9. Vragen en antwoorden webinar warmtetransitie Leidse regio (1891088)
Tekst van het document
Vragen en antwoorden n.a.v. webinar warmtetransitie Leidse regio 16 maart 2021 1. Q. Jaap Haasnoot: Gaan we als regio direct of indirect meebetalen aan het (financiële) fiasco met de "Leiding over Oost", die inmiddels is afgeblazen? A. Het gesprek wordt gevoerd met Warmtebedrijf Rotterdam als het gaat om een vergoeding van de gemaakte plankosten voor de ‘Leiding over Oost’. Een vorm van direct of indirect meebetalen aan de inmiddels beëindigde zoektocht om te komen tot de ‘Leiding over Oost’ wordt vermeden.
2. Q. Mathieu Paardekooper: Wie gaat na de (mogelijke) aanleg van de warmteleiding het stuk tussen de leiding en de huisaansluiting betalen? A. In de warmtetransitie zien de gemeenten een rol voor zichzelf weggelegd als het gaat om de regie op de totstandkoming van distributienetten en de aansluiting bij inwoners. Daarvoor zullen gemeenten samenwerken met woningcorporaties, andere overheden, netbeheerders en warmtebedrijven. Hoeveel de investeringen en kosten voor distributienetten en de aansluiting op woningniveau bedragen en wie waarvoor zal moeten betalen is nog niet helder en zal de komende tijd moeten worden uitgezocht.
3. Q. Marcus Rolloos: Ik wil weten wanneer het financiële plaatje komt A. In het raadsvoorstel is opgenomen: Voor de periode tot eind 2022 maken de gemeenten gezamenlijk maximaal 2 miljoen vrij om een samenwerkingsorganisatie op de warmtetransitie vorm te geven, duurzame competentie- en kennisontwikkeling vorm te geven en stappen te zetten in de vormgeving van een open regionale energie-infrastructuur. In die periode zal ook gewerkt worden aan de businesscase.
4. Q. Mathieu Paardekooper: € 1,5 mld voor aanleg hoofdinfrastructuur.... Voor dat geld kun je half Nederland ombouwen naar waterstof via het bestaande gasnet. Wie is hier nou gek? A. De afwegingen van nationale investeringen in de aanleg van hoofdinfrastructuur voor warmte of alternatieve investeringen in bijvoorbeeld waterstof liggen niet bij ons als lokale overheden. Hierover is meer te lezen in de Kamerbrief: Kamerbrief over Kabinetsvisie waterstof | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
5. Q. Marcus Rolloos: Wanneer komt de vergelijkende business case, inclusief vergelijking met duurzaam gebruik van gasnet met groen gas, groene waterstof? (Niet zeggen dat waterstof toekomstmuziek is, dat is niet waar) A. In het kader van de RES is gekeken naar de totale warmtevraag en het warmte-aanbod. Bij de (financiële) vergelijking tussen mogelijke bronnen is gebruik gemaakt van de PBL-cijfers uit de startanalyse. Daaruit volgt dat het verstandig is om restwarmte beschikbaar te krijgen voor de warmtetransitie in de Leidse regio.
1
6. Q. Mathieu Paardekooper: Als het warmtenet is aangelegd en na 10 jaar zou blijken dat waterstof via het omgebouwde gasnet een betere oplossing is, wat gaan we dan doen? A. Waterstof is een techniek die we als gemeenten goed in de gaten houden. Vooralsnog lijkt waterstof vooral bruikbaar bij de zware industrie en mobiliteit. Voor het verwarmen van huizen is een collectief warmtenet een betere oplossing. Mocht waterstof over 10 jaar een betere oplossing zijn dan zou waterstof een rol kunnen spelen bij het verwarmen van zeer slecht geïsoleerde panden die niet met warmtenetten te verwarmen zijn. Warmtenetten worden eerst alleen aangelegd in de buurten waar dat, ook met een verwachte lagere prijs voor waterstof in 2030, de beste oplossing is.
7. Q. Mathieu Paardekooper: waar wordt het op gebaseerd dat waterstof over 10 jaar niet goedkoper zou kunnen zijn? A. Waterstof (groen) is zeer beperkt beschikbaar. Waterstof die op termijn beschikbaar komt gaat eerst naar sectoren die geen alternatieven hebben, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Onder andere op het rapport ‘Waterstof, de ontbrekende schakel’ van de raad voor de leefomgeving en Infrastructuur (RLI) van januari 2021. https://www.rli.nl/sites/default/files/advies_waterstof_de_ontbrekende_schakel_-_def.pdf
8. Q. Mathieu Paardekooper: Waarom, als we weten dat de techniek over 10 jaar anders is, nu inzetten op een warmtenet en niet eerst de best practices uit het land afwachten? A. Gegeven de urgentie van de opgave om CO2 te reduceren is het nodig om als gemeenten nu in te zetten op de kansen die er nu zijn, restwarmte is er daarvan één. Daarnaast willen we zorgen dat investeringen ook voor toekomstige bronnen bruikbaar zijn. Daarom wordt er ingezet op een open net, waarbij ruimte blijft voor vernieuwende technieken en lokale bronnen.
