9. Tweede nota van beantwoording over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)
Tekst van het document
Tweede nota van beantwoording van de informatieve vragen over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088) 29 april 2021 De antwoorden van het college van B&W op de vragen van de fracties staan schuin gedrukt onder de vraag.
Raadsvoorstel Nr. 1.
Pag.
Fractie SGP
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Graag ontvang ik beantwoording op alle door de griffie gesuggereerde vragen. Zie de bijlagen hieronder: antwoorden op de informatieve vragen vanaf pagina 4, reactie op de aanbevelingen vanaf pagina 11.
2.
SGP
Volgens de 1e beantwoording blijkt dat de restwarmte bij het Afvalbedrijf Rotterdam vandaan zal komen. a) In de stukken en ook op de website van WarmtelinQ wordt gesteld dat de warmte uit de haven van Rotterdam komt. Deze woordkeus suggereert dat de warmte afkomstig is van processen uit de petro-chemische industrie. Waarom wordt in de stukken niet aangegeven dat de warmte bij het afvalbedrijf AVR vandaan komt? Het klopt dat niet in de stukken staat aangegeven dat de warmte bij afvalbedrijf AVR vandaan komt. Dit is geen bewuste keuze geweest. Er is vermeld dat de restwarmte uit de haven van Rotterdam komt, wat breder is. Het afvalbedrijf AVR ligt in de haven van Rotterdam, net zoals vele andere bedrijven die de potentie hebben om in de toekomst restwarmte te leveren aan het warmtenet. Het is aan het warmtebedrijf Rotterdam om te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan het leveren van restwarmte (zoals capaciteit en verdere verduurzaming). b) Welk percentage van het afval dat de AVR verwerkt is afkomstig uit het buitenland? Over deze informatie beschikken wij niet c) Is het warmtenet levensvatbaar zonder afvalleveranties uit het buitenland? Over deze informatie beschikken wij niet.
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 1 van 12
Nr.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel d) Heeft het warmtebedrijf AVR nu al voldoende restwarmte voor WarmtelinQ+? Of moet AVR opschalen om aan de vraag te voldoen? Het aanleggen van de WarmtelinQ+ en de warmtelevering aan het systeem van de WarmtelinQ en de WarmtelinQ+ zijn beiden geen verantwoordelijkheden en werken van de gemeenten. De landelijke partners die over de investeringen en de aanleg van WarmtelinQ gaan (EZK, Warmtebedrijf Rotterdam (Provincie en gemeente Rotterdam) en netbeheerder GasUnie) maken de afwegingen om de leiding met een capaciteit van 100 MW aan te leggen. Ze investeren niet in een leiding naar de Leidse regio met deze capaciteit als er minder beschikbare warmte is voorzien voor de Leidse regio.
3.
SGP
De Gasunie heeft comfort nodig vanuit de Leidse regio. Welk comfort biedt de Gasunie en andere partners richting de Leidse Regio? Is er bijvoorbeeld afgesproken dat de Leidse Regio niet zal meebetalen voor kosten zoals het eerdere plan Leiding over Oost? Als er door de landelijke partijen een investeringsbesluit genomen wordt om een warmteleiding met een diameter van 500 rond aan te leggen richting de Leidse Regio, dan kan de transport leiding 100 MW naar de Leidse regio transporteren. Dat beteken dat er naast de 40 MW voor het bestaande warmtenet van Leiden, er via de leiding nog 60 MW getransporteerd kan worden richting de Leidse regio. De kosten die zijn gemaakt bij de voorbereiding om te komen tot de ‘Leiding over Oost’ betreffen kosten die voor rekening zijn van het Warmtebedrijf Rotterdam. Deze kosten kunnen niet voor rekening komen van de gemeenten in de Leidse regio omdat zij geen projectpartner en dus niet risicodragend zijn in het (boven regionale) project WarmtelinQ+. De bijdrage voor de komende 1,5 jaar is enkel om de samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio verder vorn te geven en samen vervolgstappen te maken in een open regionaal energie net.
4.
SGP
Zoetermeer ligt veel dichter bij de warmtebron dan Katwijk. De beoogde WarmtelinQ+ leiding passeert Zoetermeer. Waarom doet Zoetermeer niet mee? Dat is een keuze van Zoetermeer, waar wij geen inzicht in hebben.
5.
