9. Raadsvoorstel Samenwerking warmtetransitie tussen zes gemeenten in de Leidse regio en benutten van restwarmte via WarmtelinQ+ (1891088)
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Kenmerk Programma Onderwerp
: 1891088 : Volksgezondheid en milieu : Samenwerking in de warmtetransitie in de Leidse regio en het benutten van restwarmte via WLQ+.
Katwijk, 6 april 2021.
Aanleiding en doel In het nationaal klimaatakkoord van 28 juni 2019 is de opgave van CO2 reductie vastgelegd. Deze wordt uitgewerkt in onder andere de regionale plannen, de Regionale Energiestrategie (RES),en lokale plannen, de Transitievisie Warmte (TVW), de vertaling daarvan naar het wijkniveau (wijkuitvoeringsplannen) en de Lokale energiestrategie (LES). In juni 2020 is de concept-RES vastgesteld door de gemeenteraden in de RESregio Holland Rijnland. In de concept RES is vastgesteld dat een hoge temperatuur warmtenet een belangrijke bijdrage heeft in de regionale warmtetransitie. De enige direct beschikbare bron hiervoor is de restwarmte uit Rotterdam. Dit gegeven is meegenomen in de door Katwijk vastgestelde “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de TVW en de LES” d.d. 17 december 2020. Deze uitgangspuntennotie wordt momenteel uitgewerkt tot de TVW en LES. Zoals het er nu naar uitziet worden deze in mei aan de raad aangeboden. Hieronder is schematisch de samenhang tussen de diverse nationale, regionale en lokale plannen en onderzoeken weergegeven.
In regionaal verband is het afgelopen jaar hard gewerkt om met bovenregionale partners zoals Gasunie, het ministerie van EZK (EZK) en de provincie Zuid-Holland (PZH) de randvoorwaarden te scheppen voor de totstandkoming van een warmtetransportnet tussen Rijswijk en de Leidse regio (WarmtelinQ+). Gasunie dient dit voorjaar samen met EZK , Warmtebedrijf Rotterdam (WBR) en PZH een investeringsbesluit te nemen om de WarmtelinQ+ naar de Leidse Regio mogelijk te maken. Om deze reden ligt dit besluit aan u voor vooruitlopend op de vaststelling van de TVW en de RES1.0.
5
In de concept Regionale energiestrategie (RES) en de in Katwijk vastgestelde “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de Transitievisie warmte (TVW) en Lokale energiestrategie (LES) ” is vastgelegd om restwarmte te benutten in de warmtetransitie in de Leidse regio en Katwijk. Deze keuze is in lijn met de Katwijkse opgave in de warmtetransitie welke is opgenomen in de RES 1.0 en concept TVW. Deze keuze is gebaseerd op vier argumenten: voldoende vraag, best beschikbare duurzame warmte als basis in de energiemix, maatschappelijke kostenbatenafweging en een rol als startmotor voor de totstandkoming van de vraagontwikkeling en aanleg van distributienetten. Het college vraagt mandaat aan de raad om formele afspraken te maken met Gasunie en eventuele andere partijen binnen de gestelde kaders. De Leidse regio en Katwijk willen met de voorliggende beslispunten vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid gezamenlijk en voortvarend de warmtetransitie oppakken. Echter, de 6 gemeenten in de Leidse regio +Katwijk maken het voorbehoud dat als andere partners hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid in besluiten en uitvoering niet pakken, ook de uitvoering van besluiten door de 6 gemeenten kan worden gestopt. Een intensieve samenwerking tussen de 6 gemeenten is noodzakelijk om effectief te kunnen samenwerken met Gasunie, EZK en PZH.
Dit draagt bij aan de warmte transitieopgave van Katwijk en de distributie van de hoge temperatuur restwarmte uit Rotterdam en eventueel later ook geothermie uit o.a. de Duin en Bollenstreek, effectiever te kunnen vormgeven en verdelen. In regionaal verband zijn dit raadsvoorstel en de bijlagen tot stand gekomen. In het raadsbesluit zijn de gezamenlijke beslispunten opgenomen met daarbij de lokale motiveringen en kanttekeningen. In punt 1 en 2 van de aanvullende “toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio” die als bijlage is toegevoegd zijn aanvullende regionale kaders en regionale onderbouwingen opgenomen. Indicatoren (facultatief) n.v.t. Motivering voorstel 1. 1.1. De samenwerking tussen de 6 gemeenten is nodig om zowel de warmteketen als het open regionaal energie-systeem (warmte, elektriciteit en gas) en de sturing daarbinnen verder vorm te geven. Deze sturing vergt een versterking van het acteren als lokale overheid, ook naar warmtebedrijven en in samenwerking met woningcorporaties, netbeheerders en de verkenning in de Duin en Bollenstreek waarin geothermie een belangrijke bron is. In zowel de verkenning van WlQ+ als de verkenning rond geothermie in de Duin- en Bollenstreek wordt gestreefd naar een “open” transport- en distributienet. Katwijk is betrokken bij beide verkenningen.
