9. Derde nota van beantwoording over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Tekst van het document
Derde nota van beantwoording van de informatieve vragen over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088) 12 mei 2021 De antwoorden van het college van B&W op de vragen van de fracties staan schuin gedrukt onder de vraag.
Raadsvoorstel Nr.
Pag.
1.
6
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel
D66
Vraag en antwoord 12 uit de eerste nota van beantwoording luiden: “Wat is de rol van de provincie via ruimtelijke ordening voor de warmtetransitie opgaven? Aanvullend: is de provincie bereid om de regionale samenwerking tussen de 6 gemeenten (financieel) te ondersteunen via haar eigen doelstellingen? De provincie zal naar verwachting op verzoek van Gasunie en de betrokken gemeenten een verantwoordelijkheid pakken als het gaat om de ruimtelijke inpassing van het tracé. De provincie ondersteunt de warmtetransitie in de RES-regio’s door het beschikbaar stellen van een beperkt aantal uren proces- en inhoudelijke expertise per week.” a. Uit de beantwoording van vraag 12 is het niet duidelijk of de provincie op financieel gebied ondersteunt in combinatie met haar doelstellingen. Graag verduidelijken. De provincie ondersteunt de regionale samenwerking tussen de 6 gemeenten niet financieel. De provincie ondersteunt de regionale samenwerking vanuit haar eigen doelstellingen wel met inhoudelijke en procesmatige expertise. b. Wat betekent ‘beperkt aantal uren proces- en inhoudelijke expertise’ per week en hoe verhoudt dit tot onze lokale opgave (LES)?
12 mei 2021
Derde nota van beantwoording over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Pagina 1 van 4
Nr.
Pag.
2.
7
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel Sinds 2018 stelt de provincie procesadviseurs beschikbaar die gemeenten helpen bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Deze adviseurs helpen met name op het gebied van de warmteransitie en energiebesparing. De inzet voor de verschillende gemeenten gaat in overleg waarbij geen sprake is van een vastgesteld aantal uren per gemeente. Voor de gemeenten in de regio Holland Rijnland is in 2021 een adviseur beschikbaar die hiervoor 20 uur per week beschikbaar heeft
D66
Vraag en antwoord 27 uit de eerste nota van beantwoording luiden: “Kopje 2.1 Vanaf welk bouwjaar zijn huizen geschikt voor warmtepompen? In het verlengde van vorige vraag: welke vorm van bebouwing is hiervoor geschikt? Denk hierbij aan rijtjeshuizen, appartementencomplexen, twee-onder-een-kapwoning, vrijstaande huizen en bungalows. Warmtepompen zijn niet van woningtype of woningbouwjaar afhankelijk. Dit ligt onder andere aan de isolatiekwaliteit (energielabel), ruimte en capaciteit. Daarnaast zijn er verschillende types voor zowel individuele als collectieve oplossingen.” In vraag 27 wordt er gesteld dat het inventariseren van geschikte woningen geselecteerd wordt op de kwalificatie van isolatiekwaliteit, maar niet op de type bebouwing. In vraag 51 is dezelfde analyse in de vraagstelling terug te vinden en daarop is beantwoord met een ‘Ja’. Het antwoord van vraag 51 staat daarmee haaks op vraag 27. Graag nadrukkelijk verduidelijken of er in de wijkuitvoeringsplannen wel of niet gekeken wordt naar type bebouwing. Op wijkniveau gaat gekeken worden welk type warmtebron het meest geschikt is voor de meerderheid van de woningen in de wijk. Hierbij wordt gekeken naar bouwjaar, type woning en isolatieniveau. Algemeen wordt voor de toepassing van een warmtepomp in individuele woningen een schillabel B+ (zie ook Startanalyse) aangehouden.
Als warmtebron zijn er ook diverse soorten en types warmtepompen, welke geschikt zijn voor verschillende type woningen en isolatie niveau (voor zowel inidviduele als collectieve oplossingen).
3.
7
D66
Vraag en antwoord 24 uit de eerste nota van beantwoording luiden: “In kopje 3 van ‘kanttekeningen’ wordt er gesproken over het risico vanuit het Rijk wanneer in de decembercirculaire de uitvoeringsgelden uit het Klimaatakkoord niet of minder beschikbaar zijn. Is het raadsvoorstel besluitvaardig wanneer de optionele dekkingsgraad over de begroting van 2021 niet is uitgerekend/uitgezocht (3.1.3)? Graag een (financiële) onderbouwing hieromtrent waaruit blijkt dat het raadsvoorstel wél besluitvaardig is. De dekking van de lasten in 2022 is voor 100% aanwezig o.a. in de vorm van de reserve Aardgasvrije wijken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de uitkering van de klimaatmiddelen (die gebaseerd zijn op het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur in 2022
12 mei 2021
Derde nota van beantwoording over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Pagina 2 van 4
Nr.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel € 1,7 mln. zouden moeten bedragen) van voldoende omvang zal zijn om tenminste de voorgestelde beschikking van € 214.838 over de reserve weer terug te kunnen draaien. In het onwaarschijnlijke geval dat de klimaatmiddelen daarvoor niet of in onvoldoende mate beschikbaar worden gesteld zal ( in afnemende mate van waarschijnlijkheid): 1. Of regionaal bezien worden welke lagere bijdragen van de gemeenten daarmee overeenstemmen; 2. En/of het risicoprofiel van het project Hoornes aardgasvrij afgestemd wordt op de verminderde reserve; 3. En/of aanvullende dekking in de begroting 2022 gevonden moeten worden.” Deze drie opties zijn strategieën. Dat betekent niet dat deze financieel onderbouwd zijn. D66 wil dat deze strategieën omgezet worden in drie uitgewerkte financiële aanpakken waarbij inzichtelijk is gemaakt welke gelden in de begroting hiervan gebruikt (kunnen) worden. Voor 2021 en voor 2022 is er voor beide jaren een dekking van €130.000 (totaal dus € 260.000) beschikbaar uit de stelpost “Duurzaamheid coalitie akkoord”. Er wordt voorgesteld om het overige deel van de dekking van het jaar 2022, (€ 214.838,-) voor te schieten uit de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken.