SGP
Volgens een artikel op Rijnmond.nl is WarmtelinQ een oplossing voor problemen van het warmtebedrijf. Oplossing voor problemen Warmtebedrijf lijkt nabij - Rijnmond nav dit artikel de volgende vragen: a. Volgens het artikel hebben de partijen afspraken gemaakt over oude en nieuwe kosten. Welke afspraken zijn dit? Wij hebben geen inzicht in de financiële afspraken over het Warmtebedrijf Rotterdam. De kosten die zijn gemaakt bij de voorbereiding om te komen tot de ‘Leiding over Oost’ betreffen kosten die voor rekening zijn van het Warmtebedrijf Rotterdam. Deze kosten kunnen niet voor rekening komen van de gemeenten in de Leidse regio omdat zij geen projectpartner en dus niet risicodragend zijn in het (boven regionale) project WarmtelinQ+. De bijdrage voor de komende 1,5 jaar s enkel om de samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio verder vorn te geven en samen vervolgstappen te maken in een open regionaal energie net
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 2 van 12
Nr.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel b. Is de gemeente Katwijk op de hoogte van de financiele kosten voor het doortrekken van de leiding naar de Leidse regio? zo ja, kan dit inzicht gedeeld worden met de raad? Nee, daar is de gemeente niet van op de hoogte. c.
In 2016 is bedacht dat Vattenfall warmte zou leveren aan Leiden. Waarom is dat destijds niet gelukt?
Waarom de levering door het Warmtebedrijf aan het warmtenet van Vattenfall eerder niet is gelukt is ons niet bekend. 6.
SGP
Hoeveel MW warmte kan de gemeente Katwijk potentieel verkrijgen uit het beoogde WarmtelinQ net? Hoe is de beoogde verdeling over de andere 5 gemeenten? De samenwerking betreft een regionale aanpak van de warmtetransitie, waarbij er wordt samengewerkt om tot een open regionaal energiesysteem te komen. Onder een open energiesysteem verstaan we dat het mogelijk is om meerdere bronnen aan te sluiten, om te kunnen voldoen aan de omvang en diversiteit van de warmtevraag en de mogelijkheid om warmte, gas en elektriciteit op termijn uit te wisselen. Hiervoor is in de eerste periode van de warmtetransitie een aanbod van een stabiele warmtemix wenselijk, waaronder restwarmte (hoge temperatuur, HT) en geothermie (middentemperatuur, MT). Als de landelijke partijen het beoogde investeringsbesluit nemen, wordt er naar de Leidse regio een WarmtelinQ+ leiding aangelegd waarmee 100 MW (megawatt) getransporteerd kan worden door de leiding. Van deze 100 MW is 40 MW gecontracteerd door Vattenfall voor het bestaande warmtenet in Leiden-Oegstgeest-Leiderdorp. Dat betekent dat de leiding die aangelegd wordt nog 60 MW aan warmte aan de Leidse regio kan leveren. Het is overigens nog geen garantie dat er daadwerkelijk 60 MW beschikbaar is via WarmtelinQ+. Er is ook nog geen beoogde verdeling van de 60 MW over de 6 gemeenten in de Leidse regio.
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 3 van 12
Beantwoording op de vragen van de griffie uit het advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ van 16 april Raadsvoorstel (Paginanummer correspondeert met de nummers op de pagina’s van het voorstel, niet met de paginanummering van de pdf). Nr. 7.
Pag. 6
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Waarom is het een gemeentelijke taak om de sturing op de warmteketen vorm te geven? In het Nationale Klimaatakkoord van 2018 is afgesproken dat gemeenten uiterlijk 31 december 2021 een Transitie Visie Warmte (TVW) hebben vastgesteld en deze verder gaan uitwerken in Wijkuitvoeringsplannen. Hiermee ligt een actieve rol bij de lokale overheden. Voorgesteld wordt te besluiten om de komende 1,5 jaar de samenwerking in de regio tussen de gemeenten verder vorm te geven. Dit op de volle breedte van de warmtetransitie en energietransitie (meer dan alleen restwarmte, dus ook geothermie en electrificering), om stappen te zetten gericht op een open regionaal energienet waarin publieke waarden (zoals betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid) worden geborgd.
8.
7/9
Waarom is een investeringsfonds noodzakelijk, als de gemeente alleen als taak heeft om regie te voeren op het proces? Voorstel is dat er eerst onderzocht wordt naar het nut en noodzaak (de meerwaarde) van een investeringsfonds, met als doel om de publieke waarden te borgen in een toekomstig regionaal open energienet. Pas na een positieve uitkomst van dat onderzoek, zal er een vervolg worden gegeven aan de intentie om een gezamenlijk investeringsfonds op te richten.
