidige noodverordening heeft verregaande consequenties voor ondernemingen, vrijwilligers en bezoekers. Vandaar onderstaande motie, die zou moeten ingaan na afronding/analysering van het lopende bodemonderzoek.
Motie Heropen het Valkenburgse Meer! De raad van de gemeente Katwijk, in vergadering bijeen op 19 juni 2025, Constaterende dat: a) Sinds 4 april 2025 een noodverordening geldt op, en deels rondom het Valkenburgse Meer; b) Deze noodverordening is ingesteld na een plotselinge verzakking van een deel van de oever; c) In artikel 176, eerste lid van de Gemeentewet over de noodverordening wordt vermeld: “Wanneer een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich voordoet, kan de burgemeester algemeen verbindende voorschriften geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken. Hij maakt deze voorschriften bekend op een door hem te bepalenwijze.”; d) In het op 10 april 2025 door de raad bekrachtigde voorstel ter toelichting door de burgemeester wordt aangegeven: “Omdat de afkalving nog niet gestabiliseerd is en er daarom rekening moet worden gehouden met verdere afkalving, is de situatie ter plaatse onveilig wat een direct gevaar oplevert voor de gebruikers en bezoekers van dit gebied. Dit acute gevaar maakte het noodzakelijk dat er zo spoedig mogelijk maatregelen werden genomen.
Gelet hierop heb ik op 4 april 2025 een noodverordening als bedoeld in artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld.”; e) Uit een eerste rapport van Deltares, van 15 april 2025, onder meer het volgende naar voren komt: "[...] Omdat in het Valkenburgse Meer dit eindprofiel nu is bereikt, ligt het niet in de lijn van de verwachting dat de schade langs de rand van de zandwinput en aan de waterkering nog verder zal toenemen. Kleine lokale instabiliteit van de lokaal zeer steile taluds kan niet worden uitgesloten. “?; f) Het voor de nabijgelegen surfschool, waarvan de activiteiten navenant zijn stilgevallen en die door de financiële gevolgen om dreigt te vallen, noodzakelijk is om weer activiteit op een deel van het meer te kunnen ondernemen; g) Stoomtrein Katwijk-Leiden fors minder bezoekers trekt en aangeeft geholpen te zijn wanneer de rijmogelijkheden worden vergroot, in ieder geval van en naar het museumdepot aan de Voorschoterweg; h) Tot slot ook de aan het meer gevestigde brasserie te maken heeft met een stevig omzetverlies; i) De gemeente op 12 juni 2025 resultaten heeft ontvangen van een bodemonderzoek, welke thans door een externe partij nader worden geanalyseerd; j) Het college van burgemeester en wethouders op 18 juni 2025 per brief heeft laten weten dat deze analyse ten uiterste op 27 juni 2025 is afgerond; k) De burgemeester van zins is hierna de analyse verder te
bespreken in het provinciale projectteam, met daarin de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Rijnland, de gemeenten Wassenaar en
25
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
Katwijk, het consortium van ingenieursdiensten en Xella, vooraleer verdere conclusies te trekken en al dan niet over te gaan tot een “afschaling dan wel opheffing van de noodverordening. “; l) De burgemeester als bestuurlijk orgaan uiteindelijk zelfstandig besluit tot de instelling, en dus ook de intrekking van een noodverordening. Overwegende dat: a) Een noodverordening een zeer verstrekkende bevoegdheid van de burgemeester is, waarbij uiterste terughoudendheid betracht moet worden bij de inzet hiervan, alsmede doorlopende afweging of de inzet van het middel nog proportioneel is in verhouding tot het acute gevaar; b) De gevolgen van de huidige, zeer ruim ingestelde noodverordening desastreus zijn voor in de nabijheid