9. Q. Mathieu Paardekooper: Leenfaciliteit, investeringen. En de rekening komt terecht bij???? Juist de inwoners! En bedankt! Genoeg mooie juichverhalen vanavond, maar hoe zit het nou met die aansluitkosten? Loopt van 12k - 40k. Maar wie betaalt dat bij de huizenbezitters? A. Betaalbaarheid is de belangrijkste randvoorwaarde voor de Leidse regio om aan de slag te gaan met de warmtetransitie. De Leidse regio benoemt dit punt steeds in gesprek met andere partijen. De aansluitkosten vallen onder de betaalbaarheid die gemeenten als randvoorwaarde stelt. Om deze aansluitkosten te verlagen worden er subsidies en andere financiële instrumenten vanuit de rijksoverheid gevraagd. Het is niet de rol van de gemeenten om deze hoge aansluitkosten te verlagen.
10. Q. Marcel Terlouw: goed geïsoleerde woningen hebben genoeg aan lage temperatuur, maar gaan dus betalen voor hoge temperatuur warmte, dat leidt in andere gemeenten tot problemen en hoge rekeningen hoe wordt dat opgelost? A. Wijken die geschikt zijn voor lage temperatuur warmte zullen verwarmd worden met lage temperatuur warmte en zullen dus niet worden aangesloten op hoge temperatuur of midden temperatuur warmte. Dat zou zowel financieel als qua duurzaamheid geen goede keuze zijn. Deze afweging wordt geborgd in de lokale transitievisies warmte van de gemeenten.
2
11. Q. Marcel Terlouw: Hoe wordt de verschillende behoefte aan hoge en lage temperatuur warmte geregeld. A.: WLQ+ levert hoge temperatuur warmte. Dit is een oplossing voor een deel van onze woningen die alleen met hoge temperatuur verwarmd kunnen worden. De retourleidingen geven een midden temperatuur. Hoge temperatuur warmte wordt enkel aan woningen aangeboden die dat nodig hebben. Voor woningen die met een lagere temperatuur uitkunnen, wordt een andere optie aangeboden.
12. Q. Elger Niels: Raad van State stelt dat er kavels verkocht gaan worden aan warmteaanbieders. Hoe gaan gemeenten garanderen dat deze kavel-monopolisten een marktconforme prijs rekenen? A. Dat wordt geregeld via de ACM. De kavelaanbesteding is een openbaar proces waar de 6 gemeenten aan de voorkant eisen kunnen stellen als duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid 13. Q. Elger Niels: hoe denkt ACM de kavelbesteding te kunnen vastleggen? A. De Warmtewet 2 voorziet in tariefregulering door ACM: het (stapsgewijs) loslaten van de huidige systematiek in gasreferentie en een nieuwe tariefregulering: een kosten gebaseerde tariefsystematiek.
14. Q. Antje Jordan: was in de Oranjewijk rekening gehouden met de kosten van koelen bij de vergelijking? A. De kosten van koelen zijn niet meegenomen in de berekening van de business case van Oranjewijk.
15. Q. Antje Jordan: Wie garandeert de "rest" factor van de restwarmte? en daarmee samenhangend: hoeveel gas wordt bijgestookt om de piekvraag in de koude periode te dekken? A. De term restwarmte heeft betrekking op de situatie aan de bron-kant, daar is warmte een consequentie van productieprocessen. Als het gaat om de levering van restwarmte in de toekomst is nu nog niet bekend hoeveel gas (of een andere energiebron) moet worden bijgestookt om de piekvraag in de koude periode te dekken.
16. Q. Antje Jordan: De warmtenet vermogens zijn gek genoeg gedimensioneerd op basislast (~1kW/huishouden), niet op pieklast (~5kW/huishouden). Dat betekent echter dat als in Rotterdam in een koude periode 5kW/huishouden aan gelijktijdigheid benodigd is, dat alle restwarmte die beschikbaar is, veel dichterbij Rotterdam nodig is. Het is dan natuurkundig onmogelijk om enige warmte in Leiden uit de WarmtelinQ te krijgen zonder dat je in Rotterdam bijstookt. Dat is dus geen restwarmte. Sterker nog, zodra het een beetje koud is, komt er dus geen restwarmte uit de WarmtelinQ, maar juist bijgestookte warmte. Maar dan veel minder efficiënt dan als je het in Leiden had opgewekt (pompenergie, warmteverlies over 40km). Als het koud is, is het dus niet restwarmte, klopt dat?
