CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Nota van beantwoording Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Raad 27 mei 2021, gemeente KatwijkBij agendapunt: Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+5.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088) 23 april 2021 De antwoorden van het college van B&W op de vragen van de fracties staan schuin gedrukt onder de vraag.

Raadsvoorstel Nr. 1.

Pag. 1

Fractie SGP

Vraag Beschikken de partners over een voorlopig ontwerp van het beoogde warmtenet + ondersteunde berekeningen (technische en financieel)? Zo ja dan zou ik graag dit ontwerp en berekeningen ontvangen. Het gehele traject bestaat uit twee delen, WarmtelinQ (Vlaardingen-Den Haag) en WarmtelinQ+ (Rijswijk-Leiden) Er is nog geen voorlopig ontwerp van de warmtelinQ+, van Rijswijk naar de Leidse Regio, dus deze gegevens zijn niet beschikbaar. Het exacte leidingtraject en tracé is nog niet duidelijk, momenteel vindt er een studie plaats naar twee varianten van de tracées, over de Oostzijde van Leiden en over de Westzijde van Leiden. Insteek is een diameter van rond 500, goed voor het leveren van 100 MW. Zie ook de afbeeldingen hieronder. Deze afbeeldingen zijn onderdeel van de presentatie uit het Webinar warmtetransitie voor raadsleden in de Leidse regio d.d. 16 maart 2021: https://www.youtube.com/watch?v=TDs4tL2B-wk.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 1 van 15

Nr.

Pag.

Fractie

Vraag

Tracéstudie Leidse Regio

2.

2

SGP

Tracé WLQ en WLQ+

Waarom doen niet alle HR RES gemeenten mee? Voor een aantal gemeenten is de afstand van het beoogde net naar de gemeente te groot en de mogelijke afname in de gemeente beperkt. Dit is ongunstig. Het aanbod van restwarmte uit Rotterdam is dus niet toereikend voor alle gemeenten in de regio HR.

3.

2

SGP

Door welke gemeentes loopt dit warmtenet? Rijswijk? Leidschendam, Delft? Waarom doen deze gemeenten niet mee met de verkenning? Het warmtetransportnet is te splitsen in 2 delen. Het eerste deel loopt van Vlaardingen tot aan Rijswijk en Den Haag en is genoemd WarmtelinQ. Dit is een ander traject, een andere verkenning. De verkenning naar de Leidse regio is een uitbreiding, en een aparte verkenning, genoemd WarmtelinQ+. Het beoogd tracé is gesitueerd over Haags grondgebied ten oosten van de Vliet. Nabij Leiden zijn er nog twee varianten in studie. Over West (richting A44) en over Oost (verder langs de A4). Voorschoten is de eerste gemeente die langs dit tracé ligt, en is bij deze verkenning betrokken, net zoals Zouterwoude, Leidendorp, Leiden, Oegstgeest en Katwijk. Zie ook de afbeeldingen bij vraag 1 hierboven.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 2 van 15

Nr. 4.

Pag. 4

Fractie SGP

Vraag Kan er een nadere onderbouwing worden gegeven van de besteding van de € 2 miljoen? Op hoofdlijnen is een beeld waarvoor deze maximaal 2 miljoen nodig is. Dit is aangegeven in het raadsvoorstel onder “Middelen”. Dit wordt vóór augustus uitgewerkt in een plan van aanpak. Dit zal met een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad.

5.

4

SGP

Waarom wordt de voorinvestering niet volledig gedaan door de commerciele partners? Met dit voorstel doen de gemeenten geen (voor)investering in de aanleg van het warmtetransportnet WarmtelinQ+. Voorgesteld wordt te besluiten om een bijdrage te leveren aan het budget om in de komende 1,5 jaar de samenwerking in de regio tussen de gemeenten vorm te geven op de breedte van de warmtetransitie (meer dan alleen restwarmte) en om stappen te zetten gericht op een open regionaal energienet waarin publieke waarden (zoals betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid) worden geborgd.

6.

5

SGP

Er wordt voorgesteld om € 474.000 deels te betalen uit de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Waarom kan er uit deze reserve geput worden? Welke risico’s ontstaan er als deze reserves een andere bestemming krijgen? Er wordt voorgesteld om voor een deel van de dekking van het jaar 2022 (€ 214.838,-) voor te schieten uit de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Uitgangspunt is dat in 2021 het Rijk (in de decembercirculaire) de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord beschikbaar stelt, in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Insteek is dat deze uitvoeringsgelden de dekking van 2022 overnemen, en de € 214,838,- terugvloeien naar de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Als de Uitvoeringsgelden niet beschikbaar komen (dat risico wordt klein geacht maar is aanwezig), dan zijn er drie voorziene oplossingen: in overleg met de regio moet bepaald worden hoe de gezamenlijke uitgaven ten behoeve van de samenwerking in 2022 beperkt worden. Er ontstaat mogelijk een dekkingsprobleem voor toekomstige projectkosten van Hoornes Aardgasvrij en Warmtenet Hoornespassage. Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan de raad. Of in de begroting van 2022 wordt ruimte gevonden voor deze dekking

7.