gevestigde ondernemers; c) De normaliter vele recreanten op en rondom het Valkenburgse Meer tevens gedupeerd worden; d) Er na tweeënhalve maand van stabiliteit er van acuut gevaar op en rond een groot deel van het Valkenburgse Meer allang geen sprake meer lijkt te zijn en de vergaande noodverordening dus zo snel als mogelijk ingeperkt moet worden; e) Ondernemers niet kunnen wachten op rapport na rapport, analyses en verdere afstemming met tal van partijen; f) De ruim twee weken tijd die is uitgetrokken voor de analyse van de resultaten voldoende moet zijn om tot een gedegen afweging te komen voor welk gebied het zware middel dat de noodverordening is Écht
noodzakelijk is, al dan niet in afstemming met betrokken stakeholders. Verzoekt de burgemeester om de noodverordening, met inachtneming van de analyse van de resultaten van het bodemonderzoek met het provinciale projectteam, zo snel mogelijk, doch uiterlijk op 27 juni 2025 in te trekken en zo nodig te vervangen door een noodverordening beperkt tot het gebied waar acuut gevaar geldt. w.g., L.M. van der Plas B. van der Plas R.P. Slootweg C. Tawfik M. Kroon M. van Tuijl De heer L.M. van der Plas begrijpt dat de burgemeester wil schakelen met andere stakeholders en partijen maar dringt erop aan dit onverwijld parallel op te pakken in afwachting van de resultaten van het bodemonderzoek. De indieners vinden dat zeer snel handelen absoluut is vereist en dat er in de week van 23 juni een besluit wordt genomen op basis van de analyse. De heer Klok ondersteunt de motie maar vraagt zich wel af wat deze motie toevoegt gezien de uitspraken van de burgemeester tijdens de commissievergadering, die zich immers toen al achter deze wensen schaarde. De heer L.M. van der Plas verwijst naar de collegebrief, waarin staat dat de analyse binnen twee weken plaatsvindt, maar tevens dat daarover nadien -zonder deadline te noemen- nog zou worden overlegd met diverse partijen (provincie, hoogheemraadschap, Wassenaar e.d.).
Het is aannemelijk dat een dergelijke route de nodige weken in beslag neemt, hetgeen de indieners niet willen. Zij willen dat er nu een besluit wordt genomen, dus laat de analyse parallel lopen met de gesprekken met andere partners en regel het.
26
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
De heer Oudwater vraagt of de noodverordening toch moet worden beperkt als de resultaten van het onderzoek uitermate negatief blijken te zijn. De heer L.M. van der Plas zegt dat de bewoordingen nauwkeurig zijn gewogen omdat het theoretisch mogelijk is dat uit de bodemanalyse blijkt dat in het volledige gebied waarop de noodverordening van toepassing is, acuut gevaar dreigt. Mocht dat zo zijn, dan dient deze te worden gehandhaafd. Daarom wordt aan de burgemeester de ruimte geboden om die afweging met andere partners te kunnen maken. De indieners laten het uiteraard aan de experts. De heer J.H. Haasnoot stelt dat het oplossen van de noodsituatie ter plekke wat hem betreft van acute aard is. Maar de door hem in te dienen motie betreft de impact van de zandwinning, wat al aanzienlijk langer speelt en waarover al langer zorgen bestaan, bij meerderen. Deze is niet te combineren met de andere aanstaande functies. Uit de media kan worden opgemaakt dat de provincie niet bereidwillig lijkt om te bewegen. Vandaar de intentie om met een motie de uitlatingen van het college te ondersteunen, zodat er op langere termijn een einde kan komen aan deze zandwinning. De daarvoor benodigde argumenten dienen onafhankelijk en deskundig te zijn verzameld. Vandaar het verzoek om een maatschappelijke kosten-batenanalyse of een ander (door het college zelf in te vullen) onderzoek.