Uitgangspunt is dat in 2021 het Rijk (in de decembercirculaire) de uitvoeringsgelden van het Klimaatakkoord beschikbaar stelt, in lijn met het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Insteek is dat deze uitvoeringsgelden de dekking van 2022 overnemen en de € 214,838,- terugvloeien naar de bestemmingsreserve aardgasvrije wijken. Als de Uitvoeringsgelden niet beschikbaar komen (dat risico wordt klein geacht maar is aanwezig), dan zijn er drie voorziene oplossingen (zie kanttekening 3.1.): 1. in overleg met de regio moet bepaald worden hoe de gezamenlijke uitgaven ten behoeve van de samenwerking in 2022 tot een absloluut minimum beperkt kunnen worden. Insteek hierbij is om de uitgaven zo te beperken zodat de dekking van € 260.000 afdoende is; Als er toch meer budget (en dus dekking) nodig is voor de regionale samenwerking, dan worden eind 2021 de volgende twee opties nader onderzocht en uitgewerkt: 2. De extra dekking wordt defintief gehaald uit de bestemmingsreserve aardgasvrij wijken. Hierdoor ontstaat er mogelijk een dekkingsprobleem voor toekomstige onvoorziene projectkosten van Hoornes Aardgasvrij. Het risicoprofiel van het project Hoornes Aardgasvrij moet dan worden bijgesteld. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan de raad. 3.
Of in de begroting van 2022 wordt ruimte gevonden voor de benodigde extra dekking Insteek hier is dat optie 1 de voorkeur heeft, dus dat we in overleg met de regio partijen in overleg gaan over afspraken, zodat de werkzaamheden van 2022 overeenkomen met de beschikbare middelen waar dekking voor is in 2022.
12 mei 2021
Derde nota van beantwoording over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Pagina 3 van 4
Nr.
Pag.
Fractie
Vraag & Antwoord - Raadsvoorstel De hoogte van de dekking voor 2022 is vanuit Katwijk minimaal € 130.000. Hoe hoog die dekking daadwerkelijk uitvalt voor 2022, hangt mede af van de absoluut minimaal noodzakelijke dekking voor 2022 (optie 1) en van de haalbaarheid van optie 2 en 3 die bij de kanttekening genoemd staan. In alle drie de scenario’s is nu nog onvoldoende inzicht. Hierin zal meer inzicht zijn op het einde van het jaar. Dan zal ook pas dudielijk zijn of een van de drie scenario’s nodig is, omdat de uitvoeringsgelden vanuit het Rijk daadwerkelijk niet beschikbaar zijn gekomen. Bovenstaande opties 2 en 3 zullen in dat geval worden voorgelegd aan de raad.
Bijlage 1. Toelichting op raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Nr.
Pag.
4.
2
Fractie
Vraag & Antwoord - Bijlage 1
D66
Vraag en antwoord 52 uit de eerste nota van beantwoording luiden: “Er wordt een toelichting gegeven over het feit dat er op wijkniveau gekeken wordt welke gebouwen op de soort warmtevoorziening aangesloten wordt. Deze zal in 2022 in de wijkuitvoeringsplannen een nadere uitwerking krijgen. Wordt er hierbij gekeken naar elke type woonvorm zoals: appartementen(complex), bungelows, vrijstaande huizen, rijtjeshuizen of twee-onder-een-kap huizen? Ja, dit zal nader worden onderzocht bij de uitwerking van de buurtaanpak van de warmtevisie Katwijk.” Zie onderbouwing vraag 27. Aanvulling hierop: Wat wordt er specifiek onderzocht ten aanzien van de uitwerking van de buurtaanpak van de warmtevisie katwijk? Ook willen we weten welke indicatoren gebruikt worden om de voortgang van de toekomstige buurtaanpak te kunnen meten. Op wijkniveau gaat gekeken worden welk type warmtebron het meest geschikt is voor de meerderheid van de woningen in de wijk. Hierbij wordt gekeken naar bouwjaar, type woning en isolatieniveau. Algemeen wordt voor de toepassing van een warmtepomp in individuele woningen een schillabel B+ (zie ook Startanalyse) aangehouden. Als warmtebron zijn er ook diverse soorten en types warmtepompen, welke geschikt zijn voor verschillende type woningen en isolatie niveau (voor zowel inidviduele als collectieve oplossingen).
Welke indicatoren worden gebruikt om de voortgang van de toekomstige buurtaanpak te meten zal worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de Warmte transitie (naar o.a. wijkuitvoeringsplannen).
12 mei 2021
Derde nota van beantwoording over Intentiebesluit samenwerking restwarmteleiding WarmtelinQ+ (1891088)
Pagina 4 van 4