5

SGP

Waar was de stelpost duurzaamheid coalitieakkoord 2021/2021 oorspronkelijk voor bedoeld? Stimulering van energieneutrale woningen.

8.

5

SGP

Graag toelichting op het project Warmtenet Hoornespassage Het gaat hier om een verschrijving. Hier wordt het warmtenet Hoornes bedoeld.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 3 van 15

Nr. 9.

Pag. 5

Fractie SGP

Vraag Is de gemeente Katwijk in staat dit traject te begeleiden gezien de benodigde capaciteit op andere grote dossiers? Is de expertise binnen de gemeente beschikbaar om dit traject te begeleiden? In deze voorbereidende fase is voor 2021 voldoende capaciteit en expertise beschikbaar. Naar aanleiding van het plan van aanpak zal moeten worden bekeken of dit nog toereikend is voor 2022.

10.

SGP

Hoe belangrijk is het voor de aanleg van het warmtenet dat de gemeente Katwijk meedoet aan dit vooronderzoek en samenwerking? In 2050 zal er een alternatief moeten zijn voor het fossiele aardgas om alle woningen te verwarmen. Warmtenetten, gevoed door duurzame bronnen zijn daarvoor geschikte oplossingen. Er zijn niet genoeg lokale bronnen beschikbaar in de RES-regio. Een transportnet door de regio, waarop diverse duurzame (bovenlokale) bronnen worden aangesloten zorgen voor een stabiele energiemix. De Samenwerking tussen gemeenten die nu wordt opgezet is nodig om te komen tot een open regionaal transportnet, waar meerdere bronnen op worden aangesloten en die woningen in Katwijk voorzien van warmte.

11.

5

SGP

Is het mogelijk om de andere gemeenten dit vooronderzoek te laten trekken en pas aan te haken/ aan te sluiten op het moment dat het warmtenet in gebruik is genomen door de andere gemeenten? Door nu samen te werken is het mogelijke gezamenlijke voorzieningen op te zetten, zoals het open regionale transportnet, eventuele benodigde piek- en backup en buffer voorzieningen, verdeling van warmtebronnen e.d. Als Katwijk later aanhaakt zullen hiervoor aparte voorzieningen en uitbreidingen moeten worden geregeld; en zijn bepaalde bronnen mogelijk niet meer voor handen.

12.

6

D66

Wat is de rol van de provincie via ruimtelijke ordening voor de warmtetransitie opgaven? Aanvullend: is de provincie bereid om de regionale samenwerking tussen de 6 gemeenten (financieel) te ondersteunen via haar eigen doelstellingen? De provincie zal naar verwachting op verzoek van Gasunie en de betrokken gemeenten een verantwoordelijkheid pakken als het gaat om de ruimtelijke inpassing van het tracé. De provincie ondersteunt de warmtetransitie in de RES-regio’s door het beschikbaar stellen van een beperkt aantal uren proces- en inhoudelijke expertise per week.

13.

23 april 2021

DURF

Uit de vragen die zijn gesteld: Een vorm van direct of indirect meebetalen aan de inmiddels beëindigde zoektocht om te komen tot de ‘Leiding over Oost’ wordt vermeden. Hoe zal dit worden vermeden?

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 4 van 15

Nr.

Pag.

14.

Fractie

Vraag De kosten die zijn gemaakt bij de voorbereiding om te komen tot de ‘Leiding over Oost’ betreffen kosten die voor rekening zijn van het Warmtebedrijf Rotterdam. Deze kosten kunnen niet voor rekening komen van de gemeenten in de Leidse regio omdat zij geen projectpartner en dus niet risicodragend zijn in het (bovenregionale) project WarmtelinQ+. De bijdrage voor de komende 1,5 jaar is enkel om de samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio verder vorm te geven en samen vervolgstappen te maken in een open regionaal energienet

DURF

Waarom kiest Katwijk er niet voor om eerst andere gemeenten deze leiding te laten organiseren en later aan te haken? Welke voordelen brengt dat met zich mee? Door nu samen te werken is het mogelijke gezamenlijke voorzieningen op te zetten, zoals het open regionale transportnet, eventuele benodigde piek- en backup en buffer voorzieningen, verdeling van warmtebronnen e.d. Als Katwijk later aanhaakt zullen hiervoor aparte voorzieningen en uitbreidingen moeten worden geregeld, en zijn bepaalde bronnen mogelijk niet meer voor handen. Voor alle duidelijkheid, de investering en organsiatie gaat niet specifiek over de aanleg van de WarmtelinQ+. Deze wordt door GasUnie en landelijke partners aangelegd, conform huidige planning vóór 2026, zodat het bestaande warmtenet van Leiden erop aan kan sluiten.

15.