3
A. Wat betreft de vraag over de duurzaamheid van piekwarmte: ons voorlopige beeld is dat in de toekomst ook nog gas (of een andere energiebron) nodig is voor de piekvraag. Of de redenering verder klopt kunnen we niet bevestigen.
17. Q. Elger Niels: De Leidse regio ligt aan het einde van de WarmtelinQ. Er moet worden bijgestookt om de restwarmte in Leiden op een voldoende aanlevertemperatuur te krijgen. Klopt dat? Is dat duurzaam? Hoeveel kost dat? A. Er treedt nauwelijks warmteverlies op. Bijstoken voor de basislast is dus niet nodig. Om de pieken op te kunnen vangen moet er wel bijgestoken worden. Het gaat om enkele graden (2-4 graden). Omdat het om HT-warmte gaat is dit te verwaarlozen. Opmerking Antje Jordan: die 2-4 graden is bij delta T van 20 graden wel 20%, historisch in de warmtemonitor altijd meer dan 20%.
18. Q. Antje Jordan: klopt het niet dat de 190 miljoen sowieso geïnvesteerd moeten worden om de piek in juli van pv op te vangen A. Dit betreft een inschatting en doorrekening van Alliander.
19. Q. Marcus Rolloos: Als je toch bij moet stoken, waarom leg je dan een lauw warmtenet aan terwijl je al een gasnet hebt? A. Het gasnet kan niet worden ingezet om bij te stoken, dit moet technisch via een afzonderlijke installatie.
20. Q. Antje Jordan: hoe gaan we voorkomen dat we niet 2 netten (elektrisch en warmte) naast elkaar hebben met elk voldoende vermogen voor de warmtevraag? (gezien pv opgave) A. Het ontwerpen van een duurzame energie-infrastructuur met voorkomen van onnodige maatschappelijke investeringen zien we als één van de belangrijkste opgaven van de gemeenten voor de komende jaren.
21. Q. Niels Elger: Waarom al dat geld niet eerst investeren in goed isoleren? No regret, toch? A. De transitie gebeurt op 3 niveaus tegelijk; isoleren, zoveel mogelijk duurzame energie gebruiken en fossiele energie beperken. Inzetten op isoleren is altijd goed, maar niet altijd afdoende om te kunnen verduurzamen. Daarom zetten we ook in op het benutten van duurzame warmte in plaats van aardgas. Opmerking Antje Jordan: warmtenet plus warmtepomp is financieel echt totaal niet valide, en HT warmtenet is door vastrecht heel negatief voor isolatieplannen. je betaalt toch, waarom dan nog isoleren. Kijk naar Denemarken.
4
22. Q. Antje Jordan: in de plannen in Leiden werd ook naar de koppeling tussen riool en warmtenet verwezen, ondertussen horen we uit oa Purmerend dat dat geen juiste aanname was, wordt die kennis in de wtv's meegenomen? A. Deze kennis wordt zeker meegenomen. De Transitievisie warmte wordt in de herfst aan u voorgelegd, met nieuwe inzichten uit o.a. dit dossier, het participatieproces en de RES 1.0.
23. Q. Joop Bos: Hoe zit het dan met delen van de regio waar nog geen warmtenet ligt. Wordt dat nu ook onderzocht en is daar dan voldoende warmtecapaciteit voor beschikbaar? A. In de lokale transitievisies warmte zal onderzocht worden welke wijken geschikt zijn voor welke warmteoplossing. De eerste onderzoeken laten zien dat er voor elke gemeente wijken zijn die aangesloten kunnen worden op een hoge temperatuur warmte en waar een collectief warmtenet een van de mogelijke oplossingen is.
24. Q. Rob Visser: Wat is de rol van Eneco naast Vattenfall? A. de rol van Vattenfall is enkel warmteleverancier in huidig net. Voor extra warmte-afname is de regio nergens aan gecommitteerd en wordt via kavels een openbare aanbesteding uitgezet. Daarbij kan Eneco ook een aanbieder zijn. Momenteel zijn ze o.a. in Den Haag actief op warmte.
