CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Startnotitie Proces tot standkoming Nota Omgevingskwaliteit (37010330)

Raad 10 juli 2025, gemeente KatwijkBij agendapunt: Startnotitie Nota omgevingskwaliteit1.750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad startnotitie: Proces totstandkoming Nota Omgevingskwaliteit

Startnotitie – Proces totstandkoming Nota Omgevingskwaliteit Datum: 1 mei 2025 Opsteller: Gemeente Katwijk – Beleid Fysieke Leefomgeving Contactpersoon: M. van der Poel, T Linger en S. Wobbes

Inhoudsopgave 1.

Inhoudsopgave

2

2.

Inleiding

3

3.

Aanleiding en doel

3

4.

Wettelijke context

4

5.

Waarom deze nota noodzakelijk is

4

6.

Waarover maken we keuzes?

5

7.

Participatie en expertgroep

5

8.

Proces en planning

6

6.

Middelen en inzet

7

7.

Vervolg

7

Bijlage 1: Voorlopige inhoudelijke opzet van de Nota Omgevingskwaliteit

8

1. Inleiding Met deze startnotitie wordt het proces beschreven voor het opstellen van de Nota Omgevingskwaliteit. Deze nota vormt een integraal beleidsdocument met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, erfgoed en (het voormalige) welstand. Het vormt de basis van ons ruimtelijk kwaliteitsbeleid en geeft duidelijkheid over hoe we in de gemeente Katwijk met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen omgaan. De startnotitie biedt overzicht over de aanleiding, doel, wettelijke context, scope, aanpak, participatie, planning, middelen en inzet. Ze wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De definitieve Nota Omgevingskwaliteit wordt later voor vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

2. Aanleiding en doel De gemeente Katwijk beschikt op dit moment over een welstandsnota uit 2012. Deze is beleidsmatig en juridisch niet meer actueel: bestemmingen zijn gewijzigd, er zijn aanvullende beeldkwaliteitsplannen opgesteld, en het wettelijke kader is veranderd. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het welstandstoezicht overgegaan naar het omgevingsplan. Dat vraagt om een nieuwe aanpak. Een belangrijk doel van de Omgevingswet is het behouden en versterken van een goede omgevingskwaliteit. Het gaat hierbij niet alleen om het uiterlijk van gebouwen – het visuele aspect - zoals bij de voormalige welstandsnota uit 2012. Onder omgevingskwaliteit verstaan we het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Vanuit ons bestaande beleid omvat dit ruimtelijke kwaliteit, waaronder aspecten als belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde vallen. In de Nota Omgevingskwaliteit wordt met een bredere blik gekeken naar de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Katwijk. Deze benadering sluit aan bij de ambitie zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Katwijk. Dit vraagt om een verbrede taak van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (hierna ACOK) – die onder de Omgevingswet ook over erfgoed adviseert. Het doel is om één samenhangend toetsingskader te ontwikkelen.

De Nota Omgevingskwaliteit moet dat kader gaan bieden. Met een samenhangend kwaliteitsstelsel, met bijbehorend instrumentarium, waaronder een Nota Omgevingskwaliteit, kan zorgvuldig invulling worden gegeven aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Met deze startnotitie wordt het proces voorgesteld om tot een nieuwe Nota Omgevingskwaliteit te komen. De nota zelf wordt later als beleidsregel vastgesteld door de gemeenteraad. De nota sluit aan bij de vereisten van de Omgevingswet en zal dienen als beleidsregel conform artikel 4.19 Ow. De nota wordt het toetsingskader voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (ACOK) en zal uiteindelijk worden opgenomen in het (nieuwe) omgevingsplan. De nieuwe Nota Omgevingskwaliteit wordt in de geest van de Omgevingswet opgesteld, waarbij het principe 'nee, tenzij' plaats maakt voor 'ja, mits', en zo ruimte creëert voor verantwoorde en toekomstgerichte ontwikkelingen.

3. Wettelijke context Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kan de gemeente regels opnemen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Als de regels over het uiterlijk van de bouwwerken uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. Dit staat in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Deze beleidsregels worden gevormd door de welstandsnota “nieuwe stijl”. De plaatsing van het bouwwerk is na de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog steeds onderdeel van de welstandsbeoordeling. Dit regelt artikel 22.29 van de bruidsschat. De gemeente kan in het nieuwe deel van het omgevingsplan de welstandscriteria over de plaatsing van bouwwerken echter ook opnemen in de ruimtelijke planregels. En dus niet meer in beleidsregels regelen. De plaatsing van bouwwerken werd ook voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet al primair ingevuld door de ruimtelijke regels van bestemmingsplannen. De welstandscriteria voor de plaatsing kunnen in het nieuwe deel van het omgevingsplan zoveel mogelijk worden geïntegreerd met de ruimtelijke planregels. In aanvulling daarop kan eventueel de specifieke invulling van de regels voor plaatsing in beleidsregels staan.