Motie Onderzoek naar impact zandwinning op de gewenste functies van het Valkenburgse Meer en omgeving. De raad van de gemeente Katwijk, bijeen op donderdag 19 juni 2025, Constaterende dat: a) De ambitie van de gemeente Katwijk, om maatschappelijk nuttige c.q. noodzakelijke functies van het Valkenburgse Meer en directe omgeving t.b.v. recreatie, natuurbeleving en mogelijk op termijn ook wonen, voor de regio te ontwikkelen c.q. te versterken, wordt gehinderd of onmogelijk gemaakt door de permanente zandwinning ter plaatse die tot op extreme diepte is toegestaan; b) Grote delen van het oevergebied, die nodig zijn voor deze functies, al verdwenen zijn of nog zullen verdwijnen of niet toegankelijk zijn, daarnaast een belangrijke fiets- en wandelroute gevaar loopt, en vervolgens dat er mogelijk sprake is van zout kwelwater door de extreme uitdieping van het meer; c) Vroegere calamiteiten en de recente grote oever afschuiving laten zien dat de jarenlange zandwinning niet zonder schade of gevaar is; d) Zandwinning en een volledige realisatie van de gewenste functies op het gebied van wonen natuurbeleving en recreëren aldus met elkaar in tegenspraak lijken te zijn; Overwegende dat: a) Gezien de geplande woningbouw op de projectlocatie Valkenburg, binnen een al reeds zeer dichtbevolkt gebied met te weinig recreatiemogelijkheden, de voorgenomen ontwikkelingen rond het Valkenburgse Meer
een hoge urgentie hebben; b) Deze urgentie nog eens extra versterkt wordt door de noodzaak de recreatieve druk op de duingebieden (Natura 2000) en het Panbos beheersbaar te houden. c) In het kader van de toekomstplannen van de gemeente, het voorkomen van onveilige situaties, en in het kader van de bescherming van het milieu, waterveiligheid, waterkwaliteit en de belangen van onze huidige en toekomstige inwoners, er snel duidelijkheid moet komen m.b.t. de impact en de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de zandwinning in het Valkenburgse Meer;
27
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
Verzoekt het college: a) Een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de gevolgen, waaronder gevaren en milieubezwaren van de voortgaande zandwinning, zoals ondermijning van de ondergrond, verzilting, e.d.; b) Dit onderzoek te koppelen aan een maatschappelijke kosten-batenanalyse van voortgaande zandwinning versus het beëindigen hiervan op korte termijn; c) De juridische en bestuurlijke mogelijkheden te onderzoeken die ons ten dienste staan om een einde te kunnen maken aan de zandwinning indien uit het onderzoek en adviezen daaromtrent blijkt dat het gewenst is de zandwinning te beëindigen; d) Belanghebbenden zoals Dunea, Rijnland, de provincie Zuid Holland, ondernemers en omwonenden bij dit onderzoek te betrekken; w.g., J.H. Haasnoot De heer Kroon wijst erop dat deze motie recentelijk al is besproken en dat de timing niet opportuun werd geacht, hoewel er wel draagvlak voor de motie zelf leek te bestaan. Het aanhouden van de motie tot een later moment werd toen geadviseerd. Waarom is de motie op dit moment weer ingediend? De heer J.H. Haasnoot zegt dat naar zijn beste weten deze motie toen helemaal niet is besproken en wegens tijdgebrek ook niet in stemming is gebracht. Hij vindt zelf de timing juist uitstekend: beter kan niet. Hij verwijst naar de ellende die de zandwinning zijns inziens lijkt te veroorzaken.
Dus steun het college nu en zeg dat de zandwinning moet stoppen en dat ter onderbouwing onderzoek wenselijk is. Waarom langer wachten? De heer Kroon meent dat de heer Haasnoot toentertijd op het laatste moment besloot de motie in te trekken of aan te houden. Deze is inderdaad niet in stemming gebracht. Maar de zandwinning ligt stil. De motie vraagt om een onderzoek terwijl niet bekend is of de zandwinning überhaupt nog wordt opgestart. Vandaar dat DURF vraagt of de motie niet kan worden aangehouden. Ook wil de fractie weten wat het standpunt is van het college. De heer J.H. Haasnoot vindt de argumentatie van de heer Kroon vaag. Hij wil het oordeel laten aan de individuele gemeenteraadsleden. Het lijkt erop dat DURF de zandwinning in stand wil houden, hoewel hem bekend is dat dit niet het geval is. Dus roept hij op de motie unaniem aan te nemen om een duidelijk signaal af te geven aan de provincie. De heer B. van der Plas memoreert uitspraken van het college over hun voorkeur voor het afbouwen van de zandwinning. De in de motie geformuleerde onderzoeksvraag vindt de ChristenUnie vaag. En wie gaat dit dan betalen? De gemeente zelf? Gezien alles wat al loopt (Boskalis, provincie). De heer J.H. Haasnoot benadrukt dat het niet de intentie is om argumenten te verzamelen om tegen de zandwinning te zijn.