DURF

Is er al een inschatting te maken welke wijken voor aansluiting het beste in aanmerking zouden komen in de gemeente Katwijk? Dit is opgenomen in de concept Transitievisiewarmte, welke 20 april ter inzage is gelegd en in mei informatief wordt behandeld in de raad. [Opmerking griffie: zie ingekomen stuk E.7 van de raad van 27 mei 2021; Concept warmtevisie gemeente Katwijk 2022-2026 (1910020)].

16.

DURF

Uit de raadsinformatiebrief van 19 februari 2021: ‘In december 2020 hebben we in bestuurlijk overleg met het ministerie van EZK en andere partijen geconstateerd dat de belangrijkste randvoorwaarden van de gemeenten (met name rondom betaalbaarheid van de warmte voor onze inwoners en beschikking over juridisch instrumentarium) niet op de door gemeenten uit de Leidse regio gewenste wijze in een convenant konden landen.’ Waar komt dit vernieuwde vertrouwen vandaan en waar is dit op gebaseerd? In december 2020 is geconstateerd vanuit de 6 gemeenten in de regio dat er geen commitment door de gemeente kon worden afgegeven dat direct gerelateerd is aan het totstandkomen van de (bovenregionale) energieinfrastructuur WLQ+, waarbij de gemeenten medeverantwoordelijk zouden zijn als projectpartner. Ook is geconstateerd dat de landelijke politiek (Tweede Kamer) nog de nodige keuzes te maken heeft in het vervullen van randvoorwaarden voor een verantwoorde transitie die haalbaar is voor alle inwoners. Verder is in december 2020 geen commitment afgegeven om te garanderen dat restwarmte zal worden afgenomen, om te voorkomen dat de gemeente daarmee later in een ingewikkelde verhouding tot burgers en andere eindgebruikers komt te staan (ook in relatie tot betaalbaarheid die nog niet geregeld is).

In plaats daarvan worden afspraken gemaakt met Gasunie en andere partners, die gericht zijn op inspanningen tot eind 2022 om te komen tot een eigen open regionaal energienetwerk, waarin restwarmte uit Rotterdam maar ook geothermie op aangesloten kunnen worden en zorgdragen voor een stabiele duurzame energievoorziening voor woningen en gebouwen. Dat is het doel van de beoogde samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 5 van 15

Nr. 17.

Pag. 6

Fractie DURF

Vraag ‘voldoende vraag’ Waar is dit op gebaseerd? Hoe kan de gemeente hier zeker van zijn? Dit is gebaseerd op de berekening van CE Delft tbv de concept Warmtevisie gemeente Katwijk. Deze is 20 april 2021 vastgesteld door het college. De berekening van CE Delft zijn gebaseerd op kengetallen en uitgangspunten, waarbij wijken kunnen worden geselecteerd voor een vervangende alternatieve duurzame oplossing. Hierbij wordt op buurtniveau voor elke warmtetechniek en voor ieder isolatieniveau een berekening gemaakt. Hiermee wordt gekeken welke combinatie van techniek en isolatieniveau de goedkoopste (nationale) kosten geeft. De berekeningen zijn op basis van een model dat regelmatig wordt geactualiseerd. De uitkomsten die in de warmtevisie staan zijn op basis van de laatste inzichten.

18.

DURF

‘Echter, de 6 gemeenten in de Leidse regio +Katwijk maken het voorbehoud dat als andere partners hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid in besluiten en uitvoering niet pakken, ook de uitvoering van besluiten door de 6 gemeenten kan worden gestopt.’ Waarom doen de andere gemeenten in de regio Holland Rijnland niet mee? Met andere partners wordt hier bedoeld de landelijke partijen. De landelijke partijen die betrokken zijn bij de realisatie van de WarmtelinQ+ (waaronder Ministerie EZK, Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en Gasunie).

19.

7

DURF

‘Ook in de Katwijkse “uitgangspuntennotitie voor het opstellen van de TVW en de LES” zijn betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid als uitgangspunten opgenomen.’ Kunt u betaalbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid afzonderlijk van elkaar definieren? Deze zijn gedefinieerd in de Uitgangspuntennotitie transitievisie warmte en Uitgangspuntennotitie Lokale Energiestategie - Gemeente Katwijk (zaaknummer 1764551)

20.

DURF

‘Het risico is aanwezig dat het Rijk in de decembercirculaire de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord niet of minder beschikbaar stelt.’ Waarom wordt hier niet op gewacht? Het besluit voor het doortrekken van de WarmtelinQ+ Rijswijk naar de leidse regio wordt door Gasunie en de landelijke partners voor de zomer genomen. Met voorliggende regionale raadsbesluit om regionaal te gaan samenwerken om te komen tot een regionaal open transportnet, wordt draagvlak en vertrouwen gecreëerd voor de beslissing door Gasunie en de landelijke partners van het doortrekken van de WarmtelinQ+ van het besluit, om aan te sluiten als één van de bronnen op het regionale open trasnportnet. Dit besluit door de GasUnie en de landelijke partijen is komend kwartaal al voorzien.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 6 van 15

Nr. 21.