In het nieuwe deel van het omgevingsplan bepaalt de gemeente voor welke gebieden en welke bouwactiviteiten de beleidsregels van toepassing zijn. Omgevingskwaliteit is een van de doelstellingen van de Omgevingswet. Cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap worden hierbij gezien als aspecten die van belang zijn (Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet). Gezien de integrale benadering van de Omgevingswet en de daaruit voortkomende Adviescommissie Omgevingskwaliteit is een koppeling tussen welstand en erfgoed een logische stap. De nota: • •

vervangt de bestaande welstandsnota uit 2012; integreert aanvullende beeldkwaliteitsplannen en erfgoedbeleid.

4. Waarom deze nota noodzakelijk is Het traject naar een nieuw omgevingsplan vergt tijd. In de tussentijd is behoefte aan duidelijke, toepasbare kaders voor het beoordelen van plannen. Er is sprake van onvolledige borging van bestaand kwaliteitsbeleid en onduidelijkheid over toetsing door de ACOK. De nota levert Katwijk: •

een actueel, integraal, helder en gebiedsgericht toetsingskader voor (het voormalige) welstand en erfgoed;

•

maakt initiatiefnemers beter bewust van de kwaliteiten en karakteristieken van hun leefomgeving. En uitnodigt hierop voort te bouwen en te komen tot een plan met voldoende ruimtelijke kwaliteit;

•

een uitvoerbaar en helder kader voor alle gebruikers (zowel initiatiefnemers als adviescommissie omgevingskwaliteit);

•

en een juridische borging die aansluit op het (tijdelijke en toekomstige) omgevingsplan;

•

dienst doet als een beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving, bijvoorbeeld bij excessen.

•

voorbereiding op de integratie in het omgevingsplan, zodat de transitie juridisch en inhoudelijk soepel verloopt.

5. Waarover maken we keuzes? De huidige welstandsnota definieert verschillende gebieden, waarbij voor ieder gebied eigen karakteristieken, eisen en uitstraling is aangegeven. De Nota Omgevingskwaliteit zal ook een indeling krijgen op basis van gebiedskarakteristieken (vergelijkbaar aan die in de welstandsnota). Daarbij wordt het bestaande beleid samengevoegd in een integraal beleid. De huidige welstandsnota kent geen regieniveau’s (maar wel gebiedsindelingen). Deze toevoeging wordt voorgesteld om beter in te kunnen spelen op het gebiedstype, maar ook dynamiek in gebruik en maatschappelijke behoefte van gebruikers. Tijdens het opstellen van de nota worden beleidskeuzes gemaakt over: • Gebiedsindeling en typering (wat geldt waar?) • Regieniveau's / Kwaliteitsambities (zoals basis/hoger/maatwerk) per gebiedstype (zoals dorp, boulevard, buitengebied) • Beoordelingscriteria voor bijvoorbeeld: architectuur, schaal, vorm, kleur, materialisering • De omgang met cultuurhistorie, erfgoed en karakteristieke structuren • Sneltoetscriteria en vrijstellingen van toetsing (bijv. kleine bouwwerken) • De verhouding tot andere beleidsdocumenten (erfgoed, beeldkwaliteit, duurzaamheid, participatie, etc) • De verhouding tot andere informatiedocumenten (cultuurhistorische waardenkaart, etc)

6. Participatie en expertgroep Gezien de aard van de nota wordt een passende en beperkte participatieaanpak gehanteerd. De nota zelf heeft geen rechtsgevolgen voor burgers; participatie vindt plaats op het moment dat de inhoud van de nota wordt ingebed in het omgevingsplan. Wel wordt tijdens de opstelling een kleinschalige expertgroep betrokken, zie bijlage participatieplan. Deze bestaat uit vertegenwoordigers van belangenorganisaties en inhoudelijke partners, die mee kunnen denken over de gebiedsgerichte invulling en toetsingscriteria.