25. Q. Marcel Terlouw: als er een of enkele gemeenten niet willen meedoen gaat het dan wel door of is dat niet rendabel? A. Er wordt vanuit gegaan dat alle zes gemeenten mee zullen doen en verder gaan samenwerken om de warmtetransitie vorm te geven. De gemeenten hebben elkaar in regionaal verband nodig om deze warmtetransitie te laten slagen. 26. Q. Mathieu Paardekooper: Wanneer krijgen we antwoord op dat landelijke vraagstuk? A.: verwacht wordt dat het landelijke vraagstuk onderdeel wordt van de coalitievorming
27. Q. Antje Jordan: waar krijgen wij als raadsleden integraal inzicht in de milieueffecten van de leiding? Ik weet dat de MER voor hrr wordt gemaakt, weten jullie wanneer die klaar is? A. De MER wordt naar verwachting eind tweede kwartaal 2021 opgeleverd. Voor zover mogelijk worden de eerste inzichten wel meegenomen in de RES 1.0 en in zijn geheel verwerkt in de RES 2.0. De MER die binnenkort opgeleverd wordt, is een Plan-MER op de gehele RES, geen projectMER op de aanleg van WarmtelinQ.
28. Q. Harbert van der Kaap: wat gebeurt er met de prikkel om de Rotterdamse industrie te verduurzamen, waardoor er minder restwarmte geproduceerd wordt. A. De industrie heeft inderdaad een verduurzamingsopgave, maar de verwachting is dat de hoeveelheid beschikbare restwarmte niet substantieel afneemt. De verwachting is dat er voldoende restwarmte over blijft.
5
29. Q. Antje Jordan: ik maak mij grote zorgen om hoeveelheid bomen die gekapt moeten worden en niet terug kunnen komen voor de leiding. We hebben ook een biodiversiteits- en klimaatadaptatie opgave A. Dit is een zorg waarvoor we oog zullen hebben bij de ruimtelijke inpassing van het tracé.
30. Q. Antje Jordan: als we met hetzelfde geld grootschalig warmtepompboilers subsidiëren, beperken we dan niet veel sneller veel meer co2? (Want direct tot 35% minder gas plus PV draagt ineens bij aan je warmtevraag.) In tegenstelling tot in 1 keer vol investeren voor 30 tot 40 jaar in iets dat alleen transport is feitelijk en niets bijdraagt aan duurzame opwek en zelfs lock in creëert. A. Voor de investering die nodig is om tot realisatie van WarmtelinQ te komen zijn door Rijk, Provincie en gemeente Rotterdam middelen beschikbaar gesteld die niet beschikbaar gesteld zijn voor alternatieven zoals de subsidie op warmtepompboilers. Voor de Leidse regio betekent dit het mogelijk maken van collectieve warmte-oplossingen.
31. Q. Jeroen Hendriks: Wanneer besluiten we welk van de twee tracévarianten in onze regio wordt aangelegd? A. dit is onderdeel van het traject en wordt niet bekend voor college/raadsbesluit. De verwachting van Gasunie is dat uiterlijk medio 2022 meer duidelijkheid kan worden gegeven over de keuze van het tracé.
32. Q. Jaap Haasnoot: Is het een gemeentelijke taak om energie op te wekken of te distribueren, al dan niet via een gesubsidieerd vehikel? A. Met het Klimaatakkoord hebben de gemeenten een rol als regisseur gekregen. Het ligt niet binnen de gemeentelijke taak om energie op te wekken of te distribueren. Echter zien de gemeenten het als hun eigen rol en verantwoordelijkheid om gezamenlijk en voortvarend de warmtetransitie op te pakken
33. Q. Antje Jordan: Wanneer verwachten jullie dat de warmtewet er is? A. Onze verwachting is dat de Wet collectieve warmtevoorziening niet voor 2023 inwerking zal treden.
34. Q. Mathieu Paardekooper: Wordt de aansluiting op het warmtenet vrijwillig of verplicht? A. De aansluiting op een warmtenet is geen verplichting vanuit de concept Wet collectieve warmtevoorziening. Er is de mogelijkheid tot opt-out. Volgens de huidige vorm van het wetsvoorstel mag iedereen kiezen voor een andere oplossing, mits die tenminste net zo weinig CO2 produceert als de oplossing die de gemeente aanbiedt.
35. Q. Antje Jordan: hoe zorgen we ervoor dat er niet alleen nog maar arme mensen in tochtige corporatiewoningen overblijven?
6
A. Onderdeel van de warmtetransitie is de aanpak van energiearmoede en een belangrijke publieke waarde is de haalbaarheid van de transitie voor alle inwoners. Dit is vooralsnog benoemd als een lokale opgave waar elke gemeente zelf haar aanpak op ontwikkelt.
7