9.
7
Is het toegestaan de brede doeluitkering voor de Hoornes te gebruiken voor andere projecten, zoals het warmtetransportnet?
Het is toegestaan de decentrale uitkering te gebruiken voor andere projecten dan Hoornes Aardgasvrij. De dekking over de reserve en daarmee de brede doeluitkering is vooralsnog ter overbrugging in afwachting van het moment waarop deze dekking vervangen kan worden door de uitvoeringsgelden uit de klimaatmiddelen die naar alle waarschijnlijk voor een groter bedrag dan de €214k aan Katwijk uitgekeerd zullen worden 10.
7
Welk deel van het project Hoornes Aardgasvrij kan er niet doorgaan als de middelen op dat project worden ‘gekort’? De voorlopige dekking komt uit de risico reservering voor het project Hoornes Aardgasvrij. Dit is dekking voor eventueel optredende risico’s. Op dit moment is nog niet te zeggen welk risico optreedt, dus ook voor welke werkzaamheden het risicobudget eventueel aangewend zou moeten worden.
11.
8
29 april 2021
Waarom wordt het plan van aanpak voor die € 2 miljoen niet ter vaststelling voorgelegd aan de raad? Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 4 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel De raad wordt gevraagd om het college conform dit voorstel de kaders mee te geven voor de komende 1,5 jaar, zodat er invulling kan worden gegeven aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid om de publieke waarden te borgen in de warmtetransitie. Dit door een regionale samenwerking aan te gaan om verder vorm te geven aan een open regionaal ernergienet. Hierop kunnen meerdere bronnen worden aangesloten die zorgen voor een stabiele warmtemix, waaronder de WarmtelinQ+ (HT) en geothermie uit de bollenstreek (MT). Dit is een voorzetting van het beleid dat afgelopen jaar bestuurlijk is gevolgd. Hoe dit de komende 1,5 jaar zal worden uitgevoerd (binnen de kaders van het besluit) zal komende maanden worden uitgewerkt in een Plan van Aanpak (inclusief raming op hoofdlijnen). Dit is een collegebevoegdheid. Hoe de raad hierbij komende 1,5 jaar wordt betrokken (informatievoorziening) en wanneer er stukken ter besluitvorming worden voorgelegd zal de komende maanden in opdracht van de bestuurders worden uitgewerkt. Onderdeel daarbij zal zijn om met regelmaat de raden te informeren over de voortgang en de raden tijdig in positie brengen als het gaat om keuzes voortvloeiend uit nadere verkenningen. Dit betreft tenminste t.a.v. de verkenning van mogelijke vorming van een regionaal investeringsfonds en samenwerking vanaf 1 januari 2023.
12.
8
Kan een raming worden gegeven van de € 2 miljoen, verdeeld over de verschillende genoemde onderdelen? Op hoofdlijnen is een beeld waarvoor deze maximaal 2 miljoen nodig is. Dit is aangegeven in het raadsvoorstel onder “Middelen”. Dit wordt vóór augustus uitgewerkt in een Plan van Aanpak, met een nadere specificatie van de kosten voor de samenwerking. Dit zal met een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad.
13.
8
Waarom is het volgende punt onderdeel van het te ontwikkelen plan van aanpak? “Regionaal kunnen afspraken gemaakt worden over welke gebieden en wijken in welke periode mee te nemen in de warmtetransitie” Dit moet de gemeente toch dit jaar al bepalen in de transitievisie warmte? En voor de jaren daarna hoeft dit dan toch geen onderdeel uit te maken van de € 2 miljoen, aangezien die middelen al in 2021 en 2022 besteed worden? De € 2,0 miljoen is voor de gezamenlijke inspanningen die we de komende 1,5 jaar in de regio willen doen om middels de regionale samenwerking te komen tot een open regionaal energienet. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van middelen en productie van adviezen en ontwerpen. Ook zal de komende 1,5 jaar gewerkt worden aan het plan hoe er na eind 2022 verder vorm gegeven kan worden aan dit doel. Onderdeel van van de inspanningen komende 1,5 jaar is een planning en fasering van de warmtetransitie in de regio, waarbij de gemeentelijke transitievisie warmte de kaders en input meegeven. Daarnaast heeft iedere gemeente voor zich zijn lokale inspanning om de transitievisie warmte verder te brengen naar Wijkuitvoeringsplannen e.d.
14.
