9. Tweede advies bij Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)
Tekst van het document
Advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088) 23 april 2021 Griffie ========================================================================== Het college heeft op 6 april een voorstel aangeboden over regionale samenwerking betreffende WarmtelinQ+. Met warmtetransportleiding WarmtelinQ+ komt restwarmte vanuit het Rotterdamse havengebied beschikbaar voor duurzame verwarming van Katwijk. Dit advies richt zich op de kaderstelling en de middelen in het voorstel. De aanbevelingen voor de behandeling door de raad staan cursief vermeld. Kaderstelling door de raad en het samenwerkingsconvenant De centrale vraag van dit advies is wanneer de raad de kaders stelt voor de nu voorgestelde samenwerking; en op welk moment. Hiervoor zijn 3 momenten: 1) nu; bij het intentiebesluit; 2) in augustus 2021, bij het samenwerkingsconvenant; 3) in het voorjaar van 2023, bij de (mogelijke) instelling van een regionaal investeringsfonds. Beslispunt 1 vermeldt: […] “Deze samenwerking voor augustus 2021 vast te leggen in een samenwerkingsconvenant voor de periode tot eind 2022 en af te spreken een verkenning te doen voor samenwerking in de periode vanaf 1 januari 2023.” De nota van beantwoording meldt bij vraag 4: “Op hoofdlijnen is een beeld waarvoor deze maximaal 2 miljoen nodig is. Dit is aangegeven in het raadsvoorstel onder “Middelen”.
Dit wordt vóór augustus uitgewerkt in een plan van aanpak. Dit zal met een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad.” Onderstaand schema op pagina 10 van het raadsvoorstel laat zien dat er alleen raadsbesluitvorming is voorzien met het nu aangeboden voorstel. De raad krijgt het samenwerkingsconvenant ter kennisname aangeboden via een raadsinformatiebrief (donkerblauwe ruit is een raadsbesluit; donkerblauwe bolletjes zijn raadsinformatiemomenten):
23 april 2021
Advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Blad 1 van 3
Dit roept de vraag op in hoeverre de kaders voor het samenwerkingsconvenant al dusdanig helder zijn, dat het college hier, zonder verder besluit van de raad, een beslissing over kan nemen. Over de duidelijkheid van deze kaders meldt het voorstel het volgende: “Op hoofdlijnen is er een beeld waarvoor deze 2 miljoen benodigd is. Dit wordt voor 1 augustus 2021 uitgewerkt in een plan van aanpak. Voor het al dan niet samenwerken vanaf 1 januari 2023 wordt tijdig een voorstel aan de raden voorgelegd. […] Voor 1 augustus 2021 wordt een plan van aanpak vastgesteld in de colleges waarin duidelijk wordt hoe de maximaal 2 miljoen euro wordt ingezet, welke afspraken worden vormgegeven over de sturing op effectieve inzet van deze middelen en welke verdeling van het budget over 2021 en 2022 wordt voorgesteld. Er is nu echter nog geen sluitende financiële onderbouwing van de benodigde gelden van € 2 miljoen voor de periode tot en met eind 2022 aanwezig.” Momenteel zijn die kaders dus nog diffuus; op dit moment is de raad niet in positie om op basis daarvan beslissingen te nemen.
Over de kaderstelling die nu wel bekend is, vermeldt de bijlage bij het voorstel op pagina’s 3 en 4: “Voorgesteld wordt om de keuze te maken voor samenwerking op de warmtetransitie en de uitgangspunten, reikwijdte, te verkennen varianten van organisatie- en rechtsvorm en het proces van verkenning van de samenwerking vast te leggen in een samenwerkingsconvenant. […] Als voorlopige uitgangspunten voor de samenwerking worden in ieder geval gehanteerd: slagvaardigheid, deskundigheid, democratische legitimiteit, doelmatigheid en flexibiliteit. Een eventuele aanvulling en nadere uitwerking van deze uitgangspunten volgt voor 1 augustus 2021. […] Voorgesteld wordt om de samenwerking vast te leggen in een samenwerkingsconvenant. Hierbij raadplegen we de raden en informeren wij hen periodiek over het proces van verkenning van de samenwerking, te starten met de raad voor 1 augustus 2021 via een raadsinformatiebrief te informeren over een voorlopige processchets. Voor het aangaan van de Regeling zonder meer door het college is o.g.v. art. 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming van de gemeenteraad nodig. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.” Voor 1 augustus zijn de kaders dus verder uitgewerkt voor de colleges. Daarnaast is onduidelijk of er op dat moment dus een ‘regeling zonder meer’ wordt aangegaan.
In dat geval is hoe dan ook een raadsbesluit vereist; wat conflicteert met het afgebeelde schema waarin de raad het samenwerkingsconvenant via een raadsinformatiebrief krijgt aangeboden. 1) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om duidelijkheid over de momenten van besluitvorming en informatievoorziening aan de raad te geven. 2) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken het samenwerkingsconvenant ter besluitvorming aan te bieden aan de raad. Middelen Andere reden voor bovenstaande aanbeveling is de ontbrekende financiële onderbouwing van het gevraagde krediet. Het voorstel vermeldt dit zelf het kernachtigst: “Er is nu echter nog geen sluitende financiële onderbouwing van de benodigde gelden van € 2 miljoen voor de periode tot en met eind 2022 aanwezig.” Het krediet bevat echter wel een dekking vanuit de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken; wat gelabeld is voor het aardgasvrij maken van de wijk Hoornes. Wanneer het rijk niet, of veel later pas, geld beschikbaar stelt voor de restwarmteleiding, betekent dit wel een tekort voor project Hoornes van €214.838. Het college vraagt dit financieel commitment echter nu aangezien de “Gasunie voldoende comfort nodig [heeft] vanuit de Leidse regio. Dit comfort kan worden geboden door aan te geven welke inspanningen de regio bereid is te doen om wijken aan te sluiten op restwarmte via de WarmtelinQ+.”
23 april 2021
Advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Blad 2 van 3
De vraag is daarmee of het intentiebesluit op zich voldoende is voor dit ‘comfort’ of dat de kredietverstrekking daar onlosmakelijk mee is verbonden. Het is in ieder geval van belang voldoende duidelijkheid te krijgen over de onderbouwing van de gevraagde middelen. 3) Het verdient aanbeveling het college te verzoeken om een nadere onderbouwing van de gevraagde € 474.000.
23 april 2021
Advies bij Intentiebesluit restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Blad 3 van 3