Op een “open” transport- en distributienet kunnen zowel lokale als regionale bronnen aansluiten. Hiermee wordt een stabieler, betrouwbaarder transportnet ontwikkeld waarbij de gemeente Katwijk haar regisserende rol kan behouden. 1.2. Deze samenwerking is een belangrijke stap voor de ontsluiting en verdeling van de bovenlokale duurzame bronnen in de regio. Voor Katwijk is het belangrijk om aan te sluiten op het open regionale warmtetransportnet. De hierop aangesloten bovenlokale duurzame bronnen zijn nodig om invulling te geven aan onze lokale warmtetransitie. 1.3. In regionaal verband zijn dit raadsvoorstel en de bijlagen tot stand gekomen. In het raadsbesluit zijn de gezamenlijke beslispunten opgenomen met daarbij de lokale motiveringen en kanttekeningen. In punt 3 van de aanvullende “toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio” die als bijlage is toegevoegd zijn aanvullende regionale kaders en regionale onderbouwingen opgenomen. 2. 2.1. In de concept RES is vastgesteld dat een hoge temperatuur warmtenet een belangrijke bijdrage heeft in de regionale warmtetransitie. De enige direct beschikbare bron hiervoor is de restwarmte uit Rotterdam. Dit gegeven is meegenomen in de door Katwijk vastgestelde “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de TVW en de LES” d.d. 17 december 2020. 6
2.2. Ook in de Katwijkse “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de TVW en de LES” zijn betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid als uitgangspunten opgenomen. 2.3. Voor Katwijk is een hoge temperatuurbron van belang om de warmtetransitie te realiseren. Geothermie is een bron met een lagere temperatuur dan restwarmte. Voor woningen waar een hoge temperatuur voorziening nodig is, is opwaarderen van de warmte dan noodzakelijk. 2.4. In regionaal verband zijn dit raadsvoorstel en de bijlagen tot stand gekomen. In het raadsbesluit zijn de gezamenlijke beslispunten opgenomen met daarbij de lokale motiveringen en kanttekeningen. In punt 4 van de aanvullende “toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio” die als bijlage is toegevoegd zijn aanvullende regionale kaders en regionale onderbouwingen opgenomen. 3. 3.1. Volgens het klimaatakkoord hebben we als gemeenten de rol van regisseur in de warmtetransitie. Door dit samen met de regiogemeenten op te pakken kunnen we deze rol efficiënter invullen. Met het beschikbaar gestelde bedrag kan hiervoor tot 2023 de organisatie worden neergezet die toewerkt naar een open regionaal energie netwerk. 4. 4.1. Om regie te kunnen voeren op de totstandkoming van een bovenlokale of regionale energie-infrastructuur, een rol die past bij de lokale overheid.
Hiervoor kan een investeringsfonds wenselijk zijn. Hiervoor is een verkennend onderzoek naar de praktische invulling en de verwachte impact van een investeringsfonds nodig.
Kanttekeningen 1. 1.1. Zonder samenwerking tussen de 6 gemeenten kan er geen regionaal “open” transport- en distributienet worden ontwikkeld. Daarnaast hebben de gemeentes zonder samenwerking onderling een slechtere onderhandelingspositie naar marktpartijen. 2. 2.1. Zonder een regionale bron met hoge temperatuurwarmte zal voor de woningen in Katwijk waar een hoge temperatuur voorziening nodig is opwaarderen van andere (lagere temperatuur) warmtebronnen noodzakelijk zijn. Dit gaat veelal om oudere slecht te isoleren woningen. Om de woning toch comfortabel te kunnen verwarmen zal moeten worden gezocht naar een collectieve of individuele oplossing om de temperatuur op te waarderen. Dit zal leiden tot extra kosten. En bij de collectieve oplossing kan het resulteren in een minder duurzaam warmtevoorziening. 3. 3.1. Het risico is aanwezig dat het Rijk in de decembercirculaire de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord niet of minder beschikbaar stelt. (Niet in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur). Het gevolg is dat er geen dekking is voor een deel (€ 214.838,- )van de gelden in 2022. 3.1.1. In overleg met de regio moet bepaald worden welke lokale bijdrage en welke gezamenlijke uitgaven ten behoeve van de samenwerking in 2022 nodig zijn. 3.1.2. En de tijdelijke dekking is nu gevonden in het budget van het programma Aardgasvrije wijken.