8
29 april 2021
Kunt u een voorbeeld geven van het ‘ontwerp financieel instrumentarium gericht op sturing van publieke waarden’? Over wat voor constructies hebben we het dan? Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 5 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Voorop gesteld wordt dat het voorstel is dat er eerst onderzocht wordt naar het nut en noodzaak (de meerwaarde) van een investeringsfonds, met als doel om de publieke waarden te borgen in een toekomstig regionaal open energienet. Pas na een positieve uitkomst van dat onderzoek, zal er een vervolg worden gegeven aan de intentie om een gezamenlijk investeringsfonds op te richten. Mogelijke financiële instrumenten zijn gericht op het borgen van publieke waarden in de transitie zoals het zorgen voor betere betaalbaarheid (voor woningeigenaren en huurders), haalbaarheid voor alle inwoners (inclusiviteit). Voorbeelden hiervan zijn financiële instrumenten die zijn gericht op het verlagen van de BAK (Bijdrage aansluitingskosten) voor bewoners (bijvoorbeeld middels voorfinanciering van investeringen).
15.
8
Kan het zo zijn dat de bijdrage van Katwijk hoger moet uitvallen als er een ‘herijking van de verdeelsleutel’ heeft plaatsgevonden? Wat is de bandbreedte hierbij? De voorlopige inschatting is dat de bijdrage van Katwijk dan naar beneden gaat. Het is echter nog te vroeg daarover te speculeren, meer hierover zal duidelijk worden als het nieuwe kabinet een besluit neemt over het uitgebrachte ROB-advies.
16.
10
‘als de andere partners hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid in besluiten en uitvoering niet pakken, ook zelf een voorbehoud maken”. Welke besluiten van welke partijen worden hier concreet bedoeld? Graag een uitputtend overzicht. Met andere partners wordt hier bedoeld de landelijke partijen. De landelijke partijen die betrokken zijn bij de realisatie van de WarmtelinQ+ (waaronder Ministerie EZK, Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en Gasunie). Hier wordt gedoeld op de (investerings)besluiten bij de landelijke partners die betrokken zijn bij WarmtelinQ+ en moeten besluiten over wel of niet aanleggen van de WarmtelinQ+ naar de Leidse Regio. Dit zijn Gasunie (als netbeheerder neemt die een investeringsbesluit), Ministerie van Economische Zaken (verantwoordelijk voor de energietransitie, besluit over haar bijdrage voor de warmtelinQ+) en de provincie Zuid Holland en Rotterdam (als eigenaren van het Warmtebedrijf, die ook een bijdrage leveren aan de business case voor aanleg van de WarmtelinQ+). Verder zullen we de komende jaren steeds moeten bepalen of de betaalbaarheid verbetert. Dit vraagt met name landelijke politieke keuzes.
17.
10
Het samenwerkingsconvenant rond 1 augustus 2021 krijgt de raad zo te zien aangeboden als ‘raadsinformatiebrief’. Onder juridisch advies staat echter het aangaan van een ‘regeling zonder meer’. Dat vereist een raadsbesluit. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? In de komende maanden wordt de samenwerking verder uitgewerkt in een Plan van Aanpak voor de periode tot eind 2022. Overwogen wordt om voor de periode tot eind 2022 de programmatische samenwerking te continueren. Als er voor gekozen wordt de samenwerking vast te leggen in een samenwerkingsconvenant, dan kan dit convenant worden vastgesteld door de colleges en indien gevraagd ook worden voorgelegd aan de raden. Als gekozen wordt voor samenwerking via een ‘regeling zonder meer’ op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen dan zal dit als raadsvoorstel worden voorgelegd ter besluitvorming aan de raden van de samenwerkende gemeenten. In alle varianten van samenwerking is sprake van behoud van de huidige verantwoordelijkheden en bevoegdheden van raden en colleges van de samenwerkende gemeenten.
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 6 van 12
Nr.
Pag.
18.
10
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Wat gebeurt er als één van de deelnemende 6 gemeenten de bijdrage niet beschikbaar stelt? Wordt de bijdrage van Katwijk dan hoger? Gaat het project dan nog door? De overeenkomst gaat over samenwerken binnen de zes betrokken gemeenten. Indien één gemeente afhaakt zullen de overige 5 in overleg met elkaar gaan, wat het gevolg hiervan is.
19.