Pag. 6/7

Fractie VVD

Vraag Waarom is gekozen voor een samenwerking tussen deze 6 gemeenten en niet voor een uitwerking door Holland rijnland? Zie ook punt 1.4 en 2.3 De aanleiding voor deze samenwerking is de aansluiting van restwarmte uit Rotterdam. Deze aansluiting is voor deze 6 gemeenten relevant gezien hun geografische ligging en de aanwezige warmtevraag in deze gemeenten. Afgesproken is dat als het gaat om de organisatie van de samenwerking in de verkenning ook gekeken wordt naar samenwerking op het schaalniveau van de RES-regio Holland Rijnland. Voor de slagvaardigheid van de samenwerking wordt hierop echter nog niet geanticipeerd. Holland Rijnland is bij de verdere uitwerking van de warmte volgens de RES2.0, waaronder de warmteverdeling in de regio, waar zowel restwarmte uit Rotterdam als geothermie belangrijke bronnen zijn betrokken.

22.

7

VVD

Punt 4.1 waarom wordt het investeringsfonds niet gedragen door Holland Rijnland? Het gaat hier om een onderzoek naar een op te zetten investeringsfonds. De aanleiding voor deze samenwerking is de aansluiting van restwarmte uit Rotterdam. Deze aansluiting is voor deze 6 gemeenten relevant gezien de geografische ligging en de aanwezige warmtevraag in deze gemeenten. Deze samenwerking van 6 gemeenten heeft een beperktere scope en een specifieker doel dan Holland Rijnland.

23.

7

VVD

3.1 Hoe groot is het risico dat het Rijk het geld niet ter beschikking stelt? Er is geen inzicht in de grootte van het risico. Dit is namelijk afhankelijk van de kabinetsformatie, en het belang van het thema duurzaamheid binnen het te formeren kabinet. Als de uitvoeringsgelden niet beschikbaar worden gesteld vanuit het ministerie, dan zal conform beslispunt 6 door de 6 partijen heroverweging plaats vinden.

24.

7

D66

In kopje 3 van ‘kanttekeningen’ wordt er gesproken over het risico vanuit het Rijk wanneer in de decembercirculaire de uitvoeringsgelden uit het Klimaatakkoord niet of minder beschikbaar zijn. Is het raadsvoorstel besluitvaardig wanneer de optionele dekkingsgraad over de begroting van 2021 niet is uitgerekend/uitgezocht (3.1.3)? Graag een (financiële) onderbouwing hieromtrent waaruit blijkt dat het raadsvoorstel wél besluitvaardig is. De dekking van de lasten in 2022 is voor 100% aanwezig o.a. in de vorm van de reserve Aardgasvrije wijken. Daarbij wordt er van uitgegaan dat de uitkering van de klimaatmiddelen (die gebaseerd zijn op het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur in 2022 € 1,7 mln. zouden moeten bedragen) van voldoende omvang zal zijn om tenminste de voorgestelde beschikking van € 214.838 over de reserve weer terug te kunnen draaien. In het onwaarschijnlijke geval dat de klimaatmiddelen daarvoor niet of in onvoldoende mate beschikbaar worden gesteld zal ( in afnemende mate van waarschijnlijkheid):

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 7 van 15

Nr.

Pag.

25.

7

Fractie

Vraag 1. Of regionaal bezien worden welke lagere bijdragen van de gemeenten daarmee overeenstemmen; 2. En/of het risicoprofiel van het project Hoornes aardgasvrij afgestemd worden op de verminderde reserve; 3. En/of aanvullende dekking in de begroting 2022 gevonden moeten worden.

VVD

6.1 Betekent dit dat de overeenkomst niet doorgaat indien een van de zes gemeenten afhaakt? De overeenkomst gaat over samenwerken binnen de zes betrokken gemeenten. Indien één gemeente afhaakt zullen de overige 5 in overleg met elkaar gaan, wat het gevolg hiervan is.

26.

7

D66

Kopje 6.1. Zijn er juridische en/of financiële consequenties voor de deelnemers van de intentieverklaring wanneer één of meerdere deelnemers besluit(en) een eigen koers in te slaan, wat afwijkt van de doelstellingen binnen de verklaring? Het gaat in dit geval om een uitgesproken intentie om een investeringsfonds in te stellen, waarbij er eerst nader onderzoek wordt gedaan naar de nut en noodzaak daarvan, passend bij de rol van een gemeente. Er wordt geen concrete verbintenis aangegaan. Indien één gemeente afhaakt zullen de overige 5 in overleg met elkaar gaan, wat het gevolg hiervan is.

27.

7

D66

Kopje 2.1 Vanaf welk bouwjaar zijn huizen geschikt voor warmtepompen? In het verlengde van vorige vraag: welke vorm van bebouwing is hiervoor geschikt? Denk hierbij aan rijtjeshuizen, appartementencomplexen, twee-onder-een-kapwoning, vrijstaande huizen en bungalows. Warmtepompen zijn niet van woningtype of woningbouwjaar afhankelijk. Dit ligt onder andere aan de isolatiekwaliteit (energielabel), ruimte en capaciteit. Daarnaast zijn er verschillende types voor zowel individuele als collectieve oplossingen.