Indien er geen uitvoeringsgelden terugvloeien naar de bestemmingsreserve Aardgasvrije wijken, kan er mogelijk een dekkingsprobleem ontstaan voor toekomstige projectkosten van Hoornes Aardgasvrij en Warmtenet Hoornespassage. Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan de raad. 3.1.3. Of in de begroting van 2022 wordt ruimte gevonden voor deze dekking. 6. 6.1. De Leidse regio en Katwijk willen met de voorliggende beslispunten vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid gezamenlijk en voortvarend de warmtetransitie oppakken. Echter, de 6 gemeenten in de Leidse regio maken het voorbehoud dat als andere partners hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid in besluiten en uitvoering niet pakken, ook de uitvoering van besluiten door de 6 7
gemeenten kan worden gestopt. Middelen Gezamenlijke investering van maximaal 2 miljoen Euro tot eind 2022 (beslispunt 3) Het bestuurlijk commitment vanuit de Leidse regio betreft voor de 6 gemeenten gezamenlijk in financieel opzicht een eenmalig bedrag van maximaal 2 miljoen euro voor de periode tot eind 2022. Op hoofdlijnen is er een beeld waarvoor deze 2 miljoen benodigd is. Dit wordt voor 1 augustus 2021 uitgewerkt in een plan van aanpak. Voor het al dan niet samenwerken vanaf 1 januari 2023 wordt tijdig een voorstel aan de raden voorgelegd. Voorgesteld wordt om de verdeling van de totale bijdrage aan de programma-organisatie van maximaal 2 miljoen euro te baseren op het inwonertal van de gemeenten. Dit vertaalt zich door aan de volgende incidentele bijdrage voor de 6 gemeenten: Leiden Katwijk Leiderdorp Voorschoten Oegstgeest Zoeterwoude
€ 903.408 € 474.838 € 195.386 € 184.843 € 179.383 € 62.141 € 2.000.000
Voor 1 augustus 2021 wordt een plan van aanpak vastgesteld in de colleges waarin duidelijk wordt hoe de maximaal 2 miljoen euro wordt ingezet, welke afspraken worden vormgegeven over de sturing op effectieve inzet van deze middelen en welke verdeling van het budget over 2021 en 2022 wordt voorgesteld. Er is nu echter nog geen sluitende financiële onderbouwing van de benodigde gelden van € 2 miljoen voor de periode tot en met eind 2022 aanwezig. Het beeld waar de 2 miljoen euro voor nodig is betreft de volgende onderdelen: Pakken van rol als regisseur van de energietransitie, conform afspraken in het Klimaatakkoord Een samenwerkingsorganisatie op de warmtetransitie vormgegeven. Een team van experts vormen in combinatie met de inzet van collega’s binnen de 6 gemeenten. Duurzame competentie- en kennisontwikkeling vraagt hierbij aandacht. Het ontwerpen en ontwikkelen van een open regionale energie-infrastructuur (warmte, gas, elektriciteit) en energyhubs. Samenwerking met netbeheerders zoals Alliander, TenneT, Gasunie en andere relevante partijen zoals EBN en InvestNL rondom deze ontwikkelingen. Het in beeld krijgen van de investeringsbehoefte en een meerjarig beeld bij de mogelijke realisatie hiervan en de eerste stappen daarin te zetten.