Er wordt gevraagd om een onafhankelijk onderzoek om op basis van deskundige en wetenschappelijke inzichten de voor-en nadelen in kaart te brengen. De maatschappelijke effecten kunnen via een kosten-batenanalyse in cijfers worden vertaald. De uitkomsten zouden in theorie kunnen zijn dat de zandwinning kan doorgaan, hoewel KiesKatwijk dit niet verwacht. De heer B. van der Plas vindt de uitspraak van het college (voorkeur voor einde aan de zandwinning) sterker dan de optie dat het voortzetten van de zandwinning mogelijk toch kan doorgaan op basis van het onderzoek. Wat wil de heer Haasnoot nu precies? En wie gaat het onderzoek betalen?
28
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
De heer J.H. Haasnoot zegt dat het voor de inwoners van met name Valkenburg en de bezoekers belangrijk is dat er een einde komt aan de zandwinning ten behoeve van de vele beoogde functies, die nu slechts beperkt mogelijk zijn. Hij vindt dat dit Katwijkse belang moet worden ondersteund, ook met noodzakelijke financiën, die naar hij aanneemt beperkt kunnen blijven. De heer B. van der Plas vraagt wat een dergelijk onderzoek volgens de heer Haasnoot zal gaan kosten. De heer J.H. Haasnoot antwoordt enkele tienduizenden euro’s. Die zijn zeker nog ergens te vinden. De heer L.M. van der Plas mist in het dictum een termijn. Wat zou de heer Haasnoot ervan vinden als het college het idee overneemt maar het een aantal jaren uitstelt. De heer J.H. Haasnoot zegt dat het college is samengesteld uit deskundigen en een dergelijke uitspraak dus op basis van goede argumenten zal doen, waar hij zich vervolgens door laat overtuigen. De heer L.M. van der Plas zegt dat de motie wat hem betreft dan de status heeft van een ‘steuntje in de rug’ en zonder termijn door het college licht kan worden opgevat. De heer J.H. Haasnoot ziet geen argument om zo’n onderzoek op de lange baan te schuiven. De timing laat hij aan het college, zoals al betoogd.
De heer Klok vraagt zich af of de motie niet aan kracht wint door de indiening op te schorten totdat binnenkort mogelijk onomstotelijk is vastgesteld dat de zandwinning de oorzaak is. Dat wordt verondersteld maar staat nog niet vast. De heer J.H. Haasnoot zegt dat dit zal blijken en de uitkomsten dan al dan niet de motie zullen ondersteunen. Hij roept de gemeenteraad op door te pakken. De heer Klok stelt dat het nu een goed moment kan zijn de motie in te dienen. Maar het uitstekende moment komt over een week. De heer B. van der Plas zegt dat zijn fractie de eerste motie mede heeft ingediend, ook omdat hij ondernemers niet meer kan uitleggen waarom zij niet meer kunnen ondernemen, varen en rijden. Wat betreft de motie van KiesKatwijk adviseert hij het standpunt van het college af te wachten nu het onduidelijk is wat de provincie, Boskalis e.d. al doen en of er al onderzoeken lopen. Het lijkt hem niet wijs om zaken dubbel te doen en daar geld aan te besteden. De voorzitter reageert namens het college op de eerste motie, over de noodverordening. Het onderwerp is onlangs al besproken in de commissie en het college stuurt brieven aan de provincie en het waterschap, waarin wordt aangedrongen op actie en uitspraken over de compensatie. Het kwam de voorzitter ter ore dat er meer duidelijk is over het onderzoek en 19 juni vond ambtelijk overleg plaats en volgt er bestuurlijk overleg.