28.

8

VVD

Het is niet zeer inzichtelijk waar het geld heen gaat. Bijvoorbeeld, wat zijn de begrote uren werk op de verschillende projecten? Op hoofdlijnen is een beeld waarvoor deze maximaal 2 miljoen nodig is. Dit is aangegeven in het raadsvoorstel onder “Middelen”. Dit wordt vóór augustus uitgewerkt in een Plan van Aanpak, met een nadere specificatie van de kosten voor de samenwerking. Dit zal met een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad.

29.

9

VVD

Is het mogelijk te wachten met uitgaven, tot na het besluit van het nieuwe kabinet? Het besluit voor het doortrekken van de WarmtelinQ+ Rijswijk naar de leidse regio wordt door Gasunie en de landelijke partners voor de zomer genomen. Met voorliggende regionale raadsbesluit over samenwerking in de regio om te komen tot een regionaal open energienet, wordt draagvlak en vertrouwen gecreëerd voor de beslissing door Gasunie en de landelijke partners van het doortrekken van de WarmtelinQ+ van het besluit.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 8 van 15

Nr. 30.

Pag. 8

Fractie D66

Vraag Binnen de gezamenlijke investering is er ruimte voor het ontwerpen en ontwikkelen van energie-infrastructuur en energyhubs. In het licht van de plannen voor huidige en toekomstige bedrijventerreinen. Zijn er inpassings- en infrastructurele mogelijkheden om deze toekomstige ontwikkeling erbij te betrekken in de plannen zodra er mogelijk restwarmte-industrie gerealiseerd wordt? De samenwerking is ten behoeve van verder uitwerking van een open regionaal energienet. Hier kunnen ook andere (lokale) bronnen op worden aangesloten zoals bijvoorbeeld restwarmte van bedrijventerreinen. Bij verder verkenning van de warmtekavels, distributienetten en het open warmetnet zal gekeken worden naar dergelijke mogelijke ontwikkelingen.

31.

11

D66

Kopje Communicatie. Wat was de overweging van de gemeente om de Katwijkse inwoners niet actief te betrekking bij dit onderdeel van het traject? Dit traject maakt onderdeel uit van de Transitievisie warmte. Inwoners worden hierbij betrokken door ze te informeren en te consulteren. De concept-warmtevisie is op 20 april vastgesteld door het college en zal ter inzage worden gelegd. Participatie wordt met name belangrijk in de wijkgerichte aanpak die volgt uit de warmtevisie. Het voorliggend besluit gaat over samenwerking in de Leidse regio om te komen tot een open regionaal energienet, voor meerdere bronnen en voor woningen met Hoge temperatuur en Midden temperatuur. Het besluit om te komen tot een keuze in warmtevoorziening in wijken volgt uit de warmtevisie, en in het vervolg daarop in de Wijkuitvoeringsplannen.

Bijlagen: Nr. 32.

Pag.

Fractie GB

Vraag De toelichting gaat op pagina 5 in op de vormgeving van een regionale uitvoeringsorganisatie. De tekst plaatst die discussie in het kader van de huidige regionale samenwerkingsverbanden. Ze krijgen mogelijk zeggenschap over de kosten van het gebruik van het regionale netwerk door de warmteleveranciers en het nobele doel te sturen op publieke waarden. Maar ze hebben een democratisch tekort. Ook kunnen de huidige samenwerkingsverbanden geen inkomsten genereren direct van de inwoners. Het valt op dat de toelichting niet verwijst naar de waterschappen. Die beheren al eeuwenlang grote regionale netwerken, hebben een bestuur dat door de inwoners / gebruikers wordt gekozen en een eigen inkomstenbasis. De huidige regionale samenwerkingsverbanden ontberen dat. Beleidsbepaling en verantwoording verlopen er getrapt, via de wethouders en de raadsleden. Heeft onze gemeente overwogen te noteren dat de waterschappen model kunnen staan voor de ontwikkeling van de uitvoeringsorganisatie voor het beheer van het regionale warmtenet? Zo ja, waarom heeft ze daarvan afgezien? Zo nee, overweegt ze dat alsnog te doen? Naar mogelijke vormen van uitvoeringsorganisaties voor het mogelijke beheer van het regionale warmtenet bij overheden (zoals waterschappen), bij marktpartijen (warmtebedrijven) of bij publiek-private samenwerkingsvormen heeft nog geen verkenning

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 9 van 15

Nr.

Pag.

33.

Fractie

Vraag plaatsgevonden. Het moet nog nader onderzocht worden of dat past bij de rol van de gemeente. Daarom is het ook nog te vroeg hier bestuurlijk een standpunt in in te nemen of een voorstel te doen aan de raden.