Het ontwerp van een financieel instrumentarium dat past bij de rolneming en borging van sturing op publieke waarden in de warmtetransitie. Dit betreft de uitwerking van de intentie van een regionaal investeringsfonds. De totstandkoming van een voorlopig ontwerp, de ruimtelijke inpassing (PIP) en de voorbereiding op aanleg van WarmtelinQ+ en aansluiting op het bestaande warmtenet. Samenwerking met Gasunie/WarmtelinQ, PZH en Vattenfall hierop. Regionaal kunnen afspraken worden gemaakt over welke gebieden en wijken in welke periode mee te nemen in de warmtetransitie. De benutting van restwarmte via WarmtelinQ+, het doen van een marktverkenning gericht op het ontwerp van mogelijke warmtekavels en te ontwikkelen distributienetten en de samenwerking met woningcorporaties, VVE’s en andere partijen hierop. Het stimuleren van initiatieven uit de samenleving en regionale verbindingen leggen tussen energiecoöperaties en buurtwarmte-initiatieven, als gevolg van een open regionale energie-infrastructuur. Indien na de zomer met het plan van aanpak duidelijk wordt of het nu ingeschatte lastentotaal lager uitvalt worden de gevraagde gemeentelijke bijdragen hier op afgestemd.
8
Naar verwachting wordt uiterlijk in de decembercirculaire 2021 van het Rijk duidelijkheid verschaft over de keuze van het nieuwe kabinet als het gaat om de vergoeding van de uitvoeringsgelden Klimaatakkoord. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft hierover in het voorjaar 2021 het adviesrapport ‘Van Parijs naar praktijk’ uitgebracht, gebaseerd op het onderzoek naar artikel 2 “Wet financiële verhoudingen”. Het advies luidde om 1,6 miljard euro beschikbaar te stellen aan de gemeenten voor de periode 2022-2024, waarbij het om een bedrag van 350 miljoen euro per jaar gaat voor de transitie in de gebouwde omgeving. Het beschikbaar stellen van deze uitvoeringsgelden Klimaatakkoord door het nieuwe kabinet stellen wij als uitgangspunt voor het beschikbaar stellen van de nu gevraagde maximale bijdrage aan de samenwerkingsorganisatie voor het jaar 2022. Voorgesteld wordt dat als de gemeenten uitvoeringsgelden Klimaatakkoord beschikbaar gesteld krijgen met terugwerkende kracht een herijking van de verdeelsleutel plaatsvindt met ingang van dit besluit op basis van de verdeelsleutel en spelregels van de totstandkoming van deze uitvoeringsgelden. Rond de zomer 2022 wordt een voorstel ontwikkeld over het al dan niet vanaf 1 januari 2023 voortzetten van de regionale samenwerking.
Voor een voortgezette samenwerking vanaf 1 januari 2023 zijn geen middelen in de begroting gereserveerd en beschikbaar. Verwacht wordt dat dan duidelijkheid is over de beschikbaarheid van aanvullende middelen vanuit de rijksoverheid voor de energietransitie (uitvoering taken Klimaatakkoord). De voorgestelde € 474.838,- kan voor Katwijk worden gedekt uit de volgende budgetten: Stelpost ‘duurzaamheid coalitieakkoord’ 2021 € 130.000,Stelpost ‘duurzaamheid coalitieakkoord’ 2022 € 130.000,€ 260.000,Om ook de resterende € 214.838,- op korte termijn beschikbaar te kunnen stellen en daarmee ons te kunnen aansluiten bij de regionale besluitvorming wordt voorgesteld deze voorlopig ter overbrugging ten laste te brengen van de bestemmingsreserve Aardgasvrije wijken. Dit onder de eerder genoemde voorwaarde dat de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord daadwerkelijk beschikbaar worden gesteld door het kabinet. Zowel bij het niet als wel in de decembercirculaire van het gemeentefonds beschikbaar komen van de uitvoeringsgelden Klimaatakkoord is het gewenst dat deze onttrekking wordt teruggestort in de bestemmingsreserve. Indien er geen uitvoeringsgelden Kimaatakkoord terugvloeien naar de bestemmingsreserve Aardgasvrije wijken, kan er mogelijk een dekkingsprobleem ontstaan voor toekomstige projectkosten van Hoornes Aardgasvrij en Warmtenet Hoornespassage.
Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld. Onderzoek naar gezamenlijk op te zetten investeringsfond vanaf 2023 (beslispunt 4) We streven er naar de investeringsbehoefte in de energie-infrastructuur van de Leidse regio en een eerste beeld van mogelijke financiële bijdragen van partners in deze investeringen helder te hebben per eind 1e kwartaal 2022. De regie op de totstandkoming van een bovenlokale of regionale energie-infrastructuur beschouwen wij als een opgave waarop netbeheerders, gemeenten, woningcorporaties, provincie en marktpartijen met elkaar samenwerken. Met het uitvoeren van het onderzoek en het uitspreken van deze intentie is uiteraard nog geen concrete verbintenis aangegaan om middelen ergens voor in te zetten. Er volgen daarom uit deze intentieverklaring nog geen verbintenissen voor de gemeenten naar derden, anders dan de intentie naar elkaar toe. Voorgesteld wordt om een verkennend onderzoek te doen naar de praktische invulling en de verwachte impact van een dergelijk investeringsfonds, passend bij de rol van de lokale overheid. De bedoeling is dat het resultaat van dit onderzoek tijdig op tafel ligt, zodat het bij een positief resultaat, kan worden verwerkt in een ontwerp van een regionaal investeringsfonds dat in het begin van 2022 gereed is.
De opzet van een regionaal investeringsfonds betekent dat er nog veel afspraken gemaakt moeten worden, zoals gemeentelijke versus regionale inzet van een investeringsfonds, de verbinding tussen de financiële bijdrage en bestuurlijke invloed (governance) bij investeringen. Dit zal in de opzet voor een investeringsfonds worden meegenomen. 9
Met dit beslispunt wordt op dit moment geen financiële toezegging gedaan. Uitvoering De warmtetransitie is een collectieve verantwoordelijkheid van overheden, marktpartijen, maatschappelijke partners en de samenleving. Het is niet alleen een opgave van gemeenten. Gemeenten werken lokaal en regionaal samen met woningcorporaties, regionaal en landelijk met netbeheerders en investeerders en beleidsmatig, juridisch, ruimtelijk, financieel en communicatief met de provincie en de rijksoverheid en diverse publieke uitvoeringsorganisaties of (overheids)bedrijven met een publieke taak zoals Gasunie. Besluiten die in de colleges en raden betrekking hebben op de benutting van restwarmte via de WarmtelinQ+ specifiek maar ook besluiten die betrekking hebben op financiële bijdragen en de warmtetransitie in de regio in het algemeen hebben dus alleen zeggingskracht en zullen alleen voortvarend kunnen worden opgepakt door gemeenten als ook de noodzakelijke besluiten door de andere partijen genomen worden. Anders gezegd: de 6 gemeenten in de Leidse regio en Katwijk zullen als andere partners hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid in besluiten en uitvoering niet pakken, ook zelf een voorbehoud maken in de uitvoering van hun verantwoordelijkheid.
Om die reden zal in de procesregie de komende tijd steeds de verbinding gelegd worden tussen de besluiten die op lokaal, regionaal en landelijk niveau genomen worden. Zoals voor de periode tot 1 augustus 2021 geïllustreerd met onderstaand processchema:
Juridisch advies Beslispunt 1: Een waarschijnlijke samenwerkingsvorm is de “regeling zonder meer” en komt neer op een publiekrechtelijke afspraak tussen de samenwerkende bestuursorganen van gemeenten, zonder dat daarvoor een specifieke rechtsvorm wordt gekozen. Anders dan bij de wettelijk geregelde vormen (bijvoorbeeld gemeenschappelijk orgaan of openbaar lichaam) is het bij de regeling zonder meer dan ook niet mogelijk om bevoegdheden toe te delen Beslispunt 4: Uit het verkennend onderzoek en intentieverklaring volgen nog geen verbintenissen voor de gemeenten naar derden, anders dan de intentie naar elkaar toe. Bij niet nakoming hiervan resulteert dit ook niet tot causaal daaraan verbonden schade die de partners kunnen ervaren en bij elkaar gaan claimen. Beslispunt 5:
10
Met de formulering van beslispunt 5 wordt ruimte gemaakt om formele afspraken te maken met Gasunie en eventuele andere partijen. Door te kiezen voor de formulering ‘formele afspraken’ hoeft de uitwerking niet altijd tot een overeenkomst beperkt te blijven. Doordat Gasunie of andere partijen uit hoofde van dit voorstel geen economisch voordeel ontvangen van de gemeenten in de Leidse regio is vooralsnog geen sprake van een risico op staatssteun. Dat risico dient telkens te worden getoetst bij het aangaan van samenwerkingen en bij het maken van nadere afspraken op basis van het bestuurlijke mandaat.