11
Kunt u een voorbeeld geven van deze ‘formele afspraken’? Komende periode worden door de regio afspraken gemaakt met Gasunie en de landelijke partners, die niet verder reiken dan een inspanningsverplichting door de Regio tot eind 2022 (binnen de kaders van dit voorstel) om te komen tot een open regionaal energie netwerk. Dat is het doel van de beoogde samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio. Op het regionale energienet kunnen restwarmte uit Rotterdam maar ook Geothermie op aangesloten worden en zodoende zorgdragen voor een stabiele warmtemix. Let op: bovenstaande moet niet verward worden met de afspraken die tussen Vattenvall en GasUnie gemaakt worden om het bestaande warmtenet in Leiden-Leiderdorp-Oegstgeest op de WarmtelinQ+ aan te sluiten voor 2026. Daar worden resultaatsverplichtingen met elkaar aan gegaan. De samenwerking van gemeenten conform dit voorstel in de Leidse Regio zijn hier geen partij in.
20.
12
In beslispunt 2 staan de publieke waarden die moeten worden geborgd: betaalbaarheid en haalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid. In het raadsbesluit Concept Regionale Energie Strategie (RES): wensen en bedenkingen (1629203) van 28 mei 2020 staan in wens 4 andere voorwaarden: “Met de partners in de regio onder duidelijke randvoorwaarden (financiële consequenties, business case, ruimtelijke planning, warmtevraag, Warmtewet 2.0, risicoanalyse en landelijke tegemoetkoming) inzetten op de komst van restwarmte uit Rotterdam”. Waarom staan deze voorwaarden niet integraal in beslispunt 2? In december 2020 is geconstateerd vanuit de 6 gemeenten in de regio dat er geen commitment door de gemeente kon worden afgegeven dat direct gerelateerd is aan het totstandkomen van de (bovenregionale) energieinfrastructuur WLQ+, waarbij de gemeenten mede verantwoordelijk zouden zijn als projectpartner. Ook is geconstateerd dat de landelijke politiek (Tweede Kamer) nog de nodige keuzes te maken heeft in het vervullen van randvoorwaarden voor een verantwoorde transitie die haalbaar is voor alle inwoners. Verder is in december 2020 geen commitment afgegeven om te garanderen dat restwarmte zal worden afgenomen, om te voorkomen dat de gemeente daarmee later in een ingewikkelde verhouding tot burgers en andere eindgebruikers komt te staan (ook in relatie tot betaalbaarheid die nog niet geregeld is).
In plaats daarvan worden afspraken gemaakt met Gasunie en andere partners, die gericht zijn op inspanningen tot eind 2022 om te komen tot een eigen open regionaal energienetwerk, waarbij de publieke waarden worden geborgd. Op het open regionale energienet kunnen restwarmte uit
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 7 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Rotterdam maar ook geothermie op aangesloten worden en zorgdragen voor een stabiele duurzame energievoorziening voor woningen en gebouwen. Dat is het doel van de beoogde samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio.
21.
12
Welke betekenis heeft in beslispunt 3 de zin “Waarbij er vanuit gegaan wordt dat het Rijk daadwerkelijk de in het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur voorgerekende uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord beschikbaar wordt gesteld” voor het raadsbesluit? Kan de raad onder voorwaarden een krediet beschikbaar stellen? En wanneer kan het college vervolgens gebruik maken van een onder zo’n voorwaarde beschikbaar gesteld krediet? Voor 2021 en voor 2022 is er voor beide jaren een dekking van €130 K (totaal dus € 260 K). Er wordt voorgesteld om het overige deel van de dekking van het jaar 2022, (€ 214.838,-) voor te schieten uit de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Uitgangspunt is dat in 2021 het Rijk (in de decembercirculaire) de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord beschikbaar stelt, in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Insteek is dat deze uitvoeringsgelden de dekking van 2022 overnemen, en de € 214,838,- terugvloeien naar de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Als de Uitvoeringsgelden niet beschikbaar komen (dat risico wordt klein geacht maar is aanwezig), dan zijn er drie voorziene oplossingen (zie kanttekening 3.1.): 1. in overleg met de regio moet bepaald worden hoe de gezamenlijke uitgaven ten behoeve van de samenwerking in 2022 beperkt worden. 2.