GB

De netwerkbeheerder zal in de aanbesteding van de warmtekavels voorwaarden kunnen stellen aan de tarifering en de dienstverlening die gunstiger zijn voor de afnemers dan de normen van de ACM. In een bestuurlijke opzet gebaseerd op de waterschapstructuur hebben de bestuurders daar voor hun herverkiezing belang bij. Ook kan de algemene vergadering van gekozen vertegenwoordigers van de afnemers daarop direct invloed uitoefenen. Bovendien voorkomt zo’n opzet een geleding op basis van de gemeentelijke indeling. Verdient om deze drie redenen een bestuurlijke opzet geïnspireerd door de waterschapsstructuur de voorkeur boven een getrapte opzet of andersom? Het ontbreekt vooralsnog aan een wettelijk kader op grond waarvan voorwaarden kunnen worden gesteld aan tarieven en dienstverlening. Het lijkt er op – op basis van de concept Wet collectieve warmtevoorziening – dat deze verantwoordelijkheid bij gemeenten komt te liggen. Vanuit de Autoriteit Consument en Markt(ACM) worden de warmtetarieven gereguleerd. De huidige gasprijs is daarbij het uitgangspunt. Toekomstige warmtetarieven worden volgens de concept Wet collectieve warmtevoorziening gebaseerd op de zogenaamde ‘kostprijs +’methodiek.

34.

SGP

Welke bedrijven zullen restwarmte leveren aan het beoogde warmtenet? De levering van restwarmte in de Rotterdamse haven is een aangelegenheid van het Warmtebedrijf Rotterdam (WbR). Volgens de website van het WbR wordt warmte via de Afval- en Energiecentrale van AVR in Rozenburg in het warmtetransportnetwerk gebracht. Op het beoogde open regionale warmte transportnet kunnnen ook andere lokale en (boven)regionale duurzame bronnen worden aangesloten.

35.

SGP

Waarom wordt deze restwarmte niet verder ingezet in meer nabij Rotterdam gelegen plaatsen? De warmte wordt ingezet in Rotterdam en de nabije gemeenten, daar waar een hoog temperatuurnet nodig is (zoals in wijken met oude en slecht te isoleren woningen). Maar er is voldoende aanbod, en de temperatuur is hoog genoeg om deze ook verder te transporteren naar andere gemeenten in Zuid-Holland waar vraag naar hoge temperatuur is.

36.

SGP

Voor welke periode kunnen de bedrijven warmte garanderen aan het beoogde warmtenet? Voor de restwarmte uit Rotterdam is dat voor de WarmtelinQ nu nog niet zeker. De verwachting is dat in de ontwikkeling van de komende decennia ondanks besparende maatregelen aan de vraagkant en verduurzaming aan de aanbodkant nog steeds voldoende warmte

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 10 van 15

Nr.

Pag.

37.

Fractie

Vraag beschibaar is. Ook kunnen er in die periode nieuwe (lokale) bronnen worden aangesloten op het open regionale transportnet, maar ook op bovenregionale transpotnetten (WarmtelinQ). Hier zijn nog geen inzichten of afspraken over.

SGP

Wordt het reeds bestaande warmtenet van Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest uitgebreid? Uitbreiding van het bestaande Leidse net is voorzien door de extra te leveren warmte vanuit WLQ+ en/of geothermie. Op termijn is het de bedoeling om het open regionale warmtenet aan te sluiten op het bestaande warmtenet in de drie genoemde gemeenten (Leiden, Oegstgeest, Leiderdorp). Vandaar ook de ambitie tot het creëren van een zogenaamd “open net”. Tevens is er inbreiding voorzien binnen het bestaande warmtenet, mede door extra aansluitingen mogelijk te maken door een verminderde warmtevraag per aansluiting.

38.

SGP

Wanneer is men voornemens het warmtenet aan te leggen? En wanneer zou dit in gebruik genomen kunnen worden? Er wordt gewerkt om de warmtelinQ+ aan te sluiten op het huidige net in Leiden per 1 januari 2026, omdat het huidige contract met de warmteleverancier dan afloopt. Aansluiting van Katwijk op het de warmtelinQ+ zal daarna volgen en is afhankeijk van onze eigen planning. Deze is nog niet voorhanden.

39.

SGP

Op welke kosten is de aanleg van een warmtenet voorlopig geraamd? En wie moet dit betalen? De warmtelinQ+ wordt betaald door de landelijke partners en de Gasunie. Komende jaren zal de opzet van het regionale transportnet en de lokale distributienetten verder worden vormgegeven en uitgewerkt, waarna warmtekavels worden aanbesteed aan de markt.

40.

SGP

Wat kost 1J aan warmte uit aargasverbranding? wat kost 1J aan warmte die via het warmtenet een woning binnenkomt? Vanuit de Autoriteit Consument en Markt(ACM) worden de warmtetarieven gereguleerd. De huidige gasprijs is daarbij het uitgangspunt. Toekomstige warmtetarieven worden volgens de concept Wet collectieve warmtevoorziening gebaseerd op de zogenaamde ‘kostprijs +’methodiek.

41.