7. Proces en planning Parallel aan het opstellen en vaststellen van deze startnotitie is reeds gestart met voorbereidende werkzaamheden, zoals het inventariseren van bestaand beleid, het afstemmen van de scope en het verkennen van de participatieaanpak. Deze vroege start is noodzakelijk om de beoogde planning te kunnen realiseren en eind 2025 een inhoudelijk gedragen en bestuurlijk gereed voorstel aan te kunnen bieden. Via de onderstaande stappen en planning willen we komen tot gedragen beleid. Een externe partij heeft de opdracht om het beleid op te stellen en de participatie te begeleiden. Inventarisatie en opzet in hoofdlijnen ( – september 2025) Inventariseren en ophalen van informatie en opstellen plan van aanpak: door middel van een (interne) ophaalsessie wordt o.a.: de benodigde scope, het actuele beleid, de benodigde aanpassingen van huidig beleid en wensen, mogelijkheden en eisen tbv de (nieuwe) Nota Omgevingskwaliteit in beeld gebracht. Ook wordt een plan van aanpak en participatieplan opgesteld. Startbijeenkomst – januari 2025 Startdocumenten en uitgangspunten worden gedeeld en besproken. Na de startbijeenkomst wordt er breed (intern) opgehaald waar verdere aandachtspunten liggen oa dmv een concept inhoudsopgave en eerste indeling.

Concept op hoofdlijnen – maart-september 2025 Uitgangspunten en hoofdlijnen van concept, criteria, aandachtspunten en knelpunten, ophalen extern en bestuurlijk. Bestuurlijke wensen ophalen en draagvlak door online betrekken van belanghebbenden en (optioneel) en raadplegen en ophalen bij expertgroep. Daarnaast: aanscherpen van het Plan van aanpak, Startnotitie en Participatieplan opstellen en vaststellen door de Raad Eerste ambtelijk concept – juli-september 2025 Concept ambtelijke nota, uitwerking uitgangspunten en discussies, aanscherpen gebiedsuitwerkingen Ambtelijk concept – september 2025 – december 2025 Draagvlak en verdere uitwerking: het ambtelijk concept wordt verder uitgewerkt en gedeeld met het College en de Raad. Delen ambtelijk concept – september 2025 -november 2025 Ambtelijk concept is gereed, terugkoppeling naar expertgroep en bestuur. Meelezen expertgroep. Definitieve (ambtelijke) Nota Omgevingskwaliteit – november 2025 - december 2025 Laatste review, verwerking van input participatie en start bestuurlijk traject

6. Middelen en inzet De kosten voor het opstellen van de Nota Omgevingskwaliteit bedragen € 46.000. In de begroting van 2025 is hiervoor € 40.000 budget beschikbaar binnen Programma 8A Ruimte en Wonen. In 2024 zijn al kosten ad € 6.000 binnen Deelprogramma 4b Cultuur en sport (Erfgoed) verwerkt. Er is een stichting gecontracteerd als extern adviseur.

7. Vervolg Parallel aan de vaststelling van deze startnotitie is het inhoudelijke proces gestart. De uiteindelijke Nota Omgevingskwaliteit wordt eind 2025 als beleidskader aan de raad voorgelegd ter vaststelling.

Bijlage 1: Voorlopige inhoudelijke opzet van de Nota Omgevingskwaliteit (Let op: dit is een eerste opzet. Tijdens het proces kan de indeling worden aangepast op basis van opgeleverde input en bestuurlijke wensen.) 1. Algemeen 1.1 Inleiding 1.2 Adviseren en afwegen 1.3 Mogelijkheden om af te wijken

2. Gebiedsgerichte beleid 2.1 Gebiedsindeling Voor elk gebiedstype (bijvoorbeeld): • •

• •

Historische gebieden (organisch gegroeid en gemengde functies) • Historische dorpskernen (Katwijk aan den Rijn, Rijnsburg, Valkenburg)Linten Woongebieden • Dorpsuitbreidingen (vanaf ca. 1900) • Seriematige woonwijken/Wederopbouw (vanaf ca. 1945) • Suburbane woonwijken/Post ’65 (vanaf ca. 1965) • Thematische in-en uitbreidingen (vanaf ca. 1990) • Recente in- en uitbreidingen (vanaf ca. 2010) Werkgebieden GroengebiedenBuitengebieden

2.2 Vormen van regie • • • •

Maatwerk Aandacht Basis Ontwikkeling (eigen regie afhankelijk van de ontwikkeling)

2.3 Gebiedskarakteristieken •

Uitwerking van de karakteristieken per gebied

2.4 Grotere (her)ontwikkelingen •

Aandachtspunten en procesaanpak (o.a. voor bkp) bij grotere (her)ontwikkelingen

3. Criteria voor cultureel erfgoed (commissie beoordeling) 3.1 UNESCO Werelderfgoed ‘Limes’ •

Aanvullende aandachtspunten

3. 2 Nationaal wederopbouwgebied ‘Boulevardzone’

•

Aanvullende aandachtspunten

3.3 Monumenten 3.4 Omgeving van een monument • Alleen criteria niet het werkingsgebied van een gebied 4. Criteria voor kleine (ver)bouwplannen (ambtelijke beoordeling) 5. Criteria voor grote bouwplannen (commissie beoordeling) 6. Excessenregeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15587957/2