Er ontstaat mogelijk een dekkingsprobleem voor toekomstige projectkosten van Hoornes Aardgasvrij. Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan de raad. 3. Of in de begroting van 2022 wordt ruimte gevonden voor deze dekking Insteek hier is dat optie 1 bij de kanttekeningen 3.1. de voorkeur heeft, dus dat we in overleg met de regio partijen in overleg gaan over afspraken, zodat de werkzaamheden van 2022 overeenkomen met de beschikbare middelen waar dekking voor is in 2022. Hoe hoog die dekking uitvalt voor 2022, hangt af ook mede af van de haalbaarheid van optie 2 en 3 die bij de kanttekening genoemd staan. In overleg met de 6 gemeenten zal worden uitgewerkt, afgestemd en in de tijd gemonitored worden welk uitgave ritme we hanteren in de loop van de 1,5 jaar, tot eind 2022. In de context van het beschikbaar komen van de uitvoeringsgelden vanuit het Rijk, wordt bij het bepalen van het uitgave ritme rekening gehouden met de middelen waar op ieder moment met zekerheid beschikking over hebben (in de 6 gemeenten). Ook zullen er hieromtrent voorbehouden worden opgenomen bij het aangaan van langdurige verplichtingen (bijv. inzet van mensen tot eind 2022).
22.
12
Beslispunt 5. Het is juridisch uitzonderlijk dat de raad het college een mandaat geeft (VNG-handreiking Attributie, mandaat en delegatie, pagina 41). Waarom stelt het college deze vorm voor? Welk gebruikelijker alternatief is er? Formeel is het sluiten van overeenkomsten en maken van formele afspraken met partijen een collegebevoegdheid. Om die reden is het verlenen van mandaat aan het College dan ook formeel inderdaad niet vereist. Het doel van het onderhavige beslispunt is om via het raadsbesluit duidelijke kaders te stellen voor de uitgangspunten, reikwijdte en inhoud van de nadere afspraken die het College mag maken ter uitvoering van het raadsbesluit. Deze
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 8 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel kaders zullen voor de raad later ook dienen als basis ter uitoefening van de controlerende bevoegdheid richting het eigen college. Een gangbaar alternatief hiervoor zou daarom kunnen zijn: “De Gemeenteraad geeft haar toestemming aan het College om binnen de kaders van dit raadsbesluit en ter uitvoering van dit raadsbesluit formele afspraken te maken met Gasunie en/of andere partijen om de ingezette koers te kunnen vervolgen. De inhoud en scope van dergelijke afspraken kan slechts gebaseerd zijn op de in dit document verwoorde beslispunten en toelichting”.
Bijlage 1. Toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie (1891088) Nr. 23.
Pag. 1
Vraag & Antwoord - Bijlage 1 “zo wordt vormgegeven dat de te nemen besluiten op elkaar aansluiten” waarom verloopt dit via een eigen proces met € 2 miljoen procesgeld en niet via de RES Holland Rijnland? De aanleiding voor deze samenwerking is de aansluiting van restwarmte uit Rotterdam. Deze aansluiting is voor deze 6 gemeenten relevant gezien hun geografische ligging en de aanwezige warmtevraag in deze gemeenten. Voor een aantal gemeenten is de afstand van het beoogde net naar de gemeente te groot en de mogelijke afname in de gemeente beperkt. Dit is ongunstig. Het aanbod van restwarmte uit Rotterdam is dus niet toereikend voor alle gemeenten in de regio HR. Afgesproken is dat als het gaat om de organisatie van de samenwerking in de verkenning ook gekeken wordt naar samenwerking op het schaalniveau van de RES-regio Holland Rijnland. Voor de slagvaardigheid van de samenwerking wordt hierop echter nog niet geanticipeerd. Holland Rijnland is bij de verdere uitwerking van de warmte volgens de RES2.0, waaronder de warmteverdeling in de regio, waar zowel restwarmte uit Rotterdam als geothermie belangrijke bronnen zijn betrokken.
24.
2
Zijn de wijkuitvoeringsplannen dan al onderdeel van de transitievisie warmte? Nee, de wijkuitvoeringsplannen zijn een nadere uitwerking en vervolgstap op de transitievise warmte
25.
2
‘het college van B&W van Rotterdam en GS hebben tot april mandaat’ welk besluit hebben zij genomen? Of hoe verloopt de besluitvorming als dit mandaat er niet (meer) is? Het is aan de raad van Rotterdam en PS van de provincie Zuid-Holland om daar keuzes in te maken.
26.