Communicatie Het voorstel is tot stand gekomen na een zeer intensieve voorbereiding door de 6 gemeenten gezamenlijk. De landelijke partijen die betrokken zijn bij de realisatie van de WarmtelinQ+ (waaronder Ministerie EZK, Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en Gasunie) zijn op de hoogte van de inhoud van het voorstel. Katwijkse inwoners zijn niet actief betrokken bij dit onderdeel van dit traject. Dit traject maakt onderdeel uit van de RES en de TVW. Inwoners worden hierbij betrokken door te infomeren en consulteren. Participatie wordt met name belangrijk in de wijkgerichte aanpak bij de warmtetransitie wanneer mogelijkheden voor een wijk behandeld worden. Het besluit van de Raad zal gecommuniceerd worden in onderlinge afstemming met de andere gemeenten. Onder andere middels een gezamenlijk persbericht. Bijlage(n) bijlage 1897807 “Toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio” bijlage 1901480 Begrotingswijziging 10
Burgemeester en wethouders van Katwijk, De secretaris De burgemeester
11
Raadsbesluit Kenmerk Programma Onderwerp
: 1891088 : Volksgezondheid en milieu : Samenwerking in de warmtetransitie in de Leidse regio en het benutten van restwarmte via WLQ+.
De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Katwijk van 6 april 2021.; gelet op artikel 147 lid 2 en artikel 192 van de Gemeentewet;
BESLUIT: 1)
De keuze te maken voor samenwerking tussen de 6 gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude als onderdeel van de warmtetransitie in de Leidse regio. Deze samenwerking voor augustus 2021 vast te leggen in een samenwerkingsconvenant voor de periode tot eind 2022 en af te spreken een verkenning te doen voor samenwerking in de periode vanaf 1 januari 2023.
2) In te stemmen met een regionale beleidsmatige keuze voor het benutten van restwarmte via vormen van collectieve warmtevoorziening, waarbij de eerder genoemde publieke waarden (betaalbaarheid en haalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid) worden geborgd. Dit is conform de eerder vastgestelde concept Regionale energiestrategie en vastgestelde “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de TVW en LES” en in lijn met de RES 1.0 en de concept Transitievisie Warmte. 3) Voor samenwerking met de regio ten behoeve van warmtetransitie maximaal een bedrag van € 474.838,beschikbaar te stellen. Waarbij er vanuit gegaan wordt dat het Rijk daadwerkelijk de in het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur voorgerekende uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord beschikbaar wordt gesteld. Het bedrag is als volgt samengesteld: a) Voor 2021 € 130.000 beschikbaar te stellen. Dit te dekken uit de stelpost Coalitieakkoord groen en duurzaamheid; b) Voor 2022 € 344.838 beschikbaar te stellen. Dit voor €130.000 te dekken uit de stelpost Coalitieakkoord groen en duurzaamheid, en voor € 214.838 uit de reserve Aardgasvrije wijken. 4) De intentie uit te spreken om voor de periode vanaf 1 januari 2023 een regionaal te vormen investeringsfonds op te bouwen en hier verkennend onderzoek naar te doen.
Bij een positief resultaat worden de resultaten uit dit onderzoek vervolgens vertaald in een voorstel voor een investeringsfonds voor 2023 en verder, waar uiterlijk bij de voorjaarsnota/kaderbrief in het voorjaar van 2022 door de raden een besluit over kan worden genomen. 5) Binnen de kaders van dit raadsbesluit het college te mandateren om ter uitvoering van dit raadsbesluit formele afspraken te maken met Gasunie en/of andere partijen om de ingezette koers te kunnen vervolgen. De inhoud en scope van dergelijke afspraken kan slechts gebaseerd zijn op de in dit document verwoorde beslispunten en toelichting en past daarmee binnen het mandaat zoals dat wordt vastgesteld in de raden. 6) De realisatie van de beslispunten 2 en 5 afhankelijk te maken van de (tijdige) besluitvorming en uitvoering door andere partijen als het gaat om de WarmtelinQ+ en de beschikbaarheid van restwarmte voor de Leidse regio, waarbij de Leidse regio haar verantwoordelijkheid pakt om andere partijen aan te moedigen hun deel in de collectieve verantwoordelijkheid voor de warmtetransitie te nemen. 7)
De budgettair neutrale begrotingswijziging 10 vast te stellen 12
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Katwijk in zijn openbare vergadering van 27 mei 2021 De griffier
De voorzitter
13