DURF

‘Warmtenet Hoornespassage’. Wat is het Warmtenet Hoornespassage? Dit betreft een mogelijke collectieve aanluiting van de winkels en woningen Hoornespassage: Het gaat hier om een verschrijving. Hier wordt het warmtenet Hoornes bedoeld.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 11 van 15

Nr. 42.

Pag. 8

Fractie DURF

Vraag Er worden allerlei taken voorgesteld om de 2 miljoen euro te kunnen besteden. a) Waarom wordt er niet duidelijker afgekaderd wat precies het hoofddoel is van deze samenwerking en wat daar voor nodig is? Het hoofddoel in samenwerking om te komen tot een open regionaal warmtetransportnet. Dit wordt verder uitgewerkt in het plan van aanpak b) Wat is essentieel om voor 1 januari 2023 onderzocht te hebben en daarmee te kunnen stellen of de warmteleiding mogelijk is ja of te nee? De gemeenten doen geen onderzoeken naar de mogelijkheid van de warmteleiding WarmtelinQ+. Dit besluit ligt bij de landelijke partners warmtelinQ (Gasunie, WBR, Ministerie EZK en Provincie Zuid-Holland).

43.

DURF

Wordt de mogelijkheid van het benutten van restwarmte uit Rotterdam nu niet gebruikt om een nieuw regionaal samenwerkingsverband aan te gaan dat ook betrekking heeft op andere warmtebronnen? In 2050 zal er een alternatief moeten zijn voor het fossiele aardgas om woningen te verwarmen. Warmtenetten, gevoed door duurzame bronnen zijn daarvoor geschikte oplossingen. Er zijn niet genoeg lokale bronnen beschikbaar in de RES-regio. Een transportnet door de regio, waarop diverse duurzame (bovenlokale) bronnen worden aangesloten zorgen voor een stabiele energiemix. Samenwerking tussen gemeenten is daarom noodzakelijk. In dit geval is het benutten van restwarmte uit Rotterdam de aanleiding geweest om te gaan samenwerken.

44.

9

DURF

‘Indien er geen uitvoeringsgelden Kimaatakkoord terugvloeien naar de bestemmingsreserve Aardgasvrije wijken, kan er mogelijk een dekkingsprobleem ontstaan voor toekomstige projectkosten van Hoornes Aardgasvrij en Warmtenet Hoornespassage. Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld.’ a) Acht het college het verstandig om deze projecten financieel met elkaar te verweven? Naar aanleiding van het advies van het ROB aan het Rijk met betrekking tot de uitvoeringsmiddelen van het klimaatakkoord, en het waarschijnlijke risico dat hier niet voldoende middelen beschikbaar voor worden gesteld door het nieuwe kabinet, heeft het college besloten om deze projecten tijdelijk financieel met elkaar te verweven. b) Hoe moet het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij dan worden bijgesteld? Indien de uitvoeringsgelden niet (tijdig) beschikbaar worden gesteld vanuit het Rijk, zal nader moeten worden onderzocht welke optie bij kanttekening 3.1. haalbaar is en wordt gekozen.

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 12 van 15

Nr. 45.

Pag. 12

Fractie DURF

Vraag ‘In te stemmen met een regionale beleidsmatige keuze voor het benutten van restwarmte via vormen van collectieve warmtevoorziening.’ Waarom moet hier al een beleidsmatige keuze voor worden gemaakt? Het besluit is vooruitlopend maar in lijn met de Regionale en Lokale energiestrategie, en de warmtevisies van de gemeenten. Het besluit voor het doortrekken van de WarmtelinQ+ Rijswijk naar de leidse regio wordt door Gasunie en de landelijke partners voor de zomer genomen. Met voorliggende regionale raadsbesluit om regionaal te gaan samenwerken om te komen tot een regionaal open transportnet, wordt draagvlak en vertrouwen gecreëerd voor de beslissing door Gasunie en de landelijke partners van het doortrekken van de warmtelinQ+ van het besluit, om aan te sluiten als één van de bronnen op het regionale open trasnportnet.

46.

DURF

‘Binnen de kaders van dit raadsbesluit het college te mandateren om ter uitvoering van dit raadsbesluit formele afspraken te maken met Gasunie en/of andere partijen om de ingezette koers te kunnen vervolgen. a) Welke formele afspraken zullen er met Gasunie en/of andere partijen moeten worden gemaakt om de ingezette koers te kunnen vervolgen? Komende periode worden door de regio afspraken gemaakt met Gasunie en de landelijke parnters, die niet verder reiken dan een inspanningsverplichting tot eind 2022 om te komen tot een open regionaal energienetwerk, waarin de restwarmte uit Rotterdam maar ook Geothermie zorgdragen voor een stabiele warmtemix. Dat is het doel van de beoogde samenwerking tussen de 6 gemeenten in de regio. b) Waarom is nog niet duidelijk of afspraken met andere partijen nodig zijn? Mogelijk is het – in het licht van de doelstelling om te komen tot een open regionaal energienetwerk – ook verstandig regionale afspraken te maken met partijen als woningcorporaties en netbeheerder Alliander. Dit zal worden verkend.