4
29 april 2021
Welke vrijheid heeft de gemeente nog in de transitievisie warmte, als nu wordt besloten tot het gebruik van restwarmte? Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 9 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord - Bijlage 1 Er zullen nog veel vrijheden blijven. Het doel is om middels een open regionaal energie net een stabiele mix van de verschillende warmtebronnen aan te kunnen bieden. Restwarmte uit Rotterdam zal zorgen voor een zgn “hoge temperatuur” warmtenet. Dit is vooral geschikt voor oudere woningen, of woningen die minder goed te isoleren zijn. Voor deze woningen is restwarmte in de transitie een goed alternatief. Voor veel andere wijken in Katwijk is “Midden temperatuur” middels Geothermie of all electric een goed alternatief. Voor nieuwbouw wijken is “lage temperatuur” (zoals aquathermie) een goed alternatief.
27.
4
In de voetnoot staat ‘duurzaamheid en betaalbaarheid lokale bronnen eerst’ wordt dit dan ook het uitgangspunt voor de transitievisie warmte? Op een “open” regionaal energienet kunnen meerdere bronnen worden aangesloten. De bronnen kunnen gedurende de transitie ook veranderen (verduurzamen). Bekend is dat er momenteel niet genoeg lokale bronnen beschikbaar zijn in de RES regio. Daarom is een bovenregionale bron als restwarmte voor nu een goed alternatief. Lokale bronnen die in de loop van de tijd beschikbaar komen, kunnen ook worden aangesloten op het open regionale energienet.
28.
5
Uitgangspunt democratische legitimiteit: hoe wordt dit vormgegeven bij een regeling zonder meer? Er kan gekozen worden uit drie varianten. variant 1) voortzetting van de huidige vorm van programmasturing (collegeverantwoordelijkheid); variant 2) een samenwerkingsconvenant, wat in principe aan de colleges is maar kan worden voorgelegd aan de raden (bijv. voor wensen en bedenkingen of als raadsbesluit); variant 3) een regeling zonder meer o.b.v. Wgr, waarbij er een raadsbesluit nodig is. Bij een regeling zonder meer legt het college verantwoording af aan de raad en kan de raad kaders meegeven aan het college voor de samenwerking. Zie verder ook het antwoord op vraag 17.
29.
5
‘keuze is gebaseerd op […] maatschappelijke kosten-batenafweging’ en op pagina 7: ‘over een meer precieze duiding of objectivering van deze maatschappelijke kosten en baten beschikken wij momenteel niet’. Waarop is de keuze dan gebaseerd? De afweging van maatschappelijke kosten en baten om tot een transportnetwerk voor restwarmte in Zuid-Holland te komen wordt gemaakt op het niveau van de rijksoverheid en de provincie. Wij hebben de onderbouwing bij hen verder uitgevraagd.
30.
5
Stelt de gemeente, de regio of de samenwerking tussen de 6 gemeenten nog een maatschappelijke kosten- baten analyse op? Zo nee, waarom niet? Zie antwoord op vraag 29.
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 10 van 12
Bijlage 2. Begrotingswijziging 10 van 2021 (1891088) Nr. 31.
Pag.
Vraag & Antwoord - Bijlage 2 Bij de begrotingswijziging staan alleen bedragen in de kolom 2022. Er zijn toch ook middelen nodig voor 2021? Een begrotingswijziging voor alleen 2022 is toch niet nodig aangezien die begroting toch nog moet worden vastgesteld? In de begrotingswijziging staat ook een bedrag van € 130.000 voor 2021 vermeld met als dekking stelpost coalitieakkoord Duurzaamheid.
32.
Waarom wordt deze aanpassing niet meegenomen bij de voorjaarsberap? Of te wel: hoe is inzichtelijk te maken in hoeverre dit past binnen de bezuinigingen die de raad eind 2020 heeft vastgesteld? De bijdrage aan het samenwerkingsverband wordt uiteindelijk beoogd te dekken door de inzet van de uit hoofde van het coalitieakkoord opgenomen stelpost Duurzaamheid en de met een grote mate van waarschijnlijkheid door het Rijk uiterlijk bij de decembercirculaire 2021 toe te kennen uitvoeringsmiddelen van de Klimaatakkoord. Deze voorgestelde dekkingsposten maken geen deel uit van de voorgestelde bezuinigingen.
Reactie op de aanbevelingen van de griffie uit het tweede advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ van 23 april Nr. 33.
Pag.