Alle partijen (Katwijk, Wassenaar, provincie en waterschap Rijnland) hebben overlegd. Op basis van de analyses is veel maar nog niet alles duidelijk en wil men er nog een weekend over kunnen delibereren. 23 juni wordt het overleg vervolgd. Dan wil hij helderheid van andere partners over het vervolg. De eindfase is aanbeland. En ondernemers en het smalspoor worden deze avond ook geïnformeerd over het proces. Een goed vervolg is in het belang van alle partijen. Vandaar dat de duidelijkheid nu nog ontbreekt. Maar ook hij vindt het allemaal te lang duren, vandaar dat hij er ‘bovenop
29
Notulen van de openbare vergaderingen van de raad en de raadscommissie van Katwijk op 19 juni 2025, nr. 3736622
zit. Na maandag zal geprobeerd worden een helder vervolg op te stellen. Hij wil de motie in die trant ook oppakken en hoopt voor 26 juni een besluit te kunnen nemen over de noodverordening. De Provincie is het aanspreekpunt voor compensatie.
Het lijkt hem raadzaam geen verdere stappen te nemen totdat de resultaten bekend zijn. De heer L.M. van der Plas dankt voor deze ‘druk op de ketel’. Vorige week bleek dat de compensatie door de provincie nog niet soepel verliep. Is de gemeente bereid hiervoor aandacht te vragen tijdens het bestuurlijk overleg? Als extra zetje. De voorzitter is hiertoe zeker bereid. Hij heeft de gedeputeerde bijvoorbeeld al met klem verzocht om een aanvraag snel in behandeling te nemen. Maandag zal hij deze oproep hervatten als daarvoor signalen zijn ontvangen. De heer Oudwater zegt hierop tijdens het commissieoverleg ook al te hebben aangedrongen op actie van gemeentewege. Kan de burgemeester een tipje van de sluier oplichten voor wat betreft de uitkomsten? De voorzitter houdt zich aan de gemaakte afspraken. Maandag verwacht hij duidelijkheid en dan kunnen de stukken worden vrijgegeven. Wethouder Mostert vindt de oproep in de motie van KiesKatwijk zeer helder en die wil het college ook graag uitvoeren omdat deze in lijn ligt met hetgeen het college wil, zij het in de juiste volgorde. Het juiste proces moet worden doorlopen: eerst de oorzaak onderzoeken en de uitkomsten afwachten. Vervolgens dienen er goede afspraken te worden gemaakt over het herstel en parallel daaraan kan het onderzoek worden opgestart met Dunea, provincie, Rijnland, Wassenaar en Leiden.
Als de motie op die wijze kan worden geïnterpreteerd (in de juiste volgorde en op het juiste moment)
wordt aldus gehandeld. Het is plezierig als de heer Haasnoot dit het college toevertrouwt. De oproep ervaart het college als steun in de rug, waarvoor dank. De heer J.H. Haasnoot complimenteert zijn collega’s voor de vondsten voor hun terughoudendheid. Het college is wat dat betreft toegankelijker en heeft toegezegd zijn wensen te zullen inwilligen, in zijn eigen tempo. Kortom, de motie heeft haar uitwerking niet gemist en mogelijk kan deze ter lering dienen van de collega's. Deze trekt hij dan ook in. Zonder hoofdelijke stemming neemt de raad de motie Heropen het Valkenburgse Meer! aan. De motie Onderzoek naar impact zandwinning op de gewenste functies van het Valkenburgse Meer en omgeving wordt ingetrokken. 15.
Sluiting
De voorzitter spreekt het ambtsgebed uit en sluit de openbare vergadering om 22.35 uur.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 10 juli 2025. Degriffier
De voorzitter
|
é(