47.

DURF

We hebben eerder gezien dat de gemeente Katwijk moeite heeft om grote projecten tot een goed einde te brengen. De Noordzeepassage en DSV zijn daar een goed voorbeeld van. Waarom moet de gemeenteraad het vertrouwen hebben dat dit wel tot een goed einde wordt gebracht en hoe borgt de gemeente dat zij voldoende invloed en controle gedurende het volledige proces blijft houden? Het voorliggend besluit gaat over de samenwerking van gemeenten ten behoeve van een mogelijk groot project. Met deze samenwerking willen de gemeenten de kennis en expertise bundelen.

48.

23 april 2021

1

DURF

Waarom trekt de gemeente Katwijk actief de verantwoordelijkheid voor de warmtetransitie naar zich toe?

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 13 van 15

Nr.

Pag.

49.

Fractie

Vraag In het Nationale Klimaatakkoord van 2018 is afgesproken dat gemeenten uiterlijk 31 december 2021 een Transitie Visie Warmte (TVW) hebben vastgesteld en deze verder gaan uitwerken in Wijkuitvoeringsplannen. Hiermee ligt een actieve rol bij de lokale overheden.

DURF

Hoe weegt dit scenario met de restwarmte uit Rotterdam op tegen een scenario waarin voorlopig wordt ingezet op alleen hybride warmtepompen? Hoe verhoudt zich dit financieel voor huishoudens en qua CO2-besparing? Hybride warmtepompen in combinatie met isoleren is een tussenstap naar de uiteindelijke oplossing zonder aardgas in 2050. Op dit moment kan niet worden berekend hoe dit zich financieel verhoudt voor huishoudens en qua CO2 besparing.

50.

6

VVD

De maximaal beschikbare 60 MW lijkt nogal weinig vergeleken met het aantal woningen dat op de kaart (buiten Leiden) is ingetekend. Met welke aannamen is gerekend? Wordt hierbij uitgegaan van BENG huizen of ook wel bestaande woningen met energielable B?C? Restwarmte uit Rotterdam zal zorgen voor een zgn “hoge temperatuur” warmtenet. Dit is vooral geschikt voor oudere woningen, of woningen die minder goed te isoleren zijn. De BENG (bijna energie neutrale gebouwen) -norm is van toepassing op nieuwbouw, daarvoor is wellicht een lage temperatuur warmtenet of andere vormen van duurzame warmtevoorziening geschikt.

51.

2

D66

Bijlage 1 > Er wordt een toelichting gegeven over het feit dat er op wijkniveau gekeken wordt welke gebouwen op de soort warmtevoorziening aangesloten wordt. Deze zal in 2022 in de wijkuitvoeringsplannen een nadere uitwerking krijgen. Wordt er hierbij gekeken naar elke type woonvorm zoals: appartementen(complex), bungelows, vrijstaande huizen, rijtjeshuizen of twee-onder-een-kap huizen? Ja, dit zal nader worden onderzocht bij de uitwerking van de buurtaanpak van de warmtevisie Katwijk.

52.

7

D66

Bijlage 1 > Alliander geeft aan dat voor verzwaring van het elektriciteitsnet een bedrag van 190 miljoen moet worden geïnvesteerd. Daarbij zal er ook een kostenplaatje liggen voor eindgebruikers (aanpassing op woonvorm). Kan Alliander deze gemiddelde kosten voor eindgebruikers nog voordat de plannen geactiveerd worden aan de raad kenbaar maken? € 190 miljoen is een inschatting van de kosten voor het verzwaren van het transportnetwerk van elektriciteit, als er geen andere warmtebronnen zijn en de opgave aardgasloos voornamelijk d.m.v. electrische systemen gerealiseerd kan worden in deze regio. Dit is niet meer dan een indicatie. Hier liggen op dit moment geen concrete plannen aan ten grondslag.Verder gaat het specifiek om de eindgebruikerskosten bij een individuele of collectieve oplossing die berust op elektriciteit. Bij een individuele oplossing kan het zijn dat er een zwaardere aansluiting nodig is voor de warmtepomp. Voor deze verzwaring worden kosten in rekening gebracht. Ook kunnen de maandelijkse kosten hierdoor stijgen. Hoeveel dit is ligt erg aan de huidige aansluiting van de bewoner en de mate van isolatie van het huis. Voor een collectief systeem zal er een grote aansluiting worden aangevraagd door de warmteleverancier. Die zal de kosten van deze

23 april 2021

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 14 van 15

Nr.

Pag.

23 april 2021

Fractie

Vraag aansluiting in de bussinesscase verwerken waarschijnlijk doorbelasten naar de eindgebruiker. Hoeveel dit is zal liggen aan de situatie: temperatuur van het warmtenet en de aansluiting die nodig is voor de boosterpomp.

Nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit restwarmte WarmtelinQ (1891088)

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10113657/1