Vraag & Antwoord 1) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om duidelijkheid over de momenten van besluitvorming en informatievoorziening aan de raad te geven. 2) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken het samenwerkingsconvenant ter besluitvorming aan te bieden aan de raad. 3) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om een nadere onderbouwing van de gevraagde € 474.000. We hebben in het kader van dit voorstel getracht acht te slaan op de rol- en bevoegdhedenverdeling tussen de raden en colleges van de betrokken gemeenten alsook op de borging van de democratische legitimatie van de te maken formele afspraken. Hoofduitgangspunt van de Gemeentewet is dat de gemeenteraad de volksvertegenwoordiging is en daarnaast ook een kaderstellende en controlerende rol heeft. De raad moet deze rol kunnen pakken, waarbij ook de rol van raadsminderheden niet in het geding mag komen. Het college van burgemeester en wethouders is het uitvoerende orgaan, tenzij het gaat om taken en verantwoordelijkheden in het kader van met name de openbare orde en veiligheid waar de burgemeester bevoegd is. Het college is daarnaast een collegiaal bestuursorgaan, dat verantwoording moet afleggen aan de gemeenteraad. Hieronder wordt per deelvraag in het tweede advies van de griffie antwoord gegeven:
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 11 van 12
Nr.
Pag.
Vraag & Antwoord 1) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om duidelijkheid over de momenten van besluitvorming en informatievoorziening aan de raad te geven. De raad wordt gevraagd om het college conform dit voorstel de kaders mee te geven voor de komende 1,5 jaar, zodat er invulling kan worden gegeven aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid om de publieke waarden te borgen in de warmtetransitie. Dit door een regionale samenwerking aan te gaan om verder vorm te geven aan een open regionaal ernergienet. Hierop kunnen meerdere bronnen worden aangesloten die zorgen voor een stabiele warmtemix, waaronder de warmetlinQ+ (HT) en geothermie uit de bollenstreek (MT). Dit is een voorzetting van het beleid dat afgelopen jaar bestuurlijk is gevolgt. Hoe dit de komende 1,5 jaar zal worden uitgevoerd (binnen de kaders van het besluit) zal komende maanden worden uigewerkt in een Plan van Aanpak (inclusief raming op hoofdlijnen). Dit is een collegebevoegdheid. Hoe de raad hierbij komende 1,5 jaar wordt betrokken (informatievoorziening) en wanneer er stukken ter besluitvorming worden voorgelegd zal de komende maanden in opdracht van de bestuurders worden uitgewerkt. Onderdeel daarbij zal zijn om met regelmaat de raden te informeren over de voortgang en de raden tijdig in positie brengen als het gaat om keuzes voortvloeiend uit nadere verkenningen. Dit betreft tenminste t.a.v.
de verkenning van mogelijke vorming van een regionaal investeringsfonds en samenwerking vanaf 1 januari 2023. 2) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken het samenwerkingsconvenant ter besluitvorming aan te bieden aan de raad. Overwogen wordt om voor de periode tot eind 2022 de programmatische samenwerking te continueren, en deze vast te leggen in een samenwerkingsconvenant. Als de samenwerkingsafspraken worden vastgelegd in een convenant dan zullen de raden hier over geïnformeerd worden. Het is aan de raden om te bepalen of dit een raadsbesluit vergt. Zie verder ook context van het antwoord op vraag 17. 3) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om een nadere onderbouwing van de gevraagde € 474.000. De gereserveerde middelen mogen uitsluitend worden besteed binnen de inhoudelijke kaders zoals vastgelegd in het onderhavige raadsbesluit. Op hoofdlijnen is een beeld waarvoor deze maximaal 2 miljoen nodig is. Dit is aangegeven in het raadsvoorstel onder “Middelen”. Dit wordt vóór augustus uitgewerkt in een Plan van Aanpak, met een nadere specificatie van de kosten voor de samenwerking. Dit zal met een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad. In overleg met de 6 gemeenten zal worden uitgewerkt, afgestemd en in de tijd gemonitored worden welk uitgave ritme we hanteren in de loop van de 1,5 jaar, tot eind 2022.
In de context van het beschikbaar komen van de uitvoeringsgelden vanuit het Rijk, wordt bij het bepalen van het uitgave ritme rekening gehouden met de middelen waar op ieder moment met zekerheid beschikking over hebben (in de 6 gemeenten). Ook zullen er hieromtrent voorbehouden worden opgenomen bij het aangaan van langdurige verplichtingen (bijv. inzet van mensen tot eind 2022) ( Zie ook context van vraag 21).
29 april 2021
Tweede nota van beantwoording over Samenwerking warmtetransitie in de Leidse regio voor het benutten van restwarmte via WLQ+ (1891088)
Pagina 12 van 12